oudwwijk
Digitaal erfgoed

Gemeente-secretarissen

J.B.Roelvink (const.1828,1831)

G.A.ter Pelkwijk (1854-1882)

A.J.Temminck (1882 1899)

J.W.G.de Leeuw -1899-1912

Salomon Toebes -1912-1918
Geb: 06-11-1869 Winterswijk
Ovl: 13-09-1918 Muiden

Michiel Wierenga -1918 -1939
Geb:15-06-1888 Leens
Ovl: 02-11-1939 Winterswijk

Dirk Johannes Zwagerman -1939-1967
Geb: 31-11-1901 Edam
Ovl: 14-08-1972 Winterswijk
Ridder in de Orde van Oranje Nassau

R.Besse – 1967-1974
Nijkes -1978

Mijnheer de Redacteur !
Voor dat de benoeming van een secretaris dezer gemeente plaats had, is door den klerk ter secretarie , den heer J. H. Kimmels alhier, de vraag aan den burgemeester gedaan, wat hem er van dacht wanneer bij mede soliciteerde.
Het antwoord luidde :
«ik kan het u niet aanraden, Kimmels, want wij moeten iemand hebben die door en door met het vak op de hoogte is.”
Doch wat gebeurde: eenige dagen later was er raadsvergadering en diezelfde persoon had bovenaan op de voordracht gezet den heer A. J. Temminck, fabrikant alhier, een persoon die nooit op een secretarie was werkzaam geweest en niets van de gemeente-adminisiratie afwist.
Er werd tot een stemming overgegaan, en zoals het hier altijd gaat, benoemde de raad laatst genoemde met bijna algemeene stemmen tot secretaris.
Blijkbaar is hij dan ook iemand door en door op de hoogte van zijn vak, want Zaterdagmorgen omstreeks 11 uur vervoegde zich ten gemeentehuize een persoon die de vraag tot den secretaris richtte:
«wat kost een buiteniandsehe pas?”
De secretaris vroeg dit aan den klerk en na een tien minuten te hebben gewacht, antwoordde eerstgenoemde:
«ik weet het niet.”
En op de vraag: wanneer moet ik terug komen werd door den secretaris ten antwoord gegeven : «aanstaanden Donderdag”.
Dit laatste was zooveel als:
«dan komt de burgemeester tehuis en ben ik uit den brand.”
Ziedaar, mijnheer de Redacteur, den secretaris wanneer het hoofd afwezig is.
Eene andere vraag is, of het publiek daarmede maar genoegen moet nemen en of er geen maatregelen te nemen zijn tegen dergelijke dingen ?
Dit ware wenschelijk, want nu is het publiek voor de ambtenaren, in plaats van het omgekeerde.

Lees verder

Michiel Wierenga

Gemeente-secretaris 1918-1939

Michiel Wierenga
Geb:15-06-1888 te Leens
Ovl: 02-11-1939 Winterswijk
Geziena Elisabeth Roo
Geb:02-04-1889 te Leens
Ovl:17-12-1973 Hilversum

Jacob Pieter Wierenga
Geb:06-10-1915 Winterswijk
Ovl: 27-11-1996 Winterswijk
Echt:
Elisabeth Geertruida Bussemaker
Geb: 23-10-1922
Ovl: 27-11-2003

Anje Trientje Wierenga
Geb:13-05-1920 Winterswijk
Ovl: 15-08-2007 Bilthoven
Echt:
Franciscus Cornelis Matthijs Hegener ovl.08-05-1955
Mr.Henricus Johannes Vulsma (1916-1992)

02 NOVEMBER 1939

SEDERT 1918 GEMEENTE-SECRETARIS.
Na een kortstondige ziekte is hedenmorgen in den leeftijd van 51 jaren overleden de heer M. Wierenga, gemeente-secretaris alhier.

