oudwwijk
Digitaal erfgoed

De Vereeniging ‘Volksfeest’viert haar gouden Jubilee.

Een populaire vereeniging  – Hoe het zonder haar vroeger was.

“Vijftig jaar Volksfeest!” klinkt het over eenige dagen in Winterswijk. En eerlang ook in andere plaatsen van onzen Achterhoek, waar innertijd het voorbeeld van Winterswijk: georganiseerde feesten in daarvoor ingerichte “feestgebouwen”, werd nagevolgd.
En daarvoor was het kermis allerwege, wie weet hoeveel eeuwen lang reeds.
Inderdaa, het blijkt wel, dat de boog niet altijd gespannen kan zijn. Ook de boog van den menschelijken geest niet. En evenmin die van de menschelijke psyche, die zoo wonder gecompliceerd blijkt te wezen. 
Hoe stemming, devoot en ingetogen wij ook uiterlijk schijnen mogen, achter de plooien van onze consciëntieuse vormelijkheid spookt toch immer nog het narrenduiveltje rond, dat af en toe zijn dag ook eens hebben moet, wil de harmonie onzen zieleroeselen niet verstoord worden.
En was het niet Goethe, die met wat andere woorden toch feitelijk hetzelfde beweerde, n.l.dat in het menschelijk wezen nog immer de vroegere kinderziel huist, de naïeve kinderziel, welke geen zorgen kent of telt, maar die speelsch is van nature en de potsierlijke luidruchtigheid mint.

“De menschelijke ziel heeft behoefte op reis te gaan, nu en dan, incognito liefst”, heeft weer een ander gezegd en het schijnt wel, of  de gemaskerde bals en de carnavals daarvoor uitgevonden zijn. En drukte een Grieksch wijsgeer op dezelfde vergelijkende wijze zich in wezen niet vrijwel eender uit, door een leven zonder feesten te beschouwen als een lange weg zonder pleisterplaatsen, waar men eens op zijn verhaal kon komen van de strakheid en eentonigheid der dagelijksche en dagenlange reis? 
Wel ja, waarom zouden we de blommetjes niet eens buiten zetten en de violen laten zorgen op zijn tijd!  De muzen of de goden willen het, zouden de ouden hebben gezegd.
En wij? Och, wij motiveeren het meestal niet, maar wij doen het intusschen ook, intuïtief en volgens onuitroeibare traditie.

