oudwwijk
Digitaal erfgoed

F.C.Trias

Opgericht: 01 juli 2002
Sportclub Kotten, VV Ratum en SV Fortuna Winterswijk.

Lees verder

Dr.W.P.C.Bos

1897-1961

Willem Pieter Cornelis Bos
Geboren:30 mei 1897 Rouveen (Staphorst)
Overleden: 23 oktober 1961 Bos en Duin

x 13 november 1924, Winterswijk

Johanna Geertruida Heersink
Geboren:  27 augustus 1902 Winterswijk
Overleden: 28 februari 1983 Bos en Duin

Ouders W.P.C.Bos
Jacob Bos
Geboren   5 oktober 1863 – Formerum, Terschelling,
Overleden   3 januari 1943 – Winterswijk  
Onderwijzer

x 06 oktober 1893 Winterswijk met

Aaltjen Berenschot
Geboren   29 mei 1871 – Winterswijk
Overleden   21 februari 1930 – Winterswijk


Ouders Johanna Geertruida Heersink:
Johannes Lambertus Heersink 1874-1925 en Geertruida Willemina Rensink 1877-1951)

Zus W.P.C.Bos

Alida Petronella Cornelia Bos 
Geboren: 06-02-1896 Staphorst
Overleden:
Onderwijzeres

 x  27 juli 1922, Winterswijk

Jan Willem Heurnink 
Geboren: 02-06-1891 Winterswijk
Overleden: 29-06-1945 Scharding am Inn

Naar Winterswijk

Vader Jacob Bos kwam als 15-jarige jongen plm.1878 naar Winterswijk in dienst bij horlogemaker Nijenhuis.
In 1882 kwam hij in contact met meester Beekhof uit de Brinheurne, die hem opleidde tot onderwijzer.
In 1885 haalde hij zijn onderwijzersakte en werd op 16 januari 1886 benoemd tot onderwijzer in Huppel.
In 1889 haalde hij zijn hoofdakte en werd onderwijzer aan school C.
In 1892 vertrok hij naar Terschelling als onderwijzer.
In 1893 werd hij hoofd v.d.school in Rouveen.
In 1899 vertrok hij weer naar Hoorn op Terschelling.
In 1914 kwam hij weer naar Winterswijk als hoofd v.d. School in Miste.
In 1929 Januari ging hij met pensioen
Hij verliet toen de ambtswoning in Miste en bouwde huis Formerum aan de Misterweg.

Willem Bos

1911: 05-09: Rijks HBS in Harlingen
1914: HBS in Winterswijk
1916: Veeartsenijkundige Hogeschool Utrecht
1923: Doctor in de Veeartsenijkunde
1923: 03-12: Vestiging Dr.Bos Stationsstraat 19
1924: 13-11: Huwelijk met Jo Heersink
1924: 13-11: Vestiging Dr.Bos Spoorstraat 62
1926: 29-11: Voorzitter Winterswijkse Pluimveeclub
1929: 04-03: Dochter Alida Geertruid (Truus)
1931: 11-06: Lid gemeenteraad voor Vrijzinnig Democraten
1932: 19-05: Dochter Jacoba Jo Willy
1933: 24-02: best,lid W’wijk (235 leden) Landbouw en Maatsch, Dr. Boerenbond
1933: 06-06: Eerste NSB propaganda-avond Cafe Beskers
1933: 24-07: Oprichting Groep 104 NSB Winterswijk (plm.100 leden)
1933: 02-10: Dr.Bos bedankt als lid Vrijz.Democraten.
1933: 06-10: Ds.Reeser lid NSB
1933: 06-11: Dr. Bos lid NSB
1933: 13-11: Dr.Bos leider groep 104 NSB Winterswijk
1935: 26-04: Prov.verk.NSB Wwijk 20,4%. Dr.Bos 6e 1056 stemmen'(1799)
1935: 19-06:Gem.verk.W’wijk Gem.Bel 19,6% Dr.Bos 1e 1585 stemmen (1747)
1939: Dr.Bos stelt zich niet meer beschikbaar
1942: 28-03: Dr.Bos Burgemeester Winterswijk
1945: 27-03: Dr.Bos verlaat Winterswijk
1945: 18-04: Dr.Bos gearresteerd
1948: 16-06: Berechting Dr.Bos Arnhem
1948: 30-06: Dr.Bos veroordeeld tot 4,5 jaar
1948: Eind: Dr.Bos komt vrij
1951: Vertrek naar Den Dolder als veearts
1961: 19-10: Dr.Bos overleden
1983: 28-02: Mevr.Bos overleden

