oudwwijk
Digitaal erfgoed

Rechtzaken en veroordelingen

Deze pagina bevat veroordelingen/vrijspraken van Winterswijkers na Mei  1945

Te Zutphen, Groenlo en Arnhem werden Achterhoekers veroordeeld welke in de oorlog Duits gezind waren. 
Veroordelingen van inwoners van o.a. Aalten, Lichtenvoorde, Groenlo, Eibergen, Terborg enz.enz. 
Wij hebben voor u de Winterswijkse veroordelingen hier verzameld, om uw een indruk te geven wat een ieder op zijn kerfstok had. 

In die periode werden de verdachten voluit met naam en beroep in de krant vermeldt. 
Wij hebben hierbij de namen aangepast in initialen en de beroepen zoveel mogelijk weg gelaten, omdat het ons hierbij niet te doen is om de personen, maar om de strafbare feiten.

In de veroordelingen komen meerdere personen voor met dezelfde initialen.  

De ‘Kopstukken’ uit die periode zijn echter wel met naam en beroep vermeldt, aangezien zij ook in de geschiedenis over deze periode in meerdere geschreven boeken voluit genoemd worden. 


Een “verkeerde” belastingambtenaar 

30 APRIL 1947

De 55-jarige belastingambtenaar G.B. uit Winterswijk vervulde in de N.S.B. de functie van kring-administrateur en groeps-materiaalbeheerder. 
Verdachte scheen nogal een vurig aanhanger van het nationaal-socialisme te zijn geweest. 
In Mei 1940 bracht hij tenminste de Hitlergroet aan de voorbijtrekkende Duitse troepen. 
In Juli ’41 legde hij de belofte en in Juni ’42 de eed van trouw op Mussert af. 
Dat hij een vurig bewonderaar van de Duitse denkmethode was, bleek wel uit zijn abonnement op de Deutsche Zeitung fur die Niederlanden. 
Financiele bijdragen verleende hij aan:  de nationale Jeugdstorm, het Huizen- en Propagandafonds en het bouwplan Lunteren. 
In zijn functie als belastingambtenaar hing verd. in strijd met de voorschriften een reclameplaat van de N.S.B. in het wachtlokaal der belastingen op en toen dit door de ontvanger K.H. verwijderd was, diende verd. een schriftelijk rapport hierover in bij de groepsleider te W. met het verzoek dit te willen doorzenden. 
Gezien het feit dat verd.uit zijn functie bij de belastingen is verwijderd zonder toekenning van en recht op later enig pensioen – terwijl hij reeds 39 dienstjaren had – legde het tribunaal hem een internering op gelijk aan de tijd in voorarrest doorgebracht en gelastte zijn onmiddelijke invrijheidsstelling. 
Verder werden hem de kiesrechten ontzegd en werd zijn radio verbeurd verklaard. 


Een verkeerde ondernemer

16 MEI 1947

Een verkeerde ondernemer

De 21-jarige M.P. uit Winterswijk ontkende zich als lid van de N.S.B. opgegeven te hebben. Het zou even goed mogelijk kunnen zijn, dat zijn vader dit voor hem gedaan had, maar dat wist hij niet zeker. In 1944 moest hij zich melden voor de N.A.D. , die dan naar Polen gezonden zouden worden. 
Daarom meldde hij zich voor 4 maanden bij de Landstorm Nederland en werd toen als koerier bij Arnhem ingezet. Bij Arnhem werd hij aan de pols door een granaatscherf gewond. Van Februari tot Mei 1945 werd hij in de Betuwe bij de SS Landstormbrigade ingezet en werd later als wapenmeester in de Bommelerwaard ingezet. 
Dat hij in April 1944 te Groningen aan razzia’s had deelgenomen ontkende verd. Hij had aan zijn broer die bij de SS was geschreven, dat zij ’s nachts te 2 uur te groningen een razzia gehouden hadden, waar het wemelde van onderduikers en dat zij een heel dorp doorzocht hadden. 
Het Tribunaal legde hem een internering op voor de tijd van 4 jaar en 9 maanden met aftrek van voorarrest, ontzette hem uit de kiesrechten en ontzegde hem het recht bij de gewapende macht te dienen. 


Twee jaar voor SS-er

21 MEI 1947

Twee jaar voor SS-er

Daar de 29-jarige J.H. uit Winterswijk aldaar niet genoeg verdiende, ging hij vrijwillig als grensganger in Stadlohn werken, doch kwam na enige tijd toch weer bij zijn oude firma terecht. 
In 1942 werd hij met andere personen naar Duitsland gezonden, doch hiermede kon verd.zich niet verenigen en vluchtte.
Doch na een tijd ondergedoken te zijn geweest te Groenlo en Meddo gaf hij aan een oproep gehoor en vertrok naar Obendorf in Duitsland, waar hij typhus opliep. Na zijn herstel werkte hij maar een gedeelte van de dag, de resterende tijd gebruikte hij om levensmiddelenbonnen voor zijn kameraden op te scharrelen. 
Doch toen de Gestapo hier achter keek werd hij gearresteerd en gedreigd met opzending naar een Straflager, tenzij hij tekende voor de Waffen SS, wat hij dan ook deed. Na te Stuttgart goedgekeurd te zijn werd hij te werk gesteld bij de landwirtschaft van de SS, doch toen deze werkzaamheden af waren, moest hij een SS opleiding volgen. 
Op 5 december wist hij hierbij met 2 Hollanders te ontsnappen en de volgende dag werd hij reeds gepakt en veroordeeld wegens vluchten tot 2 jaar SS Straflager, uit welke gevangenschap hij op 20 april ’45 door de Amerikanen werd bevrijd. 
Het tribunaal legde hem een internering op van 2,5 jaar met aftrek van voorarrest en ontzette hem tevens uit de kiesrechten.


Een ambacht, dertien baantjes

27 JUNI 1947

Een ambacht, dertien baantjes

De ondernemer W.H. was in November 1940 lid van de N.S.B. geworden en dit tot het einde gebleven. 
Verder was hij lid van de N.V.D., van het N.A.F., waarin hij de functie bekleedde van plaatselijk leider, leider van de dienst sociaal economische zaken, lid van de Germaanse SS, vendelcommandant, banvormingsleider en vaandrig van de WA, lid front nering en ambacht,enz. 

Voor de Germaanse SS, waarvoor hij zich had aangemeld werd verd. afgekeurd. Omdat hij zich hiervoor gemeld had, moest hij de eed van trouw aan Hitler afleggen. Aan zijn minderjarige zoon had hij toestemming gegeven tot de nationale jeugstorm toe te treden. 
Aan de oproep zich te melden voor de vrijwillige hulppolitie had verd.geen gehoor gegeven, terwijl hij tevens ontkende plaatsvervangend commandant van de Ned.landwachthulpdienst te zijn geweest, welke punten dan ook vervallen werden verklaard. 

Huiszoekingen verrichtte hij veel met Poelman en Vossers, op deze strooptochten werden o.m. een schrijfmachine, stencilmachine en een mototrijwiel meegenomen. 
Met de Ortskommandant te Arnhem had verd. een bespreking gevoerd teneinde te komen tot gemeenschappelijke schietoefeningen te Winterswijk van de WA en NSDAP.
In verband met zijn functie bij de landwacht had verd. extra rantsoenen levensmiddelen. 
Nieuws putte hij uit de Deutsche Zeitung in den Niederlanden, VOVA, de Zwarte Soldaat, Nat.Dagblad en Distr.blad Gelre. 
Door bemiddeling van de ANBO had hij een jodenwoning aan de Misterstraat gekocht voor plm. f 7000,–

Het tribunaal legde hem een internering op voor de tijd van 3 jaar en 9 maanden met aftrek van voorarrest, ontzette hem uit de kiesrechten en verklaarde zijn radio verbeurd.


Als 17-jarige op verkeerde politieke pad

02 JULI 1947

Als 17-jarige op het verkeerde politieke pad. 

Zeventien lentes telde B.D. pas toen hij besloot op avontuur uit te gaan. Stilletjes tekende hij vrijwillig voor de Arbeidsdienst en dat was al verkeerd, maar erger werd het toen hij besloot het uniform van de landstorm Nederland aan te trekken en de vijand te dienen. Ten slotte werd hij nog SS-grenadier. 
Dat hij ‘desbewust” de belangen van het Nederlandse volk met voeten heeft getreden, wilde hij niet toegeven. 
“Ik was nog erg jong en was mij niet bewust, dat er nog sprake was van oorlog tussen Nederland en Duitsland”, zo beweerde hij voor het Tribunaal, waar hij al zijn spraakzaamheid gebruikte om zijn wandaad in een verzachtend licht te plaatsen. 
Hoewel hij met de Duitse troepen of met wat daar als Hollands sprekend voor doorging in Belgie, aan de Waal en bij Veenendaal in Nederland aan het front stond, beweert hij nimmer gevochten te hebben en zelfs ging hij zover te beweren, dat dat ook nimmer zou zijn gebeurd. 
Hij had in zoverre geluk gehad dat hij in Belgie gewond geraakte en overigens veel ziek is geweest. 

“Dat ziek zijn doet er weinig toe” vond voorzitter mr.Lion, “want als je niet gewond, of ziek was geweest dan had je wel gevochten.”
“Dat is niet zo”, beweerde D”.  dan zou ik zijn ondergedoken”. 
“Dat had je moeten doen, voordat je naar het front ging” , merkte mr.Lion op. 
“Dan hadden de Duitsers mijn ouders last bezorgd en dat wilde ik tegen elke prijs voorkomen”, was het antwoord van verdachte. 
“Zo’n vaart zou het niet gelopen hebben”, vond de voorzitter. 

Sinds 8 mei 1945 zit D. achter prikkeldraad en dat bevalt hem slecht. Hoog gaf hij op van zijn vele weldaden aan Belgische en Nederlandse burgers bewezen, hetgeen aan mr.Lion de opmerking ontlokte: 
“Misschien ben je een heel best mens geweest, maar een slecht Nederlander was je pertinent.”
Het Tribunaal zal over twee weken uitspraak doen


Ds.E.Reeser voor Rechtbank

19 SEPTEMBER 1947

Ds.E.Reeser voor het hekje

Zijn anti-Nederlandse gedragingen beboet met 4 jaar en f 2000,–

Voor het tribunaal te Groenlo had zich woensdagmiddag te verantwoorden de uit de geruchtmakende affaire van de anonieme brieven, maar niet minder uit de bezettingstijd bekende predikant Ds.E.Reeser, thans gedetineerd in het kamp Wezep bij Zwolle. 
Het tribunaal was als volgt samengesteld: 
President Mr.J.J.van Delden; leden:J.Jansen uit Winterswijk en A.J.te Raa, Borculo.
De belangstelling voor deze zaak was vooral van de zijde der Winterswijkers zeer groot, zodat de publieke tribune geheel was uitverkocht. De lange lijst der beschuldigingen hebben we reeds, zij het in enigszins verkorte vorm, in een vorige editie gepubliceerd.