Heusch, we deden het al voor Volksfeest er was. Zeker al voor 1531, toen Hertog Karel van Gelder  “die” (d.i.de burgerij) van Winterswijk haar eerste jaarmarkt gaf, te houden op 
“oer kermmnis-avont”. 
Kermis-avond, d.w.z. de dag, voorafgaande aan de kermis, die er toen dus reeds was in Winterswijk en vermoedelijk al jaren lang.
Zij viel op St. Michaël, 28 en 29 september. De jaarmarkt werd, later constant gesteld op de Dinsdag daarvoor. Dan hield ook het Weversgilde, de grootste vereeniging ter plaatse, zijn jaarlijksche potvertering, waarbij het wel eens buitensporig toe kon gaan, zoodat de overheid vaak met zware straffen dreigen moest om de jolige, maar helaas ook vechtende gezellen wat in toom te houden.
En dan ging meteen ook de burgerij onder leiding van het schuttersgilde haar jaarlijksche maskerade houden van het koningsschieten, waarvan nog in de zeventiger jaren der vorige eeuw een restje over was in Winterswijk. De griezelige gemaskerde “bielemennekes” met hun groote, bonte ruige berenmutsen op het hoofd, liepend zwaaiend met hun gevreesde bijlen voorop in den stoet van schuttersautoriteiten (kapitein, vaandrig, enz., deels te paard) en schutters en hossend publiek er achter, welke zich onder geroffel van twee tamboers en de vroolijke tonen van een Duitsch (meestal Oedingsche) kapel voortbewoog door enkele straten naar “De harmonie”, waar op een nabij terrein de kamp om het koningsschap in groote spanning werd volstreden en ten slotte het kermis-koninginneschap onder hartepopeling van het vrouwelijk toeschouwerselement de liefdekroon op het werk van den dag zette.
De bielemennekes hielden trouw de wacht en de surveillance op en om het terrein, maar zorgden zelf ook graag voor een vroolijk nummertje door met hun vuil mombakkes voor menig argeloos deernken onder hilariteit der omstanders een echte kermiskus op de schaamroode wangen te drukken.
De eere-functies in den optocht werden gewoonlijk ieder jaar op een bijeenkomst in een of andere herberg aan de hoogstbiedenden toegewezen en dat  fuifje was meestal reeds een geduchte gangmaking voor de komende kermispret, waar intusschen de kastelein de meeste zijde bij spon.
En verder?
Ja, wat gaf de kermis verder te beleven, op het marktplein b.v.of elders? 
Stel er u niet te veel van voor, lezer. Uw verwende smaak zal U nauwelijks kunnen doen gelooven, dat dat nu alles was, waar oud en jong uit die dagen al maandenlang verlangend naar hadden uitgezien.
Laten wij een tijdsgenoot aan het woord laten, die in de Winterswijksche Courant van 3 augustus 1872 ons marktplein gedurende de kermisdagen als volgt beschrijft:
“Die kermis, ’t is waar, gelijkt in niets op hetgeen men gewoonlijk daaronder verstaat. Geen stank van wafel- of vroederkramen, geen paardrijders, vlooien, koorddansers of andere acrobaten worden ons van elders toegevoegd. Geen zwakke beenen, zwakke beurzen, zwakke magen en andere zwakheden worden op de proef gesteld.
Op onze teekenachtige kleine marktplaats in de schaduw dier prachtvolle kastanjeboomen (waren ze nog maar zoo! opmerking van ons in 1938) heeft de speculatiegeest slechts een tweetal kramen opgeslagen, wier inhoud, meest uit speelgoed bestaande, vast wel ieder eene waarde van vier of vijf gulden vertegenwoordigen.
Daar verdringt zich op dien dag van het feest de voorhoede der kermisgasten, ingezetenen van tusschen vier en veertien jaar, aan beide uiteinden (haar en klompen) meestal wit, en wier wenschen op dit ondermaansche vooralsnog niet verder reiken dan een pop of een trommel.
Wat meer naar voren worden ook koek en andere versnaperingen verkocht en zoete woordjes en grappen en lepels van hout.
Gedrang, gewoel en vreugde heerscht hier in overvloed. Maar het eigenaardigste tooneel van deze kermis, iets wat nog geheel den plattenlands vaderlandschen geest ademt van langvervlogen tijden, wordt ginds langs een der zijden van het marktplein vertoond.
Daar is 
                             DE VRIJSTERMARKT  (JANNAOKESMARKT)

Daar staan een dertig- of veertigtal onzer flinke deernen, de Johanna’s, de Janna’s, de Hanna’s en de Hannekes op een rij in ’t gelid in afwachting, dat een of andere Gradus, Driekes, Hindrikjan of Gartjan op zal komen dagen om er eentje uit te pikken om mee kermis te vieren. De rij wordt dan onder gegichel even verbroken, want ze houden elkander hand aan hand of losjes met de pink even vast, maar onmiddellijk zijn de schakels van de ketting weer gesloten”.

