oudwwijk
Digitaal erfgoed

Monument ‘Tante Riek’

Zie ook Tweede Wereldoorlog – Mevr.Kuipers-Rietberg

12 april 1955
Bron: www.delpher.nl

Voetstuk geplaatst door leerlingen Technische school o.lv. leraar J.W.Gijsbers in de paasvakantie 1955.
Voorzitter comite: J.R.Verwers
Datum foto: 12-04-1955

Bron: www.delpher.nl
\

H.K.H. Prinses Wilhelmina arriveert

04 MEI 1955

Alles maar dan ook „alles” was goed geregeld, met het oog op de komst van de hoge Gaste. Alle onbewaakte overwegen, waarlangs de Koninklijke trein Winterswijk naderde, waren „bewaakt” door spoorwegpersoneel en politie; op het perron was een verhoogd plankier aangebracht, waarvoor het Koninklijk rijtuig precies stil hield. Hier waren o.a. de Commissaris der Koningin, Jhr. Quarles van Ufford en Burgemeester J. Vlam ter begroeting aanwezig.
De derde klas wachtkamer was omgetoverd ineen voorname receptiezaal, waar H.K.H. zich enige ogenblikken met Haar gevolg en de ter begroeting aanwezige gasten ophield.
Door de speciaal nog aangebrachte nieuwe buitendeur van de wachtkamer begaf de Prinses zich tegen elven naar buiten, waar Haar auto’s gereed stonden.
In dikke rijen stond het publiek bij het station opgesteld; een dertigtal rijksveldwachters zorgde hier voor de afzetting; vriendelijk wuivend in de langzaam rijdende auto vertrok H.K.H. naar het Plantsoen bij het Gemeentehuis, waar de onthullingsplechtigheid zou plaats vinden.
ledereen wuifde terug; en nog wat onwennig maar hartelijk bedoeld weerklonk uit vele monden het „Leve de Prinses!” ,
Overal in Winterswijk hingen de vlaggen halfstok, Overal stond een dikke haag mensen langs de straten geschaard, waar de Koninklijke stoet langs reed.
Dat oud-koningin Wilhelmina, de „Moeder van het Verzet”, deze dag in ons midden was en het standbeeld onthulde voor „Tante Riek” en voor alle vrouwen, die hun plicht voor het vaderland deden tot in de dood dat gaf wel een bijzondere kleur en nadruk aan deze dag voor Winterswijk!

Moeder des Vaderlands – Moeder van het verzet

Prinses Wilhelmina onthulde monument Mevr. Kuipers-Rietberg

TWEE VROUWEN: moeder des vaderlands en moeder van het verzet.
Er is nooit een innerlijker confrontatie tussen deze beide Vrouwen geweest dan vanmorgen in Winterswijk. De regen, die de gehele morgen uit een grauwe lucht was neergesijpeld, had opgehouden en de zon brak met enkele verwarmende stralen door.
Een vogel speelde met de kleine kluitjes aarde aan de voet van het monument van „Tante Riek”, het was een duif
Een paar seconden geleden had H.K.H. Prinses Wilhelmina het monument, ter herdenking van mevr. Kuipers-Rietberg onthuld. Daarna trad zij enkele passen achteruit en aanschouwde met opgeheven hoofd het monument.
Dit was het moment, waarop velen hun ontroering niet meer meester konden blijven. Het was het moment, waarop men zich niet alleen realiseerde, maar waarop men, meer dan ooit daarvoor, diep doorvoelde, dat er een hechte band is tussen tante Riek, de moeder van het verzet en prinses Wilhelmina, de moeder des vaderlands, en vanmorgen, aan de voet van het monument hebben allen gevoeld, wat wij in de barre oorlog aan deze vrouwen, en aan zoveel andere vrouwen tevens hebben te danken.

De moed van „Tante Riek” en van alle vrouwen herdacht en geëerd

H.K.H. Prinses Wilhelmina met Jhr. de
Jonge, kamerheer i.b.d. en de heer J. R. Verwers, voorzitter van het Comité.

Het monument voor ‘Tante Riek’ is een monument voor alle Nederlandse vrouwen in het verzet, in het bijzonder voor Helena Kuipers-Rietberg, schuilnaam Tante Riek. Het monument werd op 4 mei 1955 onthuld door prinses Wilhelmina in Winterswijk. Op 4 mei 1961 werd het monument opnieuw onthuld, omdat het op een hoger voetstuk was geplaatst

Het monument bestaat uit een staande vrouw met een jong, opgejaagd hert. De vrouw symboliseert de vrouw in het verzet die de vervolgden, weergegeven in het jonge hert, beschermt. Het monument is in 1953 ontworpen door de Amsterdamse beeldhouwer Gerrit Bolhuis. Het beeld stond in eerste instantie op een lage bakstenen sokkel. In 1961 werd het beeld op een hogere bakstenen poort geplaatst.
Aan de zijkant van de poort staat een tekst:DE VIJAND WEERSTAAN

Ook zit er een plaquette op de bakstenen poort met een gedicht van F.C. Zwaal, een Winterswijkse predikant, deze luidt:
’T GELOOF HEEFT HAAR GEDRAGEN,DE LIEFDE GAF HAAR KRACHT,DE HOOP DEED NIET VERSAGEN,TOT REDDING WAS GEBRACHT

Voor de poort staat een plaquette voor Tante Riek. Hierop is het portret van haar te zien, uitgevoerd in brons. Ook deze plaquette is ontworpen door Gerrit Bolhuis. De tekst erop luidt:HIER STAAT U VOOR HET MONUMENT DAT OPGERICHTWERD TER NAGEDACHTENIS AAN MEVROUW H.T. KUIPERS-RIETBERG(TANTE RIEK) EN TER ERE VAN DE NEDERLANDSE VROUWEN IN HET VERZETTANTE RIEK NAM HET INITIATIEF TOT OPRICHTING VAN DE LANDELIJKEORGANISATIE VOOR HULP AAN ONDERDUIKERS (DE L.O.) DIE IN DEOORLOGSJAREN 1940-1945 ONGEVEER 300.000 ONDERDUIKERS VERZORGDEEN DAARDOOR ZEER BIJDROEG TOT DE BEVRIJDING VAN ONS VADERLANDZIJ WERD GEBOREN 26 MEI 1893 TE WINTERSWIJK EN STIERF OP27 DECEMBER 1944 IN HET CONCENTRATIEKAMP TE RAVENSBRÜCKH.K.H. PRINSES WILHELMINA DER NEDERLANDENONTHULDE DIT MONUMENT OP 4 MEI 1955
Bron: Wikipedia

Foto: M.Naaldenberg
Bron: www.delpher.nl
Deze mogelijkheid krijg je zelden
Precies op de juiste dag, de juiste tijd en het juiste weer genomen.
08-01-2021
Foto: Frank Bosvelt
Lees verder

Jacob Hemelrijk

Geboren: 14-02-1888 Winterswijk
Overleden: 10-02-1973 Bergen (N.H.)
Ouders: Marcus Hemelrijk (1858-1942) en Dina Strausz (1860-1894)

Naar het verhaal van Leo Hemelrijk. IN BEWERKING

De brief in een spiegel

1988:
Een dame in Londen loopt een tweedehands winkeltje binnen en ziet daar tussen alle curiosa een prachtig ingelijste spiegel.
Ze besluit de spiegel te kopen en een mooie plaats te geven in haar woning.
Echter, bij het ophangen gaat het helemaal fout.
De spiegel dendert met een daverende klap op de grond en valt uiteen. Tussen de scherven vind ze een oude envelop met lange brief in het Nederlands.
De vrouw kon de inhoud echter niet lezen en ze borg de enveloppe op in een la.

1996:
De dame in Londen krijgt een vriendin op de thee en in het gesprek komt de al acht jaar in de la liggende brief met envelop la ter sprake.
De vriendin vertelde haar dat Liz Barnes van de BBC getrouwd is met een Nederlander, wellicht kan zij helpen met deze mysterieuze brief.
Aldus geschiedde en zo werd de inhoud van de brief bekend.
De brief was geschreven door Leo Hemelrijk, zoon van Jacob Hemelrijk. Jacob Hemelrijk is geboren in Winterswijk op 14 februari 1888.
Leo heeft de tekst geschreven in de brief, welke zijn moeder Dit hem dicteerde.
De brief kwam vanaf hun onderduikadres in Putten en was gericht aan Leo’s broer Jan in Amsterdam met de mededeling:
‘vader is gearresteerd is doodgemarteld’
De verdere details over het drama intrigeerde Liz Barnes zo zeer, dat ze besloot er een reportage over te willen maken en januari 1997 kwam ze met regisseur Simon Elmes naar Putten.

Ze wilde het verhaal weten achter de brief in de spiegel uit Londen.

In 1944 moest de Familie Jacob Hemelrijk (14-02-1988 Winterswijk) uit Bergen i.v.m. met de bouw v.d. Atlantic Wall onderduiken op de bovenverdieping in de d’ Eekhoorn op de hoek van de Pr.Hendrikweg en Emmalaan te Putten.
Het huis was geregeld door een broer van Dit de Jong, de vrouw van Jacob Hemelrijk.
De familie de Jong was niet van joodse afkomst.
Jacob Hemelrijk (56), Dit (56) en zoon Jaap (19-de jongste zoon) Leo (27). de andere zoon met zijn vrouw Vera en baby Miriam (2mnd) kwamen op 31 augustus 1944 aan op het onderduikadres en verbleven in het achterliggende piepkleine zomerhuisje, genaamd de Koepel.
Het was de eerste kennismaking van baby Miriam, het eerste kleinkind, met haar grootouders.
Zoon Jan (26), hoofd van een kleine geraffineerde verzetsgroep, bleef ondergedoken in Amsterdam.
Leo en zijn vader Jacob hebben de vrijdag en zaterdag (1 en 2 september) bijna uitsluitend met elkaar doorgebracht.
Luisterend om de beurt naar de goed verstopte radio in een dubbele muur en gepraat over de geallieerde opmars in Frankrijk tot aan de Belgische grens.
Het klonk allemaal heel hoopgevend.


Echter op 01 september 1944 had de vuile Opperwachtmeester Egbert Otter van de Marechaussee te Putten een anoniem briefje gekregen met de tekst: ‘Jood met radio houdt zich schuil Prins Hendrikweg 59’
Zaterdag 02 september, vlak na middernacht:
Er wordt geramd op de deur van d’Eekhoorn:
Opperwachtmeester Egbert Otter, vijf landwachters en een politiehond. Maar Jacob Hemelrijk zou Jacob Hemelrijk niet zijn, als bij een inval hij hier niet op voorbereid zou zijn.
Hij had voortreffelijke ‘officiële papieren’ geregeld met de naam:
Benjamin Jacobus Johannes Piekaar.
Niet van echt te onderscheiden. Maar heeft hij geen andere fout gemaakt, al in 1938?
In 1938 was hij ernstig ziek geweest en verbleef op medisch advies een tijd in Zwitserland. Ook had hij rekening gehouden met de liefdevolle brieven die hij in die periode aan zijn vrouw Dit had geschreven en deze laten verdwijnen, zodat ook deze geen roet in het eten kunnen gooien.
Maar de toen nog kleine Japie (13) heeft toen ook van zijn vader uit Zwitserland post gekregen.
Een foto van zijn vader, met op de achterkant geschreven:
‘Voor Japie, opdat hij zijn vader niet zal vergeten’.
En Japie heette Hemelrijk.

OPENEN

Zaterdag 02 september 1944, vlak na middernacht:
Er wordt geramd op de deur van d’Eekhoorn:
Opperwachtmeester Egbert Otter, vijf landwachters en een politiehond.
Met veel lawaai wordt de deur geforceerd en rennen ze de trap op.
Binnen werd ijlings de rollen aangenomen bij een eventuele inval.
Hier woonde Dit (Hemelrijk) de Jong met haar zoon Jaap en de bevriende logé van de familie Benjamin Jacobus
Johannes Piekaar (Jacob)Vader en moeder sliepen op twee smalle bedden op een v.d.vier kamertjes en snel ruilde vader Jacob met zijn zoon Japie van slaapplaats en heette vanaf nu Benjamin.
De radio moest gevonden worden en de Jood.
De vreselijke overval was begonnen.
Ze stormden de kamers in.
Dit en Japie op de ene slaapkamer en ‘Benjamin’ op de andere slaapkamer.
Opperwachtmeester Egbert Otter controleerde de persoonsbewijzen, waaraan weinig te op te merken was en verhoorde daarna eerst in het huiskamertje Dit en daarna ‘Benjamin’
Twee landwachters haalden alles overhoop op zoek naar de radio, maar tevergeefs.‘Waar is je radio, vuile jood? brulde Egbert Otter‘
Ik zal hem vinden al is hij nog zo goed verstopt’
Opperwachtmeester Otter raakte steeds meer gefrustreerd.
Schreeuwend en vloekend liep hij door het huis. ‘Waar is nou die radio? Niet alleen de radio was niet te vinden, ook Jaap (19) was verdwenen.
Zoon Jaap was op een onbewaakt ogenblik half naakt door het raam gevlucht, vier meter naar beneden gesprongen, rennend door het stormachtige bar slechte weer.
Zo hard als hij kon richting het bos, waar hij in het donker verdween,
Het barre weer van die nacht heeft hem daarbij geholpen. De landwacht buiten met de gevaarlijke zwarte politiespeurhond waren binnen gaan schuilen. Binnen ging de zoekactie door.
Alles werd grondig doorzocht. Maar geen radio.
Ook Jaap’s achtergebleven kleren werden doorzocht en daar vond Otter een notitieboekje en de foto van zes jaar geleden.
De foto van ‘Piekaar’ met ‘Voor Japie, opdat hij zijn vader niet zal vergeten’ Ook al ontkende ‘Piekaar’ dat hij het was op de foto, hij kreeg van Otter een harde klap in zijn gezicht, terwijl een landwachter hem gruwelijk in zijn rug trapte.
Er kwam een einde aan de drie uur durende inval en ‘Piekaar-Jacob’ werd geboeid afgevoerd naar het politiebureau.
Niets wordt daarna meer vernomen van Jacob Hemelrijk.
Tot 11 september 1944:

Het bericht komt binnen, dat Jacob Hemelrijk in gevangenschap is doodgeschoten. Er rest Jacobs vrouw niets anders dan de kinderen op de hoogte te brengen:
12 september 1944:‘Lieve kinderen, Het zal hoogstwaarschijnlijk alles al achter de rug zijn:
Vader is dood. Dineke heeft gisteren ten einde raad Abas van de Joodse Raad in Arnhem laten bellen naar de marechaussee-kazerne, waar hij Otter of Feenstra aan de lijn kreeg,
‘Hebt u een meneer Hemelrijk gehad? ‘ ‘Ja’: ‘Wat hebt u met hem gedaan?’ Die hebben we doodgeschoten’

Jacob Hemelrijk werd dezelfde zaterdag 02 september 1944 meegenomen naar het politiebureau op de hoek Achterstraat-Voorthuizerstraat.
Daar werd Jacob uitvoerig verhoord in gezelschap van de vijf landwachten.
Deze vijf waren vermoeid, lurkten aan hun sigaret en hingen slaperig over hun stoel.
Bij het zien van deze vijf dacht Jacob: “Er is een weg naar de vrijheid, een zeldzame collectie onnozele misdadigheid”
Daarna werd hij naar zijn arrestantenhok gebracht.