Reeds in october 1933 was Ds.Emanuel Reeser lid van de N.S.B. geworden. Geschorst als predikant door de synode en in 1932 door een gerechtelijke beslissing in verband met het schrijven van anonieme brieven aan diverse personen als predikant ontslagen, kon verd.niet meer als spreker optreden. 
Hierdoor zocht verd. zijn heil bij de Nationaal Socialistische beweging, en heeft daar de gelegenheid gekregen om te werken en te spreken. Dat hij zich voor de beweging nog al druk gemaakt heeft blijkt wel uit het lidmaatschap van vele mantelorganisatie’s. 
Wij noemen slechts de N.V.D., het Nationaal Socialistische studentenfront, het opvoedersgilde, de nationale omroep en de nationale jeugdstorm. 
Begunstigend lid der SS was verd.geworden, omdat deze de strijd aangebonden had tegen het communisme. 
Verd.trad verder op als landelijk spreker, vormingsleider, chef van de dienst kadervorming en gemachtigde van de commissaris voor niet commerciele verenigingen en stichtingen. 
Vova, Nat.Dagblad, Gelre, Ontwaken Volk, de Zwarte Soldaat, Storm en Estonieuws waren zijn voorlichtingbladen. Ook heeft verd.de gelofte van trouw aan Mussert afgelegd en de eedformule van trouw aan Adolf Hitler ondertekend. 

Wat de inzegeningen van huwelijken van N.S.B.-ers betreft, welke door andere geestelijken waren geweigerd te verrichten, verklaarde verd. dat deze huwelijken op de normale wijze voltrokken waren, in bijzijn van Kerkeraad en in de kerk. 
Het tribunaal verklaarde dit punt van de dagvaarding dan ook als vervallen, evenals zijn ten lastelegging; als zou hij het kaderkamp te Lunteren hebben bijgewoond, wat hij pertinent ontkende en overleg gepleegd zou hebben met vooraanstaande leden van de N.S.B. om te komen tot de oprichting van een Nederlandse Volkskerk; ook dit verklaarde hij nooit gedaan te hebben. 

De anthraciet verklaarde verd.had hij niet gekregen in zijn kwaliteit van N.S.B-er, maar als goede buur van de rijksduitser Oening. Wel had de kreisleiter der N.S.D.A.P. hem toegestaan om op het electrische net aangesloten te mogen blijven, doch dit in verband met zijn drukke werkzaamheden. 

Verd.gaf toe aan de plv.leider van Geelkerken en de kringleider Nijdeken verzocht te hebben om het baantje van wethouder van Winterswijk. Dit had hij gedaan om een baan, daar hij al de redevoeringen gratis deed.
Verd. voelde zoch overal uitgestoten. De pres. achtte het een geluk dat dit baantje niet was doorgegaan, wijl verd.anders nog meer Nat.Socialistische politiek in Winterswijk gebracht zou hebben. Toen besch. daarop zeide dat hij geen verstand van politiek had, liet de pres. hem voelen dat hij daar niets van geloofde. 

Geldelijke bijdragen verleende hij aan het huizen en propagandafonds, het vierduitenfonds, frontzorg, het bouwplan Lunteren en het Winterhilfswerk des deutchen Volkes. 
De razzia na de dienst in de Ger.Kerk te Aalten, op een zondag, waarbij besch. de organist, de Winterswijker J.Geurkink zou hebben verraden, vormde daarna een uitvoerig punt van bespreking. 
Besch.zou daarbij aan de politieagent v.d. Swart op het bureau te Winterswijk hebben medegedeeld, dat genoemde Geurkink, die een onderduiker was, zich daar bevond. Toen besch.echter bemerkte dat de agent hier niet op reageerde, zou hij zich tot kapitein Feberwee gewend hebben. De president noemde het een geluk voor besch, dat de agent kans gezien had G. nog bijtijds te waarschuwen. Besch,verweerde zich met zulks loslippigheid te noemen, doch de preisdent vond, dat hij geweten moet hebben bij kapitein Feberwee dan wel aan het verkeerde adres geweest te zijn. 

Op een vraag van de president, hoe hij er toch toe was gekomen om zich te gaan oefenen in het pistoolschieten antwoordde verdachte dat er destijds veel aanslagen werden gepleegd en besch. ook was gewaarschuwd. Dikwijls keerde hij des nachts per rijwiel terug van vormingsavonden en er liepen vaak verdachte personen om zijn huis. 

Veel manuscripten heeft verdacht geleverd voor de Nationale Omroep, waaraan hij dan ook f 4000,– verdiende. Door de commissaris-generaal van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten werd hij benoemd tot beoordelaar van boeken en manuscripten. 

In 1942 stelde hij in opdracht van burgemeester Dr.Bos in de openbare leeszaal een onderzoek in of de na 10 mei 1940 aangeschafte boeken al of niet een nationaal socialistische tendens hadden.

President en ook de andere tribunaalleden wezen besch.er op dat hij door zijn gedrag veel zwakkelingen aan de verkeerde kant heeft gebracht, hetgeen besch.toegaf. Het was, aldus besch. echter steeds zijn bedoeling geweest, de mensen op een geestelijk hoger niveau te brengen en dat hij zich met hand en tand verzet zou hebben tegen alles wat er zich in de concentratiekampen had afgespeeld, wanneer hij dit geweten had.

De verdediger. Mr.Hogerzeil uit Zutphen schetste besch. als een gebroken man en verzocht het tribunaal deze man niet de gelegenheid te ontnemen ooit nog weer predikant te kunnen worden. De publieke belangstelling wijtte spr. aan de destijds nogal geruchtmakende anonieme briefschrijverij, waaraan besch. ook blijkens meningen van hogere ambtenaren van het gerecht onschuldig ts geweest. Besch. heeft inmiddels veel geleerd en spr. hoopte dan ook dat de onvoorwaardelijke straf tot een minimum teruggebracht zou worden. 

Het tribunaal legde hem een internering op voor de tijd van 4 jaar, met aftrek van voorarrest, ontzette hem uit de kiesrechten en verklaarde f 2000,– van zijn vermogen en zijn radio verbeurd.


Landwachtonderofficier voor Rechtbank

29 SEPTEMBER 1947

Landwachtofficier J.t.H. voor het Bijzonder Hof 
Eis: 8 jaar Rijkswerkinrichting met aftrek voorarrest. 

Geheel ten voeten uit verscheen de figuur J.t. H niet voor de ogen van de leden van het Arnhemse Bijzondere Gerechtshof, waarvoor hij zich vrijdagmiddag had te verantwoorden, want veel van zijn antecedenten liet het hof rusten. 

De openbare aanklager had genoegen genomen met een kleine bloemlezing uit t..H.’s onvaderlands gedrag, maar dat was voldoende om deze figuur in al zijn onfrisheid te tekenen. 
Een groot man is J.t.H. evenwel niet geweest bij NSB en Landwacht, dat bleek ook, ondanks het feit dat hij bij de onsympathieke Landwachtersorganisatie nog wel de rol van “onderschaarleider” speelde. 
Hij was en bleef, zoals zijn verdediger uitdrukte, geen NSB-er ……..
Overigens een gevaarlijk meeloper, want vaak kon men t.H. vinden onder de landwachters, die onder Poelman of onder de ongure Doesburgse Heshusius zich telkenmale opmaakte om schrik en ongeluk te brengen onder de ingezetenenen van Winterswijk en wijde omgeving. 
Huiszoekingen, met name jodenjacht waren de karweitjes, waarvoor t.H.werd uitverkoren door zijn commandanten. Het waren dan ook dit soort zaken, gepaard gaande aan arrestatie, welke de dagvaarding uitmaakten. 

Hoe het bij Rougoor toeging. 
Op 22 aug.1944 verscheen t.H. met 4 andere landwachters op het erf van de landbouwer H.Rougoor te Sinderen. Rougoor zelf vertelde het Hof daarover. 
“Poelman informeerde waar ik de Joden verborgen had: hij noemde die bij naam en toen ik ontkende iets van deze Joden af te weten, sloeg Poelman mij tot ik bewusteloos werd, aldus deze getuige, die op de vraag van de President, mr.Baron de Vos van Steenwijk, of hij zeker weet of H. bij deze onvriendelijke visite is geweest, eerst een onzeker antwoord gaf. 
Maar toen hij t.H. in het verdachtenbankje eens nader bekeek tot de conclusie kwam dat t.H. er bij was. 
“Hij stond voor het varkenshuisje. Ja, nu herinner ik het mij”, zeide Rougoor. 
Maar wat t.H. precies uitvoerde kon getuige zich niet meer herinneren, 

t.H. beweerde dat hij was weggelopen van zijn post bij het huis omdat Poelman en de anderen er zo’n rauwe vertoning van hadden gemaakt bij Rougoor. Overigens had hij niet geweten dat het bij deze huiszoeking om Joden ging: daarvan had Poelman hem niets verteld. De President informeerde bij getuige Rougoor nader of t.H. in het huis was geweest. 
Getuige: “Zover ik weet niet. Ik kreeg de indruk dat t.H. naast de woning op wacht stond.”
President: “Waar zaten de Joden verborgen. Hadden ze een goede plaats?” 
Getuige: “Ja, in het hooi, boven de mestvaalt. Ze hebben de Joden niet gevonden.”
President: “Weet u zeker dat het de landwachters om de Joden te doen was?” 
Getuige: “Ja, ze zeiden: Hier zitten Dina van Gelder en haar 5-jarig dochtertje, die moeten we hebben.” 

Toen getuige een ontkennend antwoord gaf, waren de landwachters erg hardhandig opegtreden. Niet alleen getuige maar ook diens zoon en dochter waren mishandeld of op ergelijke manier gedreigd. 

