oudwwijk
Digitaal erfgoed

Maire W.Paschen

14 maart 1811 – 07 augustus 1811

Geb.07-11-1767 Enschede
Ovl.23-01-1842 Winterswijk
Vrederechter- Eerste maire van Winterswijk
Partn: Judith Hofkes (geb.10-10-1768 Winterswijk-ovl.09-12-1822 Winterswijk)

Sinds 1789 drost van Bredevoort, bemiddeld koopman te Winterswijk ( ’s mans veelgenoemd herbergierschap, zullen wij moeten opgeven) heeft aan de zijde der patriotsche- franse partij eene rol gespeeld in den aanstonds bedwongen opstand der oranjemannen in den Achterhoek 1799 met name in het proces tegen de Freule van Dorth. De uitvoerige literatuur over dot tragisch geval staat sterk onder den invloed der partijschappen. Men schijnt het volgende te kunnen vaststellen. Hij heeft sinds begin augustus omtrent de voorbereide contra-revolutie ijverig gerapporteerd, 5 september de bevelen van van Heeckeren van Suideras niet opgevolgd en, waar zijn macht te kort schoot , zich lijdelijk verzet. Aan het opsporen der oproerlingen’ heeft hij daarna ijverig deelgenomen. Toen generaal Giraud hem dat opdroeg , heeft hij uit de garnizoenslijst der Burger-detachementen, van Amsterdam en Utrecht tot demping van den opstand gezonden, eene nominatie van vijf personen opgemaakt die als leden van de militaire rechtbank zouden zitting nemen. Zij bestond, mede derhalve door zijn toedoen, uit die juridisch geheel ongeschoolde lieden ( in het burgelijke waren zij resp. koperslager, ‘stinklooyer’, hoedenmaker, baardschraper, venter), die over leven en dood uitspraak zouden doen. Paschen trad als commissaris der regeering bij die rechtbank op, die 21 november over de freule van Dorth het doodvonnis uitsprak. Het was de taak van den commissaris toe te zien, dat het Reglement op het in staat van beleg verklaren (van 28 Aug.1799) behoorlijk werd nagekomen, art. 15 verbood hem zich in de beraadslagingen te mengen, art.16 invloed op de uitspraak te oefenen. Hij heeft zich later, bij de algemeene verontwaardiging over de gebeurtenis (ook het Directoire wraakte “l’execution hasardie de la baronne de Dorth’) op deze artikelen beroepen; toch heeft C.v.d.Aa terecht opgemerkt, dat het hem gemakkelijk zou gevallen zijn de onkundige en partijdige ‘rechters’ te leiden. Ook had hij zijn goedkeuring ( ‘mijn present W.Paschen Gzn.’) aan het vonnis kunnen onthouden. In hoeverre persoonlijke vijandschap tegen de niet gemakkelijke freule hem bewogen hebbe, valt niet meer na te gaan; zeker staat hij schuldig aan hare noodeloos harde gevangenscjap van 1-22 Nov. te Winterswijk. Dat het vonnis van 21 Nov. reeds 22 werd uitgevoerd, eischte art.13 van genoemd draconisch reglement, dat zelfs alle appèl verbood, maar de beruchte uitvoering van het vonnis , het vervoer der 52-jarige, kreupele vrouw naar het jodenkerkhof, die daarna, gefusilleerd maar niet gedood, nog levend in haar doodkist geworpen en eerst daar door een nieuw schot gedood werd – dat alles komt stellig op rekening van Paschens plompe en gewild-slordige maatregelen. Jet gebeurde heeft aan zijne herbenoeming als drost in 1802 blijkbaar geen schade gedaan; hij zelf zegt, dat hij te Winterswijk ‘zeer in agting stond’ en teekent in zijne uitvoerige verdediging zijn optreden tegen generaal Giraud als moedig en zelfstandig. Uit de lijst van ingezetenen, die hij den generaal overgaf, blijkt dat zijn schoonvader Jan Hofkes heette en hij verwant was aan de families Walien en Willink, dus ook met den maire H.Willink Azn, die in 1813 en 1814 de leiding der zaken had. Paschen komt dan niet meer voor.

