oudwwijk
Digitaal erfgoed

Volksfeest in de krant

De burgemeester van Winterswijk

DINSDAG 6 SEPTEMBER 1832. Arnhemse Courant

brengt door deze ter algemeener kennis, dat de Raad dier Gemeente goedgevonden heeft te bepalen,dat de alnog in den loop van dit jaar aldaar invallende
KERMIS en JAARMARKTEN
uit hoofde der in het Rijk heerschende ziekte niet zullen worden gehouden.
Gedaan te Winterswijk, den 31sten Augustus 1832
De Burgemeester voornoemd,
H.WILLINK,Az.

Vogelschieten

ZATERDAG 20 SEPTEMBER 1873, Winterswijksche weekkrant

PUBLICATIE
De BURGEMEESTER VAN WINTERSWIJK maakt bij dezen aan belanghebbeden bekend, dat het VOGELSCHIETEN bij gelegenheid den KERMIS alhier, zal plaats hebben op WOENSDAG den 24sten SEPTEMBER e.k. in de weide van BOER BALINK, zoodat diegenen welk de wegen langs die weide loopende moeten passeren, tot voorzichtigheid aangespoord worden.
WINTERSWIJK, den 20 SEPT.1873  
De BURGEMEESTER voornoemd. VEEREN

Harmonie

ZATERDAG 20 SEPTEMBER 1873, Weekblad voor Winterswijk en Omstreken
K.I.M.Tiffelen

MUZIEK
HARMONIE
Op woensdag 24SEPTEMBER A.S.
’s Morgens van 10-2 uur. Vrij entrée
’s Namiddags van 4 uur tot zoolang het E.A.Bestuur deze gemeente permitteert
Entrée voor ongehuwden 30 cents – Entrée voor gehuwden 15 cents
’s Avonds 8 uur verlichting in den tuin
G.BEKKERS

Kegelconcours

ZATERDAG 20 SEPTEMBER 1873, Weekblad voor Winterswijk en Omstreken
K.I.M.Tiffelen

SOCIETEIT “DE HARMONIE”
VEREENIGING VRIEDENKRING
Op DONDERDAG 25 SEPTEMBER A.S.
ter gelegenheid van de kermis ’s Namiddags van af 2 uur 
KEGELCONCOURS
waarbij zich de muziek zal laten hooren
’s Avonds 6 uur:
Voordracht van verschillende coupletten.
Na afloop daarvan, ongeveer 8 uur BAL
Entree voor niet-leden f 0,45
HET BESTUUR

Koningsfeest

ZATERDAG 14 MAART 1874, Winterswijksche Weekkrant

KONINGSFEEST
Diegene welk alsnog wenschen deel te nemen aan den OPTOCHT op 12 MEI, om hunne respectieve ambachten te vertegenwoordigen, kunnen zich dagelijks (doch uiterlijk tot 24 Maart e.k.) aanmelden bij
J.G.TEN HOUTEN,Secretaris der feestcommissie

Vogelschieten Boer Balink

ZATERDAG 26 AUGUSTUS 1874, Weekblad voor Winterswijk en Omstreken

De Burgemeester van Winterswijk brengt ter algemeene kennis dat het VOGELSCHIETEN bij gelegenheid der kermis alhier, zal plaats hebben op Woensdag den 30en September a.s. in de weide van Boer Balink, wordende allen die op dien dag gebruik willen maken van de wegen langs die weide loopende, aangemaand voorzigtig te zijn.
Winterswijk, den 20 September 1874                    
De Burgemeester voornoemd MACKAY

Commissie

6 MAART 1887, Nieuws van den Dag

Te Winterswijk heeft zich een commissie gevormd voor een volksfeest op den verjaardag van het Prinsesje.

Schietwedstrijd Misterstraat

DINSDAG 30 AUGUSTUS 1887, Winterswijksche Courant. Uit.G.Hartog

SCHIETWEDSTRIJD
MISTERSTRAAT
Aantreden der deelnemers des morgens 7 1/2 uur op het plein bij de
verlading.
OPTOCHT
van daar naar de schietbaan bij Venemansmolen
p.s.Het publiek wordt gewaarschuwd gedurende het schieten den weg achter den molen niet te betreden.
DE COMMISSIE DER MISTERSTRAAT
Winterswijk,30 Augustus ’87

Vlaggen en Oranje Lint

VRIJDAG 17 AUGUSTUS 1888, Winterswijksche Courant

ONTVANGEN
voor 31 Augustus
EENE GROOTE PARTIJ
VLAGGEN EN ORANJE-LINT
SJERPEN 10 vent per stuk
M.POPPERS
GASTHUISSTRAAT

Verschijnen Courant

DINSDAG 28 AUGUSTUS 1888, Winterswijksche Courant, Uit.G.Hartog
Wegens het op Vrijdag 31 Augustus te houden
VOLKSFEEST
zal het volgend nummer der Courant
ZATERDAG 1 SEPTEMBER
verschijnen
DE UITGEVER

Eere-lid J.G.ten Houten

19 APRIL 1889, Nieuws van den Dag

Aan de Heer J.G.ten Houten, te Winterswijk, eere-lid der Vereeniging “Volksfeest”, aldaar, is door het bestuur dier Vereeniging eene gouden medaille uitgereikt als bewijs van hoogachting en dankbaarheid voor zijn welwillende en belanglooze medewerking bij het tot standkomen dezer zaak.

Groot Volksfeest

19 APRIL 1889, Nieuws van den Dag

VEREENIGING “VOLKSFEEST” te Winterswijk
GROOT VOLKSFEEST, gedurende drie dagen, te houden eind Aug., ter eere van den Verjaardag van H.K.H. de Prinses der Nederlanden. Carousels, Wafelkramen en Schiettenten zullen worden toegelaten en kunnen kosteloos een standplaats op het Feestterrein bekomen, mits  zulks voor 10 Aug. bij den Secretaris der Vereeniging den Heer J.W.POPPINK Azn.of bij den ondergeteekende schriftelijk aanvragende.
S.KAN Jr.

Verpachting Buffet

Dinsdag 30 Juli 1889, Winterswijksche Courant

VOLKSFEEST WINTERSWIJK
VERPACHTING van het BUFFET
op Vrijdag 2 augustus, ’s avonds om 8 1/2 uur precies bij REIRING.
De Voorwaarden van Verpachting en het Feestprogramma liggen ter inzage bij den Secretaris.
NAMENS HET BESTUUR
J.H.POPPINK Az. Secretaris

Vliegerwedstrijd, Mastklimmen

Dinsdag 6 Augustus 1889, Winterswijksche Courant

VOLKSFEEST
VLIEGERWEDSTRIJD, MASTKLIMMEN, KUIPSTEKEN,
ZAKLOOPEN, MUILTJESLOOPEN, BOEGSPRIETLOOPEN
Zij, die op 31 Augustus a.s. wenschen deel te nemen aan een van bovengenoemde spelen, kunnen zich daartoe aanmelden bij de Commissie, zitting houdende op 
DONDERDAG 15 AUGUSTUS a.s.bij den heer G.J.TEN DAMME, ’s avonds van 5 tot 9 ure.
HET BESTUUR

Vogelschieten 1889

Dinsdag 6 Augustus 1889, Winterswijksche Courant

VOLKSFEEST
VOGELSCHIETEN
op VRIJDAG 30 AUGUSTUS a.s.
des namiddags 1 uur, op het FEESTTERREIN bij “DE HARMONIE” waaraan
door een ieder kan worden deelgenomen tegen direct te betalen inlegsom van f 0,60.
Vreemdelingen en jongens beneden 18 jaar worden niet toegelaten.
Liefhebbers moeten zich uiterlijk voor 20 augustus e.k. aanmelden bij den 
kastelein J.Th.BALINK (Klomp), alwaar de lijst vanaf heden ter inteekening ligt.
HET BESTUUR

Paardenoptocht en Wedren

Dinsdag 13 Augustus 1889, Winterswijksche Courant

VOLKSFEEST
Zij, die wenschen deel te nemen aan den PAARDENOPTOCHT en WEDREN op 31 Augustus a.s. kunnen zich daartoe aanmelden op DONDERDAG 15 AUGUSTUS, ’s avonds van 8-10 ure bij 
BALINK -in de klomp-
HET BESTUUR

Aanbesteding

Dinsdag 20 Augustus 1889, Winterswijksche Courant

AANBESTEDING
op DONDERDAG 22 AUGUSTUS ’s avonds
8 1/2 ure, van
31 VLAGGEN
De voorwaarden liggen ter lezing bij REIRING
HET BESTUUR VAN “VOLKSFEEST”

Vlaggen, Wimpels, Sjerpen

Vrijdag 23 Augustus 1889, Winterswijksche Courant

M.S.POPPERS
verkoopt en verhuurt
VLAGGEN,WIMPELS
SJERPEN
en
ORANJESTRIKJES
tot zeer lage prijzen

Vlaggen

Vrijdag 23 Augustus 1889, Winterswijksche Courant

VOLKSFEEST 
VLAGGEN
Te koop of te huur
GEBR.WEILER

Bal Stationskoffiehuis

Vrijdag 23 Augustus 1889, Winterswijksche Courant

BAL
op 30 AUGUSTUS A.S
bij F.W.WEIJENBORG
Stationskoffiehuis
Aanvang ’s avonds 7 uur
Entree 15 cent
Kaartjes zijn van af zondag e.k. verkrijgbaar

Bal Harmonie

Dinsdag 27 Augustus 1889, Winterswijksche Courant

ZATERDAG 31 AUGUSTUS
BAL
in de 
HARMONIE
Entree 15 cent per persoon

Volksfeest Jubileum Wed.Karels


02 SEPTEMBER 1931

Op dit Winterswijksche Volksfeest viert firma Karels uit Kampen haar 35-jarig jubileum, dat ze met haar palingkraam de Volksfeesten te Winterswijk bezoekt.
Jong en oud kent Mej. Karels, die voor iedereen een vriendelijk lachje heeft wanneer de gekochte waar wordt overhandigd en in 35 jaar heeft zij zich een populariteit weten te verwerven.
Jongere menschen kennen het Winterswijksche feest dan ook niet, zonder Mej. Karels palingkraam. 
Ook het Bestuur van Volksfeest weet haar oude cliëntele te waardeeren en zorgde deze er voor, dat Mej. Karels een serenade werd gebracht door de muziekvereenigiing „Excelsior”.
Mej. Karels had van menig bestuurslid en ook van anderen gelukwenschen te ontvangen.
Mej. Karels was zichtbaar aangedaan door zooveel hulde, waarop ze niet had gerekend.

Snip en Snap

31 OKTOBER 1938

Vereeniging Volksfeest.
Maandagavond 31-10-1938 hield het bestuur der Vereenging Volksfeest een vergadering.
Besloten werd, ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van genoemde vereeniging op Zondag 20 November het volledig gezelschap „Snip en Snap” te laten optreden.
Op den jubileumdag Maandag 19 December zal in het Feestgebouw receptie worden gehouden en wel ’s avonds van 7 u. 30 tot 8 u.30, gevolgd door bal (met verrassingen) voor de aandeelhouders.

Lees verder

‘Dan zal ik oew mien’n Goliath laoten zeen’

Plm. 1950 
Een collectant van het Volksfeest komt bij een oud vrouwtje: 

‘No mo’j is effen heur’n, wat mi’j van de weake is ovverkommen”, zegt het oude vrouwtje’

‘D’n greunteboer, Frans Zwijnenberg, kump zoas altied achterumme en vrog mi’j of d’r nog wat neudig is. Ik zegge, nea, vandaage neet, want zoas i ‘j zeet bun’k ant pannekooke bakken’. 

‘Noh, dan geet ’t veur vandaage ovver, maor loop dan effen met mi’j met’, zegt Frans, de greunteboer. 
‘dan zal ik oew mien ’n Goliath laoten zeen’. 

Nog onderstebovven van het voorstel deelt het moedertje de collectant mede. 
‘Ik hebbe mi’j zo kwaod e’maakt, dat ik de pannekookspanne van het veur heb e’trokkene en teggen de greunteboer heb e’zeg: 
‘A’j neet maakt da’j wegkomt, slao ik ow met de panne veur de kop’. 

Het in de ogen van het oude moedertje oneerbare voorstel was echter heel onschuldig. 

Frans Zwijnenberg had nml. zijn paard voor de wagen vervangen voor een motor van het merk Goliath 

Lees verder

Van Kermis naar Volksfeest

Wenterswick is minen naem,
thegens de vianden ben ick bequaem
————————————-
Deze spreuk hing in de entree van het feestgebouw, waarvan de herkomst onbekend is

UIT: 75 jAAR Volksfeest 1888-1963
H.C.Reinders en C.N.M.Commandeur


VAN KERMIS NAAR VOLKSFEEST

DE FEESTVIERING VOOR 1888

De geschiedenis van de Vereeniging “Volksfeest” kan moeilijk begrepen worden, wanneer niet eerst een beschrijving wordt gegeven van de situatie zoals die met betrekking tot feestvieren en kermissen in Winterswijk bestond voor de oprichting van “Volksfeest” in het jaar 1888. De directe voorgeschiedenis is zelfs oorzaak en aanleiding geweest voor deze oprichting. “Volksfeest” is niet te begrijpen zonder kennis van de omstandigheden voor 1888.

De grote historie-kenner van deze streek enin levenere-burger van de gemeente Winterswijk, de heer B.Stegeman, heeft over deze geschiedenis voor de oprichting vele bijzonderheden opgetekend in een artikel, dat gepubliceerd werd in “Sport en Spel”,sportblad van “De Graafschap-Bode” van maandag 5 december 1938. Dit artikel is een leidraad geweest bij hetgeen hierna wordt verteld.

Voordat in Winterswijk en in andere plaatsen van de Achterhoek, waar het voorbeeld van Winterswijk werd nagevolgd, georganiseerde volksfeesten in speciaal daarvoor ingerichte “feestgebouwen” werden gehouden, waren er de jaarlijks terugkerende kermissen, die er misschien al eeuwen lang geweest zijn.Kermis werd er zeker al gehouden voor 1531, toen hertog Karel van Gelder “die” (dat is de burgerij) van Winterswijk haar eerste jaarmarkt gaf, die gehouden moest worden op “oer kermmnis-avont”.

Kermis-avond was de dag voorafgaande aan de kermis, die er toen dus reeds in Winterswijk was, en vermoedelijk al jaren lang.
De kermis viel op de feestdag van Sint-Michael, 29 september, en de dag ervoor, dus 28 september. De jaarmarkt werd later steeds gesteld op de dinsdag voor het feest van Sint-Michael. Dan hield ook het Weversgilde, de grootste vereniging ter plaatse, zijn jaarlijkse potvertering, waar bij het wel eens buitensporig toe kon gaan, zodat de overheid vaak met zware straffen moest dreigen om de jolige, maar helaas ook vaak vechtende gezellen wat in toom te houden.
En dan ging meteen ook de burgerij onder leiding van het Schuttersgilde haar jaarlijkse maskerade houden van het koningsschieten. De griezelige gemaskerde “bielemennekes” met hun grote, ruige berenmutsen op het hoofd, liepen zwaaiend met hun gevreesde bijlen voorop in de stoet van schuttersautoriteiten, en schutters, en hossend publiek er achteraan. De stoet bewoog zich onder geroffel van twee tamboers en de vrolijke tonen van een Duitse (meestal Oedingse) kapel voort door enkele straten naar “De Harmonie”, waar op een nabij gelegen terrein de kamp om het koningsschap  werd gestreden en tenslotte het kermis-koninginneschap de liefdeskroon op het werk van de dag zette. De bielemennekes hielden trouw de wacht en de surveillance op en om het terrein, maar zorgden zelf ook graag voor een vrolijk nummertje door met hun vuile masker op de schaamrode wangen van menig deernken een echte kermis-kus te drukken, en dat natuurlijk onder hilariteit van de omstanders.

De ere-functies in de optocht werden gewoonlijk ieder jaar op een bijeenkomst van het Schuttersgilde in een of andere herberg aan de hoogstbiedenden toegeweze en dat fuifje was meestal reeds een geducht voorproefje van de komende kermispret.

Hoe het op zo’n kermis toeging, vertelt ons de “Winterswijksche Courant” van 3 augustus 1872:



“Die kermis, ’t is waar, gelijkt in niets op hetgeen men gewoonlijk daaronder verstaat. Geen stank van wafel- of broederkramen, geen paardrijders, vlooien, koorddansers of andere acrobaten worden ons van elders toegevoegd. Geen zwakke beenen, zwakke beurzen, zwakke magen en andere zwakheden worden op de proef gesteld.
Op onze teekenachtige kleine marktplaats in de schaduw dier prachtvolle kastanjeboomen heeft de speculatiegeest slechts een tweetal kramen opgeslagen, wier inhoud, meest uit speelgoed bestaande, vast wel ieder eene waarde van vier of vijf gulden vertegenwoordigen.

Daar verdringt zich op dien dag van het feest de voorhoede der kermisgasten, ingezetenen van tusschen vier en veertien jaar, aan beide uiteinden (de haren en de klompen!) meestal wit, en wier wenschen op dit ondermaansche vooralsnog niet verder reiken dan een pop of een trommel.
Wat meer naar voren worden ook koek en andere versnaperingen verkocht en zoete woordjes en grappen en lepels van hout.
Gedrang, gewoel en vreugde heerscht hier in overvloed.
Maar het eigenaardigste tooneel van deze kermis, iets wat nog geheel den plattelands vaderlandschen geest ademt van langvervlogen tijden, wordt ginds langs een der zijden van het marktplein vertoond. Daar is de vrijstermarkt (Jannaokesmarkt). Daar staan een dertig- of veertigtal onzer flinke deernen, de Johanna’s, de Janna’s, de Hanna’s en de Hannekes op een rij in ’t gelid in afwachting, dat een of andere Gradus, Driekes, Hindrikjan of Gartjan op zal komen dagen om er eentje uit te pikken om mee kermis te vieren. De rij wordt dan onder gegichel even verbroken, want ze houden elkander hand aan hand of losjes met de pink even vast, maar onmiddellijk zijn de schakels van de ketting weer gesloten”.

Zo was het dan nog in 1872. Maar de hoofdschotel heeft de verslaggever van vorenvermeld artikel helemaal niet aangesneden. Dat was de herbergpret, die verder de middag en de avond vulde. Overal was het geluid van de meestal kleine orkestjes te horen en nodigde  de feestgangers ten dans in de propvolle kroegen en kroegjes. Het dansen en overmatig drinken leidde tenslotte meestal tot een grote herrie en chaos, tot verhitting van hoofd en zinnen, tot vechtpartijen, waarbij met het mes vaak allerlei vetes uitgevochten moesten worden. Dat was de donkere schaduwzijde van de kermispret in die dagen; veel drankmisbruik, veel vechtpartijen en niet voldoende politietoezicht om alles in goede banen te houden.
Behalve deze wantoestanden zijn er ook andere oorzaken geweest, die het houden van de kermis hebben bemoeilijkt. In 1886 dreigde de gevreesde cholera aziatica naar deze streken af te zakken en de overheid oordeelde het daarom raadzaam in dat jaar geen kermis te houden, niet zozeer omwille van de Winterswijkers zelf, die naar de kermis gingen, als wel om de gevreesde potsenmakers, orgeldraaiers, die naar Winterswijk konden komen en de ziekte van elders konden overbrengen. Allerwege en ook in Winterswijk werden uit voorzorg reeds barakken ingericht. In Winterswijk was dat het reeds lang verdwenen Melatenhuis, dat stond aan de huidige Ravenhorsterweg. Ook in 1867 ging de kermis niet door en in 1871 stak de pokkenziekte een spaak in het kermiswiel.

Waarschijnlijk wilde men door de gedwongen rust van de voorafgaande jaren de schade weer eens flink inhalen, mogelijk was het een speling van het lot, maar in 1872 en in de jaren daarna ging het er weer met fikse moed en onstuimigheid op los. En de gevolgen waren funest. Vooreerst bracht een ongeluk met het vogelschieten grote opschudding teweeg. Door het springen van een geweer (gevolg van het slechte materiaal waarover men dikwijls beschikte) moest een schutter de kermispret met de dood bekopen. En toen kort daarop in 1874 in de vroegere Kuglersteeg tussen de huidige panden van de firma’s Jac.Jansen en Winex in de Misterstraat een onschuldige doofstomme jongen in een vechtende troep geraakte en door een zekere Willemsen bij vergissing met de kolf van een geweer werd doodgeslagen, gaf dit begrijpelijkerwijze het sein en de aanleiding tot bezinning.
In de raadsvergadering van 6 maart 1875 kwam ter tafel een adres van het hoofdbestuur van de Vereeniging tot Beperking der Dronkenschap, dat een gerede aanleiding gaf om de Winterswijkse kermis in het debat te betrekken. Burgemeester Mr.T.P.Baron Mackay kwam namens het college van burgemeester en wethouders met het voorstel de kermis helemaal af te schaffen wegens het grote drankmisbruik en de ernstige excessen, die daarmee meestal gepaard gingen. de stemmingverhouding over voor en tegen was gelijk (6-6), maar in de volgende vergadering werd met 8 tegen 4 stemmen het doodvonnis over de kermis geveld.

BURGEMEESTER T.BARON MACKAY 1874-1883

Reeds in augustus daarna vroeg het raadslid Esselink, of, nu de kermis ter ziele was, geen volksfeest gehouden zou kunnen worden, maar de gemeenteraad was van oordeel, dat een commissie uit de burgerij daar beter voor zou kunnen zorgen. Tot een initiatief in die richting schijnt het nog niet terstond gekomen te zijn, want dat gebeurde eerst in 1888. In de periode 1875 en 1888 werden jaarlijkse feesten niet permanent geregeld en ook niet steeds door dezelfde instantie of groep van personen. Wel werden de verjaardag van de Koning of nationale herdenkingsdagen evenals vroeger naast de kermis afzonderlijk georganiseerd. Afkomstig uit een in 1939 verdeelde boedel, is een in prachtig handschrift geschreven verslag bewaard gebleven over het eerste echte volksfeest, dat reeds in het eerstvolgende jaar na de afschaffing van de kermis, nl, op 25 september 1876, werd georganiseerd door een toen in Winterswijk bestaande “Vereeniging tot Bespreking van Winterswijkse Belangen”. Deze vereniging heeft de ontstane leemte in het plaatselijke volksleven aangevoeld, maar het is niet bekend, hoe in de jaren na 1876 verder gewerkt werd. Voordat over die tussenperiode een en ander verteld wordt, eerst het verslag van het allereerste Winterswijkse volksfeest in 1876.
De loco-sekretaris van genoemde vereniging de heer C.van Kempe Valk, leraar aan de H.B.S. , geeft verslag van deze festiviteiten en noemt allereerst de leden van de commissie, “aanwelke was opgedragen de voorbereiding, regeling en uitvoering van het Volksfeest”overeenkomstig het besluite van 23 augustus 1876, genomen door de “Vereeniging tot bespreking van Winterswijkse Belangen”.

De namen van de leden der commssie zijn: B.R. Aitton (Ned.Hervormd predikant), J. Bessinpkas, W.Bouwmeester (Ned. Hervormd Emeritus-predikant), A. Bruijn (musicus), J. Dericks (leerlooier), W.J. van Goor (LERAAR h.b.s.), B. Grimmelt (winkelier), B.W. Grooters (winkelier), D. Hesselink (candidaat-notaris bij notaris Dericks), J.G. ten Houten, J.G. Hijink, J. Jurling (leraar H.B.S), P. van der Kemp (later inspecteur bij de spoorwegen), S. Lulofs (Doopsgezind predikant), J.Ph. Meerdink (winkelier), W. Pashen (fabrikant), G. Rosen (Ratum), R.H.J. Tenkink (ratum), J.W. Tenkink (op Ros), C. van Kempe Valk (leraar H.B.S.) en A. Willink (fabrikant).


Alleen de heer W.Bouwmeester vond zich verhinderd met mandaat aan te nemen. In de eerste bijeenkomst van de commissie werden de heren S.Lulofs, A. Willink en D. Hesselink respectievelijk tot voorzitter, sekretaris en penningmeester verkozen. De heer Lulofs is kort na dze benoeming uit Winterswijk vertrokken wegens familieomstandigheden.

Reeds terstond deed zich aan de commissie een moeilijkheid voor bij het bepalen van de dag, waarop het feest gevierd zou worden. De bedoeling was het feest-in-nieuwe-stijl te houden op dezelfde dag als waarop in voorgaande jaren de älgemeen afgekeurde kermis” werd gevierd. Dit plan ondervond bezwaar bij het hoofd der gemeente burgemeester Mackay, die elke herinnering aan de vroegere kermis wilde wegvagen. Er werd een compromis gevonden door het feest te houden enkele dagen voor of na de jaarlijkse kermisdagen. Dat werd tenslotte maandag 25 september 1876. De heer W.Paschen nam tengevolge van dit “conflict” met de toenmalige burgervader zijn ontslag als lid van de feestcommissie.

Was de commissie het eens geworden over de datum van het feest, een nieuwe moeilijkheid deed zich voor bij de vraag, waar het feest moest plaats vinden, met name de feestelijkheden binnen. Ook voor het geval dat de weersomstandigheden minder goed zouden zijn, was een overdekte gelegenheid van bijzonder belang.

Aangezien er geen passend lokaal te vinden was, groot genoeg om al de te verwachten gasten te herbergen, kwam men overeen een ruim houten gebouw voor deze gelegenheid te doen opslaan. Het huren van een dergelijk gebouw of eventueel een tent bleek, na ingewonnen informaties en na persoonlijke bezoeken der commissieleden in plaatsen over de grens, meer geld te kosten dan zelf iets te laten vervaardigen. Besloten werd dan ook dit werk in Winterswijk te laten verrichten. Het werk werd opgedragen aan de meester-timmerman Toebes voor de som van f 325,-. De Balinkweide werd daarbij tot feestterrein bestemd. De Balinkweide is hetzelfde terrein, waarop nog steeds de volksfeesten en de kermis worden gehouden. Waar in vroeger jaren de kermis altijd precies werd gehouden, staat niet geheel zeker vast. Wel is gebleken, dat in de jaren van ongeveer 1870 tot 1888 de kermis en later de volksfeesten ook werden gehouden bij “De Harmonie”aan de Groenloseweg en op het terrein tussen deze weg en het terrein waarop thans de Rijks Middelbare Landbouwschool (Landbouwwinterschool) staat.

Het programma voor de feestelijkheden was aanvankelijk tamelijk ruim opgesteld. Men had dit gedaan om enige speling te hebben in verband met de weersonstandigheden en bovendien met het oog op de te verkrijgen gelden. Inkrimping of verandering van het programma was dan altijd mogelijk. Evenals tegenwoordig werd daarvoor een collecte gehouden. Het verslag van 1876 is omtrent de vrijgevigheid van de burgerij al even enthousiast en tevreden als het jaarverslag van “Volksfeest”over 1963 dat zal kunnen zijn. Er staat geschreven: “En hier wenscht de commissie hare hulde en haren dank te brengen aan de zeer velen, die haar door hunne ruime inschrijvingen hebben instaatgesteld hare taak te volvoeren. Mag zij in het algemeen roemen op de medewerking, die zij, behoudens zeer enkele uitzonderingen, van de zijde des publieks heeft mogen ondervinden, bovenal geldt dit ten opzichte der financiele hulp”.
Subsidie van de gemeente werd niet gevraagd. De collecte bracht de belangrijke som van f 543,43 1/2 op. De verslaggever vervolgt: “Een feit mag de commissie niet onopgemerkt laten, dat ten bewijze strekt tot welk een hoogte het geheele plan voor het volksfeest popualir was: van alle kanten kwamen bij de commissie verzoeken in van lieden uit den minderen, zelfs uit den allergeringsten stand, om ook een kleinigheid te mogen bijdragen, teneinde de uitvoering te helpen verzekeren. Aan dit blijk van waardering mag de Commissie hare hulde niet onthouden”. Naar de mening der schrijvers valt hieruit af te leiden, dat de collecte geen huis-aan-huis-collecte is geweest zoals dat tegenwoordig wel het geval is.

Uit vorenstaande en uit andere gegevens blijkt duidelijk, dat dit feest reeds vanaf 1876 in de ware zin van het woord een volksfeest geweest is, waaraan door de gehele bevolking werd deelgenomen. Een andere parallel met tegenwoordig wordt gevonden in de organisatie van het feest. De Commissie benoemde uit haar midden verschillende subcommissies, die elk een bepaald gedeelte van het feest onder handen moesten nemen. Het arrangeren van kermisattrakties bleek moeilijker te zijn dan in onze tijd.

Een oorzaak hiervan was o.a. dat in meerdere omliggende plaatsen tegelijkertijd kermisssen werden gehouden. Het werd zelfs zo moeilijk, dat bij het feest draaimolens hebben ontbroken (ook hier een parallel met 1963!); voor de kinderen van 1876 moet dit een ware teleurstelling geweest zijn. de kroniekschrijver voegt hier aan toe; “Een eigenaar van zulk eene inrichting, dien het de Commissie nog wel gelukt was voor vast te engageren, is eenvoudig weggebleven!”
In beginsel werd bepaald, dat ter verdere tegemoetkoming in de kosten voor de toegang tot het feestgebouw een kleine vergoeding gevraagd zou worden, en wel 12 cent per persoon voor ingezetenen en 60 cent voor vreemdelingen. Degenen die op de lijst getekend hadden, verkregen vrije toegang.

De harddraverij mocht geen bijval ondervinden. Hoewel het plan daartoe lang tevoren openbare bekendheid had verkregen en nog bovendien in de “Winterswijksche Courant” een oproep geplaatst werd, meldde zich slechts een deelnemer aan. Toen dit onderdeel van het programma geschrapt werd, kon aan de volksspelen en enkele andere onderdelen een uitbreiding gegeven worden, en ook opnieuw aan vuurwerk, luchtballons en dergelijke worden gedacht.

Na alle voorbereidingen was het dan eindelijk zover gekomen en brak de dag van het eerste Winterswijkse volksfeest aan. Hoe slecht het weer op die 25e september 1876 was, blijkt uit de woorden van de logo-sekretaris der feestcommissie; “eene weersgesteldheid, zooals de zwartgalligste pessimist zich die zeker niet had voorgesteld. Het geheele natte najaar van 1876 heeft misschien geen droeviger dag opgeleverd dan juist dezen!’.
Het gevolg was, dat van de volksspelen buiten niet veel terecht kwam en het vuurwerk 
’s avonds niet ontstoken kon worden. Ook bleven de luchtballonnen beneden, maar de poppenkast “lokte toch honderden aan en kon uitstekend amuseeren, – en de jeugd keerde niet met leege handen naar huis.’
Om ongeveer 11 uur ’s morgens werd het feest in het “feestgebouw” geopend, waar een der commissieleden een speech hield en zijn toehoorders na een uiteenzetting van het doel en de totstandkoming van de feestelijkheden uitnodigde tot ’welwillendheid en orde”. 
van 11 uur tot 1 uur volgde een matinee musicale, dat verzorgd werd door het toendertijd zeer bekende muziekgezelschap “Euphonia”onder leiding van de bekende organist M.H.van ’t Kruijs. Om 5 uur ’s middags begonnen de toneeluitvoeringen door het gezelschap  “De Reederijkersvereeniging Jacob van Lennep.”. Opgevoerd werden; “Een bankbiljet van duizend gulden”van A. Ruysch en het blijspel “Een huis te huur”van een onbekende schrijver. Reeds een uur voor het begin was de lokaliteit al “eivol”.
Hoewel het voor de “Tooneelisten” moeilijk was zich in de zaal met honderden aanwezigen verstaanbaar te maken, blijkt de uitvoering toch met grote aandacht en genoegen gevolgd te zijn “ten einde toe”.

Wanneer men het verslag van deze dag verder volgt, leest men; “wat echter het meest behaagde en aan het Feest de kroon opzette, was het bal dat den dag besloot en te ongeveer 10 ure eenen aanvang nam. Daar heerschte gulle vroolijkheid bij de beste harmonie; en het kosste den Commissarissen van orde niet de minste moeite, schoon wellicht een honderdtal paren deelnamen aan den dans, de stipste orde te handhaven en iedereen genoegen te geven. Het buffet was afgestaan aan Boer Balink, den eigenaar van het feestterrein. het denkbeeld om geen sterken dranke te verkoopen was duidelijk gebleken voor uitvoering niet vatbaar te wezen. Toch heeft geen dronkenschap het feest een oogenblik ontsierd, noch is de minste onvoegzaamheid in woord of handeling waargenomen. Die houding van het publiek verdient opmerking en onbekrompen waardeering. Het is de Commissie hoogst aangenaam daaraan in het openbaar hulde te mogen toebrengen. In dit opzicht mag derhalve dit eerste Volksfeest volkomen geslaagd heeten.”

Zeer veel was de commissie verplicht aan enige beambten “ter Directie van de Nederl.-Westfaalsche Spoorwegmaatschappij” alhier, die aangeboden hadden voor eigen rekening een fakkeloptocht te houden op de avond voorafgaande aan het feest. “Het Hoofd der gemeente meende echter de daartoe vereischte goedkeuring wegens den Zondag niet te mogen geven.” Tengevolge daarvan werd besloten de fakkeloptocht te houden op de avond van het feest zelf. Maar door het slechte weer moest dit evenement worden uitgesteld. In overleg met de feestcommissie besloot men de fakkeloptocht op de avond na het feest te houden en dan tevens het vuurwerk alsnog te ontsteken. De optocht ondervond bij het publiek grote waardering. Het vuurwerk viel echter enigszins in duigen, toen na de optocht de regen opnieuw bij stromen neerviel. De loco-sekretaris van de feestcommissie, de heer C. van Kempe Valk, besluit zijn historisch verslag aan het bestuur van de “Vereeniging tot Bespreking van Winterswijksche Belangen’met de volgende woorden””En hiermede, Mijne Heeren ,legt de Commissie haar mandaat weder in Uwe handen neder, en zegt u dank voor het in haar gestelde vertrouwen.”

Dit eerste georganiseerde volksfeest van 1876 is behalve een groot succes ook een eerste welgeslaagde poging in de nieuwe richting geweest en een reusachtige verbetering bij de vroegere toestanden vergeleken. Uit het verslag van 1876, dat begrijpelijkerwijze hier en daar wel wat “gekleurd” geweest zal zijn, blijkt evenwel dat in ieder geval overdag werd deelgenomen aan de feestelijkheden door vrijwel de gehele bevolking. Na dit eerste volksfeest werden op geregelde of ongeregelde tijden dergelijke feesten herhaald, maar er zat geen eenheid en regelmaat in deze feestvieringen. Vast staat wel, dat behalve de commissie uit de ’Vereeniging tot bespreking van Winterswijksche Belangen” ook een groep of commssie, waarvan de heer F. van Deun voorzitter was, voor de overbrugging van kermis naar volksfeest zorg heeft gedragen.

VAN BUURTFEESTEN NAAR DORPSFEEST

OPRICHTING IN 1888

BOUW EN OPENING FEESTGEBOUW IN 1898-1899

Het klimaat in Winterswijk bleek in 1888 geheel en al gunstig om pogingen in het werk te stellen te komen tot een vaste commissie of een vereniging, die zich voortaan zou gaan belasten met het organiseren van een jaarlijks algemeen volksfeest. Uit verschillende oude gegevens blijkt duidelijk dat er alom behoefte was aan een dergelijke feestviering.

In het eerste jaarverslag van de Vereeniging ’ Volksfeest” uit het jaar 1899 (merkwaardigerwijze werden voor 1899 geen jaarverslagen opgemaakt), staan interessant bijzonderheden vermeld over de feestviering in de overgangsjaren van 1877 tot 1888. De bewoners van Winterswijk wensten tenminste een dag van het jaar samen te kunnen feestvieren. Een geschikte gelegenheid daartoe was de verjaardag van de in die dagen nog jonge laatste telg uit het geliefde vorstenhuis, prinses Wilhelmina, die geboren werd in 1880.
De bewoners van de Misterstraat gaven hieraan de eerste stoot en weldra volgden die der andere straten. Toch kon men in 1887 nog niet spreken van een volksfeest, een feest, waarbij allen gezamelijk feest vierden.