Daarover gaf t.H., hierna verhoord, nadere bijzonderheden toen hij herhaalde dat hij uit protest tegen de mishandelingen van het huis was weggelopen naar de auto, welke een eindje verder stond. 
“Ik zag dat B. (een collega-landwachter) met het meisje uit Rougoor’s huis kwam” , vertelde t.H,
“Het meisje was geblinddoekt. B. ging hardop tellen en schoot toen in de lucht om het meisje schrik aan te jagen….
Later zag ik Rougoor op een ladder naar buiten dragen, bewusteloos was hij.  Dat vond ik dat te ver ging”., beeindigd t.H. dit deel van zijn verhaal. 

Arrestatie van gijzelaars
Het tweede deel van de dagvaarding betrof de medewerking van t.H. aan de arrestatie van ’t schoolhoofd G.J.Meinen en de manufacturier W.Wolterink, die beide op de Markt woonden. De twee heren zijn met nog 26 anderen in de nacht van 25 op 26 september 1944 van hun bed gelicht, naar de kegelbanen van Hotel “Boer Balink” gebracht en vandaar als gijzelaars naar Aalten getransporteerd.  
Een dag of veertien hebben deze gijzelaars bij Zevenaar graafwerk voor de moffen moeten verrichten, waarna zij huiswaarts konden gaan onder de mededeling dat zij met hun leven borg waren voor het gedrag van de Winterswijkse bevolking. 
Getuige Meinen schtetste de arrestatie in korte trekken voor het Hof.
t.H. is ook in zijn woning geweest, maar gedroeg zich kalm, al was overigens het gedrag van de landwachters onfatsoenlijk. Een hunner liep zelfs  naar de slaapkamer mee. 
Verdachtes raadsman vroeg getuige of deze de indruk had dat t.H. wist waarom getuige mee moest naar “Boer Balink”? 
“Getuige kon dat niet zeggen. Zijn vrouw had aan de landwachters wel wat gevraagd maar verder dan een geruststellend antwoord dat de gearresteerde wel spoedig terug zou komen, was er niet gegeven.”

Verdachte: “Ik wist niet dat het om gijzelaars ging. Had ik dat vooruit geweten, dan had ik mij teruggetrokken, want ik was principieel tegenstander van het arresteren van gijzelaars……
Procureur-Fiscaal: “Maar u wist toch drommels goed dat ’t verrichten van landwachtersdiensten hulp aan de vijand was?”
Verdachte: “Pas later besefte ik dat, vandaar dat ik mij toen direct heb laten afkeuren.”
Ook getuige Wolterink verklaarde dat t.H. zich kalm bij de arrestatie heeft gedragen. 

Ook in Aalten op de Jodenjacht. 
Iets dergelijks vertelde de 58-jarige Aaltense metselaar B.K.Rots, die op 21 augustus 1944 visite van een landwachtersbende heeft gehad. 
Enige landwachters kwamen plotseling door de tuindeuren naar binnen stappen, Het was hun om de drie Joden te doen. 
En Rots verborg: Abr.van Gelder, diens vrouw en de vrouw van S.van Gelder.
Hoewel de Joden goed verborgen zaten onder een kast boven de schuifdeuren, was de schuilplaats ontdekt, omdat een plankje niet goed was gelegd, De Joden zijn meegenomen en nimmer heeft men meer iets van hen gehoord. Ook bij deze arrestatie – t.H. kwam pas nadat de Joden ontdekt waren het huis binnen – had verdachte zich rustig gedragen. 
“Een grote verantwoordelijkheid voor de dood van de drie Joden rust op uw hoofd” vermaande een der raadsheren, 

t.H. voelde dat niet zo aan. Verantwoordelijk voor deze arrestatie was volgens hem zekere D, die gearresteerd was door de landwacht wegens zwarte handel en die zich wilde vrijkopen door Joden te verraden. De commandant had verdachte niets van te voren verteld en hem alleen opgedragen om D. , die mee genomen was naar Rots huis te bewaken, 

Heel oppervlakkig nam de President even ’t dossier t.H. verder door. 
Er staan nog meer assistenties bij arrestaties in zijn staat van dienst bij de NSB, waarvan hij al in 1935 lid werd, de nationaal socialistische opvoeding van zijn twee dochters. 
Bij de landwacht was hij fourier en had de rang van onderschaarleider. Bij de NSB  ging hij omdat zijn zaak slecht rendeerde. Toen hij lid der NSB  was geworden, was het beter gegaan, omdat verscheidene NSB-ers klant waren geworden.

President: “Als ik het dossier zo bekijk, dan blijkt dat u de hele oorlog door aan de zijde van de vijand stond  en overal aan hebt meegedaan”. 

“Ik erken fout te zijn geweest”, besloot verdachte. Uit het kamp kwamen goede rapporten en zelfs is er een advies om t.H al dan niet voorwaardelijk in vrijheid te stellen. 
“Daarvoor voel ik niet veel, want u hebt erge dingen gedaan, al was u niet de ergerlijkste landwachter” vond de President. 
De Procureur-Fiscaal zeide dat t.H. als landwachter ongunstig bekend stond, al dee t.H. niet mee aan de mishandelingen e.d. 
Toch nam hij ook deel aan het terroriseren van medemensen en arrestaties. 
Acht jaar Rijkswerkinrichting met aftrek van het voorarrest was de eis. 
Mr. Schadd uit Arnhem, die t.H. verdedigde vroeg een milder oordeel. Dit was geen “zware” landwachter, zoals de proc.-fiscaal verdachte schetste. Pl. wees er op, dat enige kornuiten van t.H. voor de Tribunalen terecht hebben gestaan -B. b.v.kreeg 4 jaar – en was van mening dat een zekere willekeurigheid kenbaar wordt bij de verdeling van landwachters over Hof en Tribunaal. 
Over twee weken zal het Hof sententie doen. 


Als 15-jarige bij de Landwacht

06 OKTOBER 1947

Als 15-jarige kwajongen kwam H. bij de Landwacht

Vijftien jaar was J.H. uit Winterswijk in Juli 1944 toen hij tot het misdadige gilde van de Landwacht toetrad. Hij gedroeg zich niet opvallend slecht, maar een enkele keer kreeg hij de terroristische mentaliteit van zijn bende genoten te pakken. Wat dat bertreft trof de Winterswijkse steenhouwer Jan Greven het niet. Die had al eens kennis met deze H. gemaakt bij Zevenaar toen daar een gracht voor de moffen gegraven werd en hij zich bij een luchtaanval “drukte” van het onsympathieke werk. 
H.Jr. stond toen dreigend tegenover hem met een geweer. Een paar dagen later troffen beiden elkaar weer in Winterswijk. Het was omstreeks “Dolle Dinsdag” en Greven was over de vlotte gang van zaken bij de geallieerden zo in zijn nopjes, dat hij de jonge landwachter grijzend voorbij fietste. Die hield hem aan. Dat ging niet vlot, maar op de Misterweg stopte Greven toch. Er volgde een bevel om mee te gaan naar de landwachtcommandant, daarvoor voelde Greven niet veel, maar hij zei tenslotte: “Vooruit, dan maar…..”  en stapte op de fiets, om het volgende ogenblik om een hoek van de straat te verdwijnen. H. Jr. knalde er direct op los, maar raakte niets, en een volgende kogel ketste .
Zo ontkwam Greven en nu stond J.H. heel timide en onder een hoedje te vangen voor zijn rechters.
De jonge verdachte was ijverig in zijn bekentenissen. Natuurlijk wist hij dat Nederland in oorlog was met Duitsland in 1944 en ook wist hij dat de landwacht in dienst van de vijand stond. De schieterij erkende hij ook en zelfs gaf hij toe dat het zijn bedoeling is gweest Greven te raken… 
“Had je dan iets tegen Greven?” , vroeg de President.
Öch nee, ik kende hen niet”, antwoorrdde verdachte en Greven zelf, als getuige gehoord, bevestigde dat hij niet de indruk had dat H. hem had herkend toen hij voorbij fietste. 

“Maar waarom schiet je dan op iemand waartegen je niets hebt?” wilde de proc-fiscaal weten. 
Een poos draaide H.Jr. er om heen, tot aarzelend de bekentenis kwam dat hij een beetje bang was als hij niets deed dat zijn kornuiten van de Landwacht hem zouden uitlachen ……..

Greven vertelde dat hij eerst van plan was om H. op een stille weg te lokken en hem het geweer af te nemen. 
“Ik had daarvoor kans genoeg, want de jongen sprong er onhandig mee om”, vertelde de getuige. 
Meer op aandringen van omstanders had hij gezegd dat hij mee naar het landwachtbureau zou gaan en de eerste de beste kans gegrepen om de benen te nemen. 

Bij de aanhouding viel het woord “fietsendief” uit Grevens mond. 
Aanvankelijk gebruikte verdachte dat als reden voor de aanhouding, maar volgens getuige werd dat woord pas gebruikt na de aanhouding, toen getuige op de nieuwe fiets van H. wijzend iets over fietsendieven had gemoppeld.
Thans was getuige overtuigd dat H. het niet zo erg gemeend had bij dit incident. 
“Och het is goed afgelopen voor mij en voor hem ook, heren”, besloot Greven zijn verhaal. Nadat nog de vrouw van Jansen was gehoord, die getuige was van het incident op de Misterweg en de commandant van “De Kemp” , waar H. nu opgenomen is, een gunstig licht op de jonge politieke delinquent had doen schijnen, nam de proc-fiscaal requisitoir, waarin hij uiteenzette dat deze jongen politiek verkeerd moest groeien, gezien het millieu en zijn Duitse schoolopleiding. 
Hij eiste 4,5 jaar gev.straf met aftrek van het voorarrest en vroeg het Hof de straf te doen executeren in het jeugdkamp de Eeze. 
Mr.Brinkert vroeg clementie voor de knaap, waarna het vonnis werd bepaald op 17 oktober a.s. 


Eis: 10 Jaar Werkinrichting

06 OKTOBER 1947

Eis: 10 Jaar RIjkswerkinrichting voor G.D. 

Och, het is het oude liedje, meneer de President met deze D., zo sprak de proc-fiscaal in zijn requisitoir – het begint bij NSB, dan WA en het eindigt bij de SS. 
Het betrof hier de zaak tegen de nu 30-jarige Winterswijker G.D. uit Henxel, die nu in een kamp in de mijnstreek werkt. 
Deze D.  probeerde voor het Hof nog ietwat manhaftig te doen, door zijn val tot de SS terug te brengen tot een gevolg van een dwangpositie, waarin hij zou hebben verkeerd. 
“Eerst weigerde ik om uit de WA naar de SS te gaan en dat vond de NSB-leiding niet goed, maar later toen er opnieuw druk werd uitgeoefend durfde ik niet meer weigeren en sloot mij bij de Landwacht Nederland, later landstorm en ten slotte SS, zo beweerde de verdachte, die verder nog zijn angst om buiten Nederland te moeten gaan werken bij een nieuwe weigering in het geding bracht. 

