oudwwijk
Digitaal erfgoed

Algemene begraafplaats

Kerkhoflaan

Op ‘t karkhof in mien dörpken

Op ‘t karkhof in mien dörpken,
Daor kom ik altied waer,
‘k Vergaete hael de waereld,
En denke allene an aer

Bi’j’t karkhof in mien dörpken,
Daor löp’t veur miej ens af,
En ‘k röste nargens lever
Dan bi’j mien Moders graf.

Op ‘t karkhof in mien dörpken,
Daor lig in’t kolde graf
Zee, dee mej’t haerlijk laeven
En niks dan leefde gaf.

Op ‘t karkhof in mien dörpken,
Daor slöp ze jaoren al,
Mien leve, beste Moder,
Dee’k nooit vergaeten zal.

Henk Priester, 1865-1939
Uit: ‘t Wenters, de taal van uns harte, 2001

Sinds 16 november 1908
Eerste graf afd.D. Fa.Ga Meerdink huize “De Dreejer”, Kotten
Op Afd.A. Comelia Henriette van Riemsdijk—Blois van Treslong, 5 Dec. 1908.

De nieuwe begraafplaats, die door een firma Groenewegen uit De Bilt was aangelegd, werd zonder enig vertoon opengesteld.
Direkt al de eerste dag had er een ter aardebestelling plaats, nl. die van de 21-jarige Frederika Johanna Meerdink uit Kotten, die op 13 november 1908 was overleden.
Het oudste gedeelte van het kerkhof ligt tegenover de hoofdingang bij de oude bomen. In 1925 werd ’n uitbreiding van de begraafplaats aanbesteed. Deze werd in het begin van de jaren dertig uitgevoerd.
Voor het ophogen werd zand van de Hoge Wieber gebruikt.
De heer Beijers, die tót 1965 chef van de begraafplaats was, kan zich nog herinneringen, dat dit ruwe zand er lag en hij heeft zelf geholpèn met de aanleg van het nieuwe gedeelte. Hij heeft ook de vreselijk moeilijke tijd in de oorlog meegemaakt. Dag en nacht moest hij toen paraat staan om overal de slachtoffers van vliegtuigongelukken, bombardementen e.d. op te halen. De heer Beijers heeft de vaak deerlijk verminkte lijken allemaal zelf moeten ophalen en dat was een moeilijk karwei, waar hij het liefit maar niet meer aan terugdenkt. Er stonden altijd zo’n veertig doodskisten in het lijkenhuisje klaar om in geval van nood direkt te kunnen gebruiken.
Het dodenhuisje werd in die dagen nog wel als zodanig benut, maar na de oorlog niet meer. In zijn tijd kwam ook de militaire begraafplaats voor de Duitsers en geallieerden tot stand. Later zijn de Duitse militairen naar een andere, grote ere-begraafplaats overgebracht.
Direkt na de oorlog is de heer A.J Renskers van gemeentebedrijven nog heel Winterswijk en de buurtschappen afgefietst om op te tekenen, waar in de laatste dagen van de oorlog militairen waren begraven.
Deze waren toen op de plek begraven, waar ze gesneuveld waren, bv. achter in het Woold, in Miste, Brinkheurne en Ratum.
In 1951 werd een jonge Duitse militair, Gerhard Klopper ut Augsburg, de op 30 maart 1945 op een landmijn was gestapt en omkwam, opgegraven bij de Toebesbrug in Kotten.
Hij werd overgebracht naar een ere-begraafplaats elders in het land.

Begrafenis naar Algemene begraafplaats
Foto: Jan Tenbergen

Herman Beijers – Doodgraver – 33 jaar -1932-1965
Geb:13-02-1900 Winterswijk
Ovl: 22-02-1983 Winterswijk
Echtg: 19-02-1921 Winterswijk
Johanna Hermina Tragter
Geb: 01-07-1901 Winterswijk
Ovl: 05-08-1965 Winterswijk

Na eigen zeggen tussen de 4000-5000 graven gedolven.
Samengewerkt met J.Stemerdink (ovl.plm.1960)
Voorheen doodgraver Lijftogt, nadien G.van Doorn

Herman Beijers herinnerd zich (1965)
het lugubere werk van de zgn. opruimingsploegen, 10 a 12 vrijwilligers die met hem dag en nacht gereed moesten staan om stoffelijke resten te bergen van slachtoffers van bombardementen, verongelukte geallieerde vliegers e.d.; hij herinnert zich de levensgevaarlijke begrafenissen op het eind van de oorlog, die tenslotte alleen in de vroege ochtend of de late avond konden worden verricht; hoe eens een begrafenisstoet bij het zien van duikende vliegtuigen links en rechts over het ‘kerkhof uiteenstoof; hoe op het allerlaatst lijken werden begraven in omhulsels van latten en karton en toen ook dat er niet meer was in linnen zakken.
Een heel apart hoofdstuk in dat oorlogsboek is de 10e januari 1945.
Op de avond van die dag om precies te zijn: zeven minuten voor elf! sloeg een uit de koers geraakte V-l met een enorme knal in vlak voor de ingang van het kerkhof èn voor de woning van Beijers.
Die herbergde op dat moment liefst 17 personen (familieleden en kennissen uit de omgeving van het station -waar het zo gevaarlijkwas…), van wie vele kinderen. Geen raam, geen deur, geen kozijn zat er nog op z’n plaats en het dak kon bij wijze van spreken elk moment naar beneden komen.
Het kwam gelukkig niet en zo is het wonder te verklaren, dat er niemand ook maar een schrammetje had opgelopen. Maar ik weet nog heel best, dat ik in adamskostuum inde sneeuw heb rondgelopen, herinnert Beijers zich.

Lees verder