Elke straat vierde feest op eigen gelegenheid. De bewoners van de Misterstraat gingen vogelschieten bij Venemans, de Meddosestraat hield een optocht, waarin verschillende bedrijven werden uitgebeeld, en de bewoners van de Wooldstraat lieten voor het hotel ” De Klomp” een waranda maken, waar muziek gespeeld werd, of zij hielden, vergezeld van muziek, een optocht met lange Goudse pijpen.

De eenheid in de feestviering onbrak en opnieuw was het de Misterstraat, die het initiatief nam om de gewenste eenheid tot stand te brengen. Zij toch liet in de “Winterswijksche Courant” een advertentie plaatsen, waarbij alle belangstellenden werden opgeroepen  op 28 juli 1888 in het cafe van de heer Weijenborg samen te komen en te spreken over de viering van de verjaardag van de prinses. Ter illustratie zij vermeld, dat cafe Weijenborg zich bevond tegenover het station. De huidige inwoners van Winterswijk kennen thans dit cafe als hotel “Spoorzicht”, dat onlangs zijn exploitatie na een brand zag gestaakt en door de gemeente werd aangekocht.
Omstreeks 1888 is wijlen de heer Weijenborg ook een tijd lang beheerder van Societeit ” De Eendracht” geweest, zodat het niet onmogelijk is, dat de vorengenoemde vergadering in ” De Eendracht” is gehouden.

Groot was de belangstelling. Uit alle straten waren mannen gekomen naar cafe Weijenborg, waar de heer F.van Deun, die destijds aan de spoorwegen was verbonden, het voorzitterschap op zich nam. Een voorlopig bestuur werd gekozen met de heren 
F.van Deun als voorzitter, 
A. van Diggelen als sekretaris en 
E.F. ten Houten als penningmeester.
De belangrijkste vraag was natuurlijk: ” Waar moet er feest gevierd worden? “
Daarvoor moest een geschikte gelegenheid zijn en er werd zelfs al gesproken over een eigen gebouw, maar daarvoor was de tijd te kort. Een houten “tent” werd voorf 108,- van Langela uit Ramsdorf gehuurd, die echter met dekkleden van spoorwagons vergroot moest worden. Een weide bij ” De Harmonie” werd welwillend door de heer Grooters afgestaan en de vraag, waar het feest gevierd moest worden, was geen vraag meer.
Het buffet werd voor f 156,- verpacht aan Reiring. Zo wachtte men in spanning op 31 augustus 1888. Er werd blijkens het jaarverslag prettig feest gevierd met klokgelui bij het aanbreken van de dag, optochten, vogelschieten en volksspelen. 
Bij het bal bleek de tent veel en veel te klein. Er moest dus een eigen nieuwe tent komen, zo was de algemene opinie. Gedachtig aan het spreekwoord: “Men moet het ijzer smeden als het heet is”,  was de feestcommissie het er terstond over eens, gelden voor een nieuw eigen gebouw bijeen te brengen. Een prijsvraag werd uitgeschreven en het plan van de heer J.B. Sellink werd het beste bevonden.

Intussen werd op 19 december 1888 de Vereeniging “Volksfeest” geconstitueerd.
Voor deze dag werd een vergadering samengeroepen, welke op verzoek van de heer F. van Deun door de heer J.G.ten Houten Sr gepresideerd werd en waarin tot de oprichting van de Vereeniging ” Volksfeest” besloten werd.

Tot bestuursleden werden benoemd:

F. VAN DEUN
Voorzitter

A. VAN DIGGELEN
Sekretaris

E.F. VAN HOUTEN
Penningmeester

P. Beukenhorst, J.W.Hesselink JWzn, C. Kappers Jr., J.B. Kimmels, N. Willink, J.W. Meijerink Gzn, E.H. Essink, G.H. Beumers, J.W. Meijerink JHzn, I.H. Heemink, L.J. Pico, S. Kan, W.J.F. Burgers, C. ter Haar, B. ter Hart, D. Uwland, B. Weiler, G. te Hennepe, J. Uwland, H. Lichtenberg, J.B. Sellink, J.W. Poppink en J.B. Ribbink.

Op voorstel van de heer W. Paschen werd de heer J.G.ten Houten Sr, die deze eerste vergadering geleid en de opgemaakte statuten verdedigd had, tot erelid van de vereniging benoemd.

J.G.ten Houten

De heer ten Houten schonk een horloge als prijs voor het vogelschieten. Dit heeft geleid tot de latere instelling (na een schenking in 1922) van het J.G.ten Houtenfonds, waaruit telkenjare een horloge als prijs voor het vogelschieten beschikbaar wordt gesteld, en wel een zilveren horloge, en elk vijfde jaar een gouden.

Op vastgestelde statuten werd bij besluit van 26 januari 1889 door Z.M.Koning Willem III koninklijke goedkeuring verleend.
Met betrekking tot de statuten nog enkele opmerkingen, die weliswaar chronologisch gezien niet alle in dit hoofdstuk thuis horen, maar toch omwille van een zekere eenheid hier worden vermeld.
De allereerste statuten in artikel 1 van het bestaan en gevestigd zijn der Vereeniging “Volksfeest” te Winterswijk, “eenen aanvang nemende den 1 januari 1800 negen en tachtig.”
Op een later in druk uitgegeven exemplaar staat eveneens de datum van oprichting 1 januari 1889 vermeld.

Ook bij het opnieuw aangaan der vereniging op 1 januari 1918 en op 1 januari 1947 blijft deze datum gehandhaafd, hetgeen op zichzelf een logische zaak is. Het bijzondere evenwel is, dat altijd de jubilea zijn gesteld niet op 1 januari maar op 19 december, de datum van de constituerende vergadering van 1888. Op het programma van de volksfeesten op 30 en 31 augustus en 1 september 1945 staat zelfs als datum van oprichting “18 december 1888”.

Een wijziging der statuten in later jaren verkreeg op 1 augustus 1898 Harer Majesteits goedkeuring en bij het opnieuw aangaan der vereniging per 1 januari 1918 verkregen de in de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders op donderdag 18 augustus 1921 vastgestelde statuten, koninklijke goedkeuring op 6 oktober 1921.
Bij Koninklijk Besluit van 31 december 1946, no.86, werd de vereniging opnieuw aangegaan per 1 januari 1947 en op de enigszins gewijzigde statuten koninklijke goedkeuring verkregen. Een nieuw huishoudelijk reglement werd in de buitengewone vergadering van aandeelhouders op donderdag 8 decemeber 1921 vastgesteld. Het doel van de vereniging staat in de eerste statuten omschreven als volgt:
“Hoofdzakelijk het vieren van den Koninginnedag (31 augustus) en verdere feesten door de algemeene vergadering te beslissen.”
Later wordt dit doel in 1921 verruimd tot
“het vieren van de verjaardagen van de leden van het Koninklijk Huis.”
Over het organiseren van verdere feesten wordt dan in de statuten niet meer gesproken.

Gewone leden van de vereniging zijn zij, die rechtmatige houders zijn van een of meer aandelen in het kapitaal der vereniging. Behalve bestuurspenningen en onderscheidingstekens uitgegeven bij bepaalde gelegenheden, is het onderscheidingsteken van de leden der vereniging een penning in zilver, waarop staat:
“Vereeniging Volksfeest”
en het wapen van de gemeente Winterswijk.
De mannelijke leden verkrijgen naast hun eigen insigne tevens een zilveren damespenning, die genummerd is en een andere vorm heeft dan de aandeelhouders-speld. Deze damespenning werd ingevoerd in 1920.Het ontwerp was van de hand van de heer J.L.G.de Koster, destijds hoofd van de dienst van gemeentewerken. In het allereerste begin waren ook de zilveren penningen van de heren genummerd. Voordat de zilveren emblemen werden ingevoerd, bestond in de eerste jaren na de oprichting van de vereniging het aandeelhoudersinsigne uit een dikpapieren schildje, dat hing aan een strikje met speld. De ene zijde van het schildje droeg op een rood-wit-blauwe ondergrond de woorden
“Volksfeest Winterswijk 1898”
(1898 is het jaar waarin aandelen werden uitgegeven), terwijl op de andere zijde eveneens op een rood-wit-blauwe ondergrond het wapen van de gemeente Winterswijk in kleuren stond afgebeeld.
Het bestuur van de vereniging bestaat uit een aantal leden, gekozen uit en door de aandeelhouders op de jaarlijkse algemene vergadering. Het bestuur kiest jaarlijks uit zijn midden een Uitvoerend Comite, waarvan de voorzitter, de sekretaris en de penningmeester het dagelijks bestuur vormen.
Ter aflsuiting van dit intermezzo over de statuten zij nog vermeld, dat sterke drank in het feestgebouw en op het feestterrein niet gebruikt mag worden noch verkocht.

Keren wij dan nu terug naar het jaar 1888, toen blijkens de gehouden feestelijkheden op 31 augustus de samenbundeling gestalte kreeg van wat al gegroeid was, nl. het houden van optochten, vogelschieten, muziek maken, volks- en kinderspelen en tot slot bal, alles de voortzetting van een ontstane traditie, waarmede men “pais en vree” had en wat aansloeg vol goede moed voor het organiseren van de jaarlijkse volksfeestdagen, die feitelijk koninginnefeesten waren en dit ook tot in 1948 zijn geweest. 

Na de abdicatie van Koningin Wilhelmina in dat jaar bleven de volksfeestdagen rond eind augustus gehandhaafd, omdat verplaatsing ervan naar eind april ter gelegenheid van de verjaardag van Koningin Juliana op 30 april wegens het jaargetijde minder gunstig was.
dit neemt niet weg, dat ook op 30 april na 1948 en reeds vele jaren daarvoor in bescheidener vorm feest georganiseerd werd ter viering van de verjaardag van eerst Prinses en later Koningin Juliana.

In de gehele geschiedenis van “Volksfeest” blijkt trouwens de sterke verbondenheid van de vereniging met het Huis van Oranje. Komt dit tot uiting ieder jaar met de viering van Koninginnedag, niet minder manifesteert zich deze verknochtheid bij het organiseren van feesten en herdenkingsbijeenkomsten ter gelegenheid van andere blijde en droeve dagen in de Koninlijke Familie of in Haar geschiedenis. Bij iedere verjaardag van de Koningin, en voor 1948 bij die van de prinses of andere leden der familie of bij bepaalde bijzondere of droeve gelegenheden wordt door “Volksfeest” een telegram van gelukwens of deelneming verzonden, waarop telkenmale een koninklijke dankbetuiging volgt. Op grond hiervan zou het na de grote staat van goede diensten gedurend 75 jaar niet verwonderlijk zijn en niet onverdiend, indien de vereniging het eervolle predikaat “Koninklijk zou worden verleend.

Zoals hiervoor reeds werd vermeld, besloot men na de feestelijkheden van 31 augustus 1888 een eigen tent aan te schaffen naar het ontwerp van de heer J.B. Sellink. Weldra ging men tot realisering hiervan over. De bouw van de feesttent werd aanbesteed en aangenomen door de aannemer Plekenpol, terwijl de levering van petroleumlampen werd opgedragen aan C.Kappers en de levering van vlaggen aan de heer Philips. De feesttent moest voor 1 mei 1889 worden opgeleverd om op 12 mei dienst te kunnen doen bij de viering van de veertigste gedenkdag van de troonsbestijging door Z.M.Koning Willem III. Wel bleek het alsof de gezondheidstoestand van de koning het vieren van feest onmogelijk zou maken, maar een gelukkige wending in Zijn toestand was aanleiding, dat toch het voorgenomen feest op opgewekte wijze kon worden gevierd.
Hoewel telkenjare bleek, dat ook de nieuwe eigen feesttent niet groot genoeg was, kon er voorlopig van een wijziging niets komen, en wel begrijpelijk om financiele redenen.

De heer B.Stegeman schrijft in 1938 in een onder het vorige hoofdstuk reeds vermelde krant over deze eerste eigen tent, waarin het eerste feest van de vereniging op 29,30 en 31 augustus 1889 gehouden werd, de volgende aardige bijzonderheden:
“Met die losse, verplaatsbare tent, aan welker opbouw en afbraak telken jare heel wat voor- en napret, voordorst en nadorst verbonden is geweest, heeft het bestuur heel wat beslommeringen gehad. Meermalen bleek zij te klein en dan moesten de heeren weer naar Pruisen om een grootere te bestellen.

Zij werd opgeslagen op de weide voor “De Harmonie”, waar thans de gemeentewoningen staan. Eenmaal was zij juist opgericht, toen een paar dagen voor de opening van het feest eensklaps een hevige windvlaag het gansche getimmerte neersloeg en geheel en al onklaar maakte.
Toen was Holland, of liever Winterswijk, in last, maar Volksfeest had gelukkig bestuurderen, voor geen kleintje vervaard. In allerijl werd een commissie naar Deventer gezonden om balken en latten te laten aanrukken, terwijl het gansche timmergilde van Winterswijk gerequieerd werd om met razenden spoed het onheil te herstellen. En het staaltje van paraatheid werd klaargespeeld met het opzienbarende geval er bij, dat het hout al hoog en droog hier was en voor een deel reeds verwerkt, toen de commissie den toren van Winterswijk weer in het gezicht kreeg.”Dit speelde zich af in het jaar 1891 en was oorzaak, dat er onmiddelijk een algemene vergadering werd bijeengeroepen, waar werd besloten f 1,- per aandeel bij te storten om de schade te kunnen dekken. Slechts enkelen, waaronder zeer gegoede ingezetenen, weigerden deze bijbetaling. De commissie naar Deventer zal waarschijnlijk wel door deze vergadering zijn uitgestuurd, zij het, dat zij haar uitstapje, waarover de heer Stegeman vertelde, wel niet van de bjbetaling, maar uit eigen portemonnaie betaald zal hebben. Zo is ook heden ten dage nog het mooie gebruik, dat leden van bestuur en commissies van “volksfeest” steeds verteringen uit eigen middelen betalen, en niet uit de kas van de vereniging.

De schrijvers kwamen nog in het bezit van een bijzonder interessant historisch document, nl. een aantal op oranje papier gedrukte 
“Feestliederen van H.P.Priester Azn.
Opgedragen aan de Vereeniging “Volksfeest” te Winterswijk.”
Het zijn vijf liederen, gedateerd 29 juni 1890.
De liederen zijn getiteld “An Wenterswik”, “An onze Könink”, ’Aan ’t Prinsesje”(bestaade uit twee liederen) en “Onze Feesttent”,. Van dit laatste lied, dat gezongen moest worden op de wijs van “Al is ons prinsje nog zoo klein, hoezee!”, luidt het laatste couplet:

“Wie komt het vroegst, en blijft het laatst? De Tent!
En geeft aan rijk en arm een plaats? De Tent!
Welaan dan vrienden, hier vergaard,
Aan mijnen zang uw beê gepaard,
Voor ’t heil van onze tent,
Voor ’t heil van onze tent!”

Op 29 augustus 1890, aan de vooravond van de verjaardag van prinses Wilhelmina, werd door mevrouw E.Haitsma Mulier-Thoden van Velzen, de echtgenote van burgemeester E.Haitsma Mulier, die in 1883 Mr.T.P.Baron Mackay was opgevolgd, namens een comité bestaande uit 89 Winterswijkse dames een oranjekleurig zijden vaandel, versierd met het wapen der gemeente Winterswijk en het opschrift “Vereeniging Volksfeest” aan de vereniging aangeboden, en wel “in goed gekozen woorden”. Dit vaandel is sedert 1890 bij elk feest en in elke optocht aanwezig geweeest tot en met 1938.

In dat jaar, bij het 50-jarig bestaan van “Volksfeest”, werd eveneeens namens een damescomité door mevrouw ten Houten-Wiegersma een nieuw zijden oranje vaandel, met het wapen van Winterswijk erop (helaas in heraldisch opzicht een verkeerd vastgesteld gemeentewapen; hazewind op zwart schild!), aan de vereniging aangeboden. Dit nieuwe vaandel is vanaf 1939 bij alle feesten en in de optochten tot op heden meegedragen. Later kreeg de vereniging nog eens twee vaandels aangeboden, op 29 augustus 1911, maar daarover wordt verderop in dit boekje geschreven.

In de jaren na 1890 is het jaarlijkse feest zonder twijfel op dezelfde prettige wijze verlopen als in de eerste jaren van het bestaan van “Volksfeest”,. Er zijn uit die jaren althans geen nadere bijzonderheden bekend.

Dagelijks bestuur 1890 – 1891
V.l.n.r.: P.Beukenhorst (president), E.F. ten Houten (penningmeester) . J.G. ten Houten Sr. (ere-lid) en J.W.Poppink Azn (secretaris)

In september 1893 werd in de tent bij “De Harmonie” een landbouwtentoonstelling gehouden. Het ligt voor de hand om aan te nemen, dat voor deze uitstekend geslaagde tentoonstelling de tent na het volksfeest is blijven staan. Dit verklaart dan ook, dat sommige onderschriften bij de foto van pagina 18 in kranten van vroeger jaren vermeldden, dat deze foto betrekking heeft op de viering van het volksfeest, en andere onderschriften verwijzen naar de landbouwtentoonstelling in 1893.
Een jaar later, in 1894, bevond zich tijdens het feest een “dierentent” op het terrein, die door honderden mensen werd bezocht.
In 1895 was er voor het eerst een grote historische optocht, voorstellende belangrijke personen uit onze geschiedenis te beginnen met de Batavieren en eindigende met generaal Vetter, gevolgd door de Radjah van Lombok met 2 bedienden.

In 1896 deed Keizer Maximilaan van Oostenrijk in hoogst eigen persoon zijn intocht in Winterswijk. Dat ook tal van vreemdelingen vooral vanuit het naburige Duitse grensgebied deze optochten kwamen bewonderen, is licht te begrijpen.

Het jaar 1897 bracht Winterswijk een wieleroptocht met bloemencorso, waarvan iemand uit Haarlem, die in ons dorp was gelogeerd, getuigde dat hij deze optocht erg mooi gevonden had en dat die hem zeker zo goed had voldaan als een corso in de bloemenstad Haarlem, dat enige week tevore was gehouden. Met de feestelijkheden in 1897 was ook het einde van de tent aangebroken. Niet alleen was de tent steeds veel te klein gebleken, maar ook de opbouw en het afbreken en opbergen van deze tent was een tijdrovende en kostbare geschiedenis. De algemene opinie was dan ook, dat een nieuw stenen feestgebouw gebouwd zou moeten worden, groter van opzet dan de houten tent, om in 1898 op waardige wijze het kroningsjaar te kunnen vieren en de feesten daarna tot in lengte van jaren.

Op de algemene vergadering van aandeelhouders van 15 februari 1898, waarin burgemeester E.Haitsma Mulier in verband met de aanstaande feestviering in dat jaar werd benoemd tot ere-voorzitter, stond als hoofdschotel op de agenda de stichting van een “vaste tent”. In beginsel werd besloten tot het bouwen van een nieuwe permanente accomodatie. Er werd onder voorzitterschap van de heer J.G.ten Houten Sr een commissie benoemd met als opdracht nadere plannen te beramen voor de verwezelijking van het genomen besluit.

Op 24 mei 1898 werd het gebouw aanbesteed en werd de bouw gegund aan D.Jansen te Aalten voor de som van f 13.498,-. Deze aannemer bouwde het Feestgebouw onder toezicht van de architect Beltman uit Ensschede.
De oude feesttent werd verkocht naar Doetinchem, waar zij na de feesten een roemloos einde vond, nadat zij in percelen was verkocht.
Ook van feestterrein werd gewisseld, want het bestuur kreeg van de heer B.Rensing (Boer Balink) een terrein in erfpacht met het recht daarop een gebouw te stichten tegen een vergoeding van f 50,- per jaar. Dit terrein en het gestichte gebouw zijn het huidige feestterrein en Feestgebouw aan de Haitsma Mulierweg.

Terwijl met de bouw begonnen was en de resultaten met de dag beter zichtbaar werden, waren de voorbereidingen voor de feestelijkheden in volle gang. Met het oog op deze bijzondere feestviering in 1898 werd aan het bestuur van “Volksfeest” uit elke straatcommissie een afgevaardigde toegevoegd. Deze straatcommissies hadden de zorg een straatversiering aan te brengen, die overal bijzonder mooi geweest moet zijn.

Op het programma van 1898 staat te lezen, dat het feest op 30 augustus 1898 ’s avonds om half acht in het nieuwe gebouw werd ingeluid. Het Feestgebouw was weliswaar nog niet geheel gereed blijkens de foto, maar toch reeds voldoende ver gevorderd om voor enkele dagen voor het feest te gebruiken als overdekking. Bij de opening der feestelijkheden sprak de president, de heer P.Beukenhorst, een rede uit, waarin hij het ontstaan van het gebouw schetste en de hoop uitsprak, dat in dit gebouw nog lang de geboortedag van onze geliefde nieuwe koningin Wilhelmina mocht worden gevierd.
Het ere-lid der verenigigng, de heer J.G.ten Houten Sr, bood het bestuur een portret van H.M.de Koningin in een prachtige lijst aan, dat door de president dankbaar werd aanvaard en een plaats in het gebouw verkreeg.

Het muziekgezelschap “Euphonia” verzorgde na deze officiele plechtigheid een concert tot besluit van de eerste feestavond.
Op woensdag 31 augustus 1898 hadden de klokken van de Winterswijkse Jacobstoren het druk om ’s morgens aan de bevolking de blijde boodschap te verkondigen: “De Koningin viert heden Haar achttiende verjaardag!”
Om 9 uur werden plechtige diensten gehouden in de verschillende kerken, en na afloop bracht “Euphonia” van 11 tot 12 uur op de Markt muziek ten gehore.  ’s Middags om half twee was er een optocht met zegewagens, versierde rijtuigen e.d.

Na afloop hiervan werd een Wilhelmina-boom geplant, volgens het programma bij het nieuwe Feestgebouw. Maar ook een op het terrein van het voormalige Gasthuis van de Nederlands Hervormde Gemeente, op de hoek van de Misterstraat en de Gasthuisstraat, waar nu het garagebedrijf van de firma Westerdiep is gevestigd. Over de boom bij het Feestgebouw is verder niets bekend, wel over de andere boom, want toen deze op 2 maart 1949 werd omgehakt kwam er een loden bus te voorschijn met een oorkonde erin. Uit deze oorkonde blijkt echter, dat deze Wilhelmina-boom niet geplant werd op 31 augustus 1898, maar op 6 september van dat jaar, de dag van de officiele troonsbestijging door H.M.Koningin Wilhelmina. Na een verder verslag over de volksfeesten van die dagen, wordt de inhoud van deze oorkonde als curiositeit vermeld. Op 31 augustus 1898 om acht uur in de avond werd onder leiding van de ere-voorzitter, burgemeester Haitsma Mulier, een wandeltocht gehouden door de versierde straten van het dorp, gevolgd door het ontsteken van groot vuurwerk, dat door de gemeente Winterswijk werd aangeboden. Een druk bezocht bal in het nieuwe gebouw vormde het besluit van deze onvergetelijke feestviering.

1898:  Versierde Bokkekar. v.l.n.r.: Jan Harmsen, Dirkje Harmsen, Arnolda Harmsen

Op 1 september werden om 9 uur ’s morgens de feestelijkheden voortgezet met een grotewieleroptocht. Na afloop mocht het bestuur wederom geschenken in ontvangst nemen, en wel een buste van H.M.de Koningin, wapens en schilden, die alle een plaats in het gebouw hebben gekregen. Waar in later jaren al deze versieringen zijn gebleven, is niet na te gaan, behalve dan dat deze buste in 1940 door N.S.B.-ers is verdonkeremaand.
De damesclub “De Hazewind” verbaasde de toeschouwers in het gebouw over haar prestaties in het zaalrijden per rijwiel, waarvoor speciaal de instrukteur, de heer C.P.ten Houten, hulde werd gebracht.
Aan het wielercorso werd deelgenomen door “De Hazewind” en “De Toerist” uit Winterswijk, “All Heil” uit Bocholt, :”Columba” uit Borken, “Düsseldorpia” uit Düsseldorp, “Central” uit Rhede bij Bocholt en “Loat Sousen” uit Oeding.
’s Middags werden er volksfeesten gehouden, nadat tevoren een serenade was gebracht aan de ere-voorzitter, burgemeester Haitsma Mulier, die door H.M.de Koningin was benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Het feest werd besloten met een kinderbal en een bal voor volwassenen.
Het was een feest geweest, dat met gulle “vroolijkheid is gevierd”, zo zegt de verslaggever uit die dagen, “geen wanklank werd gehoord en Winterswijk kon met voldoending op dit feest terugzien”.
Vermelden wij nog, dat op het feestterrein als grote attraktie aanwezig was een doolhof, afkomstig van de Wereldtentoonstelling in Amsterdam, welke attraktie zich uitertaard in een grote belangstelling mocht verheugen.

De feesten waren weer voor een jaar voorbij en er werd gewerkt aan het Feestgebouw om dit te voltooien. Op 26 januari 1899 besloot het bestuur een groot inwijdingsfeest te geven ter gelegenheid van het gereedkomen van het Feestgebouw. De Kriegercapelle uit Bocholt onder leiding van haar direkteur W.Langheinrich gaf daarbij een goed geslaagd concert en een balavond besloot het feest. Waarschijnlijk werd het gebouw voor de eerste maal verhuurd op 14 maart 1899, en wel aan de gemeente voor de som van f 50,- teneinde een paardenmarkt te houden!
De inhoud van de oorkonde, die gevonden werd op 2 maart 1949 bij het omhakken van de Wilhelminaboom op het terrein van het Oudeliedenhuis aan de Misterstraat luid als volgt:

“Winterswijk, den zesden Sept.1898.

Een Wilhelmina-boom geplant:
Hij groeie hoog en schoon
Met vaste stam
Met welig hout
En rijke blaad’renkroon.

Daar werke grond en lucht toe mee
En wolk en zonneschijn,
En moog’ hij zoo van ’t Koningschap
Het zinneteken zijn!

Dat ook heeft in den aardschen grond
Zijn breden wortelgroei
Maar met behoefte aan ’s Hemels gunst
Tot was en sterkte en bloei.

E.Laurillard

De planters deze zijn:

Regenten:                                                Regenten en Regentessen

G.A. ten Bengevoort                                N. Hesselink
D.J. ter pelkwijk                                       A. Haack-Rebel
J.W.Hesselink JWz.                                A.G. Manschot- Tenkink
A. Scholten                                               H.ten Houten-ter Pelkwijk
B.Lensink (Vader v.h.Gasthuis)
Predikanten:                                            M.J.Kramer (boekhouder)
D.C.S.Nijenhuis-Kramer
C.G.M.Quack                                            C.J.Lindenhovius-Tenkink
Ds.H.J.Andrë Douwes                            S.A.Lokker-Scholten
A. Scholten-ten Hoopen
Burgemeester en Wethouder:               L.Kramer -van Sluyters
J.Kollen
E.Haitsma Mulier                                      H.A.Egberts
J.G.ten Houten

Na de viering van het volksfeest in 1899 begon ook voor de Winterswijkse bevolking een nieuwe eeuw, die veel bewogen jaren met zich meebracht, waarvan de mensheid zich bij haar aanvang gelukkig niet bewust is geweest. Zonder enige twijfel zal de viering van oud en nieuw van 1889 naar 1900, een heel bijzondere viering zijn geweest.
De periode van 1900 tot aan het uitbreken van de eerste wereldoorlog is voor “Volksfeest” een rustige periode gewest. In deze jaren heeft de traditie van deze bijzondere en belangrijke vereniging in de Winterswijkse gemeenschap zich vast geworteld in het leven van ons dorp. In deze jaren is door de jaarlijkse feestelijkheden het hechte fundament gevormd, waarop thans het 75-jarige succes heeft kunnen groeien en bloeien.
Vanaf het eerste feest, dat de Vereeniging “Volksfeest” in 1888, eigenlijk nog voor haar officiele oprichting, organiseerde, is er niet zoveel veranderd. Niet in de wijze van organisatie naar binnen en naar buiten, en ook niet in de opzet van de feestelijkheden. Wedloop met hindernissen, blaastrappen, boegsprietlopen, vliegerwedstrijden, zak; open, mastklimmen, vogelschieten, ringsteken te paard en per fiets en werpspelen voor dames, het zijn alle bekende volks- en kinderspelen uit het begin van “Volksfeest” en ook nog heden ten dage.

Telkenjare vormden deze spelen weer hoogtepunten, die niet alleen tal van deelnemers en deelneemsters lokten, maar ook veel kijklustigen. De optochten, in later jaren worden het echte bloemencorso’s, waaraan ook wel vanuit het naburige grensgebied werd deelgenomen, bestonden nu een uit versierde rijwielen, dan weer versierde wagens en rijtuigen, afgewisseld door fakkeloptochten met lampions. Ook werd er vroeger reeds door firma’s deelgenomen aan de optochten en werd er vaak op voortreffelijke wijze reclame gemaalt door hun bedrijven. Bij de optochten gingen de marechaussee’s te paard – twee in getal – voorop ter weerszijden van de stoet waarbij gezorgd werd, dat de toeschouwers een behoorlijke doortocht mogelijk maakten. De marechaussee’s getooid met ruige kolbak maakten voorwaar diepe indruk en hun paarden, wellicht nog meer, wanneer deze vlak langs de rijen toeschouwers liepen. Of er altijd twee voorop gingen, betwijfelen de schrijvers, want op een foto van de kop van de optocht in de Prins Hendrikstraat in 1912 lopen er immers drie voorop. Ín later jaren mochten de marechaussee’s de stoet niet meer openen door een verbod van hogerhand. Het schijnt, dat dit verbod wel weer werd ingetrokken. In ieder geval zijn zij na 1945 niet meer verschenen, wat het gevolg is geweest van de motorisering van het korps. Het zou toch niet onaardig zijn, wanneer deze traditie in ere werd hersteld. De Winterswijkse politie en de Winterswijkse Ruiterclub, die zich niet minder voortreffelijk van deze taak kwijten, zullen daartegen wellicht geen bezwaren maken.

Na de marechaussee’s volgde dan de vaandeldragers met het vaandel van “Volksfeest” te voet of te paard, al naar gelang de financiële situatie! Werd in vroeger jaren één vaandel meegedragen, sinds 1911 zijn het er drie. Na het vaandel begon de eigenlijke optocht, die in 1900 bestond uit een historische optocht, waarin de Vader des Vaderlands, Prins Willem van Oranje, een ereplaats had naast graaf Adolf van Nassau, Prins Maurits, Prins Frederik Hendrik, een kapitein met 12 soldaten van het Keurvendel van Prins Maurits, alsmede de stadhouders Willem II, Willem III, Willem IV en Willem V.

In het jaar 1901 trad Koningin Wilhelmina in het huwelijk met Prins Hendrik. De toenmalige president van “Volksfeest” achtte deze vereniging de aangewezen organisatie feestelijkheden ter gelegenheid van dit heugelijke feit te verzorgen. Op de huwelijksdag, 7 februari, zag het programma er zo uit:
Van 12 uur tot half een klokluiden, daarna in het Feestgebouwe tot 3 uur concert, van half 6 tot 8 uur wederom concert, en van 8 uur tot ’s nachts drie! uur bal.

Over het 12 1/2-jarig bestaan van “Volksfeest” op 19 juni 1901 wordt in de notulen met geen woord gerept. Wel is er een bijzonder goed geslaagde optocht tijdens de feesten, bestaande uit 3 groepen, nl. een Noord-Hollandse bruidsstoet, stierenvechters, en een Russische bruidsstoet.
Op verzoek van de commissie van toezicht op het lager onderwijs werden 87 vrijkaarten afgegeven voor de feestelijkheden op 31 augutus tot ’s avonds 6 uur. De gymnastiekvereniging “Lycurgus” werkte op de tweede dag van het feest mee aan de optocht. Er werd een fakkeloptocht gehouden en voor het eerst wapperde er in dit jaar een oranjevlag op het Feestgebouw. Een nieuwe aanwinst in het gebouw mag niet onvermeld gelaten worden: in het einde van dit jaar kwam het toneel in orde en werd op 24 oktober ingewijd met een toneeluitvoering.
Bij de entrée van het Feestgebouw werden in 1902 twee lantaarns geplaatst en boven het .
toneel werd een kankbord aangebracht, dat al vanaf 1901 in de pen was.

De optocht van 1902 had als glanspunt een wagen, die de ontocht van de Koningin met Prins Hendrik voorstelde, begeleid door de Nederlandse Maagd en andere symbolische voorstellingen.
In het wit geklede meisjes strooiden bloemen. Een fakkeloptocht besloot ook dit feest. Lampions en bengaals vuur verleenden deze optocht een sprookjesachtige indruk.
Een plan van de direkteur van de gasfabriek om 110 stuks gasvlammen in het Feestgebouw aan te brengen in plaats van petroleumverlichting, komt er bij een stemmenverhouding van 9 tegen 8 stemmen niet door.
Er is ook nogal wat discussie geweest over het besluit de feestviering op vrijdag 29 augustus ’s middags te beginnen en op zondag 31 augustus te beëindigen. Een minderheid in het bestuur voelde voor inkrimping, een meerderheid voor uitbreiding van de feestelijkheden.

Dank zij een Internationale Landbouwtentoonstelling in 1903 krijgt het Feestgebouw in dat jaar toch de gasverlichting. Ook werd nog besloten tot het maken van een nieuwe put, omdat het water ondrinkbaar was en de hoeveeelheid spoedig uitgeput scheen te zijn. In dit jaar waren militairen in het Feestgebouw gelegerd in verband met de uit de geschiedenis bekende spoorwegstaking.

Een aanvraag aan het gemeentebestuur in 1904 om aan de rijweg naar het gebouw lantaarns te plaatsen “werd gewezen van de hand”. In dat jaar trachtte men belangstelling te verkrijgen voor een optocht met uitbeelding van de verschillende vakken en bedrijven. Hiervoor bestond echter geen belangstelling. Naast het eigenlijke bloemencorso is toen een gecostumeerde optocht gehouden, die de intocht van Prins Willem III voorstelde. Evenals voorheen werd ook dit jaar de heer W.Habich bereid gevonden de muziek voor het feest te leveren. Aangezien hij dit al vele jaren had gedaan, verkreeg hij de voorkeur boven een zekere Carl Rudolf uit Xanten. De burgemeester heeft zich na afloop van het volksfeest beklaagd over enige minder nette kramen, die op het feestterrein geplaatst waren.

OP HET FEESTTEREIN

1904

 

Zag het er weer echt als een KERMESSE D’ ETE uit. Door de afsluiting met een IJzeren hek, door het daar stellen der twee leeuwen met de fontein daartusschen, had de aanblik van het terrein veel gewonnen.
Voor klein en groot was daar wat van hun gade. Behalve een aantal kramen, waar voor de behoeften der hongerige magen kon gezorgd worden, waar de kleinen door een aardigheidje of snuisterij konden verrast worden, stond daar in de eerste plaats Reuvekamp’s Caroussel, het middelpunt der Vroolijkheid, dat vooral de jongeren aantrekt. De schiettent ontbrak evenmin, doch bovendien was het terrein verrijkt met eenige tenten. Een ’n zoogenaamd circus bevattende, een ander, waarin eene voorstelling met een jonge negerin werd gegeven. Van welke rang deze vermakelijkheden waren, durven we niet zeggen, maar de kunst had hier hare volmaaktheid in geenen deele bereikt; ook betwijvelen wij het of deze gelegenheden wel recht hebben tot de aantrekkelijkheden van het feest op het terrein te behooren. Terwijl in het feestgebouw de muziek van Habich zich lustig liet hooren hield men zich op het terrein bezig met den vliegerwedstrijd, waarbij vrij wat animo bestond. Groot was het aantal nieuwsgierigen dat het feestterrein bezocht. Reeds in de straaten kon men bemerken dat Winterswijk’s Volksfeest zijne oude roem gehandhaafd heeft. Behalve een groot aantal logeergasten, waren van elders, doch vooral van over de grenzen velen naar hier getogen om aan de feestvreugde deel te nemen. Tegen den middag begonnen zich dreigende regenwolken boven de hoofden samen te pakken en het veraarde Oranje zonnetje hield ook toen zijn roem hoog, want getrouw aan de traditie werd het door onweerswolken verduisterd, die zich echter in een betrekkelijk kleine hoeveelheid regen ontlastten, gepaard gaande met een aantal donderslagen. Dit intermezzo was echter van korten duur en toen dan ook de tijd van voortzetting van het vogelschieten en van begin der Volksspelen genaderd was, had zih Jupiter Pluvius over onze plaats ontfermd en liet hij ons verder den geheelen dag met rust. Het beetje regen had zijne goede zijde; want de zandlaag op het terrein stoof sedert dien niet meer zoo op. De Volksspelen vielen zeer in den smaak. De jeugdige sportliefhebbers lieten zich niet onbetuigd en hadden zich in vrij grooten getale aangemeld. Het was soms leuk te zien hoe de jeugdige snuiters zich inspanden, om de eerste te zijn. De commissie had de volksspelen eene zeer verstandige maatregel genomen, door het daarvoor bestemde terrein af te rasteren, waardoor de strijders geen last hadden en het publiek gemakkelijk kon zien. Terwijl deze spelen aan den gang waren vond  in het feestgebouw het kinderbal plaats, waaraan velen hun hart eens duchtig ophaalden. Zelfs enkelen, naar lengte en leeftijd geen kinderen meer, vermaakten zich toen toch met den dans. Vele kleinen, nog niet volmaakt in de edele danskunst, hosten of sprongen maar mee en het vuurrode gelaat, glansde van pret en jolig vermaak. De commissie was zoo aardig, in afwijking met de vorige jaren deze keer ook voor den tweeden dag een kinderbal uit te schrijven. We gelooven, dat het bestuur van het Volksfeest hierdoor vele kleinen aan zich verplicht heeft. 
Nog een nummertje muziek en klokslag 6 togen allen huiswaarts, om zich gereed te maken voor het avondbal, voor velen het werkelijke glanspunt van het feest.