Zoo was het dan nog in 1872.
Maar de hoofdschotel heeft onze rapporteur heelemaal niet aangesneden, alsof het voor hem vanzelf sprak; dat “we” daar wel van wisten. Dat was de herbergpret, die verder den middag en den avond vulde. Overal fidelden en jankten of schetterden de mager bezette orkestjes en noodden ten dans in de propvolle kroegen en kroegjes ter plaatse.
Daar dreunden de vloeren van het stampend gehos met plompe, zware schoenen of zelfs “stevvele” aan de voeten en daar rinkelden de glazen, die door de wijd uitwapperende jasslippen van de tafeltjes werden geslingerd, of daar slaterde het klare vocht, de jenever, over de vloer voor zoover het niet rijkelijk zijn weg door het keelgat kon vinden.
Daar stond dan de boel in ’t laatst finaal op zijn kop, daar vonkten de oogen verwilderd in het rond, daar gutste het zweet, of daar sloeg de damp van de verhitte hoofden en daar lagen de deerns half bezwijmeld, naar het scheen, in de armen hunner Adonissen te bekomen voor een oogenblik van de geweldige, maar toch zoete emoties.
Maar, helaas……………daar balden zich ook meermalen de vuisten en daar flikkerde niet zelden het mes, want daar waren veeten, die uitgevochten moesten worden, en daar was zoo dikwijls wrok of jaloezie over een ‘geloopen blauwtje”, waar een vreemde vogel in de bijt, een concurrent uit een andere buurtschap, die maar in zijn eigen wijk blijven moest, de schuld van kreeg en er niet zelfden bloedig voor boeten moest.
Inderdaad, dat was de donkere schaduwzijde van de kermispret in die dagen: veel drankmisbruik, veel dronkemansvechtpartijen en ontoereikend politietoezicht.
En zoo groef, de traditioneele vorm van het aloude kermisvermaak ten slotte zijn eigen graf.




Wel is waar hadden in de zestiger jaren der vorige eeuw ook andere omstandigheden de kermis reeds een duw gegeven.
In 1866 b.v. dreigde de gevreesde cholera aziatica naar deze streken af te zakken (allerwege en ook hier werden uit voorzorg reeds barakken ingericht; te Winterswijk het thans verdwenen melatenhuis)  en de Overheid oordeelde het daarom raadzaam in dat jaar geen kermis te houden, niet zoozeer om de ingezetenen, die haar plachten te bezoeken, als wel om de vreemde potsenmakers, orgeldraaiers, die herwaarts konden komen. Ook het volgend jaar, 1867, ging zij net door, terwijl in 1871 het de pokziekte was, die een spaak in het wiel kwam steken en andermaal de kermispret voorbij deed gaan.
En of het nu daardoor gekomen was, dat men door de gedwongen rust der voorafgaande jaren nu in eens de schade weer in wilde halen, of dat het ongelukkige toeval hier een rol had gespeeld, valt moeilijk uit te maken, maar naar de berichten te oordelen, ging het er in 1872, toen de blommetjes weer buiten gezet konden worden, en in de naastvolgende jaren met fikschen moed en…….onstuimigheid weer op los. En de gevolgen waren funest.
vooreerst bracht een ongeluk met het vogelschieten, waarbij een schutter door het springen van een geweer 9gevolg van het slechte materiaal, waarover men dikwijls beschikte) de kermispret met den dood moest bekoopen, groote opschudding teweeg, welke de kermisreputatie, die trouwens door bloedige kloppartijen reeds danig geleden had, een gevoelige knak bezorgde.
En toen kort daarop in 1874 in de steeg naast de tegenwoordige villa en tuin van mevr.de Wed.Van Eekelen een onschuldigde doofstomme jongen in een vechtende troep geraakte en door zekeren Willemsen bij vergissing doodgeslagen werd met de kolf van een geweer, gaf dit begrijpelijkerwijze het sein of de aanleiding tot bezinning.
in de Raadsvergadering van 6 Maart 1875 kwam ter tafel een adres van het Hoofdbestuur der Vereeniging tot beperking der Dronkenschap, dat een gereede aanleiding gaf om de Winterswijksche kermis in het debat te betrekken. Burgemeester Mackay kwam namens B.en W. met het voorstel ze finaal af te schaffen wegens het groote drankmisbruik en de ernstige excessen, meestal daarmede gepaard gaande.
Voor- en tegenstanders wogen in die vergadering (6-6) tegen elkaar op, maar in de volgende zitting werd met 8 tegen 4 stemmen het doodvonnis over de kermis geveld.