L.Knappert, Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek


Lees verder

Gilden

Kerspel Winterswijk was oudtijds in zes Gilden verdeeld:

Gilde 1: Het Dorp

Geen Gildemeester, maar wel acht rotmeesters (wijkmeesters)

Gilde 2: Miste en Corle

Eén gildemeester, vier rotmeesters

Gilde 3: Meddo

Eén gildemeester, zeven rotmeesters

Gilde 4: Huppel, Henxel en Ratum

Drie gildemeesters, 4 rotmeesters, drie buurvoogden

Gilde 5: Kotten en Brinkheurne

Eén gildemeester, drie rotmeesters

Gilde 6: Woold en Dorpboer

Vijf rotmeesters.

Lees verder

Voogden

Aan het hoofd der gemeente stond vroeger de voogd, bijgestaan door één of twee ondervoogden.
In de Franse tijd werd zijn titel veranderd in die van maire, later in die van burgemeester.

Namen van voogden welke voor kwamen in Winterswijk zijn:

Bernd Kettel (of Ketel) (1538)
Albertus ter Helle (1545)
Rutger van Graes (1574)
Gisberth van Bocxmeer (1581)
Andres Boesen (1584)
Hendrik van Basten (1591)
Jacob Vockinck (1600)
Gerhard van Brunckhorst (1641)
Frans Moselage (1646)
Gerrit Kalff (1685)
Everwijn Wassenbergh (1679)
Jan Wassenbergh (1712)
Steven Jan van Hengel (1735)
Steven Jan van Hengel Jr. (1744)
Harmen Jan van Hengel (1772)
Steven Jan van Hengel (1782)
H.Willink Azn. (1795)

Maire:
H.Willink Azn. (1795-1815)

Eerste Burgemeester
H.Willink Azn. (1815-1835)

Lees verder

Het Wapen

Het wapen van Winterswijk, vastgesteld in 1816, is gemaakt naar een afbeelding, voorkomende op een vaandel der burgerij van het jaar 1748 (zilveren windhond met gouden halsband op donkerblauw veld).
Voor het blauw werd bij de officieele vaststelling echter sabel genomen.
Bron:B.Stegeman, Het Oude Kerspel, 1927
————————————————————————-


Van sabel, beladen met een springende windhond van zilver, gehalsband van goud.”

Het wapen werd verleend volgens de aanvraag van 30 januari 1815 op 20 juli 1816
Niet beschreven is de vijfbladige kroon
Bron:Heraldry-wiki.com
—————————————————————————-

19 oktober 1954
“In azuur een springende windhond van zilver, gehalsband van goud. Het schild gedekt met een gouden kroon van 5 bladeren.”
Bron:Heraldry-wiki.com
—————————————————————————-

18 januari 1982, Trouw

Oorsprong/verklaring

Het wapen werd verleend volgens de aanvraag van 30 januari 1815.
De kroon werd mede aangevraagd en ook in het register opgenomen, maar niet beschreven.
De oorspronkelijke kleur lijkt echter azuur te zijn, zoals te zien is op een vaandel uit 1748.
De achtergrond van het wapen is niet bekend.
Bron: Heraldry-wiki.com


Lees verder

Gemeente werken

Plm.1953
Gemeentewerken Spoorstraat.
Bovenste rij v.l.n.r.: 1, Bernard Oonk, B.H.Wassink ( vuilniswagenchauffeur), Henk Klooster, Sinus Wiggers, Johan Klanderman, Jan Aalbers, 8,9,10.
Derde rij v.l.n.r.: Jan Bentsink, 2, Draayers, Hendrik te Broeke, 5,Scholten, Rauwerdink, Aalbers, ?,?, Schuurman, B.Pampiermolen, M.ten Pas, Leemkuil (strandbad).
Tweede rij v.l.n.r.: Henk Kolstee, 2,3, Versluis, 5,6,7,8,9,Dreeyers, Colstee, Nijman, Jan Ribbink,14,15,16.
Zittend v.l.n.r.: Hendrik Sikkink, 2,3,4,Spaen, 6, T.W.Roding, Hoops (directeur), 9, Hoogeveen, 11, H.Mantel, Sonderen, 14

Gemeente-Reiniging 1926 

Winterswijkse Vuilniswagen 1926

De vuilniswagen is, zooals uit de foto blijkt ingericht voor het doen trekken er van door een paard en is gefabriceerd in een fabriek voor gemeente-reinigingsmaterieel, en wel zoodanig, dat door de tandrad-mechanisme, zittende tusschen den bok en den wagenbak, deze bak naar achteren kan kantelen op de manier van een Achterhoekse “stortkaore”.