Zondagmorgen 03 september werd Jacob uit zijn cel gehaald en in zijn bijzijn overlegden opperwachtmeester Otter en Oosterink met een Duitse politieman over Jacobs identiteitsbewijs van Benjamin Piekaar.
De Duitser constateerde: “ganz und gar in Ordnung”.
De Duitser wendde zich tot Egbert Otter: “Rufe die Gemeinde an und wenn es stimmt, so lass ihn gehen”.
Otter antwoordde: “Das geht vandaag niet, maar morgen wohl,” in zijn eigen Duits. “ Es ist jetzt Zondag”

Jacob Hemelrijk werd daarop teruggebracht naar zijn cel.
Daarna gaat het helemaal fout. Er wordt door een actief lid van een verzetsgroep, de plm.23-jarige Loek Lansdorp, een poging ondernomen Jacob te bevrijden uit het politiebureau, maar Oosterink weet dit te voorkomen en ook Loek Lansdorp wordt hierop gearresteerd.
Nog dezelfde zondagavond werden Jacob en Loek, aan elkaar geboeid afgevoerd naar Arnhem.
Het verzet sliep niet en onderweg van Putten naar Arnhem zou nog i.s.m.de chauffeur, die ook betrokken was bij het verzet, een bevrijdingspoging gedaan worden, echter hiervoor kwam men te laat.
Nog voor middernacht werden Jacob en Loek naar de sadist overste Jacob Feenstra gebracht, gewestelijk politiecommandant en hier begint een ware hel.
Daar werden beide onbarmhartig, nog steeds aan elkaar geboeid, met een gummiknuppel afgerost, door Feenstra, Egbert Otter, de a.s.schoonzoon van Feenstra Huizinga en wachtmeester Lanting.
Het bloed stroomde Jacob daarbij van zijn hoofd en gutste uit zijn neus, als een open kraan.
Daarna pas werden beide gescheiden en werd Jacob in de naastgelegen keuken gelast plat op twee stoelen te gaan liggen, waarna de mishandelingen doorgingen.

Het was inmiddels maandagmorgen 04.00 uur en beide, Jacob was zo goed als bewusteloos, werden overgebracht naar het S.D.-kantoor aan de Utrechtseweg.
Daar werden Jacob en Loek met hun gezicht naar de muur verder verhoord door een Duitse politiechef, bijgestaan door een op en neer lopende Duitse beul met houten hamer.
Daarna werden beide naar de cellen in de kelders gebracht.
Bij het naderen van de diepe trap, voelde Jacob aan dat hij naar beneden geschopt zou worden en als een opgerolde kat duikelde hij naar beneden. Zwaar gehavend werden beide in een aparte cel geduwd.
Ze zullen elkaar daarna nooit meer terugzien . (Loek is overleden of gefusilleerd 3-5 september)

Jacob is geheel gebroken in zijn cel. Eenzaam op de stenen bank, dat tevens als bed diende, haalde hij uit zijn broekzak de twee buisjes die Dit, zijn vrouw had meegegeven.
Met een stomp nagelschaartje sneed hij zo goed en zo kwaad dat ging zijn beide polsen open.
Op de grond verschenen twee bloedplassen. Daarna slikt hij alle tabletten uit de beide buisjes weg: 8 slaappillen en 12 aspirines.
Hij strekte zich uit op de stenen bank en doezelde in slaap……………………………

IN BEWERKING

Jacob Hemelrijk is geheel gebroken in zijn cel. Wetende welk lot hem als jood in Duitse moordenaarshanden te wachten stond, had hij met een stomp nagelschaartje zo goed en zo kwaad dat ging zijn beide polsen open gesneden. Op de grond verschenen twee bloedplassen. Daarna slikt hij alle tabletten uit de beide buisjes weg: 8 slaappillen en 12 aspirines. Hij strekte zich uit op de stenen bank en doezelde in slaap.A U F S T E H E N…………………….maandagmorgen 04 septemberVerdwaasd kwam Jacob even bij, realiseerde dat hij niet dood was en om zijn beide polsen verband was aangebracht. En hij zakte weer weg in een diepe bewusteloosheid.Toen Jacob weer bij kwam ,bemerkte hij dat hij vervoerd werd in een vrachtwagen, liggende tussen meerdere gevangenen.Het was inmiddels woensdagmorgen 06 september 1944, 02.00 uur.‘Bijna twee dagen was Jacob bijna geheel van de wereld geweest.Houd je rustig’, fluisterde een gevangene, ‘we komen misschien vrij’ De gevangene putte waarschijnlijk zijn hoop uit de geallieerde opmars. Een dag eerder was namelijk Dolle Dinsdag 05 september en de angst was de Duitse bezetter van het gezicht af te lezen. Velen van hen sloegen op de vlucht evenals de massale volksverhuizing van N.S.B.-ers vanuit het zuiden naar het oosten, noorden en Duitsland.In alle tumult arriveerde de vrachtwagen in het concentratiekamp Vught en de Winterswijker Jacob Hemelrijk werd op een draagbaar naar binnen gebracht.Concentratiekamp Vught was in rep en roer door de geallieerde opmars.Op grote schaal waren de Duitsers hier begonnen met fusillades van o.a.verzetsmensen en andere gevangenen.Jacob zal die woensdagmorgen niet geweten hebben dat hier nog maar net twee Winterswijkse verzetshelden zijn gefusilleerd. Wim Koenen (23), maandag 04 september en Henk Baarschers (24) 05 september. Ook ‘Tante Riek’ (Mevr.Kuipers-Rietberg) zit in kamp Vught opgesloten.De Duitse bezetter wilde kamp Vught zo snel mogelijk ontruimen, voordat de geallieerden het kwamen bevrijden. Naast de vele fusillades in Vught(Dolle Dinsdag alleen al 747) werden de gevangenen in overvolle treinen naar de concentratiekampen Ravensbrück en Sachsenhausen gebracht.‘Tante Riek’ donderdag 07 september naar Ravensbrück Jacob Hemelrijk donderdag 07 september naar Sachsenhausen.11 september 1944 heeft de familie Hemelrijk: Dit en de kinderen Leo,Jan, Dineke en Jaap, het bericht gekregen van de bezetter dat Jacob is doodgeschoten.Het leven gaat door, de oorlog gaat door en de Familie Hemelrijk, zo goed als zo kwaad het kan, moet de draad weer oppakken.Om lang stil te staan bij het overlijden van hun vader is weinig tijd. Op 01 oktober 1944 wordt er een aanslag gepleegd in Putten op een auto met Duitse officieren en er komt een verschrikkelijke vergeldingsmaatregel van de bezetter. Zoveel als maar kan worden de mannelijke inwoners van Putten gearresteerd en afgevoerd naar concentratiekampen (honderden (552 zullen het niet overleven). Ruim honderd huizen worden plat gebrand in Putten.Ook de kinderen Hemelrijk: Leo (28), Jan (26) (inmiddels ook in Putten) en Jaap (19) slaan met 9 anderen op de vlucht het bos in. Op hun vlucht horen ze in de verte geweerschoten en blaffende honden…………………….

De broers Leo, Jan en Jaap Hemelrijk vluchten naar aanleiding van de afschuwelijke razzia in Putten met ongeveer nog 9 anderen naar het Pinetum bos.De familie Oudemans van landgoed Schovenhorst, die de fam.Hemelrijk al vaker geholpen had deze oorlog, bracht de gevluchte mannen soep en dekens voor de nacht.Terugkomen was geen optie. De Duitse bezetters gingen als barbaren te keer in Putten.Mannen werden afgevoerd, huizen in brand gestoken en vrouwen en kinderen verjaagd.Ook de broers Hemelrijk met hun lotgenoten voelen zich de volgende dag niet meer veilig in het bos en besluiten verder te vluchten naar het gehucht Drie, op 10 km.afstand.Daar doken ze onder in een hooiberg bij een boerderij. Die maandagmiddag 02 oktober 1944 zagen ze vandaar uit boven Putten grote zwarte rookwolken Twee nachten verbleven ze in Drie, totdat ze woensdag 04 oktober 1944 vernamen dat de Duitsers het verwoeste Putten verlaten hadden.De mannen besloten terug te keren.Dit, Vera en de kleine Miriam en Dineke waren gevlucht naar de fam.Oudemans die buiten de bebouwde kom woonden op landgoed Schovenhorst en hun huis was gespaard gebleven. Veel vrouwen en kinderen uit Putten, de meesten waren gevlucht naar Nijkerk,troffen bij terugkomst slechts de puinhopen aan van hun afgebrande huis en moesten vernemen dat hun man en grote zoons waren weggevoerd.659 mannen waren op 2 oktober 1944 afgevoerd naar eerst kamp Amersfoort, 58 zijn er daar vrijgelaten om gezondheidsredenen.601 mannen gingen op 11 oktober naar Neuengamme. Na de oorlog keerden er slechts 48 terug, waarvan er nog 5 overleden en gevolge van de doorstane ontberingen.Putten verkeerde na de razzia in shock, zo goed en zo kwaad als het ging, probeerde men de draad weer op te pakken. Ook met de hongerwinter voor de deur erbarmelijke tijden.December 1944 waren de rantsoenen al gehalveerd en het eten werd ‘met de dag minder’ in de gaarkeukens. Leo Hemelrijk probeerde via de radio nog op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen van de geallieerde opmars. Hij genoot als er weer veel geallieerde vliegtuigen over kwamen richting Duitsland. Plm.half december komt Dineke hijgend (21), de zus van Leo, Jan en Jaap, in een razend tempo naar huis gefietst, Bij kennissen in Velsen, die ze had gesproken, was iemand op bezoek geweest die vrijgelaten was uit concentratiekamp Sachsenhausen en die had verteld dat er in Sachsenhausen over een meneer Hemelrijk werd gesproken en misschien had hij hem zelf wel gezien. Maar hij wist het niet allemaal meer zo precies.Dineke had een groepsfoto van de klas van haar vader aan het gymnasium in Alkmaar en besloot met de foto waar haar vader ook op stond de vrijgelaten man op te zoeken. Toen ze haar vader aan wees op de foto zei hij: ‘Ja, die heb ik daar gezien, maar hij is wel helemaal kaal geschoren’ . Dit en de kinderen kregen een sprankje hoop, maar ook echt maar een sprankje. Vader was vol-jood, klein en vrij zwak van gezondheid en onder het barbaarse regime leek het hun onmogelijk dat vader dat zou overleven, mocht hij het al wezen.

