DE ANONIEME BRIEVEN VAN DS.REESER

 

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------- 
ZATERDAG 15 JUNI 1929
HET VADERLAND (Letterlijk overgenomen)

NED.HERV.KERK
Aangenomen:naar Winterswijk ds.E.Reeser te Hoogland
----------------------------------------------------------------------------------------------------------
MAANDAG 09 MAART 1931
UTRECHTS NIEUWSBLAD (Letterlijk overgenomen)

DUISTERE PRAKTIJKEN
Uit Amersfoort wordt aan de "M.M." gemeld:
Na langdurig onderzoek is de politie er in geslaagd een anoniemen briefschrijver te ontdekken, die stellig in ons land zij weerga nooit heeft gehad. Eenige jaren geleden had men in het Fransche plaatsje Tule, een dergelijk geval. Daar duurde het ongeveer twee jaar, voor men den dader had en tenslotte werd iemand onschuldig veroordeeld. Een der verdachten pleegde zelfmoord, doch kort daarop meende men den werkelijken schuldige te pakken te hebben. Toen men dien zou straffen kwam het uit, dat een "dame" het geheele geval op touw had gezet. Hier is een "heer" de verdachte, een ontwikkeld, welopgevoed "heer". Niemand minder dan ds.R. vroeger te Hoogland, thans predikant te Winterswijk, wordt verdacht de schrijver te zijn van eenige honderdtallen anonieme kaarten en brieven. De kaarten en brieven waren niet alleen gericht aan diverse personen in Amersfoort en in het dorp Hoogland, maar bovendien ook aan autoriteiten, zooals den commissaris van politie, den burgemeester, den commissaris der Koningin en aan den minister. Ze hadden vrijwel allemaal betrekking op de stichting Zandbergen, Amersfoort. Speciaal het bestuur en de directie waren steeds het mikpunt. De inhoud der correspondentie was soms niet, soms wel  beleedigend, maar steeds van onwelvoegelijke aard. Het werd een soort sport en met veel zorg werden geillustreerde briefkaarten in het genre van hatelijke nieuwjaarswenschen, uigekozen, om met schrijf-of drukletters een of meer hatelijkheden via de post over te brengen.  Speciaal de bestuurders en leiders  van de stichting Zandbergen werden de dupe van de anonieme schrijverij. Zoo werd een der bestuursleden, mevrouw de weduwe Baronnesse van B.te Hoogland op zekeren dag verrast met een pakje, dat een pop  bevatte en dat oogenschijnlijk was verzonden vanuit een zaal der Rijksklinieken te Utrecht, welke in het dagelijksch leven de zaal van den ooievaar genoemd wordt. Dezelfde adellijke dame werd later den schrik op het lijf gejaagd door toezending van ’n bom, welke bij onderzoek bleek te bestaan uit een cacaobus met kippengrit. Bij het openen van de bus srpong een veer omhoog en kreeg men de volle lading van het grit in het gelaat. Ds.R. is sedert 1 September 1929 te Winterswijk in functie, doch komt nog dikwijls in Hoogland. Het was opvallend, dat telkens na een bezoek aan Hoogland er weer hatelijke of beleedigende kaarten waren gepost voor den directeur van Zandbergen of zijn helpers of helpsters. De beleedigingen betroffen dan weer eens het financieel beheer, dan weer de moraliteit van de stichting en hare bevolking. Wel was indertijd direct -d.w.z.ongeveer vier jaren geleden - door bedoelden directeur een klacht ingediend, maar het onderzoek bracht tot nu toe weinig aan het licht. Aanvankelijk verdacht niemand ds.R. want die vormde het centrale punt van een ethischen dameskring, waarvan bekende figuren uit de adellijke wereld de steunpilaren zijn. Men kon moeilijk veronderstellen, dat een predikant, die zijn schaapjes de schoone woorden: Gij zult geen valsche getuigenis spreken, voorhoudt, zelf bijna vijf jaar lang, eenige malen per week openlij , op een satirische briefkaart of in een uitvoerigen brief, zijn best vrienden durfde te bekladden en te beleedigen. Schriftonderzoek door een bij uitsek deskundige, mr.Frima, directeur der Hilversumsche Politieschool, wees tenslotte uit, dat ds.R. verdacht moest worden. Om de verdenking van zichzelf af te wenden, stuurde hij ook van tijd tot tijd aan zichzelf een anonieme kaart. Gedurende de laatste maanden had ds.R. wel vermoeden, dat men hem verdacht, want hij liet zich in dien geest uit  tegen kennissen te Hoogland. Maar hij voelde zich blijkbaar veilig, want nadat hij in de tweede  helft van Januari van dit jaar een spreekbeurt  te Amersfoort  in de Theosofische loge had vervuld ontving o.m. de commissaris van politie den anderen dag een anoniem schrijven, waarin werd medegedeeld, dat zelfs de beste rechercheurs de zaak niet konden uitzoeken. Ds.R.zal nu wel respect hebben voor den recherchedienst, die de geheimzinnigheden in dit geval oplosten. Op 31 Maart zal de Urechtse rechtbank uitmaken, of ds.R.werkelijk schuldig is.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
DINSDAG 10 MAART 1931
HET VADERLAND (Letterlijk overgenomen)

