oudwwijk
Digitaal erfgoed

Winterswijk in oorlogstijd



10 Mei 1940 –  31 Maart 1945
W.Lelieveld

De oorlogsslachtoffers
Gesneuvelde soldaten

Den 10den Mei 1940, den dag, waarop de verraderlijke inval in ons landje door de Duitschers plaats vond, zal ons allen nooit meer uit het geheugen gaan.

 
De Duitse bezetter op het marktplein in Winterswijk
De strijd was bij voorbaat reeds beslist door de geweldige overmacht aan menschen en materieel, waarmede de vijand onverwacht ons land overrompelde.
De gevechten waren kort maar hevig, en velen van onze mannen sneuvelden.
Daar, waar de slag het hevigst woedde, namelijk op de Grebbeberg, vielen ook de meesten van onze soldaten- plaatsgenooten. Het waren er 9 van de 16.
Op een na waren zij allen ingedeeld bij het 8e R.I., dat zulke zware verliezen heeft geleden.

Hun namen zijn:

Th.G.Bloemers                      O.G. Neuschafer
H. Bruntink                             G.J.Romer
J.Th.A. Flint                            J.H.Stemerdink
B.W. Geurkink                       J.H. Vriezen
T.A.te Lintum

Reeds direct na den inval, in den vroegen morgen van den 10den Mei ’40, vond de luitenant H.G. Nijland te Obbicht (L.) , den heldendood.

Te Barneveld vielen bij de uitvoering van hun plicht:

W.J.Rauwers en J.W. te Sligte.

De strijd om Rotterdam kostte ook het leven aan twee Winterswijksche soldaten, n.l.

B.Ch.M. Brugman en G. Wassink.
Te Dordrecht viel J.A. Peters, en G.W. Wiggers vond te Culenborg den dood.

Korten tijd na het bekend worden van deze treurige gebeurtenissen is in onze gemeente een comite opgericht, met het doel de nagedachtenis van deze gevallenen voor het Vaderland passend te eeren. Door bemiddeling van dit Comite kon het stoffelijk overschot van enkelen van hen later naar Winterswijk worden overgebracht, om in hun woonplaats ook een laatste rustplaats te vinden. Een bekend Amsterdamsch beeldhouwer werd opdracht gegeven een monument te vervaardigen. Men achtte het echter niet gewenscht dit monument tijdens de Duitsche bezetting te onthullen, en het Comite heeft dit uitgesteld tot na de bevrijding.

Ofschoon het de bedoeling van dit boekje is,  alleen de gebeurtenissen tijdens de bezettingstijd te vermelden, willen we hier even een uitzondering maken en een enkel woord wijden aan de plechtige onthulling van dit gedenkteeken. Dit gebeurde op den verjaardag van Z.K.H. Prins Bernard, 29 Juni ’45. Het is een grootsche en indrukwekkende manifestatie geworden van de gevoelens van de Winterswijksche bevolking voor hun medeburgers, die vielen in den strijd voor de verdediging van het Vaderland; gevoelens van dankbaarheid en hulde, en ook medeleven met de gezinsleden, die achterbleven.

Het prachtige monument vond een uitstekende standplaats tegenover het Gemeentehuis, en past volkomen in het karakter van dit mooi stukje Winterswijk.
Het is ontworpen en uitgevoerd door den heer G. Bolthuis te Amsterdam, en draagt op de voorzijde van het voetstuk als opschrift: “Aan de gesneuvelden van Winterswijk 10 -14 Mei 1940” , terwijl aan de achterzijde staat: “In dankbare herinnering van Winterswijks bevolking aan haar gevallen, plichtsgetrouwe medeburgers”.
Links en rechts op het voetstuk bevinden zich de namen der gesneuvelden, de onderdeelen waarbij zij dienden en de plaats waar zij vielen.

In October j.l. bereikte ons het treurige bericht, dat onze oud-plaatsgenoot, de Generaal G.J. Berenschot van het Koninklijk Nederlandsch -Indische Leger, op 18 Oct. 1941 bij een vliegtuigongeluk te Batavia om het leven was gekomen.
Generaal Berenschot had op dezen dag een conferentie gehad met de Britsche legerleiding in Singapore, en was juist van het vliegveld te Batavia opgestegen op weg naar Bandoeng.
Kort na de start vloog het toestel in brand en stortte neer.
Slechts verkoolde lijken konden worden geborgen.
Alles wijst er op, dat hier sabotage in ’t spel is geweest, maar dit geheim zal wel nooit ontsluierd worden.
Namens alle ingezetenen van Winterswijk brengen wij hem een eeresaluut, als gevallen held, in dienst van het Vaderland.

Slachtoffers van het luchtwapen

Bij het memoreeren van deze catergorie oorlogsslachtoffers hebben wij, naar de volgorde van tijd, in ’t kort de omstandigheden vermeld, waaronder deze medeburgers het leven lieten.
Ook de in onze gemeente gesneuvelde vliegers hebben wij, voor zoover mogelijk met naam, in dit gedeelte opgenomen. Menige Winterswijker zal, bij het lezen van dit gedeelte, zich de een of andere gebeurtenis weer duidelijk voor den geest kunnen halen, en met huivering terugdenken aan dezen angstwekkenden tijd.
Als gevolg van het feit, dat de Engelsche Luchtmacht, de beroemde R.A.F., in de eerste phase van den oorlog over zeer weinig vliegtuigen beschikte, en bijgevolg de luchtaanvallen op doelen in Duitschland en de bezette gebieden nog geen grooten omvang hadden aangenomen (althans in verhouding tot enkele jaren later) , gebeurde er de eerste 1 1/2 a 2 jaar van de bezetting van ons land in onze gemeente niet zoo heel veel, en is er in deze periode op dit gebied weinig te vermelden.
Twee ernstige gebeurtenissen vragen echter de aandacht.

In den nacht van 21 op 22 Juni 1940 vielen de eerste bommen in onze gemeente, die ook de eerste slachtoffers vroegen.
Deze bommen explodeerden niet, en nieuwsgierig geworden kwamen enkele bewoners uit de omliggende buurt naderbij. Men had toen nog weinig ervaring op dit gebied en zag het gevaar nog niet zoo zeer in. De gevolgen waren verschrikkelijk. Plotseling explodeerde een bom, en twee mannen werden op slag gedood, t.w. J.H.Hijink en B.W. Konings, resp. oud 27 en 31 jaar.
De heer J.W. Beusink werd zwaar gewond en overleed 6 Juli d.a.v.
Omstreeks dezen tijd heerschte er een geweldige onrust onder de bevolking en velen trokken het dorp uit om buitenaf hun intrek te nemen. Hoe de stemming was wordt het best gekarakteriseerd door een ingezonden stuk van den heer Voogd in de Winterswijkse Courant van 24 Juni 1940, dat wij hier laten volgen:

“Winterswijkers,
Uw kraamvrouwen beven……
Uw zieken en ouden van dagen sidderen, als ze hooren van Uw dagelijksche vlucht. Gij vlucht…….. zij kunnen niet en wachten.
Gij hebt gehoor gegeven aan de meest onzinnige geruchten. Als Jan van Piet hoort, dat Klaas via de korte golf heel duidelijk Winston hoorde zeggen: vannacht moet het erger, in Huppel gaan de ondergrondsche vliegvelden er aan, dan neemt ieder de beenen……………….
In uw verhit brein hebt ge de strategische en industrieele belangrijkheid van Uw dorpje dusdanig verheven, dat de harten Uwer kinderen overdag zwellen van trots en ’s nachts schier barsten van angst!
In Uw kerken hebt ge vandaag gezongen van de Almachtige Hand Gods, en ’s avonds bergt ge het veege lijf, maar op Uw vlucht kan een haastig verderf U overkomen, want binnen drie weken hebt ge het moreel van Uw vrouwen en kinderen gebroken en is Uw arbeidsprestatie minimaal…….
Verman U; doe gewoon.
Boven de wolken schijnt de zon.
Vergissingen vinden slechts hoog zelden plaats.
Neem de maatregelen, die door de Vereeniging van Luchtbescherming worden aanbevolen.
Evacueert  NOOIT, dan op uitdrukkelijke PERSOONLIJKE lastgeving van de bevoegde autoriteiten.
Organiseert Uw alarmeeringsdienst, opdat ge rustig kunt slapen en overdag Uw werk goed kunt verrichten.
Smoort alle kletspraat en voor alles: moed en vertrouwen.

