oudwwijk
Digitaal erfgoed

Ode aan al onze voorvaderen

ODE AAN AL ONZE VOORVADEREN IN DE TEXTIEL

STEUMER JAN

‘k Wet nog van den olden tied,
van ’n Wenters vol met steume
vader ging naor d’n Meyerink,
naor d’n Breistroom ging mien eume

Umme 6 uur wasten vader zich
biej de pompe met ieskold water
want jao, de luxe van ne douche,
dee kwam pas jaor’n later.

De bokse an en ’t boezeroen,
’t vake verstelde jesken
en in de tasse an d’n arm,
zien brood en drinkersflesken.

En deur de straoten van ’t darp,
alleene op in tröpkes,
dan lepen doezend klumpkes daor,
ower Wenters kinderköpkes.

Jao, ’s morgens vrog, veur zeuven uur,
begon ’t darp te lèven,
d’n eenen naor d’n andern stoom,
dee maanden het volk tot wèven.

D’n Witstoom, ’t eerste, dan d’n Pol,
de Tuunte leet zich heur’n 
nao ’t fluiten van d’n Meyerink,
dan mos ’t wal gebeur’n.

En in ’t darp naor de fabriek
in de straoten en de steggen,
was dan ’t steumervolk op pàd,
te vrog om völle te zeggen.

Wal honderd jaor gaf zo d’n stoom,
de Wenterswiekers èten
en wee den tied hef met-e-maakt,
dee zal ’t nooit vergèten.

Jao,klepperdeklep, was ’t lèven van
mien vader zaliger, steumer Jan

Zo ’s aovends teggen vief, zes uur,
dan zaten wie biej ;t fornuus,
unzen mooder bracht met ’n verhaal ,
gemeudelekheid in huus.

D’n kètel op ’t fornuus, dee zong,
’n heel vertrouweluk leedjen
en mooder stoppe sökke dan
of haakten ’n taofelkleedjen.

Toe mooder, vertel ons nog es van,
’t menneken oet de maone,
hoo kwam dat keèrlken daor ok weer,
wat hef-e daor edaone?

En mooder dacht dan biej zich zelf,
ok an d’n dag van morgen,
al waren de kindre dan gezònd,
dr waren altied zorgen.

Heur, klepperdeklep, zèe mooder dan,
daor kump oew vader,steumer Jan.

As ’n jungsken in dee olde tied,
bracht ik mien vader ’t èten
want jao, dat had d’n goeien man,
ok wal ens glad vergèten.

En as ik dan naorbinnen ging,
nao eèrst’ luk zeukeriej,
dan schrok ik miej zowat ne bult,
van ’t kabaal in de wèverieje.

Jas, as ’n schichtig vöggelken,
zocht ik dan tussen de töwwe,
bes dat ik endluk schreeuwn kon:
“Hier is ’t brood, mien vâ, daor buwwe!”.

Dan mocht ik efkes van mien vâ,
’t weèfgetouw hanteern,
en schot de spoole deur ’t good,
dat wo’j wal geèrne leèrn.

En klepperdeklep, zo ging iej dan,
met ’n “rap naor huus” van steumer Jan.

Och, leeven heer, waor is de tied,
waarvan ik heb e’schrèvvene,
waor bunt de steume met eur vòlk
in vredesname e-blèvvene?

Waor is d’n Jöddenstoom dan toch,
d’n Zwartstoom en de Bleeke,
d’n Meyerink van d’n Beuzenes,
met in d’n hof ne eeke?

Waor is d’n damp van ’t kètelhoes,
de machtige stoommesiene,
’t is allemaole al veurbiej,
dat dut ’n bètjen piene!

De kindere van DAT steumersvolk,
zee hebt nao grieze heure
en elken dag is d’r haoste weèr
wat anders veur de deure!

Maor, klepperdeklep, zo lange ik kan,
denk ik an vader……… steumer Jan!

B.Speelberg

Lees verder

Tuunte

1919: Fabrikant Mütter ( of  Müter) uit Bredevoort bouwt een fabriek aan de Tuunterweg.
           Stoomweverij De Tuunte: stoomweverij, machinekamer, ketelhuis en kantoren.