De President, mr.Eling Visser zag de zaak eenvoudiger: 
“U was toch in volle vrijheid bij de NSB en WA gegaan.Daar kon u toch weg wanneer u wilde? U zult bij het bepalen van uw keuze enig nadeel gevreesd hebben, zoals het ontberen van extra bonnen. Neen, ik zie er niets anders in dan een volkomen vrijwillig besluit van U” . 

D, die de eed op Hitler heeft afgelegd, was eerst Landstormgrenadier, vervolgens SS-Schutze en daarna SS-Sturmer. Hij streed aan het Albertkanaal, dus tegen de Irenbrigade concludeerde de proc-fiscaal. 
“Nee, zegt de verdachte, want toen dat bekend werd zijn wij teruggetrokken.

Steeds maar teruggetrokken beweert hij. Later is hij bij Tiel nog eens ingezet, maar tot vechten kwam het niet meer. 
D. erkent dat hij deelnam aan de bekende razzia in de N.O.-polder en ook geeft hij toe dat hij twee Amerikaanse piloten bij Winterswijk aan de politie heeft aangegeven, al heeft hij in dit drama geen hoofdrol gespeeld. 

10 jaar RWI met aftrek van voorarrest werd geeist. 
Mr. van Hoorn uit Lochem, die D. verdedigde, zag in de verdachte geen misdadiger, maar een misleide, die door zijn misleiders tot misdaden is gebracht, een grensbewoner met een nat-soc. vader, die een vooraanstaand NSB-er was en in zijn omgeving genoemd werd de ” Führer van Henxel”. 
Gelet op verdachtes geringe ontwikkeling en diens contact met Duitsers van het verkeerde slag vroeg pl.een clement vonnis. 
Uitspraak op 17 oktober .a.s 


Vier jaar voor G.J.

13 OKTOBER 1947

De ondernemer G.J. uit Winterswijk had zich reeds voor de oorlog als lid bij de N.S.B.aangesloten. 
Verder was verd.lid van de W.A. , waarbij hij de functie vervulde van wachtcommandant in de rang van wachtmeester. 
Later ging verd.over naar de motor W.A.  uit welker beweging hij uiteindelijk terecht kwam bij de beruchte verkeers- controledienst. 
In verband met zijn functie bij de V.C.D. vroeg verd.dan ook extra rantsoenen levensmiddelen aan. 
Zijn voorlichting vond hij in het Nat.Dagblad, VOVA en de Zwarte Soldaat, met welk laatste blad verd.ook colporteerde. 
In ’44 verrichtte hij als monteur diensten bij de N.V.D., later bij het Directoraat van Politie te Groningen en Amsterdam. 
Verd.nam verder deel aan de inbeslag neming van een auto bij J.B.Grobben en een motorrijwiel bij J.A.Nijenhuis te Winterswijk, ontkende echter een vrachtauto bij B.Mulder te Varsseveld in beslag genomen te hebben. 
Ook aan huiszoekingen heeft verd. veel deelgenomen, zo nam hij bij W. Duthler aan de Doetinchemse weg 100 pakjes shag in beslag en opereerde verder in Winterswijk, Varsseveld en Eibergen. 
Beklaagde moest toegeven dat hij bij de arrestatie van H. Baarschers, die in Duitsland was omgekomen, tegenwoordig was geweest. 
In November ’44 bedankte verd. voor alles, omdat hij niet langer aan de huiszoekingen en strooptochten van de V.C.D. wilde deelnemen.
Enkele huiszoekingen die door verd. ontkend werden, verklaarde het tribunaal voor vervallen, doch legde hem een internering op van 4 jaar met aftrek van voorinternering, zodat verd. vrijkomt op 12 mei 1949. 
Verder werd verd. uit de kiesrechten ontzet en werd zijn radio verbeurd verklaard. 


Vader en Zoon voor het Gerecht

22 OKTOBER 1947

Vader en Zoon voor het hekje

vader en zoon S. uit Winterswijk hadden zich samen te verantwoorden hoe zij er toe gekomen waren 2 Amerikaanse piloten aan de Winterswijkse politie over te leveren. 
Men had hier meer te doen met een kwestie van angst dan van verraad. 
2 Onbekende personen, die bij G,S, destijds waren aangekomen en die verd. niet kon verstaan – had hij van eten voorzien. 
Uit angst voor de NSB-er D: “de Führer van Henxel” stuurde hij zijn zoon naar deze toe, om hem te vertellen dat zich bij hem thuis twee personen ophielden, die zij niet konden verstaan. D. zelf heeft deze personen gearresteerd en aan de politie te Winterswijk overgegeven. 
De raadsman van verdachten Mr.Voornink pleitte voor vervallenverklaring van de ten lastelegging, daar hier slechts sprake was geweest van angst en overmacht. Rekening houdende met de omstandigheden legde het Tribunaal hen een internering op gelijk aan de tijd in voorinternering doorgebracht.  



J.P.voor zijn rechters

29 OKTOBER 1947

Uitspraak: 3 jaar en 9 maanden, plus f 500,– boete. 

J.P. uit Winterswijk was tot medio 1943 lid van de N.S.B. geweest en had toen voor de beweging bedankt. Verder had verd. zich aangesloten bij de N.V.D., Front Nering en Ambacht, het Nederl. Middenstandsfront en het Nederl.Boerenfront.
Verd. had zijn minderjarige zoon B. op de Duitse school te Winterswijk geplaatst, had een abonnement op Vova en was werkzaam geweest als inkoper voor de deutsche Eisenbahn te Essen. Dat hij voor de deutsche Wehrmacht inkocht, ontkende verd., wat dan ook vervallen werd verklaard. 
In september 1943 deelde verd. schriftelijk aan de districtsleider Borggeve mede, dat er een zwendel en verkoop plaats zou hebben gevonden tussen I.de Leeuw en de landbouwers Geurkink en Droppers. 
Verd.bekende omgang te hebben gehad met de chef van de Gestapo H.Berke uit Borken, met deze persoon had verd. reeds voor de oorlog zaken gedaan, tijdens de bezetting kwam deze nog veel bij hem en bracht dan vrienden – ook SSérs, o.a. de Oberleutnant Mercker, de SS-Obersturmführer E.Knopp en de Rijksduitser F.Oening mede. Door bemiddeling van deze personen dreef verd.handel in bontmantels in Nederland en Duitsland. 
Een aan I.de Leeuw te Winterswijk behorende woning had verd. door bemiddeling van de A.N.B.O. gekocht. Verd.had in de oorlog heel veel geld verdiend, doch was dit grotendeels weer kwijt, doordat hij het in waardeloze goederen had belegd. 
Het Tribunaal legde hem een internering op voor de tijd van 3 jaar en 9 maanden, waarvan het laatste jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van een jaar, onzette hem verder uit de kiesrechten en verklaarde f 5000,– van zijn vermogen verbeurd. 


H.S.voor het hekje

17 NOVEMBER 1947

Brigadier S. voor het hekje

Als politieman had H.S. uit Amersfoort, eertijds Birgadecommandant te Winterwijk en later Groepscommandant te Hummelo en Keppel, een zeer slechte beurt gemaakt. 
Hij was geen lid geweest van de N.S.B., maar zijn daden kunnen met de ergste van die der landwacht vergeleken worden. Van twee mantelorganisaties was hij lid geweest, n.l. van het Rechtsfront en van de N.V.D. 
Hij had het initiatief genomen tot of medewerking verleend aan de arrestatie van Jhr.Beelaerts van Blokland, Dhr.Westerbeek van Eerten uit Hummelo, terwijl mede door zijn toedoen een twintigtal Joden, die zich in een hut in het Korenburgerveen verscholen hadden te Winterswijk gearresteerd waren. Het is onbegrijpelijk dat deze man momenteel vrij rondloopt. 
Evenmin is het haast te geloven dat deze man voor 1940 voor de Nederlandse regering in Duitsland spionnagediensten heeft verricht. Als laatste punt vermeldde zijn dagvaarding dat hij getracht had bezwarend materiaal te verzamelen tegen de illegale werker E, van Zadelhoff en de plaatsvervanger van Ds.Goedhart, beide te Hummelo. Ook was door hem een gearresteerde Jood verhoord en weggevoerd. 
Over 14 dgn.zal het tribunaal in deze zaak uitspraak doen. 


J.H. 2,5 jaar voor SS-er

31 DECEMBER 1947

2,5 Jaar voor SS-er

Daar de 29-jarige J.H.uit Winterswijk aldaar niet genoeg verdiende, ging hij vrijwillig als grensganger in Stadlohn werken, doch kwam na enige tijd toch weer bij zijn oude firma terecht. In 1942 werd hij met andere personen naar Duitsland gezonden, doch hiermde kon verd. zich niet verenigen en vluchtte. Doch na een tijd ondergedoken te zijn geweest te Groenlo en Meddo gaf hij aan een oproep gehoor en vertrok naar Obendorf in Duitsland, waar hij typhus opliep. Na zijn herstel werkte hij maar een gedeelte van de dag, de resterende tijd gebruikte hij om levensmiddelenbonnen voor zijn kameraden op te scharrelen. Doch toen de gestapo hier achter keek werd hij gearresteerd en gedreigd met opzending naar een Straflager, tenzij hij tekende voor de waffen SS, wat hij dan ook deed. Na te Stuttgart goedgekeurd te zijn werd hij te werk gesteld bij de Landwirtschaft van de SS, doch toen deze werkzaamheden af waren, moest hij een SS opleiding volgen. Op 5 December wist hij hierbij met 2 Hollanders te ontsnappen en de volgende dag werd hij reeds gepakt en veroordeeld wegens vluchten tot 2 jaar SS Straflager, uit welke gevangenschap hij op 20 april ’45 door de Amerikanen werd bevrijd. 
Het tribunaal legde hem een internering op van 2,5 jaar met aftrek van voorarrest en ontzette hem tevens uit de kiesrechten. 