03 November 1933, Het Volk
Lees verder

Aantekeningen

Weurden: 10-01-1936, Graafschapbode
F.Blom Weurden 57 naar Zutphen
10-07-1937:W. Bussink, van Weurden 57 naar Delden
14-09-1939: H. Mogendorff Weurden 57
INGEKOMEN: 06-01-1942: M.J.Slangen Weurden 57 van Kerkrade
09-01-1942: INGEKOMEN: H.Stein van Kerkrade

06-11-1935


Lees verder

Aantekeningen NSB

Hij was Landwachter, 49 jaar, geboren in Zutphen, wonende in Winterswijk. Zover ik erin gedoken ben, komt hij in oktober 1944 in aanraking met een verzetsgroep in Alkmaar, wat naast vele levens van deze groep ook zijn leven gaat kosten. Zijn vrouw wonende in Winterswijk kreeg natuurlijk een keurige brief van de S.S., dat ze hem nooit zullen vergeten.

2008:
Oud-Winterswijker- Minister Bram Stemerdink: ‘Ik denk dat de meeste Winterswijkse stemmers op veearts Bos ook geen woord van zijn partijprogramma hadden gelezen, maar de man sprak aan.’
14-07-2008- Volkskrant



31 Maart 1945 Winterswijk bevrijd.

FEEST Maar nog niet geheel Nederland en ook het westen nog niet.
Voor de fanatieke NSB-ers was een droom in duigen opgegaan.
Jacob, 22 jaar, SS-er en afkomstig uit Alblasserdam baalt stevig.
Hij wil wraak nemen op iedereen die hem in de weg heeft gestaan de afgelopen jaren.Opruimen dus. Het lijstje met namen heeft hij klaar.
Samen met zijn 19 jarige NSB-SS-vriend uit Winterswijk, die hem hierbij zal assisteren.
5 Mei (laatste oorlogsdag):
Het Nederlands verzet had gehoord wat deze twee SS-ers van plan waren en wachten ze op in Nieuw- Lekkerland.
Hierbij kwam het tot een worsteling, waarbij de twee SS-ers schoten afvuurden. Echter werden ze door het verzet beide overmeesterd en met messen om het leven gebracht.
Boek: Recht op wraak, Liquidaties in Nederland 1940-1945.

Lees verder

te Selle

Freek was gevlucht uit Hannover en had helemaal lopend door de nachten Nederland bereikt. Winterswijk nog wel……. en nu: Wordt hij geholpen? Bij te Selle in het Woold krijgt hij eerst een goede maaltijd. Dat was bij vluchtelingen gebruikelijk, want allemaal hadden ze honger. Mevrouw te Selle wees hem daarna door naar haar broer Oonk op de Groenloseweg. Nee, niet het adres opschrijven, alleen onthouden. Daar aangekomen? Eerst afchecken wie het is….. o, komt van zijn zus van… goed volk dus. Honger? …………Nee, dank u ik heb net gegeten. Dan gaan wij direct door naar Groenlo, cafe Biertoone. Er waren schema’s. Over Meddo, met alle voorzichigheid. Zoveel mogelijk over paadjes.Oppassend voor Duitsers en de smerige landwachters. Maar het gaat goed.Ongelovelijk….in Meddo springt Freek van de fiets en rent op een dame af. Zijn tante, ondergedoken in Meddo met zijn zoon. Een heel emotioneel gebeuren met heel veel tranen. Hoe heet u, vraagt de dame aan Oonk? Oonk zegt, dat hij dat liever niet verteld. De tante zegt, dat Freek niet verder hoeft maar met haar mee kan, want de boer waar zij verblijft zal hem ook beslist onderdak geven, omdat zijn zoon er ook is.Oonk vind het allemaal veilig en gaat akkoord. Er wordt afscheid genomen. Handen worden geschud…De tante zegt tegen Oonk: ‘Hoe u ook heet, de zegen zal op uw dalen’ Oonk draait zijn fiets en wederom is een opdracht volbracht.