Doch eerst moest de fakkeloptocht voorafgaan.
We zouden den naam “fakkeloptocht” wenschen om te doopen in “lampionoptocht”, want de lampions waren in aantal overheerschend en we bekennen het gulweg, we vonden dit veel aardiger dan wanneer inderdaad het aantal fakkels grooter was. Het was een tamelijk lange rij jeugdige lampiondragers en de verlichting met groen en rood bengaalsch vuur leverde een fantastisch schouwspel, de verschillende transparanten, met de beeltenis van Koningin Wilhelmina, Oranje Boven en het Volksfeest kwamen goed tot hun recht. Voorafgegaan en geescorteerd door eene grote menigte feestvierenden van beiderlei kunne, bereikte de optocht om kwart over achten het feestgebouw.
Wat eene ontzaggelijke menigte binnen deze groote ruimte; het was er vol, eivol, propvol, geen plaatsje onbezet. De laatkomers mochten blij zijn als ze ongestoord konden blijven staan. En warm als het er was. De warmte evenaarde de spreekwoordelijk geworden tropische hitte. Wie zou in deze warmte nog aan beweging denken. En toch was de zaalruimte gevuld met en onafzienbaar aantal dansende paren, die ondanks die warme temperatuur hunne harten aan den dans wenschten op te halen. De polonnaise was eenig. Er werd den geheelen avond, tot s’nachts 2 uur gedanst, er heerschte eene stemming, prettig en feestelijk, eensgezindheid en vrolijkheid; men voelde zich verheugd en welgemoed ter eere van Hare Majesteit. 
Hier was het een algemeen feest, het Volksfeest.
Op het tijdstip van scheiden was de stemming nog even opgewonden en met muziek voorop ging het toen huiswaarts, vroolijk en zingend langs de anders zoo rustige, kalme straten.
Dat was het slot der feestelijkheid van den eersten dag.

In 1905 schonk de heer J.G.ten Houten Sr.twee stenen leeuwen, die geplaatst werden ter weerszijden van de toegang tot het gebouw.
In 1933 zijn deze leeuwen, toen restauratie niet meer mogelijk scheen, aan stukken gehakt en hebben tenslotte gediend om het terrein voor de ingang op te hogen. Besloten werd om het feest wat meer in de publiciteit te brengen door het plaatsen van advertenties in Duitse kranten. In later jaren is dit regelmatig geschied. Er werden zelfs wel eens spandoeken opgehangen in de naburige Duitse plaatsen. Er was in 1905 alle reden om de koninginnedag extra te vieren, omdat H.M.de Koningin op 31 augustus de leeftijd van 25 jaar bereikte.

1905: Winterswijkse Slagers op de Groenlosche weg
Rechts Bakker Piek met naast hem slager te Roller (snorren zijn vals)

Ca.1905: Vier meisjes aan de slinger
V.l.n.r.: Dirkje Harmsen, Arnolda Harmsen, Dirkje Bessinkpas, Bertha Poppink

Door de vaandeldrager werd verzocht, of het niet mogelijk was de kosten welke deze betrekking voor hem meebracht, doorr de vereniging te laten betalen. Hiertoe werd zelfs graag besloten. In november 1905 vond de ontvangst in de gemeente plaats van de nieuwe burgemeester. Jonkheer G.A.van Nispen, die tot 1928 de scepter zou zwaaien.

Het bestuur van “Volksfeest”besloot voor deze gelegenheid muziek van het 8e Regiment Infanterie te arrangeren. Onder leiding van haar direkteur Hantzsch gaf deze militaire kapel een concert in het feestgebouw en verzorgde na afloop de dansmuziek.

In de aandeelhoudersvergadering van 11 april 1906 kwam de vraag naar voren, of niet geprobeerd kon worden maatregelen te vinden, waardoor niet telkens door het hoofd der gemeente aan huurders van het gebouw zulke zware lasten werden opgelegd. De voorzitter kon daarop antwoorden, dat het hoofdbestuur al een bespreking hierover met de burgemeester had gevoerd en dat er wel een verandering op komst was. Voor het eerst in dit jaar werd de verjaardag van Prins Hendrik gevierd, en wel op 19 april.

In 1907 wordt in het jaarverslag voor het eerst melding gemaakt van de verhuur van het Feestgebouw aan de heer Iding ten behoeve van Polen, werkzaam in het Ruhrgebied. Deze mochten nl. in Duitsland geen samenkomsten organiseren op politieke grondslag en kwamen toen maar naar Winterswijk om de wens van hun onafhankelijkheid levendig te houden. De verjaardag van Prins Hendrik werd gevierd met een concert op de markt, een fakkeloptocht, weer concert en daarna bal tot half twee ’s nachts. Besloten werd een werpspel voor dames in het programma van de volksfeesten in te voegen. in dat jaar doet de Landsweerbaarheid mee in de optocht. Misschien was dit in voorgaande jaren ook al geregeld het geval, maar in ieder geval wel in latere jaren.
In het jaar 1908 werd de tienjarige aanvaarding van de regering door de Koningin herdacht met een fraaie optocht, voorstellende de intocht van Lorenzo de medici in Florence, hetgeen een weelderige en prachtvolle indruk maakt door de rijke constumering. De tweede dag was het zo’n slecht weer, dat de tenten sloten en vele vlaggen werden gehavend. In dat jaar zien we voor het eerst ook de Uerdinger kapelle onder leiding van de dirigent W.Habich in het Feestgebouw optreden. Er wordt met de paarden niet meer om de kerk getrokken wegens het struikelen van de paarden op de gladde stenen. In principe werd besloten het gebouw van buiten te schilderen, hoewel het er “van binnen ook niet rooskleurig uitziet”.

Het jaar 1909 werd beheerst door de geboorte van Prinses Juliana. In verschillende vergaderingen in de eerste maaanden van dit jaar werden de voorbereidingen voor de viering getroffen. In principe werd vastgesteld, dat een fakkeloptocht zou worden gehouden en ook het traditionele concert met bal. Ook wilde men de buremeester en de raadsleden uitnodigen bij de feestelijkheden aanwezig te zijn. Terstond na het klokluiden, waarbij medeling aan de bevolking zou worden gedaan van de geboorte van een Oranjetelg, moest een vergadering gehouden worden om de dag van de officiële feestviering te bepalen. Besloten werd verschillende verenigingen te vragen hun medewerking te verlenen. Om de schoolkinderen een feest te bereiden, werd te duur geacht en de raad zou wel niet bereid zijn (sic!) subsidie daarvoor te verlenen. Habich, de bekende dirigent uit die dagen, zou worden uitgenodigd direct over te komen. Met de verschillende verenigingen vond een bespreking plaats, waarbij ook de hoofden der scholen aanwezig waren met het oog op de kinderen, die aan een optocht zouden deelnemen. Na de optocht zou een concert in het Feestgebouw gegeven worden door de Städtische Kapelle uit Uerdingen, waarvoor reeds een volledig programma werd vastgesteld, bestaande uit verschillende vaderlandse liederen. ’s Middags wederom een concert door dezelfde kapel, daarna concert van de zangverenigingen “Caecilia”, “Concordia”, “De Lofstem”, “Kerkelijk Zangkoor” en “Winterswijkse Mannenkoor” alsmede een gymnastiekuitvoering. ’s Avonds om 7 uur fakkeloptocht gevolgd door en concert en bal.
Onder voorzitterschap van het erelid J.G.ten Houten Sr. bleken alle verenigingen en organisaties te willen meewerken om het feest te doen slagen. Voor de schoolkinderen werd het Feestgebouw te klein geacht om hen daarin te onthalen, zodat de kinderen uit het dorp in de scholen en die van de buurtschappen in een of ander gebouw zouden samenkomen.

Het programma werd als volgt samengesteld:
8 uur tot half 9 klokluiden, half 9 tot half 10 godsdienstoefeningen in de verschillende kerken en synagoge, 10 uur feestelijke optocht waaraan alle kinderen van openbare en bijzondere scholen deelnemen evenals de leerlingen van de H.B.S., de verschillende muziek- en zangverenigingen, de Landsweerbaarheid, de Volksbond tegen Drankmisbruik, de R.K.Werkliedenvereniging Sint Joseph en de Christelijke Oranjevereniging.
Na de optocht onthaal van de kinderen, van 12 tot 1 uur concert in het Feestgebouw, om 1 uur terugtocht naar de Markt, om 3 uur aantreden op de Markt om in optocht naar het Feestgebouw te gaan, half 4 concert, 4 uur zanguitvoering door “Concordia”, “De Lofstem” en het “Kerkelijk Zangkoor”, 5 uur uitvoering door de zangvereniging “Caecilia”, half 6 uitvoering door ” Winterswijkse Mannenkoor”, een en ander afgewisseld door muziek van de muziekverenigingen, 6 uur terug naar de Markt, half 8 fakkeloptocht en na afloop daarvan concert en bal in het Feestgebouw. De entree werd bepaald tot ’s middags 6 uur op 15 cent en ’s avonds op 40 cent, kaarten voor de gehele dag 40 cent. Burgemeester en wethouders, raadsleden, schoolcommissies en schoolbesturen werden uitgenodigd aan de optocht deel te nemen. Het buffet werd verpacht voor f 236,- aan de hoogste inschrijver. In plaats van bij “Veelzicht” aan de Groenloseweg zou de optocht worden opgesteld aan de Wooldse- en Kottenseweg. 
Voorop twee marechaussee’s te paard, vaandel “Volksfeest”, Winterswijkse Orkestvereniging, bestuur “Volksfeest”, school Miste, School M, school Ratum, School C, muziek, zangverenigingen “Concordia”, “De Lofstem” en “Kerkelijk Zangkoor”, school Huppel, Christelijke school, school Corle, Sint Josephschool, muziek, “Winterswijks Mannenkoor”, school Brinkheurne, School L, school Woold, H.B.S., muziek, school A, school Meddo, school B, Ambachtschool, muziek, tenslotte twee marechaussee’s te paard. Een indrukwekkende en lange stoet.
Hoewel enige bestuursleden tegen de kosten wel wat bezwaren hadden, werd toch besloten om nog een muziekkorps van 12 man uit Bocholt aan te trekken. Besloten werd tevens, dat alle leden van “Volksfeest” een oranje sjerp zouden dragen. Inmiddels werd het 30 april 1909.

Lang had het Nederlands volk in spanning gewacht, maar eindelijk brak de heugelijke dag aan en als een bevrijding klonken de eerste tonen van de klokken, die de geboorte van de Prinses aankondigden. Aan de jubel en vreugde scheen geen einde te komen. Alle straten werden getooid met nationale en oranje vlaggen, drommen juichende mensen trokken door de straten, fabrieken en scholen werden gesloten, en allen schaarden zich als het ware rond de troon.

Leerlingen van de H.B.S.organiseerden al spoedig een grote optocht, “gewapend met hunne geweren” en onder vrolijke muziek en gevolgd door een deinende mensenmenigte, getooid met oranje. ’s Avonds werden in verschillende kerken diensten gehouden om uiting te geven aan de dankbaarheid over het heugelijke feit voor vorstenhuis en volk.
Op 1 mei vond een vergadering plaats van het bestuur van “Volksfeest” met vertegenwoordigers van alle verenigingen, hoofden van scholen en andere personen ter bespreking van de feestelijkheden. Op deze bijeenkomst werd op voorstel van de voorzitter gezamelijk het volkslied gezongen ter ere van de geboorte van Hare Koninklijke Hoogheid de Prinses der Nederlanden en werd de dag van de officiele feestviering bepaald op woensdag 5 mei 1909.
Op deze dag werden de voorgenomen feestelijkheden volgens het hiervoor vermelde programma afgewerkt. In de gehouden optocht reden zelfs versierde wagen mee, waarvan er vele waren die op bijzondere wijze het zinvolle van dit jubelfeest uitbeeldden.

Na dit grootse feest ging het leven weer normaal verder en intussen werd er al weer gedacht aan de volksfeestdagen eind augustus. Gezien het feit, dat niet voldoende zitplaatsen aanwezig waren en velen daardoor niet in het Feestgebouw konden blijven met de feestelijke gelegenheden, werd aan de architect A.J.Streek opdracht verstrekt tot het ontwerpen van een gallerij boven het buffet en langs de lange zijde van het gebouw tegenover de ingang, of alleen een galerij boven het buffet. Lang is er over dit punt in de bestuursvergadering van 16 mei 1909 gediscussieerd, maar het werd vooral wegens de niet gunstige financiele toestand wel een bezwaar geacht tot uitvoering van het plan over te gaan. Het punt werd geplaatst op de agenda van de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering op 25 mei. Ook toen waren de financiele bezwaren doorslaggevend en werd het plan aangehouden tot betere tijden.
De muziekvereniging “Kunst na Arbeid” stelde zich gaarne ter beschikking voor het geven van muziek op 30 en 31 augustus als een erkenning voor het gratis afstaan van het Feestgebouw ter gelegenheid van een uitvoering ten bate van de wijkverpleging.

Dit aanbod werd graag aanvaard en tijdens de feestdagen werd deze muziekvereniging voorop in de optocht opgesteld. Dat het Duitse geld in die dagen (evenals nu in 1963) een normaal betaalmiddel was, blijkt uit een besluit om de muzikanten geen bonnen voor consumpties meer te geven, maar in plaats daarvan 1 Mark per persoon. Werd in het voorgaande jaar besloten het gebouw aan de buitenkant te schilderen, in dit jaar werd aan het besluit uitvoering gegeven. De tijd voor de feesten was echter te kort. In ieder geval moest het gebouw voor de feesten in de grondverf staan en de voorgevel afgeschilderd zijn. Op de eerste dag van het feest, dus daags voor Koninginnedag, behoorde een geerde figuur uit “Volksfeest” tot de gelukkigen, die meedeelden in de lintjesregen. Het ere-lid J.G.ten Houten Sr werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Vanzelfsprekend leefde “Volksfeest” mee en de hoop werd uitgesproken, dat hij het teken van deze hoge onderscheiding nog vele jaren zou mogen dragen.

1910: Versieren van het feestgebouw.
Links: Opa te Gussinklo, G.te Gussinklo (zoon) en R.J.H. te Gussinklo.
Rechts: schildersknechten.

Op 17 maart 1910 besloot de algemene vergadering van aandeelhouders de verjaardag van Z.K.H.Prins Hendrik niet meer feestelijk te vieren, maar feest te vieren op 30 april, de verjaardag van de jonge Prinses Juliana. De heer Iding, eigenaar van hotel “De Klomp” vroeg wederom het Feestgebouw 1 dag te mogen huren ten dienste van de Polen. Dit mocht, maar het gebouw werd voor de Winterswijkse ingezetenen niet langer opengesteld dan tot 8 uur ’s avonds, teneinde de Polen niet in de gelegenheid te stellen vele entreegelden uit Winterswijk mee te nemen. De eigenlijke reden speelde echter niet om het geld, maar vanwege “de zedelijkheid”.
Het jaarlijkse feest kreeg een nieuwe attraktie in de vorm van een bioscoop van Wolraat uit Rotterdam. Ook werden 1000 boekjes met vaderlandse liederen gedrukt voor gebruik in het Feestgebouw. Ze waren voor 3 cent per stuk aan de kassa verkrijgbaar. Bij de feesten van dit jaar verscheen de muziekvereniging “Excelsior” voor het eerst ten tonele. Na prijsopgaaf van haar en de Orkestvereniging, is blijkbaar de laatste afgevallen, want de muziek op 30 april en 31 augustus werd verzorgd door de beroemde Uerdinger Kapelle van Habich in samenwerking met “Excelsior”.

Het ere-lid J.G.ten Houten Sr. stelde voor enige vlaggen aan te schaffen, waaronder een Nederlandse en een Mecklenburgse vlag. De dames werden er weer voor gespannen en in het volgende jaar kwamen zij niet met vlaggen, maar met twee prachtige vaandels voor de dag. De plechtige overhandiging van de nieuwe vaandels vond plaats op 29 augustus 1911 in het Feestgebouw, dat geheel was ingericht met stoelen en banken, waarop de honderden konden plaats nemen, die getuige wilden zijn van deze plechtigheid. het waren twee prachtige vaandels, die tot in het jubileumjaar 1963 zouden “meelopen” om dan te worden vervangen door nieuwe, die door de zorg van een damescomite op de receptie van 19 december 1963 zouden worden overhandigd. De vaandels van 1911 bestonden uit een wit zijden vaandel met het Nederlands wapen en een blauw zijden vaandel met het wapen van de gemeente Winterswijk er op. Na enige muzieknummers van de Winterswijkse Orkestvereniging, overhandigde ook bij deze gelegenheid evenals in 1890 de echtgenote van de burgemeester, in dit geval mevrouw Jonkvrouwe van Nispen-Druyvestein, de vaandels aan het bestuur. Zij deed dit met gevoelvolle woorden en sprak de wens uit, dat de vaandels ontplooid mochten worden bij elke gelegenheid, dat de verjaardagen van de geliefde Koningin en Prinses werden gevierd.

De vice-voorzitter van “Volksfeest”, de heer J.W.Poppink Azn, dankte bij afwezigheid van de president names de vereniging allen, die aan de totstandkoming van dit geschenk hadden meegewerkt, in het bijzonder ook de heer ten Houten, die de stoot ertoe gegeven had. Hij hoopte, dat mevrouw ten Houten, die al zovele jaren het oranje-vaandel had bewaard, ook deze beide vaandels onder haar hoede wilde nemen. De volgende dag prijkten de nieuwe vaandels in de optocht, een optocht die er ook dat jaar weer mocht zijn.

In de aandeelhoudersvergadering in het voorjaar werd lang gediscussieerd over het verlof voor het Feestgebouw. Uit het gemeente-archief blijkt, dat dit verlof verleend werd bij besluit van Burgemeester en Wethouders van 28 augustus 1911. Tot 1950 bleef dit ongewijzigd gehandhaafd. Toen moest overeenkomstig de gewijzigde wettelijke bepalingen het verlof “op naam” worden gesteld. Dit is toen gebeurd op naam van de heer A.J.Willink, in die jaren president en thans ere-voorzitter van “Volksfeest”.

Reeds voor het feest op 30 april was er een verzoek van enige jongelui binnengekomen om op het balprogramma een paar nieuwe dansen een plaats te geven. Het kostte het bestuur geen moeite aan dit verzoek te voldoen.
Evenals in 1963 was er in 1911 dus al dansen onder het motto “Vroeger en Nu”. Een voor vele Winterswijkers markante figuur uit de jaarlijkse optocht in vroeger jaren, de vaandeldrager J.van Essen, werd in dit jaar benoemd. Toen de heer Nijenhuis deze functie neerlegde, besloot het bestuur iemand aan te trekken buiten het bestuur tegen een vast “salaris”. Tijdens deze besluitvorming bleek, dat de president al contact had opgenomen met de heer van Essen, die koetsier was bij de heer A.Willink. Hij aanvaardde de benoeming en er werd voor hem een vaandeldragerspak in de Winterswijkse kleuren gemaakt. In hetzelfde jaar kreeg hij er twee collega’’s bij om de nieuwe vaandels te dragen. Het Feestgebouw werd in 1911 aangesloten op de waterleiding van de boterfabriek, die destijds aan de Beukenhorstweg stond.

In 1912 maken de notulen voor de eerste maal gewag van het feit, dat de aandeelhoudersvergadering in het Feestgebouw werd gehouden. In die vergadering besloot men een rekest aan de gemeenteraad te zenden om ontheffing te vragen van belasting op verschillende vermakelijkheden op het feestterrein tijdens de feestdagen in april en in augustus. Gedurende alle jaren van haar bestaan heeft de vereniging het Feestgebouw verhuurd of afgestaan voor allerlei gelegenheden en aan tal van verenigingen en organsiaties. Het zou de moeite waard zijn de lijst van 75 jaar verhuur van het Feestgebouw door te nemen, maar de omvang van dit gedenkboekje maakt zoiets niet goed mogelijk. In 1912 werd het gebouw bijvoorbeeld verhuurd voor een fancy-fair aan de Bocholtse gymnastiekvereniging, voor de uitreiking van een vaandel aan “Excelsior”, voor een Middenstands-tentoonstelling en voor een bioscoopvoorstelling.

Optocht 1912 Prins Hendrikstraat

Om de kosten te drukken werd besloten, dat de vaandeldragers in 1912 in de optocht te voet zouden mee gaan. In plaats van f 5,- ontvangen zij nu een rijksdaalder! Het volgende jaar, 1913, is weer een belangrijk jaar in de geschiedenis van “Volksfeest”. Vierde zij in dit jaar haar zilveren jubileum, tevens waren er de Onafhankelijkheidsfeesten ter herdenking van 100 jaar Koninkrijk. Over beide staat in de notulen en jaarsverslagen niets opgetekend. De Onafhankelijkheidsfeesten werden gevierd op dinsdag 15, woensdag 16 en donderdag 17 juli 1913. In het ere-comite, had o.m. zitting burgemeester Jhr.G.A.van Nispen, in de commissie voor de uitvoering o.a. de heer J.G.ten Houten Sr, en andere bekende figuren uit de kringen van “Volksfeest”. Ook in de verschillende subcommissies waren de bestuursleden van “Volksfeest” rijkelijk aanwezig.
De feestelijkheden behelsden op 15 juli 1913 ’s avonds godsdienstoefeningen in de verschillende kerken en daarna concert op de Markt door de Stadtische kapelle Uerdingen onder leiding van de direkteur W.Habich.
Op 16 juli was er om 10 uur een grote historische optocht, voorstellende de blijde inkomst van de souvereine vorst in ons dorp. Terwijl de klokken beierden, werd onder kanongebulder de Franse vlag van de toren gehaald en vervangen door de Oranjevlag. de “maire” van Winterswijk, gevolgd door burgeressen en burgers, ging de vorst tegemoet, waarna de optocht vanaf de markt rondtrok door Winterswijks straten en bij het Feestgebouw werd ontbonden. De stoet werd afgesloten door rijtuigen, waarin gezeten waren de ere-leden en het hoofdbestuur van “Volksfeest” en andere verenigingen. In het Feestgebouw hield de vorst met zijn gevolg een receptie na afloop van de optocht. ’s Middags was er een kinderfeest in en rond het Feestgebouw. Een concert door de Uerdinger kapelle besloot om 9 uur ’s avonds deze eerste feestdag.
Op 17 juli werden de historische optocht en de receptie herhaald. Van half vier tot vijf uur concert, om vijf uur uitvoering door de Winterswijkse Gymnastiekvereniging, van zes tot half acht weer concert, en tot slot van acht tot negen uur een zanguitvoering door de verschillende zangverenigingen onder leiding van de heer J. Collen met begeleiding van de Uerdinger kapelle.
Op het feestterrein waren gedurende deze dagen verschillende vermakelijkheden, terwijl “Volksfeest’op 16 en 17 juli in haar gebouw een bal organiseerde van negen uur ’s avonds tot een uur in de nacht. Het terrein achter het Feestgebouw was verdeeld in twee delen. Het ene gedeelte was bestemd voor kramen en draaimolens, het andere was versierd en omsloten door masten met bloemkorven, guirlandes en trofeeen. Beide terreingedeelten waren toegankelijk door een erepoort. op het gedeelte vlak tegen de achtergevel van het Feestgebouw was een tribune voor de zangers opgericht, waarop tevens plaats was voor 1200 kinderen. de tribune was zodanig geplaatst, dat hij met het terrein een geheel vormde en vanuit elk punt goed zichtbaar was. Er boven was een klankbord, aangebracht en ter weerszijden werd door heesters en struiken een afsluiting gevormd. Midden op het terrein was een muziektent van de Vereeniging “Winterswijks Belang” geplaatst. Het gehele terrein werd s’avonds door 4 “sterklichtende lantaarns van 1000 kaarsen” verlicht. De fontein voor het Feestgebouw spoot en het bassin was met planten en bloemen versierd.
Ook was nog in deze dagen, nl. van 12 tot 17 juli, een tentoonstelling van “oudheden” verzorgd in het toendertijd nieuwe persceel van de heer Meerdink aan de markt. Boven de tentoonstellingszaal bestond gelegenheid om verversingen te gebruiken met bediening door dames in oud-Hollandse kledij. Al met al is de viering van onze 100 jaar onafhankelijkheid onder het koningshuis van oranje een gezellig ouderwets feest geweest, waarbij zelfs geen enkel proces-verbaal werd opgemaakt volgens de krant van die dagen.
Vijftig jaar later, in 1963 ging de viering van 150 jaar koninkrijk en onafhankelijkheid nagenoeg in alle stilte voorbij.
De bewoners van de Spoorstraat boden in dit Onafhankelijkheidsjaar het gemeentebestuur een blijvende herinnering aan in de vorm van een lantaarn met 1000 kaarsen lichtsterkte. De lantaarn hing midden boven het wegdek en was opgehangen aan twee ijzeren palen, waarvan de ene een schild met het jaartal 1813 en de andere het jaartal 1913 droeg. Deze lantaarn was geplaatst ter hoogte, waar thans de Nutsspaarbank gevestigd is en de hoek Spoorstraat-Molenstraat.

1913: Historische optocht

Voor het Juliana-feest in 1913 had men het plan een dameskapel te nemen en ter dekking van de kosten besloot men de burgemeester te vragen de dag na het feest, Hemelvaartsdag, eveneens een concert te mogen geven in het Feestgebouw. De burgemeester weigerde echter de toestemming en zo werd op 30 april de muziek verzorgd door de “Winterswijkse Orkestvereniging” en door Habich, omdat “Excelsior” om verschillende redenen niet geschikt werd geacht. Voor het feest op koninginnedag werd besloten de “muziektempel” van “Winterswijks Belang” te huren. Ook werden nog 154 stoelen en 33 tafels aangekocht voor het Feestgebouw. Voor de eerste maal staat in dit jaar vermeld, dat de padvinders aan de optocht deelnamen.
Besproken werd om lampen op het feestterrein te plaatsen en een plankenverhoging achter het Feestgebouw evenals bij de Onafhankelijkheidsfeesten. Waarvoor die verhoging gediend heeft, staat niet vermeld; waarschijnlijk is dat gebeurd om daarop zitjes te plaatsen en uitzicht te geven over het feestterrein en de kinderspelen. In latere jaren stonden er zonder verhooging altijd deze zitjes nog tijdens de feesten tot aan de tweede wereldoorlog.

Dan breekt het jaar 1914 aan, waarin op 1 augustus de Eerste Wereldoorlog ontbrandt. Het Juliana-feest vond normaal doorgang op 30 april, maar de verjaardag van de Koningin op 31 augustus werd niet feestelijk gevierd. De sekretaris van de vereniging spreekt aan het eind van zijn jaarverslag in 1914 de wens uit, dat ons geliefd vaderland gespaard moge blijven voor alle oorlogswee en dat in deze benarde tijd meer dan ooit in aller harten oprechte dankbaarheid wordt gevoeld ten aanzien van ons geerbiedigd Oranjehuis, dat ons tot nu toe heeft weten te behoeden voor alle ellende en verschrikkingen van de oorlog.

 DE EERSTE WERELDOORLOG

1 augustus 1914 tot 1919

De Eerste Wereldoorlog, voortgesproten uit tegenstellingen tussen verschillende Europese staten om imperialistische, nationalistische en economische motieven, brak uit na de bekende moord op de Oostenrijkse troonopvolger Ferdinand en zijn gemalin te Serajewo op 28 juni 1914. In de eerste vier dagen van augustus van dat jaar verklaarde Duitsland de oorlog aan Rusland en Frankrijk, en Engeland en Belgie deden zulks aan Duitsland. Europa stond in brand, maar Nederland bleef neutraal en kon deze positie gelukkig alle oorlogsjaren door handhaven. In dit neutrale Nederland van die dagen lag het wellicht ten opzichte van het grote wereldgebeuren nog neutralere Winterswijk. En in dat zich rustig ontwikkelde dorp bestond de Vereeniging “Volksfeest”, die voor vier volle jaren, door de omstandigheden gedwongen, moest afzien van de organisatie van de traditionele feestelijkheden. Vanaf 1 augustus 1914 tot 28 november 1918 werden de verjaardagen van Prinses Juliana op 30 april en van Koningin Wilhelmina op 31 augustus niet feestelijk gevierd. Wel werden in die jaren telkens telegrafische gelukswensen verzonden, waarop ook dankbetuigingen werden ontvangen van het Koninklijk Huis.

Hoewel het Feestgebouw als voorheen voor allerlei doeleinden werd verhuurd, zag de financiele situatie van de vereniging er bepaald niet rooskleurig uit. Het nadelig saldo goeide tengevolge van het onderhoud van het gebouw en het niet doorgaan van verschillende feesten.
Weliswaar herinnerde de president van “Volksfeest” op de bestuursvergadering van 27 januari 1915 eraan, dat door de grote oorlog tusen de verschillende landen, alsmede door de mobilisatie van ons eigen land, vooral op verzoek van H.M.de Koningin het vorig jaar geen feest is gevierd en hoopte hij, dat dit jaar uit volle borst weer het Wilhelmus zou kunnen worden gezongen, maar het zou bijkans vier jaren duren, voordat zijn wens in vervulling ging.

Had de vereniging weinig inkomsten voor haar exploitatie, zelfs de verschuldigde huur kwam niet altijd vlot binnen. In de notulen staat tenminste te lezen, dat de penningmeester in augustus 1915 opdracht kreeg om een nota in te dienen met drie dagen zicht bij een of andere militaire instantie, omdat nog steeds niet het geld was ontvangen voor het gebruik van het Feestgebouw door de militairen.
In het jaar 1916 werd het gebouw voor drie dagen verhuurd aan het bestuur van de Huisvlijttentoonstelling. Van het voornemen tot het geven van een concert met bal ter gelegenheid van de verjaardag van de Koningin moest worden afgezien, omdat de vereiste toestemming niet verkregen kon worden. Wel was de burgemeester bereid een vergunning voor een latere datum te geven. Het bestuur was hierover nogal ontstemd, en wilde een vergunning voor latere datum eigenlijk wel weigeren, maar gezien de financiele toestand van de kas werd toch maar besloten een dergelijke vergunning te aanvaarden. Zo vond er op zondag 8 oktober 1916 een concert plaats en aansluitend een dansavond.

Een voorstel van de heer J.G.ten Houten jr. in de aandeelhoudersvergadering op 30 mei 1917 om elke maand een concert met bal te geven ter versterking van de kas, werd aangehouden tot een volgende vergadering. Indien de financiele toestand niet spoedig zou verbeteren, zag hij zich genoodzaakt voor zijn functie als penningmeester te bedanken. Dit alles was aanleiding, dat er een tweede vergadering van aandeelhouders plaats vond op 14 augustus 1917. Naar aanleiding van een toegezonden circulaire aan de aandeelhouders werd de financiele toestand besproken. Het nadelig saldo, dat per 1 januari 1912 had bedragen f 1092,19 steeg langzamerhand tot f 2653,97 op 1 januari 1917. aan belastingen werd betaald in 1912 f 157,37 en in 1916 f 200,09. De achteruitgang was te wijten aan de nog altijd voortdurende oorlog. Wel was door het bestuur besloten nu en dan een concert te geven ter versterking van de kas, maar het werd in de uitvoering van dat besluit teleurgesteld door het weigeren van medewerking door het hoofd der gemeente. In de circulaire was in verband daarmee de vraag gesteld, of de vereniging niet moest worden opgeheven met toepassing van artikel 30 der statuten.

Dominee Andre Douwes was een fel tegenstander van het opheffen van een vereniging, wier wijze van organiseren van volksfeesten een voorbeeld voor het gehele land mocht worden genoemd. Zelfs al zou “Volksfeest” worden opgeheven, dan nog zou er zeer zeker iets anders voor in de plaats moeten komen, want feesten zullen er altijd blijven. Maar wie zal dan de waarborg geven, dat het zo goed zal zijn als door de vereniging is gedaan? Bij een stemming bleek, dat met algemene stemmen tot het voortbestaan van “Volksfeest” werd besloten. Wel werd overwogen steun te vragen aan H.M.de koningin of aan de Commissaris der Koningin. Er gingen echter stemmen op om in het belang van “Volksfeest” de zaak op minnelijke wijze op te lossen met de burgemeester, die meende geen volksfeesten te kunnen toelaten. Er was dus een oorlogje in de groet oorlog! men wilde trachten door middel van een motie van de territoriale bevelhebber alsnog medewerking voor een feestje te verkrijgen. In limburg konden immers de feesten wel doorgang vinden. Er was daarom alle reden ook hier een grotere vrijheid te genieten. Een dergelijke motie, die in nogal krasse bewoordingen scheen opgesteld te zijn, kwam er niet door, maar wel kwam er een voorstel om de plaatselijke autoriteiten te vragen op hun besluit terug te komen. men wilde zodoende de kwestie liever binnenskamers in het reine brengen. Een groot bezwaar bleek nog te zijn, dat de burgemeester wel toestemming had gegeven een acht-baan naar Winterswijk te laten komen, maar dat hij verder “volksfeest” moeilijkheden in de weg legde. Een commissie uit het bestuur zou zich tot de burgemeester wenden om een onderhoud. Alvorens verdere financiele maatregelen te nemen, zou eerst het resultaat van deze bespreking worden afgewacht.

In april 1918 werd besloten ter dekking van het tekort een beroep voor financiele medewerking te doen op de gehele bevolking, zowel van het dorp als van de buurtschappen, door het laten circuleren van intekenlijsten. De opbrengst van deze inzameling, die slechts enkele dagen duurde, was f 2718,30 waardoor het tekort grotendeels werd gedekt. De sympathie van de bevolking voor “Volksfeest” was weer eens duidelijk bewezen. Deze sympathie bleek ook door een geste van de Winterswijkse Orkestvereniging, die op 9 juni 1918 gartis een concert verzorgd, waarvan de opbrengst het kleine tekort van de kas nog wat meer deed dalen.
Intussen was er van majoor Thomsson uit Arnhem nog steeds geen antwoord ontvangen, of hij voor de voor de aangeboden prijs van 7 1/2 cent per persoon per dag, met een minimum van f 10,-, het Feestgebouw wilde huren voor een militaire wacht. 
Op 22 augustus 1918 wilde men een kinderfeest organiseren, waarvan de kosten moesten worden gedekt uit de ontvangsten. Voor dit feest heeft de burgemeester toestemming verleend, maar opheffing van het staangeld voor de verschillende vermakelijkheden op het terrein, kon niet worden toegestaan. Een adres aan de Raad zou niet veel helpen, omdat ook reeds voor enkele jaren geleden afwijzend werd beschikt op een dergelijk verzoek. De zaak werd nog maar eens aangehouden, totdat de nieuwe Raad zitting genomen zou hebben.