Zondag, 22 Mei 1940″

Gelukkig keerde kort daarna de rust terug.

Op 19 Sept. 1940 vond er wderom een tragische gebeurtenis plaats. Toen stortte namelijk het eerste geallieerde vliegtuig in onze gemeente neer. Het was een groote bommenwerper. De 6 inzittenden vonden allen den dood, en waren onherkenbaar verminkt. Slechts 1 lijk kon geidentificeerd worden, n.l. van den vlieger P.O. Williams, No. 620421. Op 21 Sept. werden 3 gesneuvelden op het Alg. Kerkhof met militaire eer ter aarde besteld, en op 26 Sept. d.a.v. de overige 3.

Dan verloopt er ruim een jaar, voordat er weer melding gemaakt behoeft te worden van slachtoffers door het luchtwapen.
Op 28 December 1941, ’s avonds te ongeveer kwart voor elf, verkeerde de Winterswijksche bevolking in angstige spanning, waar het brandende vliegtuig, dat als een vurig komeet boven het donkere dorp suisde, neer zou komen. 
Goddank geschiedde dit een einde buiten het dorp, en sloeg het in de omgeving van de Kottenscheweg in het bouwland. In de nabijheid van het nog brandende toestel werden drie geheel verbrande lijken gevonden van leden van de bemanning. Een piloot, een Canadees, werd aangehouden en op transport gesteld naar Arnhem. De namen van de aan de kleedingstukken geidentificeerde bevrijders waren:

R.P. Isaac, sergeant (No.1259257)
D.W. Thane, sergeant
D.T. Williams, sergeant (No. 981262)

Zij werden op het Alg. Kerkhof begraven.

3 April 1943, ’s avonds plm. 11 uur, stortte een brandend Engelsch vliegtuig neer op een bouwland in de omgeving van de boerderij van J.B. Grevink, Dorpbuurt L 174. Bij den val van de machine explodeerden de brisantbommen waarmede deze geladen was. Wonder boven wonder kwamen ongelukken onder de burgerbevolking niet voor, maar de geheele bemanning, bestaande uit 7 man, kwam hierbij om ’t leven. Slechts twee lijken konden worden geidentificeerd. Het waren de vliegers: 

Southon en sergeant Flower

Op 1 Mei 1943, ’s nachts te plm. half drie, stortte een groote bommenwerper neer naast de boerderij van J. Prange, Woold K 163. Bij onderzoek bleek deze melding een Engelsch vliegtuig te betreffen, hetwelk door een Duitsche nachtjager was neergeschoten. Bij het neerstorten explodeerde een brisantbom van zeer zwaar kaliber. Kilometers in de omtrek lagen onderdeelen van den bommenwerper verspreid. In de omgeving van het wrak werden te ongeveer 6 uur ’s morgens de lijken van zeven vliegers gevonden, die vermoedelijk getracht hebben, met behulp van hun parachute, het vliegtuig te verlaten, hetgeen hun waarschijnlijk door de te geringe hoogte, niet meer is gelukt.
Hierdoor zijn zij op een gruwelijke wijze te pletter gevallen.
De stoffelijke resten werden op Maandag 3 Mei ’43 op de Alg. Begraafplaats ter aarde besteld. Alle slachtoffers konden geidentificeerd worden. Het bleken te zijn de volgende vliegers:

Hall, sergeant                           Woodland, sergeant
Harry, sergeant                         P.O. Potts, sergeant
Gillen, sergeant                         Airman Gill, (No. 1351297)
Martin, sergeant

Vooral omstreeks dezen tijd was de activiteit in de lucht, bijzonder des nachts, zeer groot en werden er massa’s brandbommen boven onze gemeente uitgeworpen, tengevolge waarvan vele branden ontstonden.

In den nacht van 13 op 14 Mei 1943 kwam om plm. 2 uur een Engelsch twee-motorige bommenwerper van het Wellingtontype neer in de buurtschap Huppel, in de omgeving van de boerderij van J.W.Kruisselbrink, F 20. Het toestel was door een Duitsche nachtjager neergeschoten. Tusschen de wrakstukken en daaromheen werden de lijken van de 5 inzittenden gevonden, waarvan er 3 geheel verkoold en onherkenbaar waren.
De namen van de twee geidentificeerde vliegers waren:

F.H. Smith en L.I. Mobley (No. 1575533).

Op 4 Februari 1944 kwam een groote Engelsche bommenwerper neer op een terrein op de grens van de gemeenten Winterswijk en Eibergen. De landing was een staaltje van koele vliegkunst, daar het reeds brandende gevaarte een z.g.buiklanding moest maken. 
Vast staat, dat de bemanning, uitgezonderd de eerste piloot, reeds op de hoogte van de Duitsche grensplaats Borken uit het toestel is gesprongen.
Na de landing is de eenig overgebleven piloot uit het toestel gesprongen, en is, met behulp van nabijwonende boeren, veilig geborgen en later op terugtransport naar Engeland gesteld.

Op 4 februari 1944 maakte B-17 42-3500 van de 482 Bomb Group een noodlanding bij Meddo/Winterswijk. Piloot David G. Alford zette het toestel alleen aan de grond, de rest van de 12 bemanningsleden was al boven Duitsland gesprongen.

(19 april 1982: Captain David M. Williams navigator van B-17 van 482 / 92 Bomb Group haalt zijn tas op in Meddo waar zijn vliegtuig op 4 februari 1944 een noodlanding maakte. Zelf sprong hij boven Duitsland bij Leverkusen uit het toestel en kwam in gevangenschap tot april 1945.  Zijn tas werd op 4 februari 1944 door brandweerman Henk Kappers ‘achterover gedrukt’ zodat geheime informatie niet in handen van de Duitse bezetter kwam. [Foto: v.L.n.R.: mevr. Kappers, Henk Kappers, David Williams en mevr. Ginny Williams)

Omstreeks half September 1944 werd, zooals bekend, van geallieerde zijde de aankondiging gedaan, dat over de geheele linie een groot luchtoffensief zou worden ingezet, en dat naast een verscherpte luchtoorlog tegen Duitschland, ook alle spoorlijnen, verkeersmiddelen en verbindingswegen zouden worden beschoten en gebombardeerd. Dit heeft ook voor onze gemeente trieste gevolgen gehad. Wij memoreeren de volgende ernstige gebeurtenissen.

Op Donderdag 28 Sept. 1944, ’s middags plm. 3 uur, werden door en nieuw soort vliegtuigen, de vermaard geworden Jachtbommenwerpers, de z.g. Jabo’s , 8 bommen afgeworpen op het spoorwegkruispunt van het baanvlak Winterswijk – Zutphen aan de Morgenzonweg. Hierdoor werd zware schade aangericht aan vele huizen aan de Morgenzonweg, doch bij dezen aanval kwamen nog geen persoonlijke ongelukken voor.
Het is een gelukkige maatregel gebleken de bewoners van deze omgeving te evacueeren, anders waren de gevolgen niet te overzien geweest. Het vermoeden, dat op dit punt meerdere aanvallen te verwachten waren, is juist gebleken. Zeer vele malen is dit spoorwegkruispunt daarna nog aangevallen.

Denzelfden dag (28 Sept.dus) werd enkele uren later een tweede aanval op dit punt gedaan, waarbij helaas wel slachtoffers vielen. In de onmiddelijke omgeving van perceel L 190, langs de spoorlijn gelegen, werden twee deerlijk verminkte lijken gevonden. Bij identificatie bleken de slachtoffers twee jongens te zijn te weten:

J.H. Wagemans, 15 jaar, wonende te Cuijk en alhier geevacueerd.
Henri van Ardennen, 12 jaar, wonende te Rijswijk en eveneens hier geevacueerd.