Lees verder

J.ter Horst

Landwachtonderofficier J.ter H.voor Rechtbank

29 SEPTEMBER 1947

Landwachtofficier J.t.H. voor het Bijzonder Hof 
Eis: 8 jaar Rijkswerkinrichting met aftrek voorarrest. 

Geheel ten voeten uit verscheen de figuur J.t. H niet voor de ogen van de leden van het Arnhemse Bijzondere Gerechtshof, waarvoor hij zich vrijdagmiddag had te verantwoorden, want veel van zijn antecedenten liet het hof rusten. 

De openbare aanklager had genoegen genomen met een kleine bloemlezing uit t..H.’s onvaderlands gedrag, maar dat was voldoende om deze figuur in al zijn onfrisheid te tekenen. 
Een groot man is J.t.H. evenwel niet geweest bij NSB en Landwacht, dat bleek ook, ondanks het feit dat hij bij de onsympathieke Landwachtersorganisatie nog wel de rol van “onderschaarleider” speelde. 
Hij was en bleef, zoals zijn verdediger uitdrukte, geen NSB-er ……..
Overigens een gevaarlijk meeloper, want vaak kon men t.H. vinden onder de landwachters, die onder Poelman of onder de ongure Doesburgse Heshusius zich telkenmale opmaakte om schrik en ongeluk te brengen onder de ingezetenenen van Winterswijk en wijde omgeving. 
Huiszoekingen, met name jodenjacht waren de karweitjes, waarvoor t.H.werd uitverkoren door zijn commandanten. Het waren dan ook dit soort zaken, gepaard gaande aan arrestatie, welke de dagvaarding uitmaakten. 

Hoe het bij Rougoor toeging. 
Op 22 aug.1944 verscheen t.H. met 4 andere landwachters op het erf van de landbouwer H.Rougoor te Sinderen. Rougoor zelf vertelde het Hof daarover. 
“Poelman informeerde waar ik de Joden verborgen had: hij noemde die bij naam en toen ik ontkende iets van deze Joden af te weten, sloeg Poelman mij tot ik bewusteloos werd, aldus deze getuige, die op de vraag van de President, mr.Baron de Vos van Steenwijk, of hij zeker weet of H. bij deze onvriendelijke visite is geweest, eerst een onzeker antwoord gaf. 
Maar toen hij t.H. in het verdachtenbankje eens nader bekeek tot de conclusie kwam dat t.H. er bij was. 
“Hij stond voor het varkenshuisje. Ja, nu herinner ik het mij”, zeide Rougoor. 
Maar wat t.H. precies uitvoerde kon getuige zich niet meer herinneren, 

t.H. beweerde dat hij was weggelopen van zijn post bij het huis omdat Poelman en de anderen er zo’n rauwe vertoning van hadden gemaakt bij Rougoor. Overigens had hij niet geweten dat het bij deze huiszoeking om Joden ging: daarvan had Poelman hem niets verteld. De President informeerde bij getuige Rougoor nader of t.H. in het huis was geweest. 
Getuige: “Zover ik weet niet. Ik kreeg de indruk dat t.H. naast de woning op wacht stond.”
President: “Waar zaten de Joden verborgen. Hadden ze een goede plaats?” 
Getuige: “Ja, in het hooi, boven de mestvaalt. Ze hebben de Joden niet gevonden.”
President: “Weet u zeker dat het de landwachters om de Joden te doen was?” 
Getuige: “Ja, ze zeiden: Hier zitten Dina van Gelder en haar 5-jarig dochtertje, die moeten we hebben.” 

Toen getuige een ontkennend antwoord gaf, waren de landwachters erg hardhandig opegtreden. Niet alleen getuige maar ook diens zoon en dochter waren mishandeld of op ergelijke manier gedreigd. 