Toen de Duitsers aan de fronten steeds meer werden teruggedrongen en een naderende nederlaag waarschijnlijk leek, kon langzamerhand weer aan betere tijden en aan feestvieren in traditionele stijl worden gedacht. De viering van de verjaardag van de koningin op 31 augustus was echter nog niet mogelijk. Maar ter gelegenheid van de wapenstilstand op 11 november 1918 kon er weer feest gevierd worden. Dank zij het wijze beleid van H.M.de Koningin en Haar regering was ons land gedurende de vier oorlogsjaren buiten direkt gevaar gebleven.
Op 28 november 1918 werd in verband met revolutionaire plannen van P.J.Troelstra een vaderlandse betoging in het dorp gehouden, waaraan ook “Volksfeest” deelnam. Het was een goed geslaagde dag, die nog lang in ieders herinnering bewaard bleef en waarop alle hulde werd gebracht aan Koningin en Regering, die zo getrouw de Nederlandse onafhankelijkheid wisten te handhaven.

“Volksfeest” was door de moeilijke jaren heen en had financieel nog net het hoofd boven water kunnen houden. Het tekort over 1918 bedroeg f 700,-. Maar gelukkig werd na 1 januari 1919 nog f 500,- ontvangen voor een drie-weeks verblijf van militairen in die maand, terwijl van de Franse vluchtelingen, die in het Feestgebouw een tijdelijk onderdak hadden gevonden, nog ruim f 1800,- was te vorderen, welke bedrag dank zij de bemoeiingen van de toenmalige penningmeester, medio 1919 werden ontvangen en waardoor voor de eerste maal in dat jaar mededeling kon worden gedaan van een voordelig saldo van f 1576,99.

De herinnering aan onze neutraliteit wordt levendig gehouden door een fontein, geplaatst in het plantsoen bij het station der spoorwegen. Dit gedenkteken werd door de Vereeeniging “Winterswijks Belang” aan de gemeente aangeboden. Het is jammer, dat deze fontein niet meer in gebruik is, want ondanks de bezwaren in onze tijd tegen de artistieke vorm van dit gedenkteken, heeft het al spuitende toch ongetwijfeld in vroeger jaren bijgedragen tot verhoging der feestvreugde.

OPBOUW NA 1918

1919 tot en met 1928

De laatste wolken van de wereldoorlog 1914-1918 trokken over ons land en de hoop op samenwerking der volken zowel als op een vredevolle toekomst voor de mensheid deed overal sluimerende krachten ontwaken en streven naar het herstel van het economische en culturele leven.

In de loop der vooroorlogse jaren had de Vereeniging “Volksfeest” zich een leidende plaats veroverd in het culturele levenspatroon van Winterswijk en het was dus niet te verwonderen, dat ook voor deze instelling de tijd was aangebroken zich op nieuwe taken te werpen, die voor haar zouden zijn weggelegd.
Het lag voor de hand, dat zij begon met het organiseren van feestelijkheden ter gelegenheid van de verjaardag van H.K.H. Prinses Juliana, de eerste verjaarsviering van een lid van het Koninklijk Gezin na de oorlog, waarin zowel ons land als ons Vorstenhuis was gespaard voor de rampen van het krijgsgeweld.
Men wilde echter slechts een halve dag feest vieren ter gelegenheid van de herdenking van de geboorte van onze troonopvolgster en zo werd, met instemming van de burgemeester, deze eerste verjaardag door de burgerij op luisterrijke wijze gevierd.
Het is echter niet te verwonderen, dat in het bijzonder de viering van het Koninginnefeest gepaard ging met een gevoel van grote dankbaarheid voor de wijze waarop Hare Majesteit Koningin Wilhelmina met Haar raadgevers, ons land door de benauwenis van de wereldoorlog had gevoerd, hetgeen zijn weerslag vond in een prachtig bloemencorso, dat duizenden op de been bracht.

Het Uitvoerend Comite had opdracht gekregen om te verschijnen met hoge hoed en in gekleed pak. Allen moesten de blauwe sjerp dragen en aan de optocht vooraf gaan – een beeld, dat ook nu nog bekend is – hetgeen niet alleen een fleurige, maar ook een correcte opening is van een stoet, waarbij iedere Winterswijker op een of andere manier is betrokken.
Opgemerkt zij, dat ook van 1888 tot 1914 al de bekende blauwe sjerpen werden gedragen door bestuursleden, hetgeen op oude foto’s duidelijk is te zien. In 1927 werden de sjerpen afgeschaft behalve voor het dagelijks bestuur en vervangen door strikjes, doch niet veel jaren daarna worden de sjerpen toch weer gebruikt op dezelfde wijze zoals dat ook nog heden ten dage het geval is bij de leden van het dagelijks bestuur.
Ter verhoging van de feestvreugde hadden de heren H. Gijsbers en Van den Berg geheel versierde auto’s belangeloos ter beschikking van het bestuur gesteld. Deze geste ondervond zoveel bijval, dat werd besloten voor alle bestuursleden rijtuigen ter beschikking te stellen. En zo deden de brikken hun intrede in de optocht, waarbij er echter van werd uitgegaan, dat de praktische uitvoering van de wens niet al te veel geld zou mogen kosten en werd aan de rijtuigverhuurders een som betaald, waarin de kosten van door henzelf aan te brengen versieringen moesten zijn begrepen.

De vaandeldragers die “te paard” in de optocht zouden meetrekken, zagen hun “salaris” verhoogd, omdat men nu eenmaal niet van hen kon vergen, dat ze zelf het huren van hun viervoeters betaalden.
Het was in het jaar 1919, dat door het ere-lid J.G.ten Houten, naast het zilveren horloge, ook een gouden horloge beschikbaar werd gesteld voor de prijswinnaar van de wedstrijd vogelschieten, mits de om de eer strijdenden ten minste 25 keren achtereenvolgens aan de vogelschietwedstrijden hadden deelgenomen.
Van de zestien deelnemers was G.R.te Gussinklo de gelukkige, die met de prijs ging strijken.
Versteviging van de financiele basis is een voortdurend probleem geweest van “Volksfeest”, ook al geschiedde dit soms op zeer bescheiden wijze. Zo zocht men het in de vaststelling van de prijs van programma’s  – die tot nog toe gratis werden uitgegeven – en meende men daarvoor een bedrag van f 0,10 te moeten laten betalen, terwijl de entreeprijs van drie groschen ( f 0,18) – in vroeger jaren het normale betalingsmiddel in deze grensstreek – op f 0,50 per persoon werd vastgesteld, een in die dagen reeds belangrijke verhoging.

Dat “Volksfeest” niet alleen haar belangstelling richtte op de verzorging van nationale feestdagen, is meerdere malen gebleken en o.a. ook hier uit, dat ter gelegenheid van de stichting van de Rijkslandbouwwinterschool gratis tafels en stoelen werden uitgeleend zolang de schoolbanken voor het nieuwe gebouw, dat zo’n belangrijk instituut zou blijken te zijn voor de jonge agrarische bevolking van deze streek, nog niet gereed waren en in gebruik konden worden genomen.
Vele malen werd in daarvoor in aanmerking komende gevallen het Feestgebouw gratis in gebruik gegeven, maar toch moest een lonende exploitatie mogelijk woden gemaakt.
Het bestuur poogde daartoe het gebouw te verhuren, maar stuitte daarbij nog al eens op het bezwaar, dat het door zijn afmetingen zo moeilijk was te verwarmen, terwijl ook de accoustiek, zo zegt een jaarverslag uit die dagen “niet deugt”.
Het is daarom niet verwonderlijk, dat ernstig werd gedacht aan plannen tot verbouw en zo werd architect J.v.d. Schaaf opdracht verleend tot het vervaardigen van een daartoe strekkend ontwerp. Nu moest een dergelijk plan aan nog al wat eisen voldoen, want de architect zou het gebouw geschikt moeten maken als vergader-, toneel- en concertzaal, maar bovendien zou het in korte tijd veranderd moeten kunnen worden in een danszaal. Dat was nog niet alles, want er zou een door deskundige te geven garantie tot stand moeten komen, welke overtuiging zou schenken, dat de “accoustiek” als goed kon worden aangemerkt”.
De kosten van de uitvoering van het ontwerp bleken f 35.000,- te vorderen.
Pogingen om door renteloze aandelen genoemd bedrag bij elkaar te krijgen leden schipbreuk.
Evenmin slaagden pogingen om in overleg met het gemeentebestuur een oplossing te vinden, omdat de Gemeenteraad de voorgenomen plannen niet accepteerde.
Verschillende malen is verbouw van het Feestgebouw nog ter sprake gekomen, maar al mogen de plannen tot verfraaiing van het gebouw of het geven van een andere bestemming daaraan ook nu evenals in het verleden nog altijd levendig zijn, het realiseren van die plannen blijft als toekomstmuziek het luisterend oor bij voortduring gespannen houden.

Over muziek gesproken……. wat vinden we het tegenwoordig toch gewoon, dat onze plaatselijke muziekgezelschappen het beeld van het bloemencorso op zo luisterrijke wijze tot een groots evenement helpen maken. 
Stel U de jaarlijkse optocht voor zonder muziek, dat is helemaal ondenkbaar, maar ook de verschillende corpsen in hun burgerpakje kunnen we ons thans moeilijk meer voorstellen.
Toch moest het nog tot 1920 duren voor uitsluitend de beide plaatselijke muziekverenigingen, n.l. de “Winterswijkse Orkestvereniging” en de muziekvereniging “Excelsior” steeds werden geengageerd, een maatregel intussen, die in de loop der jaren tot grote voldoening heeft geleid door de voortreffelijke wijze, waarop beide verenigingen zich van haar taak kwijten. Met zekerheid kan worden gesteld, dat de lof, die destijds aan de medewerkende verenigingen werd toegezwaaid, ook nu nog ten volle geldt. Dezelfde lof geldt ook voor de buurtschaps-muziekverenigingen, zonder welke geen waarlijk feest meer denkbaar is.
Het was ook in die jaren, dat het gebouw dienstbaar werd gemaakt aan culturele doeleinden. Zo werd op 14 april 1920 een avond gehouden door de Nationale Vereniging voor de Volkszang onder leiding van de onderwijzer H.Rijks, organist en leider van zangkoren, en het werd een zeer bijzondere gebeurtenis.

Op 20 juni 1920 werd aan het gemeentebestuur van Winterswijk medewerking verleend tot het geven van een concert door de Arnhemse Orkestvereniging, omdat het plan van de gemeente “kunst aan hetvolk te brengen” algemeen sympathie ontmoette. Niemand zal hebben verwacht dat in het Feestgebouw ook nog eens een kerkorgel werd gebouwd, maar 1921 was er getuige van, dat aan de uit Elberfeld-Barmen stammende orgelbouwer Koch, die destijds aan de Morgenzonweg woonde, daartoe gelegenheid werd geboden.
In hetzelfde jaar leidde er ook de Res.2e Lt.G.F. Dalenoord de theoretische en practische militaire vooroefeningen.

1920

Een gevoelig verlies leed “Volksfeest”, toen in 1921 haar ere-lid, de heer J.G.ten Houten Sr. overleed.
Zijn naam en persoonlijkheid “staan met gouden letters in de annalen der vereniging” geboekstaafd.
In 1922 werd bekend dat door de heer J.G. ten Houten Sr. een bedrag van f 1000,- was gelegateerd aan de vereniging, met de bedoeling uit de rente jaarlijks een zilveren horloge beschikbaar te stellen als ere-prijs bij het vogelschieten.
Het legaat, dat dankbaar werd aanvaard, heeft er mede toe bijgedragen de naam van de ontslapene voorgoed te verbinden aan de geschiedenis van “Volksfeest” , en jaarlijks zijn grote belangstelling voor haar streven in herinnering te brengen.

Volksfeestbestuur 1923: J. Jansma (secretaris), J.H.ten Houten Jr. (president), H.H. Martin (penningmeester)

Al mocht dan de verbouw, welke eerder is gereleveerd, al geen doorgang hebben gevonden, uitbreiding van het terrein rond het gebouw kon worden verwezelijkt, toen in 1921 bij notaris Roelvink een akte kon worden gepasseerd, waarbij de eigenaar Rensing een weide, groot 1 ha. 30.a. en 30 ca., aan “Volksfeest” overdroeg voor de som van 10.000,–. Deze eigenaar bleek tevens bereid een hypotheek te verstrekken voor de tijd van 10 jaren tegen een rente van 5%, waarmede dus tegelijkertijd de financiele oplossing van dit vraagstuk was gevonden.
Het financiele vraagstuk van verlaging van de vermakelijkheidsbelasting bleef de bestuursgemoederen voortdurend bezig houden.
Aanvankelijk leek het er op, dat een destijds bij de Raad der gemeente ingediend adres om het besluit op de staangelden zodanig te wijzigen, dat de vereniging niet langer zou worden getroffen door een te zware belasting der middelen, niet het gewenste resultaat zou hebben.
Het zal daaraan zijn te danken, dat ook een verzoek werd gericht aan de Gedeputeerde Staten van Gelderland om te bevorderen, dat een eventueel aan te bieden besluit niet zou worden goedgekeurd.

Hiermede werd in ieder geval bereikt, dat de Raad het aanvankelijk genomen besluit introk en een nieuw werd vastgesteld, dat inderdaad voor de vereniging minder drukkend bleek te zijn. Latere pogingen om algehele vrijstelling te verkrijgen faalden echter.
De motivering, dat bij de exploitatie veel schade werd ondervonden van concurrerende gebouwen als “Excelsior” – aan de Tuunterstraat – en van de Schouwburgtent aan de Groenloseweg – beter bekend als “de tent van Van Dam” – heeft te weinig indruk gemaakt om de Raad van de dwalingen zijn weegs te bekeren.
Het voortdurende onderhoud dat een gebouw eist – in- zowel als uitwendig, met de daarbij behorende terreinen en afrasteringen – om het in goede staat te behouden, vraagt aanhoudend aandacht en noopt telkens weer tot het zoeken naar middelen om de exploitatie mogelijk te maken.

Leidden in het koude seizoen onvoldoende verwarmingsmogelijkheden ertoe, dat van “onverhuurbaarheid” moest worden gesproken, voldeed de accoustiek niet aan redelijk te stellen eisen voor toneeluitvoeringen, zoals het heette en moest de dansvloer periodiek worden vernieuwd, dan was het eigenlijk wel begrijpelijk, dat telkens weer naar aanvaardbare verbeteringen werd gezocht om het gebouw doelmatiger aan zijn bestemming te kunnen laten beantwoorden.
Om aan de gevoelde bezwaren tegemoet te komen werd destijds een voorstel van de secretaris , de heer J.Jansma, aavaard om opschuifbare schotten aan te brengen. 
Niet alle leden van het Uitvoerend Comite waren over dit voorstel even enthousiast, omdat men twijflde aan de uitvoerbaarheid.
Niettemin werd architect J.v.d.Schaaf in de arm genomen en toen deze de uitvoerbaarheid aanwezig achtte, werd hem opdracht verleend voor het opmaken van een plan. Tevens werd een verbouwingscommissie benoemd, waarvan de toenmalige secretaris van de gemeente Winterswijk, de heer Wierenga, de ziel was.
Een mooi plan, aan de uitvoering waarvan het dagelijks bestuur der gemeente wel bereid was medewerking te verlenen., kon geen genade vinden in de ogen van de Raad. Toch werd het plan niet opgegeven, zij het dan ook in eenvoudiger vorm.

Nadat een proefverbouwing tot stand kwam, waarbij bleek, dat ook de accoustiek verbeterd zou worden, werd tot definitieve uitvoering besloten, terwijl de kosten zouden worden gedekt uit aan de vereniging verstrekte renteloze voorschotten.
Door de vormgeving aan het gebouw, zoals wij dat nu nog kennen, werd de gemeente een zaal rijk, welke, naar de toenmalige behoefte, jaren lang zou kunnen worden gebruikt voor verschillende doeleinden.
In de loop der jaren is gebleken, hoe juist het toenmalige beleid is geweest. Uit de verbouwingscommissie, die zulk een uitstekend werk had verricht, werd een toneelcommissie gevormd, welke al spoedig haar naam zag veranderd in “Comedie-vereniging”.

Deze Comedievereniging heeft onder het bezielend enthousiasme en het onvermoeibare doorzettingsvermogen van de heer W.J.zur Kleinschmiede een bloeitijdperk beleefd, waaraan de herinnering aan vele, uitstekende toneeluitvoeringen bewaard is gebleven.
Het aanbrengen van een electrische verlichting in het gebouw en een “aan het volmaakte grenzende toneelverlichting”- zoals een toenmalige verslaggever schrijft –  bezorgden de zaal een “aangenaam uiterlijk”, terwijl de aanwezigheid van vier grote “brommers van kachels” de zekerheid verschafte, dat koude kon worden buitengesloten.
De garderobe, de toiletgelegenheid, de koffiekamer, de keurige lopers in de zaal, de beide toneelkamers, die voor de spelenden de onmisbare prettige sfeer opriepen, alsmede de aanschaffing van nieuwe meubelen, toonden de vaste wil om een geriefelijke zaalaccomodatie tot stand te brengen en langzamerhand door een doelmatige aanschaf de toneelinventaris uit te breiden.
Immers, onder leiding van de reeds genoemde heer zur Kleinschmiede, werden al spoedig plannen beraamd voor een geheel nieuwe toneelaankleding, waarvan de kosten op f 1700,- werden geraamd.

Genoemde heer zur Kleinschniede had zelf al een bedrag van f 1200,- bijeen gebracht en daarmede was de uitbreiding van het toneelinventaris al verzekerd.
Later, in 1925, werd voor het toneel een dubbele kamer met plafond vervaardigd door de N.V. Ver.Toneel Verkade & Verbeek uit Amsterdam, waarvan de kosten f 1535,- bedroegen; door vrijwillige giften kwam in korte tijd f 1400,- bijeen, waarmede dan een belangrijke verbetering van de toneelaccomodatie tot stand kwam.
De meermalen gehoorde klacht, dat “Volksfeest” de huurprijs voor het gebouw immer te hoog stelde voor verenigingen, die er gebruik van wilden maken, moet als een onrechtvaardig verwijt worden opgevat, omdat het gebruik voor b.v. liefdadige doeleinden dikwijls gratis of tegen een zeer gering bedrag werd toegestaan.
Ondanks de moeilijke taak om het gebouw redelijk te exploiteren, werd zoveel mogelijk de nodige souplesse aan de dag gelegd bij het bepalen der huurprijzen, hetgeen niet anders dan zeer kan worden gewaardeerd. De in dit verband door de secretaris in een der jaarverslagen geslaakte zucht: “Een nieuw gebouw zou zeker f 60.000,- moeten kosten, hetgeen aan rente een afschrijving f 6000,- zou betekenen, waardoor de huur voor verenigingen zeker hoger zou komen dan thans”, wijst duidelijk op de zorgen die het bestuur steeds moet hebben gehad bij het afwenden van ongerechtvaardigde critiek.

Pogingen in 1927 om een overdekte tennisbaan in het gebouw onder te brengen faalden, omdat de afmetingen te gering bleken te zijn.
Vergroting van het gebouw kwam ook weer aan de orde in 1928, toen een specialiteitengezelschap optrad en de toeloop zo groot bleek, dat het gebouw veel te klein was. In dat jaar werden voor het eerst luidsprekers in het Feestgebouw gebruikt. Een oplossing trachtte men te vinden door het aanbouwen van een danstent tijdens de koninginnefeesten, al werd gevreesd, dat de sfeer die zo kenmerkend was voor de festiviteiten in het Feestgebouw, daaronder zou lijden. Hoe primitief de tent echter ook was, aan de gezelligheid werd geen afbreuk gedaan.


Van de gedachten tot vergroting van het gebouw zelf moest echter worden afgezien, omdat de daarmede gemoeide kosten nu eenmaal de draagkracht van de verenigng verre te boven zouden gaan. De gedachten omtrent de vergroting van het gebouw omhelsden o.m. het gebouw mede geschikt te maken, in overleg met de ruiterclub en tennisvereniging, voor manege en tennisbaan. Dus toen al plannen voor een sporthal! Een verbouwing werd wel verwezelijkt.
In het jaar 1927, waarin de bekende Bouwmeesterrevue optrad, was het bestuur n.l. van oordeel, dat het niet aanging om de sinds lang hangende kwestie van de verbetering van de privaten nog langer uit te stellen en moest het er eindelijk maar eens van komen om het primitieve “huuske” te vervangen door een op de waterleiding aangesloten privaat.
De hieraan verbonden kosten werden blijkbaar niet zo zwaar getild en op deze wijze kwam althans een belangrijke hygienische verbetering tot stand.
Financiele kopzorgen werden het bestuur ook bezorgd toen van de zijde van de Ned.Hervormde gemeente de vraag binnen kwam om op zondagen geen bal meer te geven in het gebouw. Dat zou natuurlijk tot gevolg hebben, dat plaatselijke verenigingen niet meer tot huur zouden overgaan.
Het was uiterst moeilijk het verzoek in gunstige overweging te nemen, maar een oplossing nam in feite de toenmalige burgemeester door eenvoudig voor bal op zondag geen vergunning meer te verlenen. Gelukkig is dit verbod naderhand weer opgeheven, omdat hiermede nu eenmaal de financiele welstand van de vereniging in ernstige mate was gemoeid.


Wie wel eens de deplorabele toestand van het terrein rond het gebouw in ogenschouw nam bij regenachtig weer, die heeft natuurlijk wel meewarig het hoofd geschud, maar nimmer is er waarschijnlijk aan gedacht, dat het bestuur in het verleden zich vele malen het hoofd heeft gebroken over afdoende verbeteringen.
Noch ophogingen met puin, sintels, gratis verkregen grond e.d.m., noch drainage aan de zijde van de Pronsweide hebben de gehoopt verbeteringen gebracht en dikwijls moesten de kermisexploitanten zich dan ook behelpen met noodplankiers. Dat het rijden met de dikwijls zware kermiswagens over het terrein de toestand niet verbetert, spreekt vanzelf, maar men kan de exploitanten daarvan geen verwijt maken, omdat deze nu eenmaal hun tenten en materialen moeten opslaan op de voor hen meest gunstige plaats.
Slapeloze nachten doorleefde de penningmeester, toen in 1924 een drievoudige verhoging van de personele belasting en een verhoging van de vermakelijkheidsbelasting, een explosie in de kas dreigden te veroorzaken. Na reclame werd wel een verlaging van de eerstbedoelde belasting verkregen, maar de vermakelijkheidsbelasting bleef onveranderd.
Tegenover deze tegenslagen konden gelukkig ook lichtzijden worden vermeld, o.a. toen de autoriteiten aan beide zijden van de grens bereid bleken faciliteiten te verlenen aan Duitsers, die hier de festiviteiten wilden meemaken en meermalen is het gebeurd, dat er zelfs extra treinen liepen.

Ook het plaatsen van advertenties in Duitse bladen trok de aandacht van onze oosterburen, die op deze wijze niet alleen op niet te verre afstand eens echt feestelijk “uit” konden zijn, maar waardoor ook menige middenstander wat extra in het laadje moet hebben gekregen.
Een vreugdevolle gebeurtenis greep plaats, toen in 1923 het 25-jarig regeringsjubileum van H.M.Koningin Wilhelmina op 6 september aan de bevolking de gelegenheid bood zich met geheel overig Nederland dichter rond de troon te scharen.
Reeds tijdens de Koninginnedag in het laatst van augustus waren de meeste straten versierd en waren de erepoorten opgesteld. Bomen voor de erepoorten en groen werden door de buurtbewoners gratis ter beschikking gesteld; nijvere handen zorgden voor de aanmaak van guirlandes, het vlechten van bloemen en kronen onder de leiding van de taltrijke straatcomite’s. De oude St.Jacobstoren was getuige van een door lampions en electrische lampen feestelijk verlicht en in het groen gestoken en met bloemen versierd dorp.
“Volksfeest”, die hier weer de inspirerende vereniging was geweest, verzorgde het a f 0,20 verkrijgbare feestprogramma, bij de uitvoering waarvan onze verbondenheid met het Oranjehuis zo overduidelijk bleek.

’s Morgens om 6 uur reeds waren met muziek van de W.O.V. de bestuursleden Martin, Meerdink, Meinen en v.d.Linde en ook de vaandeldrager Jan van Essen opgehaald, die “Volksfeest” zouden vertegenwoordigen bij de nationale huldebetoging te Amsterdam.
Klokkengelui, gevolgd door koraalmuziek vanaf de torentrans, en een rede van de burgemeester vormden de inleiding tot de vreugdevolle feestviering. Daarna volgde een concert in de toenmalige muziektent op de markt. ’s Middags was er een zangdemonstratie op het sportterrein, waaraan door 900 kinderen werd deelgenomen, waarna een rondtocht met versierde wagens, waaraan ook de buurtschappen deelnamen, telkens onderbroken om de vijf muziekgezelschappen, die hieraan spontaan medewerkten, gelegenheid te geven de optocht tot een feestelijk gebeuren te helpen maken.
Een sportdemonstratie en een zanguitvoering door een 300-tal zangers en zangeressen op het sportterrein, trokken duizenden belangstellenden.
’s Avonds om 7 uur was er een dankstond in de verschillende kerken, om 9 uur op de Markt de prijsuitreiking voor de straatversieringen en tot slot na een lichtstoet door de feeeriek verlichte straten – waaraan ook het fraai verlichte raadhuis in de Wooldstraat en tal van particuliere woningen nog een bijzonder cachet toegoegden – werd het feest voortgezet in het Feestgebouw met het traditionele bal, dit keer met “verrassingen”, waarbij o.a. feestmutsen aan de dansenden werden uitgedeeld.
Het is een onvergetelijk festijn geworden ter gelegenheid van een luisterrijk gebeuren in ons Vorstenhuis.

Enkele jaren later vond opnieuw een heugelijke gebeurtenis plaats in het leven van ons Koninklijk Gezin, toen het op 8 februari 1926 zijn zilveren huwelijksfeest vierde.
Aanvankelijk was de herdenking op 2 februari gedacht, maar de grote watersnood, die ons land juist tevoren teisterde, maakte uitstel onvermijdelijk.
Nadat de vaandels waren opgehaald bij de president van “Volksfeest”, werd een tocht door het dorp gemaakt, langs het gemeentehuis, waarna naar het Feestgebouw werd getrokken, waar een 2000-tal inwoners, waaronder tal van genodigden zoals raadsleden, vertegenwoordigers van kerkgenootschappen en van verenigingen, was samengestroomd om aandachtig te luisteren naar de bezielende woorden van de verschillende sprekers en naar het concert van de muziekvereniging “Euphonia” uit Eibergen.
In 1926 beklaagde de burgemeester zich hierover, dat na het bal op 30 april met muziek naar de markt was getrokken. Het bestuur besloot naar aanleiding daarvan voortaan door middel van een deputatie het programma van de feestelijkheden met de burgemeester te bespreken en hem ervan te overtuigen, dat de oude toestand van voorheen moest gehandhaafd blijven. Het feest op 30 april was een bestaand feest, een officieel feest. Werd vroeger het recht aan “Volksfeest” gegeven om ’s avonds met muziek naar de Markt te trekken, daarom moest dit recht in ere behouden blijven.
Het was in dit jaar, dat de Koninklijke Marechaussee op bevel van hogerhand niet meer te paard mocht meerijden aan het hoofd van de optocht. Later werd het evenwel weer toegestaan.

In 1927 vond de opstelling van het bloemencorso weer plaats op de markt, nadat deze inmiddels was vergroot. Gedurende een aantal jaren daarvoor werd het corso opgesteld bij de Marechaussee-kazerne.
In dit jaar schonk de weduwe van de heer C.P. ten Houten, welke laatste vele jaren bestuurslid geweest was, een bandelier voor een der vaandels van “Volksfeest”.
In 1929 werd de route van het bloemencorso zodanig gewijzigd, dat deze leidde langs het huis van de burgemeester. Op de eerste dag van het feest zou de stoet halt houden bij de burgemeester en op de tweede dag bij het gemeentehuis in de Wooldstraat.
Het was in 1926, dat voor de eerste maal, op initiatief van de President, een “Thee Dansant” werd gegeven in het Feestgebouw, een experiment, dat zeer in de smaak viel.
Voorbereidingen voor de volksspelen leggen immer veel beslag op de bestuursleden en gelukkig is het maar een uitzondering gebleven, dat – zoals de verslaggever in 1926 moest vermelden – de “jongere bestuursleden schitterden door afwezigheid”. Ook de bals moesten een ordelijk verloop hebben en zo danste men dikwijls in groepen, waarbij de president bij het wisselen gebruik maakte van een bel.
Vanzelfsprekend moesten er dan bij het wisselen voldoende bestuursleden aanwezig zijn om toe te zien, dat niet jongelui, die niet aan de beurt waren, toch een poging waagden om zich onder de dansenden te mengen, wat ’n soort sport was.
In eerder genoemd jaar, werd er ook een proef genomen met beroepsmensen bij de kassa en voor de controle, teneinde daardoor meer bestuursleden vrij te maken voor hulp bij de volksspelen.

Tot de evenementen uit die jaren behoorde ook een lezing, die de bekende leider van Karakorum-expeditie, Dr.P.H.Visser, voor een stampvolle zaal hield en waarbij met spanning de avonturen in het hooggebergte van Tibet, zowel van mensen als van dieren – en wie denkt er dan niet onmiddelijk aan de beroemde hond Payiala – werden gevolgd.

Op 15 mei 1928 kwam het koninklijk Besluit af, dat met ingang van 21 mei daarop volgende de heer J.A.R. Bosma tot burgemeester van Winterswijk werd benoemd.
In allerijl moesten maatregelen worden getroffen voor een feestelijke intocht, waarvan  “Volksfeest”  – op verzoek van het gemeentebestuur – de leiding in handen nam. Dank zij de medewerking van de Winterswijkse Ruiterclub, die bij elke zich voordoende gelegenheid belangeloos haar medewerking verleent, werd een bijzonder karakter gelegd op de luisterrijke intocht, waarbij de nieuwe burgemeester, ” op waarlijk Koninklijke wijze” werd ingehaald door de talrijke verenigingen, die spontaan deze intocht tot een onvergetelijke hebben gemaakt.

Het jaar 1928 werd ook gekenmerkt door de aanvrage van het gemeentebestuur om het Feestgebouw op 10 januari 1929 beschikbaar te stellen voor een radioavond ter ere van het feit, dat het toen 50 jaren was geleden, dat H.M.Koningin- Moeder in ons land kwam, een verzoek waaraan gaarne werd voldaan. Tengevolge hiervan kwam de door “Volksfeest” vastgestelde herdenking op 7 januari 1929 te vervallen.
Eveneens viel destijds het besluit om het 40-jarig bestaan der vereniging op 19 december 1928 feestelijk te herdenken door een “gezelligen avond, buiten bezwaar der kas van “Volksfeest”.”
Uitgenodigd zouden worden “bestuurs-, oud-bestuurs- en juryleden met hun dames”.
Het feest werd gehouden bij “Boer Balink”, alwaar de bekende radio- en voordrachtskunstenaar “Mr.Kamp uit Den Haag de aanwezigen op kostelijke wijze heeft onderhouden”.
Wel staat nog in het jaarverslag over 1928 vermeld, dat het een avond is geworden die “bij de 50 aanwezigen in aangename herinnering zal blijven voortleven”, maar meer wordt men van deze feestelijkheid niet gewaar, evenmin trouwens als van de regelmatig gehouden jachtdagen voor bestuursleden, mannelijke juryleden, echtgenoten van vrouwelijke juryleden en gasten, die altijd met een diner werden besloten en waarvan de indruk bestaat, dat deze de deelnemers menig kostelijk ogenblik hebben bezorgd.

“Veertig jaar werkt onze vereniging reeds temidden onzer bevolking. Van de eerste 26 bestuursleden waren 19 december 1928 nog in functie de H.H. J.W.Hesselink Sr, J.H.Heemink en J.W. Meijerink JHzn”, zo meldt het jaarverslag, dat de herdenking memoreert.
De toenmalige secretaris deed bij die gelegenheid in zijn jaarverslag een beroep op de jongere leden om hun taak in “Volksfeest” zo te verrichten, dat zij in staat zouden zijn, als “hun tijd van heengaan daar is, “Volksfeest” in handen te stellen van hun opvolgers in een zoodanigen toestand, waarover de oprichters, als ze er nog waren, hun volle tevredenheid zouden te kennen geven”. Ook doet hij dan een beroep op de aandeelhouders om als een man achter het bestuur te staan als het er om gaat de vereniging te steunen, haar in stand te houden en te zorgen, dat zij met haar tijd kan meegaan.
Daarmede is dan voor “Volksfeest” een belangrijke verenigingsperiode afgesloten.

IN DE SCHADUW VAN DE TWEEDE WERELDOORLOG

1929 tot 10 mei 1940

Reeds in het vorige hoofdstuk maakten wij melding van een radio-avond in het Feestgebouw i.v.m. het feit, dat H.M. de Koningin-Moeder voor 50 jaren in ons land kwam.
Daarbij zorg de het gemeentebestuur voor 1000 programma’s en voor het plaatsen van radiotoestellen, terwijl de pbrengst van de entree’s voor “Volksfeest” zou zijn. Tegenover het gemis van de inkomsten uit het buffet – dat men voor deze gelegenheid niet wilde gebruiken – stonden dan die van entreegelden ad f 0,25 per persoon.
Als het plan bij “Winterswijkse Belang” rijpt om een muziektent te bouwen in schelpvorm, ter vervanging van de bestaande tent, dan worden er pogingen in het werk gesteld om deze te doen plaatsen op het terrein bij het Feestgebouw. Helaas is dit idee echter niet verwezelijkt.
In 1929 werd een strook grond aan de gemeente afgestaan van 1 1/2 meter, zulks in verband met de verbreding van de Haitsma Mulierweg. Aangezien de gemeente het hek gratis wilde verplaatsen, werd de grond om niet afgestaan. De zich voor het gebouw bevindende fontein werd later afgebroken, terwijl de leeuwen, die ter weerszijden van de toegang waren opgesteld, moesten worden verplaatst naar een, zoals het destijds heette, nader te bepalen punt. Zoals in een vorig hoofdstuk reeds vermeld werd, zijn deze leeuwen in 1933 opgeruimd, stukgeslagen en in het terrein verwerkt. Hetzelfde lot onderging de fontein.

Reeds begint de malaise, die de volgende jaren zal kenmerken, zich af te tekenen door de verminderde opbrengst in de staangelden, een der kurken waarop “Volksfeest” toch eigenlijk drijft.
In dit jaar wordt ook nog weer eens de “stadsomroeper” ten tonele gevoerd, omdat men deze de gelegenheid tot het doen van aangifte voor de volksspelen op ouderwetse wijze wil laten bekend maken.
Lieten zich aanvankelijk moeilijkheden verwachten, toen de Ruiterclub meende geld voor haar medewerking bij de volksfeesten te moeten vragen, spoedig werd dit probleem opgelost, nadat het hoofdbestuur door middel van een ingezonden stuk in de plaatselijke pers haar standpunt uiteen had gezet en tengevolge waarvan zich reeds direct een 12-tal leden beschikbaar stelde om alsnog hun medewerking gratis te verlenen.
Dank zij deze medewerking konden ook dit jaar de volksfeesten doorgang vinden op de traditionele wijze en was de begeleiding door ruiters van het altijd weer boeiende schouwspel van het bloemencorso, gelukkig verzekerd.

Als bekend wordt, dat burgemeester J.A.R.Bosma dit jaar zijn zilveren ambtsjubileum viert, verleent “Volksfeest” zijn medewerking tot het verzorgen van een avond, waarbij de bekende Veluwse liedjeszanger Jan van Riemsdijk optreedt, waarna een geanimeerd bal met muzikale medewerking van het strijkje Schepel, ook thans nog bij jong en oud bekend, die avond feestelijk besloot

Door midddel van een afvaardiging van tien bestuursleden en de drie vaandeldragers, werd “Volksfeest” de gelegenheid geboden deel te nemen aan de Nationale Huldebetoging te ’s-Gravenhage op 16 september 1930 ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van H.M.de Koningin. Het werd een manifestatie waaraan niet minder dan 13000 afgevaardigden uit het gehele land deelnamen.