Met groote ontroering werd hier van het overlijden van dezen verdienstelijken medeburger. die ook in het openbare leven een bekende en geziene figuur was, kennis genomen.
De heer Wierenga werd op 15 Juni 1888 te Warfhuizen (Gr.) geboren. Hij aanvaarde zijn eerste betrekking op de gemeentesecretarie te Wehe, gemeente Leens (Gr.).
Vervolgens was hij werkzaam te Warfum.
Op 1 Februari 1910 werd de thans overledene alhier benoemd als ambtenaar ter secretarie.
Toen in 1918 de toenmalige gemeente-secretaris, de heer Toebes, bij het spoorwegongeluk te Weesp om het leven kwam, werd de heer Wierenga tot zijn opvolger benoemd, zoodat hij 21 jaren gemeentesecretaris van Winterswijk is geweest.
In tal van vereenigingen en instellingen heeft de heer Wierenga zich doen kennen als een man met helder inzicht en groote stuwkracht. Betrof het een zaak in het algemeen plaatselijk belang, dan was hij steeds gaarne bereid tot medewerking.
De overledene was oud-lid van de Prov. Staten voor Gelderland, en wel van 1929—1933, als afgevaardigde van de V.D. Voorts was hij vanaf de oprichting voorzitter van de Vereeniging voor ziekenzorg en bevordering van gezondheidsbelangen, alhier; lid van het hoofdbestuur van het Groene Kruis; secretaris-penningmeester van het pas opgerichte consultatiebureau voor geestelijke volksgezondheid in Gelderland; secretaris van de Vereeniging tot verbetering der Volkshuisvesting, alhier; bestuurslid van de Vereeniging Hygiene v. Moeder en Kind; bestuurslid van de Vereeniging
Volksfeest; voorzitter van de Vereeniging „Landarbeider” en voorzitter van de Kegel-club „Wenters”. .
Aan de stuwkracht van den heer Wierenga is het mede te danken, dat Winterswijk een nieuw gemeentehuis kreeg. Als voorzitter van het Raadhuis-Comité, dat namens de burgerij een geschenk aan het gemeentebestuur voor het nieuwe Raadhuis aanbood, heeft hij zich
bijzonder verdienstelijk gemaakt.
Winterswijk heeft door het overlijden van den heer Wierenga een algemeen geacht, zeer verdienstelijken’ burger verloren.

Gemeenteraad 16 november 1939

Winterswijk
Wijlen de heer M. Wierenga herdacht.

De VOORZITTER Burgemeester Kneppelhout opent te half drie de vergadering en wijdt gevoelvolle woorden aan de nagedachtenis van den heer M. Wierenga, inleven gemeente-secretaris.

Mijne Heeren,
Hiermede verzoek ik U van Uw plaatsen op te staan om nog een oogenblik onze gedachten te doen verwijlen bij hem, dien wij het voorrecht hebben gehad zooveel jaren in deze vergadering te mogen zien en dien wij thans moeten missen: den heer Wierenga, die op 2 November na kortstondige ongesteldheid uit ons midden weggeroepen is en wiens leege stoel symbool is van de leegte door zijn verscheiden achtergelaten.

Op de begraafplaats mocht ik reeds een afscheidswoord aan hem wijden, waarin ik zijn hoogstaande karaktertrekken deed uitkomen. Ik moge in deze vergadering het licht doen vallen op zijn arbeid in het belang der gemeente.

Op 1 Februari 1910 trad hij als 2e ambtenaar in dienst der gemeente en op 2 November 1939 komt een eind aan zijn werkzaam leven.
Bijna 30 jaar dus heeft de heer Wierenga zijn beste krachten aan de gemeente gegeven: steeds onvermoeid en met onverflauwbaren ijver, zonder zichzelf te ontzien.
Voor de gemeente was niets hem te veel. Na 3 jaren werd de overledene reeds tot l en ambtenaar benoemd;, tevens waarnemend secretaris en volgde ook zijn benoeming tot ambtenaar van den burgerlijken stand. Nadat in September 1918 de toenmalige gemeente-secretaris, de heer S. Toebes, bij het spoorwegongeluk te Weesp het leven verloren had, werd op 22 October 1918 de heer Wierenga met algemeene stemmen tot zijn opvolger benoemd, wel een bewijs hoezeer hij zich reeds in de inmiddels verstreken 8 jaar de sympathie van de raadsleden verworven had.