Door boordvuur werd ook nog een opperwachtmeester van de Brandweerpolitie doodelijk getroffen.

Op Zaterdag 30 Sept. ’44 werd wederom een aanval gedaan door 8 jachtbommenwerpers op de spoorwegverbindingen. Een bom explodeerde op de schuilkelder voor het stationsgebouw, waardoor 3 Duitsche militairen, die zich hierin bevonden, gedood werden
4 October 1944 werd op de Misterweg, ter hoogte van perceel B 93, een auto door Jabo;s met de boordwapens beschoten.
De auto brandde geheel uit en tusschen de wrakstukken werden twee geheel verkoolde lijken gevonden. Het bleken te zijn:

Johanna Fekkes, oud 21 jaar, wonende te Rotterdam, en Maria Fekkes, oud 43 jaar, eveneens te Rotterdam woonachtig.
De overige inzittenden liepen brandwonden op, en werden in het Ziekenhuis verbonden.
Dienzelfden dag werd een aanval gedaan door 3 Jabo’s op het spoorwegkruispunt aan de Morgenzonweg. Het perceel Morgenzonweg 70 kreeg een voltreffer. De bewoonster, Mej. A.ten Dolle, werd door blokploegpersoneel levenloos onder het puin gevonden.

In den nacht van 23 op 24 October 1944 kwamen de brokstukken van een geallieerde bommenwerper neer in Huppel nabij de Duitsche grens. Het was een met bommen geladen Engelsche machine van het Wellington type, welke was aangeschoten door een Duitsche nachtjager, en daarna in de lucht is geexplodeerd. De lijken van de 7 inzittenden lagen op grooten afstand verspreid, doch waren goed herkenbaar.

Hier volgen de namen van deze gevallen luchthelden:

John Edmond Kelley.                                   D.Maclean.
Kenneth Rowley, serg.                                John Philip (No. 420045)
Arthur Bevan Llewellyn                                Tan Hunter, serg.
F.W. Niblett, serg. (No. 1897417)

Als bijzonderheid kan vermeld worden, dat de vader van de gesneuvelde sergeant Tan Hunter, een Australier, die zelf bij de Engelsche troepen in Duitschland was ingedeeld, hier bij de Luchtbeschermingsdienst inlichtingen heeft ingewonnen omtrent de omstandigheden, waaronder zijn zoon gevallen was, waarna hij diens graf heeft bezocht.

Een broer van een andere gesneuvelde van deze groep vliegers ontdekte door een toeval, dat diens laatste rustplaats zich hier bevond. Diep onder den indruk bedekte hij zijn graf met bloemen.
Een aanval van Jabo’s op de spoorbaan van 26 November 1944 kostte de bedienings-manschappen van de Duitsche afweer 1 dode en zeven gewonden.

Op 29 November d.a.v., ’s middags te ongeveer half een, werden door een formatie overvliegende bommenwerpers een viertal brisantbommen afgeworpen, waarvan er een terecht kwam voor de boerderij van J.A. Beskers, Woold K 53 I. Door het opgeworpen zand werden 3 schoolgaande kinderen bedolven. Onmiddellijk werden door de omwonenden met de reddingspogingen een aanvang gemaakt. Een der kinderen, Bernard te Kulve, 11 jaar oud, werd levenloos onder het zand uitgehaald. Een inmiddels verschenen arts van den Gem. dienst constateerde den dood door verstikking. De overige kinderen bekwamen geen letsel.

5 December 1944, St. Nicolaasdag, zullen de Winterswijkers ook niet licht vergeten. Inplaats van het vreugdevolle gezinsfeest van de aangename verrassingen, durfde men den geheelen dag zijn neus niet buiten de deur te steken. Overal vielen bommen, en schrik en angst waarden in ieder huis rond.
Een bom kwam terecht op het perceel Wooldscheweg 1, hetwelk grootendeels verwoest werd. De heer J.F.Goorhuis, wonende aan de Kottenscheweg 66, bevond zich juist voor genoemd perceel, en werd op slag gedood, terwijl de heer A. Schreurs, wonende Oostervoort 12, zwaar gewond werd. Op 7 Dec. d.a.v. is dit slachtoffer aan de bekomen verwondingen overleden.

Op 10 December 1944, ’s middags tegen 1 uur, werd de omgeving van het Station door 8 Jabo’s aangevallen, waardoor een verschrikkelijke ravage werd veroorzaakt in de Inslagstraat en Kreilstraat. Vele woningen werden totaal vernield. Onder het puin van perceel Inslagstraat 22 werden twee geheel verminkte lijken aangetroffen. Bij identificatie bleken het te zijn B.H.te Winkel en echtgenoote.

Vrijdag 15 December 1944, om ongeveer kwart voor tien des morgens, werd door een overvliegende Jabo een brisantbom afgeworpen, welke terecht kwam op de garage Weekenstroo aan de Misterweg. Ook hier vielen slachtoffers. Door bomscherven werd gedood J.H.Deunk, 15 jaar, alsmede een Duitsch militair. Mevr, A,B,ten Damme werd zwaar gewond, en in zorgelijken toestand naar het Alg.Ziekenhuis vervoerd.

Op 25 December ’44, 1e Kerstdag, kwam een “Jabo”, getroffen door het Duitsche afweergeschut (het eenigste succes van de “Flak” in ruim een half jaar)  brandend neer in een weiland, kort bij de nieuwe Boterfabriek. De piloot, de ond.off. Peter Charles Nightingale Green, geb. 15-03-’24, kwam hierbij om ’t leven. Het stoffelijk overschot werd bij dat van de reeds eeder gevallen vliegers op de Alg. Begraafplaats ter aarde besteld. 

29 December 1944, ’s morgens ongeveer 11 uur, weer een aanval op het Station. Een in de omgeving van het Station geplaatste Duitsche afweertrein werd met boordwapens beschoten, waardoor 5 Duitsche militairen werden gedood.
Ook op Oudjaarsdag werd een heftige aanval op het Station gedaan, waarbij rond 100 splinterbommen werden afgeworpen.
Gelukkig vielen toen geen slachtoffers te betreuren.

4 Febr. 1945 kwam onder de gemeente Aalten een Mosquitovliegtuig neer, waarbij twee vlieger-officieren den heldendood vonden. 
Hun namen waren:

M.Ewaschuk, off. bij de Canadeesche Luchtmacht (R.C.A.F.)
R.M.M. Stratton, off. bij de Britsche Luchtmacht (R.A.F.)

Door bijzondere omstandigheden zijn de lijken van deze vliegers op het Alg. Kerkhof in onze gemeente ter aarde besteld.

Op 16 Febr. ’45, ’s middags ongeveer kwart over een, werden door twee Amerikaansche bommenwerpers een 30-tal brisantbommen boven onze gemeente afgeworpen, 14 splinterbommen van zwaar kaliber (80 lb.) kwamen in de omgeving van perceel Oostervoort 48 terecht. Dit had tot noodlottig gevolg, dat twee personen, die zich voor genoemd perceel bevonden, door scherven doodelijk werden getroffen, t.w.:
G.E. Lammers, wonende Iepenstraat 20, en
J.F. v.d.Ende, wonende te Gouda en alhier geevauceerd in de Berkenstraat 32.
Enkele andere menschen werden gewond.

In den avond van den 21sten Februari 1945, te plm. 10 uur, werd er geweldig druk gevlogen. De vliegtuigen bevonden zich op zeer geringe hoogte en waren in het nu en dan doorbrekende maanlicht zelfs te zien. Plotseling gierde een Duitsche nachtjager door de lucht en klonk het geratel van een machinegeweer. 
Een Engelsche bommenwerper werd getroffen, vloog in brand en sloeg neer in de omgeving van de voormalige fabriek van de fa.Zwanenberg, bij de boerderij van J.H. Damkot, K 21. Een der inzittenden bleek, wonder boven wonder nog in leven, ofschoon aan het been gwond. Hij werd door de Duitschers als krijgsgevangene medegenomen.
Van de andere leden van de bemanning vond men niet veel meer dan enkele kleedingstukken, waaraan nog twee als vliegers geidentificeerd konden worden, t.w.:

H.R. Piper en P.I. Green.