Vooral onze vaandeldragers hadden veel bekijks en zowel burgers als politie maakten bij hun verschijning ruim baan.
Opmerkingen van de Hagenaars, dat er “ook een hondenclub” meeliep in de stoet zullen ongetwijfeld hebben gelegen aan onbekendheid met het Winterswijkse wapen, maar om de prachtige witte pantalon van een der vaandeldragers aan te zien voor diens onderbroek, getuigt van weinig fantasie!
In 1930 werd de wens geuit de gaslampen op de pilasters van het hek te vervangen door electrische lampen, en de “W” voor het gebouw weer aan te brengen. Terwille van de blijkbaar niet al te solide conditie van de vloer mocht bij de polonaise geen zgn. “dikke boom” meer gemaakt worden.
In 1931 werd een nieuwe riftvloer in het gebouw aangebracht, waarvan de uitvoering geschiedde door de laagste inschrijver G.F.Bloemers voor de prijs van f 1893,-. 
De kosten werden gedekt door een extra-heffing van de aandeelhouders.
Op 10 augustus was de vloer reeds gereed en werd deze door de bestuursleden bekeken; door de president werd een dronk uitgebracht op de nieuwe vloer, waarvan hij hoopte, dat daarop “een reeks van jaren eensgezind en prettig feest zou worden gevierd”.

Zoals eerder ter gelegenheid van het feit, dat H.M.de koningin-Moeder 50 jaren geleden in ons land kwam, door “Volksfeest” een boekwerk ter beschikking werd gesteld voor de hoogste klassen der lagere scholen, zo werden de scholen in 1931 verrast door een portret van H.M.de Koningin, met de opdruk “Vereeniging Volksfeest, opgericht 19 december 1888”, een geschenk, dat zeer werd gewaardeerd.
Vorderde de aanschaf van een aantal nieuwe stoelen ter vervanging van versleten meubilair, een uitgaaf van f 150,-, de banken en tafels moesten worden gehandhaafd, omdat voor vernieuwing daarvan eenvoudig geen geld in de kas was.

Men moest op de kleintjes letten en uit zuinigheidsoverwegingen werd in 1933 dan ook besloten de lantaarns op de poorten van het hek “in het vervolg niet meer te laten branden”.
Ook het loon van de klokkenluiders en het blijkbaar gebruikelijke fooienstelsel voor o.a. de koetsiers alsmede de vergoeding voor de vaandeldragers, moest worden verminderd en wel met niet minder dan 20%. Deze drastische maatregelen meende men te moeten nemen uit vrees voor een dreigende verhoging van de personele belasting. De klokluider van de R.K.kerk, de algemeen bekende en joviale sigarenwinkelier Dagelinckx, die op 31 augustus 1932 nog door een ham aan het klokketouw was gehuldigd, omdat hij voor de 25e maal achtereen de klokken had geluid bij de volksfeesten, bleek niet bereid met zijn loonsverlaging genoegen te nemen.

Een oplossing voor dit niet al te ernstig conflict zal destijds zeker zijn gevonden, ook al wordt daarover niets meer vermeld.
In overleg met de P.G.E.M. werd in 1932 een betere toneelverlichting aangebracht; tevens kwamen er enkele andere verbeteringen, zoals het verstevigen van de achtermuur “om erger te voorkomen”. Een betere verlichting van de koffiekamer, herstel van het lekke dak en aanschaffing van stoelen vorderden opnieuw uitgaven, waarvoor middelen moesten worden gevonden.

De levering van electriciteit aan kermisexploitanten zou in den vervolge niet meer geschieden door de P.G.E.M., maar door “Volksfeest”, die daardoor de gelegenheid verkreeg de kosten van meterhuur, afschrijving van de installatie en rente van de investeringskosten te verhalen op de gebruikers.
In hetzelfde jaar werd door Ir.J.C.de Vries, leraar aan de R.H.B.S., een zilveren medaille beschikbaar gesteld als extra- prijs, bestemd voor de tweede winnaar bij het vogelschieten, een bewijs hoezeer de belangstelling van de bevolking uitging naar wat zich om “Volksfeest” afspeelde.
Als op 24 april 1933 de geboorte voor 400 jaren wordt herdacht van de Stamvader van ons Oranjehuis, dan is het weer ’Volksfeest” die de leiding neemt bij de feestelijkheden rond de grondlegger van ons zelfstandig volksbestaan, de verdediger van vrijheid en verdraagzaamheid, van wie bekend is, hoezeer hij de wreedheden, die in zijn tijd werden verdreven , verafschuwde.

De herdenking in de Nieuwe Kerk te Delft op 17 april 1933 werd ook bijgewoond door een deputatie van “Volksfeest”, die het voorrecht had met een “gereserveerd rijtuig van de Ned.Spoorwegen” de tocht te mogen maken.
In die dagen waren in de coupe’s nog geen kaarttafeltjes, zoals nu, en men behielp zich dus maar met een stevige overjas over de knieeen, die als tafel moest fungeren. En waarvoor zou deze geimproviseerde tafel anders hebben gediend dan voor “Winterswijks pandoeren”. De delegatie raakte zo verdiept in het spel, dat het eind van de reis in zicht was voor men ’t wist en men zich met verwondering afvroeg: “Buw we dér no al?”.

Op 2 augustus 1933 werd in het Feestgebouw de plechtige viering van de 75e verjaardag van de alom geeerde H.M.Koningin-Moeder Emma , georganiseerd.
Na de opening door de heer J.W.Hesselink JWzn., oud president, werd gezamelijk het aloude “Wilhelmus” gezongen, gevolgd door een rede van de burgemeester, samenzang en een huldigingsmars door “Excelsior”, onder leiding van dirgent A.L. Kok.
Afwisselend traden daarna als sprekers op de predikanten A.G.Kloots, C.C. de Maar, G.Renting, kapelaan J.van den Hoven en de voorganger van de Israelitische gemeente D.Schielaar, terwijl het kerkelijk gemend zangkoor “Maarten Luther”, onder leiding van de heer M.Rijks, de chr. zangvereniging ’De Lofstem”, onder leiding van de heer J.Kroon, die tevens het “Winterswijks mannekoor” dirigeerde, alsmede de gemengde zangvereniging “Pro Gaudia”, onder leiding van de heer J.Lammers uit Aalten, vocale medewerking verleenden. De afdeling symphonie van de W.O.V. – dirigent de heer C.A.Kok – en de heren Wim Wiggers, viool, begeleid door de pianist Ben Uwland, namen de instrumentale opluistering van deze avond voor hun rekening. Op voortreffelijke wijze hebben alle medewerkers spontaan hun aandeel verzorgd, wat door de heer J.W.Hesselink JWzn., in diens slotwoord naar voren werd gebracht, waarna gezamelijk het bekende lied “O! dierbaar plekje grond” uit volle borst werd gezongen.

Een doorn in het oog van “Volksfeest” is altijd geweest, dat in het zgn. “Geheelonthouderstentje” op het plein van School M “etenswaren” en ook ijs werden verkocht.
Hieraan werd in 1933 door de overheid een einde gemaakt, terwijl ook geen ventvergunningen meer zouden worden veleend voor de in de directe omgeving van het Feestgebouw gelegen straten. Door het bestuur van “Volksfeest” werd de wenselijkheid uitgesproken om de burgemeester er op te wijzen, dat de spandoeken met “Viert feest zonder alcohol” niet tijdens de dagen voor haar feest opgehangen behoorden te worden.
Het bloemencorso had dat jaar een record-aantal deelnemers, nl. 67, waaronder 13 grote nummers, van welke optocht door de fotograaf G.Ribbink een film werd gemaakt.
Hoezeer de crisis in die jaren drukte, moge blijken uit een mededeling in een jaarverslag, dat de Joodse toneelvereniging “Ons genoegen” een voorstelling in het gratis ter beschikking gestelde Feestgebouw gaf, waarvan de opbrengst ten goede kwam aan het toenmalige Crisiscomite.

En terwijl de donkere wolken van de crisisjaren zich samenpakten, kwam de droeve tijding, dat op 20 maart 1934 H.M.Koningin Moeder Emma, die sedert haar komst in ons land zich zo’n grote plaats had veroverd in het hart van Haar volk, voor goed van ons was heengegaan.
Het bestuur van “Volksfeest” besloot op korte termijn een spoedvergadering te beleggen met vertegenwoordigers van kerkelijke instellingen en verenigingen om te komen tot een herdenkingsavond.
In verband met de bijzetting van het stoffelijk overschot in de Koninklijke grafkelder in de Nieuwe Kerk te Delft, zou dan gezamelijk een datum kunnen worden vastgesteld voor de herdenking.
Inmiddels bleek reeds van andere zijde een herdenkingsdienst te zijn georganiseerd in de Ned.Hervormde Kerk, wat “Volksfeest” aanleiding gaf zich bescheiden terug te trekken. Niet alleen in genoemde kerk, maar ook in de R.K.Kerk en in de Israelitische synagoge werden herdenkingsbijeenkomsten gehouden.

Zeer kort daarna werd ons Koninklijk Gezin opnieuw getroffen door een zeer ernstig verlies tengevolge van het heengaan in de leeftijd van 58 jaar van Z.K.H.Prins Hendrik der Nederlanden op 3 juli 1934, wiens stoffelijk overschot op 11 juli 1934 werd bijgezet in de Nieuwe Kerk te Delft.
Als leider van het Roode Kruis, en door zijn grote belangstelling voor de padvindersbeweging en de ontwikkeling van het maatschappelijk leven, genoot hij zeer grote waardering, terwijl Winterswijk het voorrecht heeft gehad hem als hoge bezoeker te mogen ontvangen op de in het begin van deze eeuw hier gehouden landbouwtentoonstelling.
Bij die gelegenheid heeft Z.K.H.een rijtoer door de dreven van Winterswijk gemaakt, o.a. door enige bossen in het Woold, en aan een lunch aangezeten bij restaurant “Boer Balink”.

Eenzaam kwam onze Landsvrouwe H.M.Koningin Wilhelmina met Haar Dochter H.K.H. Prinses Juliana, te staan op hoge post, die Haar was toevertrouwd.
Dat ondanks de droeve omstandigheden waarin Vorstenhuis en Volk verkeerden, de jaarlijkse feesten toch doorgang vonden, is enerzijds te verklaren uit de omstandigheid, dat van hogerhand niet op afgelasting was aangedrongen, anderzijds was het immers ondoenlijk de met kermisexploitanten gesloten contracten te verbreken, omdat “Volksfeest” dan ongetwijfeld voor schadevergoeding zou worden aangesproken, hetgeen de financiele krachten van de vereniging te boven zou gaan.
Bij de op 30 april, alsmede op 31 augustus en 1 september gehouden feesten werd duidelijk blijk gegeven van de waardige wijze, waarop dit hier kon geschieden en kwam vooral tot uitdrukking de eendracht, die ons volk in moeilijke omstandigheden bezielde, hetgeen ongetwijfeld te danken was aan de voortreffelijke leiding, die “Volksfeest” sedert de aanvang van haar bestaan bij dergelijke gelegenheden heeft weten te geven.
Het was in 1934 dat met grote erkentelijkheid kon worden vastgesteld, dat de exploitatie van het buffet bij de gerant, de heer J.F.de Meijer, in goede handen was.
In hetzelfde jaar vertrok de heer zur Kleinschmiede naar Apeldoorn en werd hem uit erkentelijkheid, het ere-voorzitterschap aangeboden van de Comedievereniging.
Jammer, dat het voortbestaan van die vereniging door verminderde belangstelling ernstig in gevaar werd gebracht en zij later “slapende” bleek.
Toen op 31 december bekend werd, dat burgemeester J.A.R.Bosma, was bevorderd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau, werd hem onder auspicien van “Volksfeest” door de W.O.V. een serenade gebracht.

In 1935 zag de optochtcommissie zich voor een zware taak gesteld om de 101 nummers, die voor het bloemencorso waren aangegeven, zodanig te rangschikken, dat het een verantwoorde stoet werd. Gelukkig had de collecte voor het bloemencorso f 100,- meer opgebracht, zodat ook aan prijzen meer kon worden beschikbaar gesteld.
De schitterende stoet, afgewisseld door de voor deze gelegenheid in groepen gesplitste muziekgezelschappen, werd door duizenden bewonderd.
Dat de jury, die immer een belangrijke taak heeft, hier in het bijzonder voor een zware opgave werd gesteld, behoeft geen betoog. Hier zij nog opgemerkt, dat in vroeger jaren de jury ook al eens bestaan heeft uit de plaatselijke dominees en de pastoor.

Intussen krijgt de commissie, die belast is met de verpachting van de staanplaatsen, het hoe langer hoe moeilijker tengevolge van de hoge transportkosten, waarmede de kermisexploitanten hebben te kampen, de liggng van onze gemeente in een deel van het land, dat het opnemen ervan in een aantrekkelijke reisroute belemmert, en de hoge vermakelijkheidsbelasting,welke de opbrengst der staangelden voortdurend blijft drukken. Daarbij houden de inschrijvers vanzelfsprekend al rekening met eventuele tegenvallers tengevolge van slechte weersomstandigheden. Gelukkig behoeft men hierover niet al te erg te klagen, want het beroemde Oranjezonnetje, waarop wij Winterswijkers nog wel eens plegen te pochen, laat het bloemencorso, en dus in het algemeen ook de overige feestelijkheden, zelden in de streek.
De allerwegen drukkende zorgen geven de secretaris in 1935 de woorden in de pen, dat “zorgen het best kunnen worden bestreden door samenwerking en zo ze al niet verdwijnen, dan toch zullen ze verminderen, zo we schouder aan schouder blijven staan”.

Een verlies leed “Volksfeest” , toen op 12 maart 1936 de oud-president J.W.Hesselink Sr.overleed, die sedert de oprichting voortdurend een werkzaam aandeel had gehad in het verenigingsleven. Mede onder zijn eminente leiding is “Volksfeest” groot geworden.
“Zijn weergaloos organisatietalent stelde hij reeds gaarne ten dienste van de door hem zoo geliefde Vereeniging “Volksfeest”,” zo staat van hem in het jaarverslag te lezen en verder nog; “Op 22 juli 1889 werd hij benoemd tot chef van de optocht te paard, op 20 Juni 1891 tot vice-president, op 5 juli 1897 tot President. Vanaf 31 maart 1907-1922 was hij onafgebroken President, tot 1935 was hij lid van het uitvoerend comite”.
In de loop van dinsdag 8 september 1936 werd de verloving bekend van H.K.H. Prinses Juliana en Z.D.H.Prins Bernard van Lippe Biesterfeld, een gebeurtenis, welke volksfeest aanleiding gaf dit heugelijke feit nog diezelfde avond feestelijk met de bevolking te vieren.
Onmiddelijk werd, met belangeloze medewerking van de muziekverenigingen “W.O.V.” en “Excelsior” om 8 uur des avonds een serenade georganiseerd, waaraan door 130 verenigingen met hun vaandels werd deelgenomen, welk vreugdebetoon door de burgemeester als vertegenwoordiger van de Kroon in ontvangst werd genomen. De optochtcommissie onder leiding van de heren P.Beukenhorst en J.te Lintum wist van een honderden tellende menigte een ordelijke stoet te formeren en het enthousiasme kende geen grenzen.

Op 14 september werd vernomen, dat de regering een nationale feestdag in het voornemen had op zaterdag 16 september 1936.
In ijltempo werden alle voorbereidende maatregelen getroffen voor de viering van die feestdag en zo kon het gebeuren, dat 36 uur na de vergadering waarin de plannen werden ontwikkeld, onder stralend weer 2600 schoolkinderen, getooid met vlaggen in de nationale kleuren, een grote en fleurige stoet vormden, terwijl onder leiding van de heer H.Rijks bij de muziektent een aantal vaderlandse liederen gezamelijk werden gezongen, waaraan ook de samengestroomde bevolking spontaan deelnam.
Een fakkeloptocht met lampions was zo fantastisch als men zich niet kon herinneren ooit te hebben gezien, terwijl sommige straten echt feestelijk waren versierd, hetgeen de aanblik van het geheel nog vreugdevoller maakte.
Na ontbinding van de stoet kon ieder op zijn wijze verder de avond doorbrengen.
Het feestgebouw bood een gezellig beeld, er heerste een opgewekte stemming, waartoe niet weinig werd bijgedragen door “Excelsior” en de “W.O.V.” , die om beurten de dansmuziek verzorgden.
Niet onvermeld mag blijven, dat “Volksfeest” in de raad door de burgemeester is gehuldigd voor haar initiatief en op voorstel van het gemeentebestuur werd een subsidie van f 500,- verleend ter bestrijding van de kosten, die de vereniging zich had getroost.

Te verwachten was, dat de huwelijksvoltrekking niet lang op zich zou laten wachten en toen dan ook bekend werd dat deze op 7 januari 1937 zou plaats vinden, werd reeds op 26 oktober d.a.v. een vergadering bijeengeroepen tot regeling van de feestviering.
Onder ere-voorzitterschap van de burgemeester werd een werkcomite samengesteld van 74 personen, dat onder auspicien van een Algemeen Oranjecomite, de driedaagse feesten zou voorbereiden en regelen en waarbij reeds vaststond dat het feestgebouw op 6,7, en 8 januari 1937 gratis ter beschikking zou worden gesteld.
De voormiddagen van die dagen was het feestgebouw gereserveerd voor de jeugd, terwijl op 6 januari des namiddags een feestelijke bijeenkomst werd georganiseerd voor ouden van dagen en werklozen met hun vrouwen, die in het bezit waren van een uitnodigingskaart, tevens bewijs van toegang. Hier verzorgde Prof.Sakarini met goochelen een vrolijke middag, terwijl tevens een Oranjefilm werd vertoond en een tractatie niet ontbrak.

Op de avond van 7 januari 1937, om 5 uur, heeft “Volksfeest”  in tegenwoordigheid van de burgemeester, enige bestuursleden, ca.600 kinderen en vele belangstellenden en met medewerking van de W.O.V. voor het feestgebouw een Juliana-eik gepoot.
De voorzitter van “Volksfeest” liet uitkomen, dat deze eik een symbool was van de jeugd en de kracht van het jonge Vorstelijke Paar. Evenals hij hoopte, dat de jonge eik zou mogen opgroeien tot een krachtige boom, zo hoopte hij ook, dat het Vorstelijk Paar in de loop der jaren “zou mogen opgroeien en bloeien in de liefde voor elkaar en voor ons Vaderland”.
Waarschijnlijk is deze eik van de niet lang daarna uitgebroken oorlogshandelingen het slachtoffer geworden.
De avond van de 7e januari werd in het feestgebouw besloten met een “bruiloft”, waarbij het gezelschap “Bartoes” uit Amsterdam is opgetreden en waar honderden tijdens het bal een allerplezierigst feest hebben beleefd.
Ongeacht gezindte, rang of stand, allen hebben op echt Winterswijkse wijze feest gevierd.
Maar in het bijzonder mag niet onvermeld blijven de in het feestgebouw op 6 januari tevoren gehouden wijdingsavond waarin, na een inleidend woord van de burgemeester, die daarbij wees op de nauwe banden tussen Nederland en Oranje, als sprekers optraden Ds.F.C.Zwaal, Ds.C.C.de Maar, Pastoor J.B.J. Kaeter, Ds.J.W.Roobol, Rabbjn D.Schielaar, afgewisseld door gemeenschappelijke zang. Het werd een indrukwekkend getuigenis van saamhorigheid.

Inmiddels werd door het bestuur weer een poging gedaan om de raad der gemeente te bewegen de vermakelijkheidsbelasting af te schaffen, zulks naar aanleiding van een voorstel van het gemeentebestuur om deze van 10 op 20% te verhogen. “Dankbaar, maar niet voldaan” was “Volksfeest” voor een wijziging, die inhield, dat de belasting op staangelden zou worden gehalveerd en de verordening op de feestdagen ter ere van de Koningin buiten werking zou worden gesteld.
In zijn jaarverslag over 1937 maakte de toenmalige secretaris nog melding van het eervol ontslag, dat aan de heer J.A.R.Bosma werd verleend als burgemeester, onder dankbetuiging voor diens langdurige diensten en voor zijn grote belangstelling voor “Volksfeest”.
Voorts betreurt hij daarin, dat het bestuur niet in staat is om de zaal in betere conditie te brengen, de toneelaccomodatie en het meubilair, welke laatste nog altijd bestaat uit lange banken en tafels, te vervangen door een aan de tijd aangepaste outillage en ten slotte breekt hij nog eens een lans voor het voortbestaan van “Volksfeest”, dat z.i. een blijvende taak heeft.
Het is het laatste verslag, dat de heer J.Jansma, die vanaf 1912 bestuurslid van “Volksfeest” is geweest, heeft samengesteld.

Intussen werd bij Koninklijk Besluit d.d. 16 juli 1938 de heer J.Kneppelhout tot burgemeester benoemd en wel met ingang van 1 augustus d.a.v. Op de avond van die dag werd in het feestgebouw een drukbezochte receptie aangeboden, waarbij vanzelfsprekend ook het bestuur van “Volksfeest” aanwezig was.
Ter gelegenheid van de volksfeesten werd op 31 augustus en 1 september 1938 een terras ingericht aan de zijde van het kermisterrein, waar vandaan men – tegen een verplichte consumptie – rustig van de kermisdrukte kon genieten. Een koud buffet in het gebouw ,waar vanaf 8 uur des avonds eetwaren verkrijgbaar waren, completeerde de exploitatie van het buffet op voortreffelijke wijze.

Op de eerste dag werd een groot bloemencorso gehouden met versierde ruituigen, auto’s, rijwielen, enz. en een afdeling folklore, waarvoor ook nu weer geldprijzen waren beschikbaar gesteld, terwijl de prijsuitreiking op de tweede dag in het feestgebouw plaats vond. ’s Middags van de tweede dag was er een “dancing” met muziek van “Excelsior”.
Er was ook alle reden voor een echt feest nu immers op 31 januari 1938 Prinses Beatrix was geboren, wat aanleiding had gegeven tot een intense en algemene vreugde, waarbij heel `Winterswijk stond in een brandende oranjegloed`.

“Volksfeest” zorgde weer eens voor een lichtstoet met lampions en vaandels, waaraan zevenendertig verenigingen deelnamen. De straten stonden zwart van de mensen, terwijl na afloop in de omgeving van het feestgebouw, onder het oog van duizenden een brandstapel werd ontstoken, die door zijn rosse gloed tegen de donkere hemel tot een vlammend vuurfestijn werd. 

“Jubern” (Buurtvereniging Indische buurt) neemt deel aan de lichtstoet. “Jubern”is opgericht in 1936 n.a.v. verloving prinses Juliana en prins Bernhard.
Tweede van links te paard: G.Goorhuis, vaandeldrager Volksfeest.
Voorste rij: Jelle Hoogstra, Jan de Koster, G.van Loo, Johnny Hulst, Jan Heemink, Steffie Heesen, Mientje Kobus en Hans v.d. Schaaf.


In het feestgebouw zelf bracht de burgemeester naar voren, dat een grote wens in vervulling was gegaan.
Overal in het dorp en op de buurten was er een uitbundige vreugde, die tot ver na middernacht duurde.
Rondgangen met muziek brachten honderden op de been, kinderfeesten met poppenkast en goochelaar en een vertoning door het marionetten-theater van Bert Brugman bezorgden, naast de tractaties, aan 1521 kinderen een onvergetelijke dag.
Maar nog een belangrijke datum beleefde ons Koningshuis, toen op 6 september 1938 bij het 40-jarig regeringsjubileum van H.M.Koningin Wilhelmina de aanhankelijkheid aan ons Vorstenhuis opnieuw tot uitdrukking kon worden gebracht.

Een comite, onder ere-voorzitterschap van de heer H.P.Priester, wethouder, nam de organisatie op zich en zo werd de bevolking getuige van een concert vanaf de toren, een optocht met vaandels van alle mogelijke verenigingen, die zich daarvoor hadden opgegeven en die eindigde met een overdracht van een Gemeentestandaard – geschenk van de heer H.P.Priester – aan een deputatie uit de plaatselijke jeugdorganisaties, die in Amsterdam deel zou nemen aan een defile voor H.M.de Koningin.
Helaas is de fraaie standaard “vergaan”, zodat ze voor het nageslacht verloren ging. Een vlaggenparade, gymnastiekdemonstraties en massazang vulden de middag, terwijl om 4.45 uur een openluchtspel “Oranje en Nederland”, van de hand van mevrouw C.H.W.Meijnen-Geleijnse, werd opgevoerd.
Het was een waardige herdenking, waaraan het door de Vereeniging “Volksfeest” gevormde “6 september-comite” gestalte had gegeven.
Voor de Vereeniging ’Volksfeest” zelf was er dit jaar een bijzondere gelegenheid tot het vieren van feest.
Immers de vereniging bestond op 19 december juist 50 jaren.

Dit gouden jubileum werd op 18 en 19 december 1938 op feestelijke wijze herdacht.
Op 18 december trad Rene Sleeswijk’s Nederlandse revue op met medewerking van o.a. de bekende artiesten Willy Walden (Juffrouw Snip) en Piet Muyselaar (Juffrouw Snap).
Op 19 december d.a.v. hield het bestuur in het feestgebouw een receptie van 7.30- 8.30 uur, gevolgd door een concert van de beide muziekverenigingen “Excelsior” en de W.O.V., en daarna een groot jubileum-bal met medewerking van twee dansorkesten ,waarvoor echter slechts matige belangstelling bestond. De oorzaak moet ongetwijfeld gezocht worden in de felle koude, die er toen heerste.

De receptie was zeer druk bezocht en er waren tal van sprekers, waaronder in de eerste plaats Burgemeester J.Kneppelhout, die hulde bracht aan de vereniging voor haar arbeid; verder waren er tal van organisaties, die hun opwachting maakten om de gouden jubilaresse te huldigen.
Een groot moment was het toen names de dames van de bestuursleden en aandeelhouders door mevrouw ten Houten- Wiegersma het nieuwe Oranjevaandel werd aangeboden door kinderen en overgedragen in handen voor de voorzitter, die het met hartelijke woorden aanvaardde met de wens, dat vooral de kinderen “dit mooie Oranjevaandel nog tal van jaren door de Gemeente mogen zien ronddragen, ter viering van de verjaardagen in ons Koninlijk Huis”.
Op een des morgens aan H.M.de Koningin verzonden telegram tot betuiging “van aanhankelijkheid en trouw” ter gelegenheid van dit gouden jubileum, ontving het bestuur het volgende antwoordtelegram: “Koningin draagt mij op U en leden Oranje-vereeniging “Volksfeest” Hoogstderzelven dank over te brengen voor gevoelens vertolt in uw telegram van heden. Adjudant van dienst, Romswinckel.”
Zo werd dit gouden jubileum een echt feestelijk gebeuren in het leven van “Volksfeest”.
Ter gelegenheid van de verjaardag van H.K.H. Prinses Juliana werd op 29 april 1939 het nieuwe modern geoutilleerde buffet in gebruik genomen, nadat de heer de Groen, wien door de voorzitter dank werd gebracht voor wat deze voor de totstandkoning ervan had gedaan, dit door het doorknippen van een lint voor geopend verklaard had.

Toen op 11 mei 1939 het nieuwe gemeentehuis op de Balinkes in gebruik werd genomen verblijdde “Volksfeest” het gemeentebestuur met twee vlaggen, een geschenk dat volkomen lag in de lijn van de schenkende vereniging. Het was dan ook een gelukkig symbool, dat “door samenwerking van “Volksfeest” en Gemeentebestuur op hoogtijdagen in ons nationale leven de vlag van het huis der Gemeente zal wapperen”.
De toen uitgesproken wens, dat dit “niet tot uiterlijk vertoon beperkt zal blijven, maar dat de vlag ook een bewijs zal zijn van innerlijke samenleving van Winterswijk’s bevolking in de viering van onze nationale feestdagen”, geldt ook nu nog onverminderd. 
Op 5 augustus 1838 verscheen een officeel bulletin waarin de blijde geboorte van H.K.H. Irene Emma Elisabeth werd aangekondigd en reeds dezelfde dag trok er een enorme fakkeloptocht door vrijwel alle versierde en geillumineerde straten.

Maandag 7 augustus was er een nationale feestdag, ingezet met een zanghulde in de muziektent op de Wheme, met medewerking van de vereniging “Kinderzang”, onder leiding van Mevrouw J.Prinsen-Moolenbeek, en plaatselijke zangkoren, waarvan honderden getuige waren.
De voorzitter van “Volksfeest” gaf uiting aan de vreugde van de bevolking en feliciteerde het hoofd der gemeente met de blijde gebeurtenis, die in het Koninklijk gezin had plaats gevonden. 
Burgemeester Kneppelhout beantwoordde de rede onder opmerking, dat bij een geboorte niet alleen blijdschap wordt getoverd in de harten van de ouders, maar dat de vreugde wordt gedeeld ook door allen, die door familie- of vriendschapsbanden met hen zijn verbonden. Zo was het ook met de Winterswijkse bevolking, die deelde in de vreugde over de geboorte van de Oranjetelg. Vanzelfsprekend was er grote belangstelling voor de optocht met vaandels der talrijke deelnemende verenigingen, terwijl een groot vuurwerk de bekroning vormde van een feest, dat door duizenden in de beste stemming werd gevierd, zelfs nog lang na het middernachtelijk uur.

In verband met de algehele mobilisatie kon het programma van de feestelijkheden op 30 en 31 augustus 1939 geen doorgang vinden. De tijdsomstandigheden waren ernstig geworden en, hoewel “Volksfeest” bijdragen voor het bloemencorso en inleggelden voor de volksspelen best kon gebruiken, meende het bestuur toch tot terugbetaling te moeten overgaan aan hen, die daartoe voor 1 oktober 1939 de wens te kennen gaven.
De pers deed een beroep op de bevolking van deze gelegenheid tot terugbetaling zo weinig mogelijk gebruik te maken, omdat de vaste lasten bleven en de moeilijkheden voor de vereniging al groot genoeg waren door het afgelasten van de feesten, die een hoofdbron van inkomsten betekende. Het gevolg was gunstig.
Op 30 september 1939 werd door de Arnhemse Orkestvereniging nog een concert in het feestgebouw gegeven. De toegangsprijs was destijds nog f 0,25.
De traditionele jachtdag, door de president J.G.ten Houten Jr. op 7 december 1938 weer in ere hersteld, werd dit jaar gehouden op zaterdag 9 december. Tijdens het diner aan het einde van deze dag werden insignes uitgereikt aan bestuursleden, die reeds 25 jaar in functie waren.

Vermeld zij nog, dat aan de heer J.W.Rauwerdink, een bekende figuur in dienst van “Volksfeest”, bij zijn 25-jarig jubileum als hulpbode een cadeau werd aangeboden. 
Nadat op 27 maart 1940 nog een aandeelhoudersvergadering was gehouden in de Societeit “De Eendracht”, vond voor de laatste maal voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog een Julianafeest plaats op 30 april 1940, met goedkeuring van de gemeentelijke en militaire autoriteiten.
’s Middags was er concert, kinderbal en dancing, ’s avonds een “Groot Bal” tot 1 uur, met muziek van de vereniging Ëxcelsior”. Zoals gebruikelijk werd ook toen weer vanaf en naar de Markt, voorafgegaan door muziek, een optocht geformeerd.
Het programma, dat werd uitgegeven, hield tevens een oproep in aan de bevolking om te vlaggen, maar ook de volgende zinsneden:
“Mogen onze vlaggen de tolk zijn van een volk, ook in ons Winterswijk, dat zich zelf wil zijn en blijven.
Aan deze gedachte uiting te geven, daarvoor biedt het Julianafeest een goede en gepaste gelegenheid en wij spreken gaarne de hoop uit, dat de a.s. viering van dit feest er een moge zijn, die getuigt van onze trouw aan en genegenheid voor het Huis van Oranje”.

Op 10 mei 1940 vallen de Duitsers ons land binnen.
Ons land, volk en koningshuis werden in de zwarte nacht van de oorlog gesleurd.
En niemand die kon vermoeden, dat het vijf lange, kommervolle jaren zou duren, eer Licht der bevrijding over ons land zijn stralen zou werpen.

DE TWEEDE WERELDOORLOG

10 mei 1940 tot en met de bevrijdingsfeesten in 1945

De verraderlijke en het recht vertrappende inval door de Duitsers op 10 mei 1940 betekende voor het Koninkrijk der Nederlanden en voor een groot deel van de wereld het begin van een periode van vijf jaren onrecht, terreur, misdaad, onmenselijkheid, dood, ziekte, honger en verlies van alles of veel, dat dierbaar was. In de vier oorlogsdagen, die voorafgingen aan de capitulatie door Nederland, was men zich nog niet bewust van alles, dat zou komen. Deze eerste oorlogsdagen hadden genoeg aan zichzelf. Vele dappere Nederlandse mannen, onder wie 17 Winterswijkers, keerden niet meer terug naar huis. Zij gaven als eersten het hoogste offer voor onze vrijheid. Na hen zouden er nog ontelbaar velen volgen, ook Winterswijkse burgers.
Het is binnen het kader van dit gedenkboek niet de bedoeling de vijf jaren leed en onrecht in details te beschrijven. Wie hierover meer wil lezen, wordt verwezen naar twee zeer interessante boekjes, nl. “Herinneringen aan de bevrijding van Winterswijk” door H.B. Aalders en J.G. Ruwhof, en “Winterswijk in oorlogstijd”, een terugblik door W.D.Lelieveld, waaruit een aantal gegevens werden overgenomen.

Volstaan mag worden met een eervol vermelden van het totaal aantal slachtoffers onder de Winterswijkse bevolking, nl. 320 medeburgers, die hun leven lieten in de strijd tegen de bezetter of tengevolge van zijn schandelijke terreur en tengevolge van andere oorlogshandelingen.
Onder hen was als grootste groep de Joodse gemeenschap uit ons dorp. Behalve deze medeburgers, die het hoogste gaven, waren er honderden die zich daadwerkelijk ingezet hebben voor verzet en hulp aan getroffen medemensen, vaak met grote gevaren voor hun eigen leven en onder moeilijke omstandigheden. Duizenden burgers deden als goede vaderlanders hun plicht op minder spectaculaire wijze, maar vormden het juiste klimaat, waarin de voorbereidingen voor de bevrijding konden geschieden.
Voor de “Vereeniging Volksfeest” betekenden de oorlogsjaren een tijd van gedwongen stilstand. Haar aktiviteiten en de door haar voorheen telkenjare georganiseerde feesten, die steeds een sterke binding met het Huis van Oranje hadden, moesten achterwege blijven, aanvankelijk op eigen initiatief in verband met de omstandigheden, later gedwongen op bevel van de Duitse bezetter en zijn handlangers. De vaandels bleven opgeborgen tot betere tijden, het feestgebouw zou geen feestvierende burgers in Volksfeest-verband herbergen, en het bloemencorso moest plaats maken voor demonstraties van W.A. en jeugdstorm.

Vanaf 17 mei 1940 tot en met 15 februari 1941 was het feestgebouw verhuurd aan de Koninklijke Tricotfabriek G.J.Willink N.V. Een ander punt met betrekking tot het gebouw was, dat het verduisterd moest worden, hetgeen in het voorjaar van 1941 in orde werd gemaakt voor ca. f 50,-.
Daags voor de verjaardag van Z.K.H. Prins Bernard werd het verbod tot vlaggen uitgevaardigd, en vanaf 1 augutus 1940 mocht geen oranje, in welke vorm ook, nog gedragen worden. 
Niet veel later moesten onze joodse landgenoten de David-ster dragen, in geel, met in hebreeuwse letters daarop “Jood”. Bedoeld als schande en vernedering, werd het door de goede medeburgers ervaren als een teken, dat hen vervulde met respect en eensgezindheid in de strijd tegen de vijand.
Gedurende het eerste oorlogsjaar werden nog bestuursvergaderingen van “Volksfeest” gehouden, en wel op dinsdag 19 november 1940, donderdag 20 februari 1941 en de laatste in deze oorlogsperiode op donderdag 6 maart 1941 in Societeit “De Eendracht”. Op vrijdag 7 maart 1941, eveneens in “De Eendracht”, werd de laatste aandeelhoudersvergadering gehouden. In verband met de tijdsomstandigheden werd besloten, dat het bestuur geen voordracht voor herkiesbare of nieuwe bestuursleden zou opmaken. Er zou op de gewone wijze echter gestemd worden over candidaten, die door de vergadering voorgesteld zouden worden. Ook besloot men dit jaar geen obligatie uit te loten.

