oudwwijk
Digitaal erfgoed

Johannes Verwers

Zie ook:
Bekende Winterswijkers
Tweede Wereldoorlog- J.R.Verwers- Een Groot man

27-02-1970 NWC

De heer J.R.Verwers overleden
Man met grote belangstelling voor de Winterswijkse gemeenschap

Op de leeftijd van 74 jaar is overleden de heer J. R. Verwers vroeger hoofd van de inspectie der directe belastingen alhier.
Wijlen de heer Verwers heeft, vooral in de jaren na de tweede wereldoorlog zijn stempel gedrukt op de Winterswijkse gemeenschap.
Hij ontwikkelde tal van initiatieven, was bestuurslid van vele verenigingen en instellingen, was raadslid en had zitting in verschillende gemeentelijke commissies.
Zijn vriendelijke persoonlijkheid, zijn mild oordeel en zijn wil tot samenwerking hadden tot gevolg dat hij veel vrienden had, temeer ook daar hij personen en zaken van elkaar wist te scheiden.
Waarschijnlijk heeft geen enkele Winterswijker ooit meer functies in het openbare leven gehad als wijlen de heer Verwers. Hij werd door iedereen aanvaard, hij wist zijn enthousiasme op anderen over te brengen. Hij was een gemeenschapsmens bij uitnemendheid.

Dat bleek o.a. elk jaar weer als hij tijdens de begrotingsvergadering als fractievoorzitter van de P.v.d.A. zijn algemene beschouwingen hield. In die beschouwingen zat een stuk idealisme, zonder dat de zin voor de werkelijkheid verloren ging.
Hij heeft bijna dertig jaar zitting gehad inde gemeenteraad. In 1937 werd hij als raadslid gekozen voor de Vrijzinnig Democratische Bond. Na de oorlog kreeg hij meteen weer zitting in de noodgemeenteraad en toen in 1946 de Partij van de Arbeid werd opgericht, werd hij daar lid van.
Voor deze partij kreeg hij zitting in de gemeenteraad. In 1966 legde hij “deze functie neer. In de dertig jaar dat hij zitting had inde gemeenteraad ontwikkelde hij tal van initiatieven. Hij had zitting in veel gemeentelijke commissies. Eén daarvan als voorbeeld : de raadscommissie voor electrificatie van de buurtschappen, waarvan hij voorzitter was.
De heer Verwers viel op 14 november 1958 de eer te beurt de laatste petroleumlamp uit te blazen. Toen had de commissie vier jaar gewerkt en in die vier jaar waren 728 boerderijen op het electriciteitsnet aangesloten.

Hij had verder nog zitting in tal van andere commissies: de reclamecommissie, de verkeerscomnjissie, de sportraad. Ook op het gebied van de cultuurspreiding nam hij initiatieven en verrichtte hij veel werk.
Hij was een van de mensen die zich hebben ingezet voor de stichting Van het openluchttheater. Dat het met dit theater niet zo gelopen is, zoals hij zich had voorgesteld, heeft niet aan hem gelegen.

Onderscheidingen
Ook de sport had zijn belangstelling.
Ruim twintig jaar was hij consul van de KNVB. Bij zijn afscheid, op 12 april 1956, ‘ontving hij de zilveren speld van deze bond.
Dat was trouwens 1 niet de enige onderscheiding die de heer Verwers ontving. Zijn vele werk op allerlei gebied werd gewaardeerd door zijn benoeming tot Officier inde Orde van Oranje Nassau op 29 april 1958.
Een persoonlijke onderscheiding was ontegenzeggelijk de uitnodiging tot bijwoning van de bijzetting van het stoffelijk overschot van Prinses Wilhelmina op 8 december 1962.

In de oorlog speelde de heer Verwers een rol die veel waardering ondervond bij alle Nederlanders die aan de goede kant stonden.
De Duitsers hadden minder waardering voor hem. En zo kon het gebeuren dat hij één van de gijzelaars werd die met hun leven borg moesten staan voor de aanmelding van spitters uit Winterswijk.
Na de oorlog nam hij het initiatief voor het oprichten van een monument voor Tante Riek. De onthulling daarvan geschiedde destijds door Prinses Wilhelmina.
Een andere activiteit was het lidmaatschap van het comité ter nagedachtenis van gesneuvelde Winterswijkers. Elk jaar zorgde de heer Verwers, samen met anderen, er voor dat er op 4 mei bloemen op de graven werden gelegd.