De hongerwinter was begonnen in Nederland en ook in Putten.Veel te eten was er niet meer en wat evt. te eten was, werd op een houtkacheltje gekookt bij de fam.Hemelrijk.Leo bleef geestelijk op de been door te luisteren naar de BBC,De Russen waren in februari al steeds dichter bij Berlijn en in het Westen begonnen de geallieerden in maart 1945 weer met de opmars richting Duitsland en Noord-Oost en West Nederland.De frustraties door de hongerwinter waren ook toegenomen bij de fam.Hemelrijk, met de meerdere onderduikers in huize D’Eekhoorn. Leo, Vera en dochtertje Miriam besloten eind maart 1945 te verhuizen naar een ander onderduikadres in Putten, welke Vera gevonden had.Was Winterswijk al bevrijd op 31 maart, op 17 april vernam Leo via de BBC dat nu de Veluwe aan de beurt was.Op de terugtocht van een wandeling die dag stuitte Leo op vluchtende Duitse troepen.Leo voelde zich niet meer bang en ook hadden de Duitsers geen aandacht meer voor Leo. De gedesorganiseerde troep angstige Duitse soldaatjes hadden wel wat anders aan hun hoofd.Ook hadden de Duitsers het pension waar Leo met zijn gezin ondergedoken zat bezet en gebruikten de keuken voorbereiding van het eten. Ze waren bezig met het braden van verrukkelijk riekende grote stukken vlees.Leo mocht ook niet meer het pension in en had geen andere keus dan om te keren.Met de voortdurend over vliegende Engelse jachtvliegtuigen liep hij maar wat terug naar het kampement van de vluchtende Duitse soldaatjes.Plotseling riep een Duitse soldaat: ‘De Tommies sind durch gebrochen’ In slechts 15 minuten was het hele kamp opgebroken en waren ze vertrokken met alles wat ze nog hadden. Wat eens het machtige Duitse leger was, was nu een aftocht van een desgeorganiseerd bijeen geraapt zooitje.Terugkomende in het pension die avond hadden de Duitsers in alle haast al het heerlijke voedsel achter moeten laten en Leo en anderen hebben zich daar heerlijk te goed aan gedaan. In vijf jaar hadden ze niet zo heerlijk gegeten.Waren ze al aardig in de stemming dat de bevrijding daar was, opeens hoorden ze het inslaan van granaten in de omgeving en met een tiental anderen werd de schuilkelder opgezocht. ‘s Avonds pas tegen elven werd het weer rustig. De volgende morgen, de 18de April was Putten bevrijd en iedereen vierde het feest, dagen lang. Steeds kwamen er mooie berichten: Hitler en Goebbels dood, Göring is gevlucht, Mussert is in Utrecht gevangen genomen . Dinsdag 8 mei 0m 15.00 uur kondigde Churchill officieel het einde van de oorlog aan.Alles was nu voorbij…………………….De Familie Hemelrijk was aardig goed de oorlog doorgekomen, alleen vader Jacob Hemelrijk had het niet overleefd.Woensdagmiddag 9 mei, daags na de zegenrijke volledige capitulatie rustte Leo eindelijk uit van de vermoeienissen van de afgelopen dagen. In vrijheid. INEENS………………………rent een Oom van Leo de trap op:‘LEO WAAR BEN JE?’ ‘LEO JE VADER LEEFT NOG’Het is omgeroepen in Eindhoven over Herrijzend Nederland. Een hele groep gevangenen is daar aangekomen uit Buchenwald en ook de naam van Jacob Hemelrijk uit Bergen is omgeroepen.Vader Jacob, de vol-jood, klein en vrij zwak van gezondheid had het barbaarse regime overleefd,Leo kon het niet bevatten.De volgende dag al vond de hereniging plaats en was het gezin Jacob Hemelrijk weer compleet.Wat een onverwacht weerzien, wat een ongelooflijk HAPPY ENDING van een vreselijke nachtmerrie.


De Familie Hemelrijk

Jacob Hemelrijk
14-02-1888 – 10-02-1973
Doctor – Schrijver
Rector Murmellius Gymnasium Alkmaar


Dit Hemelrijk – de Jong
16-11-1887 – 12-11-1985
Onderwijzeres

——————————————————

Leo Hemelrijk
22-12-1916 – 30-09-2009
Redacteur verslaggever ANP


Vera Hemelrijk
10-01-1919 – 03-01-2010
Later gescheiden van Leo Hemelrijk


(Baby) Miriam Groeneveld – Hemelrijk
1944 –


Jan Hemelrijk
28-05-1918 – 16-03-2005
Verzetsstrijder Prof.-Doctor
Hoogleraar TH Delft en Universiteit Amsterdam


Dineke Hemelrijk18-11-1923 – 17-10-2017


Jaap Hemelrijk20-08-1925 – 01-06-2018
Doctor Klassiek archeoloog
Promoveerde 1956 aan de Universiteit van Amsterdam
Directeur Allard Pierson Museum




Jacob Feenstra, de man die Jacob Hemelrijk en Loek Lansdorp zo verschrikkelijk mishandeld had. Jacob Hemelrijk kon er niet meer tegen, sneed zijn polsen door en nam de twee buisjes met tabletten. Jacob Feenstra arresteerde zeer veel verzetsstrijders, onderduikers en Joden, gedurende 1942-1945.In februari 1946 stond hij terecht voor het Bijzondere Gerechtshof te Arnhem. En wie verscheen daar als getuige? Die kleine, jood met zijn zwakke gezondheid.Jacob Feenstra werd ter dood veroordeeld en hij was nr.3 op rij in Nederland. Voltrokken 29 augustus 1946.



Voordat we morgen het laatste deel krijgen over de Winterswijker Jacob Hemelrijk, hoe verging het zijn zussen en halfzus, allen tevens geboren in Winterswijk. Zijn twee jaar oudere zus Mina (ovl.1965) heeft het overleefd, zijn jongere zussen Amalia (ovl.1986) en en Martha (ovl.1981) ook. Lea, zijn jongste zusje niet. Zij wordt op 31-08-1943 vermoord in Auschwitz.Zijn latere halfzusje Dina (ovl.1985) heeft de oorlog tevens overleefd. Zijn moeder en stiefmoeder waren beide al overleden en zijn vader Marcus werd op 84 jarige leeftijd op 18-11-1942 uit het bejaardentehuis gehaald te Arnhem en vermoord op 27 november 1942 te Auschwitz.


1908:Jacob Hemelrijk (20 jaar) is twee jaar onderwijzer en krijgt een baan aan School L. in de Tuinstraat. Jacob, die nog ervaring moest op doen in het onderwijs is verbaasd over de klas naast hem. Daar staat een juffrouw voor de klas, zij had een magnetische kracht waarmee ze de kinderoogjes tot zich trok, de vingertjes leidde zoals ze wou en de mondjes liet rusten en spreken al naar haar wens.Maar nu niet meer alleen over de kindertjes, maar ook over Jacob

Haar naam was Juffr. Dit de Jong……………… 21 jaar. En ze woonde op kamers in een pension aan de Wooldstraat. (Later Knook) Jacob was verliefd, maar juffrouw Dit, maakte hem duidelijk dat hij zich geen illusies hoefde te maken. Dan kent ze Jacob nog niet…………………

LATER MEER

Lees verder

Hendriksen

Ratum
Boerderij Mensinknijenboer E48

Onderduik Anton Meischke uit Driebergen
Bij fam. J.W Hendriksen Landbouwer en klompenmaker.
Boerderij Mensinknijenboer E48
Op 14 juli 1949 is Anton Meischke
Geb: 15-12-1916 Driebergen
Ovl: 31-03- 1985 Driebergen
getrouwd met Dora Harmina Hendriksen te Winterswijk
Geb: 03-08-1921 Winterswijk
Ovl: 30-08-1990 Den Dolder

Geholpen door Ninaber van Eijben
Behoorde tot de L.O. , evenals ‘Tante Riek’ en Frits Slomp

Lees verder

04 Mei 2022

Foto: Michiel Naaldenberg
Foto: Michiel Naaldenberg
Foto: Michiel Naaldenberg

Dodenherdenking

Prachtige muurschildering Paul Wieggers
Thema Vrijheid
Lokatie: Gebouw Doopsgezinde kerk. Hoek Torenstraat- Markt
02 mei 2022

Foto: Wim Ruesink

In mei 2022 schilderde kunstenaar Paul Wieggers een eerbetoon aan Tante Riek op de gevel van de pastorie het Doopsgezind kerkje aan de Torenstraat in Winterswijk. In zijn ontwerp wordt een witte vaas afgebeeld, met daarop het internationale vredesteken in het blauw. In de vaas staan geen tulpen, maar harten op stelen. Helena Kuipers-Rietberg was immers erg begaan met de mensen. Ze had een warm hart voor hen, weergegeven in de rode harten. Zo is in deze vaas met harten de nationale driekleur te herkennen. De achtergrond van de muurschildering is deels oranje, om de nationale beleving compleet te maken.

Aan de stelen zitten groene bloembladeren, deels fier en staand maar ook deels verwelkt. Hiermee wordt weergegeven dat Tante Riek vele mensen wel, maar helaas niet iedereen (inclusief zichzelf) kon helpen. Het portret van Helena Kuipers-Rietberg prijkt op een steel, vastgezet met een knijpertje. Haar lijfspreuk “Je leeft niet alleen voor jezelf, maar ook voor je naaste” is naast de vaas geplaatst en karakteriseert Tante Riek als de persoon die zij was en als we haar nog lang zullen herinneren.

Foto: Wim Ruesink

Lees verder

Heleen Kuipers-Rietberg

Verzetsherdenkingskruis Nr.17. 07-05-1946

Loe de Jong Deel 7

Een van de velen die door Miep Oranje’s verraad in Duitse handen vielen, was mevr. Kuipers-Rietberg die bijna twee jaar tevoren in haar contact met ds. Slomp de stoot gegeven had tot de oprichting van de LO. Ze was diep ondergedoken in Bennekom maar het adres was Miep Oranje bekend. Mevrouw Kuipers werd er op augustus, enkele dagen voor de bevrijding van Parijs, met haar man gearresteerd. Korte tijd later wist zij het volgende briefje uit het Arnhemse Huis van Bewaring te smokkelen:

‘Ik ben hier aangekomen. Wil aan de kinderen zeggen dat God mij zeer nabij is geweest en nog is. Ik meen begrepen te hebben dat ik deze week naar Vught ga. Ik moet nog wat goed hebben. Wij zitten hier met zijn tienen.’ Met de warmte wel veel. Waar Piet is·, weet ik niet. Ik denk in de strafgevangenis. Willen jullie allen, en schrijft dit ook aan de familie, veel bidden voor ons en voor ons allen die in veel moeilijkheden zijn. Hij is hoorder des Gebeds. Ik heb veel mogen zingen en bidden van Gods eeuwige liefde en laat mijn kinderen dat altijd goed onthouden: het eeuwige leven is van veel meer belang dan het aardse. De Heer is mijn sterkte.”

Mevr. Kuipers (neen, laat ons hier toch de naam gebruiken waaronder zij bekend was aan de LO’ers en Kp’ers die haar op handen droegen: ‘tante Riek’) – ‘tante Riek’ bevond zich op 7 september, twee dagen na ‘Dolle Dinsdag’, in een van de treinen die het concentratiekamp Vught verlieten. Zij gooide er een wc-papiertje naar buiten: ‘Lieve Piet en kinderen. Wij zitten in de wagons te wachten op transport. Waarheen ? Wij weten het niet. Wees Gode bevolen. Bidt voor elkaar. Je liefhebbende moeder.S

‘Tante Riek’, geestelijk oprichtster van de grootste illegale organisatie die bezet Nederland gekend heeft, stierf op 27 december’« in het concentratiekamp Ravensbrück.

Miep Oranje bleek na de oorlog verdwenen te zijn. Het schijnt dat zij een tijdlang in Duitsland ondergedoken is geweest en dat zij vervolgens als echtgenote van een hoge Amerikaanse militair naar de Verenigde Staten is vertrokken.

Lees verder

Tweede Wereldoorlog Winterswijk

In bewerking

10-05-1940: Inval Duitser bezetter

08-10-1940: Alle Joden die hun verblijfplaats hebben in Winterswijk moeten zich melden

00-04-1941: Inleveren radiotoestel voor Joden

13-05-1941: Burg.Kneppelhout ontslagen

09-10-1941: Eerste razzia Winterswijk: 6 gearresteerde Joden

28-03-1942: Dr.W.P.C.Bos Burgemeester

02-07-1942: Gemeente feestgebouw gekocht voor 15.000 (ver.Volksfeest verboden)

26-07-1942: Winterswijk, 20.000 inwoners

00-10-1942: Deportatie Wint.Joden (29)

00-11-1942: Deportatie Wint.Joden (57)

00-00-1943: Komst 350 Duitse vluchtelingen (vrouwen en kinderen)
Tot augustus 1944

22-03-1943: Centrale Keuken Tuunterstraat

00-04-1943: Deportatie Wint.Joden (45)

00-05-1943: Deportatie Wint.Joden (25)

07-01-1943: Evacuee’s Scheveningen arriveren (ruim 700)

00-06-1943: Inleveren radio-toestellen
166 NSB-vergunninghouders met stamb.nr.en 34 Duitse en anderen.