Het vuilnis wordt in een groot gedeelte van de kom tweemaal per week opgehaald en in het andere gedeelte eenmaal, en wel door den persoon, die bij de aanbesteding, welke jaarlijks plaats vindt, het laagst heeft ingeschreven.
Voor dit jaar is de aannemingssom f 1585,–
Hiervoor moet de aannemer met een paard 4 ½ dag per week vuilnis ophalen en 1 dag per week de compost van de kleine opslagplaatsen aan de Vredensche straat en achter de Misterstraat naar de Huininkmaat rijden.
De gemeente stelt dan een gemeente-arbeider voor de hulp bij het ophalen van het vuilnis te zijner beschikking.
Wanneer de vuilniswagen vol is, wordt de inhoud vervoert naar een terrein, even buiten de kom van het dorp, n.l.de Huininkmaat en daar gestort.

Gemeentewerken Waliënsestraat

De gemeentewerken aan het werk op de Waliënsestraat ca.1931. v.l.n.r. Albert Dekker, Droppers [Geurswerk-2e Beuzenes], Aarnink, Chris Veldboom en Johan Heyink.

Foto: B.Scholten

Gemeentewerken.
De eerste vrachtwagen
Gemeentewerken
Achter pand Manschot, nu Torenstraat
Meddosestraat
Te Siepe machinist Kolstee, Droppers, Albe
Foto: B.Scholten
Lees verder

Gemeentehuis Wheme

1818-1881

Aanbesteding gemeentehuis school

PUBLIEKE AANBESTEDING
DONDERDAG 8 MEI 1817,Arnhemsche Courant

Ingevolge autorisatie van de Heeren Gedeputeerde Staten der Provincie Gelderland, en onder nadere approbatie van Hun Edel Groot Achtbare, zal de Burgemeester van Winterswijk en Commissie uit den Gemeente-Raad, op Woensdag den 14den Mei 1817, des namiddags ten twee uren, ten huize van den Kastelein J.H.SCHUURMAN te Winterswijk, aan den minstaannemenden aanbesteden:

Het bouwen van een 
RAADHUIS, SCHOOL en ONDERWIJZERS-WONING, 
met de leverantie der daartoe benoodigde materialen, except de Kalk en Steenen.
Zullende de Aanbesteding geschieden bij inschrijving en opbod; en worden opgeveild, eerst in dertien onderscheidende Perceelen, en vervolgens in eene massa.
De Bestekken zullen ter visie leggen bij den Kastelein J.H.SCHUURMAN te Winterswijk, en BERND DONDERS, te Doetinchem; terwijl de teekeningen aan het secretariaat der Gemeente (except Zondags) kunnen gezien worden.

EERSTE STEEN

Den 20 September 1817
is door
Hendrik Willink Abrahams zoon Burgemeester
Jan Ter Pelkwijk vice Burgemeester

Willem Paschen Gerritzoon Gemeenteraad
Jan Hendrik Schuurmans Gemeenteraad
Herman Willem Willink Gemeenteraad

De Eerste Steen gelegd en den opbouw in den jare 1918 voltooyd

Gemeentehuis zou afgebroken moeten zijn 1931.
Akkoord nml.raadsvergadering 19-12-1930.