Plm.1920: Faillissement
20 Juni 1922
1921:
Verkoop fabriek door Dhr. Müter aan Dhr.Eugenius Petrus Fornier (1880-1936) (dir.Rotterdamse Bank in Groenlo) en Dhr.Herman Driessen uit Aalten

1921: 15 december:
H.A.Huijskes aangenomen als boekhouder. Daarvoor werkzaam als bankmedewerker in Groenlo.

1931:
Naam: “Weverij en Confectiefabriek De Tuunte NV”
1931:
H.A.Huijskes mede-directeur als beloning voor zijn inzet.
Aantal werknemers: plm.30
Huishoudtextiel: wafel- en vaatdoeken, thee- en poetsdoeken, bad- en handdoeken en lakens.

1938:
Paul P.C. Fornier (zoon) (geb.1915-ovl.1964) mede-directeur.
(1964 omgekomen samen met zijn vrouw noodlottig ongeval Australie)
1940:
Bouw spoelerij en scheerderij.
1941-1945:
Directie zet productie stil. 
Gebouw door de Duitsers in beslag genomen en ontruimd. 
Opslagplaats voor levensmiddelen: o.a. boter, dranken en tabak.
Nacht voor de bevrijding, toen de Duitsers overhaast het land verlieten, haalde de Winterswijkse bevolking de opslagplaats leeg.

1950:
Suceance van betaling: H.A.Huijskes nam grootste deel aandelenpakket over. Nu een familie-bedrijf.
Werknemers terug gebracht van 300 naar 250. Filialen worden gesloten.

1958: Brand
1960: Overstroming.
1967: 27 maart
Overlijden Hendrikus Antonius Huijskes
Directie: R.J.Th.Huijskes technisch directeur, H.J.G.Huijskes verkoopdirecteur, F.L.M.Huijskes fin.economisch directeur.
Allen in de periode 1953-1961 in het bedrijf gekomen.

1972: Ook verkoop aan particulieren.
1980:
Nu ook “Tuunte Fashion” met filialen in Winterswijk, Wierden, Vorden, Didam, Terborg, Lichtenvoorde, Zevenaar, Aalten en s’Heerenberg.

1990:
Verhuizing naar de Laan van Hilbelink (voormalige fabriek Meijerink en Zonen)
1993:
Bedrijf overgenomen door Rootinck Beheer BV (schoonzoon H.Huijskes)
1995:
FHuijskes en H. Huijskes kopen het pand aan de Laan van Hilbelink en verhuur aan Weverij en Confectiefabriek De Tuunte en centraal magazijn Tuunte Fashion.

1999: Plm. 100 mensen werkzaam bij de Tuunte-bedrijven.

Links Dhr.Huijskes, Rechts Fornier
4e links boven: Leo Groot Bruinderink
2e rij rechts de eerste dame is Anneke Froeling Rave, daarnaast staat haar oudere broer Johan Rave li. Kobus Eijkman re.
11 maart 1973, Telegraaf
Lees verder

Tricot

Koninklijke Tricotfabriek G.J.Willink NV

Rond 1861 werd een nieuwe breitechniek uitgevonden,de tricotagebinding.
Een van de zonen van Hendrik Willink en Coenradina Jacoba van Heek, Gerrit Jan Willink (1864-1933) ging na de HBS in Winterswijk naar Frankrijk om het vak te leren.
Zijn vader was directeur van H.Willink&Co (Witstoom).
Zijn vader overleed in 1877 op 52-jarige leeftijd. (Gerrit-Jan was 12 jaar)
Toen Gerrit-Jan op 23-jarige leeftijd terug kwam wilde hij een eigen fabriek stichten in tricot.
In 1888 werd er achter het ouderlijk huis een fabriekje gebouwd en gestart met twaalf meisjes.