Tijdens de oorlogsjaren 1914—1918 had hij zich bijzonder verdienstelijk gemaakt als leider van het Levensmiddelenbedriif. Als zoodanig werd door hem enorm veel werk verzet, waarbij hij de leiding der secretarie behield en grootendeels de daaraan verbonden werkzaamheden zelf uitvoerde bij gebrek aan geschoold personeel.
Ook was de overledene nog van 1911 tot 1918 secretaris van de gascommissie.

Om zijn groote werkkracht nog meer te doen uitkomen wil ik hier ter plaatse ook nog wijzep op de talrijke bestuursfuncties, welke hij in den loop der jaren bekleedde:

Secretaris van Volkshuisvesting;
Voorzitter Algemeen Ziekenhuis en Fonds voor Ziekenhuisverpleging;
Secretaris der Vereeniging „De Landarbeider”;
Lid der Vereeniging Volksfeest;
Lid Winterswijk’s Sportterrein;
Lid Volksbond tegen Drankmisbruik;
Secretaris Stichting Jeugdherberg ’t Kreyl;
Lid van het Prov. Bestuur voor Gelderland van ’t Groene Kruis;
Lid van de Provinciale Staten van Gelderland van 1931—1936;
Voorzitter Gelders Oosten van den Nederl, Bond van Gemeente-Ambtenaren;
Voorzitter Handelsavondschool.

Ook werd hij in 1920 tijdelijk belast met de functie Secretaris der Kamer van Koophandel te Winterswijk, welke functie hij tot den datum van opheffing van de Kamer bekleedde.
Gedurende zijn ambtsvervulling ontwikkelde de gemeente zich in sterke mate: het inwonertal steeg in de jaren van 1910—1939 van 13656 tot 19372 inwoners op 1 November j.l., terwijl in het bijzonder na 1920 veel tot stand kwam, dat in groote mate tot den bloei der gemeente bij droeg.
Ik noem U hiervan:

de electriciteitsvoorziening inde jaren 1920—1923;
de stichting van het waterleidingbedrijf in 1925;
de stichting van het slachthuis in 1926;
de stichting van het destructiebedrijf in 1928—1929;
de stichting van de rioolwaterzuiveringsinstallatie In 1932—1933;

verder de rioleerings en de bestratingswerken, terwijl in dit verband voorts dienen vermeld te worden het tot standkomen van den Dienst voor Sociale Zaken in 1931 en de bouw van de verschillende complexen arbeiderswoningen, alsmede die van de nieuwere schoolgebouwen, welke onze gemeente rijk is.
Op de hem eigen bescheiden wijze heeft de overledene ongetwijfeld aan de voorbereiding van die voorzieningen en stichtingen meegewerkt.
Dit geldt in bijzondere mate voor de in de jaren 1925 tot en met 1930 tot stand gekomen woningcomplexen op den Scholtenenk, aan den Eekelerdijk, aan den Oude Ratumscheweg, aan de B. H.Heldtstraat en op De Vrees, waarbij hij zoowel als gemeente-secretaris als in zijn hoedanigheid van secretaris der vereeniging Volkshuisvesting betrokken was.
Ook de zorg voor een goede uitvoering van de genomen besluiten over alle voornoemde onderwerpen heeft veel arbeid van hem gevorderd.
Dien arbeid heeft hij op degelijke wijze en zonder ophef verricht.
De sinds 1920 waarneembare groei en ontwikkeling der gemeente, (gepaard gaande met een aanhoudende uitbreiding van gemeentelijke bemoeiingen, als gevolg van wettelijke bepalingen, hebben het personeel en het werk ter secretarie in beduidende mate doen toenemen.