Daarover gaf t.H., hierna verhoord, nadere bijzonderheden toen hij herhaalde dat hij uit protest tegen de mishandelingen van het huis was weggelopen naar de auto, welke een eindje verder stond. 
“Ik zag dat B. (een collega-landwachter) met het meisje uit Rougoor’s huis kwam” , vertelde t.H,
“Het meisje was geblinddoekt. B. ging hardop tellen en schoot toen in de lucht om het meisje schrik aan te jagen….
Later zag ik Rougoor op een ladder naar buiten dragen, bewusteloos was hij.  Dat vond ik dat te ver ging”., beeindigd t.H. dit deel van zijn verhaal. 

Arrestatie van gijzelaars
Het tweede deel van de dagvaarding betrof de medewerking van t.H. aan de arrestatie van ’t schoolhoofd G.J.Meinen en de manufacturier W.Wolterink, die beide op de Markt woonden. De twee heren zijn met nog 26 anderen in de nacht van 25 op 26 september 1944 van hun bed gelicht, naar de kegelbanen van Hotel “Boer Balink” gebracht en vandaar als gijzelaars naar Aalten getransporteerd.  
Een dag of veertien hebben deze gijzelaars bij Zevenaar graafwerk voor de moffen moeten verrichten, waarna zij huiswaarts konden gaan onder de mededeling dat zij met hun leven borg waren voor het gedrag van de Winterswijkse bevolking. 
Getuige Meinen schtetste de arrestatie in korte trekken voor het Hof.
t.H. is ook in zijn woning geweest, maar gedroeg zich kalm, al was overigens het gedrag van de landwachters onfatsoenlijk. Een hunner liep zelfs  naar de slaapkamer mee. 
Verdachtes raadsman vroeg getuige of deze de indruk had dat t.H. wist waarom getuige mee moest naar “Boer Balink”? 
“Getuige kon dat niet zeggen. Zijn vrouw had aan de landwachters wel wat gevraagd maar verder dan een geruststellend antwoord dat de gearresteerde wel spoedig terug zou komen, was er niet gegeven.”

Verdachte: “Ik wist niet dat het om gijzelaars ging. Had ik dat vooruit geweten, dan had ik mij teruggetrokken, want ik was principieel tegenstander van het arresteren van gijzelaars……
Procureur-Fiscaal: “Maar u wist toch drommels goed dat ’t verrichten van landwachtersdiensten hulp aan de vijand was?”
Verdachte: “Pas later besefte ik dat, vandaar dat ik mij toen direct heb laten afkeuren.”
Ook getuige Wolterink verklaarde dat t.H. zich kalm bij de arrestatie heeft gedragen. 

Ook in Aalten op de Jodenjacht. 
Iets dergelijks vertelde de 58-jarige Aaltense metselaar B.K.Rots, die op 21 augustus 1944 visite van een landwachtersbende heeft gehad. 
Enige landwachters kwamen plotseling door de tuindeuren naar binnen stappen, Het was hun om de drie Joden te doen. 
En Rots verborg: Abr.van Gelder, diens vrouw en de vrouw van S.van Gelder.
Hoewel de Joden goed verborgen zaten onder een kast boven de schuifdeuren, was de schuilplaats ontdekt, omdat een plankje niet goed was gelegd, De Joden zijn meegenomen en nimmer heeft men meer iets van hen gehoord. Ook bij deze arrestatie – t.H. kwam pas nadat de Joden ontdekt waren het huis binnen – had verdachte zich rustig gedragen. 
“Een grote verantwoordelijkheid voor de dood van de drie Joden rust op uw hoofd” vermaande een der raadsheren, 

t.H. voelde dat niet zo aan. Verantwoordelijk voor deze arrestatie was volgens hem zekere D, die gearresteerd was door de landwacht wegens zwarte handel en die zich wilde vrijkopen door Joden te verraden. De commandant had verdachte niets van te voren verteld en hem alleen opgedragen om D. , die mee genomen was naar Rots huis te bewaken, 

Heel oppervlakkig nam de President even ’t dossier t.H. verder door. 
Er staan nog meer assistenties bij arrestaties in zijn staat van dienst bij de NSB, waarvan hij al in 1935 lid werd, de nationaal socialistische opvoeding van zijn twee dochters. 
Bij de landwacht was hij fourier en had de rang van onderschaarleider. Bij de NSB  ging hij omdat zijn zaak slecht rendeerde. Toen hij lid der NSB  was geworden, was het beter gegaan, omdat verscheidene NSB-ers klant waren geworden.