In 1890 werd al de nieuwe fabriek aan de Wilhelminastraat geopend.  (60 werknemers)

Van 1888- 1901 was Gerrit-Jan alleen directeur.
Gerrit-Jan had moeite met leiding geven en bovendien reisde hij heel graag, zodat J.F.Overweg sr.(geb.26 Febr. 1883- overl.:20 Juni 1957)  zijn intrede deed als mede-directeur.(tot 1957)
In 1906 werd Hermann Heinrich Martin (01-01-1885- 15-01-1963) (een neef) tot mede-directeur benoemd. (tot 1960)
In 1921 trad Gerrit-Jan terug als directeur, maar bleef wel als commissaris bij het bedrijf betrokken tot zijn overlijden in 1933.
Hij liet enorme bedragen voor die tijd over aan div.instantie’s:

G.J.Willink

De heer G.J.Willink heeft de volgende legaten besproken, alle vrij van rechten en kosten: personeel der fabriek f 300.000 van welk bedrag de rente moet worden aangewend voor nuttige instellingen ten bate van het personeel; ’t Algemeen Ziekenhuis te Winterswijk f 50.000, de Doopsgezinde gemeente te Winterswijk f 25.000; de Vereeniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland f 5.000; de Vereeniging voor Vogelbescherming f 4.000; de Ambachtsschool te Winterswijk f 4.500; het Algemeen Nederl.Verbond f 2.000; de Nederl. Zuid-Afrikaansche Vereeniging te Amsterdam f 10.000; de gemeente Winterswijk  beide weiden aan den Singelweg te Winterswijk, voor het huis van den heer Willink ter weerszijden van de beek, onder voorwaarde dat de gemeente zich verbindt hiervan plantsoenen en wandelparken te maken en dit niet te bebouwen. Verder schenkingen aan personen, die in dienstbetrekking bij hem zijn geweest.

Aanbouw

Tussen 1912 en 1929 is er continue gebouwd.
In 1926 werd er ook gestart in Egypte met een afzetgebied en in1938 werd besloten er een dochteronderneming te vestigen.
J.F.Overweg jr. was er jaren directeur. Later heeft men het bedrijf verkocht, aangezien buitenlanders niet meer welkom waren.
In 1926 waren er 948 personeelsleden.

Op 22 mei 1937 kreeg de Tricot het predikaat Koninklijk en heette het voortaan:
“Koninklijke Tricotfabriek G.J.Willink NV”

In 1938 werd J.G.Overweg algemeen directeur.

29 juni 1938, Graafschapbode


In 1938 werd het 50 Jaar bestaan gevierd (800 werknemers)

Zaterdag 11 maart 1939 onthuld
Foto: Hans Tenbergen
29 juni 1951, Tubantia


In de jaren vijftig ging het langzaam bergafwaarts ( 1953: 600 werknemers) en op 14 december 1978 werd de fabriek gesloten (110 werknemers)



7 Februari 1969

Drie directeuren Willink Tricot treden af
WINTERSWIJK 
Bij de Koninklijke Tricotfabriek G. J. Willink hebben drie directeuren ontslag genomen. Het betreft de heren J. F. Overweg, H. Martin en F. H. de Visser. 

Op 14 december 1978 sloot de fabriek haar deuren.

Dhr.Gietman. Chauffeur
Kantoorpersoneel 1934
Kantoorpersoneel 1934
1935
Tricot vertrek naar Egypte 1939
inklokken
Tricot uitje 1955 Duitsland
5 juli 1955