Reeds in Augustus d.a.v. vroeg het raadslid Esselink, of, nu de kermis ter ziele was, geen volksfeest gehouden zou kunnen worden, maar de Raad oordeelde, dat een commissie uit de burgerij daar beter voor zou kunnen zorgen. 
Tot een initiatief in die richting schijnt het nog niet dadelijk gekomen te zijn en hoelang de gemeente toen zonder een algemeende feestorganisatie gebleven is, kunnen wij niet zeggen, al werden dan Konings verjaardag of  nationale herinneringsdagen (evenals vroeger naast de kermis) wel afzonderlijk georganiseerd en gevierd.
Vast staat intusschen wel , dat een groep of commissie , waarvan de heer F.van Deun voorzitter was, voor de overbrugging van kermis naar Volksfeest zorg heeft gedragen.
Den 19en December 1888 was een vergadering samengeroepen, welke op verzoek van den heer van Deun door den heer J.G. ten Houten gepresideerd werd en waarin tot de oprichting van de Vereeniging “Volksfeest” besloten werd. de heer Ten Houten werd op voorstel van den heer Paschen tot eerlid benoemd en als voorlopige bestuursleden werden aangewezen: F.van deun, voorztitter; J.W.Poppink Azn., secretaris en E.F. ten Houten, penningmeester.
In de vergadering van 14 juni 1889 werden deze heeren definitief benoemd met uitzondering van den heer van Deun, in wiens plaats de heer P.Beukenhorst als definitief voorzitter werd aangewezen. 
Intusschen was reeds besloten een verplaatsbare tent aan te schaffen, waarin het eerste feest van de nieuwe vereeniging gehouden zou worden en wel op 29,30 en 31 Augustus, drie volle dagen maar liefst.
Met die losse, verplaatsbare tent, aan welker opbouw en afbraak telken jare heel wat voor- en napret, voordorst en nadorst verbonden is geweest, heeft het bestuur heel wat beslommeringen gehad. Meermalen bleek zij te klein en dan moesten de heeren weer naar pruisen om een grootere te bestellen.
Zij werd opgeslagen op de weide voor “De Harmonie”, waar thans de gemeentewoningen staan. Eenmaal was zij juist opgericht, toen een paar dagen voor de opening van het feest eensklaps een hevige windvlaag het gansche getimmerte neersloeg en geheel en al onklaar maakte. Toen was Holland, of liever Winterswijk, in last, maar Volksfeest had gelukkig bestuurderen, voor geen kleintje vervaard. In allerijl werd een commissie naar deventer gezonden om balken en latten te laten aanrukken, terwijl het gansche timmergilde van Winterswijk gerequireerd werd om met razenden spoed het onheil te herstellen. En het staaltje van paraatheid werd klaargespeeld met het opzienbarende geval er bij, dat het hout al hoog en droog hier was en voor een deel reeds verwerkt, toen de commissie den toren van Winterswijk weer in het gezicht kreeg. “Onopgeloste raadsels uit vroegere dagen” voegde onze zegsman er knipoogend bij.
Op den duur kon het gescharrel met de tent natuurlijk niet bevallen en zoo kwam in de vergadering van 1 februari 1898 het punt “vast gebouw” voor het eerst ter sprake. Weldra werd een commissie ingesteld, welke het zoover wist te brengen, dat naar een plan van den architect Beltman te Enschede, tot den bouw van het tegenwoordige Feestgebouw kon worden besloten.
De heer Jansen te Aalten werd de aannemer en op 30 en 31 Augustus 1899 kon er het eerste feest in gehouden worden.
Groot is het aantal pesonen dat Volksfeest in de loop der jaren als functionarissen gediend heeft, te veel om hier te noemen. Van hen, die al bij de oprichting of in de eerste jaren daarna aan de zaak van Volksfeest medewerkten, zijn er maar enkele meer in leven. Voor zoover wij konden nagaan zijn dat nog de heeren N.Willink, H.B. Poppink en schilder Nijenhuis in de Ratumschestraat.  
Voorzitters zijn lange jaren geweest, na de reeds genoemden in het begin, de heeren J.W.Hesselink JWzn., J.W.Poppink Azn. en van 1922 af tot heden de heer J.G.ten Houten Jr. Secretarissen met een lange dienstperiode waren J.F.Burgers (1907-1918) en J.Jansma (1919-1937), welke laatste nog onlangs gehuldigd is voor zijn gewaardeerde arbeid en die door den heer J.H.Colenbrander is opgevolgd. Penningmeesters met ’n respectabelen staat van dienst de heeren: E.F.ten Houten (1888-1895), J.H. ten Houten Jr. (1910-1922) en H.H. Martin (1923-1937), welke laatste zijn plaats inruimde voor den heer J.B.B.Oonk.
Het kan niet worden ontkend, dat de vereeniging vele jaren lang de burgerij van Winterswijk prettige, goed georganiseerde feestdagen bezorgd heeft, waarbij de vele fraaie bloemencorso’s zeker met den eerepalm gaan strijken.
Moge Volksfeest zijn taak nog vele jaren blijmoedig en succesvol vervullen en nog eens in staat zijn de Winterswijksche burgerij een geschenk te bezorgen, dat evenals het Feestgebouw in zijn dagen voor dezen tijd in een duidelijk gevoelde behoefte zou voorzien: een voor een plaats van 20.000 zielen behoorlijke schouwburginrichting. 

