oudwwijk
Digitaal erfgoed

Kranten 1851-1860

Koornmolen Winterswijk

ZATERDAG 14 AUGUSTUS 1852, Nieuwe Rotterdamsche Courant

Te Winterswijk is dezer dagen een koornmolen voltooid, die door togt in beweging wordt gebragt. Het is een houten gebouw van piramidalen vorm, voorzien van kleppen, die naar welgevallen geopend en gesloten kunnen worden; de wind, door de openingen spelende, brengt windvleugels in beweging, die met het radarwerk in verband staan, en alzoo de steenen voortdrijven. Het model van dezen molen is uit Noord-Amerika gezonden door twee molenmakers, die daarmede aan hunne vorigen baas eene dienst wilden bewijzen. Deze molen zal eerstdaags in werking worden gesteld; zijnde de proefnemingen, zoo men verneemt, naar wensch gelukt.

Aanleg weg Winterswijk- Oeding

DINSDAG 14 SEPTEMBER 1852, Nieuwe Rotterdamsche Courant

HERBESTEDING
Op Dingsdag den 28sten September 1852, des middags ten 12 ure, in het Wapen van Gelderland te Vorden:
Het aanleggen van eene Aardebaan, van Winterswijk naar Oedink, gedeelte van Winterswijk tot de Pruisische grenzen en het begrinden van dien.

Gearresteerd twee Duitsers

 ZATERDAG 29 JANUARIJ 1853 , Nieuwe Rotterdamsche Courant

ARNHEM
Heden is ter teregtzitting van het provinciaal geregtshof van Gelderland behandeld de zaak van Wilhelm Keil,zich noemende Gustaaf Scheffer, oud 29 jaren, blauwverwer te Eiberfeld en Bernard Konig, zich noemdende Johan Sommer, oud 31 jaren, slager te Manheim, beschuldigd van gewelddadig verzet en grove verwonding op den 31sten October 1852, onder Winterswijk, jegens en op  C.H.W.Spoelder, geregtsdienaar en buitengewoon veldwachter J.H.Boegnik, veldwachter, beiden te Winterswijk gestationeerd.

Uit het onderzoek is gebleken dat de beschuldigden eenige dagen te voren uit het tuchthuis te Munster, waar zij terzake van diefstal voor den tijd van vijf jaren waren gedetineerd, uit gebroken zijn, en van wege de Pruissische overheid, met nog een derde, als zeer gevaarlijke booswichten ter aanhouding waren gesignaleerd; – dat zij in den nacht van den 30sten, op den 31sten October met braak en inklimming diefstal hadden gepleegd te Sudlohn, en des anderen daags binnen Winterswijk waren gekomen, zoowel om hunnen buit, bestaande vooral in kleedingstukken en gouden sieraden, te verkoopen, als om zich vuurwapenen te verschaffen; dat zij daar als verdachte vreemdelingen in het oog zijn gevallen, zoodat hunne aanhouding door den commissaris van policie is bevolen, terwijl zij zich verwijderden na wat gestolen goed verkocht te hebben, doch zonder er in geslaagd te zijn om wapenen te vinden; dat zij door de opgemelde politie-bedienden op eenigen afstand zijn achterhaald, hebben die beambten in hunnen ijver verzuimd zich van iets anders dan van hunne stokken te voorzien; dat een moorddadige aanval  door de beschuldigden op de politiebeambten heeft plaats gehad, waarbij deze  opvolgelijk ontwapend en bewusteloos zwaar gewond tegen den grond geslagen zijn; – dat het evenwel dien beambten, die zich, ondanks bloedverlies en uitgeputheid, nog bij afwisseling onderling  te hulp  hebben kunnen komen, gelukt is de beschuldigden staande te houden, totdat door een gelukkig toeval  twee landlieden hebben ontdekt, wat er voorviel en de policie bedienden te hulp zijn gekomen, en dat daarna de beschuldigden hebben kunnen aanhouden en naar Winterswijk overgebragt; terwijl meer gemelde beambten daar bedekt met wonden en kneuzingen zijn aangekomen, dragers van de op hen stuk geslagen rietstokken en van het tegen hen gebezigd mes.