JUBILEERENDE FABRIEK TE WINTERSWIJK

13 MAART 1939, Algemeen Handelsblad

Gedenkplaat onthuld.
Zaterdagmiddag is de gedenkplaat onthuld, welke het personeel der N.V. Kon. Tricotfabriek G. J. Willink, te Winterswijk op 1 Juli 1938 aan de directie dezer fabriek heeft aangeboden ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan.
De fraaie bronzen plaat vervaardigd door Gérard van Aalst te Breda, geeft op symbolische wijze de waardeering weer van Mercurius, den god van den handel, voor de Kon.Tricotfabriek.
Het tableau bevat voorts de namen der directeuren en den naam van wijlen
den heer G. J. Willink, den stichter der fabriek.
De plechtigheid geschiedde in tegenwoordigheid van de directeuren, den burgemeester, den heer J. Kneppelhout en den oud-burgemeester van Winterswijk, den heer J. A. R. Bosma uit Assen, commissaris der N.V.
Ook het geheele personeel, circa 1100 personen, was aanwezig.
Namens het gezamenlijke personeel werd het tableau door den heer J. H. Colenbrander met een hartelijke toespraak aan de directie overgedragen; hierna onthulde het dochtertje van den heer H. H. Martin, de plaat.
Nadat het personeel een lied had gezongen, heeft de heer J. F. Overweg het geschenk dankbaar aanvaard.
Vervolgens werd nog het woord gevoerd door de heeren J. Kneppelhout, burgemeester, en J. A. R. Bosma, oud-burgemeester, die er op wezen, dat de Kon. Tricotfabriek een bedrijf geworden is van groote bekendheid, dat tevens van groote economische beteekenis is voor Winterswijk.

Bezoek Prinses juliana
Lees verder

Batavier

Batavier handweverij, gesloopt 1914
Hoek Zonnebrink-Verl.Ratumsestraat

Jan Willink (geb: 1831) werd door zijn vader Abraham Willink naar het buitenland gestuurd om een textielopleiding te volgen.

Op 1 juli 1866 werd schuin aan de overkant op de Zonnebrink de nieuwe batavier gestart.

De oude fabriek werd opgebouwd tot zes arbeiderswoningen.
In 1869 kwam Willem Paschen (een neef, zoon van zijn zus, Maria Geertruid) in het bedrijf en werd voortgezet onder de naam:
Firma J.Willink & Paschen.  

W.Paschen
5 april 1909, Arnh.courant
10 april 1909, N.v.d.D
Tubantia
Foto: Inge Klein Gunnewiek
Plm.1900


Jan Willink ging zich steeds meer toeleggen op zijn spoorplannen en droeg zijn werk in 1879 over aan zijn beide zonen:

1 oktober 1902 werd de naam: N.V.Bontweverij “De Batavier” v/h J.Willink & Paschen,

Willem Paschen is overleden in 1909 te Monte Carlo.
Na het overlijden van Abraham Willink in 1913 kwamen zijn zoon J.Willink Azn. (geb.1882) en A.J.Willink (Bram), zoon van Jan Hendrik in de directie.
In 1921 trad Jan Hendrik Willink af.

In 1931 werd J.G.Korteling in de directie opgenomen.

Foto: Het Museum

Groote Brand in Winterswijk

ZATERDAG 4 DECEMBER 1937, Utrechts Nieuwsblad

GROOTE BRAND TE WINTERSWIJK

BONTWEVERIJEN “DE BATAVIER” GEHEEL VERWOEST

DE SCHADE BEDRAAGT ONGEVEER KWART MILLIOEN

Ongeveer driehonderd en vijftig arbeiders zijn door dezen brand tot werkloosheid gedoemd.