Dit was het laatste geallieerde vliegtuig, dat in onze gemeente verongelukte.
Naarmate de Duitsche troepen meer in het nauw gedreven werden, en steeds meer werden teruggedrongen, op hun terugtocht ook de Achterhoek passeerend, werden de geallieerde luchtaanvallen in onze ongeving steeds veelvuldiger en gevaarlijker. 

Zaterdag 24 Febr. ’45 was een zwarte dag voor onze gemeente. ’s Avonds om ongeveer kwart voor tien werden boven het dorp 8 brisantbommen afgeworpen, waarschijnlijk bedoeld voor het Stationsemplacement. Deze bommen misten echter verre hun doel, hetgeen treurige gevolgen had.  Twee projectielen kwamen terecht op en voor het pand van den heer Timmer, bakkerij in de Wooldstraat 55. De verwoesting was verschrikkelijk. Ook belendende winkelpanden werden practisch totaal vernield. Onder de puinhopen werd het lijk van Jan Timmer gevonden, waarmede het leven van een flinke jongeman plotseling werd afgesneden. Voorts kwamen 3 bommen terecht op de perceelen Keizerstraat 2 en 4, welke geheel werden vernield. De bewoners, die zich in den kelder bevonden, werden door het vallend gesteente bedolven, en volkomen geisoleerd.
’s Nachts, ongeveer 1 uur, gelukte het aan het personeel van den opruimings- en herstellingsdienst, na koortsachtig werken, de kelder vrij te maken. Twee kinderen werden levenloos aangetroffen, t.w.:
Grada Schigt, oud 2 jaar, wonende Keizerstraat 2, en
Hendrik Oortgiesen, oud 8 jaar, wonende Keizerstraat 4.
Bovendien werden een 5-tal bewoners van deze perceelen nog zwaar gewond.

Bakkerij Timmer, Wooldstraat 55

Nu breekt voor Winterswijk de spannendste maand van den geheelen oorlog aan, waarin ook de meeste luchtaanvallen plaats vinden. Iedereen voelt dat er een beslissing moet vallen.
De luchtbeschermingsdiensten zijn overladen met werk en zien zich met een sterk ingekrompen staf van personeel (door de spitterij, onderduiken, enz.) voor een zeer zware taak gesteld.
Bij een luchtaanval op het Spoorwegemplacement van 9 Maart, ’s namiddags plm. 2 uur, kwamen bommen neer op de Parallelweg en op Keizers. De verwoesting was groot. Deze aanval kostte twee menschenlevens. Gedood werden:

E.H.W.Weenink, 41 jaar, Keizersdw.weg 6 en
M.L. Lichtenberg, 24 jaar, Iepenstraat 20.

Genoemde Weenink was een S.D.-agent en had zich juist ingewerkt in een illegale strijdersgroep met het doel de zaak “op te rollen”.
Ook in de Leliestraat en omgeving vielen bommen, die behalve aanzienlijke vernielingen, ook weer twee slachtoffers maakten, t.w.:

J.B.Huitink, 54 jaar, 3e Gasthuisstraat 17, en
de evacue N.D. Gokke, 32 jaar, Leliestraat 11 I.

19 Maart vielen er, bij een aanval op het station, bommen in de Kreilstraat, waarbij eenige perceelen grootendeels verwoest werden.
20 Maart kregen de bewoners van de Groenloschenweg en omgeving vast een voorproefje van hetgeen den volgenden dag nog zou volgen, ’s Morgens plm. 11 uur werden er een aantal bommen geworpen in de onmiddellijke nabijheid van de fabriek van de fa.H.Willink & Co. Een fabrieksloods, in gebruik bij den Meubelfabrikant Koopmans, kreeg een voltreffer, waardoor twee leden van het personeel doodelijk werden getroffen, t.w.
vader en zoon Te Selle.
In de omgeving werd groote dak- en glasschade aangericht. De slachtoffers werden naar het Alg. Ziekenhuis overgebracht.
Dat deze buurt met bommen werd bestookt zal wel verband gehouden hebben met het feit, dat “Herr Ortskommandant” zijn intrek had genomen in de villa van den heer H. Willink aan de Groenloscheweg.

21 Maart 1945 zal een gedenkwaardige dag blijven in de oorlogsgeschiedenis van Winterswijk. Deze dag, welke is aangewezen als de officieele opening van de lente, waarop wij andere jaren met vreugde en blijdschap het begin van een ontwakend leven begroeten, werd ditmaal een dag, waarop ons de ellende en de verwoesting van den modernen oorlog nog eens duidelijk werden gedemonstreerd.

’s Morgens plm. 10 uur werd de spoorbaan in de directe omgeving van het Station door 4 Jabo’s als doel genomen. Er werden op 4 punten voltreffers geplaatst, doch enkele bommen misten hun doel, als gevolg waarvan in de Tuunterstraat, Rusthuisstraat en Goudvinkenstraat, een aantal huizen werden verwoest. Ook het pension Wamelink werd hierbij grootendeels vernield. Gelukkig vielen bij dezen aanval geen slachtoffers, mede dank zij de evacuatie- maatregelen.

In den namiddag van denzelfden dag, ongeveer half vijf, werden door overvliegende bommenwerpers 8 brisantbommen afgeworpen, die neerkwamen op de Groenloscheweg en omgeving, op dezelfde hoogte van de punten, die den vorigen dag reeds getroffen waren. De gevolgen waren verschrikkelijk. De perceelen Groenloschenweg 32 en 34 werden getroffen, en fel laaide een brand op. Door personeel van de Opruimings- en Herstellingsdienst werden 5 lijken geborgen. De slachtoffers waren Mevr.Willink en vier leden van een geevacueerde Haagsche familie, de heer en Mevr. v.Sante en dochter, en J. Luxen, eveneens een evacuee, die tijdelijk hun intrek hadden genomen in dit perceel.
a
Hun stoffelijk overschot werd naar het Ald. Ziekenhuis vervoerd. Door scherven werden nog een aantal personen min of meer ernstig gewond, waarvan er later nog een is bezweken.
In de Pr.Hendrikstraat en Jan Tooropstraat werden groote verwoestingen aangericht, ofschoon hier wonder boven wonder geen slachtoffers te betreuren waren.

De Ortskommandant achtte het na deze gebeurtenissen blijkbaar verkieslijker zijn domicilie te verleggen, en nam zijn intrek in een huis een eind buiten het dorp.

Ook voor de spitters was het een zware dag. Zeer begrijpelijk hadden velen den laatsten tijd het spitten gelaten voor wat het was, ondanks alle dreigementen en fulminaties van O.T.- en Arbeidsinzet-,  “autoriteiten”. Zoo langzamerhand werd men fatalistisch en ging men van de stelling uit: de mensch kan maar 1 dood sterven!  Een groep was echter dien morgen naar Varsseveld vertrokken, welke plaats dezen dag ook door bommen werd getroffen. Helaas vielen hierbij weer slachtoffers te betreuren, waartoe ook een aantal Winterswijksche mannen behoorden. Er vielen vijf dooden, n.l.:

J.F. Deunk                          R. Veldhuis
B.Geurink                           G.J. Vriezen
J.A.Pillen

Bovendien werden een aantal mannen min of meer zwaar gewond en zijn enkelen als gevolg hiervan voor hun leven invalide geworden.
De gebeurtenissen van dezen dag vooral waren voor vele dorpbewoners aanleiding hun heil in de buurtschappen te zoeken, zoodat het dorp langzamerhand leegstroomde. Aan werken dacht zoo goed als niemand meer, en er heerschte een chaotische toestand. Dat kon zoo niet lang doorgaan!

Op 22 Maart, de dag van de zwarte en grijze wolken van Bocholt, vallen er bommen in Kotten, waarschijnlijk afgeworpen door een van Bocholt terugkeerende bommenwerper.