President: “Als ik het dossier zo bekijk, dan blijkt dat u de hele oorlog door aan de zijde van de vijand stond  en overal aan hebt meegedaan”. 

“Ik erken fout te zijn geweest”, besloot verdachte. Uit het kamp kwamen goede rapporten en zelfs is er een advies om t.H al dan niet voorwaardelijk in vrijheid te stellen. 
“Daarvoor voel ik niet veel, want u hebt erge dingen gedaan, al was u niet de ergerlijkste landwachter” vond de President. 
De Procureur-Fiscaal zeide dat t.H. als landwachter ongunstig bekend stond, al dee t.H. niet mee aan de mishandelingen e.d. 
Toch nam hij ook deel aan het terroriseren van medemensen en arrestaties. 
Acht jaar Rijkswerkinrichting met aftrek van het voorarrest was de eis. 
Mr. Schadd uit Arnhem, die t.H. verdedigde vroeg een milder oordeel. Dit was geen “zware” landwachter, zoals de proc.-fiscaal verdachte schetste. Pl. wees er op, dat enige kornuiten van t.H. voor de Tribunalen terecht hebben gestaan -B. b.v.kreeg 4 jaar – en was van mening dat een zekere willekeurigheid kenbaar wordt bij de verdeling van landwachters over Hof en Tribunaal. 
Over twee weken zal het Hof sententie doen. Blz.345

Lees verder

W.van Kooten

Beruchte duo van Kooten-Peters (knipsels, 326)

W.v.K. voor Bijz.Gerechtshof

14 MEI 1948

Handlanger door dik en dun
Eis: 8 jaar gevangenisstraf 

Op 4 Februari 1943 stond de uit Arnhem geboortige W.v.K. , op het evacuatiebureau in het gemeentehuis van Winterswijk de orde te bewaren. Hij was niet zo erg best te spreken. Stalingrad was pas gevallen en voor iemand die met hart en ziel, handlanger van de vijand was geworden, wat dat nu niet bepaald opwekkend nieuws. 
Van K. vond dan ook, dat er alle reden was voor rouw, zoals officieel van Berlijn uit bevolen was. 
De hoofdonderwijzer, de heer J.B.Wilterdink, op bezoek op het evacuatiebureau, rouwde ook. Maar op zijn manier. 
Hij streek zich lachend met de hand langs de kin en sprak tot de overige bezoekers, op meesmuilende toon: ‘We moeten rouwen, he!’
Dit gebrek aan medeleven was te veel voor v.K. 
Hij stelde zich meteen in verbinding met de burgemeester, dr. Bos, en hoewel deze thans ontkende, was het gevolg toch, dat de heer Wilterdink door diens of door toedoen van corpschef Feberwee, werd opgepakt en naar Vught en Dachau overgebracht, waar hij eerst na 28 maanden door de Amerikanen uit de gevangenschap werd bevrijd.

“Een echte brute moffenknecht, dat was je”, zegt de president van het Bijzonder Gerechtshof te Arnhem, tot v.K. 
“Een actieve landverrader, bereid, om alles was de vijand van hem verlangde, te doen”., vulde de procureur-fiscaal dit weinig vleiende oordeel aan. 
En dit oordeel was allerminst op losse schroeven gebaseerd. Eens hoorde hij een jongen het wijsje “die kleine schildersjongen” op zijn mondharmonica spelen. Hij nam het kind terstond zijn speeltuig af. 
“Toen hij mijn oudste zoon, die was ondergedoken, niet kon vinden, arresteerde hij mij en mijn jongste zoon”, vertelde de heer L.Gijsbers, als getuige. 
Deze jongste zoon was 15 jaar. Als gevolg van deze arrestatie heeft het kind 23 weken in het ziekenhuis gelegen en ondervindt het nu nog de gevolgen ener hartvergroting, welke de jongen elke lichamelijke inspanning belet. 
De landbouwer Esselink kon zijn persoonsbewijs niet snel genoeg tonen. Hij werd met een gummiknuppel afgeranseld, en moest drie dagen het bed in. 
En passant bracht v.K. van deze controle-bezoeken in het kader van de arbeidsinzet, spek, worst, ook een fiets mee. 
Soms waren er drinkgelagen met Duitse vrouwen. 