In tal van verenigingen had de heer Verwers een bestuursfunctie. Hij was vele jaren voorzitter en bestuurslid van het Rode Kruis in Winterswijk.
Hij was bestuurslid en vice-voorzitter van de Technische School. Hij was voorzitter van de afdeling Winterswijk van de P.v.d.A.
Voor diezelfde partij was hij lid van de provinciale staten.
Hij was bestuurslid van de vereniging tot bestrijding der t.b c.
En zo waren er nog wel meer verenigingen die dankbaar profiteerden van de werklust, het enthousiasme en het organisatievermogen van de heer Verwers.
De heer Verwers werd geboren in Brakel. Later verhuisden zijn ouders naar Zoeterneer. In Gouda liep hij de h.b.s. af. Hij was van plan om dierenarts te worden maar de mobilisatie zette voorlopig een streep door zijn plannen. Tot februari 1919 was hij reserve officier. Toen besloot hij een baan te zoeken bij de belastingen en op 1 april trad hij daar in dienst. Hij was vervolgens werkzaam in Winschoten Nijmegen en kwam in mei 1928 naar Winterswijk als hoofd van de inspectie.

Tijdens raadsvergadering herdacht
Tijdens de raadsvergadering heeft burgemeester Vlam met enkele gevoelvolle woorden de heer Verwers herdacht.
Hij noemde de overledene een sociaal bewogen man, die ook in de laatste jaren nog belangstelling toonde voor het wel en wee van Winterswijk ondanks het feit dat zijn ziekte dit erg moeilijk maakte.
De burgemeester herinnerde er aan dat de heer Verwers destijds, als voorzitter van de electrficatiecommissie de laatste petroleumlamp in Winterswijk heeft uitgeblazen. Nu is de levenslamp van de heer Verwers uitgeblazen”, zo besloot de burgemeester.
Met enkele ogenblikken stilte werd daarna de heer Verwers herdacht.




Lees verder

G.O.I.W.

Gemeenschap Oud-Illegale Werkers
Opgericht: 26 april 1945

Bestuur:
J.W.Zonneville voorzitter
W.S.Lelieveld, secretaris
P.Kuipers

Lees verder

Wim Bults

Wim Bults, Ratumsestraat 42 (verl.1947 Truus van Beugen-Goes)
Harmen Jan Hemink Vredenseweg 18 (21-06-1927 W’wijk)
(Vrijw.soldaat 1e klas)
Beide naar Indie tot 27 april 1948 (komen ze thuis)

Het was op 9 Sept. 1944 dat twee Winterswijkse jongens, Wim Bults en Jan Hemink, resp. 18 en 17 jaar, de ouderlijke woning verlieten om zoals ze zeiden een wandeling te maken.
In werkelijkheid bestond die wandeling echter in een poging om contact te krijgen met het geallieerde leger en zodoende daadwerkelijk mede te helpen aan de bevrijding van het vaderland.
Het was de laatste dag voor de spoorwegstaking en nog diezelfde dag arriveerden ze in ’s-Hertogenbosch, waar ze de nacht doorbrachten buiten de stad bij een boer.
Vandaar trokken ze verder naar Gilze-Rijen waar ze onderdak vonden op een boerderij, waarvan de man en zijn vrouw waren gevangen genomen door de Duitsers.
Onmiddellijk kwamen ze in contact met de illegale beweging daar en namen deel aan strooptochten naar het in de nabijheid gelegen vliegveld, waarbij ze de vijand allerlei schade berokkenden en afbreuk deden.
Zo kwamen ze op een avond thuis met twee stukken geschut met munitie en bestond Jan Heming het zelfs om in zijn eentje op klaarlichte dag een 2 cm. kanon buit te maken. Bij het „organiseren” van handgranaten op datzelfde vliegveld, werd Wim Bults echter op zekere morgen met twee kameraden uit Werkendam op heterdaad betrapt en gevangen genomen. Een der Werkendammers had bovendien nog een armband van de illegale ploeg in zijn bezit dus zag het er voor de jongens allesbehalve prettig uit.
Ze werden overgebracht naar Delft waar ze de gehele dag houtjes moesten hakken voor de generator van de auto, waarmede ze die avond Duitsland zouden worden overgebracht.
Om 8 uur ’s avonds kwam er echter bericht dat het transport was uitgesteld tot de andere dag en nog die zelfde nacht wisten ze met behulp van een Duitse kok. die mede deserteerde, te ontvluchten.
Ze kwamen een paar dagen later weer in Brabant terecht, waar Wim werd opgezocht, tot dat de ploeg opnieuw compleet was,, klaar voor het werk.
In verband met de veiligheid werd besloten het werkterrein te verleggen naar Breda, waar ze ingedeeld in een illegale ploeg, aan de bevrijding van die stad hebben meegeholpen. Voor hun dapperheid werden ze hier met de gehele ploeg door Prins Bernhard onderscheiden met een draagmedaille, zijnde een bronzen leeuw met de code van hun illegale ploeg D 68.
Naar ze beweerden was hiermede de mooiste tijd van hun avontuurlijke jaar afgesloten Ze werden nu onmiddellijk bij het Stoottroepen-regiment „Brabant ingedeeld en reeds eind October lagen ze inde voorste linie van het front
Weinig spreken de jongens over hun Belevenissen van deze tijd. trekken
Als men hun er naar vraagt, trekken ze de schouders op en zeggen. Och, ik
weet niet”, doch uit de militaire pers blijkt wel, dat de stoottroepen een krachtigen steun zijn geweest voor de geallieerden bij de bevrijding van ons
land. (Zie o.a. de „Pen Gun” van de eerste week van September over de stoottroepen in St. Filipsland).