Dit kost weer een menschenleven, t.w. Mej. v.Rijssen, Kotten H 61.

26 Maart zijn de Jabo’s ’s morgens om 7 uur al weer present. Er werd met boordvuur geschoten. Een bewoner van de Beusinkweg 102 werd hierdoor doodelijk getroffen, n.l. de heer H.G.Smeenk. Zijn echtgenoote werd gewond. Ofschoon dien dag nog meerdere aanvallen plaats vonden, vielen er gelukkig verder geen slachtoffers te betreuren.

28 Maart 1945 noteeren wij als den laatsten dag van de luchtaanvallen op Winterswijk, en daarmede tevens als den dag waarop de laatste burger- slachtoffers zijn gevallen. 
Deze 28ste Maart was buitengewoon onrustig. Den geheelen dag door waren er vliegtuigen boven onze gemeente. Wij releveeren de volgende gebeurtenissen met ernstigen afloop.

’s MIddags, ongeveer kwart over 1 werden enkele bommen afgeworpen, die ter hoogte van de Corleschweg terecht kwamen. Hierbij werd de heer G.J. Schuurman, oud 58 jaar, doodelijk getroffen. Het stoffelijk overschot werd naar het Alg. Ziekenhuis overgebracht. Even later werd er gemeld, dat het bosch, waarin een Duitsche munitietrein stond ( op de spoorlijn Winterswijk -Bocholt, bij “de Puls”) brandde. Inderdaad bleek deze trein getroffen te zijn, en volgde de eene ontploffing op de andere.
Duitsche baanwachters hadden nog kans gezien de trein af te koppelen, waardoor slechts 4 wagons met inhoud explodeerden. Gelukkig vielen hierbij geen slachtoffers te betreuren.

Een tragische bijzonderheid valt verder nog voor dezen dag te vermelden.
De weduwe van den heer H.G.Smeenk, Dorpbuurt L 102, werd door een bomscherf zwaar gewond. De heer Smeenk was twee dagen tevoren door boordvuur doodelijk getroffen.
Zijn vrouw overleefde hem maar kort, daarzij spoedig aan haar verwondingen overleed. Eenige kinderen bleven ouderloos achter.

Op dezen dag werd ook een met munitie geladen vrachtauto van de Duitsche Weermacht, die zich via de Misterweg uit de voeten trachtte te maken, door 4 Jabo’s aangevallen. De auto met inhoud werd totaal vernield.
Tenslotte vielen op dezen bewogen dag bommen in de omgeving van de Scholtenenk, waarbij helaas ook weer slachtoffers vielen. Gedood werden:

L.ter Horst en
J.Jansen (afkomstig uit Utrecht)

Bovendien werden enkele personen vrij ernstig gewond, o.a. de echtgenoote van het slachtoffer ter Horst.
Bij School C, waar een aantal spitters was ingekwartierd, werden een aantal menschen min of meer ernstig gewond.

Als samenvatiing van dit resumee komen wij tot de volgende opsomming, voor wat betreft slachtoffers door het luchtwapen, gevallen in de gemeente Winterswijk:

Aantal gedoode burgers: 41
Aantal gesneuvelde vliegers: 38
Aantal in onze gemeente neergestorte vliegtuigen: 9

Op een andere plaats zullen wij een woord wijden aan de nagedachtenis van deze slachtoffers van het brute oorlogsgeweld, alsmede aan de gevallen vliegers, helden der bevrijdingsstrijd.

Aan het slot van dit gedeelte past namens de Winterswijksche burgerij een oprecht woord van hulde en waardeering voor de mannen en vrouwen van den Luchtbeschermingsdienst, Opruimings- en Herstellingsdienst, Brandweer, Politie, E.H.B.O., Torenwacht, enz.
In een woord aan allen, die in de kritieke dagen en nachten, wanneer de lucht daverde van het onheilspellend geronk van de zware vliegtuigmotoren, altijd klaar stonden hulp te verleenen, daar waar hulp geboden kon zijn.
Men moet daarbij nog bedenken, dat, vooral in het laatste stadium van den oorlog, de verschillende diensten met een minimale personeels-sterkte, voor een maximale taak stonden.
Wij betrekken in deze dankbetuiging ook de mannen en vrouwen van de burger- blokploegen, die overdag vaak hard moesten werken, en ’s nachts uit hun bed gehaald werden, om gereed te zijn voor hulpverleening, wanneer dit noodig mocht zijn. Dit was praktische gemeenschapszijn.

Wij denken ook aan de dagen en nachten, waarop de verschillende hulpploegen, terwijl de dood en verderf zaaiende vliegtuigen in de lucht raasden, in koortsachtige haast in puinhoopen moesten wroeten, om mogelijk nog menschenlevens te kunnen redden. In eenige gevallen mocht men dit genoegen smaken.
De bevolking van Winterswijk zal hen allen hiervoor zeer erkentelijk blijven.

Slachtoffers van het verzet

Op een andere plaats in dit boekje zullen wij in een afzonderlijk hoofdstuk aandacht schenken aan het verzetswerk ( Oud-winterswijk/Tweede wereldoorlog/Het Verzetswerk ), waarbij wij gelegenheid zullen hebben een “In memoriam” te wijdden aan de gevallenen in deze strijd.
Omwille van het completeeren van het onderhavige gedeelte, betreffende de Winterswijksche oorlogs-slachtoffers, noemen wij hier reeds de ons bekende namen van diegenen, die als gevolg van hun illegale activiteit of van hun verzetshouding werden gearresteerd, en uiteindelijk in de gruwelijke Duitsche concentratiekampen of voor het vuurpeleton hun leven lieten:

Mevr.H.Kuipers- Rietberg, overleden plm. 28 Dec. ’44. Frauenstraflager “Ravensbruck”
W.J.Koenen, gefusilleerd plm. 31 Aug ’44 te Vught
J.J.Jansen, overleden 2 Dec. ’44 . Conc.kamp “Neuengamme”
P.Brittijn, gefusilleerd 12 Maart ’45 te Amsterdam
K. Kappers, gefusilleerd 5 Sept. ’44 te Budel (Dorpplein)
H.Kort, overleden 26 Dec. ’44. Conc.kamp “Neuengamme”
E.Kuipers, overl. 28 Nov. ’44. Strafkamp Versen (Meppen)

De 4 laatstgenoemden hadden ten tijde van hun arrestatie hun verblijf niet in onze gemeente, doch zijn door familiebanden en langdurig verblijf alhier toch als plaatsgenooten aan te merken.

In het laatste stadium van den oorlog werden de bij razzia’s invallen, enz. gepakte onderduikers veeelal ook als politieke gevangenen behandeld, en naar Duitsche concentratiekampen overgebracht.  Zoo langzamerhand heeft de menschheid eenig idee gekregen van wat dit beteekent,

Voor de meesten de dood.
Helaas zijn ook enkele Winterswijksche jongens hiervan slachtoffers geworden. Voor zoover ons bekend, zijn de volgende ingezetenen, als onderduikers gepakt in Duitsche concentratiekampen overleden:

H.B.J.Iking, overleden 2 Nov. 1944 in het kamp Husum
G.E.Jolink, overleden plm. 30 Jan. ’45 in het kamp  Neuengamme
B.van Lith, overleden 3 Dec. ’44 in het kamp Neuengamme
H.Moes, overleden 13 Dec. ’44 in het kamp Neuengamme

Ofschoon niet gegrepen voor actief verzetswerk, rangschikken wij deze groep toch onder de slachtoffers van het verzet, omdat zij door hun verzetshouding gevallen zijn.
Wij eeren en herdenken hen.

Slachtoffers van den slavenarbeid in Duitschland

Behalve de vijf slachtoffers van het “spitten”, waarvan wij reeds gewag maakten in het gedeelte, waarin wij de dooden door bombardementen beschreven hebben, zijn er ook een aantal plaatsgenooten omgekomen tijdens de periode van de slavenarbeid, de z.g. “arbeidsinzet”, in Duitschland.
Zij vielen als gevolg van bombardementen, of door ziekte en ellende.