J.W. voor Rechtbank

03 MAART 1948

De Winterswijker J.W. was na de inval van de Duitsers al weldra naar de verkeerde kant overgeheld. Economisch ging zijn pad niet over rozen en wat kon hij beter doen, dan het risico nemen, dat de N.S.B. hem een zonniger toekomst zou brengen? 
De zon is voor W. evenwel slechts tijdelijk geweest, want thans in de zitting van het Tribunaal te Zutphen kwam zijn schaduwzijde overduidelijk naar voren. 
De dagvaarding vermeldde zo onder meer deelname aan de parade van de W.A., het tegenwoordig zijn bij de installatie van de N.S.B.-burgemeester van Winterswijk, lidmaatschap van de hulplandwacht en voorts zijn actief deelnemen aan arrestaties, huiszoekingen en meer van dergelijk fraais. 
De President van het Tribunaal heeft zich enige tijd met W. bezig gehouden over deze bedenkelijke manipulaties en kwam tot de slotconclusie, dat W. zich feitelijk geheel in dienst van de vijand heeft gesteld, toen het goede Nederlandse publiek onder de knoet zat. 
Nadat mr.Voorink uit Winterswijk in zijn pleidooi de goede eigenschappen van beschuldigde naar voren had gebracht en op een clemente straf had aangedrongen, besloot het Tribunaal om deze foute Winterswijker nog kamp-bewoner te laten tot 14 October 1948. 
Voorts werden hem de kiesrechten ontnomen. 


Tien jaar geeist tegen H.D.

19 MAART 1948

Tien jeer geëist tegen H.D.
Een doorgefourneerde moffenknecht. 

Voor het Arnhemse Bijzondere Hof stond de 45-jarige H.D. uit Winterswijk terecht.
Het was ondoenlijk alles te onderzoeken waarin D. de hand heeft gehad. Hij heeft onnoemelijk meer gedaan dan wat er aan het licht is gekomen, iets dat mede het gevolg is, doordat zijn plaatsgenoten rekenen dat alles wat hun door hem is aangedaan, bekend is. Hij was een doorgefourneerde Moffenknecht en als hij spoedig op vrije voeten zou komen, dan kwamen er ongetwijfeld represailles van de zijde der Winterswijkse bevolking, was het eerste wat D. kreeg te horen. 

De enige reactie van verdachte was een mopperend: “Dat is niet waar. Ik durf best alleen door Winterswijk te lopen.”
President Mr.Eling Bisscher: 
“Zo durft u dat. Ik heb anders verklaringen hier volgens welke het niet raadzaam is, wanneer u dat zou doen”. 

D. trad, vrijwel onmiddelijk na de oprichting tot de Landwacht toe en het was voornamelijk met zijn kameraad K.P.  dat hij erop uittrok en Winterswijk en omgeving onveilig maakt. 
Uit de lange lijst van boerderijen, waar hij op zoek naar onderduikers huiszoekingen deed had de proc.-fiscaal er drie uitgekozen en die in de dagvaarding vermeld. Bij die huiszoekingen ging het in de regel nogal ruw toe,.
D. schopte en sloeg veel en ontzag zich niet kleine kinderen toe te schreeuwen om uit hun de gegevens te weten te komen die hij niet van de ouders kreeg. 
En daarbij dreigde hij alles en iedereen met zijn geweer. Soms maakte hij daar gebruik van, zoals in Dec. ’44 in het geval waarvan getuige Ansink vertelde en waarbij hij een keer of drie op een vluchtende onderduiker schoot, totdat deze bleef staan. 

Verdachte: “Dat zal heel anders in elkaar. Ik wilde P. waarschuwen dat ik niets had gevonden en terug wilde gaan. Daarom schoot ik, zoals we hadden afgesproken tweemaal in de lucht en toen kwamen die onderduikers voor de dag, maar eerder had ik ze niet gezien en ik schrok er dan ook van. “
Intussen leren de diverse getuigenverklaringen wel anders en het is niet anders dan met een grote korrel zout dat het Hof verd.’s verklaringen aanvaardt. 
De adv-fiscaal, mr. Huber drukte duidelijk zijn ongeloof uit over de praatjes van D. en overigens had hij het niet moeilijk het bewijs in de ten laste gelegde gevallen te leveren. 
Mr. Huber noemde D. een genadeloos jager op mensenwild en ’n misdadiger van de bovenste plank en omdat de gevolgen van verd.daden niet zo bijzonder erg zijn, wilde hij niet een zeer zware straf vragen en requireerde tot tien jaar gevangenisstraf met aftrek. 
Uitspraak over veertien dagen. 


W.v.K. voor Bijz.Gerechtshof

14 MEI 1948

Handlanger door dik en dun
Eis: 8 jaar gevangenisstraf 

Op 4 Februari 1943 stond de uit Arnhem geboortige W.v.K. , op het evacuatiebureau in het gemeentehuis van Winterswijk de orde te bewaren. Hij was niet zo erg best te spreken. Stalingrad was pas gevallen en voor iemand die met hart en ziel, handlanger van de vijand was geworden, wat dat nu niet bepaald opwekkend nieuws. 
Van K. vond dan ook, dat er alle reden was voor rouw, zoals officieel van Berlijn uit bevolen was. 
De hoofdonderwijzer, de heer J.B.Wilterdink, op bezoek op het evacuatiebureau, rouwde ook. Maar op zijn manier. 
Hij streek zich lachend met de hand langs de kin en sprak tot de overige bezoekers, op meesmuilende toon: ‘We moeten rouwen, he!’
Dit gebrek aan medeleven was te veel voor v.K. 
Hij stelde zich meteen in verbinding met de burgemeester, dr. Bos, en hoewel deze thans ontkende, was het gevolg toch, dat de heer Wilterdink door diens of door toedoen van corpschef Feberwee, werd opgepakt en naar Vught en Dachau overgebracht, waar hij eerst na 28 maanden door de Amerikanen uit de gevangenschap werd bevrijd.

“Een echte brute moffenknecht, dat was je”, zegt de president van het Bijzonder Gerechtshof te Arnhem, tot v.K. 
“Een actieve landverrader, bereid, om alles was de vijand van hem verlangde, te doen”., vulde de procureur-fiscaal dit weinig vleiende oordeel aan. 
En dit oordeel was allerminst op losse schroeven gebaseerd. Eens hoorde hij een jongen het wijsje “die kleine schildersjongen” op zijn mondharmonica spelen. Hij nam het kind terstond zijn speeltuig af. 
“Toen hij mijn oudste zoon, die was ondergedoken, niet kon vinden, arresteerde hij mij en mijn jongste zoon”, vertelde de heer L.Gijsbers, als getuige. 
Deze jongste zoon was 15 jaar. Als gevolg van deze arrestatie heeft het kind 23 weken in het ziekenhuis gelegen en ondervindt het nu nog de gevolgen ener hartvergroting, welke de jongen elke lichamelijke inspanning belet. 
De landbouwer Esselink kon zijn persoonsbewijs niet snel genoeg tonen. Hij werd met een gummiknuppel afgeranseld, en moest drie dagen het bed in. 
En passant bracht v.K. van deze controle-bezoeken in het kader van de arbeidsinzet, spek, worst, ook een fiets mee. 
Soms waren er drinkgelagen met Duitse vrouwen. 

Alles even fraai en verheffend…..
Ik vraag acht jaar, zegt de procureur-fiscaal, met aftrek en ontzetting uit de kiesrechten voor ’t leven. 


Thans 6 jaar voor P.

21 MEI 1948

Thans 6 jaar voor P. 

Het Tribunaal te Zutphen behandelde woensdagmiddag wederom zaken op welker eerste uitspraak het fiat executie geweigerd werd.
Als eerste stond terecht de Winterswijkse fabrieksarbeider G.P., die indertijd veroordeeld was tot 5 1/2 jaar internering. P. had in de bezettingsjaren belangrijke bijdragen geleverd aan de Duitse bezetters. o.a. had hij vrijwillig in Duitsland gewerkt en als landwachter deel genomen aan huiszoekingen en arrestaties. 
Dat hij hierbij niet altijd zachtzinnig te werk was gegaan bleek o.a. uit het feit, dat hij zijn arrestanten geschopt en geslagen had. 
Tijdens de zitting werd hoofdzakelijk aandacht geschonken aan de kwestie of P. geschoten zou hebben op een aantal onderduikers. P. zelf ontkende dit ten stelligste doch hiertegenover stond o.a. een verklaring van Tilleman Sr., die verklaarde dat P. wel geschoten zou hebben. 
Het Tribunaal achtte het feit bewezen en verlengde de internering met een half jaar, zodat P. thans eerst op 7 mei 1951 in vrijheid gesteld zal worden. 

H.J.L. uit Winterswijk was in 1940 19 jaar oud toen hij toetrad als lid van de N.S.B.  Spoedig liep hij in het gareel mede en op verschillende manieren toonde hij zich ’n slecht vaderlander. L. volgde een SS  opleiding, maar ging niet naar het front, zoals zijn oudere broer. Wel ging hij deelnemen aan razzia’s die de landwacht organiseerde. Intens gemeen noemde de president mr.Wildevanck de Blecourt het feit dat L. in gezelschap van de beruchte landwachter de B. zich bij de directeur van de Rekkense inrichting had voorgedaan als onderduikers, terwijl hij de opzet had in deze inrichting onderduikers op te sporen. Voor deze gedragingen was aan L. een internering opgelegd van 4 1/2 jaar. Het Tribunaal was van mening, dat in dit geval een zwaardere straf op zijn plaats zou wezen, doch wilde rekening houden met de jeugd van heschuldigde. 
Tevens nam het Tirbunaal in aanmerking dat L. onder invloed heeft gestaan van zijn oudere broer en de Landwachter de B. De internering bleef gehandhaafd op 4 1/2 jaar. 


K.en B. voor Tribunaal

24 MEI 1948

Voor de Apeldoornse Kamer van het Tribunaal te Zutphen had zich te verantwoorden de Winterswijkse landbouwer J.J.K.
K. bleek voort te komen uit een gezin, waar het Nationaal-Socialisme de boventoon voerde. Op 18-jarige leeftijd kwam ook deze zoon van het geslacht K. bij de Beweging en wist weldra tot blokleider te promoveren. Patrouille- en bewakingsdiensten behoorden ook tot zijn werkzaamheden, kortom, K. bewandelde volkomen het slechte pad, hetgeen des te meer tot uitdrukking komt, als men weet dat hij zich ook onledig hield met de jacht op onderduikers, waarvan er een in zijn handen viel. 
K. is reeds in April 1947 uit de internering ontslagen. De maatregel van het Tribunaal luidde: 2 jaar internering onvoorwaardelijk en 3 jaar voorwaardelijk met een proeftijd, waarbij toezicht op hem zal worden uitgeoefend. Bovendien werd hem een verbeurdverklaring van f 280 van zijn vermogen opgelegd, terwijl hij beide kiesrechten verloor. 