Winterswijk,4 dec. Hedennacht te ongeveer kwart voor twee is brand uitgebroken in de bontweverij “De Batavier” v.h. firma J.Willink en Paschen, gelegen aan de zonnebrink, in de kom der gemeente.
Deze fabriek, waar in normalen tijd een achthondertal arbeiders werkzaam zijn, staat op het oogenblik in lichte laaie. En de hoog opgaande vlammen zetten de geheele omgeving in rooden gloed.
De brandweer te winterswijk is met groot materiaal uitgerukt, daar de fabriek aan alle zijden begrensd wordt door perceelen, welke groot gevaar loopen door de geweldige vonken regen welke naar alle zijden uitspat. Omtrent de oorzaak is tot nog toe niets bekend.
Onmiddelijk, nadat men voorzag, dat de brand een groote uitbreiding zou aannemen, werd ook de assistentie in geroepen van de brandweer van omliggende plaatsen.
Hoewel het vuur de fabriek, waarin de brand is uitgebroken, totaal heeft verwoest, mocht vroeg in de morgen geconstateerd worden, dat de brandweer erin geslaagd is, een ramp, welke op zeker oogenblik dreigde, te voorkomen. Zij is er in geslaagd den hevigen vuurgloed, die dreigde over te slaan naar een aantal aan de overzijde van de straat gelegen gebouwen, waar eenige perceelen reeds vlam hadden gevat, tijdig te stuiten.
Het was omstreeks half twee vannacht, toen eenige commiezen die op nachtpatrouille waren, in het achterbouw van de bontweverij ” de Batavier” , v.h. J.Willink en Paschen, een hevigen vuurgloed ontdekten. Ook eenige bewoners uit de omgeving die wat laat naar bed gingen, bemerkten ongeveer gelijktijdig dat er brand in de fabriek was uitgebroken. Onmiddelijk werden de brandweer en de plaatselijke autoriteiten gewaarschuwd, terwijl ook in de nabijheid wonende machinist werd geroepen. Hij was een der eersten, die met eenige personen, die het vuur ontdekt hadden, ter plaatse kwamen. 
Deze laatsten gingen de fabriekspoort binnen en begaven zich naar de achter het voorgebouw gelegen binnenplaats. Hier sloegen de loeiende en brullende vlammen, die gretig voedsel vonden in het laag opgetrokken oude deel van de fabriek, hen tegemoet.
Daar Winterswijk slechts over 1 motorspuit – naast de handspuiten, welke op de waterleiding werken- beschikt, achtte de burgemeester, de heer J.A.R.Bosma, die spoedig na de ontdekking van den brand ter plaatse verscheen, het wenschelijk de hulp in te roepen van de motorspuiten van Aalten, Groenlo en Lichtenvoorde. Van deze heeft echter alleen de motorspuit uit Aalten medewerking behoeven te verleenen, daar, toen de andere motorspuiten op de plaats van den brand kwamen, men het vuur zoover meester was, dat voor verdere uitbreiding niet behoefde te worden gevreesd.

HULP VAN BUITEN
De brand is ontstaan in de eigenlijke bontweverij. Door den fellen wind sloeg het vuur over naar de spoelerij, de pretteerderij en de ververij, welke afdeelingen in het drie verdiepingen hooge voorgebouw waren gelegen. Als een brandende fakkel, die tot ver in den omtrek zichtbaar was, stond de fabriek in den donkeren winternacht, de directe omgeving hel verlichtend.
Op zeker oogenblik sloeg het vuur over naar de gebouwen, welke aan de andere zijde van de Willinkstraat zijn gelegen en vatten de gereformeerde kerk, de societeit “de Eendracht” en een zestal particuliere woningen vlam. Het was toen, dat vaststond, dat er van de fabriek zelf niets meer te redden viel en dat de brandweer, werkende met zestien stralen, zich er in hoofdzaak toe beperkte, de reeds aangetaste gebouwen te behouden en verdere uitbreiding te voorkomen. Daarin is de brandweer, zooals gezegd, geslaagd. Wel hebben al deze gebouwen aan de buitenzijde  brandschade gekregen en enkele particuliere huizen zooveel waterschade op geloopen, dat zij op het oogenblik onbewoonbaar zijn,  doch het vuur is gestuit. Fel woedde het vuur den geheelen nacht in de fabriek. Nu en dan stortte een gedeelte van de gebouwen in, of vielen machines van de hoogste verdieping door de vernielde vloeren naar beneden, daarbij steeds het vuur doen oplaaiend. Met man en macht  werd gewerkt om het vuur te stuiten aan den eenen kant, om te redden wat er te redden viel aan den anderen kant. Uit het directiekantoor, dat door een brandmuur van de eigenlijke fabriek is gescheiden, werden de boeken en belangrijke bescheiden gehaald en voorloopig ondergebracht in de nabijheid gelegen Rijks Hoogere Burgerschool. Ook uit de gebouwen aan de overzijde van de straat, welke door de bewoners moesten worden ontruimd, werd zooveel mogelijk gered.

TOT STAAN GEBRACHT
Heden morgen tegen zes uur stond wel vast, dat verdere uitbreiding van den brand niet te vreezen is. Van toen af kon aan de nablussching, welke met acht stralen hedenmorgen om negen uur mog voortduurde, worden begonnen. Van de fabriek is niet veel meer over dan eenige stukken muur.