Wim Bults was in de daarin vermelde nacht op post in post David. „’t Was mijn vuurdoop, maar we hebben het later nog wel erger gehad” zegt hij, zonder te zeggen wat dat geweest is.
Toen de capitulatie van Duitsland een feit was, hebben de jongens zich opgegeven voor Indië en kregen hun opleiding en training daarvoor in Brabant.
En Zondag 9 September 1945, dus juist een jaar nadat ze „aan. de ‘wandel” gingen, zijn ze vertrokken uit Rotterdam naar Engeland om uitgerust te worden voor Indonesië, waar de hulp van het moederland zoo dringend nodig is.

Lees verder

Herdenking spoorwegstaking

19-09-1945m Graafschapper

Wat er te Winterswijk gebeurde.
Door het personeel der Ned. Spoorwegen te Winterswijk is de spoorwegstaking 1944 op passende wijze herdacht.
Nadat alle personeelsleden Maandag hadden gecollecteerd ten bate van de spoorweg T.B.C.-vereeniging te Utrecht, verzamelden zij zich ’s avonds met hun dames op het stationsplein.
In optocht, met muziek van de W.0.V., trok men daarna naar het Feestgebouw, waar’ de herdenkingsbijeenkomst plaats had.
Allereerst werd hier met groote aandacht de radio-reportages van „Herrijzend Nederland” beluisterd, betreffende de in Utrecht gehouden herdenking,
waarna de stationschef de heer G. Frederiks. een rede uitsprak. Spr. herinnerde er aan, dat het 17 September een jaar geleden was, dat de spoorwegstaking door de Nederl. regeering te Londen geproclameerd werd.

De eerste dagen na deze afkondiging ontstond er een hevige spanning onder het personeel, vooral, omdat het geenszins op een staking voorbereid was en rekening gehouden moest worden met de ernstige gevolgen, die zij met zich bracht.
Spr. deed vervolgens interessante mededeelingen over de situatie te Winterswijk. Het emplacement stond vol wagens steenkolen en aardappels en het was van groot belang voor het Nederl. volk, dat die wagens hun bestemming nog bereikten. Er was overigens geen enkele militaire wagon aanwezig.
In overleg met een bevoegde illegale instantie werd daarom besloten deze wagens eerst af te voeren en daarna den arbeid neer te leggen, waarbij het personeel zich stellig voornam geen enkele handeling te verrichten, waarvan de Wehrmacht voordeel kon hebben.
Donderdag 21 Sept., aldus zeide spr., kwamen eenige Duitschers op mijn bureau, die namens den Beauftragte te Arnhem een extra trein eischten voor het vervoer van spitters naar Zevenaar. Hoewel er een paar locomotieven op het emplacement stonden, zeide ik hun. dat ik geen machine had en dat zij zich maar tot Zutphen moesten wenden.