Het is ter teregtzitting opgevallen dat de twee  beschuldigden, vooral de eerste, zijn mannen, van ongewone gestalte en kracht, terwijl de beide policie-bedienden integendeel kleine personen zijn.

De geregtsdienaar Spoelder was op de audientie drager van een stok met zilveren knoop, waarop een toepasselijk opschrift was gegraveerd en hetwelk hem in aandenken van zijn manmoedig gedrag  door den heer Goossens, te Winterswijk, is geschonken.
De beschuldigden hebben eene zeer stoutmoedige houding aangenomen en zich beroepen op zelfverdediging als reden van hun verzet.
De president van het hof heeft, namens hetzelve, bijzondere tevredenheid betuigd over het gedrag der policie-beambten, wien het gelukt is, twee zulke gevaarlijke boosdoenders in handen der justitie te brengen met gevaar voor hun eigen leven.

De advocaat-generaal heeft  bij deszelfs requisitor meer bij zonder doen uitkomen het gewigt der aanhouding ten deze  door de plaatselijke policie van Winterswijk gedaan, en de kwaadaardigheid der twee beschuldigden, wier antecedenten en onverschrokkenheid een ieder voor hen  moest doen beven. Hij heeft  daarna in krachtige woorden hulde gedaan aan de eervolle  wijze waarop de policie-bedienden, die de aanhouding hebben gedaan zich van hunne taak  hebben gekweten, en den wensch uitgedrukt, dat zich voor de hooge regering, de gelegenheid mogt opdoen, om die naauwgezette en moedige  pligtsbetrachting te beloonen. Hij heeft tenslotte geeischt, dat de beschuldigden tot het maximum der straf, door de wet bedreigd, zouden worden verwezen.

Mr.Heijmans,ambtshalve verdediger van de beschuldigden heeft verklaard in de elementen van het debat, geene gronden tot ernstige wederspraak te vinden en slechts met enkele woorden eene bedenking tegen de kwalificatie ingebragt.
Het hof heeft daarna  de beschuldigden tot te pronkstelling en tienjarige tuchthuisstraf veroordeeld.

AANBESTEDING

16 MAART 1953, Arnhemsche Courant

Op Zaturdag den 26sten Maart 1853 , des voormiddags ten 11 ure, zal onder nadere approbatie, door Commissarissen uit het gemeentebestuur van Winterswijk , voor den aanleg van een Kunstweg tusschen Winterswijk en Bredevoord , op het Gemeente-Huis te Winterswijk worden aanbesteed :
Al de WERKEN tot den AANLEG der AARDEBAAN en KUNSTWEG met de LEVERANTIE en TRAINSPORTEN van der vereischt wordende MATERIALEN over eene lengte van 6723 El.
Deze besteding zal geschieden bij inschrijving en opbod.

Dochter Lindehovius-meijerink

WOENSDAG 5 DECEMBER 1855, Algemeen Handelsblad

Heden beviel voorspoedig van eene welgeschapene DOCHTER, J.G.LINDENHOVIUS,
geliefde echtgenoote van                       G.H.MEIJERINK
Winterswijk, 1 December 1855

H.W.Ribbink J.H.Plekenpol

WOENSDAG 12 JANUARI 1859, Algemeen Handelsblad

Z.M.heeft H.W.Ribbink en J.H.Plekenpol, te Winterswijk, vergunning gegeven tot het dragen van het hun door Z.M.den Koning van Pruisen verleende algemeene eereteken, wegens verdiensten bij den Staat, voor betoonde hulp bij den brand te Vreden, op 4 en 5 Aug.1857

Lees verder