Th.M.B, wonende te Winterswijk, stond voor het Tribunaal te Zutphen terecht. Hij was vrijwillig Hopman bij de Arbeidsdienst geweest, vertrok met het Oost-korps naar Polen, werkte in dienst van de O.T., werd Detachements-Commandant bij de Arbeidsdienst te Amerongen enz. 
Toch was .B. werk niet zodanig politiek ingesteld, dat hij het vertrouwen genoot van de Oostelijke naburen, want hij kreeg voor zijn misdragingen tegen de Duitsers zelfs een Tuchthuisstraf en bij de bevrijding van ons land verbleef B. nog in een Tuchthuis. Het Tribunaal woog het voor en het tegen van deze delinquent tegen elkaar af en kwam tot de slotsom, dat een gedeelte van de beschuldiging vervallen dient te worden verklaard, terwijl hij voor de rest een interneringsstraf opgelegd kreeg, welke gelijk is aan de reeds ondergane internering, bovendien kreeg hij nog een voorwaardelijke straf toegemeten, met een proeftijd van 2 jaar en ondertoezichtstelling, ontzetting uit de beide kiesrechten, terwijl hem het verbod werd opgelegd, om nog weer bij de gewapende macht te dienen. 


H.W.voor Rechtbank

26 MEI 1948

Zes jaar Internering

Voor het Tribunaal te Zutphen had zich te veranwtoorden de Winterswijker H.W., die veel kwaad tijdens de bezetting op zijn geweten had geladen. 
Begon zijn loopbaan als NSB-er zonder meer, al vrij spoedig kon men hem gebruiken bij de W.A. , bij de hulplandwacht en meer dergelijk fraais. 
Speciaal als hulplandwachter had hij zich misdragen, door het helpen bij patrouilles en arrestaties. Het gevolg van zijn misdadig optreden was o.a. geweest, dat een van zijn arrestanten in een Duits concentratiekamp de dood vond. 
W. trachtte met een omhaal van woorden weliswaar te ontkennen, dat hij daadwerkelijk had geholpen bij arrestaties – zijn taak zou alleen hebben bestaan uit het op wacht staan – doch de president van het Tribunaal accepteerde dit excuus niet, want bij meerdere huiszoekingen was hij pertinent herkend. 
Mr.van Hoorn uit Lochem hield de verdeding voor verdachte. Zijn client zou het financieel moeilijk gehad hebben, was bovendien met een Duitse vrouw getrouwd. 
Vele beschuldigden gelijk als verdachte lopen reeds weer vrij rond en dit zijn vaak personen uit belangrijker zaken. Men staart zich blind op kleine zaken als deze. E. heeft slechts opdrachten uitgevoeerd, welke hem door de leiders verstrekt werden. Spreker drong daarna op een voorwaardelijke straf aan. 
De uitspraak van het Tribunaal luidde: zes jaar Internering met aftrek en ontzetting uit de beide kiesrechten.  


DR.W.P.C.Bos voor zijn rechters

18 JUNI 1948

Hij maakte een gunstige indruk, maar deed nu eenmaal heel verkeerde dingen. 

Woensdag j.l. heeft de ex-burgemeester van Winterswijk, Dr. W.P.C.Bos voor het Gerechtshof te Arnhem terecht gestaan.
Na een zeer uitvoerige behandeling eiste de Procureur-Fiscaal 5 jaren en 6 maanden gevangenisstraf met aftrek. 
De raadsman vroeg op grond van de door hem aangevoerde feiten, onmiddelijke invrijheidstelling, waaraan het Hof, na daarover in de raadkamer te hebben gedebatteerd, niet voldeed. 

EEN GOEDE VEEARTS, MAAR SLECHT BURGEMEESTER
Klein, grauw en mager zat de man, die eens zo’n goede veearts was, gezien bij de boeren, geacht bij zijn collega’s, in het beklaagdenbankje.
Mr.Roothaert schreef eens een boek: “Dr.Vlimmen”, dat de lotgevallen van een veearts beschrijft. Men zou Dr.Bos daarmede willen vergelijken. Ook hier een individalist, die voor zijn beroep leeft, die het waagt in dde veeartsenijkunde te gaan expermenteren en daarmede succes heeft, een natuurmens voor wie ieder dier een levend wezen is. 
Hoe kwam deze man er toe de zijde te kiezen van hen, die ons volk een graf wilden graven? 
Het Arnhemse Hof heeft zich alle moeite gegeven ,de drijfveren te ontsluieren en de tenlaste gelegde feiten in het juiste daglicht te zien. 

Huiszoekingen en een arrestatie. Dr.Bos en Feberwee lieten ondergedoken studenten ongemoeid. 

De eerste getuige die voorkwam, was de 55-jarige veehandelaar W.Lammers uit Winterswijk, die thans gedetineerd is. Deze vertelde, dat in de zomer van 1942 een agent van politie bij hem kwam met het bevel onmiddelijk op het bureau te komen. 
De toenmalige N.S.B.-luitenant der Politie Feberwee vroeg hem of hij wist waar kaemink woonde. Men wilde de daders hebben van de brandstichting op de N.S.B.-boerderij en vermoedde dat die bij K.zaten. 
De getuige is toen als gids met een troep van 8 tot 10 personen meegetrokken, die de boerderij van Kaemink, Smees en Papiermolen bezochten. 
Tijdens de huiszoeking bij eerstgenoemde wilde een jongenman vluchten. Een agent van de A.K.D. (Arbeidscontrolldienst) achtervolgde hem en na een pistoolschot gelost te hebben kon de jongen gearresteerd worden. Het bleek een onderduiker te zijn die aan de Duitsers uitgeleverd werd. 
Dit feit is o.a. aan Dr.Bos ten laste gelegd. De getuigen zeiden wel, dat Dr.Bos aanwezig was, doch dat de A.K.D.-man op eigen houtje gehandeld had. 
De 57-jarige A.Feberwee, ook als getuige gehoord, zeide dat hij de mededeling kreeg dat zich verdachte personen bevonden op de grens van Aalten en Winterswijk. 
In opdracht van Bos heeft getuige toen een groep samengesteld, die er op uit ging. Toen de onderduiker, zekere Esselink gegrepen was, zou Bos opdracht gegeven hebben deze en de zoon van Kaemink mee te nemen. Getuige voegde er echter aan toe, dat het mogelijk is, dat Dr.Bos niets van de eigenlijke arrestatie gezien heeft. Toen echter de A.K.D-man met de jongen verscheen, moest Dr.Bos een beslissing nemen, om zich zelf te dekken. 
Tijdens de huiszoeking zou overigens ook nog een grote groep studenten aangetroffen zijn, die zich allen met valse papieren als godsdienstonderwijzer uitgaven. Dr. Bos en ook de getuige zouden dit geweten hebben, maar er geen werk van gemaakt hebben. 

Vervolgens werd een verklaring van Kaemink voorgelezen, waarin deze zegt, dat toen de onderduiker vluchtte Feberwee zou geroepen hebben: Fietsen weggooien en schieten. 
Esselink schreef ook een verklaring, waarin hij zijn lotgevallen beschrijft na zijn arrestatie. Hij heeft eerst twee nachten op ’t politiebureau gezeten, is vervolgens naar het concentratiekamp in Ommen gebracht en tenslotte gedwongen geweest om bij de S.S. dienst te nemen, die hem naar Rusland stuurde.
Dr. Bos kan zich met de afgelegde verklaringen verenigen, doch voegde er aan toe dat toen Esselink gearresteerd was, deze A.K.D.-arrestant was en dus hij, Bos er niets meer aan doen kon. Hij wilde alleen de daders van de brandstichting hebben, waartoe een opdracht van de S.D.aan hem was gegeven. Hij wilde eerst Esselink nog een z.g.n. grenspas bezorgen, zodat hij bij een Duitse boer kon gaan werken. 

Een brief contra het bestuur van de Luchtbeschermingsdient te Winterswijk. 

Het tweede punt van de tenlaste legging was het schrijven van een brief aan de N.S.B.-Procureur-Generaal in Arnhem betreffende het bestuur van de luchtbeschermingsdienst in Winterswijk, die hij daarin beschuldigde anti te zijn en de samenstelling gevaarlijk.
Hierop zei verdachte, dat eigenlijk Ds.Reeser hem hiertoe had geinspireerd. Hij wilde overigens alleen dat de vereniging ontbonden werd en niet dat de leden persoonlijk gevaar liepen.
Wanneer er huiszoekingen werden verricht dan gebeurde dat alleen maar, omdat er b.v.een evacuee bij een ander wat gestolen had.

Burgemeester Monnik van Aalten moest “opgeruimd’ worden.

Het volgende punt betrof de brief die verdachte aan de kringleider der N.S.B. voor Oost-Gelderland geschreven had, betreffende de burgemeester van Aalten, Monnik, die “opgeruimd” moest worden, omdat de man erg anti-Duits en anti N.S.B. was. 
Verdachte geeft het schrijven toe, doch zegt er bij, dat hij met opruimen alleen bedoeld heeft het afzetten en er geenszins de veel rguwelijker betekenis van liquideren mee gemeend heeft. De term “opruimen” is een uitdrukking die in de Achterhoek veel gebruikt wordt. De heer Monnik als getuige gehoord, legde nog een brief over, waarbij Bos bij hem aandrong om een der distributieambtenaren van Aalten te ontslaan omdat deze gezegd zou hebben, dat hij zijn sigaretten voor bijltjesdag wilde bewaren. 
De voormalige kringleider voor de Achterhoek, de thans gedetineerde fabrikant C.M.Nijdeken heeft alleen inlichtingen over burgemeester Monnik gevraagd. Volgens deze getuige is er in de hele Achterhoek geen enkele burgemeester lastig gevallen. Ook over het woord “opruimen” gaf deze getuige zijn definitie. 
President: “Wat zou U denken, wanneer de procureur-Fiscaal zeide dat U opgeruimd moet worden”. 
Daarop moet de getuige toegeven, dat hij dan wel aannam dat er liquidatie bedoeld wordt. 
Dr. Bos verlangt dan het woord en zegt, dat hij nu hij het woord opruimen in deze betekenis heeft gehoord, voelt hoe ontzettend gevaarlijk deze interpretatie kan zijn. Hij biedt derhalve aan de heer Monnik zijn excuses aan. 
De President Mr.de Visser wijst er verdachte dan op, dat deze heel vaak gevraagd heeft om lijsten in te dienen van anti zoontjes en smokkelaars, die voor uitzending naar Duitsland geschikt waren. 
Voorts op het feit, dat verdachte aanmerking maakte op het dragen van r00d-wit-blauwe boordenknoopjes en op het zingen van het Wilhelmus op de scholen. Verder heeft Bos onfraaie methoden gebruikt door briefjes te schrijven, waarin hij anderen beschuldigde. 
Dr.Bos: “Dat gebeurde in een roes, ik geef toe dat ik in veel gevallen verkeerd gehandeld heb maar er werd zoveel gechicaneerd en geprovoceerd en gescholden.”
Raadsheer: “Waarom bent U niet bij de koeien gebleven, die zeggen niets.”