27-03-1944: Arrestatie Wim Koenen

01-04-1944: Nieuw korpschef Jean Francois Velle (in dienst 01-03-1944)

23-05-1944: Arrestatie Henk Baarschers

24-05-1944: Onderduik Dhr.en Mevr.Kuipers (‘Tante Riek’)

28-06-1944: Aankomst Normandie 53e (Welshe) Infanteriedivisie

04-09-1944: Fusillade Wim Koenen Vught

05-09-1944: Fusillade Henk Baarschers Vught

24-10-1944: Bevrijding s’-Hertogenbosch 53e (Welshe) Infanteriedivisie

30-03-1945: Bevrijding Woold.53e (Welshe) Infanteriedivisie, Britse infanteriedivisie  o.l.v. Robert Knox Ross

31-03-1945: Bevrijding Winterswijk




Totaal aantal omgekomen Winteswijkers:

Joodse slachtoffers:
Joodse vluchtelingen:
Burgers:
Verzetshelden:
Militairen:

Lees verder

Slotbeschouwing

Door Eppo Kuipers, 1988
Uitgave: Vereniging Het Museum Winterswijk

Slotbeschouwing

Blz.119

Elk boek kent zijn beperkingen. Ook in dit boek over Piet en Heleen Kuipers (Tante Riek en Oom Piet) zijn niet alle onderdelen uitvoerig en uitputtend behandeld.
De opzet was een boek te maken over de mensen, die verborgen zitten achter de ( in dit geval letterlijk) schuilnamen Tante Riek en Oom Piet.
Ik heb geprobeerd me dan ook tot deze twee figuren te beperken. Licht je twee personen uit een totaal van mensen en organisaties, dan ontstaat een beperkt beeld van het geheel. Toch heb ik lijnen die van Piet en Heleen Kuipers doorlopen naar andere personen of andere situaties op een bepaald moment afgebroken, omdat ze te ver af zouden voeren van de eigenlijke hoofdfiguren. Alleen voor zover het hun verhaal is, probeer ik het te vertellen.
Zo ben ik wel ingegaan op het ontstaan van de L.O. In dat ontstaan hebben Piet en Heleen Kuipers hoe dan ook een belangrijke rol gespeeld.
Maar het verloop van de geschiedenis van de L.O. (het ontstaan en functioneren van de “beurs”, de TOP , de LKP enz.) laat ik onbesproken.
Zowel in Het Koninkrijk der Nederlanden in de tweede Wereldoorlog van Dr.L.de Jong als in Het Grote Gebod is over de ontwikkelingen binnen het georganiseerde verzet in Nederland het nodige te vinden.
Datzelfde, het onbesproken laten, geldt gedeeltelijk voor het verzet, zoals dat in Winterswijk plaatsvond. Verschillende mensen hebben Piet en Heleen Kuipers geholpen bij hun illegale werk. Denk aan A.Kappers, H.Hemink, B.Kruisselbrink, H.Stroes enz.
Hoe belangrijk ze ook geweest zijn en hoe boeiend hun eigen verhaal mag zijn, ik ga daar verder niet op in, omdat het weer te ver afvoert van het onderwerp.
Een andere beperking heeft te maken met de keuze van de bronnen, die ik voor dit boek gebruikt heb. Naast de bekende bronnen als Het Grote Gebod – Gedenkboek van het verzet in L.O.-L.KP., Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, en een aantal plaatselijke bronnen over Winterswijk in de oorlogsjaren, baseer ik me in hoofdzaak op het interview, dat voor de samenstelling van Het Grote Gebod gehouden is met Piet Kuipers. Daarnaast maak ik veel gebruik van persoonlijke herinneringen van de kinderen van Piet en Heleen Kuipers, door sommigen van hen voor mij op papier gezet, en van herinneringen van een aantal mensen, die hen direct of indirect hebben gekend. Daarbij zitten onder meer brieven van vrouwen die samen met Heleen Kuipers in Ravensbrück

Blz.120

gezeten hebben, die de witte plekken uit die tijd wat meer inkleuren. De persoonlijke herinneringen heb ik met name gebruikt voor het gedeelte over het gezin Kuipers van voor de oorlog, voor het gedeelte, dat gaat over de tijd die Heleen Kuipers in Ravensbrück doorbracht en voor het gedeelte, dat handelt over de periode na de oorlog.
Het interview met Piet Kuipers vormt de leidraad voor het gedeelte, dat de oorlogsjaren behandelt en de arrestatie van beiden.
Het interview kent echter een aantal tekortkomingen, waardoor het soms moeilijk was de precieze feiten boven tafel te halen. Zo zit in de vragen en antwoorden een weinig chronologische opbouw en ontbreken exacte data bij bepaalde situaties, zodat het vaak lastig te beoordelen was welk geval eerder en welk geval later in de tijd plaatsvond.
Voor het opvangen van deze problemen heb ik overigens dankbaar gebruik kunnen maken van de suggesties gedaan door A.R.van Manen.
Ook staan er soms duidelijke fouten in het interview. Zo stelt bijvoorbeeld Piet Kuipers dat er in Aalten geen Joden zijn vermoord, terwijl er in werkelijkheid ongeveer 30 Joden in concentratiekampen zijn omgekomen.
Hoe begrijpelijk het ook is, dat dergelijke fouten gemaakt worden, het wordt daardoor wel moeilijk datgene dat in het interview staat op z’n juistheid te beoordelen.
Maar binnen de opzet van dit boek is het toch het meest authentieke document, dat ik kon vinden. Vandaar dat ik er zo veel gebruik van heb gemaakt. Het verhaal wordt nu gedeeltelijk verteld door de mond van Piet Kuipers, maar ik heb geprobeerd daar waar het nodig is kanttekeningen te plaatsen, of andere stemmen te laten horen.

Op de plaquette in het portiek van het huis in de Willinkstraat no.8 staat onder meer te lezen, dat Tante Riek de oprichtster van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers geweest is. Zonder afbreuk te doen aan het belang van het werk van Heleen Kuipers en met haar van dat van haar man is deze uitspraak, in zijn absoluutheid, niet juist.
Toch kom je deze bewering in veel van de literatuur tegen. Waarschijnlijk is deze opvatting ontstaan als gevolg van een bepaalde mythe-vorming, die rondom de persoon van Tante Riek heeft plaatsgevonden. Tot die mythe-vorming heeft zeker bijgedragen het verhaal van het gesprek tussen ds.Slomp en Tante Riek, dat als het begin van de L.O. wordt beschouwd.

Blz.121

Dit gesprek is op zijn zachts gezegd door eerstgenoemde wat gekleurd weergegeven. Het is een eigen leven gaan leiden, wat wil zeggen, dat het buiten zijn historische contest geplaatst is. Er is veel aan voorafgegaan, er is veel op gevolgd en er zijn meer mensen bij betrokken geweest. Door de nadruk die het gesprek krijgt, lijkt het of twee mensen in de beslotenheid van een Winterswijkse woonkamer “eventjes” de L.O. opgericht hebben. Dit doet uiteraard geen recht aan de werkelijkheid. Een paar andere zaken hebben er, naast het gesprek, ook toe bijgedragen, dat Tante Riek een mythe werd. Het gebruik van steeds dezelfde foto, tot op de verzetstafel van Prinses Wilhelmina toe, en het standbeeld, waar Tante Riek als symbool voor alle vrouwen uit het verzet fungeert, lichten haar uit de werkelijkheid van haar echte leven. En dat is misschien de mythe. Dat Heleen Kuipers is geworden tot een vrouw van een paar grootse momenten, tot Moeder van het hele verzet, en daarmee uitgetild is boven de vrouw die ze in werkelijkheid was.
Een nadeel van een dergelijke mythe-vorming, misschien wel ernstiger dan het voorafgaande, is, dat een bepaald historisch gegeven, i.c. het ontstaan van de L.O., wordt opgehangen aan één persoon . En dat is feitelijk onjuist. Het is, denk ik, niet correct om Tante Riek de oprichster van de L.O. te noemen. Op veel plaatsen in Nederland was men actief in het verzet, in de hulp aan onderduikers (Joden en niet-Joden), zelfs waren er al vormen van organisatie van die hulp, voor het bekende gesprek tussen ds.Slomp en Tante Riek op die zondagmiddag in 1942 plaatsvond. Zo was er bijvoorbeeld in Driebergen rond d persoon van J.van Manen al een vorm van organisatie, dat wil zeggen een systeem van contactmensen en contactvergaderingen, ontstaan, die zich in het begin bezig hield met de opvang van Joden en later ook met degenen die zich onttrokken aan de arbeidsinzet. Piet en Heleen Kuipers waren geleidelijk vertrouwd geraakt met het idee, dat het verzet grootser opgezet moest worden.

Blz.124

Ds.Slomp werd gestimuleerd door beiden, een soort propagandist van de organisatiegedachte en kon, toen hij op reis ging, gebruik maken van de eerdere contacten tussen Driebergen en Winterswijk. Op 25 november 1942, tijdens de eerste vergadering belegd met verschillende personen uit de buurt van Driebergen, roept Ds.Slomp voor het eerst daadwerkelijk op tot verzet en pleit voor een georganiseerde opzet van dat verzet. Het is niet onlogisch deze vergadering op 25 november 1942 in Driebergen als het eerste officiële begin van de L.O. te nemen.
De gedachte leefde al eerder. Waar die gedachte over het oprichten van een landelijke organisatie het eerst bij iemand opkwam en besproken is, is misschien niet zo relevant. Bij verschillende personen zal ze geleefd hebben: bij Van Manen, bij Piet en Heleen Kuipers, bij Ds.Slomp, misschien bij anderen.
Het ontstaan van die gedachte en daarmee het ontstaan van de L.O. te leggen bij het gesprek tussen Ds.Slomp en Tante Riek, is op z’n minst willekeurig en zal zeker te maken hebben met de bovenomschreven mythe-vorming rond Heleen Kuipers.
De kanttekeningen hierboven maken van Heleen Kuipers en de rol die ze speelde in de oorlog geen mindere. Door haar sterke persoonlijkheid, haar overtuigingskracht en door haar grote invloed op ds.Slomp, heeft ze mede gestalte gegeven aan de L.O., de belangrijkste verzetsorganisatie in de Tweede Wereldoorlog.
Met name haar invloed op ds.Slomp, toch-ook al is zijn rol wat aangedikt na de oorlog, een van de leidinggevende mensen in de L.O.- mag niet onderschat worden. Zowel Piet Kuipers als ds.Zwaal, die beiden Heleen Kuipers van nabij hebben meegemaakt, benadrukken deze invloed.
Ds.Zwaal gaat zelfs zover, dat hij ds.Slomp niet meer dan een “boodschapper van Tante Riek” noemt. Zij was, met alle voor en tegens die dat met zich meebrengt, een vrouw van principes en een vrouw die anderen van het juiste daarvan kon overtuigen. Je kunt zeggen, dat haar persoonlijkheid van haar de vrouw gemaakt heeft, die als Tante Riek de geschiedenis is ingegaan. Maar ze was niet alleen een vrouw van principes, van overtuigingskracht, een vrouw die anderen naar haar hand kon zetten. Ze was ook een vrouw met zwakke momenten, die angst en onzekerheid gekend heeft. Zowel Piet Kuipers als. ds.Zwaal weten dat nog maar al te goed. Een aantal keren kwam ze, aldus haar man, in bijna overspannen toestand terug van vergaderingen. Ook kon ze beven van angst en, aldus ds.Zwaal, de verzuchting uitspreken, dat iemand

Blz.125

anders haar werk maar moest overnemen. Maar “als werkelijk iemand gezegd zou hebben: ik, dan zou ze het waarschijnlijk toch niet hebben afgestaan”. Het was haar karakter, waarin eerzucht mede een rol speelde, dat haar ook in moeilijke tijden door liet gaan met haar werk. En daar ligt misschien heer historische betekenis, naast het praktische werk dat ze samen met haar man verricht heeft. Dat een gewone vrouw, met haar sterke en zwakken kanten, als mens de moed wist op te brengen in zulke moeilijke tijden dat te doen wat nodig was om anderen te helpen.
Het beeld van wat iemand is als mens wordt duidelijker door ook te kijken naar de motieven voor zijn of haar handelen. Medemenselijkheid en principe spelen beide een rol in het antwoord op de vraag naar die motieven. Zowel Piet als Heleen Kuipers waren gelovige mensen. Door het begrip naastenliefde kreeg hun geloof praktisch vorm. De hulp aan degene die in nood was stond voor hen centraal en was voor hen de consequentie van het geloof in God.Daarnaast was er de principiële kant. het gevaar van het nationaal-socialisme voor Christelijk Nederland, de beïnvloeding erdoor van de jeugd, waren zaken waartegen ze zich sterk wilden maken. Vandaar dat het voor hen wezenlijk was, dat jongeren gingen weigeren zich te melden voor de arbeidsdienst. het totalitaire karakter van het nazisme stond voor hen lijnrecht tegenover hun ideeën hoe een samenleving er uit moest zien.
Ideeën die misschien het beste onder te brengen zijn bij het begrip soevereiniteit in eigen kring, waarin voor een absolute staatsmacht, zoals het nationaal-socialisme die predikt, geen plaats is. Het geloof dat mensen in nood recht hebben op hulp en het weten waarom het vijandelijke denken fout is, zijn de belangrijkste krachten achter het verzetswerk van Piet en Heleen Kuipers geweest.
Een mythe of symbool staat los van de hem of haar omringende mensen. Tante Riek is echter niet te begrijpen zonder haar man. Waar zij de principiële lijnen uitzette, vergaderingen bijwoonde, mensen wist te stimuleren, was Piet Kuipers de man die het meeste praktische werk deed. Hij was de man die, zeker in Winterswijk; leiding gaf aan het werk waar het eigenlijk om ging, namelijk het helpen van onderduikers. Maar hij was ook de man naast Tante Riek, die door zijn meer flegmatieke en rustige karakter haar aanvulde, haar kon opvangen en weer kon stimuleren. Tante Riek en Oom Piet staan naast elkaar en ook al is Tante Riek geworden tot een symbool voor wat mensen in het verzet tegen de Duitse overheersing gedaan hebbe, zij zou nooit dat werk hebben kunnen doen zonder de samenwerking met en de steun van haar man.

Blz.126

En ze deden dat werk omdat ze vonden dat het moest gebeuren, ondanks de angst, de onzekerheid en het gevaar voor eigen leven.