B.STEGEMAN: DE GRAAFSCHAPBODE 05-12-1938 




——————————————————————————————————————–

Met rassche schreden nadert de 19de december, op welken dag het 50 jaar geleden zal zijn, dat de vereeniging Volksfeest opgericht werd, een dag, welke voor Winterswijk’s bevolking niet onopgemerkt voorbij mag en zal gaan. Immers aan ‘Volksfeest” dankt Winterswijk de steeds geslaagde en steeds weer slagende viering van onze nationale feestdagen. Jaar in, jaar uit zorgt ‘Volksfeest” er voor, dat op de hoogtijdagen in ons nationale leven voor Winterswijk’s inegzetenen iets te beleven valt.
Aan “Volksfeest” is het te danken, dat de kermis met haar excessen vervangen is door waardiger feestviering en dat deze feestviering dient tot herdenking van Koninklijke verjaardagen en andere nationale feestdagen. Hulde aan de oprichters der vereeniging en aan de bestuursleden uit de eerste jaren van het bestaan der vereeniging, maar ook hulde aan de bestuursleden uit latere jaren en aan die van thans, die op zoo waardige wijze de eenmaal ontstane traditie hebben weten voort te zetten. 
Feestvreugde heerschte er vroeger in de oude verplaatsbare tent, feestvreugde heerscht er thans in het tegenwoordige vaste feestgebouw. Laat die feestvreugde nog in lengte van jaren blijven heerschen. Laat ons hopen en verwachten, dat als weer 50 jaren aan de thans achter den rug liggende halve eeuw gevoegd zijn, Volksfeest nog even krachtig moge zijn als de vereeniging thans is, nog steeds gedragen door de sympathie der bevolking; dat de vereeniging haar schoone tradtie zal mogen handhaven; dat zij in het bestaande of in een moderner, aan nieuwere eischen beantwoord gebouw de ingezetenen zal mogen oproepen tot viering van den geldenden nationalen feestdag en nog steeds zal mogen bijdragen tot verhooging van de Oranjeliefde en tot versterking van den band tussen Nederland en Oranje.