Alles even fraai en verheffend…..
Ik vraag acht jaar, zegt de procureur-fiscaal, met aftrek en ontzetting uit de kiesrechten voor ’t leven. (blz.357)

Lees verder

G. Peters

Landwachter
Gasthuisstraat 7

Beruchte duo van Kooten-Peters (knipsels, 326)

Thans 6 jaar voor P.

21 MEI 1948

Thans 6 jaar voor P. 

Het Tribunaal te Zutphen behandelde woensdagmiddag wederom zaken op welker eerste uitspraak het fiat executie geweigerd werd.
Als eerste stond terecht de Winterswijkse fabrieksarbeider G.P., die indertijd veroordeeld was tot 5 1/2 jaar internering. P. had in de bezettingsjaren belangrijke bijdragen geleverd aan de Duitse bezetters. o.a. had hij vrijwillig in Duitsland gewerkt en als landwachter deel genomen aan huiszoekingen en arrestaties. 
Dat hij hierbij niet altijd zachtzinnig te werk was gegaan bleek o.a. uit het feit, dat hij zijn arrestanten geschopt en geslagen had. 
Tijdens de zitting werd hoofdzakelijk aandacht geschonken aan de kwestie of P. geschoten zou hebben op een aantal onderduikers. P. zelf ontkende dit ten stelligste doch hiertegenover stond o.a. een verklaring van Tilleman Sr., die verklaarde dat P. wel geschoten zou hebben. 
Het Tribunaal achtte het feit bewezen en verlengde de internering met een half jaar, zodat P. thans eerst op 7 mei 1951 in vrijheid gesteld zal worden. (blz.358)

Lees verder

G.de Bruin

Landwachter

De beul van Eibergen

18 MAART 1949

Landwachter de B. uit Winterswijk
De beul van Eibergen 

Eis 16 jaar Rijkswerkinrichting

“De hier voorgedragen bloemlezing uit het omvangrijke dossier geven een voldoende beeld van het sadisme dat deze man bezielde en waardoor waarschijnlijk veel verzetsgeest in de klem werd gesmoord.”
Met deze woorden eiste Jhr.Mr. Serraris, Procureur-Fiscaal bij het Bijzonder Gerechtshof te Arnhem 16 jaar Rijkswerkinrichting en ontzetting uit de beide kiesrechten tegen de 47-jarige G.de. B. uit Winterswijk, die vanaf November 1944 deel heeft uitgemaakt van de beruchte troep in Eibergen gestationneerde landwachter, die onder leiding van “commandant” Poelman de omgeving terroriseerde en plunderend en rovend door het land trokken. 
Van deze allerminderwaardigste bende was verdachte een der ergsten en terecht noemde men hem dan ook de beul van Eibergen, voor wie iedereen bevreese was. In een zitting, waarin 8 getuigen werden gehoord kwamen er schanddaden aan het licht, waarvoor ieder normaal mense zou huiveren als hij ze had meegemaakt. De woorden en opmerkingen van de getuigen, voor het merendeel slachtoffers van verdachte, waren dan ook allerminst zachtaardig en er bleek uit hoe verbitterd ook thans nog de stemming tegen de verdachte is. De 52-jarige W.B.J.L. een van de P.O.D.-ambtenaren die het proces-verbaal heeft opgemaakt, waarvoor hem door de President  lof werd gebracht, heeft in 57 bladzijden getracht weer te geven, wat verdachte alles misdaan heeft. 
Toen is hij er maar mee uitgescheden, omdat het geen doen meer was. “Ik had nog wel een jaar werk gehad”, vertelde hij. 
Verdachte was volgens de getuige “erger dan een beestmens”. en toonde in tegenstelling met nu in het begin geen enkel berouw over zijn schanddaden. 
Integendeel, hij waagde het de opmerking te lanceren “Alles wat ik gedaan heb, kan ik voor God en mijn geweten verantwoorden”. 
Wat dit geweest is, kwamen andere getuigen vertellen. In November 1944 heeft hij met andere landwachters huiszoeking gedaan bij L. te Eibergen. Een der zoons lag ziek te bed, doch deze werd aan de haren uit het bed getrokken en daarna onbarmhartig afgeranseld.  De broer werd tegen de buik getrapt. In beide gevallen ontkende verdachte. Hij had misschien wel geslagen, doch dan hoogstens met de vlakke hand. 
De 40-jarige wachtmeester ter A. kreeg ook al bezoek van verd. en diens kornuiten. De getuige werd gearresteerd, verdacht van illegaal werk en naar Enschede overgebracht. Op het transport werden verschillende malen schoten in de lucht afgegeven. Alles om zich een vuurvretersaanzicht te geven. 
Daarom ook liep de B. steeds met een karabijn en een helm op. Deze getuige verklaarde dat verdachte erger was dan de beruchte Poelman.