Voor zoover ons bekend, volgen hier hun namen:

G.Dieperink, (Bombardement) Buer,                         29-12-’44 overleden
J.Fintelman, (Typhus) Oberndorff                               11-04-’43 overleden
F.Lengwenus, (Bombardement) Sudlohn                22-04-’45 overleden
A.Meerdink, (Bombardement) Bocholt                       02-03-’45 overleden
G.E.H.Mulder, (Bombardement) Gatersleben          11-04-’44 overleden
H.Plekenpol, (Typhus) Oberndorff                              11-04-’43 overleden
J.Obbink, (Bombardement) Borken                           30-10-’44 overleden
J.W.Wieskamp, (Longontst.) Borken                         11-04-’43 overleden
J.Buisman, (Strafkamp) Essen-Mulheim                  01-07-’42 overleden
H.J.Derksen (Strafkamp) Mahler-Hulst                      06-02-’44 overleden 
H.L.Schreurs,(Conc.kamp) Dachau                           04-05-’45 overleden

De drie laatstgenoemden zijn in strafkampen, die voor de ergste concentratiekampen niet onder deden, overleden.
Zij hadden zich de haar van de nazi’s op den hals gehaald.
J Buisman en H.Derksen werden bij een poging om naar Nederland te vluchten, gepakt. H. Schreurs werd naar een concentratiekamp gezonden wegens betoonde anti-Duitsche gezindheid.
Ook zij vielen ten offer aan het moderne barbarendom.

Door oorlogsgeweld buiten Winterswijk gevallen plaatsgenooten

Eenige ingeztenen of oud-ingezetenen van Winterswijk vonden den dood door bombardementen of beschietingen in andere plaatsen.
Van enkelen is het lot nog niet met absolute zekerheid bekend.
Van de volgende personen staat echter vast, dat zij zijn omgekomen:

A.J.Geerdink, bomb.  Haaksbergen, 25-03-’45
J.Siebelink, bomb. Silvolde, 25-03-’45
H.J.Slagter, beschieting Ruurlo, 05-01-’45 (13-01-’45 overleden)
J.H.Willemsen, bomb. Haaksbergen, 25-03-’45
Mevr.J.Leeuw- Ubbink, bomb. Haaksbergen, 25-03-’45

Slachtoffers onder Israelitische medeburgers

Zooals reeds in de inleiding opgemerkt werd, is deze groep medeburgers wel bijzonder zwaar getroffen. 
Wij behoeven hier niet uit te weiden over de behandeling en de bestiale wreedheden, die speciaal deze catergorie van het nazidom heeft moeten ondervinden; dit is ieder wel bekend.
Successievelijk werden de in deze beraamde plannen ten uitvoer gebracht, aanvankelijk tamelijk onschuldig uitziend (meldingsplicht b.v.) ;later gericht op de volkomen vernietiging van alles, wat maar in de verte van Joodschen bloede was.
Geen bevolkingsgroep heeft zooveel te lijden gehad als juist deze. Reeds vroegtijdig begon in onze gemeente hun individueele deportatie, om later georganiseerd collectief doorgevoerd te worden. Toen gingen de deportaties en masse via het Arbeidsbureau naar het kamp Westerbork, en vandaar naar de gruwelijke massa- vernietigingsoorden, zooals Bergen-Belsen, Auschwitz, namen, die wereldberucht zijn geworden.
In onze gemeente verbleven ten tijde van het verstrijken van den oorlog 270 Israelieten. Hiervan zijn er 35 ondergedoken, zoodat er in totaal 235 zijn weggevoerd.
Van deze 235 zijn er tot op heden 8, zegge en schrijve acht, teruggekeerd; nog geen 4%.
Ofschoon van allen het lot nog niet met absolute zekerheid vaststaat, moeten wij toch aannemen, dat zij omgekomen zijn.
Hier houdt alle redeneering op, en past slechts een woord: afschuwelijk.
Intusschen gaat onze deernis uit naar de vele, zeer vele, getroffen Joodse medeburgers.
Deze dingen moeten voor altijd onmogelijk gemaakt worden.

Oorlogsslachtoffers door andere zaken

Op 27 Sept. ’44 hield de Landwacht een van de vele razzia’s op onderduikers. Ook de buurtschap Huppel werd bezocht. Bij deze gelegenehid werd de Landbouwer H. Mengers door een lid van dit illustere verradersgezelschap doodegeschoten.
De dader is thans ontmaskerd en zit in afwachting van het vonnis, dat over hem geveld zal worden, veilig in het bewaringskamp “Vosseveld” alhier opgeborgen.
Na de bevrijding zijn nog enkele slachtoffers onder onze plaatsgenooten gevallen, die rechtstreeks verband houden met den oorlog. Uit dien hoofde moeten wij ook hen tot de oorlogs-slachtoffers rekenen.
Op den dag der bevrijding werd de heer J. Klomps te Miste door het trappen op een landmijn zwaar gewond, waarna hij op 29 April d.a.v. aan de gevolgen hiervan is overleden.
De heer C.J.Severein werd bij opruimingswerkzaamheden door een mijnontploffing doodelijk getroffen.
de landbouwer G.J.Wikkerink kwam in ’t Woold eveneens door het trappen op een mijn om ’t leven.

De onervarenheid met het omgaan van vuurwapenen veroorzaakte in de eerste rommelige weken na de bevrijding den dood van een drietal ingezetenen.
Op 7 April ’45 werd de N.B.S.-soldaat H.Landman door een noodlottig geweerschot te Lichtenvoorde gedood.
Een dergelijk tragisch voorval vond op 11 April plaats bij het grenskantoor te Huppel. Op zoek naar een beruchte N.S.B.-er sloeg een soldaat van de N.B.S. bij een zeker huis met de kolf van zijn geweer tegen de deur, waardoor een schot afging.
Hierdoor werd een jongeman, J.den Bakker, doodelijk getroffen. Deze jongeman was eenige jaren met goed gevolg ondergedoken geweest, en had zich thans, ruim een week na de bevrijding, met enthousiasme gemeld voor de stoottroepen in Duitschland. Wel een tragisch einde.

Door een betreurenswaardig ongeluk met een vuurwapen, dat op 27 April plaats vond, werd de heer D.W.v.Ooyen ernstig getroffen, aan de gevolgen waarvan hij overleed.

Tenslotte is er nog een slachtoffer gevallen als gevolg van zijn politieke overtuiging. Direct na het begin van den oorlog met Rusland (22-06-’41) werd de heer G.Kobus opgehaald, zonder dat hier verder eenige aanleiding voor bestond. Na eenige maanden in Amersfoort te zijn, werd hij doorgezonden naar het concentratiekamp Neuengamme, alwaar hij, volgens het officieele bericht, op 22 Febr. 1942 is overleden. Zoo was de methode van de nazi-barbaren, om zich van hun politieke tegenstanders te ontdoen.

Wanneer wij aan het einde van dit hoofdstuk een recapitulatie geven van het getal Winterswijksche oorlogsslachtoffers, dan komen wij tot het volgende totaal-overzicht:

A. Gesneuvelde soldaten                                                                       17
B. Slachtoffers van het luchtwapen (alleen burgers)                        41
C. Slachtoffers van het verzet                                                                 11
D. Slachtoffers van de slavenarbeid in Duitschland                         11
E. Slachtoffers door oorlogsgeweld buiten Winterswijk                     5
F. Slachtoffers onder de Israelitische medeburgers                      227
G. Oorlogsslachtoffers door andere oorzaken                                     8

TOTAAL                                                                                                    320

Hierbij zijn dus niet de in onze gemeente gevallen geallieerde militairen opgenomen. Het betreft hier uitsluitend omgekomen ingezetenen of oud-ingezetenen van Winterswijk.
Wij merken hierbij nog op, dat tot op het moment waarop wij dit schrijven, ons niet bekend is, of er als gevolg van den oorlog in de overzeeschte gebiedsdeelen nog slachtoffers onder onze plaatsgenooten te betreuren zijn.