J.KNEPPELHOUT, BURGEMEESTER: DE GRAAFSCHAPBODE, 16-12-1938 



——————————————————————————————————————–

HET GOUDEN FEEST VAN DE VEREEN.VOLKSFEEST

WAARDEERENDE WOORDEN VAN BURGEMEESTER KNEPPELHOUT

BIJ HET GOUDEN JUBILEUM DER VEREENIGING  “VOLKSFEEST” TE WINTERSWIJK 

VELE SPREKERS  – TALRIJKE BLOEMSTUKKEN 

De Vereeniging  “Volksfeest” te Winterswijk, die jaren achtereen de bijzondere gebeurtenissen aldaar in het middelpunt van de belangstelling plaatste door haar organisatie van de feestelijkheden en daarmede deze zoo buitengewoon wist te doen slagen, werd Maandagavond in het feestgebouw op buitengweoon hartelijke wijze gehuldigd, tijdens de receptie, welke gehouden werd ter gelegenheid van haar gouden jubileum. 
Vele woorden van sympathie werden tot het bestuur gericht door de afgevaardigden van diverse plaatselijke vereenigingen en particulieren, waarvan vele vergezeld gingen van prachtige bloemstukken. 
Door een comite, dat gevormd was uit de dames van bestuursleden en aandeelhouders, werd de vereeniging “Volksfeest” een nieuw oranje-vaandel aangeboden, de volgende vereenigingen zonden bloemstukken: W.G.V., Mannekoor, W.V.C., W.O.V., Advendo, Volksfeest Miste, Excelsior, van de directie der twentse bank, Bierbrouwerij De Klok, vaandeldragers, kellners en verder personeel, fam.De meijer, frima Hooghoudt uit groningen, melkerij Besschers en de firma’s Bloemers en Wilhelm.
Aan H.M.de Koningin was ter gelegenheid van dit gouden jubileum het volgende telegram verzonden: 



De Oranjevereeniging “Volksfeest” te Winterswijk, verheugd en dankbaar op heden den 19den December te mogen herdenken haar gouden jubileum en daarmede het feit, dat zij gedurende een halve eeuw heeft mogen meewerken aan de versterking van den band tusschen het Huis van Oranje en de bevolking van Winterswijk, betuigt Uwe Majesteit en Haar Huis opnieuw hare onwankelbare trouw en aanhankelijkheid.

J.G.ten Houten Jr.
J.H.Colenbrander.
J.B.B. Oonk.

waarop “Volksfeest” het volgende telegram ontving:



H.M.de Koningin draagt mij op U en leden Oranje Vereen. “Volksfeest” Hoogstderzelven dank over te brengen voor gevoelens, vertolkt in uw telegram van heden.

De adjudant van Dienst,
ROMSWINCKEL

Oud-Burgemeester Bosma zond het volgende telegram:

Waar ik steeds hoogelijk waardeerde de wijze van werken Uwer vereeniging en erkentelijk blijf voor de wijze, waarop zij mij bij mijn komst in Winterswijk ontving en voor de sympathie, die zij mij betoonde bij mijn vertrek, feliciteer ik Uw bestuur hartelijk met dit gouden jubileum en uit ik de beste wenschen voor grooten bloei in de volgende vijftig jaren en daarna.

BOSMA 

TOESPRAAK BURGEMEESTER KNEPPELHOUT

Burgemeester Kneppelhout, die met mevrouw aanwezig was, sprak allereerst tot het bestuur. Spr. meende, dat op dezen gedenkwaardigen dag van het gouden jubileum in geen geval de burgemeester behoort te ontbreken en wilde dank brengen voor het vele, dat  “Volksfeest” heeft gepresteerd. Spr. hoopte, nu hij het 31 Augustus- en 6 September-feest heeft mogen meemaken, dat er nog vele mogen volgen. het stemde spr. tot dankbaarheid, dat de nationale feestdagen op zoo waardige wijze onder leiding van “Volksfeest” werden gevierd, die het zoo’n goede reputatie heeft gegeven. Spr. bracht ook dank aan de bestuursleden uit de eerste jaren van het bestaan der vereeniging, waarvan helaas niet 
velen meer aanwezig zijn. Als de tijd gekomen is, dat er weer een nieuwe generatie aan het bestuur is, hoopte spr., dat deze op dezelfde wijze streeft naar het doel. De burgemeester eindigde met den wensch, dat “Volksfeest” nog lang moge bestaan tot heil van de burgerij van Winterswijk.