Lees verder

Gemeentehuis Balinkes

Donderdag 11 mei 1939 geopend
Mevr.Kuipers-Rietbergplein 1
Architect: Ir.A.A.Kok (Dordrecht 23-04-1881- Amsterdam 15-04-1951)

Architect: Ir.A.A.Kok

HET NIEUWE GEMEENTEHUIS

Onze bruidspaartjes zullen het hier straks hoog moeten zoeken, wat wellicht voor hen geen bezwaar zal zijn, maar meer voor hun eventueel
strompelend gevolg, dat een zware klimproef te doorstaan zal krijgen. Eerst aan de Torenstraat de hooge stoep op naar de tweede verdieping, maar dan nogmaals een etage hooger naar de trouwkamer aan het uiterste eind van den westelijken vleugel. Mej. Korteling, binnenhuis-architecte heeft voor dit belangrijke appartement bereids een plan van waardige aankleding ontworpen, waarvoor de burgerij een bedrag van f 2200 bij elkaar heeft gebracht. Een fraaie lichtkroon, een kostbaar Deventer tapijt, passende meubels (waaronder een donkere stoel voor de meestal in het wit verschijnende bruid en een licht gekleurde voor den bruidegom, omdat diens donkere pak daarop beter uitkomen zal) zullen de gewenschte sfeer hier trachten te bereiken.
Ook onze vroedschap komt, hoog gezeten. Figuurlijk was dat toch al het geval; nu zal het in werkelijkheid dito zijn. Immers op de derde verdieping onder de gewelfde kap van het rechtervleugel-dak aan het uiterste eind wordt den heeren een passende home bereid. Er komt daar een niet te hooge gereserveerde tribune, ook voor de pers, en daarboven rustend op circa 4 m hooge pilaren ’n balustrade als publieke tribune. Bezoekers vinden hier toegang aan de zijde van den Beukenhorstweg langs een steenen wenteltrap, die ook voor de andere etages als diensttrap is bedoeld.
De vroede vaderen zullen in de toekomst mogelijk zich met de lift in den toren naar boven kunnen laten hijschen. De schacht is er reeds, maar het geheimzinnige kooitje moet helaas op betere tijden wachten.
Het interieur van den toren is zooveel mogelijk economisch benut voor bergruimte, W.C.’s , buizen, etc., die aldus aesthetisch aan het oog onttrokken zijn.
Of de algeheele structuur ten slotte zal voldoen is ter beantwoording straks aan de praktijk. Voorhands lijkt ons de inrichting buitengewoon practisch en de gezellige sfeer volkomen bereikt. En over het geheel kon onze gemeentesecretaris, de heer Wierenga, op wiens oordeel wij prijs stelden, daarmee instemmen.
“Zeker”- zoo vertelde hij ons –  “wij krijgen in groote lijnen gezien een mooi gemeentehuis, dat ook uitwendig mij zeer voldoet. Al zijn er dan wel enkele leemten, nu reeds aan te wijzen. Zoo lijkt mij de afdeeling Bevolking wel wat aan den kleinen kant, alsmede de afd. Soc.Zaken. En zeer zeker zullen de Raadsvergadering-bezoekers zich er niet op vooruitgegaan vinden, wat de wachtlocaliteit betreft. Die is niet gezellig en ruim genoeg. Maar ja, met het beschikbare geld konden niet alle wenschen vervuld worden”.
Welk systeem hebt U toegepast bij de secretarie-afdeeling? vroegen we nog.
“De afdeelingen worden gescheiden gehouden, al zullen de glazen tusschenschotten gelegenheid bieden ze in haar geheel te overzien. Zoo wordt m.i. het rustigste gewerkt.
De archiefruimte komt in den kelder beneden en belooft een flinke verbetering. De stalen rekken zijn reeds geplaatst en met de geleidelijke overbrenging der stukken wordt dezer dagen een aanvang gemaakt.
Voor de diverse toegangen zal het publiek zich straks goed orienteren moeten.
De ingang op den beganen grond onder het bordes van de groote stoep aan de voorzijde zal dienen voor de afdeelingen Politie, Gemeente-ontvanger en Arbeidsbeurs.
De ingang beneden aan de Beukenhorstweg-zijde voor Werkverschaffing en Maatschappelijk Hulpbetoon.
De groote stoep aan de Torenstraat voor de afd.Secretarie met haar gewone bekende zaken en de glanspunten van de dag. Huwelijksvoltrekkingen.
Zoo zullen we dan welhaast een waardig Winterswijksch bouwkunst-monument, een sieraad in onze oogen, rijker geworden zijn.
Lang gewacht, maar toch gekregen! mogen we zeggen. En als we ons nog even herinneren de bewogen raadszittingen van enkele jaren geleden, waarin op den aankoop van het huis van wijlen notaris Roelvink nog ter elfder ure berouwvol teruggekomen werd, dan mogen we achteraf daar dunkt ons geen spijt van hebben. In een oud gebouw, hoe respectabel dan ook, zou door de beste verbouwing toch kwalijk de doelmatigheid zijn bereikt, welke ons thans worden geboden.
Uit een stuk gegoten, als het ware, hebben we nu dan een Raadhuis, dat zeer vele tientallen jaren mee moge gaan en kan gaan en verscheidene opvolgende geslachten moge dienen. Als is dan de levensduur zijner voorgangers helaas niet bijster bemoedigend gebleken. Het tegenwoordige in de Wooldstraat dateert van 28 Nov.1881, toen het officieel door Burgemeester MacKay geopend werd en als een “sieraad van het dorp” werd geprezen. Het was voordien de particuliere woning van wijlen den heer Paschen geweest, van wiens schoonzoon, den heer Stieltjes, de gemeente het voor f 13750 aangekocht had. Een schuur stond er naast, die later voor Boterwaag werd ingericht. Slechts 57 jaar heeft het gebouw het dus maar uitgehouden, terwijl het meerdere malen ten behoeve van den steeds meer ruimte eischenden dienst inwendig was verbouwd en opgelapt.