PERSDELICT
Naar aanleiding van een in De Maandagmorgen van 9 Maart verschenen stuk, waarin ds.Reeser te Winterswijk beticht wordt van het schrijven van anonieme brieven aan allerlei personen  te Amersfoort en Hoogland betreffende de stichting Zandbergen, heeft ds.Reeser te Winterswijk een aanklacht bij de justitie ingediend tegen den schrijver van bedoeld artikel
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------WOENSDAG 11 MAART 1931
HET VADERLAND (Letterlijk overgenomen)

EEN PREDIKANT BESCHULDIGD  VAN HET SCHRIJVEN VAN ANONIEME BRIEVEN
Wij hebben gisteren meedegedeeld, dat ds.Reeser, pred.bij de Ned.Herv. gemeente te Winterswijk, een aanklacht  heeft ingediend tegen den schrijver van een stuk in  De Maandagmorgen, waarin hij werd beticht van het schrijven van anonieme brieven aan allerlei  personen te Amersfoort en Hoogland, betreffende de stichting Zandbergen. Naar aanleiding van dit bericht, heeft de redacteur van de Winterswijkse Ct., de heer A.J.Hendriks, een onderhoud gehad met ds.Reeser, die hem meededeelde, dat reeds sedert jaren geregeld anonieme brieven werden gezonden naar Zandbergen, waarvan  ds.Reeser den directeur zelfs niet kent.
Ook ik - ging ds.Reeser voort - ontving vele malen zulke stukken, geschreven met roodzwarte inkt. Alle betroffen de stichting Zandbergen, een stichting van verwaarloosde kinderen. Ook in Hoogland, mijn vorige standplaats, werden die kinderen uitbesteed en volgens den schrijver verwaarloosd. Dit laatste is inderdaad juist.
September 1930 kreeg ik een brief van den heer P.Kortland, correspondent van de N.R.Ct. en de Utrechtse Courant die inlichtingen vroeg over Zandbergen, daar hij uit betrouwbare bron wist, dat ik goed op de hoogte was en hij als publicist daarin belang stelde. Ik antwoordde, dat ik niet op de hoogte was, dat in Hoogland enkele kinderen verwaarloosd waren en dat ik geen inlichtingen kon geven. In dien zelfden tijd schreef mij een zekere heer van Doorn, ophaler voor een ziekenfonds, die ook inlichtingen vroeg. Deze kreeg ongeveer hetzelfde antwoord. 7 October ontving ik een brief van "De oud-verpleegde van Zandbergen" (zoo werden de brieven geteekend) dat ik de schrijver zou zijn, dat de politie op mij lette en in Hilversum  mijn schrift onderzocht, maar dat ik niet bang hoefde te zijn, hij zou mijn onschuld wel bewijzen. De hoofdaanstichter was mevrouw Schietges. (Deze brief is reeds destijds door ds.Reeser doorgezonden  aan den rechter-commissaris). Eenige  dagen later kreeg ik een oproep van den rechter-commissaris te Utrecht  voor het geven van schrijfproeven in blokschrift. Deze  beschikte over mijn brieven aan de h.h Kortland en van Doorn. Dit zal ongev. 18 of 20 October zijn geweest. Deze schrijfproef is door een deskundige onderzocht, die verwantschap constateerde met het blokschrift. Derhalve moet ik  31 Maart voorkomen voor de rechtbank. Inmiddels heeft de heer Kortland in de Utrechtse Courant  allerlei  artikelen geschreven, waarin hij  zijdelingsche toespelingen maakte op mij. Merkwaardig is, dat de  briefkaarten altijd bezorgd werden, wanneer ik Zondags in Hoogland was geweest, dat is meest het geval om de 14 dagen. Intusschen