Na 7 maart 1941 treedt “Volksfeest” niet meer als vereniging in het openbaar op. Haar wachten nog enkele moeilijke en zwarte momenten, waarin met name drie leden van het uitvoerend Comite zich goede vaderlanders toonden en zich nog moesten bemoeien met verenigingszaken, en dat deden op een wijze, waarvoor hen grote hulde toekomt. Het betreft de heren J.H. Colenbrander, F.C. van der Linde en J.B.B. Oonk. Het lag voor de hand, dat de “Vereeniging Volksfeest” evenals alle Oranjeverenigingen in het land geen aktiviteiten meer mocht ontplooien in het openbaar en zogenaamd zelfs ontbonden moest worden.
Het feestgebouw bleef voor wat betreft de exploitatie voorlopig nog in handen van de drie genoemde bestuursleden. Zij werden van N.S.B.-overheidszijde voor deze taak verantwoordelijk gesteld. Een N.S.B.-figuur, een zekere Verwaijen uit Etten, speelde in deze tijd een grote rol. De N.S.B.-dominee uit Winterswijk, “kameraad” Reeser, meende zich eveneens nogal grote bevoegdheden te kunnen aanmeten met betrekking tot de gang van zaken in het feestgebouw. Ook de latere N.S.B.-burgemeester, Dr.W.P.C. Bos, en de N.S.B.- inspecteur van politie, H. Feberwee, lieten zich terstond gelden. Het schandelijke was zelfs, dat N.S.B.-ers de kelder in het feestgebouw inspecteerden en er alle dranken uit meenamen. Dit gebeurde daarna steeds met de aan het feestgebouw als rantsoen toegekende hoeveelheden dranken.

Op 6 april 1941 werd burgemeester J.Kneppelhout wegens het laten verwijderen van een z.i. opruiend plakkaat aan de muur van de Grote Kerk op de markt, gearresteerd en overgebracht naar het Oranjehotel te Scheveningen. Toen hij hieruit op 18 juni 1941 werd ontslagen, vernam hij bij terugkeer in Winterswijk, dat hij per 13 mei 1941 was ontheven uit zijn ambt. Van mei tot kerstmis 1942 verbleef burgemeester Kneppelhout als gijzelaar in Sint Michielsgestel, waar hij als over-buurman had zijn latere opvolger als burgemeester van Winterswijk, de heer J.B. Vlam. Vanaf augustus 1943 mocht hij zich niet meer in de gemeente ophouden en verbleef hij in Barchem nabij Lochem. De heer Mr.J.Voorink nam toen tijdelijk het ambt van burgemeester op zich. Op 21 augustus 1941 werden de leden van de gemeenteraad naar huis gestuurd, nadat op die dag onder voorzitterschap van Mr.Voorink de laatste raadszitting had plaats gevonden. De gemeenteraad was bij verordening van de bezetter ontbonden.

Op een zondag in de zomer van 1941 organiseerde de Winterswijkse Gymnastiekvereniging in samenwerking met gymnastiekverenigingen uit het distrikt “De Graafschap” een turndag op het sportterrein aan de Morgenzonweg. ’s Avonds zou er een bal zijn in het feestgebouw. In die dagen mochten onze Joodse landgenoten nog wel op sportterreinen verschijnen, maar in openbare gebouwen was hun aanwezigheid niet meer gewenst. Een der voornaamste organisatoren van deze turndag was een jood, die mede leiding gaf aan de uitvoeringen op het sportterrein. “Dominee” Reeser kwam aan de heer Oonk vertellen dat er ’s avonds geen joden in het feestgebouw mochten komen en dat dit moest worden bekendgemaakt.
Na overleg van de heer OOnk met de heren Colenbrander en van der Linde werden twee “goede” bestuursleden van de W.G.V. uitgenodigd om de vraag te bespreken, wat er moest gebeuren. deze beide bestuursleden waren de heren Joh.Dijk en Kobus.
Moest het bal afgelast worden? dat zou waarschijnlijk niet gemakkelijk gaan. De heer Oonk kwam echter op een zeer goed idee. Het was op die bewuste zondag namelijk bijzonder heet weer. Hij belde de heer de Groen van de Grolsche Bierbrouwerij op en sprak met hem af, dat er geen dranken geleverd konden worden voor het feestgebouw. Er was tengevolge van het warme weer zogenaamd geen voldoende aanvoer en voorraad van dranken. Dit feit werd aan dominee Reeser medegedeeld. Hoe hij deze boodschap “verwerkt” heeft, is niet bekend, maar hij gelastte wel, dat als het bal toch nog doorgang zou vinden, er aan het feestgebouw aangeplakt moest worden, dat joden geen toegang hadden. Met deze lastgeving konden de heren gevoegelijk akkoord gaan, want het feest ging toch niet door. Op het sportterrein werd ’s middags omgeroepen, dat de dansavond werd afgelast, omdat het feestgebouw niet voor dranken kon zorgen. 
Een waar staaltje van saamhorigheid met onze joodse medeburgers!.

Eveneens in het jaar 1941 kwam van hogerhand bevel, dat de boeken en bescheiden van “Volksfeest” ingeleverd moesten worden. Dominee Reeser kwam dit de heer Oonk mededelen. Hij deed zich voor als plaatsvervanger van de “heer” Verwaijen.
De heer Oonk had echter opdracht zich uitsluitend te bemoeien met Verwaijen zelf. Met de heer Colenbrander als getuige belde, de heer Oonk deze op en vroeg, met wie hij nu te maken had. Het antwoord luidde, dat de heer Oonk niets met dominee Reeser te maken had en de bescheiden rechtstreeks bij Verwaijen diende in te leveren. Natuurlijk vroeg de heer Oonk enige tijd om de boeken “bij te werken”. Het gevolg was uiteraard, dat hetgeen werd ingeleverd slechts betrekking had op een jaar (het voorgaande was na kascontrole, en decharchering steeds “vernietigd”!) en dat het archief, dat nu moest onderduiken, in geen enkel opzicht geschonden was. Een klein saldo op de bank werd ingepikt, terwijl het saldo van het “J.G.ten Houten-fonds” ter grootte van f 1500,- op de persoonlijke girorekening van verwaijen moest worden gestort.

Niet lang daarna, op dinsdag 17 maart 1942, werd dr.W.P.C. Bos benoemd tot (N.S.B.-) burgemeester van de gemeente Winterswijk. Hij legde de eed (!) af in handen van een zekere  Dr.Wimmer in Den Haag. Kameraad Reeser werd belast met de voorbereiding van de plechtigheden van de installatie, die onder grote luister plaats vond op zaterdag 28 maart 1942. Behalve Jeugdstorm, W.A., Duitse- en N.S.B.-autoriteiten, de wethouders en hogere gemeente-ambtenaren (die gedwongen waren aanwezig te zijn) was er slechts belangstelling van “verkeerde” Winterswijkers. De anderen bleven op die middag in huis. Op 8 april 1942 dienden de wethouders J. Tenkink, A. Weerkamp en G.C. Bent hun ontslag in, dat werd aanvaard. Zij werden natuurlijk door “beter”-gezinden vervangen. 
Vermeld zij nog als bijzonderheid, dat op 27 juli 1942 de 20.000-ste inwoner van Winterswijk werd geboren.

Op woensdag 18 maart 1942, daags na de benoeming dus van Dr. Bos tot burgemeester, kreeg de heer Oonk van de heer D.J. Zwagerman, gemeentesekretaris, telefonisch de mededeling, dat hij ’s morgens bij de nieuwe “baas” moest komen in verband met het feestgebouw. Bos wilde dit kopen van “Volksfeest” ten dienste van de gemeente!. Reeds eerder was door tussenkomst van een “verkeerd” bestuurslid van “Volksfeest” getracht het feestgebouw de N.S.B.-ers in handen te spelen. Toen nu de heer Oonk op het gemeentehuis arriveerde, werd hij ontvangen door de heer Zwagerman, met wie hij de zaak moest regelen, want de burgemeester had het te druk met “gelaarsde” vrienden, die hem kwamen gelukwensen met zijn benoeming. De heer Oonk vertelde aan de heer Zwagermqan, dat Bos het gebouw kon krijgen voor de hypotheek van f 8000,- die er op drukte, de verschenen rente daarvan en een f 5000,- obligatielening van de brouwerij. Hoewel de heer Zwagerman dit veel te goedkoop vond, vertelde de heer Oonk hem, dat het op deze wijze kon en dat hij verder niets meer over deze zaak wilde en kon zeggen. De heer Oonk benadrukte echter, dat hij noch een ander van “Volksfeest” voor deze “transactie” een handtekening zou zetten. ’s Middags belde Bos de heer Oonk op en vertelde hem, dat hij de vraagprijs veel te laag vond. de heer Oonk gaf ten antwoord: “Je hebt wat voor de gemeenschap over of niet”. Toen werd het stil en was het telefoongesprek spoedig ten einde. Waarom handelde de heer Oonk op deze wijze? “Wel”, zegt deze zelf, “had ik getekend en bijvoorbeeld f 5000, – meer gevraagd, dan had ik de aandeelhouders moeten uitbetalen, moesten de aandelen ingeleverd worden, en was de vereniging weg”.  Verder op in dit hoofdstuk zal men nog lezen, hoe deze handelswijze van de heer Oonk heilzam geweest is voor “Volksfeest”, toen na de bevrijding krachtens rechtsherstel het feestgebouw weer in handen kwam van de rechtmatige eigenaresse, de “Vereeniging Volksfeest”.

Intussen gingen de bezetting en oorlog verder en werd de toestand steeds ernstiger. De gewelddaden en het onrecht namen steeds grotere vormen aan. Het blijde bericht van de geboorte van H.K.H. Prinses Margriet op 19 januari 1943 in Ottawa deed een ogenblik alle ellende vergeten.
Op 11 februari 1943 werden o.m. drie van de vier kerkklokken uit de oude St.Jacobstoren gestolen door de bezetter. Met grote ontroering zagen velen machteloos toe, hoe de klokken uit onze torens werden gehaald en weggevoerd. Vele jaren hadden deze klokken de mensen opgeroepen naar het kerkgebouw en de feestdagen ’s morgens ingeluid. Op 2 augustus 1945 kwamen de twee belangrijkste klokken weer terug.

In het najaar van 1943 werd een afdeling van de mobiele Staatsbrandweer of de Brandweerpolitie in ons dorp gelegerd. Dit was een op militaire leest geschoeide instelling van de bezetter, die voor een deel bestond uit vrijwilligers die niet naar Duitsland wilden om aldaar tewerkgesteld te worden, maar ook voor een deel uit “verkeerde” vrijwilligers. Het kader en de officieren bestonden voor het grootste deel uit N.S.B.-figuren. Het geheel stond onder toezicht en opperbevel van de bezetter. De taak van deze brandweertroepen was hulpverlening in door bombardementen of andere oorlogshandelingen getroffen plaatsen en gebieden. De troepen, die in Winterswijk waren ondergebracht, werden ingezet voor werkzaamheden in het Ruhrgebied. Aanvankelijk werden de brandweermannen gelegerd in het parochiehuis. In het voorjaar van 1944 verhuisden zij naar de voor hen gebouwde barakken achter het feestgebouw. Een gedeelte van het parochiehuis deed daarna dienst als ziekenzaal van deze eenheid. Het feestgebouw zelf was terstond in het najaar van 1943 ingericht als garage van de brandweerauto’s.

“Grote”bezoeken kreeg Winterswijk ook nog, nl. op 9 oktober 1943 van ir.A. Mussert, de nationale leider van de N.S.B., en op 9 mei 1944 van Max Blokzijl, die in het feestgebouw de jeugd wilde toespreken. alleen de leden van de Brandweerpolitie, de Nederlandse Arbeidsdienst (gelegerd in het kamp waar nu het woonoord voor Ambonnezen is) en de Jeugdstorm waren op bevel aanwezig.
In september 1944 verdwenen de goede gemeente-ambtenaren en het spoorwegpersoneel.
De gemeentesekretaris D.J. Zwagerman en de gemeenteontvanger M.J.B. Adriani kregen zelfs niet-eervol ontslag, “wegens grovelijk plichtsverzuim”. Als represaille voor het slechte luisteren naar de oproepen, dat mannelijke personen tussen 17 en 50 jaar zich moesten melden voor de ’Arbeidseinsatz”, werd in de nacht van 25 op 26 september 1944 een zgn. eerste groep gijzelaars gearresteerd. Het waren 29 Winterswijkers, geselecteerd door Dr.Bos. Op zaterdag 28 oktober 1944 werd de tweede groep gijzelaars gearresteerd. Ditmaal waren het 23 personen, onder wie zich sommigen bevonden, die ook bij de eerste groep hadden behoord. Bij beide groepen bevonden zich bestuursleden van ’Volksfeest”.

Als bijzonderheid uit die tijd vermelden wij nog de “ontvluchting” van de heer W.D. Lelieveld uit een cel in het feestgebouw. De heer Lelieveld werkte in het verzet in de landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Deze L.O. werd mede opgericht door onze grote plaatsgenote mevrouw H.Th. Kuipers-Rietberg, die als “Tante Riek” in het verzet bekend stond en de dood vond in het concentratiekamp Ravenbruck op Kerstmis 1944. Met enige andere Winterswijkers, die de heldendood stierven, behoorden ook de heer Lelieveld tot degenen, die daadwerkelijk aan het verzet deelnamen. In mei 1944 werd hij gearresteerd, vrijwel gelijk met Henk Baarschers, de zoon van het thans nog in leven zijnde ere-lid van “Volksfeest”, de heer H.B.Baarschers Sr.
Deze zoon werd in de oorlog omgebracht.

De heer Lelieveld nu werd na een nachtelijk verhoor op het politiebureau overgebracht naar de brandweergarage, het feestgebouw, en in een aldaar waarschijnlijk geimproviseerd aangebrachte cel opgesloten. Een wachtpost van de Brandweerpolitie marcheerde voor zijn cel op en neer. De arrestant klom op een stoel en wist zich aan de rand van een luchtkoker vast te grijpen, waardoor hij in staat was een ruit met staaldraad met zijn schoen te verbrijzelen. Op deze wijze uit zijn cel ontsnapt en na een sprong van het dak, klom hij over de omheining en zette het op een lopen. De wachtpost buiten ontdekte hem echter en sloeg alarm.
Een groep van 50 tot 60 brandweermannen zette de achtervolging in en wist de uitbreker weer in te rekenen. In optocht werd de heer Lelieveld teruggebracht naar het feestgebouw, waar hij onder strenge bewaking werd gesteld. Vlak daarop werd hij via de S.D. te Arnhem en via verschillende onheilsplaatsen gedeporteerd naar het concentratiekamp Neuengamme, vanwaar hij na de bevrijding naar Winterswijk mocht terugkeren.
In de eerste maanden van 1945 werd het leven steeds onaangenamer en moeilijker. Luchtaanvallen waren aan de orde van de dag, vele mannen waren ondergedoken en anderen moesten gaan “spitten”. Intussen maakten de geallieerde legers grote vorderingen en rukten op vanuit het zuiden van ons land, dat in de herfst van 1944 al voor een groot deel was bevrijd.

Op zaterdag 31 maart 1945, daags voor Pasen, breekt ook voor Winterswijk de bevrijding aan. In de uitzending van radio Oranje van 3 april 1945 om 1 uur n.m. werd o.a. medegedeeld: “Zaterdagmorgen in de vroegte werd Winterswijk bevrijd. De plaats is niet beschadigd. Ook vielen er geen slachtoffers onder de burgerbevolking. Terstond na de bevrijding werd de politie gezuiverd en een begin gemaakt met het arresteren van N.S.B.-ers. Meer dan 100 N.S.B.-ers, die zich de laatste maanden schandelijk hadden gedragen, werden terstond in verzekerde bewaring gesteld. Op het ogenblik, dat onze verslaggever in Winterswijk was, was men op zoek naar de N.S.B.-burgemeester. In het Woold is kort, maar hevig gevochten”.

In de eerste weken na de bevrijding, toen het leven zich weer meer geordend ging ontwikkelen, was een der eerste gedachten van de heer Oonk; de teruggave van het feestgebouw. Hij begaf zich hiertoe naar de inmiddels weer teruggekeerde en in functie getreden burgemeester Kneppelhout en vroeg hem op grond van het rechtsherstel het feestgebouw weer in handen te stellen van “Volksfeest”. Voor de zgn. verkoop aan Dr.Bos was nooit getekend. Het feestgebouw was min of meer gevorderd met de klaarblijkelijke bedoeling het gebouw aan ’Volksfeest” te ontnemen. Rechtsherstel hield echter in, dat ontnomen goederen, in dit geval een onroerend goed, teruggegeven moesten worden aan de rechtmatige bezitter(s) in de oorspronkelijke toestand, dus ook met een hypotheek op het gebouw tegen een rentevoet van 3 1/2 %. Dat was aanvankelijk een moeilijkheid, maar een dergelijke hypotheek werd tenslotte toch door de gemeente verstrekt. Het rechtsherstel vond plaats op 9 juni 1950. In het feestgebouw was flink huisgehouden. De vloer was danig beschadigd; er was zelfs met een tank door het gebouw gereden, waardoor een stuk muur was beschadigd. Het toneel was er uitgebroken en het hout ervan verbrand. Na de bevrijding werd door de firma H.C.Huiskamp voor f 800,-  een nieuw podium gebouwd, en enige jaren later, in het begin van 1953, werd o.a. een nieuwe dansvloer gelegd voor ca. f 12.000,- , voor een deel bijeengebracht door een collecte, waarbij de burgerij een grote vrijgevigheid aan de dag legde. Het herstel der aangerichte schade heeft “Volksfeest” voor haar rekening genomen zonder hiermede de gemeente lastig te vallen. De barakken achter het feestgebouw wilde “Volksfeest” er echter niet bij nemen. Deze mocht de gemeente wel houden. Na de bevrijding hebben er nog geruime tijd N.S.B.-gezinnen gewoond, die na al of niet enige tijd vastgezeten te hebben, hun vroegere woningen niet meer konden betrekken. Jaren later zijn deze barakken in opdracht van de gemeente afgebroken.

Had “Volksfeest” voor de oorlog het feestgebouw vrij kunnen houden van legering van Nederlandse soldaten en na 10 mei 1940 van Duitse militairen, behalve dan van de Brandweerpolitie, thans was het weer zover, dat het gebouw, enigszins hersteld van de opgelopen beschadigingen, gebruikt kon worden voor feestelijke doeleinden.

Het eerste feest na de bevrijding, dat plaatsvond, in het feestgebouw, was een Juliana-avond, georganiseerd door de “de jongens van de heer Voogd” voor de  ’Vluchtelingen”, dat waren gerepatrieerde mannen uit Duitsland, die na de eerste stappen op vaderlandse bodem in Winterswijk werden opgevangen en verzorgd door leden en vrijwilligers van de afdeling Winterswijk van het Nederlandse Roode Kruis.
Het feestgebouw was door rappe handen keurig versierd met vlaggen, wimpels, draperieen en emblemen en alles, wat dienstig kon zijn om de “jongens” te laten zien, dat ze weer in Nederland waren. De zaal van het feestgebouw was tot de uiterste hoeken gevuld. Toespraken werden gehouden door Dominee F.C. Zwaal Jr, kapelaan C.A.M. van Beek, dominee J.W. Roobol en de repatrieringscommissaris Mr.Evers. Het was nog veel te vroeg, toen de aanwezigen, onder wie burgemeester Kneppelhout en echtgenote en vele andere autoriteiten, afscheid moesten nemen na in een prima stemming een bont programma te hebben gezien, waarbij het orkest Schepel de muzieknummers op de bekende en onnavolgbare wijze verzorgde, zoals ze dat vroeger en ook daarna steeds deed tijdens de dansavonden op de dagen van de volksfeesten.

Tot dusver was er op initiatief van “Volksfeest’ als vereniging nog niets ondernomen. Voor de verjaardag van H.K.H. Prinses Juliana had zij niets georganiseerd. Met het oog echter op de naderende algehele bevrijding van ons land, werd op 3 mei 1945 op het gemeentehuis een bespreking gevoerd tussen burgemeester Kneppelhout en enige bestuursleden van “Volksfeest”. Deze bestuursleden waren opgeroepen door de burgemeester. Nadat gebleken was, dat “Volksfeest” geen Juliana-feest had kunnen organiseren, was de burgemeester van mening, dat een zo belangrijke vereniging als “Volksfeest” vooral in deze dagen niet slapend mocht blijven. Behalve een op gang brengen van “Volksfeest” wilde de burgemeester ook onder ogen zien, in hoeverre het mogelijk en gewenst was de viering van nationale feestdagen in de toekomst een nieuw gemeenschappelijk karakter te geven. Overeengekomen werd om met andere plaatselijke groeperingen overleg te plegen voor te houden manifestaties. Een nieuwe vergadering van de burgemeester met 6 leden van het “Volksfeest”-bestuur (drie van het uitvoerend comite en drie uit de overige bestuursleden) werd vastgesteld op 5 mei 1945. Doordat de algehele bevrijding van ons land reeds op de avond van de vierde mei een feit werd, werd op 5 mei niet de vorenbedoelde vergadering gehouden, maar wel een andere door de burgemeester om 10 uur ten gemeentehuize bijeengeroepen spoedvergadering, waarbij de 6 bestuursleden van “Volksfeest” aanwezig waren alsmede de hoofden van de openbare scholen “C” en Corle, en het hoofd van de bijzondere Juliana-school. Deze laatste drie personen wensten een gezamelijke bespreking over de vraag, wat er ter gelegenheid van de algehele bevrijding van ons land  moest gebeuren. Met algemene stemmen werd besloten een rondgang door het dorp te houden en daarvoor de gehele bevolking van dorp en buurtschappen op te roepen door middel van aanplakbiljetten en omroepen door padvinders en radio. Deze rondgang werd bepaald op half vier van diezelfde dag, dus 5 mei 1945.

De oproep werd gedaan namens de burgemeester. Uitgenodigd werden behalve de burgerij en plaatselijke verenigingen en organisaties, ook de beide muziekkorpsen “Excelsior” en “W.O.V.”, de Engelse Town Major, de aanwezige Engelse militairen, de staven van het Militair gezag en de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten en een vertegenwoordiger van de S.D.A.P. De burgemeester verzocht de aanwezigen zich met hun echtgenotes tijdens de rondgang bij hem en zijn vrouw te willen voegen. Hijzelf en de andere aanwezigen waren zeer verheugd over de prettige bespreking en de geboren samenwerking en zouden het toejuichen, indien dit ook in de toekomst mogelijk zou blijken.  De bevrijdingstocht ’s middags werd een grootse manifestatie, waaraan door de gehele bevolking werd deelgenomen, getooid met oranje, terwijl veel vlaggen en vaandels werden meegedragen. Het was bij deze gelegenheid, dat de vaandels van “Volksfeest” weer voor het eerst na de bevrijding rondgedragen werden. De stoet bestond uit verschillende autoriteiten, onder wie de burgemeester, de Engelse Town Major en de plaatselijke geestelijkheid. Het was voor verschillende verenigingen het eerste openbare optreden na de bevrijding. De route ging vanaf de Balinkes door een groot aantal straten van het dorp en werd beeindigd op de markt.

Op 11 mei 1945 werd opnieuw een bespreking gehouden tussen burgemeester Kneppelhout en het “Comite van Zes” , bestuursleden van “Volksfeest”. Het belangrijkste punt van bespreking vormde het overleg bij viering van toekomstige nationale feest of gedenkdagen van het Huis van Oranje. Hoe dergelijke vieringen op de beste wijze zouden kunnen geschieden, was moeilijk te zeggen, voordat men met andere groeperingen van gedachten gewisseld had. Hoewel de zes heren van “Volksfeest” zuiver als persoon aan deze besprekingen deelnamen en niet als bestuurslid van “Volksfeest’ , valt toch niet te ontkennen, dat zij juist in deze laatste hoedanigheid door de burgemeester steeds werden uitgenodigd. Besloten werd besprekingen te houden met personen van de S.D.A.P., de katholieke gemeenschap en de Christelijke oranjevereniging. Alhoewel uit al deze besprekingen geen nieuwe vormen van vereniging zijn ontstaan, hebben zij wel geleid tot bepaalde samenwerking tussen “Volksfeest” en andere groeperingen. Deze samenwerking is in latere jaren steeds heilzaam gebleken bij het organiseren van bepaalde manifestaties en herdenkingen.
Na een vergadering van het Uitvoerend Comite van “Volksfeest” op maandag 14 mei 1945 en een bestuursvergadering op donderdag  17 mei d.a.v. werd een aandeelhoudersvergadering vastgesteld op donderdag 24 mei 1945, welke zou staan onder voorzitterschap van burgemeester Kneppelhout en waarin een geheel nieuw bestuur zou worden en ook werd gekozen. Een wijziging in het bestuur was wenselijk gebleken mede in verband met de houding van enige bestuursleden gedurende de oorlogsjaren.

Het is niet te verwonderen, dat in deze bevrijdingstijd, evenals in de eerste weken na Winterswijks bevrijding, allerlei feestelijkheden plaats vonden, georganiseerd door de verschillende buurt- en straatverenigingen, die overal als paddestoelen uit de grond gerezen waren. Na vijf jaar kon er weer feest gevierd worden, behalve door hen, die groot leed tengevolge van deze vijf jaar hadden te dragen.  Er ontstond eigenlijk weer een toestand als in de tijd voor de oprichting van “Volksfeest” in 1888. Men kan het achteraf misschien betreuren, dat “Volksfeest” niet bij machte gebleken is voorbereidingen te treffen om terstond na de bevrijding het initiatief in handen te nemen voor het houden van algemene bevrijdingsfeesten. Dit neemt niet weg, dat het feestvieren in eigen buurt of straat ook zijn speciale bekoring had. De verschillende buurtverenigingen zijn geen gevaar geworden voor het voortbestaan van “Volksfeest”, want zij gingen na verloop van tijd uit als een nachtkaars, en “Volksfeest” verwierf een nog centralere plaats in het Winterswijkse leven dan zij voor de oorlog had. Het was na de bevrijding opmerkelijk en kenmerkend tevens, dat vrijwel de gehele bevolking bereid bleek aan “Volksfeest” krachtige steun te verlenen om de ontredderde organisatie weer op gang te brengen, zodat het traditionele  feest na zes jaren weer mogelijk werd.
De oorlogsjaren hadden bewerkstelligd, dat de doelstelling van “Volksfeest”, nl. het schragen van de onverbrekelijke band tussen nederland en het Huis van oranje, bij een nog groter aantal van de Winterswijkse bevolking tot uiting kwam. Het is alleen maar wenselijk, dat dit tot in lengte van jaren zo zal blijven, en dat “Volksfeest’ haar bestuuderen en aanhangers uit steeds bredere lagen van de bevolking zal weten te verkrijgen, opdat zodoende de eendracht en de saamhorigheid bij het vieren van de jaarlijkse feesten en bij het gedenken van Oranje-dagen steeds meer tot uiting zullen mogen komen.

IN VRIJHEID HERBOREN

Na de bevrijding in 1945 tot en met 1963

Donderdag 30 augustus 1945 werden de feesten ter herdenking van de verjaardag van H.M.Koningin Wilhelmina ingeluid met een zanghulde, uitgevoerd door plaatselijke zangverenigingen, met solistische medewerking van Mej.Gerda Greven, sopraan, en de heer B.Wiggers, tenor, in de muziektent op de Wheme, waarvoor een afzonderlijk programma werd uitgegeven. Een geweldige menigte was samengestroomd om te genieten van de prachtige uitvoering van een cantate, waarvan de dirigent J.G.te Hennepe de samenstelling en de leiding had.
Het behoeft geen betoog, dat hierdoor aan de feestviering een apart cachet werd verleend en het is goed, dat ook in later jaren telkens weer op de avond, voorafgaande aan de feestdagen, concerten worden gegeven, die altijd goede belangstelling genieten. Vrijdag 31 augustus luidden om 8 uur de klokken gedurende een half uur, terwijl de vaandels ten huize van de nieuwe president, de heer A.J.Willink, werden opgehaald. Nadat de laatste tonen van het “Wilhelmus” hadden weerklonken, werd onder de verzamelplaats voor de deelnemers aan het bloemencorso, waarbij dan de leden van de optochtcommissie zorgden voor de opstelling van de verschillende “nummers” der deelnemers. Een groot bloemencorso door het kunstig versierde dorp – waarbij vooral het gemeentehuis en het postkantoor met indrukwekkende en van goede smaak getuigende versieringen uitblonken – getuigde van de uitzonderlijke moeite en inspanning, die de deelnemers zich hadden getroost om uiting te geven aan hun dankbaarheid voor de viering van deze eerste verjaardag, die ons volk onder de vertrouwde leiding van de allerwege geeerbiedigde Koningin Wilhelmina, haast als een nieuwe ’bevrijding’ voelde.


Gelukkig dat eerst na het bloemenfestijn de regen losbrak, maar dit deed geen afbreuk aan de gezellige drukte en met bewondering werd gesproken over de wijze, waarop dikwijls met primitieve middelen versieringen waren aangebracht, die dit eerste grote bloemencorso na de oorlog tot een echte belevenis maakten.
Concerten, het kinderbal en de bals voor de volwassenen – de laatste nu omgedoopt tot “dancings” – onder leiding van de “Band Schepel” , trokken beide feestdagen (31 augustus en 1 september) grote belangstelling, terwijl naast de traditionele volksspelen, een rolschaatswedstrijd en het goalschieten voor de jeugd extra attracties vormden.
De entree voor het feestgebouw was bepaald op een gulden per persoon, terwijl middagkaarten a f 0,50 verkrijgbaar waren. Kinderen beneden de 13 jaar hadden op 31 augustus tot 6 uur toegang en zij konden van de vreugde van de draaimolen genieten voor 5 cent per rit.
Het buffet, geexploiteerd door “Volksfeest” , had nog met moeilijkheden te kampen, want zo vermeldde het programma: “In verband met het grote gebrek aan glas- en aardewerk, wordt beleefd verzocht daarmede zo voorzichtig mogelijk om te gaan. Gezien het feit dat de dranken gerantsoeneerd zijn, zal waarschijnlijk op sommige uren alleen koffie geserveerd kunnen worden.
Of er meer “breuk” was dan anders, vermeldt de geschiedenis niet, maar het is wel zeker, dat de rantsoenering op de feestviering zelf geen enkele nadelige invloed heeft uitgeoefend.
Jammer dat op de tweede dag een incident veroorzaakt, doordat enkele feestgangers en geallieerde militairen zich, bij de terugkeer ’s avonds naar de markt, waar de ontbinding van de feeststoet zou plaats vinden, tussen het vooroplopende muziekcorps en het bestuur van “Volksfeest” wilden dringen, waarbij een der bestuursleden, die de indringers wilde verwijderen, werd mishandeld en daarbij het bewustzijn verloor. Liep het ongeval op zichzelf goed af, voor de militairen had dit geval een heel onaangenaam staartje, toen de M.P. er zich mee ging bemoeien.
Niettemin werd verder geen enkele wanklank gehoord en kon met recht worden gezegd, dat dit eerste Koninginnefeest tot een waarlijk grootse gebeurtenis was geworden.

Het werd 21 augustus 1946, toen “Volksfeest” op de goede gedachte kwam het gemeentebestuur van Lichtenvoorde persoonlijk te gaan complimenteren met de herdenking van het 1000- jarig bestaan dier stad.
Met 16 man, officieel in rijtuigen, vertrok men naar de buurgemeente. In Vragender voegden zich de reeds eerder vertrokken vaandeldragers bij de stoet. 
Een officiele ontvangst ten gemeentehuis met een gelukwens-speech van de voorzitter, beantwoord door burgemeester Mr.F.J. Waals op de hem eigen wijze, werd gevolgd door een bezoek aan de “DETO”, een tentoonstelling, waar Schout en Schepenen het bestuur van “Volksfeest” op het feestterrein begroetten. In de Raadskelder werd het bestuur tot “Ereburger van Lichtenvoorde geslagen”, een gebeurtenis, die de autoriteiten vol humor en geestig volbrachten en waarbij natuurlijk het glas moest worden geheven. Een bestuurslid moest zelfs aan de schandpaal! Gezamelijk werd met Schout en Schepenen de gehele feestelijkheid besloten met een diner in hotel “De Koppelpaarden”. In een begrijpelijk uitstekende stemming werd nog een bezoek gebracht aan het feestterrein, waarbij menig “bestuurslid de “kop” van Jut wel haalde en slechts een enkele er naast sloeg”, maar toen was toch, zij het ook laat, het ogenblik aangebroken, dat de thuisreis moest worden aanvaard.

Het gouden regeringsjubileum van H.M. Koningin Wilhelmina en de huldiging van H.K.H. Prinses Juliana tot koningin der Nederlanden werden aanleiding tot het organiseren van grootse herdenkings- en feestdagen, waarbij door het Algemeen Oranje-Comite, “Volksfeest” en de Christelijke Oranjevereniging” gezamelijk een feestgids ’1898-1948″ werd uitgegeven.

Het was ter gelegenheid van het afscheid, dat H.M.Koningin Wilhelmina van Haar volk nam in het Olympisch Stadion te Amsterdam, dat Zij de onvergetelijke woorden, ook tot de Winterswijkse bevolking sprak:
“Ik kan mijn dochter geen betere wens medegeven, dan dat zij, geheel als kind van haar tijd, bezieling moge putten uit de lichtende gestalte van de stammoeder der oranjes, Juliana van Stolberg, voor wie, als voor alle Nederlanders van vroeger en lateren tijd geldt:
Ik heb de goede strijd gestreden,
Ik heb de loop beeindigd,
Ik heb het geloof behouden.”

Dit afscheid alleen reeds gaf aanleiding tot een waardige herdenking van een uitzonderlijk regeringsjubileum van een landsvrouwe, die met wijsheid en met volle overgave haar land en volk heeft gediend.
Dit regeringsjubileum ontving een bijzonder stempel, doordat daaraan tevens de troonsopvolging werd verbonden.
Van 30 augustus tot en met 6 september 1948, de dag van de inhuldiging van H.M. Koningin Juliana, was de bevolking in de ban van herdenkingsplechtigheden, concerten door plaatselijke muziekgezelschappen, en een jubileumconcert door de Winterswijkse Oratoriumvereniging, waarbij de solisten optraden Mea Naberman, sopraan, Roos Boelsma, alt, Ger van randwijk, tenor, Carel Willink, bas, en Els van Dugteren, piano.
Het symphonie- orkest der W.O.V. zorgde bij deze uitvoering voor de muzikale omlijsting. het geheel stond onder leiding van de dirigent Henk Dul, die na afloop van het concert de stampvolle zaal en het koor, onder begeleiding van het orkest, spontaan bracht tot het zingen van het “Wilhelmus” , waarmede op indrukwekkende en ontroerende wijze de gevoelens van alle aanwezigen werden vertolkt.
Zwart van mensen was het ook bij het gemeentehuis, waar onder leiding van de onderwijzer G.W. Bruinsma van de Sint Jozefschool, een zanghulde ten gehore werd gebracht, terwijl sportdemonstraties, een fakkeloptocht met versierde voertuigen, Openluchtbioscoopvoorstellingen op de Wheme van de film “Vijftig Jaren”, natuurlijk ook met bijprogramma, honderden kijklustigen trokken. Op de eigenlijke kroningsdag was er een zanghulde van plaatselijke zangverenigingen, een ballonoptocht van de jeugd, waarbij alle ballons bij het gemeentehuis tegelijk de lucht ingingen, volksspelen op de Balinkes, terwijl ’s avonds een gevarieerd programma werd gepresenteerd in het feestgebouw, onder algehele leiding van de heer H.C.Reinders, waarbij, na een inleidend woord van burgemeester J.Kneppelhout, in eendrachtige samenwerking toneel werd gespeeld door “Joost van den Vondel” en “Tot Steun in de Strijd”; door de heer Bruinsma en de dames Wansink-Lammers en Kroon- de Ruiter werd gedeclameerd, terwijl mevrouw J.te Lintum- Stegeman en de heren F. Hamelers en J.B. Wiggers zang ten gehore brachten. De Winterswijkse Gymnastiekvereniging verzorgde het slotnummer, gevolgd door een fraai Oranje-tableau. De Kajotters verzorgden de muzikale medewerking.

