oudwwijk
Digitaal erfgoed

Hotel Centraal

Jaren ’20

28 november 1926: B.te Hennepe

30 juli 1926, Tubantia

23 juli 1932: Gerardus Arpink
18 juli 1958: Josef Gerardus Arpink
01 februari 1968: E.J.Kienhorst
Plm.1987: van den Berg ( 3jr)
1990: Vermeulen (faillissement 31-07-1994)
1994: Aalders (voorheen slager)
Later Chinese exploitant.

Biljartclub ..Kets” van Hotel „Centraal” te’ Winterswijk, die dezer
dagen beslag wist te leggen op ’t Winterswijksche biljartkampioenschap van Afdeeling A. Van links naar rechts:
G. Arpink, H. Konings, J. Raven. A. ten Brake, H. Rengelink en S. Schwarz.
30-04-1987, NRC
Lees verder

Hotel De Klok

Voorheen Jan Hendrik Schuurman(s) (geb. 11-02-1756 Winterswijk ovl.18-12-1823), Kastelein, logement. (begin 1800) Part: Johanna Rebecca ter Baak (geb.06-01-1750 Winterswijk- ovl.07-02-1826)
G.H.Schuurmans? J.B.Schuurmans (geb.1799)?
1821: Zit er nog een J.H.Schuurmans op het logement

1831: Zit Jan Berend Bleumers op de Groene Klok
Partn: Aleida Christina Maria Schreven (ovl.15-10-1835)
1851: Zit Gardus Johannes Bluemers op de Groene Klok
(geb. 19-02-1814) tot plm.1858.

1851
08-05-1858
1859
1860

Tussen 1860-1870 Grimmelt

De Grimmelt’s

1.Christiaan Hendrik Theodoor Grimmelt (geb.25-05-1831-ovl.22-11-1903)
2.Bernard Theodoor Joseph Grimmelt ( 1873-1962)
3.Christiaan Hendrik Theodoor Joseph Grimmelt (1902-1970)

1878



Hotel De Klok 

Al in 1578 moet er een logement De Klok zijn geweest. 
De familie Grimmelt kwam uit het Duitse Gescher.
Een v.d. zoons van de fam. Grimmelt trouwde met de dochter van de toenmalige eigenaar van Hotel “De Klok”.
In 1900 werd het Hotel verbouwd en kreeg er een verdieping bij. 
Tijdelijk ging men tot 1902 naar Wooldstraat 8, het grote pand naast Restaurant De Zwaan.
Later zaten hier versch. huisartsen. Nu (2015) de Readshop em een kledingwinkel.
In 1900 was Christiaan Hendrik Theodoor Grimmelt de eigenaar.
Na zijn overlijden in 1903-22 november (direct na verbouwing) opgevolgd door zijn zoon Bernard Theodoor Joseph Grimmelt.(Overl.26 mei 1962-88 jaar-getr.met Anna Ellerbeck, overl.14 november 1950-77 jaar.)
In 1933 werd de zoon Christiaan Hendrik Theodoor Joseph Grimmelt de hotelier.(overl.24 februari 1970-67 jaar,- getr.met Maria Bloemen, overl.27 augustus 1965- 64 jaar.)
Het hotel had 28 kamers.
Rechts naast het Hotel stond het Koetshuis/garage van het hotel. 
Later werd dit het museum en weer later schoenenzaak Kappers. Nu (2015) Subway, broodjeszaak.
Het hotel werd in 1972 afgebroken en momenteel (2015) is hier Wibra gevestigd.