Wanner wij goed zijn ingelicht, ligt het in de bedoeling om binnen afzienbaren tijd een herdenkingsteeken in onze gemeente op te richten ter blijvende nagedachtenis aan onze plaatsgenooten, die door oorlogsgeweld zijn omgekomen.
Dit is een sympathieke gedachte. Hiermede kunnen wij tevens ons medeleven toonen met de dikwijls zoo zwaar gertroffen familie, die achterbleef.
Moge er eindelijk eens een duurzame vrede komen.

De vernielingen

De beschrijving van dit onderwep is niet het meest interessante gedeelte uit dit boekje.
Omwille van de volledigheid en de documentaire waarde dienen wij dit hoofdstuk desondanks toch te behandelen.

Als gevolg van de reeds in het eerste gedeelte beschreven bombardementen, zijn begrijpelijkerwijze vernielingen aangericht, In bijna alle gevallen werden deze veroorzaakt door de vliegtuigen.
Wij zullen, in volgorde van tijd, de belangrijkste vernielingen nog eens nagaan.

In den nacht van 25 op 26 Juli 1940 vielen in Huppel en Woold de eerste bommen. Verschillende stuks vee werden gedood, terwijl de boerderij van den heer Walvoort, K 97 Woold, werd verwoest.
Volgens de ons ter beschikking staande gegevens zijn er daarna langen tijd geen gebeurtenissen te melden, waaruit belangrijke schade is voortgevloeid.

In den avond van 12 Maart 1943 vielen in onze gemeente heele series brandbommen, uitgewopren door overvliegende bommenwerpers. Als gevolg hiervan ontstonden verscheidene branden. De boerderij en cafe met inventaris van den heer J.B. Huiskamp, Henxel G 24 (de bekende uitspanning “Lappenschaar”) ging hierbij geheel verloren.

In het voorjaar van 1843 hadden er talrijke nachtelijke luchtaanvallen op Duitschland plaats, en spande het nog wel eens boven onze gemeente.

In den avond van 26 Maart 1943 kwamen wederom legio brandbommen op onze gemeente neer, waarbij in vele gevallen door het optreden van de diverse blokploegen groote branden werden voorkomen

Enkele uitslaande branden konden echter niet meer worden gebluscht. Zoo werd de boerderij met woonhuis van G.W. Heegt, Woold K 217, geheel in de asch gelegd, terwijl de boerderij van A.J. Tenkink, Miste B 63, gedeeltelijk werd vernield.
Een brisantbom, die in de omgeving van de school in Kotten terecht kwam, veroorzaakte groote schade aan deze school, alsmede aan 3 boerderijen en 7 woonhuizen, terwijl het electrisch lichtnet ter plaatse werd vernield.
Bij een luchtaanval op zaterdag 3 April ’43 werd door het afwerpen van brand- en brisantbommen de boerderij van G.J. Kolthof, Ratum E 28, in de asch gelegd. 

In den nacht van Vrijdag op Zaterdag 1 Mei 1943 stortte een met bommen geladen vliegtuig neer naast de boerderij van J. Pranger, Woold K 163. Hierdoor werd aan deze boerderij en aan een 4-tal omliggende boerderijen groote schade toegebracht.
In denzelfden nacht ontstond door brandbommen een uitslaande brand in de boerderij van H.W.Pampiermolen, Woold K 158, die geheel uitbrandde. In de omgeving van de boerderij van J.W.Slotboom, Ratum E 72, explodeerde een brisantbom van zwaar kaliber, waardoor een 100-tal dennen werden afgerukt, terwijl drie omliggende boerderijen groote dakschade opliepen.

Op 5 Nov. 1943 kwamen in het middaguur heele zwermen geallieerde vliegtuigen over. Door het afwerpen van phosphor-rubberbommen ontstond brand op de boerderij van G.H. Frielink, Meddo D 227, die geheel uitbrandde, terwijl in de omgeving verscheidene groote roggemijten in vlammen op gingen.
Door het afwerpen van een aantal brisantbommen van licht kaliber, in den nacht van 13 op 14 Juli 1944, werd veel glas- en dakschade veroorzaakt in de omgeving van de Wooldscheweg, Golsweg, Kottenscheweg, Parallelweg, Rusthuisstraat, Komkommerpad en in de buurtschap Woold.

In de nu volgende periode werd de meeste schade aangericht. Wij schrijven September 1944, de maand, waarin op alle fronten het offensief op het hart van Duitschland wordt ingezet:
een maand van diepe en wreede teleurstelling ook voor het meerendeel van onze bevolking, omdat de lang verbeide bevrijding toen op een mislukking uit liep.

Bij een aanval door Jabo’s op het Spoorwegkruispunt aan de Morgenzonweg d.d. 28 Sept. 1944 werd in de omgeving van dit punt overal schade aangericht. De Morgenzonweg zelf had ’t het zwaarst te verduren.
Bij een herhaalde aanval op ditzelfde punt werd perceel L 190 geheel vernield door een brisantbom. Tezelfder tijd werden een aantal bommen op het Stations-emplacement afgeworpen, waardoor meerdere wagons in brand vlogen en anderen werden beschadigd of vernield.

Op Zaterdag 30 Sept. wederom een aanval op het Spoorwegkruispunt aan den Morgenzonweg, waarbij weer veel schade in deze buurt werd veroorzaakt. Op denzelfden dag werd ook het Stations-emplacement weer aangevallen, waarbij de machine-loods, plm. 30 wagons en enkele baanvakken vernield werden.
Ook de kunstmestloods van de Coop. Landbouwbond werd zwaar beschadigd. In de omgeving van het Station ontstond aan de woonhuizen veel glas- en dakschade.

Bij den aanval van 2 Oct. 1944 werden door Jabo’s weer brisantbommen afgeworpen op de spoorwegverbindingen. Bij dezen aanval werd o.a. ook de gashouder door scherven getroffen, waarna hij in brand geraakt. Gelukkig kon door onmiddelijk ingrijpen de brand gebluscht worden, waardoor niet te overziene gevolgen werden voorkomen.
De Morgenzonweg en de omgeving van het Station hadden het weer te verduren, en vele woonhuizen liepen glas- en dakschade op.

Op 4 Oct. ’44 wederom een aanval door 8 Jabo’s, waardoor o.a. het perceel Morgenzonweg 70 werd verwoest. Verschillende perceelen in de omgeving van het Station werden zwaar beschadigd. Door boordvuur werd de gashouder wederom getroffen, waardoor alle gas wegstroomde en de gasvoorziening werd gestremd.

Woensdag 18 Oct. ’44 werden de aanvallen op het Spoorwegkruispunt aan de Morgenzonweg weer voortgezet door 12 Jabo’s. Hierbij werden verscheidene perceelen zwaar getroffen.

Vrijdag 20 Oct. wederom een bezoek van 6 Jabo’s, waarbij verschillende perceelen aan de Morgenzonweg weer voltreffers kregen. Dit zelfde herhaalde zich op 4 November. 

St. Nicolaasdag. 5 Dec., hadden luchtaanvallen plaats op het Station en omgeving. Een bom explodeerde o.a. op het perceel Wooldscheweg 1. Dit werd geheel vernield. Ook kwamen enkele bommen terecht vlak voor het Rusthuis aan de Kottenscheweg. Overal werd schade aangericht, vooral in de Wooldscheweg, Kottenscheweg, Rusthuisstraat, Weurden, Eelinkstraat, Helderkampstraat, Kettingstraat en Kreilstraat.

Een Jabo- aanval op ditzelfde doel op 10 Dec. ’44 veroorzaakte een ravage, 9 brisantbommen kwamen alle terecht op de woonhuizen aan de Kreilstraat en Inslagstraat, welke straten na dezen aanval een verschrikkelijk beeld gaven.