De heer Wierenga heeft hieraan het hoofd moeten en weten te bieden. Negen en twintig jaar lang heeft hij in het vorige huis der gemeente de administratie en ’t daarmee belaste personeel zien toenemen.
Hij heeft uitbreidingen van dat gebouw zien tot standkomen. Hij heeft moeten zoeken naar huisvesting van onder hem resorteerende diensten, waarvoor het oude gebouw géén’ ruimte meer bood, maar hij heeft ook zien verwezenlijkt worden zijn hartewensch: een nieuw, schoon en ruim raadhuis.
Toen op 11 Mei de feestelijke inwijding van dit gebouw plaats vond, had wel niemand gedacht, dat dit de laatste, groote aanwinst voor de gemeente zou zijn, waaraan de secretaris meegewerkt had.
Toch is het zoo: nog geen half jaar heeft hij in dit nieuwe gebouw zijn arbeid mogen verrichten; nog geen half jaar heeft hij mogen genieten van zijn nieuwe vrooiijke en zonnige werkkamer, welke zulk een schril contrast vormt met het vertrek dat in ’t vorige gebouw ten leste als secretarie-kamer diende; nog geen half jaar heeft hij mogen genieten van de vrucht van zijn inspanning. Het hier verrezen gebouw is architectonisch het werk van den architect met zijn medewerkers en van ambachtslieden, maar over de inrichting van het inwendige heeft hij, die onze secretaris was, voortdurend zijn gedachten en zijn wakend oog laten gaan.
In den tijd van den bouw en van de aankleeding van het raadhuis was zijn streven geduriglijk gericht op een doelmatige indeeling van het gebouw.
Dat onze administratie hier goed gehuisvest is, dat de besturende organen en de ambtenaren hier op doeltreffende wijze hun arbeid kunnen verrichten, is voor een groot deel ook te danken aan den onvermoeiden arbeid van den heer Wierenga.
Ook dit, gebouw zal er toe bijdragen dat steeds bij ons werk de nagedachtenis van den heer Wierenga in dankbare herinnering zal blijven voortleven.
De rede wordt door de raadsleden, de persvertegenwoordigers en de personen op de publieke tribune staande aangehoord

(De loco-seretaris, de heer D. J.Zwagerman, komt hierna ter vergadering).

Foto: Hans Tenbergen

Gedenksteen voor wijlen den heer M. Wierenga onthuld.

01 april 1940
— Hedenmorgen vond op de algemeene begraafplaats alhier een treffende plechtigheid plaats.
Vrienden en medewerkers van wijlen den gemeentesecretaris, den heer M. Wierenga, hadden op zijn graf een marmeren gedenksteen doen oprichten, waarop stond gegrift:
„Hier rust Michiel Wierenga, in leven gemeentesecretaris van Winterswijk, geboren 15 Juni 18&8, overleden 2 November1939″.
Onder het wapen van Winterswijk was gegrift „Zijn vrienden en medewerkers”.
De heer J. G. Korteling droeg den steen over aan de rond het graf geschaarde weduwe en kinderen.
Spr. gaf uiting aan den drang die na het verscheiden van den heer Wierenga gevoeld werd om ook in zichtbaren vórm uiting te geven aan , dankbaarheid voor, wat hij had gegeven als vriend en voor het vele, dat hij voor de gemeenschap had gedaan.
Bij allen, die bij leven en werken van den overledene waren betrokken, werd voor verwezenlijking van deze gedachte spontane medewerking gevonden en zoo kwam dit gedenkteeken tot stand.
Het is niet alleen een aanduiding van de laatste rustplaats, maar ook een symbool van warme diepgevoelde dankbaarheid, van groote werkzaamheid voor gemeente en ziekenhuis.
Die veel geeft zal veel ontvangen.
Wierenga heeft gewerkt en gesloofd, zelfs zijn gezondheid opgeofferd in dienst der gemeenschap, zoo zeide spr.
Na deze treffende toespraak heeft de zoon van wijlen den heer Wierenga ontroerd door dit nieuw blijk van waardeering voor zijn overleden vader, woorden van dank gesproken.