Familie Grimmelt van De Klok en Het Museum 

Uit: Freriks Nieuws Special : September 2009

Toen mijn grootouders in 1893 Hotel De Klok overdroegen aan mijn ouders gingen zij wonen in het vroegere woonhuis en kantoor van Notaris Roelvink aan de Satinkplas 1.
Daardoor bleven zij dichtbij en betrokken. Tussen Hotel De Klok en het huis waar mijn grootouders woonden stond een schuur. Die schuur was gebouwd, lang voordat mijn grootouders en mijn overgrootvader in 1900/ -01 het oude Hotel De Klok lieten afbreken en een nieuw hotel bouwden. De schuur werd gebruikt voor het stallen van de koetsen. De paarden gingen naar de stal achter in de tuin. De paardenstal had een grote poort naar een straatje, dat uitkwam op de Spoorstraat. Toen het automobiel zijn intrede deed, werden in de schuur aan de Satinkplas ook de voitures van de gasten ondergebracht.
In de schuur was ook een ruimte met een pomp voor het wassen van het linnen van het hotel. De schuur had een verdieping die gebruikt werd voor de opslag.
In de maanden voor de bevrijding van Winterswijk werden door de geallieerden meerdere bombardementen uitgevoerd op het spoorwegemplacement en ander strategische belangrijke doelen. Een van de bommen trof de schuur naast het hotel. De voorgevel en de binnenkant van het gebouw werden zwaar beschadigd. Ook ontstond er een regen van oranjevlaggetjes en ander materiaal dat buurman Ruepert had ingekocht met het oog op de bevrijding. Hij had het opgeslagen op de zolder van onze schuur. Door deze bom moest na de oorlog een nieuwe schuur worden gebouwd. De gespaarde achtergevel werd hoger opgebouwd zodat twee verdiepingen konden worden gerealiseerd. De nieuwe trapgevel aan de voorzijde werd getekend door architect Lamers uit Winterswijk. Er kwam een nieuw washok en opzij kwam een ingang met een (steile) trap naar de beide verdiepeingen. In de voorgevel werden de muurankers in de vorm van het jaartal van het nieuwbouwjaar 1948 geplaatst. Op  verzoek van mijn opa en naamgenoot Bernard Grimmelt werd daarbij de 9 omgedraaid. 

Zowel mijn vader, Theo Grimmelt, als mijn grootvader, Bernard Grimmelt, waren zeer goede verhalenvertellers. Zij kenden en vertelden vele oude verhalen en “social talk” over vroeger in Winterswijk en omgeving. In de tijd voor radio en tv waren verhalen en anekdoten immers een belangrijke bron van kennis en vermaak.
Mijn grootvader had daarbij ook nog een grote belangstelling voor de lokale geschiedenis. Als wij vroeger thuis kwamen met verhalen uit de geschiedenisles op school, zei hij: “Ga maar eens rustig zitten, dan zal ik je eens vertellen wat in die tijd hier in de omgeving gebeurde.”
Hij vond het belangrijk dat kennis over het oude en oeroude Winterswijk voor later werd bewaard. 
Zo kwam het dat hij vanaf het begin als bestuurslid betrokken was bij de oprichting van het Winterswijks Museum. Hij zorgde ervoor, dat mijn vader aan het museum onderdak verschafte op de twee bovenste verdiepingen van de nieuwe schuur naast Hotel De Klok.

Foto: Hans Ubbing
Trapgevel Koetshuis 1948
03 september 1929, Graafschapbode
Achterzijde
1929

Aantekeningen:
De originele Klok is in het bezit van Vereniging Het Museum.



NRC Handelsblad 09 oktober 1971

Met een vroege trein reisden we over Arnhem de Achterhoek in om een dag in Winterswijk en omgeving door te brengen — zomaar een plan dat mij al lang door het hoofd speelde omdat het een streek is waar “westerlingen” te weinig heen gaan. In die – verre uithoek van ons- land neemt Winterswijk een ietwat exclusieve positie in, helemaal aan het eind van een spoorweglus, verscholen in het groen en omgeven door vreemde namen als Corle, Miste, Ratum en Henxel, Huppel en Meddo, dauwdruppels in een fijngespannen net van landwegen. Het was woensdag, marktdag. Op het plein bij de kerk stonden rijen kramen, waar de gulden een daalder waard heet, en in de winkelstraten was het druk van auto’s. Een levendige stad, toch was er in het hart iets van ’n gedrukte stemming te bespeuren, want een van de oudste hotels ter plaatse, vanouds De Klok, in de Wooldstraat, werd juist die dag in ’t openbaar geveild. Overal in Nederland hebben horecabedrijven het moeilijk vanwege de hoog opgeschroefde lasten. De dag schijnt niet ver meer dat wij onze gezelligste hotels en restaurants allemaal kwijt zijn en dat er niets dan onzinnig-dure luxe-motels en Chinese eethuisjes overblijven (afgezien dan van de zelfbedieningszaken). In de Wooldstraat stonden lugubere verhuiswagens klaar en op het aangrenzende pleintje, dat Satinkplas heet stonden stoeltjes triest bijeen —droevig beeld van vergane glorie.
Het hotel zal wel helemaal tegen de rond gaan.

En dat gebeurde een jaar later, 1972


Lees verder