Eerste rij v.l.n.r: mr.H.F.L. Haack, H. Colenbrander, H.Luckman, J.Mannebeek, F.v. Eekelen, H.B. Baarschers, B.Willink, J.B.B.Oonk, J.H. Harmsen en G. Gossink.
Tweede rij v.l.n.r.: H.Wassink, H.Ubbink, J.H.Meijnen, H.Maas, B.Lindenhovius, J.F.Overweg, H.J.te Siepe, J.B.Sellink, J.B.Kappers, H.Ruys, A.Poppink, Th.Grimmelt en G.J. Colenbrander.
Derde rij v.l.n.r.: J.W.Hesselink en J.H.Beumers
Vierde rij v.l.n.r.: A.Mekking, Lodesteijn, D.Wassink, A.Beijers, C.Kappers, H.Konings, vaandeldrager G.Goorhuis, Hofland, J.Wilhelm, J.Stienstra, A.v.Gelder en J.te Lintum.

Het bloemencorso. dat ter gelegenheid van de volksfeesten werd gehouden met als achtergrond het 60-jarig bestaan van de Vereeniging “Volksfeest”, zou tevens het laatste zijn, dat samenviel met de verjaardag van H.M. Koningin Wilhelmina als regerend Vorstin.
Het is geen wonder, dat dit bloemencorso zich in deze uitzonderlijke Oranjedagen in de belangstelling, zowel van de deelnemers als van de duizenden belangstellenden mocht verheugen, welke laatsten in dikke rijen stonden geschaard langs de versierde straten om getuigen te zijn van dit fleurige spel van vorm en kleur.
Het zijn waardige en tevens onvergetelijke dagen geworden, waarin Winterswijk’s bevolking op eendrachtige wijze de grote gebeurtenissen in ons Vorstenhuis en voor ons Volk heeft meebeleefd en waaraan op imponerende wijze uitdrukking werd gegeven.

1953: De ruiterclub in de Meddosestraat
V.l.n.r.: Mevr.Mensink- Kooy, vooraan Johan Veerink, Jaap Wassink

Het 60-jarig bestaan van “Volksfeest” werd herdacht met een receptie op zondag 19 december 1948 in Societeit “De Eendracht” , terwijl van het bloemencorso in dat jaar een film werd vervaardigd door F. van Huet Lindeman.
Het zijn de daarop volgende jaren, die, tengevolge van de gezamelijk doorleefde oorlog, tot grote eendracht leidden en waardoor een stempel werd gedrukt op onze samenleving, hetgeen in onze jaarlijkse volksfeesten nog altijd wordt gesymboliseerd.
Werd in de na-oorlogse jaren de gedachte geopperd of, aangezien H.M. Koningin Juliana op 30  april verjaarde, de volksfeestdagen niet moesten worden verzet, dit denkbeeld is al spoedig verlaten, omdat daarmede ook de verwerkelijking van het bloemencorso, dat door alle tijden heen zo’n centrale plaats in de feestviering had ingenomen, dan naar alle waarschijnlijkheid voor goed zou moeten vervallen.  
Immers, het vroege voorjaar, waarin de koninklijke verjaardag valt, levert nooit die bloemenschat op, die juist het karakter van het bloemencorso bepaalt.
Zo werd ter gelegenheid van de verjaardag van H.M.Koningin Juliana gezocht naar andere mogelijkheden, om uiting te geven aan de blijdschap op een dag, die voor Vorstin en Volk van zo grote betekenis is.
Van niet minder betekenis is de viering van de verjaardag van Z.K.H. Prins Bernard der Nederlanden en van de kinderen van het Koninklijk gezin, al zijn de daarmede gepaard gaande feestelijkheden in het algemeen van veel minder betekenis.
Op de verjaardag van H.K.H.Prinses beatrix organiseerde “Volksfeest” gedurende een aantal jaren na de oorlog een balavond in het feestgebouw. Later werd dit afgeschaft. Evenmin hebben de koperen en zilveren bruiloft van het Koninklijk Echtpaar aanleiding gegeven tot bijzondere feestelijkheden in het kader van “Volksfeest”.

Alleen aan het zilveren huwelijksfeest van het Koninklijk paar werd enige speciale aandacht geschonken.
Ter voorbereiding van de viering van dit feest van Koningin Juliana en Prins Bernard in 1962 werd een plaatselijk comite opgericht, waarvan het dagelijks bestuur werd gevormd door het dagelijks bestuur van ’Volksfeest”. Verder hadden in dat comite zitting afgevaardigden van de volksfeestverenigingen en de Christelijke Oranjeverenigingen uit de gehele gemeente. Dat comite verzorgde ook de inzameling van de Winterswijkse bijdrage aan het nationaal huldeblijk.
De jaarlijkse viering van de Koninginnedag met kermis, concerten en bal werd dat jaar gesteld op twee dagen, nl. op 30 april en 1 mei, overeenkomstig de landelijke viering.
Op 30 april vond er ’s morgens een aubade van de Winterswijkse schoolkinderen plaats voor het gemeentehuis, die gevolgd werd door een muzikale rondgang door het dorp. ’s Avonds was er een fakkeloptocht, die bijzonder goed geslaagd mocht heten. Op 1 mei waren er verschillende sportdemonstraties, die echter tengevolge van een gebrekkige voorbereiding en organisatie van de zijde der gemeentelijke sportraad niet geheel en al aan de gestelde verwachtingen hebben beantwoord. De tweedaagse feestviering, die verder de traditionele programma-onderdelen omvatte, werd besloten met een dansfestijn in het feestgebouw en een vuurwerk op de Pronsweide.

Eveneens dient in herinnering te worden gebracht, dat ter gelegenheid van het 12 1/2 jarig regeringsjubileum van H.M.Koningin Juliana op 6 maart 1962 een afvaardiging uit deze gemeente deelnam aan een defile voor het Huis ten Bosch in Den Haag, waarbij naast de heer J.W.Huiskamp als vertegenwoordiger van “Volksfeest”, een bestuurslid van de Christelijke Oranjevereniging en een leerling van de R.K.Ulo-school gezamelijk als vertegenwoordiging van onze gemeente optraden.

Vermeldingswaard uit de na-oorlogse jaren is ook de grote vreugde van het bestuur van “Volksfeest”, toen de raad der gemeente in zijn vergadering van 21 december 1950 besloot algehele vrijstelling van alle belastingen op vermakelijkheden te verlenen, die zouden worden gegeven op de dag, waarop de verjaardag van H.M.de Koningin zou worden gevierd alsmede op de dagen, waarop volksfeesten worden gehouden of feestelijkheden, georganiseerd ter gelegenheid van nationale feest- en gedenkdagen.
Jarenlang heeft “Volksfeest” onder dikwijls moeilijke omstandigheden gestreden voor de verkrijging van deze zo dringend nodige vermindering van lasten; door dit raadsbesluit konden de financiele vooruitzichten enigszins hoopvoller worden genoemd. Evenmin mag onvermeld blijven, dat op 5 maart 1955 de edelachtbare heer J.B.Vlam zijn intrede deed als burgemeester van onze gemeente, waarbij “Volksfeest” wederom haar tussenkomst verleende bij de regeling van een defile, dat in handen werd gelegd van de heer J. te Lintum, die bij tal van bijzondere gelegenheden een ordelijk verloop van manifestaties verzorgt, en waarbij, derhalve aan de bloemencorso’s ook wordt gedacht aan de “Stille Tocht”, die jaarlijks gehouden wordt om de nagedachtenis aan de gevallenen voor onze vrijheid levend te houden.
De kop van deze stoet wordt steeds gevormd door het Algemeen Oranje Comite, deels gevormd door bestuursleden van “Volksfeest”, en burgemeester en wethouders.
Door aankoop werd “Volksfeest” in 1960 voor f 12.000,- eigenaresse van een smalle strook grond gelegen aan de zijde van “Boer balink” en aansluitend aan het bestaande feestterrein. In het jaar daarvoor was de dansvloer in het feestgebouw weer eens verbeterd voor een bedrag van f 13.000,- ,waarvoor de gemeente de reeds bestaande hypotheek verhoogde.
Hoewel de belangstelling, die “Volksfeest” geniet, niet bewezen behoeft te worden, omdat deze telkens weer op zo eclatante wijze blijkt, toch is het misschien goed ter illustratie de opbrangsten van de collectelijsten voor het bloemencorso van thans met die van de laatste jaren voor de tweede wereldoorlog te vergelijken, teneinde de lezer een duidelijk beeld van die belangstelling te geven.
Zo was dan de opbrengst van de collecten:
In 1937: f 646,-; In 1938: f 628,-; In 1962: f 11.183,-; In 1963: f 14.597,-.
Hierbij zij opgemerkt, dat in 1939 geen “Volksfeest”- collecte werd gehouden, terwijl in 1963 het 75-jarig jubileum de bevolking aanleiding gaf ruim in de beurs te tasten, waardoor het mede mogelijk  is geworden de grootse huldiging, die in het bloemencorso lag besloten, ook voor de deelnemers financieel dragelijk te maken.
De waardevermindering van de gulden en de bevolkingsaanwas mag men bij een vergelijking zeker niet uit het oog verliezen, maar ook dan blijkt overduidelijk, dat voor een steeds groter deel onzer ingezetenen, groot en klein, “Volksfeest” een niet meer weg te denken begrip is geworden.

In de “Nieuwe Winterswijkse Courant” van 4 september 1957 verscheen een gedicht in het Winterswijkse dialekt, dat verschillende aspecten van het Winterswijkse volksfeest zo goed weergeeft, dat de tekst in dit gedenkboekje niet mag ontbreken, maar voor de historie vastgelegd dient te worden. Deze tekst luidt als volgt:

“UNS WENTERSWIEKSE FEES

Ze mögget dan wal ’s smealen op uns darp,
Luk wiet weg in den Achterhook,
Maor ikke dörf gerös te vraogen:
Bunt ze dan argens wal zo klook?

A’j allenig maor ’s good wilt kieken
Hoo fijn ’t met volksfees hier toogeet,
Dan zö’j toch eerluk gaon verklaoren:
Zowat doot ze op den vrumden neet!

Denke allene maor ’s an den optoch,
Kerel nog too, dat was ne prach,
’n Woord van völle dank an al dee mensen,
Dee daoran warkten met al heur mach.

De kind’re hebbet können geneten
Van al dee spöllen op ’t terrein,
Wat waerden ze zik bi’j de wedstrieden
Zo was ’t een fees veur groot en klein.

Op één dinge wo’k hier nog wiezen:
’t Wilhelmus is ’n godsdeensteg leed,
Nao ’t zingen of spöllen van dat stukke
Heurt zik dat handenklappen neet!

Ook hulde aan al dee muzikanten,
Wat hebbet ze eur bes edaon!
Want zonder dee leef’leke klanken
Kan toch zo’n fees heel slech bestaon.

Ne grote ere veur uns Wenters
is, dat alles zo gemeud’lek geet,
De pelisie kump nargens an te passe,
Van kabaal of zo heur i’j hier neet!

Kommende jaor gedenket uns Volksfees
Eur zöventeg jaoren van bestaon,
’n Hart’lek woord van grote danke
Wat ze veur Wenters hef edaon.

Mögge ’t heur altied egevven wezzen,
Te blieven deurgaon met dat wark,
Want ’t Volksfees kö’we beslis neet missen,
Ook daorin is uns Wenters stark!

G.J.A.”

 JUBILEUMJAAR 1963

Het bestuur van de Vereeniging Volksfeest 1963.
Op de onderste rij: v.l.n.r.: J.C. Freriks, A.D. van Gelder, J.H. Harmsen, J.W. Rauwerdink (geen bestuurslid), J.B.B. Oonk (penningmeester), H.B. Baarschers Sr. (ere-lid), mr. H.F.L.Haack (president), A.J. Willink ( ere-voorzitter), J.Broen (secretaris), J.D. Sellink, J.H. Colenbrander (oud-secretaris) en F.Th.J.M. van Eekelen (oud-secretaris).

In het jaar 1963, waarin het Koninkrijk der Nederlanden 150 jaar onafhankelijkheid onder het Koningshuis van Oranje herdacht, vierde de Vereeniging “Volksfeest” haar 75-jarig bestaan.
De eigenlijke jubileumviering vond plaats in het Feestgebouw op Donderdag 19 december, de oprichtingsdag, met een grote receptie en een huldiging door overheid, burgerij en verenigingsleven, en een feestavond in het Feestgebouw op zaterdag 21 december voor bestuursleden en genodigden met hun dames, tijdens welke feestavond de internationaal bekende goochelaar Fred Caps optrad en de dansmuziek werd verzorgd door de band van de “Grolico’s”.

De jaarlijke feesten rond Koninginnedag (30 april) en de volksfeesten en het bloemencorso op 30 en 31 augustus stonden echter ook volop in het teken van “75 Jaar Volksfeest”. De feestelijkheden waren grootser van opzet en er werden verschillende nieuwe elementen in het traditionele programma ingevoerd. Een aparte Jubileumcommissie uit het bestuur van “Volksfeest” droeg de zorg voor de organisatie en de realisering van de feestelijkheden en de plannen in dit jubileumjaar. Nieuwe elementen in de feestviering waren de wedstrijden met trapauto’s op het Koninginnefeest en de skelterraces met de volksfeesten. Enig traditionele kinderspelen moesten hierdoor vervallen, maar dat zal slechts weinig kinderen gespeten hebben.

De opzet van de kinderspelen moest gewijzigd worden, omdat er een teruggang in de deelname was te constateren gedurende de laatste jaren. Voor de kleine kinderen bleven het prijsknippen en het tonnetje kruipen bestaan. Ook het kinderbal op de middag van de eerste dag bleef gehandhaafd. De vliegerwedstrijd en het mastklimmen vervielen, terwijl bij het ringsteken per fiets en de wedloop met hindernissen het wedstrijdelement werd ingevoerd.
De volksspelen bestonden uit het ringsteken te paard, voor de jeugd het ringsteken op ponny, en natuurlijk het traditionele vogelschieten. Dit jaar was de prijs weer een gouden horloge. Na het schieten kreeg elke schutter een rozet opgespeld en de schutters met zeer goede resultaten kregen een fraaie kokarde op hun borst. Het vogelschieten met windbuks kwam te vervallen.
Zowel het Koninginnefeest als de Volksfeesten werden op de vooravond geopend in het Feestgebouw met een toespraak van de president van “Volksfeest”, Mr.H.F.L.Haack, een zanguitvoering, en een vuurwerk op de Pronsweide. Op de vooravond van het Koninginnefeest bood het Koninklijk Winterswijks Mannenkoor een concert aan, en op de vooravond van de Volksfeesten werd het gebruikelijke concert gegeven door de verschillende Winterswijkse zangverenigingen, aangesloten bij de Winterswijkse Zangersbond.
De dansavonden vonden in dit jaar plaats in een fraai versierd en van een geheel nieuwe verlichting voorzien Feestgebouw, onder het motto “Vroeger en Nu”, waarbij de “klassieke” en de “moderne” dansmuziek afwisselend werden verzorgd op het Koninginnefeest door resp. “De Leemkapelle” uit Winterswijk en “The Midland Stars” uit  Arnhem, op de eerste avond van de volksfeestdagen door “De Grenskapelle” en “The Midland Stars”, en op de tweede avond van deze dagen alleen door “The Midland Stars” met het optreden daarbij van enige artiesten. De stemming in het Feestgebouw werd ’s avonds nog verhoogd door een wijnbar en een warm buffet. Tijdens het bal op het Koninginnefeest trad een boerendansgroep van de B.O.G. en B.O.L.H. op, die met zeer veel succes o.a. de “Driekusman” danste.

Op de vooravond van de Volksfeestdagen vond in het Feestgebouw nog een aparte plechtigheid plaats, toen de heer Damkot met een dameskoor uit Kotten aan “Volksfeest” een zanghulde kwam brengen ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan. Vierde de vereniging voor volksfeesten in Kotten in het verleden haar jaarlijkse feestdagen tegelijk met haar grote en iets jongere zustervereniging “Volksfeest” uit het dorp, in dit jublileumjaar werd de goede verstandhouding tussen Kotten en “Volksfeest” gemanifesteerd, doordat Kotten de eigen feestdagen op een vroegere datum dan de feesten in het dorp stelde.

Op de avond voor de Volksfeesten zong het Kottens dameskoor het door de heer Damkot uit het Woold gedichte en getoonzette lied, waarvan de tekst luidt:

“Nu komen samen, één van geest,
Wenters  feestgenoten,
Nu driekwart eeuw Oranjefeest
Thans wordt afgelsoten.
Driemaal vijfentwintig jaar
Samen feestend mèt en vóór elkaar!

Ons Vorstenhuis was het symbool
Dat de stichters roerde;
“Oranje boven” het parool
Dat tot daden voerde.
Allen samen, hand in hand,
Geen verschil in secte, rang of stand!

Het Wenters feest heeft naam gemaakt,
’t Was voor and’ren reden
In heel het Winterswijkse gebied
In dàt sppor te treden.
Velen volgden ’t voorbeeld dra
Met Oranjefeesten voor en na!

Houdt Wenters, dan uw “Volksfeest” hoog,
Spaart de oude zeden,
Opdat eens ’t eeuwfeest volgen moog’

Dankbaar en tevreden.
Stelt het U voor ogen klaar:
“Op in eendracht naar de honderd jaar”!”

Laat ons echter ook niet vergeten, dat het in 1888 is geweest, dat, naar het getuigenis van de vanouds bekende houthandelaar, de heer G. Meerdink, diens eerste schoolmeester Kobus de kinderen uit Kotten een door hem zelf gemaakt lied, op de wijs van “Wien Neerlands bloed”, had geleerd en uit volle borst heeft laten zingen, waarvan in ieder geval twee coupletten als volgt luidden:

“Kom, kom, de vlagge an den stok,
’t Is feest in Wenterswiek.
Trekt an ow allerbesten rok
En hebt dan völlen schik.
Want wee dan no neet vrolijk is,
En neet zunk veur Willem dree,
Doar ’t Könningshoes zoo met ons is,
Dee zeggen wie Adee. (bis)

Nee, al wat Vader Willem lied,
Da lee wie èven good,
Doar vreugde ons in ’t harte zit
En woare trouw in ’t blood.
Want wee dan no enz.”

Nog een ander gedicht legde het 75-jarig jubileum vast, en nog wel in het Winterswijkse dialect evenals het oude lied uit 1888.
Dit gedicht van “’n vrend van Wenters” verscheen in de “Nieuwe Winterswijkse Courant” van 21 augustus 1963 en luidt als volgt:

“As augustus in ’t land ekommen is
Dan wodt ’t endelijke tied te denken goan
An wat uns an ’t ende van de maond
Feit’lek wal te doon zal stoan.

Want dan viert d’r ene zien groot fees
Veur 75 jaoren trugge is e operich
Em daormet heel hart’lek geluk te wensen
Da’s toch wark’lek ’n staaltjen van unze plich.

Daorumme volksfeest dit jaor dan wal besunders
Hart;lek deur uns Wenters gefilseteerd
Geleuf maor vast dat ie’j deur uns darpers
Beslist in alle dele wodt e-eerd.

Dat ko’j wal marken too ie’j nieje vlaggen neudig had,
Bunt oew aandeelholders direk an ’t wark egaon
Daordeur leeten ze wal duud’lek blieken
Hoo oew name bi’j eur wal in ’t hart mot staon.

Elk jaor was ie’j veur uns te gange
Dan wodden d’r völle wark verzat
Umme te zorgen dat ’t fees zol slagen
En jong en old daor zien schrik an had

In iew jonge jaoren, ‘k weete dat nog goed
Wodden an de weg naor Grolle ne holten tente too ezat
dee pakten ze nao ’t fees waer in ne schure
Daor kon e’n jeruken rösten, dat was veur em heel wat.

Maor Wenters wodden ne flinke plaatse
Mee dee tente kon ’t dansen neet zo bes gaon
Too kwam d’r een gebouw veur in de plaatse
dat kan daor vaste heel wat jaoren staon.

Neet alleene um daor fee te können hollen
Ook as d’rwattieds wat te doone is
Daorveur is ’t fees-gebouw altied beschikbaor
Anders was ’t veur Wenters wal ’n groot gemis

En wat bunt oew optochten toch prachtig
Naor dee bloomencorso’s wil iedereene kieken gaon
’t Hoppe volksfees dat ’t oew in de toekomst egevven is
Um elk jaor oew wark te doone zo a’j altied prachtig heb edaon.

‘n vrend van Wenters”

Het bloemencorso, dat in tegenstelling tot andere jaren een half uur later begon, vormde het hoogtepunt van de Volksfeestdagen. Meer deelnemers dan anders, nl. 49 nummers waarvan ongeveer de helft bestond uit grote wagens, die soms “75 jaar Volksfeest” tot onderwerp van uitbeelding hadden. Voor de jury was het geen gemakkelijke taak om een juiste beslissing te nemen. Vele oud-Winterswijkers, meer nog dan in andere jaren, waren getuigen met de duizenden Winterswijkers en de vele Duitse bezoekers van dit prachtige bloemenfestijn. In de weken voor het corso had er een tekort aan bloemen gedreigd tengevolge van het slechte weer, maar het bleef gelukkig bij een dreigen, hoewel de bloemen veel duurder waren dan normaal. De groepsindeling van het bloemencorso was ook veranderd. Voorheen was het zo, dat o.a. het aantal personen dat bij een wagen hoorde, mede doorslaggevend was voor de klasse-indeling. Dit jaar werden er echter afdelingen gemaakt voor individuelen, fabrieken en nutsbedrijven, straten, speeltuinverenigingen, andere verenigingen, buurtschappen en reclame, en een afdeling voor versierde rijwielen en kleine trekkarretjes.

De route van het bloemencorso werd ook gewijzigd. De optocht trok o.a. door de Kastanjelaan, waardoor de nieuwe wijk Hakkelerkamp in de route werd opgenomen. Naast de traditionele geldprijzen en de bloemensubsidies werd een extra prijs toegekend aan het nummer van een buurtvereniging van de Vredenseweg voor het op de beste wijze uitbeelden van “75 jaar Volksfeest”.
Door de extra grote offervaardigheid bij de lijstcollecte van “Volksfeest” door de Winterswijkse bevolking was het bloemencorso ook dit jaar weer mogelijk gebleken en bleef het een uniek gebeuren, dat iedereen zonder entree te betalen kon bekijken in tegenstelling tot bijvoorbeeld de bloemencorso’s in Zundert en Eibergen.

Was het een novum en een interessante omstandigheid, dat de reportagedienst van de A.V.R.O. televisie-opnamen kwam maken van het bloemencorso en het vogelschieten, alle Winterswijkse kijkers waren na de uitzending op 31 augsutus ’s avonds diep teleurgesteld over de zeer onverantwoorde en zeer slechte weergave van het prachtige bloemencorso.

Eveneeens nieuw in dit jubileum-jaar was de opzet van de kermisvermakelijkheden. Werden voorheen de staanplaatsen door een commissie uit het bestuur van “Volksfeest’ verpacht en toegewezen, dit jaar werd de gehele opzet en organisatie van de kermis, die nu Lunapark heette, gelegd in handen van de firma Wilco uit Apeldoorn. Het resultaat is zeker goed te noemen. Er was vooral ook voor de “jongelui” meer te beleven. Het ontbreken van een echte ouderwetse draaimolen was jammer, want die is steeds zeer in trek bij de kinderen.
Bijzondere aktiviteiten in verband met het 75-jarig bestaan werden ontwikkeld naast het hiervoor reeds beschreven werk van de Jubileumcommissie zowel door “Volksfeest” zelf als door personen buiten de direkte kring van de “feestelinge”. Zelfs enkele advertenties en etalages van winkelbedrijven in de dagen rond de feesten hadden betrekking op het jubileum.
Het bestuur van “Volksfeest” gaf aan de Winterswijkse Smalfilmclub opdracht van alle festiviteiten van dit jaar een film te maken. Ook dit gedenkwerk behoorde tot de bestuursaktiviteiten van dit jaar.
Een aantal echtgenotes van bestuursleden verenigde zich in een Vaandelcomite, dat bij de aandeelhouders geld inzamelde voor twee nieuwe vaandels, die tijdens de receptie op 19 december aan het bestuur van “Volksfeest” werden aangeboden. Op initiatief  van mevrouw J.Prinsen-Moolenbeek werd een comite “Geschenk Volksfeest” gevormd, waarin een aantal particulieren, onder wie burgemeester J.B.Vlam, zitting hadden samen met afgevaardigden van de Christelijke Oranjeverenigingen en de verenigingen voor volksfeesten uit de buurtschappen.

In grote eensgezindheid en erkentelijkheid jegens “Volksfeest” heeft dit comite door middel van een huis-aan-huis-collecte een flink bedrag bijeengebracht, waarvan f 6000,- tijdens de receptie op 19 december aan het bestuur van “Volksfeest” werd overhandigd onder mededeling, dat dit bedrag uitsluitend ten goede mocht komen aan het bloemencorso, terwijl van het resterende geld een eleectrische klok werd gekocht en aangeboden ten dienste van het Feestgebouw .
Dank zij dit comite verkreeg “Volksfeest” in dit belangrijke jaar ook nog een verhoging van de gemeente-subsidie voor het bloemencorso. Aanvankelijk was het idee bij het comite ontstaan om van het bijeengebrachte geld, verdubbeld door de gemeente, een soort monument op te richten, waarin de betekenis van “75 jaar Volksfeest” was uitgebeeld. Een desbetreffend voorstel van het College van Burgemeester en Wethouders aan de gemeenteraad om uit de gemeente-gelden een gelijk bedrag te voegen bij dat van het comite, werd echter met grote meerderheid door de raad verworpen. Wat had “Volksfeest” aan dorpversiering? Bovendien waren er bezwaren tegen de wijze van financiering uit de gemeente-financien. De gemeenteraad voelde er veel meer voor om de jaarlijkse subsidie voor het bloemencorso te verdubbelen, nl. van f 1000,- naar f 2000,-. Dit voorstel vanuit de raad werd aangenomen.
In meerdere opzichten heeft “Volksfeest” in dit jubileum-jaar met bestaande traditites gebroken en een nieuwe weg ingeslagen, die zeker de opzet van de feesten ten goede is gekomen. Veel van die veranderingen werden ingevoerd als proef. De Jubileumcommissie zal na afloop van alle festiviteiten in 1963 samen met het gehele bestuur van “Volksfeest” onder ogen moeten zien, in hoeverre de nieuwe opzet van een en ander is geslaagd en voor herhaling, verbetering en uitbreiding vatbaar is. Voorop stond ook dit jaar weer de gedachte, dat de feesten die “Volksfeest” organiseert, echt Winterswijkse feesten moesten zijn, d.w.z. feesten waaraan de gehele bevolking kan deelnemen en waarbij ieder iets van zijn gading aantreft.
Het mag in het verslag over 1963 niet onvermeld blijven, dat in dit jaar tevens nog viel een bijzonder bestuursjubileum, en wel het zilveren jubileum van de heer J.B.B. Oonk als penningmeester. Het was voor de eerste maal, dat een dergelijk jubileum in de geschiedenis van “Volksfeest” heeft plaats gevonden, nl. 25 jaar lang dezelfde functie in het dagelijks bestuur der vereniging. Het was zeer jammer, dat tengevolge van ziekte de heer Oonk de jubileumviering niet heeft kunnen meemaken.

Er kan zonder overdrijving vastgesteld worden, dat bijzonder goed geslaagde en ordelijk verlopen feesten in 1963 werden gehouden. Ook buiten het Feestgebouw en kermistterrein was er ’s avonds in andere gelegenheden dansen en vrolijk feestrumoer. In vroeger jaren, vooral in de jaren tussen 1920 en 1935, waren er wel eens grote moeilijkheden geweest over het feit, dat de burgervaders uit die tijd vergunningen verleenden om in de cafe’s te dansen. Terwille van de cafehouders werd dat gedaan. Soms mocht er alleen maar muziek in de cafe’s gespeeld worden zonder dansen. “Volksfeest” voelde dat als een bedreiging en stelde zelfs wel eens een ultimatum aan de burgemsster, dat de vereniging geliquideerd zou worden, als er werd doorgegeaan met het geven van “strijkjesverloven”. Alles heeft zich echter ten goede ontwikkeld en men heeft al voor de laatste oorlog ingezien, dat het concentreren van het dansen en de feestvreugde in het Feestgebouw niet alleen onmogelijk is, maar ook geen afbreuk behoeft te doen aan de feesten zelf.
Het is een oude en altijd opnieuw weer goede gewoonte, dat op elke feestdag na het trekken met muziek van het feestgebouw naar de Markt, ’s middags en ’s avonds, het “Wilhelmus” wordt gespeeld en meegezongen door de feestgangers.
Moge de vaandels van “Volksfeest” nog lang blijven neigen voor dit ons allen samenbindende en onvergelijkelijk schone volkslied, en moge “Volksfeest” ook in dit opzicht haar traditie hoog blijven houden!

EPILOOG VAN DE SCHRIJVERS

Bij al hetgeen in voorgaande bladzijden uit de historie van “Volksfeest” als een “filmjournaal” aan het oog voorbij is gegaan, hebben de schrijvers er behoefte aan te verklaren, dat zij zich ervan bewust zijn grotere en kleinere gebeurtenissen niet te hebben opgenomen.
Zoals echter bij een echt filmjournaal konden slechts momentopnamen worden getoond, omdat bij de opzet rekening moest worden gehouden met de mogelijkheden en grenzen, die bij de samenstelling van dit gedenkboek nu eenmaal in acht genomen dienden te worden.
Daarom moesten zij een keuze doen uit de voorhanden stof om daarmede een beeld te scheppen van 75 jaar “Volksfeest”.
Dat bij het ordenen van de stof persoonlijke smaak soms een rol speelde, is begrijpelijk, maar gaarne geven zij de verzekering naar oprechte objectiviteit te hebben gestreefd.
Bijna aan het einde van hun arbeid, roepen zij echter gaarne uw belangstelling in voor enkele onderwerpen, die eigenlijk niet goed in de voorgaande bladzijden pasten.

In de eerste plaats willen zij denken aan alle ongenoemden, die in meer of minder belangrijke functies aan “Volksfeest” onschatbare diensten hebben bewezen.
Het is niet mogelijk geweest hen allen te noemen of hun bijzondere verdiensten naar voren te brengen, maar dit betekent geenszins, dat zij of hun toewijding “vergeten” zouden zijn.
Nog slechts twee uitzonderingen zouden zij willen maken en wel ten aanzien van degenene, die gedurende 75 jaren via het buffet zorgden voor laving van dorstige kelen en soms ook voor de verstrekking van het hartige hapje. Maar ook het kassa- en controle personeel verdient erkentelijkheid voor de wijze, waarop voor een vlot verloop bij de ingang van het feestgebouw zorg werd gedragen. Zeer in het bijzonder wordt gedacht aan een bekende figuur: J.W.Rauwerdink, die sinds 1960 op de post, die hij ongeveer 40 jaren heeft vervuld, wordt gemist. Eigenlijk heeft hij al veel langer diensten aan “Volksfeest” verleend, want reeds als 12-jarige jongen ging hij met zijn vader mee naar het gebouw om hem daar te helpen. Al met al is het misschien wel bijna 50 jaren, dat hij heeft “meegelopen”.

Dat is en respectabele tijd, waarin heel wat geld door zijn handen ging, een tijd, waarvan hijzelf zegt: “Je moet met de vereniging meeleven, alleen dan is het mogelijk de aparte sfeer van “Volksfeest”, met alle daaraan verbonden drukte, te verwerken; deze drukte brengt echter ook zijn gezelligheid mee en dan moet je de zorgen, die er zijn, maar vergeten.”
Deze optimistische kijk van de thans 71-jarige is een ervaring, die ongetwijfeld voor alle bestuursleden in het verleden heeft gegolden en ook thans nog geldt.
Deze instelling zal ook allen moeten bezielen, die in de toekomst leiding willen geven of zich in enigerlei opzicht tot een taak bij “Volksfeest” voelen aangetrokken en de vereniging bij de uitvoering van haar taak terzijde willen staan. 
De toekomst van “Volksfeest” kan, gezien vooral de uitbreiding der gemeente en de vestiging van nieuw-inkomers, verzekerd worden geacht, indien en zolang ouderen en jongeren de handen ineen willen slaan voor de verwezelijking van haar doeleinden en zich op de vervulling van hun taak kritisch willen blijven openstellen. De nieuwe bevolking moet zich thuis gaan voelen, moet leren leven in deze gemeente. Er moet aanpassing plaats vinden bij de historische groei van de speciale aktiviteiten van “Volksfeest” met haar eigen-aardigheden. Maar ook de oude kern moet zich in nieuwe richting bewegen, niet losgeslagen van het oude, maar groeiend uit het bestaande. Soms moet dan misschien met het verleden gebroken worden. Ook dan moet de verantwoording ernstig zijn. De vraag komt op, of het in de naaste toekomst misschien overweging verdient het vrouwelijk element in het bestuur een plaats te verzekeren, zoals nu reeds in enkele commissies waardevolle vrouwelijke adviezen niet gemist kunnen worden.

De plaatselijke overheid – vooral de laatste jaren in toenemende mate – “Volksfeest” financieel heeft gesteund, heeft daarmede haar belang voor de gemeenschap toch wel op bijzondere wijze erkend. Maar zij heeft ook de gemeentelijke apparatuur ter beschikking gesteld, indien dit voor een goede gang van zaken nodig bleek. De gemeente is het geweest, die door gevelversieringen aan haar gebouwen of het aanbrengen van illuminaties steeds een bijdrage heeft willen verlenen om het feestelijk karakter van een gebeurtenis te accentueren. Niet te vergeten ook de politie, die te paard, gemotoriseerd en te voet op voortreffelijke en correct wijze zorgt voor begeleiding van optochten, de regeling van het verkeer en hulp verleent waar deze nodig blijkt te zijn.

Op deze plaats zij ook gewezen op de grote  belangstelling, die de bevolking altijd weer heeft getoond, als het er om ging “Volksfeest ” financieel te steunen en het daardoor mogelijk te maken, dat de bloemencorso’s konden worden gehouden.
Wie “Volksfeest” zegt, zegt “Bloemencoso”.
Met groet vreugde kan worden geconstateerd, hoe in de loop der jaren dit bloemenfeest is uitgegroeid tot een indrukwekkende prestatie van dikwijls zeer fraaie en kunstige uitbeeldingen van gedachten in bloemen, lijn, vorm en kleur, waarbij een der hoogtepunten zeker dit jubileumjaar mag worden genoemd. Hulde ook aan de deelnemers, voor hun vindingrijkheid, hun zorg voor een fraaie afwerking en hun moeite, die zij zich steeds getroosten om bloemen zo te verwerken, dat het bloemencorso wordt tot een sprookje, dat de duizenden, langs de straten geschaard, enkel bewondering ontlokt.
En onder die duizenden zijn er dan weer de oud-Winterswijkers, die er telkenjare de reis voor over hebben om getuigen te zijn van dit bloemenfeest, dat zij nimmer kunnen vergeten; zij staan er tussen de talloze vreemdelingen, die het schouwspel evenmin willen missen.

Allen, die getuigen zijn geweest van dit 75-jarig jubileum van “Volksfeest”, kunnen niet anders dan erkentelijk zijn voor het wijs inzicht van hen, die het initiatief namen tot de stichting van deze vereniging, maar ook voor de bereidheid van allen, die haar hebben willen dienen en groot maken.
“Bedankt, Volksfeest”, schreef de redactie van de “Nieuwe Winterswijkse Courant”, toen de jubileumfeesten achter de rug waren. De schrijvers sluiten zich daarbij gaarne aan.