AANTEKENINGEN:

Straatnaamgeving: 06 maart 1941

Lees verder

Burgemeester Nauta (Waarnemend)

16 november 1973 – 16 december 1974

Berend Nauta
Geb: 13-08-1906 Beetgum gem. Menaldumadeel
Ovl:15-11-1982 Heerenveen
Echtg: 10-10-1932 Groningen
Jantje Antonia Stuiver
Geb:20 (30?)-06-1906 Zwolle
Ovl: 1997

Boekhouder V.P.N.Groningen, later directeur
16-12-1946 Burgemeester Wedde
01-09-1952-1971 Oud-Burgemeester Harlingen (19 jaar)
01 september 1971 pensioen
Wnd: daarna Giethoorn en Wanneperveen

Lees verder

Maire W.Paschen

14 maart 1811 – 07 augustus 1811

Geb.07-11-1767 Enschede
Ovl.23-01-1842 Winterswijk
Vrederechter- Eerste maire van Winterswijk
Partn: Judith Hofkes (geb.10-10-1768 Winterswijk-ovl.09-12-1822 Winterswijk)

Sinds 1789 drost van Bredevoort, bemiddeld koopman te Winterswijk ( ’s mans veelgenoemd herbergierschap, zullen wij moeten opgeven) heeft aan de zijde der patriotsche- franse partij eene rol gespeeld in den aanstonds bedwongen opstand der oranjemannen in den Achterhoek 1799 met name in het proces tegen de Freule van Dorth. De uitvoerige literatuur over dot tragisch geval staat sterk onder den invloed der partijschappen. Men schijnt het volgende te kunnen vaststellen. Hij heeft sinds begin augustus omtrent de voorbereide contra-revolutie ijverig gerapporteerd, 5 september de bevelen van van Heeckeren van Suideras niet opgevolgd en, waar zijn macht te kort schoot , zich lijdelijk verzet. Aan het opsporen der oproerlingen’ heeft hij daarna ijverig deelgenomen. Toen generaal Giraud hem dat opdroeg , heeft hij uit de garnizoenslijst der Burger-detachementen, van Amsterdam en Utrecht tot demping van den opstand gezonden, eene nominatie van vijf personen opgemaakt die als leden van de militaire rechtbank zouden zitting nemen. Zij bestond, mede derhalve door zijn toedoen, uit die juridisch geheel ongeschoolde lieden ( in het burgelijke waren zij resp. koperslager, ‘stinklooyer’, hoedenmaker, baardschraper, venter), die over leven en dood uitspraak zouden doen. Paschen trad als commissaris der regeering bij die rechtbank op, die 21 november over de freule van Dorth het doodvonnis uitsprak. Het was de taak van den commissaris toe te zien, dat het Reglement op het in staat van beleg verklaren (van 28 Aug.1799) behoorlijk werd nagekomen, art. 15 verbood hem zich in de beraadslagingen te mengen, art.16 invloed op de uitspraak te oefenen. Hij heeft zich later, bij de algemeene verontwaardiging over de gebeurtenis (ook het Directoire wraakte “l’execution hasardie de la baronne de Dorth’) op deze artikelen beroepen; toch heeft C.v.d.Aa terecht opgemerkt, dat het hem gemakkelijk zou gevallen zijn de onkundige en partijdige ‘rechters’ te leiden. Ook had hij zijn goedkeuring ( ‘mijn present W.Paschen Gzn.’) aan het vonnis kunnen onthouden. In hoeverre persoonlijke vijandschap tegen de niet gemakkelijke freule hem bewogen hebbe, valt niet meer na te gaan; zeker staat hij schuldig aan hare noodeloos harde gevangenscjap van 1-22 Nov. te Winterswijk. Dat het vonnis van 21 Nov. reeds 22 werd uitgevoerd, eischte art.13 van genoemd draconisch reglement, dat zelfs alle appèl verbood, maar de beruchte uitvoering van het vonnis , het vervoer der 52-jarige, kreupele vrouw naar het jodenkerkhof, die daarna, gefusilleerd maar niet gedood, nog levend in haar doodkist geworpen en eerst daar door een nieuw schot gedood werd – dat alles komt stellig op rekening van Paschens plompe en gewild-slordige maatregelen. Jet gebeurde heeft aan zijne herbenoeming als drost in 1802 blijkbaar geen schade gedaan; hij zelf zegt, dat hij te Winterswijk ‘zeer in agting stond’ en teekent in zijne uitvoerige verdediging zijn optreden tegen generaal Giraud als moedig en zelfstandig. Uit de lijst van ingezetenen, die hij den generaal overgaf, blijkt dat zijn schoonvader Jan Hofkes heette en hij verwant was aan de families Walien en Willink, dus ook met den maire H.Willink Azn, die in 1813 en 1814 de leiding der zaken had. Paschen komt dan niet meer voor.