Dr.Bos wilde zo graag burgemeester worden…. Hij deed naast slechte dingen veel goeds in deze functie. 

Uit het verhoor voor de Bijzonder gerechtshof blijkt ook nog dat dr.Bos veel moeite gedaan heeft om burgemeester te worden. In deze functie heeft hij – zelfs met inzet van gevaar voor zijn eigen veiligheid – heel veel inwoners geholpen. 
Daarvan getuigen een hele serie brieven en verklaringen in zijn dossier. Maar zijn beleid kende ook verschillende foutieve kanten, waarvoor hij thans boeten moet. 

Dan komt ’t laatste punt der tenlastelegging. ’t aan de Duitsers overleveren van een uit Duitsland gevluchte tewerkgestelde.
Getuige A.H.Renshof, gepensioneerd politieambtenaar heeft toendertijd het verhoor van de gevluchte Bouwhuis gevoerd. 
R. verklaart, dat in zijn oorspronkelijk rapport gestaan heeft, dat Bouwhuis op last van Bos in verzekerde bewaring is gesteld. Later is men in dit rapport aan het knoeien gegaan en heeft deze zin veranderd in op last van Bos naar de Duitse grenspost gebracht. 
Dan vraagt de getuige nog aan de President of hij aan verdachte mag vragen de naam te zeggen van de politieagent, die hem, getuige in 1944 verraden heeft, dat hij gelden voor onderduikers inzamelde. De President wil echter deze vraag als niet ter zake doende onbeantwoord laten. 
Bouwhuis zelf nog gehoord herinnert zich niet veel meer en geeft alleen toe, dat hij naar Duitsland is gegaan omdat hij 400 gulden van een firma in Amsterdam gestolen had. 
Daarmee was het verhoor ten einde. 

Het requisitoir van Mr.Serrarens: 5 jaar internering en ontzetting uit de beide kiesrechten geeist. Uitspraak 20 Juni. 

Na een korte pauze begint de Procureur Mr.Serrarens zijn requisitoir. 
“U ziet hier voor U, Dr.Bos, een man, die een geslaagd veearts was en gezien bij alle medeburgers. Hij had een goed practijk en goede ambities. Helaas kwamen op een zeker moment hoogmoed en politieke ambities het rustige en vlijtige leven van deze mens storen. 
Doch de reuze zwaai bleek een mislukking te zijn en de man werd geheel uit het verband gerukt”. 

Spreker meende dat het laatste punt van de tenlastelegging niet bewezen was en vroeg daarvoor vrijspraak. 
De andere punten echter geven een indruk van het beleid van Bos tijdens zijn burgemeesterschap. Het zijn alleen voorbeelden en betekenen een schildering, doch er zijn nog een massa andere soortelijke gevallen. 
De Procureur-Fiscaal gaat dan aan de hand van de afgelegde verklaringen de feiten na en komt tot de conclusie, dat de drie eerste punten bewezen zijn. De brieven zijn wel heel minderwaardig, terwijl het woord opruimen misschien heel anders bedoeld is., doch wanneer men met alle geweld van veearts burgemeester wil worden, moet men zich ook anders uitdrukken. 
Een zeer zwaar wegend feit achtte spr.het lidmaatschap van de Germaanse SS die de anexatie van Nederland wilde bereiken. Er zijn echter ook gunstige dingen van verdachte te zeggen, zo b.v., dat hij veel meer kwaad had kunnen doen en voorts, dat hij zo veel mensen heeft geholpen. 
Verdachte is echter aansprakelijk te stellen voor het vele kwaad dat in Winterswijk is gebeurd. 
Rekening houdend met de hartziekte van Bos en het feit dat hij een groot man is in de homoepathie, voorts dat ’t voor een natuurmens verschrikkelijk moest zijn zolang vast te zitten, kwam spr.tot een eis van 5 en een half jaar onder aftrek van voorarrest en ontzetting uit de beide kiesrechten voor de tijd van het leven. 

De verdediger aan het woord. 
De raasman, mr. Hogerzeil uit Zutphen wees op het berouw van Dr.Bos, hij maakte gewag van een belangrijk boek uit de veeartsenijkunde, dat verdacht tijdens zijn internering geschreven heeft om zijn naam te rehabiliteren en vocht vervolgens juridisch de dagvaarding aan. Hij wees er voorts op, dat dr.Bos een gebroken man is en niet van plan is als veearts naar Winterswijk terug te gaan. De verdediger legde voorts vele verklaringen ten gunste van dr. Bos over. Aan het einde van zijn betoog las de verdediger enige passages voor uit een politieke schuldbetkentenis van dr. Bos en verzocht tenslotte uiterste clementie. 
Dr.Bos onderschreef deze laatste passage nog eens en vroeg toen invrijheidstelling, waaraan het Hof echter niet voldeed. 
De uitspraak zal nu zijn op 30 Juni.


Dr. Bos krijgt 4,5 jaar met aftrek  

30 Juni 1948, Nieuwe Winterswijkse Courant

Hedenmorgen heeft de Procureur-Fiscaal van het Bijzondere Gerechtshof te Arnhem, die in eerste instantie 5,5 jaar met aftrek geeist had, vonnis gewezen en Dr. W.P.C.Bos veroordeeld tot 4,5 jaar gevangenisstraf met aftrek en ontzetting uit de beide kiesrechten voor de tijd van 15 jaar. 
Aan het eind van 1949 zal Dr.Bos dus weer in vrijheid gesteld worden. 


Twee maanden Landwachter

08 NOVEMBER 1948

Twee maanden landwachter
9 jaar gevangenisstraf geëist. 

W.L. uit Winterswijk maakte kort voor het einde van de oorlog nog een zeer ernstige fout. Hij trad in september 1944 toe tot de Landwacht en werd ingedeeld bij de in Eibergen gedetacheerde troepen, waar hij onder leiding van de beruchte commandant Poelman aan razzia’s en huiszoekingen deelnam. 
Verdachte stond vrijdagmiddag terecht voor het Arnhemse Bijzondere Hof, waar hij zich voor drie feiten moest verantwoorden. behalve de algemene omschrijving – hulpverlening aan de vijand – waren hem nog de volgende punten ten laste gelegd. 
Het verrichten van huiszoeking bij de landbouwer D.Scheggetman in November 1944 te Eibergen met het doel een onderduiker op te sporen. 
Het deelnemen aan een onderzoek naar onderduikers op de boerderij van Rhebergen te Eibergen en tenslotte het zich voordoen ale illegale werker om op die wijze iets te weten te komen van de landbouwer Spanjaard te Eibergen over ondergronds werk en onderduikers. De gegevens zou hij hebben doorgegeven aan de commandant Poelman. 

Verdachte maakte voor het Hof niet de indruk een gevaarlijk man te zijn geweest en de getuigen konden te dien aanzien ook niet verhelderend werken. L. bestreed allereerst geweten te hebben dat de Landwacht een Duitse instelling was. Hij is er bij gegaan omdat hij meende dat de Landwacht alleen dienst deed wanneer er huizen van gebombardeerde landbouwers te bewaken waren. Toen hij merkte dat deze troep een geheel andere opgave had,  heeft hij ontslag genomen en is daarvoor zelfs nog gearresteerd geweest. 
Als eerste getuige werd gehoord de landbouwer Scheggetman met wie echter niet veel aan te vangen was, daar de man door zijn doofheid niet in staat was een verhoor te ondergaan. De President las daarom maar de verklaring voor, waarin hij reeds eerder verklaard heeft dat er huiszoeking werd gedaan om een onderduiker met de naam Jaap te zoeken. Toen ze deze en ook de getuige zelf niet vonden – zij zaten nl. in de hooiberg – namen ze de vrouw van S maar mee. Bovendien werd een busje met zilvergeld gevonden, dat eveneens meegenomen werd.
Bij deze huiszoeking is verdachte niet zo zeer op de voorgrond getreden. Het was zekere de B., die de leiding had en die brutaal is opgetreden. Dit gaf de B. als getuige gehoord zelf toe. 

Het tweede punt betrof de opdracht om in Rekken naar illegalen te zoeken, waarbij de B. en verdachte zich eveneens als illegalen moesten voordoen. Daartoe kregen ze een roodwit- blauwe armband en een Nederlands legerpistool. Ook in dit geval werd het eerste contact gelegd door de B. en bleef verdachte op een afstand. 
Later is hij er wel bij geweest, doch toen kregen de werkelijke illegalen argwaan omdat verdachte met kaplaarzen en een zgn. “verkeerde” broek aanliep. 
Hetgeen ze te weten kwamen werd aan de commandant doorgegeven, waarvan een nachtelijke razzia op de Vossenbult het gevolg was. 
Getuige Spanjaard is hier zwaar mishandeld door de B. en naar hij verklaarde ook door verdachte, doch dit ontkent deze fel, terwijl ook de B. verdachte vrijpleit. 