kreeg ik een week voor  min officieele dagvaarding een brief van een onbekenden schrijver, waarin hij "ds.Reeser verzocht  in een advertentieblad van Amersfoort te vermelden wie zijn verdediger was, dan zou hij  dien verdediger uitvoerig schrijven en de onschuld bewijzen van ds.Reeser" . Daar ik eerst zonder verdediger wilde gaan heb ik op  27 Februari  een advertentie geplaatst: "Aan den oud-verpleegde van Zandbergen: Ik ga zonder verdediger, ik zou  u gaarne willen spreken en beloof u geheimhouding. Ds.Reeser  van Winterswijk".
Ik kreeg geen antwoord, maar ds.Roobol kreeg Maandagmorgen 2 Maart de uitgeknipte advertentie in enveloppe, gepost Centraal Station Amsterdam Zondagavond ongeveer 10 uur en gericht aan den Kerkeraad  van de N.H.gemeente te Winterswijk.
Hierdoor kreeg ik en heel ander licht op de zaak en werd mijn vermoeden bevestigd, dat ook  door mijn vrienden wordt geloofd in Hoogland, dat een groep, die mij reeds vroeger het leven zuur maakte en heeft afgezworen niet eerder te laten rusten voor ik van den preekstoel  ben afgezet, het oorspronkelijke schrijven van den oude-verpleegde heeft aangegrepen om mij verdacht te maken. Misschien hebben zij getracht mij schrift na te maken. Merkwaardig is ook, dat tot op heden nog briefkaarten worden bezorgd, die er precies zoo uitzien. Zoo is b.v.j.l. Vrijdag weer aan een aantal inwoners van Hoogland een partij kaarten gestuurd. Deze zijn, evenals alle kaarten, in Amersfoort gepost op tijden, dat ik rustig in Winterswijk werkte. Intusschen is de heer Kortland doorgegaan met zijn artikeltjes en heeft  eenigen tijd geleden aan een van de dames van den dameskring in Amersfoort medegedeeld, dat hij bezig was een perscommunique te maken. Dit is nu verschenen in De Maandagmorgen, nadat eerst de Telegraaf een stukje had gepubliceerd. Dit stuk grijpt vooruit op de beslissing der rechtbank, bevat tal van beleedigingen en onware dingen (zoo beweerde De Telegraaf dat ik een schrijfmachine gebruikte en ik heb er nog nooit een aangeraakt) en De Maandagmorgen zei, dat ik in de 2e helft van Januari had gesproken in de Loge der Theosofische Orde, waar ik nooit een voet heb gezet. Verschillende dames van den kring verklaren nooit brieven te hebben ontvangen, terwijl de heer Kortland zegt te beschikken over een lijst van 12 dames, die meermalen zulke brieven zouden hebben gekregen.
Een en ander  is oorzaak, dat ik Mr.Voorink heb geraadpleegd en een aanklacht heb ingediend tegen den heer Kortland en mij  in verbinding heb gesteld met een bekend schriftdeskundige, die het handschrift zal onderzoeken. Mr. Voorink zal mij op 31 Maart verdedigen. Ook word ik beschuldigd brieven te hebben geschreven aan den politie-commissaris van Amersfoort, den heer Goorhuis. Welnu voor het eerst heb ik dien naam gezien op de dagvaarding.
Aldus de verklaringen van ds.Reeser, die wetend dat een getuige-deskundige zal verklaren in voor hem ongunstigen zin, met de meeste beslistheid ontkent de hem ten laste gelegde feiten
 ------------------------------------------------------------------------------------------------------
DINSDAG 17 MAART 1931
HET VADERLAND (Letterlijk overgenomen)