L.Knappert, Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek


Lees verder

Algemeen Gemeente

1921
1921

AANTEKENINGEN:

Johannis Köhler
Gemeente-ambtenaar (1963-1976) – drijvende kracht achter komst Philips.
Geb:03-10-1911 Rotterdam
Ovl:14-09-1994 Winterswijk
Ridder in de Orde van Oranje-Nassau
Echtg: A.M.Emmelot
Kinderen:2

Lees verder

Gilden

Kerspel Winterswijk was oudtijds in zes Gilden verdeeld:

Gilde 1: Het Dorp

Geen Gildemeester, maar wel acht rotmeesters (wijkmeesters)

Gilde 2: Miste en Corle

Eén gildemeester, vier rotmeesters

Gilde 3: Meddo

Eén gildemeester, zeven rotmeesters

Gilde 4: Huppel, Henxel en Ratum

Drie gildemeesters, 4 rotmeesters, drie buurvoogden

Gilde 5: Kotten en Brinkheurne

Eén gildemeester, drie rotmeesters

Gilde 6: Woold en Dorpboer

Vijf rotmeesters.

Lees verder

Voogden

Aan het hoofd der gemeente stond vroeger de voogd, bijgestaan door één of twee ondervoogden.
In de Franse tijd werd zijn titel veranderd in die van maire, later in die van burgemeester.

Namen van voogden welke voor kwamen in Winterswijk zijn:

Bernd Kettel (of Ketel) (1538)
Albertus ter Helle (1545)
Rutger van Graes (1574)
Gisberth van Bocxmeer (1581)
Andres Boesen (1584)
Hendrik van Basten (1591)
Jacob Vockinck (1600)
Gerhard van Brunckhorst (1641)
Frans Moselage (1646)
Gerrit Kalff (1685)
Everwijn Wassenbergh (1679)
Jan Wassenbergh (1712)
Steven Jan van Hengel (1735)
Steven Jan van Hengel Jr. (1744)
Harmen Jan van Hengel (1772)
Steven Jan van Hengel (1782)
H.Willink Azn. (1795)

Maire:
H.Willink Azn. (1795-1815)

Eerste Burgemeester
H.Willink Azn. (1815-1835)

Lees verder

Het Wapen

Het wapen van Winterswijk, vastgesteld in 1816, is gemaakt naar een afbeelding, voorkomende op een vaandel der burgerij van het jaar 1748 (zilveren windhond met gouden halsband op donkerblauw veld).
Voor het blauw werd bij de officieele vaststelling echter sabel genomen.
Bron:B.Stegeman, Het Oude Kerspel, 1927
————————————————————————-


Van sabel, beladen met een springende windhond van zilver, gehalsband van goud.”