Kreilstraat

Vrijdag 15 Dec. ’44 werd door een overvliegende Jabo een brisantbom afgeworpen, welke op het perceel Misterweg 106 terecht kwam. Hierdoor werd de Garage Weekenstroo, die in gebruik was bij de Duitsche Weermacht, grootendeels verwoest. De omliggende huizen aan de Misterweg en Bocholtschestraat liepen allen meerdere of mindere schade op. 

Op 11 Jan. ’45 kwam een V-2 projectiel neer op de Walienscheweg. Het monsterachtig vernietigingsmiddel veroorzaakte een geweldige ravage en schade in de geheele omgeving.

Bij een aanval van 2 Amerikaansche bommenwerpers op 16 Febr. 1945 werden een aantal perceelen op Oostervoort gehavend, terwijl een aantal boerderijen in Henxel eveneens groote schade opliepen. Ook het Stations- emplacement werd weer getroffen, terwijl enkele huizen aan de Spoorstraat zware schade kregen.

Bij een aanval op het Station op Zaterdag 24 febr, ’45 misten een aantal brisantbommen hun doel. Eenige daarvan kwamen terecht op en om het pand van den heer Timmer, bakkerij met winkel, in de Wooldstraat, welk perceel geheel werd verwoest.
Ook de naastgelegen winkelpanden werden practisch totaal vernield. Ook vielen enkele bommen op de perceelen Keizerstraat 2 en 4, welke geheel vernield werden,
Deze Februari- dag was wel een van de verschrikkelijkste die we hier beleefden.

Zondag 4 Maart was het Stations- emplacement weer het doel van 3 Amerikaansche bommenwerpers. Het was frappant, hoe juist de bemanningen hun doel wisten te raken.
De bommen kwamen precies op het rangeerterrein terecht, waardoor zeer groote schade ontstond aan het spoorwegmaterieel. De brandstoffen – en kunstmestloods van de fa.Zegelink werd eveneens totaal vernield, alsmede enkele huizen van de langs de spoorlijn loopende Parallelweg. In de omgeving van de boerderij van J.ter Horst, L 254, kwamen niet minder dan 41 brisantbommen tot explosie. De boerderij werd verwoest.

De mand Maart is de maand waarin de bevrijding van Winterswijk zal plaats vinden (zij het dan op ’t laatste nippertje), maar ook de maand van de meeste luchtaanvallen, de meeste slachtoffers en de meeste vernielingen.

Op 9 Maart vallen bommen, op verschillende woonwijken nabij de spoorbaan gelegen. Een aantal huizen wordt daarbij vernield: in de Gasthuisstraat, Leliestraat en aan de Parallelweg.

Op 19 Maart worden door brisantbommen 3 perceelen in de Kreilstraat vernield.
De bommen, die op 20 Marrt vlak tegen de fabriek van fa.H.Willink & Co, aan de Groenloscheweg vallen, veroorzaken groote glas- en dakschade.

Dan volgt de beruchte 21ste Maart.

Bij den aanval van ’s morgens wordt de spoorbaan op vier plaatsen verwoest, maar tevens 3 perceelen in de Tuunterstraat, 1 in de Rusthuisstraat en 5 in de Goudvinkenstraat. Ook het bekende pension Wamelink wordt bij dezen aanval grootendeels verwoest.

In den namiddag krijgt de Groenloscheweg en omgeving een beurt, waarbij zware schade wordt aangericht. Aan de Groenloscheweg worden twee perceelen totaal vernield en drie zwaar getroffen, in de Jan Tooropstraat eveneens 2 verwoest en 5 zwaar beschadigd, terwijl in de Prins Hendrikstraat 2 woningen zwaar gehavend worden. Bovendien ontstond overal in deze omgeving aanzienlijke  dak- en glasschade.

26 Maart wordt de Silo van de Landbouwersbond beschadig, alsmede eenige nabij gelegen woningen en de spoorbaan.

Dan breekt de 28ste Maart aan, de laatste dag van de luchtaanvallen op objecten in onze gemeente. Deze dag vormt een soort apotheose van de gebeurtenissen van den laatsten tijd, althans wat betreft de lucht-activiteit. Geregeld zijn er vliegtuigen in de lucht en overal vallen bommen.

Het perceel Ratumschestraat 29 krijgt een treffer en vlak daaromheen vallen nog meer bommen; in de Misterstraat worden de winkelpanden 24 I en 21 I eveneens getroffen; vooraan de Corlescheweg wordt het perceel L 210 I gehavend, terwijl het perceel Misterweg L 203 zwaar beschadig wordt. Ook in de Wooldstraat spookt het. De perceelen 16 en 18 worden getroffen. Achter de Apothekerszaak van den heer Koen en bij het badhuis knallen de explosies van uiteenspattende projectielen; in de Bosschesteeg krijgt het pand van den heer Grimmelt een treffer; in de Morsestraat vallen 4 bommen (gelukkig in het weiland).

In de spoorstraat, Schoolstraat, op de Scholtenenk, overal davert het van de explosies van de neerkomende bommen, terwijl ook de fabriek van de fa.Meijerink & Co. op de Beuzenesch een treffer krijgt te incasseeren.
Al met al een “daverend” slot.
Toen is de rust weergekeerd, althans vanuit de lucht, en wij allen hopen, dat deze nooit meer verstoord zal worden.

Voor een goed overzicht laten wij hier nog volgen een opgave van de 
totaal verwoeste perceelen, ingedeeld naar de straten:

Wooldscheweg 1Schuur en Stalling  
Kreilstraat 17-19Dubbel woonhuis  
Kreilstraat 21-23Dubbel woonhuis  
Kreilstraat 18-20Dubbel woonhuis  
Kreilstraat 7Woonhuis  
Kreilstraat 5Woonhuis  
Inslagstraat 20-22Dubbel woonhuis  
Inslagstraat 24Woonhuis  
Parallelweg 58-60Dubbel woonhuis  
Parallelweg 62Woonhuis   
Parallelweg 52 Woonhuis  
Parallelweg 36-38Dubbel woonhuis  
Keizerstraat 2-4Dubbel woonhuis  
Misterweg 106Woonhuis  
Morgenzonweg 53 Woonhuis   
Morgenzonweg 132Woonhuis  
Morgenzonweg 45-1, 45-2 Dubbel woonhuis  
Morgenzonweg 106-108 Dubbel woonhuis   
Morgenzonweg 70Woonhuis  
Morgenzonweg 140-142-144 Woonhuizen   
Morgenzonweg 150 Woonhuis  
Morgenzonweg 152Woonhuis  
Morgenzonweg 128Woonhuis  
Kl.Parallelweg 5Woonhuis  
Kl.Parallelweg 13-15Woonhuizen  
Wooldstraat 53Woon-winkelhuis  
Wooldstraat 55-57Woon-winkelhuizen  
Wooldstraat 51Woon-winkelhuis  
Wooldscheweg 73Pension  
Goudvinkenstraat 11-13Dubbel woonhuis  
Goudvinkenstraat 15Woonhuis  
Tuunterstraat 12Woon-winkelhuizen  
Tuunterstraat 13-15Dubbel woonhuis  
3e Gasthuisstraat 19-21Dubbel woonhuis  
Leliestraat 13-15Dubbel woonhuis  
Leliestraat 11-1Woonhuis  
Groenloscheweg 26-28-30Woonhuizen  
Groenloscheweg 32Woonhuis  
Groenloscheweg 34Woonhuis  
Jan Tooropstraat 10Woonhuis  
Jan Tooropstraat 13Woonhuis  
Jan Tooropstraat 15Woonhuis  
Jan Tooropstraat 16Woonhuis  
Jan Tooropstraat 18Woonhuis  
Schoolstraat 3Pakhuis (grond)  
Schoolstraat 3Pakhuis  
Dorpbuurt 189Woonhuis  
 

Huis van de familie Hogeboom aan de Jan Tooropstraat 13, waar ze in het voorjaar van 1945 een bom in de voortuin kregen.
Allen hebben het overleefd, enkelen van hen kwamen tussen twee muren in die tegen elkaar aan vielen.
Herbouw hoek Max v. Damstraat – Jan Toropstraat.

Lees verder