Burgemeester MacKay was in zijn nopjes met zijn nieuwe verblijf, want het oude (van 1819)  voldeed ganschelijk niet meer. Het stond, waar nu de parkeerplaats is tegenover de bazar van den heer Ruepert. De secretarie bevond zich op de bovenverdieping, waar tevens de raadszaal was. En onder was de onderwijzerswoning met aansluitend de meisjesschool van mej. Ten Entel en de Ulo jongensschool. Het heele complex is eenige jaren geleden totaal opgeruimd. Maar een goede eeuw geleden was Winterswijk maar wat trots op zijn gemeentehuis van die dagen, omdat in , den ganschen omtrek, nergens zoo’n  “riant en schoon gebouw” te vinden was.
Nu, geen wonder, het was het eerste echte Winterswijksche Gemeentehuis. Voordien had men met een soort opkamer moeten doen, terwijl de raadsvergaderingen in een of andere localiteit van een herberg werden gehouden.
De aanneemsom van ruim f 9000 vermocht in die dagen al evenzeer indruk te maken. Zoo’n karwei was een enormiteit voor de Winterswijkers en het verbazingwekkende feit deed zich bij de aanbesteding voor, dat geen Winterswijksche timmerman het zaakje aandurfde en de Zutfensche architect genoodzaakt was het zelf uit te voeren.

Stel daar tegenover nu dit werk van f 100.000!
Als de geschiedenis zich herhaalt – en dat deed ze tot nog toe – en de Winterswijkers van het jaar 2050 zouden straks even meewarig blijken te oordeelen over ons schamele raadhuisje hier op den Balinkesch, als wij het thans doen over het gemeentehuisje van 1819 bij de Wheme…. lieve lezer, dan zouden we andermaal een eeuw van groei en bloei tegemoet mogen gaan. 
Het ziet er nog niet naar uit, zal menigeen zeggen.
Maar hopen doen we het stellig allemaal.
B.Stegeman

21 januari 1938, Graafschapbode
Maandag 7 Maart 1938
Eerste spade.
Na afloop officiele opening Postkantoor
Eerste steen door Burgemeester Bosma 20 mei 1938
De bouw
20 september 1938
Beeldhouwer J.B.Anraad
Geb:17-10-1906 – Ovl:1976
Jonenstraat 8
13 Januari 1939 Het Vaderland
11 mei 1939
Foto: Hans Tenbergen

Raadhuiscomité.

23-09-1938 Graafschapbode;

Het Comité tot aanbieding van een geschenk (aankleeding trouwkamer) voor het nieuwe Raadhuis door de Burgerij van Winterswijk, deelt ons mede, dat thans ruim 200 inteekenlijsten zijn verzonden aan bekende personen in Dorp, Dorpbuurt en Buurtschappen. Deze inteekenlijsten zullen in de week van 26 Sept.—l Oct. aan de inwoners ter teekening worden aangeboden. Wij hopen dat niemand zal achterblijven om voor dit goede doel een bijdrage af te staan.
De heer Stegeman was bereid dit verzoek op zijn bekende, pittige manier in dialect weer te geven.