Lees verder

Aantekeningen Mevr.Kuipers-Rietberg

Onderduikadres Bennekom:
Bovenweg 37 Bennekom

Friedrich August Enkelstroth, de S.D.man die ‘Tante Riek’ in augustus 1944 gevangen nam.
Ook in november 1944, vermoord hij de broers Hans en Bert Kuik met een nekschot, lid v.d. Arnhemse verzetsgroep ‘Rolls Royce’.
In 1948 wordt Friedrich veroordeeld tot de DOODSTRAF.
In 1949 gewijzigd in 15 jaar gevangenisstraf.
Op 28 augustus 1951 komt hij al vrij………..
Gaat terug naar Hamburg, waar hij op 27 oktober 1955 op 48 jarige leeftijd in vrijheid komt te overlijden.

Lees verder

‘Daarbij in haar erende…’

Door Eppo Kuipers, 1988
Uitgave: Vereniging Het Museum Winterswijk

Blz.95

“Toen direct na de oorlog, en zelfs toen enkele maanden waren verstreken, nog geen enkel bericht was gekomen, had ik toch een stille hoop, dat ze op een dag plotseling voor ons zou staan”
“De geruchten over concentratiekampen waren er, en eigenlijk wisten we al voor de officiële bericht van het Rode Kruis, dat moeder overleden was. na dat bericht is er gelegenheid gegeven voor kondoleren. Dit vond ik gek, want iedereen wist het toch al lang”
“We waren in het eerste gedeelte van 1945 er al van overtuigd, dat moeder niet zou terugkomen, mede gezien alle berichten omtrent de slechte toestanden in de kampen. Toch blijf je hopen”

Deze uitspraken zijn van de kinderen van Piet en Heleen Kuipers. Ze geven een beetje aan hoe ze kort na de oorlog reageerden op de afwezigheid ban hun moeder.
De onzekerheid is groot. Allemaal hopen ze, dat ze terug zal komen, dat ze op een of andere manier Ravensbrück overleefd zal hebben. Maar ze weten ook, dat de kans daarop heel klein is. Ze kennen de berichten over de verschrikkingen van de kampen, ook al is het soms een gerucht. Ze zijn min of meer al met de gedachte verzoend, dat hun moeder niet meer thuis zal komen.
De kinderen hebben een moeilijke tijd gehad. Het gezin ligt al ruim een jaar uit elkaar. Vanaf augustus 1944 hebben ze geen van allen hun moeder meer gezien. Piet Kuipers heeft het, meer misschien nog dan zijn kinderen, moeilijk met de afwezigheid van zijn vrouw. Ook hij hoopt tegen beter weten in, dat ze terug zal komen. Hij weet ook, zelfs voor de officiële verrichten verschijnen, dat die hoop ijdel is. Het is voor hem bijna onmogelijk de draad van voor de oorlog weer op te nemen. De kinderen herinneren zich goed, dat hun vader in die dagen na het beëindigen van de oorlog niet de man is die ze kennen. Hij is niet de oude en hij krijgt aanvallen van benauwdheid. Hij trekt zich het lot van zijn vrouw erg aan. Misschien dat hij zich schuldig voelt, dat hij de oorlog overleefd heeft en zij niet. In ieder geval kan hij moeilijk accepteren, dat hij op een voor hem onverklaarbare manier is vrijgelaten en dat zijn vrouw hun werk in het verzet met de dood heeft moeten bekopen.
Omdat officieel bericht de eerste tijd uitblijft, probeert Piet Kuipers zelf te achterhalen wat er precies met zijn vrouw is gebeurd.

Blz.97

Op 8 juni 1945 krijgt hij een schrijven van het Bureau voor Evacuering, afdeling Registratie uit Den Haag, waarin staat dat bij de gegevens over bevrijde gevangenen in Ravensbrück de naam van zijn vrouw niet voorkomt. Op de lijst van geregistreerde gevallen van overlijden komt ze echter ook niet voor. Ook daar weten ze dus niet wat Heleen Kuipers overkomen is. De onzekerheid blijft. Via de officiële kanalen is niet aan informatie ye komen en Piet Kuipers besluit zelf een advertentie in verschillende dagbladen te plaatsen, om op die manier aan inlichtingen over zijn vrouw te komen. Ook dat levert in eerste instantie niets op. Op 15 juni 1945 schrijft hij een brief aan Prins Bernhard, waarin hij hulp vraagt bij de naspeuringen naar zijn vrouw. Dit levert in ieder geval het bericht op dat er ook van die kant geprobeerd zal worden iets over Heleen Kuipers te weten te komen.
Een moment leeft de hoop weer op. Piet Kuipers en de kinderen horen, dat een zekere Riek, die in Ravensbrück gezeten heeft, nog in leven is. Snel reist hij af naar Den Haag, om bij het Rode Kruis navraag te doen naar deze Riek. Het blijkt een valsmelding. Het gaat over een andere vrouw, toevallig met dezelfde naam, over Heleen Kuipers is niets bekend.
Het resultaat van deze nasporingen is wel, dat een aantal vrouwen, dat met Heleen Kuipers in Ravensbrück gezeten heeft en haar daar in ieder geval zijdelings gekend heeft, door middel van brieven enige informatie weet te verschaffen. Deze brieven geven enigszins een beeld van de omstandigheden in Ravensbrück, waaronder ook Heleen Kuipers moest leven. Hieruit krijgt men zekerheid, dat ze in het kamp overleden is. Maar geen van deze vrouwen kan de precieze datum van overlijden en de omstandigheden, waaronder ze is gestorven aangeven, omdat ze geen van allen op dat moment aanwezig zijn geweest.
Het officiële overlijdensbericht van het Rode Kruis, afwikkelingsbureau concentratiekampen, komt pas op 18 december 1946. Daaruit blijkt, dat op basis van een aantal getuigenverklaringen, de overlijdensdatum van Heleen Kuipers op 27 of 28 december 1944 gesteld moet worden. Aan twee jaar van onzekerheid is een eind gekomen.

Als de oorlog afgelopen is, betrekt de familie Kuipers weer het huis in de Willinkstraat, dat na de vlucht van Piet en Heleen Kuipers uit Winterswijk door de Duitsers in beslag genomen was en dat, volgens Piet Kuipers jr. ‘als hoerenkast gebruikt was’, Maar het gezin functioneert nauwelijks.

Blz. 98

Ieder zit met zijn of haar ervaringen van vijf jaar oorlog en het is moeilijk om opnieuw te beginnen.
Al gauw valt het gezin uiteen. Clara werkt als verpleegster in een gasthuis. Piet jr. gaat studeren aan de Landbouwhogeschool in Wageningen. Helmer gaat in dienst. Eddie verzorgt de eerste tijd nog de huishouding, maar gaat op aandringen van haar vader toch verder met haar studie in Den Haag. Alleen dochter Heleen blijft thuis.
Piet Kuipers zelf hervat zijn werk op de fabriek. Daarnaast heeft hij een taak om als compagniecommandant van de N.B.S. (de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten) te helpen bij het opruimen van de restanten van de oorlog.
Piet Kuipers vlucht gedeeltelijk in zijn werk. Volgens de kinderen is het goed, dat hij hard moet werken. Stilzitten is al niets voor hem, maar het confronteert hem ook voortdurend met zijn schuldgevoel en met het gemis van zijn vrouw. Zoals gezegd trekt hij zich het verlies erg aan. De gedachte aan zijn vrouw en de hoop dat ze nog in leven is zijn steeds bij hem. Dit blijkt eens te meer uit een gedeelte van een brief die hij op 12 mei 1946 schrijft aan zijn dochter Eddie ter gelegenheid van de toekenning van het verzetskruis door Koningin Wilhelmina. Hij schrijft: ‘Tegen een uur of tien werd ik in Eibergen door juffr. Bussink ( de huishoudster van de familie Kuipers) opgebeld. Ik schrok en mijn eerste gedachte was aan moeder. Eigenaardig, dat dat nog steeds weer boven komt, terwijl ik toch weet, dat er geen bericht meer komen kan’. Het verleden blijft hem achtervolgen.
Zijn leven verandert als hij eind 1946/ begin 1947 op een reis naar Zwitserland Annie Wiersma-van Leeuwen ontmoet. Beiden hebben zich ingeschreven voor deze reis, die georganiseerd is door de Stichting ’40-’45, om de herinneringen aan de oorlog tijdelijk te vergeten.
Annie Wiersma-van Leeuwen woont in Amsterdam en heeft daar de oorlogsjaren meegemaakt. Haar man, dominee Jaap Wiersma, was door de Duitsers opgepakt voor illegaal werk en gevangen gezet in het Huis van Bewaring aan de Weteringschans. Op 18 december 1944 werd hij gefusilleerd. Waarom is nooit helemaal duidelijk geworden. Vermoed wordt, dat het een repressaille-maatregel van de Duitsers was voor acties van de ondergrondse.

Klik hier:

In 1952 verschijnt de volgende oproep in de Nieuwe Winterswijkse Courant.
‘Enige plaatsgenoten, onder wie Burgemeester Kneppelhout, benevens vele andere personen uit het gehele land, stellen pogingen in het werk om voor mevrouw H.Th. Kuipers-Rietberg te Winterswijk een gedenkteken op te richten.

Blz.100

Mevr. Kuipers-Rietberg, in de illegaliteit bekend als “Tante Riek”, was de oprichtster en onversaagde medeleidster van de Landelijke Organisatie voor steun aan onderduikers. Tienduizenden vluchtelingen voor het Duitse schrikbewind, Joden, militairen, illegale werkers, dienstweigeraars voor de “Arbeits-Einsatz”, heeft de L.O. geholpen, aan onderdak, bonkaarten, werk.
Tante Riek gold als de Moeder van de L.O., als de Moeder van al deze vluchtelingen. Met grote moed heeft zij zich aan dit werk gegeven, dag in dag uit, totdat zij in het voorjaar door de bezetter gegrepen werd en omstreeks kerstmis van dat jaar haar leven verloor in een concentratiekamp.
Haar naam en haar figuur mogen in de Nederlandse historie bewaard blijven als de grote vertegenwoordigster van de Vrouw in het Verzet.
Een paar jaar na haar dood in Ravensbrück is Heleen Kuipers uitgegroeid tot een symbool, dat staat voor alle vrouwen in het verzet.
Om aan deze symboolfunctie concreet gestalte te geven wordt er een comité gevormd, waarin vele bekenden van Piet en Heleen Kuipers uit het verzet zitting hebben. Als doelstelling wordt geformuleerd een gedenkteken voor “Tante Riek” op te richten, om daarmee niet alleen deze “nationale figuur”, maar tevens “het werk (te eren), dat door de vrouw in het verzet is verricht”.
Door het comité wordt geld ingezameld en de Amsterdamse beeldhouwer G.Bolhuis krijgt de opdracht het monument te ontwerpen.
Hij kiest voor een vrouwenfiguur met een hert, waarvoor hij de volgende woorden als uitgangspunt neemt: “Zij kwamen bij haar als opgejaagd wild”
Op 4 mei 1955 wordt het standbeeld, dat naast het gemeentehuis in Winterswijk is opgericht, door Prinses Wilhelmina onthuld. Zij doet dat met de volgende woorden: “Waar de Koningin morgen zelf het woord tot ons zal richten en waar wij Haar stem bij de herdenking onzer bevrijding zullen beluisteren, wil ik vandaag kort zijn. Zij heeft mij opgedragen haar te vertegenwoordigen bij de onthulling bij de onthulling van het standbeeld van mevrouw Kuipers-Rietberg en U allen de verzekering te geven dat zij zich van ganser harte aansluit aan de hulde, deze grote figuur uit het verzet gebracht. Het geloof, de geestkracht, de taaie volharding en het beleid van tante Riek, met zoveel verbeeldingskracht gevoerd, zullen in onvergetelijke herinneringen bij ons voorleven. Als vanzelf gaan onze gedachten uit tot alle

Blz.102

moeders en vrouwen die zich met hun gezin hebben vereenzelvigd met het geboden verzet dat op zo verschillende wijze en op zo verschillend gebied werd gepleegd”.
Haar bewondering voor “Tante Riek”, zoals hierboven uitgesproken, toonde Prinses Wilhelmina door een foto van haar te plaatsen op de verzetstafel in Paleis ’t Loo.

Lees verder

‘Waarheen? Wij weten het niet….’