DE BRIEFSCHRIJVERIJ  TE AMERSFOORT EN OMGEVING
In een tot in de uiterste hoeken gevuld kerkgebouw heeft ds.Reeser (vroeger te Hoogland bij Amersfoort) Zondag van den kansel te Winterswijk, voor het uitspreken van zijn predikatie een korte verklaring afgelegd voor zijn gemeente, inzake de duistere geschiedenis der briefschrijverij in Hoogland en Amersfoort, waarvan hij verdacht wordt en waarover in het blad  De Maandagmorgen zekere onthullingen zijn gedaan, waartegen ds.Reeser bij de justitie een aanklacht heeft ingediend. Onder ademlooze stilte herinnerde  de predikant aan hetgeen  zijnerzijds reeds in een persgesprek in deze voor hem onaangename geschiedenis is medegedeeld en verklaarde nogmaals aan die briefschrijverij onschuldig te zijn. De dienst  had verder een  gewoon verloop.

De heer P.Kortland te Amersfoort heeft aan de Winterswijksche Ct. geschreven, dat hij  in het blad De Maandagmorgen nooit iets heeft geschreven, gedicteerd of opgegeven en dat ds.Reeser zich dus in dit opzicht vergist. Intusschen heeft ds.Reeser de Winterswijksche Ct.gemachtigd te verklaren, dat de heer K. aan hem heeft geschreven dat hij de schrijver was van een stuk in de Utrechtse Courant evenals van alles wat verder in de bladen zou verschijnen. Deze brief berust op het oogenblik  bij. Mr.Voorink. Bovendien heeft de heer K.gezegd, dat hij bezig was aan een pers-communique.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------MAANDAG 23 MAART 1931
UTRECHTS NIEUWSBLAD (Letterlijk overgenomen)

DE ANONIEME SCHRIJVERIJ
Het deskundig  onderzoek naar  de herkomst der anonieme brieven en briefkaarten, waarvan thans ds.R.te Winterswijk beschuldigd is, was oorspronkelijk opgedragen aan het bureau van mr.Frima te Hilversum. Later is - naar de N.R.Ct meldt -  bovendien opdracht tot schriftonderzoek gegeven aan den heer G.C.F.v.d.Laan, schriftkundige te Bilthoven.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
DINSDAG 31 MAART 1931
HET VADERLAND (Letterlijk overgenomen)

RECHTSZAAK BELEEDINGS QUAESTIE
DS.REESER JHR.W.A.O.,DIRECTEUR VAN SANDBERGEN

Voor de rechtbank  te Utrecht  heeft heden onder groote belangstelling terecht gestaan ds.E.Reeser, predikant te Winterswijk, terzake van beleediging van jhr.W.A.O.,directeur van Sandbergen. Omstreeks December 1929 zou ds.Reeser volgens de ten laste legging aan jhr.O een anonymen brief hebben geschreven, waarin  grove beleedigingen voorkwamen in verband met diens benoeming tot officier in de Orde van Oranje Nassau.
In Januari 1930 en over een langen tijd daarna ontving jhr.O.zeer vele briefkaarten met beleedigenden inhoud, doch verdachte ontkende het hem ten laste gelegde. De president las een brief voor, waaruit het vermoeden zou rijzen dat verdachte meer weet dan hij wil zeggen. Als eerste getuige werd gehoord jhr.W.A.O., als tweede getuige de voorzitter der Ethische Vereeniging te Amersfoort, de schriftkundige van der Laan, die tot de conclusie is gekomen, dat ds.Reeser de schrijver is van den anonymen brief. De laatste getuige is de veldwachter, die gemerkte kaarten aan het postkantoor postte en hierdoor de zaak aan het rollen heeft gebracht. De officier van Justitie, jhr.Greve, gaat de zaak uitvoerig na en komt tot de conclusie, dat een nieuwe reconstructie noodig zal zijn, aangezien nog verschillende duistere punten aanwezig zijn. De verdediger mr.Voorink, sluit zich bij het requisitor aan, evenals de verdachte. Na in Raadkamer te zijn geweest, besluit de rechtbank de zaak terug te wijzen naar den rechter-commissaris, hem opdragend het schrift der brieven en proeven in den vollen omvang te onderzoeken en te laten onderzoeken, nog zooveel getuigen te dagvaarden als hem goed toeschijnt en bovendien nog twee schriftkundigen te benoemen.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------DINSDAG 31 MAART 1931
UTRECHTS NIEUWSBLAD (Letterlijk overgenomen)