Koninginnefeest, volksfeesten en bloemencorso zijn ondenkbaar zonder muziek. In de loop van 75 jaar hebben verschillende muziekverenigingen hun bijdragen geleverd aan de feesten. In het begin van het bestaan van “Volksfeest” was het vaak een muziekgezelschap uit Buhr  in Duitsland. Daarna was het vele malen de Uerdinger Kapelle onder leiding van de bekende dirigent W.Habich, of andere muziekgezelschappen uit de omgeving, die de dans- en marsmuziek speelden. Ook het Winterswijkse Muziekgezelschap “Euphonia” ging in later tijd de trommel roeren tijdens de feeste,. Daaraan – vooral na 1914 toen de grens tussen Duitsland en ons land een echte grens werd – zijn het voornamelijk de – thans Koninklijke – Winterswijkse Orkestvereniging en “Excelsior” en speciaal na 9145 ook de muziekverenigingen uit de buurtschappen, die de feesten muzikaal opluisteren. De deelname van de Christelijke Muziekvereniging “De Eendracht” aan het bloemencorso getuigt van een goede samenwerking bij dit door de gehele bevolking gewaardeerde schouwspel, hoewel andere groeperingen van medeburgers uit dorp en buurtschappen verder op eigen wijze de Oranjefeesten vieren in het verband van hun buurtverenigingen of Christelijke Oranjeverenigingen. Deze apartheid wordt ten volle gerespecteerd, terwijl er een goede samenwerking is bij bepaalde gelegenheden, die zijn vorm vindt o.a. in het Algemeen Oranje Comite.

De verschillende bestaande Oranjeverenigingen en de verenigingen voor volksfeesten in de buurtschappen hebben geenszins “Volksfeest” ondermijnd, doch ademen ieder in kleiner verband dezelfde geest als waaruit 75 jaar geleden in het toen nog kleine dorp Winterswijk de “Vereeniging Volksfeest” tot stand kwam. Waar mogelijk en gewenst is er steeds een prettige samenwerking en goede verstandhouding tussen “Volksfeest” en deze andere verenigingen, hetgeen in het jubileumjaar 1963 o.m. mocht blijken uit het verplaatsen door Kotten van haar eigen feestdagen, en uit de medewerking van deze verschillende verenigingen aan een particulier comite, dat het jublilerende “Volksfeest” vanuit de Winterswijkse burgerij een geschenk wilde aanbieden. De gulle hand, waarmede naast de grote opbrengst van de lijstcollecte van “Volksfeest” zelf, ook hieraan werd gegeven, is een overtuigend bewijs van dank en erkenning jegens de jubilerende vereniging.

Ontstaan uit de wenselijkheid en noodzaak om de jaarlijke kermis en de daaraan verbonden feestelijkheden in goede banen te leiden en te houden, koos “Volksfeest” als achtergrond van haar vereniging de verbondenheid met het Huis van Oranje en stelde zij haar feesten op de verjaardagen van de Koningin en andere leden van de Koninlijke Familie. Sinds de abdicatie in 1948 en nog meer na het overlijden in November 1962 van Koningin Wilhelmina zijn de volksfeesten in augustus eigenlijk geheel los komen te staan van de verbondenheid met het vorstenhuis.
Hoewel deze verbondenheid met Oranje niet altijd de gehele bevolking heeft samengebracht, is de maatschappelijke en politieke ontwikkeling “Volksfeest” gunstig gezind geweest en niet in het minst gedurende de oorlogsjaren 1940-1945, zodat na de bevrijding haar twee-eenheid nog in sterkere mate dan voorheen vorm gekregen heeft.
75 Jaar “Volksfeest” beschrijven in een betrekkelijk kort bestek is, begrijpelijk voor ingewijden in oude notulen en archiefstukken, niet altijd een gemakkelijke taak. Een historicus zal als vakman wellicht gemakkelijker te werk zijn gegaan op een, in het grote historische verband gezien, zo klein en bescheiden terrein als driekwart eeuw bestaan van een plaatselijke vereniging. Misschien werd daarom een opdracht voor het schrijven en samenstellen van een gedenkboekje ook niet aan een vakman verleend, maar aan twee burgers van het oude kerspel, binnen welks grenzen de jubilerende vereniging ontstond en bleef voortbestaan. De beide schrijvers voelen zich in menig opzicht sterk verwant aan plaats en vereniging, en poogden in de uitgebreidheid van gegevens datgene uit te kiezen en tot een geschiedverhaal bijeen te brengen, dat voor hun medeburgers en vroegere plaatsgenoten voldoende de moeite waard zou zijn om vast te leggen voor de toekomst. De grote en kleine gebeurtenissen uit deze 75 jaar zijn los op zichzelf weergegeven zonder al te veel verband aan te geven met andere historische en maatschappleijke ontwikkelingen in land en gemeente van die tijd.

Zij hopen, dat de opdrachtgeefster en allen die het boekje zullen lezen, met genoegen vele eigen herinneringen laten aansluiten bij de geschreven woorden. Het ging de samenstellers, overeenkomstig hun opdracht, om “Volksfeest” zelf.

Na de aktiviteiten bij het jubileum wacht “Volksfeest” in de direkte toekomst een belangrijke taak, en wel de realisering van de grote plannen in samenwerking met de gemeente Winterswijk met betrekking tot het feestgebouw en het feestterrein. Wanneer alles doorgang zal vinden en de aandeelhouders van “Volksfeest” hun goedkeuring verlenen, zal het feestgebouw eerlang afgebroken worden. Op het feestterrein , dat eigendom blijft van “Volksfeest”, zullen dan door de zorg of althans met medewerking van het gemeentebestuur een sporthal en een overdekt zwembad gebouwd kunnen worden. Die sporthal zal voor de door “Volksfeest” te organiseren feestelijkheden op bepaalde dagen in het jaar beschikbaar moeten zijn. Ook deze en andere toekomstige aktiviteiten van “Volksfeest” mogen met succes bekroond worden!

Een belangrijk tijdperk is afgesloten, een nieuw vangt aan!
Moge het de Vereeniging “Volksfeest” en haar bestuurderen gegeven zijn moedig en vol vertrouwen haar eeuwfeest tegemoet teH.C.

H.C.Reinders C.N.M.Commandeur

Lees verder

De Vereeniging ‘Volksfeest’viert haar gouden Jubilee.

Een populaire vereeniging  – Hoe het zonder haar vroeger was.

“Vijftig jaar Volksfeest!” klinkt het over eenige dagen in Winterswijk. En eerlang ook in andere plaatsen van onzen Achterhoek, waar innertijd het voorbeeld van Winterswijk: georganiseerde feesten in daarvoor ingerichte “feestgebouwen”, werd nagevolgd.
En daarvoor was het kermis allerwege, wie weet hoeveel eeuwen lang reeds.
Inderdaa, het blijkt wel, dat de boog niet altijd gespannen kan zijn. Ook de boog van den menschelijken geest niet. En evenmin die van de menschelijke psyche, die zoo wonder gecompliceerd blijkt te wezen. 
Hoe stemming, devoot en ingetogen wij ook uiterlijk schijnen mogen, achter de plooien van onze consciëntieuse vormelijkheid spookt toch immer nog het narrenduiveltje rond, dat af en toe zijn dag ook eens hebben moet, wil de harmonie onzen zieleroeselen niet verstoord worden.
En was het niet Goethe, die met wat andere woorden toch feitelijk hetzelfde beweerde, n.l.dat in het menschelijk wezen nog immer de vroegere kinderziel huist, de naïeve kinderziel, welke geen zorgen kent of telt, maar die speelsch is van nature en de potsierlijke luidruchtigheid mint.

“De menschelijke ziel heeft behoefte op reis te gaan, nu en dan, incognito liefst”, heeft weer een ander gezegd en het schijnt wel, of  de gemaskerde bals en de carnavals daarvoor uitgevonden zijn. En drukte een Grieksch wijsgeer op dezelfde vergelijkende wijze zich in wezen niet vrijwel eender uit, door een leven zonder feesten te beschouwen als een lange weg zonder pleisterplaatsen, waar men eens op zijn verhaal kon komen van de strakheid en eentonigheid der dagelijksche en dagenlange reis? 
Wel ja, waarom zouden we de blommetjes niet eens buiten zetten en de violen laten zorgen op zijn tijd!  De muzen of de goden willen het, zouden de ouden hebben gezegd.
En wij? Och, wij motiveeren het meestal niet, maar wij doen het intusschen ook, intuïtief en volgens onuitroeibare traditie.

Heusch, we deden het al voor Volksfeest er was. Zeker al voor 1531, toen Hertog Karel van Gelder  “die” (d.i.de burgerij) van Winterswijk haar eerste jaarmarkt gaf, te houden op 
“oer kermmnis-avont”. 
Kermis-avond, d.w.z. de dag, voorafgaande aan de kermis, die er toen dus reeds was in Winterswijk en vermoedelijk al jaren lang.
Zij viel op St. Michaël, 28 en 29 september. De jaarmarkt werd, later constant gesteld op de Dinsdag daarvoor. Dan hield ook het Weversgilde, de grootste vereeniging ter plaatse, zijn jaarlijksche potvertering, waarbij het wel eens buitensporig toe kon gaan, zoodat de overheid vaak met zware straffen dreigen moest om de jolige, maar helaas ook vechtende gezellen wat in toom te houden.
En dan ging meteen ook de burgerij onder leiding van het schuttersgilde haar jaarlijksche maskerade houden van het koningsschieten, waarvan nog in de zeventiger jaren der vorige eeuw een restje over was in Winterswijk. De griezelige gemaskerde “bielemennekes” met hun groote, bonte ruige berenmutsen op het hoofd, liepend zwaaiend met hun gevreesde bijlen voorop in den stoet van schuttersautoriteiten (kapitein, vaandrig, enz., deels te paard) en schutters en hossend publiek er achter, welke zich onder geroffel van twee tamboers en de vroolijke tonen van een Duitsch (meestal Oedingsche) kapel voortbewoog door enkele straten naar “De harmonie”, waar op een nabij terrein de kamp om het koningsschap in groote spanning werd volstreden en ten slotte het kermis-koninginneschap onder hartepopeling van het vrouwelijk toeschouwerselement de liefdekroon op het werk van den dag zette.
De bielemennekes hielden trouw de wacht en de surveillance op en om het terrein, maar zorgden zelf ook graag voor een vroolijk nummertje door met hun vuil mombakkes voor menig argeloos deernken onder hilariteit der omstanders een echte kermiskus op de schaamroode wangen te drukken.
De eere-functies in den optocht werden gewoonlijk ieder jaar op een bijeenkomst in een of andere herberg aan de hoogstbiedenden toegewezen en dat  fuifje was meestal reeds een geduchte gangmaking voor de komende kermispret, waar intusschen de kastelein de meeste zijde bij spon.
En verder?
Ja, wat gaf de kermis verder te beleven, op het marktplein b.v.of elders? 
Stel er u niet te veel van voor, lezer. Uw verwende smaak zal U nauwelijks kunnen doen gelooven, dat dat nu alles was, waar oud en jong uit die dagen al maandenlang verlangend naar hadden uitgezien.
Laten wij een tijdsgenoot aan het woord laten, die in de Winterswijksche Courant van 3 augustus 1872 ons marktplein gedurende de kermisdagen als volgt beschrijft:
“Die kermis, ’t is waar, gelijkt in niets op hetgeen men gewoonlijk daaronder verstaat. Geen stank van wafel- of vroederkramen, geen paardrijders, vlooien, koorddansers of andere acrobaten worden ons van elders toegevoegd. Geen zwakke beenen, zwakke beurzen, zwakke magen en andere zwakheden worden op de proef gesteld.
Op onze teekenachtige kleine marktplaats in de schaduw dier prachtvolle kastanjeboomen (waren ze nog maar zoo! opmerking van ons in 1938) heeft de speculatiegeest slechts een tweetal kramen opgeslagen, wier inhoud, meest uit speelgoed bestaande, vast wel ieder eene waarde van vier of vijf gulden vertegenwoordigen.
Daar verdringt zich op dien dag van het feest de voorhoede der kermisgasten, ingezetenen van tusschen vier en veertien jaar, aan beide uiteinden (haar en klompen) meestal wit, en wier wenschen op dit ondermaansche vooralsnog niet verder reiken dan een pop of een trommel.
Wat meer naar voren worden ook koek en andere versnaperingen verkocht en zoete woordjes en grappen en lepels van hout.
Gedrang, gewoel en vreugde heerscht hier in overvloed. Maar het eigenaardigste tooneel van deze kermis, iets wat nog geheel den plattenlands vaderlandschen geest ademt van langvervlogen tijden, wordt ginds langs een der zijden van het marktplein vertoond.
Daar is 
                             DE VRIJSTERMARKT  (JANNAOKESMARKT)

Daar staan een dertig- of veertigtal onzer flinke deernen, de Johanna’s, de Janna’s, de Hanna’s en de Hannekes op een rij in ’t gelid in afwachting, dat een of andere Gradus, Driekes, Hindrikjan of Gartjan op zal komen dagen om er eentje uit te pikken om mee kermis te vieren. De rij wordt dan onder gegichel even verbroken, want ze houden elkander hand aan hand of losjes met de pink even vast, maar onmiddellijk zijn de schakels van de ketting weer gesloten”.

Zoo was het dan nog in 1872.
Maar de hoofdschotel heeft onze rapporteur heelemaal niet aangesneden, alsof het voor hem vanzelf sprak; dat “we” daar wel van wisten. Dat was de herbergpret, die verder den middag en den avond vulde. Overal fidelden en jankten of schetterden de mager bezette orkestjes en noodden ten dans in de propvolle kroegen en kroegjes ter plaatse.
Daar dreunden de vloeren van het stampend gehos met plompe, zware schoenen of zelfs “stevvele” aan de voeten en daar rinkelden de glazen, die door de wijd uitwapperende jasslippen van de tafeltjes werden geslingerd, of daar slaterde het klare vocht, de jenever, over de vloer voor zoover het niet rijkelijk zijn weg door het keelgat kon vinden.
Daar stond dan de boel in ’t laatst finaal op zijn kop, daar vonkten de oogen verwilderd in het rond, daar gutste het zweet, of daar sloeg de damp van de verhitte hoofden en daar lagen de deerns half bezwijmeld, naar het scheen, in de armen hunner Adonissen te bekomen voor een oogenblik van de geweldige, maar toch zoete emoties.
Maar, helaas……………daar balden zich ook meermalen de vuisten en daar flikkerde niet zelden het mes, want daar waren veeten, die uitgevochten moesten worden, en daar was zoo dikwijls wrok of jaloezie over een ‘geloopen blauwtje”, waar een vreemde vogel in de bijt, een concurrent uit een andere buurtschap, die maar in zijn eigen wijk blijven moest, de schuld van kreeg en er niet zelfden bloedig voor boeten moest.
Inderdaad, dat was de donkere schaduwzijde van de kermispret in die dagen: veel drankmisbruik, veel dronkemansvechtpartijen en ontoereikend politietoezicht.
En zoo groef, de traditioneele vorm van het aloude kermisvermaak ten slotte zijn eigen graf.




Wel is waar hadden in de zestiger jaren der vorige eeuw ook andere omstandigheden de kermis reeds een duw gegeven.
In 1866 b.v. dreigde de gevreesde cholera aziatica naar deze streken af te zakken (allerwege en ook hier werden uit voorzorg reeds barakken ingericht; te Winterswijk het thans verdwenen melatenhuis)  en de Overheid oordeelde het daarom raadzaam in dat jaar geen kermis te houden, niet zoozeer om de ingezetenen, die haar plachten te bezoeken, als wel om de vreemde potsenmakers, orgeldraaiers, die herwaarts konden komen. Ook het volgend jaar, 1867, ging zij net door, terwijl in 1871 het de pokziekte was, die een spaak in het wiel kwam steken en andermaal de kermispret voorbij deed gaan.
En of het nu daardoor gekomen was, dat men door de gedwongen rust der voorafgaande jaren nu in eens de schade weer in wilde halen, of dat het ongelukkige toeval hier een rol had gespeeld, valt moeilijk uit te maken, maar naar de berichten te oordelen, ging het er in 1872, toen de blommetjes weer buiten gezet konden worden, en in de naastvolgende jaren met fikschen moed en…….onstuimigheid weer op los. En de gevolgen waren funest.
vooreerst bracht een ongeluk met het vogelschieten, waarbij een schutter door het springen van een geweer 9gevolg van het slechte materiaal, waarover men dikwijls beschikte) de kermispret met den dood moest bekoopen, groote opschudding teweeg, welke de kermisreputatie, die trouwens door bloedige kloppartijen reeds danig geleden had, een gevoelige knak bezorgde.
En toen kort daarop in 1874 in de steeg naast de tegenwoordige villa en tuin van mevr.de Wed.Van Eekelen een onschuldigde doofstomme jongen in een vechtende troep geraakte en door zekeren Willemsen bij vergissing doodgeslagen werd met de kolf van een geweer, gaf dit begrijpelijkerwijze het sein of de aanleiding tot bezinning.
in de Raadsvergadering van 6 Maart 1875 kwam ter tafel een adres van het Hoofdbestuur der Vereeniging tot beperking der Dronkenschap, dat een gereede aanleiding gaf om de Winterswijksche kermis in het debat te betrekken. Burgemeester Mackay kwam namens B.en W. met het voorstel ze finaal af te schaffen wegens het groote drankmisbruik en de ernstige excessen, meestal daarmede gepaard gaande.
Voor- en tegenstanders wogen in die vergadering (6-6) tegen elkaar op, maar in de volgende zitting werd met 8 tegen 4 stemmen het doodvonnis over de kermis geveld.

Reeds in Augustus d.a.v. vroeg het raadslid Esselink, of, nu de kermis ter ziele was, geen volksfeest gehouden zou kunnen worden, maar de Raad oordeelde, dat een commissie uit de burgerij daar beter voor zou kunnen zorgen. 
Tot een initiatief in die richting schijnt het nog niet dadelijk gekomen te zijn en hoelang de gemeente toen zonder een algemeende feestorganisatie gebleven is, kunnen wij niet zeggen, al werden dan Konings verjaardag of  nationale herinneringsdagen (evenals vroeger naast de kermis) wel afzonderlijk georganiseerd en gevierd.
Vast staat intusschen wel , dat een groep of commissie , waarvan de heer F.van Deun voorzitter was, voor de overbrugging van kermis naar Volksfeest zorg heeft gedragen.
Den 19en December 1888 was een vergadering samengeroepen, welke op verzoek van den heer van Deun door den heer J.G. ten Houten gepresideerd werd en waarin tot de oprichting van de Vereeniging “Volksfeest” besloten werd. de heer Ten Houten werd op voorstel van den heer Paschen tot eerlid benoemd en als voorlopige bestuursleden werden aangewezen: F.van deun, voorztitter; J.W.Poppink Azn., secretaris en E.F. ten Houten, penningmeester.
In de vergadering van 14 juni 1889 werden deze heeren definitief benoemd met uitzondering van den heer van Deun, in wiens plaats de heer P.Beukenhorst als definitief voorzitter werd aangewezen. 
Intusschen was reeds besloten een verplaatsbare tent aan te schaffen, waarin het eerste feest van de nieuwe vereeniging gehouden zou worden en wel op 29,30 en 31 Augustus, drie volle dagen maar liefst.
Met die losse, verplaatsbare tent, aan welker opbouw en afbraak telken jare heel wat voor- en napret, voordorst en nadorst verbonden is geweest, heeft het bestuur heel wat beslommeringen gehad. Meermalen bleek zij te klein en dan moesten de heeren weer naar pruisen om een grootere te bestellen.
Zij werd opgeslagen op de weide voor “De Harmonie”, waar thans de gemeentewoningen staan. Eenmaal was zij juist opgericht, toen een paar dagen voor de opening van het feest eensklaps een hevige windvlaag het gansche getimmerte neersloeg en geheel en al onklaar maakte. Toen was Holland, of liever Winterswijk, in last, maar Volksfeest had gelukkig bestuurderen, voor geen kleintje vervaard. In allerijl werd een commissie naar deventer gezonden om balken en latten te laten aanrukken, terwijl het gansche timmergilde van Winterswijk gerequireerd werd om met razenden spoed het onheil te herstellen. En het staaltje van paraatheid werd klaargespeeld met het opzienbarende geval er bij, dat het hout al hoog en droog hier was en voor een deel reeds verwerkt, toen de commissie den toren van Winterswijk weer in het gezicht kreeg. “Onopgeloste raadsels uit vroegere dagen” voegde onze zegsman er knipoogend bij.
Op den duur kon het gescharrel met de tent natuurlijk niet bevallen en zoo kwam in de vergadering van 1 februari 1898 het punt “vast gebouw” voor het eerst ter sprake. Weldra werd een commissie ingesteld, welke het zoover wist te brengen, dat naar een plan van den architect Beltman te Enschede, tot den bouw van het tegenwoordige Feestgebouw kon worden besloten.
De heer Jansen te Aalten werd de aannemer en op 30 en 31 Augustus 1899 kon er het eerste feest in gehouden worden.
Groot is het aantal pesonen dat Volksfeest in de loop der jaren als functionarissen gediend heeft, te veel om hier te noemen. Van hen, die al bij de oprichting of in de eerste jaren daarna aan de zaak van Volksfeest medewerkten, zijn er maar enkele meer in leven. Voor zoover wij konden nagaan zijn dat nog de heeren N.Willink, H.B. Poppink en schilder Nijenhuis in de Ratumschestraat.  
Voorzitters zijn lange jaren geweest, na de reeds genoemden in het begin, de heeren J.W.Hesselink JWzn., J.W.Poppink Azn. en van 1922 af tot heden de heer J.G.ten Houten Jr. Secretarissen met een lange dienstperiode waren J.F.Burgers (1907-1918) en J.Jansma (1919-1937), welke laatste nog onlangs gehuldigd is voor zijn gewaardeerde arbeid en die door den heer J.H.Colenbrander is opgevolgd. Penningmeesters met ’n respectabelen staat van dienst de heeren: E.F.ten Houten (1888-1895), J.H. ten Houten Jr. (1910-1922) en H.H. Martin (1923-1937), welke laatste zijn plaats inruimde voor den heer J.B.B.Oonk.
Het kan niet worden ontkend, dat de vereeniging vele jaren lang de burgerij van Winterswijk prettige, goed georganiseerde feestdagen bezorgd heeft, waarbij de vele fraaie bloemencorso’s zeker met den eerepalm gaan strijken.
Moge Volksfeest zijn taak nog vele jaren blijmoedig en succesvol vervullen en nog eens in staat zijn de Winterswijksche burgerij een geschenk te bezorgen, dat evenals het Feestgebouw in zijn dagen voor dezen tijd in een duidelijk gevoelde behoefte zou voorzien: een voor een plaats van 20.000 zielen behoorlijke schouwburginrichting. 

B.STEGEMAN: DE GRAAFSCHAPBODE 05-12-1938 




——————————————————————————————————————–

Met rassche schreden nadert de 19de december, op welken dag het 50 jaar geleden zal zijn, dat de vereeniging Volksfeest opgericht werd, een dag, welke voor Winterswijk’s bevolking niet onopgemerkt voorbij mag en zal gaan. Immers aan ‘Volksfeest” dankt Winterswijk de steeds geslaagde en steeds weer slagende viering van onze nationale feestdagen. Jaar in, jaar uit zorgt ‘Volksfeest” er voor, dat op de hoogtijdagen in ons nationale leven voor Winterswijk’s inegzetenen iets te beleven valt.
Aan “Volksfeest” is het te danken, dat de kermis met haar excessen vervangen is door waardiger feestviering en dat deze feestviering dient tot herdenking van Koninklijke verjaardagen en andere nationale feestdagen. Hulde aan de oprichters der vereeniging en aan de bestuursleden uit de eerste jaren van het bestaan der vereeniging, maar ook hulde aan de bestuursleden uit latere jaren en aan die van thans, die op zoo waardige wijze de eenmaal ontstane traditie hebben weten voort te zetten. 
Feestvreugde heerschte er vroeger in de oude verplaatsbare tent, feestvreugde heerscht er thans in het tegenwoordige vaste feestgebouw. Laat die feestvreugde nog in lengte van jaren blijven heerschen. Laat ons hopen en verwachten, dat als weer 50 jaren aan de thans achter den rug liggende halve eeuw gevoegd zijn, Volksfeest nog even krachtig moge zijn als de vereeniging thans is, nog steeds gedragen door de sympathie der bevolking; dat de vereeniging haar schoone tradtie zal mogen handhaven; dat zij in het bestaande of in een moderner, aan nieuwere eischen beantwoord gebouw de ingezetenen zal mogen oproepen tot viering van den geldenden nationalen feestdag en nog steeds zal mogen bijdragen tot verhooging van de Oranjeliefde en tot versterking van den band tussen Nederland en Oranje.

J.KNEPPELHOUT, BURGEMEESTER: DE GRAAFSCHAPBODE, 16-12-1938 



——————————————————————————————————————–

HET GOUDEN FEEST VAN DE VEREEN.VOLKSFEEST

WAARDEERENDE WOORDEN VAN BURGEMEESTER KNEPPELHOUT

BIJ HET GOUDEN JUBILEUM DER VEREENIGING  “VOLKSFEEST” TE WINTERSWIJK 

VELE SPREKERS  – TALRIJKE BLOEMSTUKKEN 

De Vereeniging  “Volksfeest” te Winterswijk, die jaren achtereen de bijzondere gebeurtenissen aldaar in het middelpunt van de belangstelling plaatste door haar organisatie van de feestelijkheden en daarmede deze zoo buitengewoon wist te doen slagen, werd Maandagavond in het feestgebouw op buitengweoon hartelijke wijze gehuldigd, tijdens de receptie, welke gehouden werd ter gelegenheid van haar gouden jubileum. 
Vele woorden van sympathie werden tot het bestuur gericht door de afgevaardigden van diverse plaatselijke vereenigingen en particulieren, waarvan vele vergezeld gingen van prachtige bloemstukken. 
Door een comite, dat gevormd was uit de dames van bestuursleden en aandeelhouders, werd de vereeniging “Volksfeest” een nieuw oranje-vaandel aangeboden, de volgende vereenigingen zonden bloemstukken: W.G.V., Mannekoor, W.V.C., W.O.V., Advendo, Volksfeest Miste, Excelsior, van de directie der twentse bank, Bierbrouwerij De Klok, vaandeldragers, kellners en verder personeel, fam.De meijer, frima Hooghoudt uit groningen, melkerij Besschers en de firma’s Bloemers en Wilhelm.
Aan H.M.de Koningin was ter gelegenheid van dit gouden jubileum het volgende telegram verzonden: 



De Oranjevereeniging “Volksfeest” te Winterswijk, verheugd en dankbaar op heden den 19den December te mogen herdenken haar gouden jubileum en daarmede het feit, dat zij gedurende een halve eeuw heeft mogen meewerken aan de versterking van den band tusschen het Huis van Oranje en de bevolking van Winterswijk, betuigt Uwe Majesteit en Haar Huis opnieuw hare onwankelbare trouw en aanhankelijkheid.

J.G.ten Houten Jr.
J.H.Colenbrander.
J.B.B. Oonk.

waarop “Volksfeest” het volgende telegram ontving:



H.M.de Koningin draagt mij op U en leden Oranje Vereen. “Volksfeest” Hoogstderzelven dank over te brengen voor gevoelens, vertolkt in uw telegram van heden.

De adjudant van Dienst,
ROMSWINCKEL

Oud-Burgemeester Bosma zond het volgende telegram:

Waar ik steeds hoogelijk waardeerde de wijze van werken Uwer vereeniging en erkentelijk blijf voor de wijze, waarop zij mij bij mijn komst in Winterswijk ontving en voor de sympathie, die zij mij betoonde bij mijn vertrek, feliciteer ik Uw bestuur hartelijk met dit gouden jubileum en uit ik de beste wenschen voor grooten bloei in de volgende vijftig jaren en daarna.

BOSMA 

TOESPRAAK BURGEMEESTER KNEPPELHOUT

Burgemeester Kneppelhout, die met mevrouw aanwezig was, sprak allereerst tot het bestuur. Spr. meende, dat op dezen gedenkwaardigen dag van het gouden jubileum in geen geval de burgemeester behoort te ontbreken en wilde dank brengen voor het vele, dat  “Volksfeest” heeft gepresteerd. Spr. hoopte, nu hij het 31 Augustus- en 6 September-feest heeft mogen meemaken, dat er nog vele mogen volgen. het stemde spr. tot dankbaarheid, dat de nationale feestdagen op zoo waardige wijze onder leiding van “Volksfeest” werden gevierd, die het zoo’n goede reputatie heeft gegeven. Spr. bracht ook dank aan de bestuursleden uit de eerste jaren van het bestaan der vereeniging, waarvan helaas niet 
velen meer aanwezig zijn. Als de tijd gekomen is, dat er weer een nieuwe generatie aan het bestuur is, hoopte spr., dat deze op dezelfde wijze streeft naar het doel. De burgemeester eindigde met den wensch, dat “Volksfeest” nog lang moge bestaan tot heil van de burgerij van Winterswijk.

DE HEER J.G.TEN HOUTEN JR., voorzitter van Volksfeest, dankte hierna de burgemeester als volgt: 

Uw waardeerende en vriendelijke woorden, tot ons gericht, hebben ons ten zeerste getroffen en goed gedaan. Ik dank U namens de vereeniging “Volksfeest” daarvoor ons ganscher harte en ik wil gaarne daarbij den wensch uitspreken, dat U, als Hoofd der Gemeente, onze vereeniging denzelfden steun zult blijven schenken, die Uw voorgangers ons steeds in zoo ruime mate hebben toebedeeld.
Wij kunnen dien steun niet missen, willen wij blijven wat wij zijn geweest, een vereeniging die door het vieren van de verjaardagen van ons Koninklijk Huis steeds heeft getracht het vieren van feesten op waardige wijze te doen geschieden.

Het woord was hierna aan:

MEVR.TEN HOUTEN
die namens het comte het bestuur het nieuwe vaandel aanbood.

Heden heeft Uwe vereeniging een mijlpaal bereikt, aldus Mevr.Ten Houten. Het is voor mij een eer U namens de dames van de bestuursleden en aandeelhouders van harte geluk te wenschen met dit heugelijk feit; 50 jaar is er gewerkt door Uw voorgangers en U. Veel voorspoed is er geweest, maar de laatste jaren waren moeilijk. Steeds weer wist het “Volksfeest”- bestuur de moeilijkheden te overwinnen. Ik zelf weet van dichtbij hoe zwaar dit soms was en een woord van hulde en dank komt op deze plaats dan ook toe aan Uw aftredenden secretaris den heer Jansma . Moge hij spoedig in beterschap toenemen en wij allen zijn bekende vriendelijke persoon weer in ons midden zien. Wat Uwe vereeniging voor Winterswijk beteekent, dat weten wij allen. Wij houden van Uwe vereeniging en kunnen die niet missen. Wat komt er op 31 Augustus en 1 September steeds weer een prettige stemming in onze plaats. Allen maken zich op om deze gezamelijk door te brengen. Loge’s komen van heinde en ver, want het Winterswijksche Volksfeest trekt en ook de jeugd maakt zich op om daaraan op verschillende manieren deel te nemen. Steeds weer scharen jong en oud zich eendrachtig om onze vaandels. Helaas heeft de tand des tijds daaraan geknaagd. En vooral het voornaamste vaandel, ons oranjevaandel, is er het slechts aan toe. Daarom besloten de dames van Uw bestuur en aandeelhouders U op dezen feestdag een nieuw oranjevaandel aan te bieden.
Mogen wij allen, die ons Oranjehuis liefhebben, dit vaandel in eere houden. Met den wensch, dat de Vereeniging Volksfeest groeie en bloeie, bied ik U, Mijnheer de President, namens de dames van Uw bestuur en aandeelhouders, dit vaandel aan. 

DE HEER TEN HOUTEN dankte namens de Vereeniging “Volksfeest” het comite voor dit geschenk, waarbij hij zich met de volgende woorden tot hen richtte: 

Als voorzitter van de Vereeniging Volksfeest valt mij de eer te beurt U namens de vereeniging hartelijk dank te zeggen voor Uw vriendelijke woorden in de eerste plaats, maar niet minder voor de moeite, die U zich zelf en Uwe commissie van dames hebt willen getroosten om op dezen jubileumdag aan de Vereeniging Volksfeest zoo’n pracht- geschenk aan te bieden. Wij zijn U en alle dames van de aandeelhouders dan ook zeer erkentelijk voor dit schitterende cadeau. Het is volkomen juist,wat U zeide, de tands des tijds heeft aan de vaandels, speciaal aan het Oranjevaandel, geknaagd. Ik geef U en de dames der aandeelhouders dan ook gaarne de verzekering dat gij ons geen treffender bewijs van Uw medeleven met onze vereeniging zoudt kunnen geven. 
Wij zullen dit geschenk dan ook volgaarne aanvaarden en geven U de verzekering, dat Volksfeest steeds dit vaandel in eere zal houden.
U hebt een woord van hulde gebracht aan het vele werk, dat door vroegere en tegenwoordige bestuursleden van Volksfeest is verricht en daarbij een persoon naar voren gebracht, den heer Jansma. Wel, ik kan niet nalaten deze door U genoemden heer Jansma ook even te memoreeren. Hij was tal van jaren de spil, waarom in de Vereeniging Volksfeest alles draaide. Het was zijn groote werkkracht en zijn liefde voor de Vereeniging Volksfeest, die heeft gemaakt,dat onze vereeniging de moeilijke jaren is doorgekomen, zonder ten onder te gaan. Ik wensch hem, evenals U dit deed, namens onze vereeniging ook gaarne een spoedig herstel toe.

Ten slotte wil ik de kinderen, die dit vaandel hebben vastgehouden, ook daarvoor mijn dank brengen en hen toewenschen, dat zij nog tal van jaren dit mooie Oranjevaandel door de gemeente Winterswijk mogen zien ronddragen, ter viering van de verjaardagen in ons Koninklijk Huis.

Hierna maakten tal van particulieren en afgevaardigden van diverse plaatselijke vereenigingen van de gelegenheid gebruik het bestuur van “Volksfeest” te complimenteeren . De resp. voorzitters van de vereenigingen spraken allen hoogst waardeerende woorden tot het bestuur, op wier medewerking zij bij al hunne feestelijkheden, enz. steeds konden rekenen en waarvan de hulp nog niet gemist kon worden, gaarne wilden ze hiervan nog vele jaren gebruik maken. Namens de W.G.V.  sprak de W.A. Hofs, de heer A.Renskers voor de W.O.V., de heer Miedema voor Excelsior, de heer P.Brittijn voor Winterswijks Belang, de heer P. van Loo voor het Mannenkoor, voor W.V.C. de heer G.H. te Strake, de heer G.H. Meinen voor de W.W.V., namens het personeel de heer W.Rauwerdink, de heer De Koster namens de buurtvereen. Jubern, voor de Schietvereen. Willem Tell (W.) de heer A. van Gelder en de heer W.B.Lize voor den Middenstand.

Het officieele gedeelte was hiermede ten einde. Alvorens met het concert te beginnen dankte de voorzitter de aanwezigen voor hun belangstelling.
Het is mij niet mogelijk na de vele blijken van belangstelling en de verschillende woorden, die zijn gesproken, elk afzonderlijk daarvoor namens de Vereeniging Volksfeest dank te betuigen, aldus de heer J.G. ten Houten Jr. Daarom hoop ik, dat allen, die door het schenken van bloemen of op andere wijze van hun belangstelling in ons 50-jarig jubileum hebben doen blijken, genoegen zullen nemen met deze algemeene dankbetuiging.
Ik geef U allen gaarne de verzekering, dat deze door U betoonde belangstelling door ons, zoowel bestuur als de geheele vereeniging, op hoogen prijs wordt gesteld. 




Vervolgens richtte spr. zich tot den jubilaris in de Vereniging Volksfeest, den heer H.Poppink, die vanaf de oprichting bestuurslid is en steeds met enthousiasme zijn geheele persoon voor Volksfeest heeft gegeven. Voor het vele werk dat de heer Poppink voor de vereeniging heeft gedaan en nog doet, bracht spr. hem een woord van oprechten dank namens de mede-bestuursleden, die hem zeer waardeerden. 

De beide plaatselijke muziekvereenigingen, de W.O.V. en Excelsior, speelden in het verdere gedeelte van den avond afwisselend enkele concertnummers, waarna ze ook gezamelijk de balmuziek verzorgden.
Tot 1 uur werd er nog gedanst, onder leiding van den heer Joh.Pecht, waarbij het aan gezelligheid niet ontbrak. Afgewisseld door enkele attracties is het een echte Volksfeest-avond geworden en dus geslaagd. 


DE GRAAFSCHAPBODE, 21-12-1938


(De heer J.Jansma is na een langdurige ziekte zaterdag 14-01-1939 op 66-jarige leeftijd overleden. Jansma was oud- hoofd School C, oud-leraar Ambachtsschool en oud-leraar Rijks Normaalschool)



 










Lees verder