Door Eppo Kuipers, 1988
Uitgave: Vereniging Het Museum Winterswijk

Blz.57

Begin 1944 wordt in Nijmegen een meisje, Jacobs genaamd, door de Duitsers gearresteerd.
Alhoewel ze kort na haar arrestatie weet te vluchten, wordt ze door haar ouders onder druk gezet om zich weer bij de S.D. aan te geven, wat ze dan ook doet.
Ze besluit met de Duitsers samen te werken; waarom is niet helemaal duidelijk, maar waarschijnlijk onder dwang.
Deze samenwerking is voor de Duitsers belangrijk, omdat ze de verloofde is van Wim Koenen uit Winterswijk, die samen met onder meer Henk Baarschers opdrachten uitvoert voor de groep “Vrij Nederland”.
Wim Koenen was op 22 maart 1944, naar aanleiding van een brandstichting in de bioscoop van Winterswijk, gearresteerd en de S.D. had op hem een brief van zijn verloofde gevonden, wat er toe leidde, dat ook zij werd opgepakt. Ze is door haar relatie met Koenen ook bekend met de groep rondom Henk Baarschers en daarom wordt ze door het N.S.B.-hooef van polite te Winterswijk, de opperluitenant Velle, gebruikt om Baarschers die lid is van de K.P. te compromitteren.
Ze biedt hem de revolver van Velle aan, zogenaamd namens een illegale groep. Als lid van een knokploeg kan hij altijd een revolver gebruiken en daar hij geen onraad vermoedt, gaat hij op het aanlokkelijke aanbod in.
Op 23 mei 1944, kort na het zetten van de valstrik met de illegale revolver, wordt bij hem een inval gedaan en wordt hij gearresteerd, waarbij naast het wapen ook vele bonkaarten gevonden worden. Baarschers wordt verhoord en vreselijk mishandel. Hij wordt op 2 september 1944, na eerst een tijdje in het concentratiekamp van Amersfoort gezeten te hebben, doorgezonden naar Vught, waar ook Wim Koenen naar toe gebracht is.
Koenen wordt er op 4 augustus terechtgesteld, Baarschers een dag later.
(Dit moet zijn 4 en 5 september 1944, Hans)

Tijdens het verhoor van Baarschers blijkt, dat de bonkaarten die bij hem gevonden zijn, komen van Wim Lelieveld.
Direct wordt ook Lelieveld gearresteerd, samen met een koeriester, Gerda genaamd.
Lelieveld behoort dan tot de groep van Piet en Heleen Kuipers en hij treedt daar op als contactman met de katholieke groeperingen.
Tijdens zijn verhoor noemt hij uiteindelijk de naam van Heleen Kuipers als degene van wie hij geld en bonkaarten krijgt
Deze voor haar belastende verklaring laat hij echter pas los, als hij min of meer de zekerheid heeft, dat Piet en Heleen Kuipers gewaarschuwd zijn en de mogelijkheid hebben gehad te vluchten.

Blz.58

Voor de Duitsers is dit alles reden genoeg om ook Lelieveld gevangen te zetten; uiteindelijk komt hij terecht in het concentratiekamp Neuengamme en vandaar in het vernietigingskamp Husum en Ladelund.
Gelukkig doorstaat hij deze verschrikkingen en keert hij april 1945 in Winterswijk terug.
Piet Kuipers heeft geregelde contacten met de politie, met zoals hij het zelf zegt ‘een enkele goede’ en op 24 mei 1944 wordt hij, waarschijnlijk door politieman Gunnink, gewaarschuwd, dat het te gevaarlijk voor hen wordt in Winterswijk.
Hij krijgt het bewuste bericht om een uur of twaalf en hij en zijn vrouw gaan direct op pad om een aantal persoonlijke zaken te regelen. Ze spreken met elkaar af, dat ze ’s avonds om zeven uur met de trein zullen vertrekken.
Vroeg genoeg, denken ze, om aan de dreigende arrestatie te ontsnappen.
Terwijl Piet Kuipers zijn zaken op de fabriek regelt en Heleen Kuipers waarschijnlijk afscheid neemt van de familie, bereikt hen om drie uur het bericht, dat de politiemacht, die de inval in de Willinkstraat moet uitvoeren, om vier uur op het bureau moet zijn. Door deze informatie raakt alles in een stroomversnelling en ze besluiten om niet ’s avonds, maar al om vier uur ’s middags te vertrekken. De beide zoons, Piet en Helmer, en hun jongste dichter, die nog op school is ,worden met pijn in het hart, onder de hoede van de buren thuisgelaten. Alleen hun oudste dochter Clara laten ze niet achter, maar zij wordt op de trein gezet naar Baarn, waar ze onderdak vindt bij kennissen.
Piet en Heleen Kuipers gaan met de trein van vier uur naar Arnhem, met de gedachte na een paar dagen terug te komen als de zaak weer veilig is. Als ze in Arnhem aankomen, horen ze via de stationsomroep de mededeling, dat het echtpaar Kuipers verzocht wordt zich bij de stationschef te melden. Piet Kuipers neemt het zekere voor het onzekere en besluit zich niet te melden, maar eerst de stad in te gaan.
Via allerlei omwegen komen ze terecht bij een bekende uit het verzet, Kees Pruys, die hen meeneemt naar zijn huis.
Bij Pruys is ook een kennis, een L.O.-medewerker, in dienst bij de spoorwegen als rechercheur, die het op zich neemt om naar het station te gaan en bij de stationschef te informeren wat de boodschap precies inhoudt.
Het is blijkbaar geen prettig bericht, want als hij terugkomt vertelt hij het eerst aan Kees Pruys, die het nieuws dan aan Piet en Heleen Kuipers doorgeeft. De boodschap is afkomstig van inspecteur Velle, die overigens op alle stations op de route Winterswijk-Arnhem en Winterswijk- Zutphen dezelfde oproep heeft laten doen, en luidt, dat een van de kinderen een dodelijk ongeluk heeft gehad en dat de ouders direct terug moeten komen.

Blz.59

Dit is een behoorlijke schok voor met name Heleen Kuipers, die het aanvankelijk gelooft, maar Piet Kuipers wil eerst zekerheid en hij belt naar Winterswijk om te informeren wat er precies aan de hand is.
Hij zoekt contact met tandarts Van Ommen, zijn overbuurman, en vraagt hem in bedekte termen wat er gebeurd is.
Van Ommen vertelt hem, dat alles in orde is en dat geen van de kinderen een ongeluk overkomen is. Maar meteen wordt hem ook te verstaan gegeven, dat ze vooral niet thuis moeten komen, omdat het nog lang niet veilig is. Piet Kuipers wil nog weten of er gevochten is, wat volgens Van Ommen niet het geval is; ze hoeven zich niet ongerust te maken, maar het is voorlopig uitgesloten, dat ze naar Winterswijk terug kunnen.
De angst om de kinderen is gedeeltelijk weggenomen, maar Piet en Heleen Kuipers staan nu voor het probleem waar ze naar toe moeten. omdat de terugweg afgesloten is. Ze hebben zich nooit gerealiseerd dat ook voor hen het moment kon komen waarop ze zouden moeten onderduiken.
‘Wij hadden zoveel jongens ondergebracht, maar voor onszelf hadden we geen plaatsen. Daarop hadden we niet gerekend. In ieder geval kunnen ze de nacht doorbrengen bij de schoonouders van Piet Verburg, ook een medewerker uit het verzet, die die dag bij Kees Pruys aanwezig is.
Als ze daar zijn vatten ze het plan op om naar pension ‘Hemeldal’ in Oosterbeek te gaan, een adres, dat ze doorgekregen hebben van een andere verzetsvriend, Nico (Evert H.J.Boven). Het ‘Hemeldal’ is een plaats, waar veel mensen uit het verzet samenkomen en waar af en toe ook onderduikers een toevluchtsoord vinden, maar het is die avodn te laat om er nog naar toe te gaan. Dat is hun geluk, want diezelfde nacht nog doet de S.D. een inval in het pension, waarbij alle gasten gearresteerd worden en meegenomen voor verhoor.
Het zou een vroegtijdig einde van hun vlucht betekent hebben, als ze er meteen diezelfde dag naar toe gegaan waren.

De volgende dag opnieuw bij Kees Pruys, staan ze weer voor de vraag waar ze heen kunnen om onder te duiken. Pruys vraagt, of ze geen kenissen hebben die hen kunnen helpen. Na lang aarzelen weten Piet en Heleen Kuipers een mogelijkheid. Ze kennen iemand in Bennekom, waar ze misschien terecht kunnen, een zekere Gerrit van Schuppen, die sigarenfabrikant is. Ze gaan naar Van Schuppen, die op de fabriek is en worden hartelijk door hem ontvangen.

Blz.60

Piet Kuipers legt de situatie uit en vertelt van de vlucht uit Winterswijk en dat ze dringend een onderduikadres nodig hebben. Van Schuppen, die overigens al iets van de zaak weet, weet raad en biedt hen aan bij hem te blijven, maar hij verbindt wel twee voorwaarden aan dat verblijf bij hem.
Ze kunnen bij hem onderduiken, maar ze moeten volledig met het verzetswerk stoppen en ze mogen absoluut niet buiten komen. Anders is voor Van Schuppen het risico te groot met twee van zulke belangrijke onderduikers in huis. Er blijft hen niet veel anders over dan de voorwaarden te accepteren. En de periode van rust die nu intreedt, is met name voor Heleen Kuipers geen slechte zaak, omdat ze behoorlijk geleden heeft onder de spanning van de vlucht en het valse bericht van inspecteur Velle. Op 26 mei 1944, de dag voor de verjaardag van Heleen Kuipers, gaan ze naar het huis van Van Schuppen in Bennekom en ze blijven daar.

Als Piet en Heleen Kuipers de trein pakken op hun vlucht richting Arnhem, blijven de beide zoons Piet en Helmer en hun jongste dochter Heleen alleen achter. De jongens zijn dan 17 jaar, hebben net hun schriftelijk eindexamen gedaan voor de H.B.S. en zitten te wachten om veertien dagen later hun mondeling te doen. Omdat ze midden in hun examenperiode zitten en omdat ze nog vrij jong zijn en waarschijnlijk ook, omdat Piet en Heleen Kuipers verwachten na een paar dagen weer terug te zijn, besluiten ze de kinderen niet mee te nemen op hun vlucht voor de S.D.
Kort na vier uur doet de politie een inval in de Willinkstraat en omdat ze achter het net vissen, worden de jongens gearresteerd en onder huisarrest geplaatst. Er wordt ze streng op hen gelet, dat ze niet eens alleen naar de w.c. toe kunnen.
Een strengheid tegenover de jongens, die wat vreemd aandoet, omdat het niet helemaal strookt met een zekere mate van nonchalance bij de politie ten opzichte van mensen, die in die dagen, – de jongens worden twee dagen thuis vastgehouden -, het huis in de Willinkstraat willen bezoeken. Na de oorlog spreekt Piet Kuipers zijn verbazing erover uit, dat de politie de fout maakte niet iedereen die op bezoek kwam te arresteren, omdat ze dan misschien veel meer verzetsmensen hadden kunnen vastnemen.
Of veel verzetsmensen of onderduikers na de vlucht van Piet en Heleen Kuipers de Willinkstraat bezoeken is twijfelachtig. Feit is wel, dat er in die dagen niemand anders is opgepakt.
Na twee dagen thuis gezeten te hebben, worden Piet en Helmer opgehaald en gevangen gezet. Eerst in de barakken op het terrein van

Blz.62

het voormalige feestgebouw, waar ze met kettingen aan Henk Baarschers, die daar ook wordt vastgehouden, worden vastgebonden, later ieder apart in een cel in het gemeentehuis. Hier worden ze vier of vijf dagen vastgehouden. Het is een angstige ervaring voor de jongens, maar zowel door bemoeienis van hun oom, Clarien Rietberg, als van de directeur van de H.B.S., een N.S.B.-er, die medelijden met hen heeft gekregen, worden ze vrijgelaten om hun mondeling eindexamen te kunnen doen.
Alhoewel ze nu tijdelijk op vrije voeten zijn, hangt hen de dreiging van een volgende arrestatie nog boven het hoofd. De bedoeling is namelijk hen na hun examen weer in gijzeling te nemen, daar ze gebruikt kunnen worden als drukmiddel, om hun ouders te dwingen zich aan te geven. Inspecteur Velle bedenkt dit plannetje,’want ik Velle, zal speculeren op de kinderliefde en het moederhart om de ouders te krijgen’.
Enkele mensen van het verzet gaan zich met de zaak bemoeien, omdat de jongens het nodige van de omstandigheden van hun ouders afweten en ook zelf verschillende kleinere karweitjes voor de organisatie hebben opgeknapt. Het risico, dat er bij een stevig verhoor door de S.D. meer bekend wordt dan goed is en de angst, dat de chantage, die Velle voor ogen heeft zal lukken, zijn te groot en ze worden dan ook met behulp van hun oom Gerhard Kuipers naar Zutphen naar Gerrit Rietberg gebracht en vandaar naar een boer in Colmschate bij Deventer getransporteerd, waar ze tot september 1944 blijven.
In Colmschate horen ze ook voor het eerst het bericht van de arrestatie van hun ouders in Bennekom. Hun reactie daarop is gemengd. Aan de ene kant is er de wanhoop en de angst de ouders nooit meer terug te zien, aan de andere kant dringt de ernst van de zaak niet echt tot hen door. Helmer vertelt, dat zijn ‘eerste reactie was, dat we ze nooit meer zouden terugzien. Ik heb ook wel gedacht’, voegt hij daar aan toe, ‘aan een mogelijke bevrijding door de L.K.P. Ik heb me voor de geest gehald, hoe ze beiden door de S.D. in het huis van Van Schuppen werden gearresteerd.
Piet zegt over deze periode, dat ‘de ernst ervan (eigenlijk) niet tot me doordrong. Pas toen moeder van Vught naar Ravensbruck werd vervoerd, werden we met de neus op de feiten gedrukt’.
Het is moeilijk voor te stellen, wat de arrestatie van hun ouders voor jonge jongens, die zelf eigenlijk op de vlucht zijn, betekent.
Tot oktober 1944 blijven ze op hun eerste onderduikadres. Daarna duiken ze onder bij hun oom Gerhard Kuipers, die aan de Corleseweg in Winterswijk woont.

Blz.63

Het vertrouwde van de eigen familie is waarschijnlijk de reden van deze verhuizing. Ze blijven tot april 1945 (????-Hans) bij hun oom wonen, maar moeten dan vrij plotseling weg, omdat de Duitsers, die in de tegenover het huis gelegen Julianaschool gelegerd zijn, door Engelse vliegtuigen worden aangevallen en het te gevaarlijk wordt. Ze gaan dan naar de familie Tolkamp in Ratum.
De familie Tolkamp heeft al vaker onderduikers voor Piet en Heleen Kuipers in huis gehad en nu helpen ze de jongens, die tot het eind van de oorlog daar blijven.