DE DIRECTEUR VAN "ZANDBERGEN" ANONIEM BELEEDIGD. PREDIKANT  ALS VERDACHTE. Vanmorgen diende de zaak tegen ds.E.R., predikant te Winterswijk, beschuldigd van beleediging van jhr.W.A.Ortt, directeur van "Zandbergen"  te Amersfoort.
De beleediging zou geschied zijn door middel van anonieme brieven en briefkaarten, doch verdachte ontkende aanstonds deze brieven of briefkaarten geschreven te hebben. Verdachte antwoord op vragen van den president, mr.Havelaar, dat hij, voor Winterswijk, in Hoogland woonde, waar ook verdachte’s verloofde woont. Daar was verdachte tot de conclusie gekomen, dat door "Zandbergen"in Hoogland uitbesteede R.-K.jongens werden verwaarloosd. Verdachte verzekerde getuige jhr.Ortt niet te kennen. Verdachte’s naam was in de zaak "Zandbergen" betrokken, omdat verdachte in een schrijven zijn oordeel over de behandeling namens "Zandbergen"in Hoogland had gezegd. Het schrijven was evenwel zoo ongelukig gesteld, dat men kon aannemen, dat verdachte zich over "Zandbergen" zelf in ongunstigen zin had geuit.
Jhr.Orrt komt dan als getuige mededeelen, dat de anonieme beleedigende brieven hem dan weer veelvuldig, dan weer schaarscher toevloeiden. Ze weden hem van uit Amersfoort toegezonden en hielden de grofste beleedigingen en beschuldigingen in, zoomede minderwaardige toespelingen en verdraaiingen van getuige’s naam. Getuige verklaart, verdachte eenmaal gezien, doch nimmer gesproken te hebben en getuige weet ook niet, welke aanleiding verdachte voor zijn anoniem geschrijf zou hebben gehad. In December 1928  liet getuige een der "Zandbergen"-pupillen op zijn bureau komen en deed hem  wat schrijven om te zien, of dit jongmensch wellicht de schuldige was. Dit was niet het geval, doch getuige kreeg ingefluisterd, dat hij maar eens op Ds. R.in Hoogland moest letten. Getuige hechtte aanvankelijk geen geloof aan deze praatjes over verdachte, doch toen men meer over verdachte’s houding ten aanzien van "Zandbergen" en diens leider ging spreken, ging spr.’s aandacht ook meer in de richting van verdachte. Getuige had de brieven steeds ten politie-bureele gedeponeerd en volgens getuige’s verklaring, had hij  geld beschikbaar gesteld en ook betaald voor onderzoek van het schrift. Dit geschiedde door dr.Schrijver te Amsterdam, wiens adres getuige door bemiddeling van de politie had gekregen. Deze dr.Schrijver had geen vergelijkend stuk van verdachte in handen en kon uit de anonieme brieven slechts opmaken dat deze waren geschreven door een ontwikkeld doch niettemin gedegenereerd man. De brieven handelden  vrijwel allen over de twee gezinnen in Hoogland, waarin dan de Zandbergsche jongens verwaarloosd zouden worden en voorts over het beleid van getuige jhr.Ortt. Getuige Ortt had de brieven eerst ongelezen gelaten doch toen hem bleek dat dergelijke brieven aan het bestuur van Zandbergen niet alleen, doch aan allerlei personen door geheel het land werden gezonden, verzocht hij der politie nu toch eens ernstig te onderzoeken, wie de schrijver was. Een Amersfoortsch rechercheur, die aanvankelijk aan de verdachte wel het allerminst dacht, kreeg een kans, het schrift van verdachte met dat van de anonieme brieven te vergelijken. Het viel den politieman op, dat in beide geschriften de letters II,T en P hetzelfde waren. De verdachte woonde later in Winterswijk en daarom was het