Tookenweke „Mesheg” 1) veur onze ni’je raodhoes.


’n Stuksken heb ze mi’j verzoch
Umm’ in de krant te schriev’ne,
’n Vrendiek waord umm’ ’t Wentersch hart
Nog ’n betken an te driev’ne
Veur ’t Commissie-plan.
Ik nam ’t an;
Da’s joo gien wonder.
I-j lèzet ’t hieronder.


Börgers, zwölt oevv ’t harte neeC*
A’j noo daor onzen toorn anzeet:
Verni’jd, verjongd, ’n wonder?
Hoo kruudig steet ’t haenken d’r op,
Hoo schittert zien spitsen kop
De wiezerplaten d’r onder.


Maor straks ons ni’je Raodhoes dan,
Da’k met den dag zeen greujen kan
Al duftig oet de kloeten;
Naost ’t Poskantoor, as nommer dree,
Wordt dat ons pronkstuk nommer twee,
Ten minste zoo van boeten.


Dat leste zeg ‘k d’r extrao bi’j,
Want weet i’j, leu — ’t bedreuvet mi’j –
Van binnen blif ’t nog krukken;
Daor is gien geld; wi’j bunt glad bos;
Waor kriege wi’j nog ’n summeken los
Umm’ ’t ietskes op te smukken?

Den olden pröttel meubelaer,
Vermolmd ’t holt, verslett’ne ’t lèèr,
’t Steet hier as ne tange op ’n varken,
En waor vund onze börgemeister dan
Ne stool, waor hee op zrtten kan,
Ne taofle umm’ an te warken?


’t Wordt sjofel, a’w’ d’r niks an doot,
Neet ’n betken helpet in den nood,
Wi’j, Wenters börgerschare;
Maor wat ’n gelukke — ‘k dacht ’t wal
Den eersten stoot, den is d’r al,
En dan kump ’t veur mekare.


As boer noch börger achterbtif
En tookenwèke ieder gif
Naor rato, wat-e kan missen.,
Dan zö’w’ ons, hop ik, in ’t sukses,
— ’t Is altied zoo in Wenters e-wes
Oetendlek neet vergissen.


Want ken i’j, börgers, al ’t plan?
Mi’j duch, daor he’w’ toch alle wat an:
De Trouwkamer an te kleed’ne,
Netkes, stemmig, zoo ’t hier past,
Waor straks Jonk-Wenters kump te gast
Umm’ harten saam te smeed’ne.

Oew eigen dochter hunkert al,
Dat straks ne Bruugem kommen zal.
Den hier er zal geleiden;
Dan lig eaor ’n kleed van kemelshaor,
Dan staot daor duftige steule klaor,
De mooisten veur èr beiden.


Hoo heerlek,’a’j dan rond oew zeet,
En in ’t geschenk een andeel weet,
Met börgerzin e-gevv’ne.
Too doot dan met en gevv ’t veur ’t plan
Ne Bruugensgift, dan brech ’t wat an
En ’t wordt met eere beschrevv’ne.

B. S.

Mesheg (juister Mestheg) heet het oude gebruik om pas beginnende boeren in de naoberschop een kar mest (later veranderd in een gift in geld) te offreeren.

De zwarte stoel is voor de bruid
De eerste twee Bruidspaartjes Gemeentehuis
Jan Hendrik Schreurs 1916-1950 (33 jaar) en Willemina Hendrika Rauwerdink 1917-
Jan H.Kolstee 1916-1971 (55 jaar) en Johanna H.Hengeveld (1912-1968) (56 jaar)
Beide echtparen kregen een zilveren lepel met daarin gegraveerd den 12en Mei
De trouwlokatie
Foto: Bertie Willemsen

S.P.Q.W.

De Regeering Senatus en het Volk Populus Que W. van Winterswijk Winterswicensis.

Lees verder