DE HEER J.G.TEN HOUTEN JR., voorzitter van Volksfeest, dankte hierna de burgemeester als volgt: 

Uw waardeerende en vriendelijke woorden, tot ons gericht, hebben ons ten zeerste getroffen en goed gedaan. Ik dank U namens de vereeniging “Volksfeest” daarvoor ons ganscher harte en ik wil gaarne daarbij den wensch uitspreken, dat U, als Hoofd der Gemeente, onze vereeniging denzelfden steun zult blijven schenken, die Uw voorgangers ons steeds in zoo ruime mate hebben toebedeeld.
Wij kunnen dien steun niet missen, willen wij blijven wat wij zijn geweest, een vereeniging die door het vieren van de verjaardagen van ons Koninklijk Huis steeds heeft getracht het vieren van feesten op waardige wijze te doen geschieden.

Het woord was hierna aan:

MEVR.TEN HOUTEN
die namens het comte het bestuur het nieuwe vaandel aanbood.

Heden heeft Uwe vereeniging een mijlpaal bereikt, aldus Mevr.Ten Houten. Het is voor mij een eer U namens de dames van de bestuursleden en aandeelhouders van harte geluk te wenschen met dit heugelijk feit; 50 jaar is er gewerkt door Uw voorgangers en U. Veel voorspoed is er geweest, maar de laatste jaren waren moeilijk. Steeds weer wist het “Volksfeest”- bestuur de moeilijkheden te overwinnen. Ik zelf weet van dichtbij hoe zwaar dit soms was en een woord van hulde en dank komt op deze plaats dan ook toe aan Uw aftredenden secretaris den heer Jansma . Moge hij spoedig in beterschap toenemen en wij allen zijn bekende vriendelijke persoon weer in ons midden zien. Wat Uwe vereeniging voor Winterswijk beteekent, dat weten wij allen. Wij houden van Uwe vereeniging en kunnen die niet missen. Wat komt er op 31 Augustus en 1 September steeds weer een prettige stemming in onze plaats. Allen maken zich op om deze gezamelijk door te brengen. Loge’s komen van heinde en ver, want het Winterswijksche Volksfeest trekt en ook de jeugd maakt zich op om daaraan op verschillende manieren deel te nemen. Steeds weer scharen jong en oud zich eendrachtig om onze vaandels. Helaas heeft de tand des tijds daaraan geknaagd. En vooral het voornaamste vaandel, ons oranjevaandel, is er het slechts aan toe. Daarom besloten de dames van Uw bestuur en aandeelhouders U op dezen feestdag een nieuw oranjevaandel aan te bieden.
Mogen wij allen, die ons Oranjehuis liefhebben, dit vaandel in eere houden. Met den wensch, dat de Vereeniging Volksfeest groeie en bloeie, bied ik U, Mijnheer de President, namens de dames van Uw bestuur en aandeelhouders, dit vaandel aan. 

DE HEER TEN HOUTEN dankte namens de Vereeniging “Volksfeest” het comite voor dit geschenk, waarbij hij zich met de volgende woorden tot hen richtte: 

Als voorzitter van de Vereeniging Volksfeest valt mij de eer te beurt U namens de vereeniging hartelijk dank te zeggen voor Uw vriendelijke woorden in de eerste plaats, maar niet minder voor de moeite, die U zich zelf en Uwe commissie van dames hebt willen getroosten om op dezen jubileumdag aan de Vereeniging Volksfeest zoo’n pracht- geschenk aan te bieden. Wij zijn U en alle dames van de aandeelhouders dan ook zeer erkentelijk voor dit schitterende cadeau. Het is volkomen juist,wat U zeide, de tands des tijds heeft aan de vaandels, speciaal aan het Oranjevaandel, geknaagd. Ik geef U en de dames der aandeelhouders dan ook gaarne de verzekering dat gij ons geen treffender bewijs van Uw medeleven met onze vereeniging zoudt kunnen geven. 
Wij zullen dit geschenk dan ook volgaarne aanvaarden en geven U de verzekering, dat Volksfeest steeds dit vaandel in eere zal houden.
U hebt een woord van hulde gebracht aan het vele werk, dat door vroegere en tegenwoordige bestuursleden van Volksfeest is verricht en daarbij een persoon naar voren gebracht, den heer Jansma. Wel, ik kan niet nalaten deze door U genoemden heer Jansma ook even te memoreeren. Hij was tal van jaren de spil, waarom in de Vereeniging Volksfeest alles draaide. Het was zijn groote werkkracht en zijn liefde voor de Vereeniging Volksfeest, die heeft gemaakt,dat onze vereeniging de moeilijke jaren is doorgekomen, zonder ten onder te gaan. Ik wensch hem, evenals U dit deed, namens onze vereeniging ook gaarne een spoedig herstel toe.