Het laatste punt is gebeurd op de boerderij van Rhebergen, waar verdachte met een aantal andere landwachters aan het jagen was. Bij deze gelegenheid stootte men op een gat in de grond, waarin klederen verborgen waren. Ook wapens lagen erin doch deze werden niet gevonden. 
Zowel de B. als verdachte verklaarden, dat alleen de B. met een ander naar de boer toegingen en dat L. zich er geheel buiten gehouden heeft. Rhebergen kon daarover niet gehoord worden, aangezien deze inmiddels naar Canada is geëmigreerd. 
De Advocaat-Fiscaal moest toegeven dat het bewijs niet overal even sterk is. Dit doet er volgens spr.weinig toe, daar de algemene omschrijving in ieder geval bewezen is. Verdachte heeft aan tal van acties meegedaan, aldus spr. zodat er geen aanleiding is hem uiterst mild te behandelen. Spr. vroeg derhalve 9 jaar gevangenisstraf met aftrek. 
Mr. v.Hoorn uit Lochem bestreed de opvatting van de Advocaat-Fiscaal dat de algemene tenlastelegging – het hulpverlenen aan de vijand – voldoende is om een dergelijke straf te rechtvaardigen. 
Het komt er volgens spr. op aan, hoe de landwachters zich gedragen hebben. En dan is L. zeker een van de minst slechten geweest. 
Spr.bestreed voorts dat L. aan tal van acties heeft deelgenomen en wees er op dat verdachte toen hij merkte wat er eigenlijk van een landwachter verlangd werd de benen genomen heeft en hiervoor zelfs vast gezeten heeft. 
Spr.vond dan ook de geëiste straf veel en veel te zwaar en vroeg uiterste clementie. Uitspraak op 17 november.a.s. 

19-11-1948
Tot 5 jaar gevangenisstraf veroordeeld
Voor het Bijzonder gerechtshof te Arnhem heeft veertien dagen geleden W.L. uit Winterswijk terecht gestaan, omdat hij in de laatste maanden van 1944 toegetreden is tot de landwacht en in die functie te Eibergen en omgeving minder fraaie dingen zou hebben uitgehaald.
Ofschoon de getuigen toendertijd niet al te positief hun verklaringen konden afleggen, meende de Procureur- Fiscaal dat de schuld van verdachte vaststond. Hij eiste toen 9 jaar gevangenisstraf. 
Uitspraak doende heeft het Bijzonder Hof L. thans veroordeeld tot 5 jaar met aftrek en ontzetting uit de kiesrechten voor het leven. 


De beul van Eibergen

18 MAART 1949

Landwachter de B. uit Winterswijk
De beul van Eibergen 

Eis 16 jaar Rijkswerkinrichting

“De hier voorgedragen bloemlezing uit het omvangrijke dossier geven een voldoende beeld van het sadisme dat deze man bezielde en waardoor waarschijnlijk veel verzetsgeest in de klem werd gesmoord.”
Met deze woorden eiste Jhr.Mr. Serraris, Procureur-Fiscaal bij het Bijzonder Gerechtshof te Arnhem 16 jaar Rijkswerkinrichting en ontzetting uit de beide kiesrechten tegen de 47-jarige G.de. B. uit Winterswijk, die vanaf November 1944 deel heeft uitgemaakt van de beruchte troep in Eibergen gestationneerde landwachter, die onder leiding van “commandant” Poelman de omgeving terroriseerde en plunderend en rovend door het land trokken. 
Van deze allerminderwaardigste bende was verdachte een der ergsten en terecht noemde men hem dan ook de beul van Eibergen, voor wie iedereen bevreese was. In een zitting, waarin 8 getuigen werden gehoord kwamen er schanddaden aan het licht, waarvoor ieder normaal mense zou huiveren als hij ze had meegemaakt. De woorden en opmerkingen van de getuigen, voor het merendeel slachtoffers van verdachte, waren dan ook allerminst zachtaardig en er bleek uit hoe verbitterd ook thans nog de stemming tegen de verdachte is. De 52-jarige W.B.J.L. een van de P.O.D.-ambtenaren die het proces-verbaal heeft opgemaakt, waarvoor hem door de President  lof werd gebracht, heeft in 57 bladzijden getracht weer te geven, wat verdachte alles misdaan heeft. 
Toen is hij er maar mee uitgescheden, omdat het geen doen meer was. “Ik had nog wel een jaar werk gehad”, vertelde hij. 
Verdachte was volgens de getuige “erger dan een beestmens”. en toonde in tegenstelling met nu in het begin geen enkel berouw over zijn schanddaden. 
Integendeel, hij waagde het de opmerking te lanceren “Alles wat ik gedaan heb, kan ik voor God en mijn geweten verantwoorden”. 
Wat dit geweest is, kwamen andere getuigen vertellen. In November 1944 heeft hij met andere landwachters huiszoeking gedaan bij L. te Eibergen. Een der zoons lag ziek te bed, doch deze werd aan de haren uit het bed getrokken en daarna onbarmhartig afgeranseld.  De broer werd tegen de buik getrapt. In beide gevallen ontkende verdachte. Hij had misschien wel geslagen, doch dan hoogstens met de vlakke hand. 
De 40-jarige wachtmeester ter A. kreeg ook al bezoek van verd. en diens kornuiten. De getuige werd gearresteerd, verdacht van illegaal werk en naar Enschede overgebracht. Op het transport werden verschillende malen schoten in de lucht afgegeven. Alles om zich een vuurvretersaanzicht te geven. 
Daarom ook liep de B. steeds met een karabijn en een helm op. Deze getuige verklaarde dat verdachte erger was dan de beruchte Poelman.

Het ergst mishandeld was wel de 28-jarige G.W.S. uit Eibergen, die aanvankelijk was ondergedoken, doch zich later vrijwillig meldde, omdat anders zijn vader kans liep doodgeschoten te worden. 
Getuige werd door de B. in ontvangst genomen en zodanig geranseld dat hij een paar maal bewusteloos werd. Dit gebeurde met knuppels en stokken en werd zonder pauze awfwisselend door verdachte of andere landwachters gedaan.
Getuige vertelde dan nog dat verdachte bovendien een leugenaar is, want hij had verklaard dat S. verraad zou hebben gepleegd. 
Getuige wees dit van de hand, omdat hij door het Tribunaal werd vrijgesproken en hij bovendien zeer zeker niet zo ergerlijk mishandeld zou zijn geweest. 

Getuige H.H.S. zeide dat de Nederlandse taal zich er niet toe leent verdachte op de juiste wijze te qualificeren, Na deze “fraaie”  bloemlezing gaf verdachte in het algemeen wel toe, hetgeen hem ten laste was gelegd.
Hij verklaarde de naam “beul van Eibergen” ten volle verdiend te hebben en toonde berouw over zijn daden. 
Hij zeide voorts gemeend te hebben goed te doen door samen met de Duitsers tegen onrechtmatigheden te strijden en vertelde verder dat hij van de politieke doelstellingen van de N.S.B. niets afwist. 
De President maakte de opmerking “Ik heb bog zelden iemand gezien over wie zoveel slechts te vertellen is.” 
Verdachte vroeg voorts clementie, omdat hij in het Interneringskamp dusdanig mishandeld is, dat hij een ongeneeslijke hartkwaal heeft overgehouden. 
De Procureur-Fiscaal achtte verdachte ten volle schuldig, omdat hij alles op eigen initiatief deed, terrwijl er geen enkel persoonlijk motief aanwezig was. Spr. wilde echter de gevolgen van verdachte’s optreden niet geheel op hem laten drukken en wilde dan ook nog rekening houden met verdachte’s ongesteldheid, waarvan hij echter niet maar zo voetstoots aannam dat zij door mishandelingen is veroorzaakt. 
Zodoende kwam spr. tot een eis van 16 jaar. De verdediger, Mr.Nanninga uit Den Haag, wist ook al niet veel goeds te vertellen. In een knap pleidooi verzocht hij echter toch met allerlei omstandigheden rekening te willen houden. 
Uitspraak op 30 maart a.s.  


Jean Francois Velle Gerecht

25 MAART 1949, Nieuwe Winterswijkse Courant

De beruchte oud-politie-inspecteur van Winterswijk J.F.Velle zal op dinsdag 5 april berecht worden.
Op dinsdag 5 april a.s. zal de vroegere corpschef van politie te Winterswijk, Jean Francois Velle, thans gedetineerd in de strafgevangenis te Arnhem door het Bijzonder Gerechtshof te Zutphen berecht worden. 

Velle, die na zijn arrestatie na de bevrijding meerdere malen  wist te ontvluchten uit zijn gevangenisschap, heeft in de bezettingstijd ontzaglijk veel kwaad gesticht, niet alleen in de gehele Achterhoek, doch zelfs in het gehele land, waartoe hij volop gelegenheid kreeg, doordat hij enige tijd bij de politie te Amsterdam werd gedetacheerd bij de afdeling Opsprong en Documentatie. Zijn functie als Duitse dienstknecht wist hij ten volle bot te vieren. 

Velle’s gedragingen of liever gezegd misdragingen, welke in hoofdzaak bestaan uit het arresteren of laten arresteren van een groot aantal Joden, Jehova’s getuigen, communisten, kortom allen die de Duitse zaak in mindere of meerdere mate saboteerden of als Duits vijandig werden beschouwd, zijn door de Procureur-Fiscaal in de brede omschreven in een dagvaarding, welke de respectabele lengte van ongeveer 1 meter heeft. 
Velle bediende zich van de gemeenste methode en wist o.m. een illegaal werkster, die gepakt was, zover te krijgen, dat zij zich in zijn dienst onder dwang ging lenen voor verraadster in dienst der Duitsers. 
Dat Velle zich bij de verhooren aan mishandelingen schuldig maakte, om daardoor een verklaring in zijn geest los te krijgen, behoeft geen nadere beschrijving. 

Velle wist bovendien op listige wijze grote sommen geld los te krijgen van zijn arrestanten, onder de belofte, dat hij weer zou zorgen, dat ze vrijgelaten zouden worden, om ze dan achter hun rug toch weer in handen van zijn Duitse meester te stellen. 
Niet minder dan achttien getuigen zullen een verklaring voor het Hof afleggen over Velle’s doen en laten in de bezettingstijd. 
Het is begrijpelijk, dat talloze landgenoten, speciaal ook uit de gehele Achterhoek, die “contact” met deze NSB-er hebben gehad, benieuwd zijn, welke straf aan deze Duitse dienstknecht zal worden opgelegd. 
Als toegevoegd verdediger zal optreden den Mr.Nolet te Arnhem.


J.F.Velle tot twintig jaar veroordeeld

13 april 1949, Nieuwe Winterswijkse Courant

Te ondergaan in Rijkswerkinrichting

Het Bijzonder Gerechtshof te Zutphen heeft uitspraak gedaan in de zaak Jean Francois Velle, voormalig opperchef van politie te Winterswijk, die het tot opperluitenant wist te brengen, en die vorige week terecht stond voor zijn wangedrag tijdens de bezetting.
Velle werd veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf zonder aftrek, te ondergaan in een Rijkswerkinrichting, met ontzetting uit de beide kiesrechten en ontzetting van het recht, om ooit weer bij de Nederlandse Politie te mogen dienen. 

Lees verder