Mopperend zijn ze toen weggegaan.
Toen was het feit beslist! Het stationspersoneel was van vreemde smetten vrij en zeer solidair. Als één man werd daarop den volgenden morgen den arbeid gestaakt, waarna ieder, zoo goed en zoo kwaad het ging, een goed heenkomen zocht. Spr. releveerde treffende staaltjes van medeleven en had alle waardeering voor hen, die den spoormenschen onderdak verleenden, doch kan niet verheelen te zeggen, dat zeer velen een angstigen en moeilijken tijd hebben doorgemaakt.
Het was dan ook speciaal voor de spoormenschen een groote verademing, toen 31 Maart Winterswijk werd bevrijd. Successievelijk kwamen ze uit hun schuilplaatsen te voorschijn en tot zijn groote blijdschap deed spr. de mededeeling, dat na enkele dagen allen zich weer present hadden gemeld. Een lichtzijde, aldus spr., van deze drukkende tijden is geweest, dat het saamhoorigheids gevoel bij de spoormenschen sterk is toegenomen.

Op het station en emplacement zag het er troosteloos uit, evenals in de woningen van velen. Met man en macht zijn de herstellingen aangepakt en thans is het zoover, dat eerstdaags de dienst weer hervat kan worden.
Op deze rede volgde een langdurig applaus.
Aan dezen avond werkten verder mede. mevr. Te Lintum-Stegeman en de heer B. Wiggers, beiden zang en de jeugdige accordeonist Kolthof, die veel succes oogstten. Ook het optreden van den heer B. Stegeman met zijn „Achterhooksche möpkes” viel zeer inden smaak.

In den loop van den avond vond de heer Frederiks nog gelegenheid een hartelijk woord van dank te richten tot dr. Ter haar van wien de spoormenschen veel steun hebben ondervonden en die zooveel lief en leed met hen medemaakte.
Voorts werden de beambten Hekkelman, Bomers, Steenhuizen en Riggelink, dié den dienst met pensioen verlaten; een groepsfoto van het gansche personeel aangeboden. In het bijzonder bracht de chef een woord van hulde en dank aan den heer Bomers, die kans heeft gezien in de 38 jaar, die hij meeloopt, geen enkele straf op te loopen.

Lees verder

Familie Blom 1961

Nieuwe Winterswijkse Courant/Delpher – 1961

ledereen van vóór 1940 in Winterswijk kent de familie Blom, die woonde op de hoek Willinkstraat-Wooldstraat, in de daar nu nog gevestigde slagerswinkel.
Het was een gerenomeerd slagersbedrijf. Want de heer W. Blom verstond de kunst van zakendoen. Hij had naast de winkel, een florerend postorderbedrijf in vleeswaren opgebouwd.
Week in week uit gingen vele postpakketten van het allerbeste vlees van zijn „Gelderse vleeshal” naar de grote steden in het westen des lands, waar hij een uitgebreide clientèle had.

„Had”

We schrijven in de verleden tijd. Want de Joodse familie Blom leeft thans her en der verspreid over de wereld.
In de rampzalige oorlogsjaren, toen de politieke misdadigers van Berlijn besloten het Joodse ras uitte roeien, toen werd ook de familie Blom het leed niet bespaard.
Vader Blom zag al bijtijds het noodlot der Joden opdoemen. En hij wist daarom zijn vrouw en enkele kinderen reeds in 1939 te bewegen; Europa te verlaten.
Mevrouw Blom-Gans en haar kinderen Cris en Betsie, David, Debora en Benjamin gingen in 1939 naar Amerika.
In Nederland bleven vader Blom – die wilde bij zijn zaak blijven de oudste dochter Fré en de zonen Leo en Karel.

Het drama van de jodenvervolging bereikte echter, het kon niet anders, de thuis blijvers. Het was nog in het begin – men wist toen nog niet precies wat de Joden boven het hoofd hing – dat vader Blom een oproep kreeg om zich bij de S.D. te melden.
De heer Blom dacht – zoals hij later tegen een medegevangene te Arnhem heeft gezegd „laat ik maar gaan, ’t is misschien een kleinigheid” (men was zich immers geen kwaad bewust),
„want kom ik niet ,dan gaan ze me juist vervolgen”.
Hij ging en werd „op transport gesteld”. En is nooit meer terug gekomen, als zo vele miljoenen.