Het wapen werd verleend volgens de aanvraag van 30 januari 1815 op 20 juli 1816
Niet beschreven is de vijfbladige kroon
Bron:Heraldry-wiki.com
—————————————————————————-

19 oktober 1954
“In azuur een springende windhond van zilver, gehalsband van goud. Het schild gedekt met een gouden kroon van 5 bladeren.”
Bron:Heraldry-wiki.com
—————————————————————————-

18 januari 1982, Trouw

Oorsprong/verklaring

Het wapen werd verleend volgens de aanvraag van 30 januari 1815.
De kroon werd mede aangevraagd en ook in het register opgenomen, maar niet beschreven.
De oorspronkelijke kleur lijkt echter azuur te zijn, zoals te zien is op een vaandel uit 1748.
De achtergrond van het wapen is niet bekend.
Bron: Heraldry-wiki.com


Lees verder

Gemeente werken

Plm.1953
Gemeentewerken Spoorstraat.
Bovenste rij v.l.n.r.: 1, Bernard Oonk, B.H.Wassink ( vuilniswagenchauffeur), Henk Klooster, Sinus Wiggers, Johan Klanderman, Jan Aalbers, 8,9,10.
Derde rij v.l.n.r.: Jan Bentsink, 2, Draayers, Hendrik te Broeke, 5,Scholten, Rauwerdink, Aalbers, ?,?, Schuurman, B.Pampiermolen, M.ten Pas, Leemkuil (strandbad).
Tweede rij v.l.n.r.: Henk Kolstee, 2,3, Versluis, 5,6,7,8,9,Dreeyers, Colstee, Nijman, Jan Ribbink,14,15,16.
Zittend v.l.n.r.: Hendrik Sikkink, 2,3,4,Spaen, 6, T.W.Roding, Hoops (directeur), 9, Hoogeveen, 11, H.Mantel, Sonderen, 14

Gemeente-Reiniging 1926 

Winterswijkse Vuilniswagen 1926

De vuilniswagen is, zooals uit de foto blijkt ingericht voor het doen trekken er van door een paard en is gefabriceerd in een fabriek voor gemeente-reinigingsmaterieel, en wel zoodanig, dat door de tandrad-mechanisme, zittende tusschen den bok en den wagenbak, deze bak naar achteren kan kantelen op de manier van een Achterhoekse “stortkaore”.



Het vuilnis wordt in een groot gedeelte van de kom tweemaal per week opgehaald en in het andere gedeelte eenmaal, en wel door den persoon, die bij de aanbesteding, welke jaarlijks plaats vindt, het laagst heeft ingeschreven.
Voor dit jaar is de aannemingssom f 1585,–
Hiervoor moet de aannemer met een paard 4 ½ dag per week vuilnis ophalen en 1 dag per week de compost van de kleine opslagplaatsen aan de Vredensche straat en achter de Misterstraat naar de Huininkmaat rijden.
De gemeente stelt dan een gemeente-arbeider voor de hulp bij het ophalen van het vuilnis te zijner beschikking.
Wanneer de vuilniswagen vol is, wordt de inhoud vervoert naar een terrein, even buiten de kom van het dorp, n.l.de Huininkmaat en daar gestort.

Gemeentewerken Waliënsestraat

De gemeentewerken aan het werk op de Waliënsestraat ca.1931. v.l.n.r. Albert Dekker, Droppers [Geurswerk-2e Beuzenes], Aarnink, Chris Veldboom en Johan Heyink.

Foto: B.Scholten

Gemeentewerken.
De eerste vrachtwagen
Gemeentewerken
Achter pand Manschot, nu Torenstraat
Meddosestraat
Te Siepe machinist Kolstee, Droppers, Albe
Foto: B.Scholten

Gashouders (2) gementewerken Spoorstraat afgebroken 1972

Lees verder