Voor Heleen, de jongste dochter, dan ongeveer twaalf jaar, is het vertrek van haar ouders moeilijk. Als ze die dag uit school komt, is er niemand thuis en moet ze de vertrouwde opvang door haar moeder missen. Ze wordt door de familie Zwaal opgevangen en krijgt te horen, dat ook zij moet onderduiken. Ze gaat een paar dagen later naar een verpleegtehuis bij Arnhem dat geleid wordt door de dames Renting. Daar blijft ze ongeveer drie maanden. Het is voor haar, als jongste, erg moeilijk om, gescheiden van haar ouders, te moeten leven bij twee oudere ongetrouwde dames, hoe goed hun bedoelingen ook zijn. Het is dan ook een welkome verrassing als ze een keer vanuit Arnhem met een taxi wordt opgehaald en naar Bennekom wordt gebracht om haar vader en moeder te zien. Ook voor hen is de scheiding van de kinderen een moeilijk te verwerken zaak en dit bezoek is een, zij het kleine, pleister op de wonde.
Heleen gaat, na haar verblijf in Arnhem, naar Bussum, naar haar oom en tante Helmer en Nel Kuipers en blijft daar tot ongeveer februari 1945.
In Bussum hoort zij ook van de arrestatie van haar ouders. Samen met haar oudere zuster Eddie, die in Den Haag studeert en vanuit Katwijk, waar ze de vakantie doorbrengt, overgekomen is, verwerkt ze het nieuws, maar de schrok is groot, ‘Eddie en ik hebben zitten huilen op de slaapkamer’.
In Bussum krijgt ze later nog wel regelmatig bezoek van haar vader, die dan al weer vrijgelaten is, maar in februari 1945 fietsen zij en Eddie naar Winterswijk, omdat het in Bussum bij hun oom en tante steeds moeilijker wordt om vier personen te onderhouden: ‘de honger werd te groot in Bussum’. Na een paar omwegen komen zij terecht bij de familie Tolkamp en ze zijn dan herenigd met hun vader, die na zijn vrijlating uiteindelijk ook bij de Tolkamps onderduikt; later komen ook hun broers. Over het lot van hun moeder blijven ze tot na het einde van de oorlog in onzekerheid.

Blz.64

Bij de familie Van Schuppen komen Piet en Heleen Kuipers hun belofte na zich afzijdig te houden van illegaal werk. De enige contacten, die ze hebben buiten de familie van Schuppen, zijn een enkele keer met ds.Slomp, die in Wageningen zit en met Kees Pruys, die een paar keer in Bennekom op bezoek komt. En natuurlijk die ene keer, dat dochter Heleen bij hen gebracht wordt. Deze gesprekken zijn belangrijk voor hen, omdat ze de sleur van het onderduiken enigszins doorbreken. Na een aantal jaren van activiteit en spanning is het nietsdoen weliswaar een verademing, maar ze missen het contact met de buitenwereld wel. Van Schuppen ziet het echter niet graag, dat er met anderen uit het verzet gepraat wordt. Met zulke belangrijke onderduikers in huis neemt hij liever geen risico. Hij zit wat dat betreft ook in een wat moeilijke positie, omdat hij door zijn werk als fabrikant veel contacten heeft met de Duitsers en met N.S.B.-ers.
Eigenlijk een vreemde situatie. Aan de ene kant onderduikers in huis en aan de andere kant min of meer vriendelijke relaties met de vijand. Toch wet hij deze contacten ook te gebruiken om het verzet te helpen en om soms mensen uit handen van de Duitsers te krijgen. Hij zegt hier zelf over, dat het voor hem het eenvoudigst was geweest Piet en Heleen Kuipers te weigeren, maar dat hij het zag als zijn christenplicht, meer dan als een nationale plicht, om hen op te nemen. Hij geloofde, dat er later verantwoording door God voor zijn daden gevraagd zou worden en dat hij het daarom doen moest. In een later stadium, nadat zijn gasten gearresteerd zijn, gebruikt hij zijn misschien geringe invloed en probeert nog een goed woordje voor hen te doen bij de Duitsers, door te benadrukken, dat ze zich inderdaad in de periode, waarin ze bij hem ondergedoken gezeten hebben, van illegaal werk hebben onthouden. Het heeft in dit geval niet mogen baten.
Door de spanning, die het verbergen van onderduikers met zich meebrengt, raakt Mevrouw van Schuppen na verloop van tijd enigszins overspannen. Heleen Kuipers dringt er dan op aan weg te gaan en een ander adres te zoeken. Misschien dat daarbij ook een rol speelt, dat ze het erg moeilijk vindt om stil te zitten en het verzetswerk aan anderen over te laten. Hoer komt toch een stukje van haar karakter boven.Het is voor een deel haar eerzucht en voor een deel haar doorzettingsvermogen, het niet onafgemaakt kunnen laten van het werk, dat ze begonnen is, dat haar ertoe aanzet een nieuwe poging te wagen. In ieder geval willen ze bij Van Schuppen weg, maar daarvoor is het noodzakelijk, dat ze eerst een ander persoonsbewijs krijgen. Onder hun eigen naam kunnen ze niet de straat op/

Blz.68

Nico (Evert H.J.Boven), provinciaal leider van de L.O. in Gelderland en iemand met wie ze al veel hebben samengewerkt, zal voor de valse identiteitspapieren zorgen. Na ongeveer veertien dagen zijn de persoonsbewijzen klaar. Dan wordt Nico echter door de Duitsers gearresteerd met de valse papieren op zak.
Volgens Piet Kuipers, hebben ze Nico al vaker gewaarschuwd geen belastend materiaal bij zich te dragen, omdat dat te gevaarlijk os. ‘Het is fout van Nico geweest. We hadden al eens eerder gezegd, stop niet altijd die dingen in je zak, maar hij vond het gemakkelijk, want dan kon hij het weggooien, zodra het nodig was. Als ze het bericht van de arrestatie van Nico krijgen, is vooral Heleen Kuipers erg zenuwachtig. Ze denken erover meteen te verhuizen. Die dag echter, het is vrijdag 18 augustus 1944, zijn ze alleen met de kinderen van Van Schuppen en de dienstbode thuis en kunnen niet weg. Ze besluiten de volgende dag te vertrekken.
Van Schuppen is die dag met zijn vrouw fietsen en als hij thuiskomt, vertelt de fabriekstimmerman hem, dat meneer en mevrouw De Vries (de valse naam die Piet en Heleen Kuipers hebben aangenomen) zijn gearresteerd.
Dit bericht is een grote schrok voor Van Schuppen. Hij weet welk lot het echtpaar Kuipers wacht als ze in handen van de Duitsers vallen. ‘Ik heb mij omgedraaid, ben tegen een raam aan gaan staan, hoofd op de handen. Ik denk: dat kan niet, Heleen in handen van die schooiers. In die ellende dacht je niet, er kan ook nog wel gevaar voor ons komen. Er was alleen diep medelijden met hen, die je drie maanden in huis had gehad. Ik heb altijd gezegd, als ze jou pakken, Heleen, is het de kogel’.
De Duitsers zijn uiteindelijk achter de verblijfplaats van Piet en Heleen Kuipers gekomen. Het huis en de tuin zijn omsingeld door soldaten met getrokken revolver. Er is geen ontkomen aan. Als de S.D. binnen is, wordt het hele huis overhoop gehaald. Kamers en kasten worden doorzocht naar bezwarende papieren, die er gelukkig niet zijn. Piet en Heleen Kuipers zijn zelfs zo voorzichtig geweest hun ondergoed met de naam De Vries te merken. In het huis is niets te vinden en ook bij Van Schuppen vinden de Duitsers geen belastend materiaal. Toch weten ze, dat ze ‘Tante Riek’ te pakken hebben en ze zijn daar bijzonder blij mee. Hoe ze aan die informatie komen is niet bekend, maar ze denken vrijwel zeker te weten, dat ‘Tante Riek’ het middelpunt is van de hele illegale beweging. Maar de vrouw, die de spil is waar de illegaliteit om draait, moet er volgens hen een zijn met haar op de tanden. Ze zijn dan ook nogal teleurgesteld, aldus Piet Kuipers, als ze ‘maar’ een gewone vrouw van ongeveer 50 jaar aantreffen.

Blz.69

‘Hij (Enkelstroht, S.D.-commandant) had gedacht een soort Kenau Simons Hasselaar met aan weerskanten een revolver (aan te zullen treffen).
Ze worden meteen overgebracht naar de gevangenis van Arnhem. Daar moeten ze met de handen omhoog en met de gezichten naar de muur blijven staan. De Duitsers laten hen enige tijd zo staan. Dan worden ze meegenomen en in twee aparte cellen die naast elkaar liggen opgesloten. Het zijn twee kale cellen, in die van Heleen Kuipers staat alleen een rustbed en er ligt nog wast brood, waarschijnlijk van een vorige gevangene, in die van Piet Kuipers staat helemaal niets. Hoewel het moeizaam gaat is het toch mogelijk door de muur van hun cel heen enig contact met elkaar te onderhouden. Heleen Kuipers getuigt zingend van haar geloof, iets wat ook haar man de nodige steun geeft. Dit in die moeilijke tijden getuigen van haar geloof ontlokt de Duitsers de opmerking, dat ze met een ‘godsdienstwaanzinnige’ te maken hebben. Maar voor beiden is het geloof een vast punt in deze onzekere momenten. Ze krijgen niets te eten, noch op zaterdag, noch op zondagmorgen. Op zaterdag om een uur of twaalf hoort Piet Kuipers, dat zijn vrouw wordt teruggebracht in haar cel na verhoord te zijn. Wat ze tijdens dit verhoor doorstaan heeft, is niet bekend. Misschien heeft ze gepleit voor haar man. Ze hebben namelijk afgesproken, dat zijn alle schuld op zich zou nemen. Een vrouw zou minder gevaar lopen dan een men en het zou de kans op vrijlating van Piet Kuipers hopelijk vergroten. Wel weet ze bij de ingang van haar cel, zo hard, dat hij het kan horen, nog te zeggen, dat ze wel eens jongens heeft ondergebracht om ze aan werk te helpen. Maar ze heeft nooit illegaal werk gedaan. Op deze manier weet Piet Kuipers precies wat zijn vrouw wel en niet tegen de Duitsers gezegd heeft. Zo kan hij zich voorbereiden op zijn ondervraging door de S.D. Voor hij aan de beurt is om ondervraagd te worden, kunnen ze elkaar weer alleen door de muren van de cel wat vertroosten. Heleen Kuipers ziet het somber in na haar verhoor en heeft weinig hoop op een goede afloop. het getuigt van haar geestkracht, dat ze toch in staat is af en toe een psalm te zingen, ‘meer voor mij (Piet), dan voor haar eigen vrolijkheid.
Met voorbijgaan aan haar eigen angst steunt ze haar man en ze nemen afscheid van elkaar. Ze zullen elkaar niet weerzien.
Als Piet Kuipers voor verhoor wordt opgehaald, is hij bang, dat hij net als zovelen voor hem, gemarteld zal worden om hem een bekentenis af te dwingen.

Blz.70

Tot zijn grote verbazing wordt hij heel voorkomend behandeld en na een aantal dagen vrijgelaten. Bij zijn vrijlating is hij volkomen in het ongewisse over het lot van zijn vrouw.
Achteraf blijkt, dat de Duitsers de bedoeling hadden zijn gangen na te gaan om op die manier ook andere verzetsmensen te kunnen vastnemen.
Deze opzet mislukt, want hij duikt direct onder. Het is voor hem niet meer mogelijk openlijk rond te lopen of zijn werk te hervatten. Hij ziet nog wel kans een enkele keer zijn dochter Heleen in Bussum te bezoeken.
Uiteindelijk keert hij terug naar Winterswijk en verblijft daar enige tijd bij de Familie Baars. Later gaat hij naar de familie Tolkamp in Ratum en blijft daar tot het eind van de oorlog.
Heleen Kuipers blijft niet in de strafgevangenis, waar de verhoren plaatsvinden, maar wordt na enige tijd overgebracht naar het Huis van Bewaring. Net als Piet Kuipers na zijn vrijlating niets weet over zijn vrouw, is ook zij in onzekerheid over het lot van haar man. Ze weet niet waar hij is, of hoe het met hem gaat. Ze denkt, dat hij nog in de strafgevangenis is. Het is eigenlijk tragisch, dat ze waarschijnlijk nooit geweten heeft dat hij is vrijgelaten en dat hij het eind van de oorlog op een onderduikadres zal afwachten. Vanuit het Huis van Bewaring schrijft ze een briefje aan haar zwager en schoonzuster Helmer en Nel Kuipers in Bussum, zodat ook haat dochters Heleen en Eddie weten, waar ze is en hoe het op dat moment met haar gaat. Uit dit briefje blijkt wel, dat ze zich voorbereidt op een lang verblijf in de gevangenis. Ze vraagt om een aantal persoonlijke dingen als ondergoed, breipennen en wol en een bijbeltje. Het is echter niet bekend of ze alles ook gekregen heeft. Ze laat iedereen groeten, in het bijzonder natuurlijk de kinderen, en getuigt ook nu weer van haar vertrouwen in God. Het is duidelijk dat het geloof haar de steun geeft, die ze in deze benarde positie nodig heeft. Ze weet, dat ze binnen een week naar Vught gebracht zal worden.
Op 25 augustus 1944 komt ze in het kamp Vught aan en ze krijgt daar het nummer Sch.H.01.236.
Vriendschap tussen de gevangenen is in de kampen van ontzettend groot belang. Als je vrienden hebt, kun je elkaar steunen en elkaar wat hoop geven in een uitzichtloze situatie. Zonder vrienden en vriendinnen wordt het verblijf in het kamp nog moeilijker dan het zonder meer al is. Heleen Kuipers kent weinig mensen in het kamp. Ze verblijft er maar een relatief korte tijd, een kleine veertien dagen, en ze wordt daarom ook niet tewerkgesteld in een van de fabrieken in de omgeving. Daarom kan ze ook geen hechte vriendengroep om zich heen opbouwen. De angst en de eenzaamheid moet ze voornamelijk alleen zien te verwerken.