Het werd intussen steeds duidelijker, wat de bezetters met een deel van ons volk vóór hadden en in oktober 1941 zochten de zonen Karel en Leo Blom een goed heenkomen, dwars door bezet België en Frankrijk naar het onbezette Zuiden van laatstgenoemd land, waar de Vichy-regering het bewind voerde.
De heer Leo Blom, die nu al sinds 1947 in Noord-Amerika, in New York woont, is thans in Nederland op bezoek, met zijn vrouw en zoon.
„Om alle oude plekjes nog eens terug te zien, b.v. de zaak in Winterswijk waar we als kinderen geleefd en gewerkt hebben. Om alle familie en oude vrienden nog een is terug te zien.
Om oude herinneringen, goede en kwade, nog eens opnieuw te beleven,” zegt de heer Blom. Zijn moeder, mevrouw de weduwe Blom-Gans, woont ook in New York en bevindt zich thans eveneens korte tijd in Nederland, om de vele herinneringen uit het verleden opnieuw te beleven.

Wij hebben een gesprek gehad met de heer Leo Blom, die ons veel van de belevenissen van zijn familie sinds 1939 vertelde.
Om met hem zelf te beginnen: hij ging met zijn broer Karel, zoals hiervoor al gezegd, in oktober 1941 naar het toen nog niet bezette Zuid-Frankrijk. Daar kwamen de beide broers in een vluchtelingenkamp terecht en daar hebben ze van alles gedaan voor de kost: houthakken, voor kok spelen, boeren werk doen enz.
Toen Duitsland in de tweede helft van 1942 ook Zuid-Frankrijk ging bezetten, vluchten vele Joden, waaronder ook Leo en Karel, illegaal naar Zwitserland, dat zij met veel moeite bereikten. Daar kwamen ze opnieuw in een kamp terecht, van Hollandse vluchtelingen, die er het dagelijks brood verdienden met landbouwarbeid, aanleg van rioleringen, enz.

Hier besloot de heer Leo Blom mee te gaan helpen aan de bevrijding van Europa uit de klauwen der Duitse nationaal-socialisten. Hij gaf zich als vrijwilliger op bij het Hollandse bataljon van het Canadese leger, na de invasie in Europa. De laatste fase van de strijd heeft Leo Blom meegemaakt, eerst in N. Frankrijk; toen in de Belgische Ardennen, tijdens het laatste grote offensief van de Duitsers omstreeks Kerstmis 1944.

Ten slotte belandde hij via Antwerpen en Zeeland in het West-Duitse Roergebied („waar niemand meer nationaal-socialist was toen we er kwamen”, zegt de heer Blom).
Nog 8 maanden maakte de heer Blom deel uit van het Canadese bezettingsleger; begin 1946 werd hij uit de militaire dienst ontslagen en in een oud, afgedankt uniform, zonder geld en goed kwam hij terug in Nederland.

Maar in bevrijd Nederland!

„Alles aanpakken” was toen het parool, om weer een nieuwe toekomst te vinden. Enige tijd werkte de heer Leo Blom als reiziger, o.a. in Scheveningen waar hij zijn tegenwoordige , echtgenote, mevr. Ann Blom-Speyer leerde kennen. Hij trouwde in 1947 en vertrok hetzelfde jaar nog naar New York, naar zijn moeder.
Daar heeft hij werk gezocht en gevonden, in het oude vak, in de vleesverkoop.
De heer Leo Blom is in New York bedrijfsleider van een flinke groothandel in vlees. En daar werd, in 1950, zijn zoon Johnny geboren.

Op onze vraag, hoe het met de verdere familie Blom vader en moeder Blom met hun 4 zonen en 4 dochters is gegaan, vertelde de heer Blom ons het volgende.
„Het lot van vader weet u”, zei de heer Blom.
„Moeder, nu 81 jaar, woont sinds 1939- in New York, zij heeft dus vader nooit weer terug gezien,
Zij geniet nog steeds een prima gezondheid.

Fré, de oudste dochter, is nog het langste in Nederland gebleven, doch in 1943 probeerde zij ook illegaal via Frankrijk naar Zwitserland te vluchten. Ze werd in Frankrijk ziek, kon niet verder, dook daar onder, leerde er een gevluchte Hongaar kennen, waarmede ze later getrouwd is.
Ze woont nu met haar man en twee kin-deren in Zuid-Frankrijk, in Nice, waar ze met haar echtgenoot de direktie van’ een bejaardenhuis heeft gevoerd. Fré was altijd verpleegster geweest.