Het ergst mishandeld was wel de 28-jarige G.W.S. uit Eibergen, die aanvankelijk was ondergedoken, doch zich later vrijwillig meldde, omdat anders zijn vader kans liep doodgeschoten te worden. 
Getuige werd door de B. in ontvangst genomen en zodanig geranseld dat hij een paar maal bewusteloos werd. Dit gebeurde met knuppels en stokken en werd zonder pauze awfwisselend door verdachte of andere landwachters gedaan.
Getuige vertelde dan nog dat verdachte bovendien een leugenaar is, want hij had verklaard dat S. verraad zou hebben gepleegd. 
Getuige wees dit van de hand, omdat hij door het Tribunaal werd vrijgesproken en hij bovendien zeer zeker niet zo ergerlijk mishandeld zou zijn geweest. 

Getuige H.H.S. zeide dat de Nederlandse taal zich er niet toe leent verdachte op de juiste wijze te qualificeren, Na deze “fraaie”  bloemlezing gaf verdachte in het algemeen wel toe, hetgeen hem ten laste was gelegd.
Hij verklaarde de naam “beul van Eibergen” ten volle verdiend te hebben en toonde berouw over zijn daden. 
Hij zeide voorts gemeend te hebben goed te doen door samen met de Duitsers tegen onrechtmatigheden te strijden en vertelde verder dat hij van de politieke doelstellingen van de N.S.B. niets afwist. 
De President maakte de opmerking “Ik heb bog zelden iemand gezien over wie zoveel slechts te vertellen is.” 
Verdachte vroeg voorts clementie, omdat hij in het Interneringskamp dusdanig mishandeld is, dat hij een ongeneeslijke hartkwaal heeft overgehouden. 
De Procureur-Fiscaal achtte verdachte ten volle schuldig, omdat hij alles op eigen initiatief deed, terrwijl er geen enkel persoonlijk motief aanwezig was. Spr. wilde echter de gevolgen van verdachte’s optreden niet geheel op hem laten drukken en wilde dan ook nog rekening houden met verdachte’s ongesteldheid, waarvan hij echter niet maar zo voetstoots aannam dat zij door mishandelingen is veroorzaakt. 
Zodoende kwam spr. tot een eis van 16 jaar. De verdediger, Mr.Nanninga uit Den Haag, wist ook al niet veel goeds te vertellen. In een knap pleidooi verzocht hij echter toch met allerlei omstandigheden rekening te willen houden. 
Uitspraak op 30 maart a.s.  (Knipsels, blz.362)

01-04-1949
De Bruin krijgt 12 jaar
Het Bijzonder gerechtshof te Arnhem veroordeelde de Winterswijkse veehandelaar G.de Bruin, bijgenaamd “Beul van Eibergen” tot 12 jaar Rijkswerkinrichting. Wegens het als landwachter verrichten van talrijke arrestaties in Oost-Gelderland was tegen hem 16 jaar geeist. (blz.362)

Lees verder