Het gedeelte van de Willinkstraat nabij de fabriek toont een beeld, als na een bombardement. Het geheel is een groote ruine en het verkeer door de straat is onmogelijk geworden. Dit moest worden omgelegd. tengevolge van dezen brand kan ook de tweede fabriek “De Pol” van dezelfde onderneming niet werken, daar de transformatorinrichting in de afgebrande fabriek was gevestigd en de tweede fabriek derhalve nu zonder stroom zit. In totaal zijn daardoor voorloopig driehonderd vijftig werkloos. Bovendien zullen de weverijen van Poppers en de stoomweverij van Meijerink vandaag moeten stilstaan, daar het provinciaal electriciteitsbedrijf in verband met mogelijk groot gevaar, ook de stroom naar deze fabrieken heeft afgesneden.

Hoe groot de schade zal zijn, kon hedennacht nog niet worden vastgesteld. Deze zal zeker ongeveer een kwart millioen gulden bedragen.
De oorzaak van de brand kon nog niet worden vastgesteld. Er is gisteren op de gewone wijze in de fabriek gewerkt en toen het personeel de fabriekslokalen verliet, was er niets bijzonders aan de hand. Voor zoover bekend zijn de gewone controle maatregelen genomen.
Behalve de burgemeester waren nog verscheidene andere plaatselijke autoriteiten op het terrein van den brand aanwezig. Ook de drie directeuren der onderneming, de heeren J.Willink, A.J.Willink en J.G.Korteling verschenen spoedig na het uitbreken van den brand ter plaatse.
Gedurende den nacht was er niet veel publiek op de been, doch in de loop van den ochtend had de politie druk werk met het afzetten van de omgeving van de fabriek. 

Overleden 19 maart 1940, Volkskrant
23 April 1914
Nieuwe ketel Stork
De Pol
Tekening van Dugteren
Technische Dienst
Met  V.L.N.R.: Herman ten Hagen, ??  ,??, Cees Kuiperij?,  Derk v.d. Berg 
Batavier Plm.1960
Onderste rij v.l.n.r.: Gerrit Klein Langenhorst, Henny Wevers, ????, ?Grevink, Geert Ubbing,Johan Kempers, Willem Maas, Jan Meijberg
Tweede rij v.l.n.r: Gerrit Kobus, ??????, ?????, ??????, Willem Woordes, Bernard Wevers, Bernard Dieker, ? Ansink
Derde rij v.l.n.r.: (6 personen): Harm Kluitenberg, Willem ter Haar, Jan Heinen, Bennie Onnink, ? Grevink, Jan Bruggers.
Vierde rij v.l.n.r.: (5 personen): Kas de Vries, Gerrit ter Haar, Berend ter Haar, Gerhard Jansink, Gerrit van Diek
Vijfde rij  v.l.n.r.: (6 personen): ??????, Navis?, Marinus Arendsen, ?????, Derrek van Eerden, ??????