Blz.73

Maar ook hier stapt ze over haar eigen problemen heen en probeert anderen, zoals het heet, ‘door de buizen heen’ tot steun te zijn en wat troost te geven.
Op een dag ontmoet ze mej. D.Kuyvenhoven. Ze kent haar oom, T.Kuyvenhoven, die predikant is in Eibergen, en deze gelegenheid om vriendschap te sluiten wordt door de twee vrouwen met beide handen aangegrepen.
Ze hebben een week intensief contact met elkaar. Na een week wordt mej. Kuyvenhoven op transport gesteld, omdat ze in Den Bosch moet werken. Ze herinnert zich ‘Tante Riek’ echter nog goed en ook hoe Heleen Kuipers met haat medegevangenen omging. ‘Haar houding ten opzichte van haar medegevangenen heb ik ervaren, Zij zocht contact en was als een moeder. Ze straalde gewoonweg haar zorg voor anderen uit en probeerde wie en waar dan ook te helpen’.
Op 7 september 1944 wordt Heleen Kuipers op transport gesteld naar Ravensbrück. Ze zit bij het grote transport gevangenen, dat na Dolle Dinsdag is weggevoerd. Misschien dat het met die Dolle Dinsdag te maken heeft, maar de groep vrouwen die in de trein naar Duitsland gestopt wordt, is redelijk opgewekt en optimistisch.
Het zal nooit meer lang kunnen duren, veertien dagen misschien en dan zal iedereen weer thuis zijn, denken ze.
Een van de vrouwen van dat transport zegt het zo: ‘Toen werd het Dolle Dinsdag, dat was 6 september 1944. Het kamp werd ontruimd. We (herinneringen van Anneke B. uit Haarlem) moesten de hele dag op appèl staan. Toen werden we in een wagon gestopt met 83 vrouwen. We zijn zingend de wagons ingegaan. We hadden een kamplied. Dat kon niet lang duren… veertien dagen…. en dan gaan we naar huis, dachten we’
Uit de trein weet Heleen Kuipers een briefje te gooien. Het zijn een paar korte zinnen, neergeschreven op een w.c.-papiertje, dat via via bij de familie Kuipers terecht komt. Daaruit blijkt hoe onzeker ze is over de toekomst, maat ook blijkt haar vertrouwen op God. ‘Lieve Piet en kinderen. Wij zitten in de wagons te wachten op transport. Waarheen? Wij weten het niet. Wees Gode bevolen. Bidt voor elkaar. Je je liefhebbende moeder’
Op 9 september komt ze in het vrouwenkamp Ravensbrück aan.

Het ‘konzentrationslager Ravensbrück’ wordt in 1948 speciaal als vrouwenkamp door de Duitsers gebouwd. SS-chef Heinrich Himmler is verantwoordelijk voor het bevel over dit kamp, dat gemakkelijk bereikbaar moet zijn en toch zover weg, dat er geen contact mogelijk is tussen gevangenen en burgerbevolking, te bouwen en in te richten.

Blz.75

Veertien woonbarakken, twee ziekenbarakken, doucheruimte, een quarantainebarak en een twee meter hoge muur met prikkeldraadversperring worden in het voorjaar van 1939 door Duitse gevangenen uit andere kampen opgeleverd.
Later wordt het kamp uitgebreid tot dertig woonbarakken, vier ziekenbarakken, verschillende bedrijven voor de vervaardiging van militaire en kampkleding, een strafbunker, gaskamers en een crematorium.
Tot het eind van de oorlog, als het kamp bevrijd wordt door Russische soldaten, zijn er 123.000 vrouwen geïnterneerd geweest.
In januari 1945 zitten er 36.000 vrouwen in het hoofdkamp, zes keer zoveel als de capaciteit toelaat. Zeker 90.000 vrouwen overleven het kamp niet. De belangrijkste doodsoorzaken zijn naast ‘duizendvoudige directe moord’: uitputting, ziekten door gebrek aan sanitaire voorzieningen, ondervoeding en systematische mishandeling door de kampleden.
Veel vrouwen komen terecht in het Revier, het ziekenhuis van het kamp, dat al die jaren dan ook overvol is. In zeker zin is het voor die vrouwen een soort rustpunt om bij te komen van de moordende arbeid, twaalf uur per dag, die verricht moet worden. Vlakbij het Revier is een vertrek, waar vrouwen van wie wordt aangenomen, dat ze krankzinnig zijn, terecht komen. Soms zitten er zestig tot zeventig vrouwen opeengepakt in die kleine ruimte en velen die niet krankzinnig zijn als ze erin komen, worden het daar.
Systematische executies vinden plaats vanaf eind 1944 na een bezoek aan het kamp van Heinrich Himmler. Hij geeft opdracht alle gevangenen te doden die te ziek zijn of te zwak om een mars te lopen. De nazi’s verwachten namelijk het kamp in verband met de oprukkende Russische troepen te moeten evacueren. Tot vijftig vrouwen per dag worden in die periode omgebracht. Veel vrouwen worden ook in de gaskamers om het leven gebracht. Twee gespecialiseerde krachten zijn uit Auschwitz overgekomen om deze massaslachtingen te organiseren. Vrouwen die worden beschouwd als ‘uitschot’ krijgen het roze persoonsbewijs en worden naar het zogenaamde Jugendlager gebracht, waar de gaskamers zich bevinden. Per keer worden 150 vrouwen de gaskamers binnengeleid. Een gastank wordt naar binnen gegooid en na ‘twee of drie minuten gehuil’ treedt de dood in.
Tegen het eind van de oorlog, in de jaren ’44 en ’45, worden de omstandigheden in het kamp steeds slechter. Vrouwen uit andere kampen zorgen ervoor, dat Ravensbrück overbevolkt raakt. Er zijn niet genoeg slaapplaatsen.

Blz.77

Soms slaapt men op de grond, soms moet men het bed met twee of drie andere vrouwen delen.
Heleen Kuipers heeft de ellende van met name het laatste oorlogsjaar niet meer meegemaakt. Ze is dan al overleden.

De reis naar Ravensbrück schijnt niet erg moeilijk geweest te zijn. De vrouwen uit Nederland komen aan in keurige overalls en zijn in een vrij opgewekte stemming. Die stemming zal echter gauw veranderen. De eerste twee dagen en nachten moeten ze buiten in de sintels doorbrengen. Er is in het kamp geen plaats voor hen. Het is net in de periode, dat veel vrouwen uit andere kampen naar Ravensbrück worden getransporteerd en het kamp is eigenlijk overbevolkt. Na twee dagen is een plaats voor hen gevonden. Ze zijn door de ontberingen van die twee dagen even smerig en zwart en wanhopig als de andere gevangenen. Ze krijgen een koud bad en moeten boven- en ondergoed afstaan. Dan krijgen ze oude lompen aan. Heleen Kuipers wordt geregistreerd onder nummer 67184.
Heleen Kuipers heeft het transport niet helemaal ongeschonden doorstaan. Ze heeft een open wond op haar wreef en ze moet de eerste week van haar verblijf in het kamp meteen al opgenomen worden in het Revier, het ziekenhuis van Ravensbrück. Ze is daar samen met mevrouw Nieuwenhuis-Schilpzand, die zich het volgende herinnert:
‘Ik ben met uw vrouw ( in een brief aan Piet Kuipers na de oorlog) vijf weken in Ravensbrück samen geweest. Toen ons transport 9 september daar aankwam, kon ik niet lopen, had een infectie aan mijn hiel en ben toen met enige andere dames naar het kamp gebracht met een vrachtauto waaronder ook uw vrouw. We zijn toen samen een week in een ziekenbarak geweest, want uw vrouw had een open plek op haar wreef. Van dien tijd zijn we steeds samen geweest, samen hebben we gebeden, gepraat, op appèl gestaan, van thuis gesproken en naar huis verlangd. ’t Was een heel lieve vrouw, zo echt een moederlijke vriendin’.
Na een week wordt ze ontslagen uit het Revier en ze wordt geplaatst in een barak in blok 28, ‘een vreselijk smerig woonblok’. Veel jonge vrouwen krijgen de opdracht om in de nabijgelegen fabriek van Siemens te gaan werken. Volgens Piet Kuipers heeft zijn vrouw dit werken voor de vijand altijd geweigerd en zou ze ook daarin ‘tot het laatst aan toe principieel (zijn) gebleven. Het is echter onwaarschijnlijk, dat ze zich openlijk tegen de Duitsers verzet heeft, omdat die mogelijkheid in Ravensbrück simpelweg niet bestond. Het regiem in het kamp is zo streng, dat werk weigeren niet getolereerd wordt.

Blz. 79

Misschien heeft ze kans gezien zich aan het werk te onttrekken. Waarschijnlijker is het echter, dat ze afgekeurd is voor de ‘Atbeitseinsatz’, zoals mevr. Nieuwenhuis vertelt, ‘voor haar ogen’.
Mevrouw Nieuwenhuis gaat uiteindelijk naar München , Heleen Kuipers blijft in Ravensbrück.

Veel, vooral oudere vrouwen, die niet bij Siemens kunnen werken, worden in andere werkcommando’s geplaatst. Heleen Kuipers komt terecht bij het zogenaamde breicommando, waar kleding voor het Duitse leger gebreid wordt. De vrouwen die in het Siemenscommando moeten werken, worden op den duur allemaal overgeplaatst naar een boven het kamp liggend ‘Siemenslager’.
In zekere zin is het een verbetering voor die vrouwen, omdat de omstandigheden daar naar verhouding beter zijn dan in het eigenlijke kamp. De vrouwen worden dan als arbeidskrachten beschouwd en voor de Duitsers is het blijkbaar belangrijk niet geheel uitgemergelde of gemartelde vrouwen aan de buitenwereld te laten zien. Voor de vrouwen die nog niet zijn overgeplaatst naar het Siemenslager wordt heleen Kuipers na verloop van tijd ‘Tischälterste. Haar taak is het dan om bij terugkomst van de ‘Siemensleute’ in de barakken het eten te verdelen. Dit geeft haar ook de mogelijkheid om ziek lotgenoten af en toe wat extra’s toe te stoppen.
Ondanks het feit, dat er niet veel vrouwen zijn die Ravensbrück overleefd hebben, die Heleen Kuipers langdurig en van nabij hebben meegemaakt, komt uit de spaarzame herinneringen toch een beeld naar voren van een vrouw, die waar het kon hulp biedt en troost probeert te geven. Mevr. Boissevain-van Lennep, die met Heleen Kuipers korte tijd in de barak van blok 28 gezeten heeft, vertelt het volgende: ‘Ik heb onuitsprekelijk veel aan haar gehad. Ik was al na 12 dagen ziek en ging naar en ziekenbarak of blok. uw vrouw was toen nog helemaal gezond en bleef in blok 28, een vreselijk smerig wooblok. nadat ik 8 weken zwaar ziek had gelegen werd ik door de intrique van twee homosexuele vrouwen die mij kwijt wilden plotseling ontslagen uit de ziekenbarak. Ik had nog koorts en dysenterie. Kon amper lopen en had hartzwakten. Ik moest terug in barak 28 waar de meesten van ons niet meer waren op een klein groepje vrouwen na die moesten breien, o.a. ook uw vrouw. Ik kwam daar voetje voor voetje terug en viel onderweg flauw. Gelukkig was juist uw vrouw daar. Ze ving me op en nam me mee. Ik kreeg en paar uur een bed van iemand die werkte en een paar uur een ander bed dito.

Blz.81

Uw vrouw maakte dat telkens in orde. In haar eigen bed was geen plaats. Zij moest daar breien. Ze verzorgde me zo goed als ze kon, sneed hele dunne boterhammetjes van het harde schimmelbrood en belegde die met dunne plakjes aardappel en uisnippers. Altijd wist ze uit de beperkte mogelijkheden nog iets te maken en verspreidde om zich heen liefde en warmte. Zij was altijd blijmoedig en sterk voor anderen.
Ongeveer eind oktober wordt Heleen Kuipers ziek. men vermoedt, dat ze typhus heeft. Ze wordt geheel geïsoleerd, maar later blijkt, dat haar ziekte toch geen typhus is. Ze wordt dan overgebracht naar de gewone ziekenbarak,waar ze op 27 of 28 december 1944 overlijdt. Volgens sommige berichten is de doodsoorzaak toch typhus, andere berichten spreken van een dubbele longontsteking. Het is niet bekend of er iemand bij was toen ze stierf, maar ‘ook dit laatste (heeft ze) met grote overgave en geloof doorstaan, want zo was haar wezen gericht’






LATER MEER

Lees verder