David, die in 1939 al naar Amerika ging, is ongehuwd en van beroep veehandelaar. Gedurende de oorlog was hij bij de Amerikaanse koopvaardij als scheepsslager en heeft heel wat vijandelijke aanvallen op de escorten, waarin hij voer, meegemaakt.


Zus Crisje, ook al in 1939 naar Amerika gegaan, werkt als direktie-secretaresse bij een bedrijf,’ dat aan het Amerikaanse leger levert. Ze is met deze firma destijds naar Alaska gegaan, waar ze 19 jaar in de barre kou heeft gewoond. Nu woont ze met haar man, die ze in Alaska leerde kennen, en drie kinderen, in het zonnige Californië.

Karel, die in de bezettingstijd naar Zwitserland wist uitte wijken en daar tot de bevrijding bleef, is weer terug gegaan naar Nederland; hij is ongehuwd gebleven.


Betsie, in 1939 naar Amerika gegaan, was hier gedurende de oorlogsjaren vrijwilligster bij het Women. Army Corps (te vergelijken met onze geüniformeerde Marva). Ze woont in Californië en is van beroep propagandiste van een vakbond.

Ook Debora, die in 1939 naar Amerika ging, was gedurende de oorlog een vrouw in uniform, n.l. bij het Nederl. Vrouwen Corps aldaar.
Ze kwam als lid van dit corps in 1945, na de Japanse capitulatie, in Ned. Indië terecht, leerde hier haar eerste man kennen, ging terug naar New York, waar dit eerste huwelijk op een scheiding uit liep en woont nu, opnieuw getrouwd met een Hollander, en met haar vier kinderen, in Californië.

Benjamin, de jongste broer, ging als 13-jarig ventje met moeder mee naar New York, in 1939. In de oorlogsjaren riep de Nederl.regering hem als dienstplichtig soldaat op en heeft hij als parachutist meegevochten bij de Prinses Irene Brigade.
Hij heeft vele sprongen gemaakt; bij Breda is hij gewond geraakt, gelukkig maar licht.
Na de oorlog ging hij terug naar z’n tweede vaderland, naar Amerika, waar hij een boekenzaak heeft. Hij is getrouwd, heeft twee kinderen en het
gaat hem goed.

Dat zijn zo, besloot de heer Leo Blom zijn verhaal, de lotgevallen van onze familie.

Hij en zijn vrouw en kind, ze hebben het goed gemaakt. En alle leden van dit grote gezin zijn, na de stormen en het noodweer van de jaren 1940-45 te hebben doorstaan, weer redelijk goed tot zeer goed, maar her en der verspreid over de wereld terecht gekomen.

Maar het oude plekje van hun kinderjaren, Winterswijk, kunnen ze niet vergeten. Ze zijn geslaagde emigranten geworden, niet uit eigen wil, maar door het lot gedreven. Maar in hun hart hopen ze allen nog eenmaal hun geboorteplaats en hun achtergebleven familie en vrienden terug te zien.
Ze zullen goede en onvergetelijke vakantiedagen in ons land doorbrengen!


Lees verder

Johan Bollen Miste

Yad Vashem onderscheiding Fam. Bollen 28-11-2022

Janna Gesina Bollen – te Kloese (1908-1995)
Gerrit Willem Bollen (1904-1977)

Onderduiker Dick Leonard Boekebinder
Geb: 20-01-1936 Amsterdam
Ovl: 2020 (84 jaar)

Ouders:
Wilhelminaweg 18 Zandvoort
Felix Boekebinder (03-05-1901 Antwerpen-09-07-1943 Sobibor)
Roza Broekman (23-03-1906 Apeldoorn-09-07-1943 Sobibor)
Broers:
Marcel Sylvain (geb:25-04-1933 Amsterdam-overleefd)
Simon Henri (geb:18-01-1935 Amsterdam-overleefd-ovl.2004)

Fam.Bollen Miste

Verzetsman Henk Kruizinga
Geb:13-10-1921 Neede
Ovl: 06-06-1944 Overveen (Gefusilleerd met 28 anderen)
Manufacturier
Lid L.O. -contactman K.O.-ploeg Aalten

Verraad Henk Kruizinga: W.Markus
Veroordeeld 45 tot 18 jaar gevangenisstraf
1956 vrij gelaten
Wllem (Willy) Markus
(Ambt Doetinchem, 24 maart1902 – Enschede, 24 maart1978

Lees verder