De eerste Batavier

Onlangs werd medegedeeld, dat de oude fabriek „de Batavier” door de Coöperatieve Winkelvereeniging was aangekocht, om aldaar een winkel te openen.
Zoo zal dan spoedig het gebouw verdwijnen, waarom wij vermeenden goed te.doen hiervan een reproductie te geven, waardoor aan het nageslacht getoond kan worden, waar de belangrijke industrie, waaraan de gemeente Winterswijk mede hare snelle ontwikkeling te danken heeft, het eerst zetelde.
Sinds jaren heeft de oude fabriek dienst gedaan als woonverblijf voor arbeidersgezinnen, zooals onze afbeelding te zien geeft.
Vroeger bestond, evenals in andere gemeenten van onzen achterhoek, de huisindustrie en voornamelijk was dit het geval met het weven en spinnen. Zoowel in het dorp als in de buurtschappen, zoo vertelt ons de heer B. Stegeman in zijn „Winterswijks Verleden”, trof men zelden een huisje aan, of men hoorde er het spinnewiel snorren of het weefgetouw klepperen. Hoe geheel anders is dat tegenwoordig.
De spinnewielen zijn verdwenen en in de buurtschappen alleen vindt men die soms nog in een hoekje op den hooizolder staan.
In huis worden geen .weefgetouwen meer aangetroffen. De huisindustrie beeft plaats moeten maken voor de snellere en goedkoopere productiewijze in de fabriek.
Machines, reeds in andere landen in gebruik, bracht den huiswever in verlegenheid, terwijl de nieuwe grondstof, katoen, met het linnen in concurrentie kwam, redenen waarom de huisindustrie gestaakt moest worden om voor het moderne fabriekswezen plaats te maken.
Het machinale bedrijf werd in een ander gebouw, dan het hier afgebeelde, onder dak gebracht en het tegenwoordige complex van gebouwen doet zien, tot welk een ontwikkeling de katoenindustrie het gebracht heeft.
De katoenindustrie is nog steeds de voornaamste tak van industrie voor Winterswijk en wordt thans door meerdere firma’s vertegenwoordigd.
Meer dan 1000 arbeiders zijn in dienst dezer industrie.

Batavier 75 jaar

De N.V. Bontweverij „De Batavier”, v.h.’ J. Willink & Paschen, zal 1 Juli a.s. driekwart eeuw bestaan. Ook dit bedrijf kan prat gaan op een zeer belangwekkende historie, die aanvangt bij het snorrende spinnewiel en die weldra, dank zij het initiatief en den durf van zijn stichters, volkomen wordt gesynchroniseerd met de geschiedenis van stoom en electriciteit.
Langzaam maar zeker breiden zijn relaties zich uit, ver over de landsgrenzen heen. De Winterswijksche arbeider vervaardigt sarongs voor den Indiër. Heeft laatstgenoemde een slecht jaar, zoodat hij zich in een eenvoudiger baadje hult, zoo ondervindt het bedrijfsleven in een kleine
plaats in het Oosten van het kleine Nederland den terugslag. Machtig interessant is die grootsche wisselwerking. Ze heeft uit den aard der zaak haar voor en haar tegen. Het bedrijf biedt velen een bestaan, maar is juist in verband met zijn omvang en zijn connecties een uiterst gevoelige graadmeter voor de schommelingen der wereldmarkt. 

Dit zal zoo aanstonds duidelijker blijken, wanneer’wij iets vertellen over de geschiedenis van deze bontweverij en over haar stichters. Blijkensde kronieken begon „De Batavier” — aanvankelijk een stóómweverij — op 1 Juli 1866 met 52 getouwen te draaien. Eigenaar en oprichter wasde heer Jan Willink, zoon van Abraham Willink, door wiens nazaten de nu nog bestaande 3 Winterswijksche textielbedrijven H. Willink & Co.,de jubileerende bontweverij en de Tricotfabriek G. J. Willink werden opgericht. De eigenaar van het jonge bedrijf was allerminst een vreemdeling
in het Jeruzalem der textielindustrie, want hij bezat reeds een handweverij op de Zonnebrink en de vergeelde koopmansboeken vermelden in het jaar 1862 export van cotonettes en sarongs naar Padang. Trouwens, de heer Jan Willink stamde uit een reeds van oudsher te Winterswijk gevestigd linnenreedersgeslacht, dat reeds in’het begin van 1700 in wijden omtrek spinnen en weven liet en daarnevens ’n linnen- en wolhandel dreef. 
In 1869 kwam een neef, de heer W. Paschen in de zaak en verleende mede zijn naam aan de firma. Bedrijfschef was de heer Waters. Hoofdzakelijk legde men zich toe op de fabricage van de schier onverwoeste .halfwollen broekstoffen, later op bontgewevn katoenen stoffen, zoowel voor het binnenland als voor export bestemd.
In 1879 droeg de heer Willink zijn werkzaamheden over aan zijn zoons. A. Willink voor het technische en J. H. Willink voor het mercantische gedeelte van de zaak. Nog getuigt een gedenksteen van het vele werk, door wijlen den heer Jan Willink verricht voor het tot stand komen van betere verbindingen. Hij was de grondlegger voor de Ned. Westfaalsche en de Geldersch-Overijselsche lokaalspoorwegen.