Ten slotte wil ik de kinderen, die dit vaandel hebben vastgehouden, ook daarvoor mijn dank brengen en hen toewenschen, dat zij nog tal van jaren dit mooie Oranjevaandel door de gemeente Winterswijk mogen zien ronddragen, ter viering van de verjaardagen in ons Koninklijk Huis.

Hierna maakten tal van particulieren en afgevaardigden van diverse plaatselijke vereenigingen van de gelegenheid gebruik het bestuur van “Volksfeest” te complimenteeren . De resp. voorzitters van de vereenigingen spraken allen hoogst waardeerende woorden tot het bestuur, op wier medewerking zij bij al hunne feestelijkheden, enz. steeds konden rekenen en waarvan de hulp nog niet gemist kon worden, gaarne wilden ze hiervan nog vele jaren gebruik maken. Namens de W.G.V.  sprak de W.A. Hofs, de heer A.Renskers voor de W.O.V., de heer Miedema voor Excelsior, de heer P.Brittijn voor Winterswijks Belang, de heer P. van Loo voor het Mannenkoor, voor W.V.C. de heer G.H. te Strake, de heer G.H. Meinen voor de W.W.V., namens het personeel de heer W.Rauwerdink, de heer De Koster namens de buurtvereen. Jubern, voor de Schietvereen. Willem Tell (W.) de heer A. van Gelder en de heer W.B.Lize voor den Middenstand.

Het officieele gedeelte was hiermede ten einde. Alvorens met het concert te beginnen dankte de voorzitter de aanwezigen voor hun belangstelling.
Het is mij niet mogelijk na de vele blijken van belangstelling en de verschillende woorden, die zijn gesproken, elk afzonderlijk daarvoor namens de Vereeniging Volksfeest dank te betuigen, aldus de heer J.G. ten Houten Jr. Daarom hoop ik, dat allen, die door het schenken van bloemen of op andere wijze van hun belangstelling in ons 50-jarig jubileum hebben doen blijken, genoegen zullen nemen met deze algemeene dankbetuiging.
Ik geef U allen gaarne de verzekering, dat deze door U betoonde belangstelling door ons, zoowel bestuur als de geheele vereeniging, op hoogen prijs wordt gesteld. 




Vervolgens richtte spr. zich tot den jubilaris in de Vereniging Volksfeest, den heer H.Poppink, die vanaf de oprichting bestuurslid is en steeds met enthousiasme zijn geheele persoon voor Volksfeest heeft gegeven. Voor het vele werk dat de heer Poppink voor de vereeniging heeft gedaan en nog doet, bracht spr. hem een woord van oprechten dank namens de mede-bestuursleden, die hem zeer waardeerden. 

De beide plaatselijke muziekvereenigingen, de W.O.V. en Excelsior, speelden in het verdere gedeelte van den avond afwisselend enkele concertnummers, waarna ze ook gezamelijk de balmuziek verzorgden.
Tot 1 uur werd er nog gedanst, onder leiding van den heer Joh.Pecht, waarbij het aan gezelligheid niet ontbrak. Afgewisseld door enkele attracties is het een echte Volksfeest-avond geworden en dus geslaagd. 


DE GRAAFSCHAPBODE, 21-12-1938


(De heer J.Jansma is na een langdurige ziekte zaterdag 14-01-1939 op 66-jarige leeftijd overleden. Jansma was oud- hoofd School C, oud-leraar Ambachtsschool en oud-leraar Rijks Normaalschool)



 










Lees verder