Mede wegens uitbreiding der zaken werd de bestaande firma in October 1902 omgezet in de N.V. Bontweverij „De Batavier”, v.h. J. Willink & Paschen. In 1913 overleed de heer A. Willink.
Het was hem niet vergund zijn schepping „De Pol” in vol bedrijf te mogen zien. Na zijn dood traden zijn zoon, de heer J. Willink Azn. en de heer A. J. Willink, zoon van den overblijvenden directeur, in de directie.
Als wij denken aan de enorme ontwikkeling van de verfindustrie, aan namen als I.G. Farben en Defa, dan beseffen we, welke hooge eischen werden gesteld aan een bontweverij, die met haar collecties up-to-date wenschte te blijven. Een vergelijking tusschen de Nederlandsche en de Engelsche bontweverij toont duidelijk aan, dat het vaderlandsche product ongenaakbaar was voor de Britsche concurrentie, zélfs op de modieuze Burma-markt. Het Nederlandsche bedrijf is een geheel, d.w.z. het verft zelf zijn garens, finisht,- kalandert en verpakt.
Het Engelsche daarentegen is een zuiver weefbedrijf, laat het verven, finishen en opmaken over aan derden.

In nouveauté’s en kleurenvariaties won de Nederlandsche industrie het met glans. Haar zwakke zijde was evenwel het beduidend hoogere risico, groote. ongedekte kosten in geval- van slapte.
“De Batavier” heeft dat moeten” ondervinden.”
Gelijk andere .sarongwevers heeft men tijden gekend van voorspoed en van tegenslag. Toen de Japansche concurrentie eensklaps losbarstte, wankelde onze bontweverij even op haar grondvesten. Het was toen, dat van de 4 Hengelosche sarongwevers er slechts één overbleef. Op de binnenlandsche markt kreeg.men bovendien een zware concurrent aan het steeds beter wordende bontgedrukte goed en het tricotgeweven ondergoed. In die periode hebben de bontwevers met den rug tegen den muur voor hun bestaan moeten vechten en „De Batavier” heeft het gehaald.

Sedert 1936 bleek de inzinking overwonnen. In 1921 trad de heer J. H. Willink als directeur af.
Nieuwe mutaties volgden in 1931 ten tijde der groote moeilijkheden. De heer J. G. Korteling trad in de directie en wijlen de heer H. G. Dalenoord werd als bedrijfschef opgevolgd door den heer H. J. Voogd. Er is welhaast geen plaatsgenoot. of hij herinnert zich nog één der grootste branden, welke Winterswijk ooit teisterden.
In den nacht van 3 op 4 December 1937 was de hemel rossig gekleurd door een enorme vlammenzee, die met verbijsterende snelheid het verleden van „De Batavier” uitwischte. Van de oude fabriek restten slechts rookende puinhoopen. 

Als een Phoenix uit de asch herrees een nieuwe fabriek onder een verjongde directie. De heer J. Willink Azn. is overeenkomstig zijn wensch wegens gezondheidsredenen afgetreden. Zijn plaats werd ingenomen door A.Willink Jzn., terwijl de heer H. J. Voogd als onderdirecteur tevens een directieplaats innam. De heer Korteling trok zich eveneens om gezondheidsredenen uit de directie terug, doch blijft als gedelegeerd
commissaris voor „De Batavier” werkzaam. De onderlinge verhouding in het bedrijf mag goed genoemd worden. En wat zijn zakenrelaties aangaat: ter illustratie zij hier vermeld, dat er nog afnemers zijn, die 75 jaar geleden voor het eerst een order plaatsten.
Het jubileum valt in een moeilijken tijd, maar men vertrouwt ook ditmaal, de dreigende gevaren te’boven te zullen komen.

De eigenlijke herdenking zal een sober karakter dragen. In de ochtenduren van 1 Juli hopen directie en personeel een feestelijke bijeenkomst te organiseeren; des middags vindt een receptie plaats ten kantore.

Lees verder