getuige eveneens opgevallen, dat jhr.Orrt een anoniem schrijven ontving op den morgen, na den dag, dat verdachte des avonds in Amersfoort een lezing had gehouden. Na ’t feit, dat de heer Ortt geld beschikbaar stelde om de handschriften te onderzoeken, was de anonieme briefschrijver er aanstonds bij om den  commissaris van politie te Amersfoort te verwijten dat hij van een man als getuige Ortt een fooi had aangenomen. Rechter Kaars Sijpesteijn is van oordeel, dat de politie in deze geen bemiddeling had mogen verleenen en dat het schriftonderzoek onmiddellijk bij de Justitie aanhangig gemaakt had moeten worden. De commissaris van politie, als getuige gehoord, deelt mede, dat de politie te Amersfoort voor het onderzoek geen geld had. Toen de heer Ortt het onderzoek, dat getuige als voor-onderzoek beschouwde, toch wilde en zelf wilde bekostigen, gingen de brieven naar den heer Frima, directeur der Politieschool te Hilversum, wiens eerste officieele rapport ds.R. als den dader aanwees. Tijdens het verhoor van den commissaris stelt verdachte een vraag, waaruit blijkt dat zelfs een spiritistisch onderzoek is ingesteld. Dit onderzoek rapporteerde, dat de anonieme brieven geschreven zouden zijn door een meisje, dat veel in balzalen komt en dat door een tuinman tot het schrijven der brieven was aangezet. Een helderziende die later nog werd geconsulteerd zag in den dader een man, die naar zee was gegaan. De deskundige, de heer van der Laan die het schrift deskundig onderzocht, vond in velerlei opzichten overeenkomst en kwam tot een bijzonder bezwarend detail. Verdachte had namelijk in een dictee, dat hij in kapitale letters moest schrijven, twee kenmerkende "halen" aan de letters G en J gezet, zoodat deze letters niet meer kapitaal genoemd konden worden. Het kapitaalschrift van den anoniemen schrijver miste de letters G en J eveneens in kapitaal en vertoonde ze ook met de opmerkelijke "halen". In tal van letters vond getuige verder overeenkomst. Getuige van de Laan uit als zijn sterke overtuiging, dat verdachte die man is geweest, die de anonieme brieven schreef. Getuige wilde telkens zich weer voorhouden, dat een predikant, die Gods woord van den kansel verkondigt, niet in staat zou zijn, zulke brieven te schrijven, doch nauwelijks was getuige dan weer met zijn onderzoek begonnen of hij kreeg de stellige zekerheid, dat verdachte de schrijver was. Getuige kwam mede tot de conclusie, dat verdachte ook op sluwe manier gebruik van drukletters had gemaakt. Over getuige’s verklaring wordt geruimen tijd gediscussieerd. Verdachte  zegt, op verzoek van den rechtercommissaris, een schrijfproef te hebben afgelegd. Verdachte moest o.a. drukletters schrijven, los van elkaar, later aan elkaar. Op een vraag van den advocaat mr.J.Voorink, uit Winterswijk, antwoordt getuige, dat nog een bezwarend element ligt in een "s" van Griekschen vorm, door verdachte herhaaldelijk gebruikt, zoowel in eigen als in de anonieme brieven.
Mr.P.Frima, directeur van de Politieschool, die het schrift mede onderzocht kwam ook zijnerzijds tot de conclusie, dat het schrift van verdachte hetzelfde was als het schrift van den anoniemen schrijver. Getuige’s oordeel was onafhankelijk van het oordeel van den heer v.d. Laan.
Een veldwachter uit Hoogland komt vertellen, dat men op het postkantoortje te Hoogland briefkaarten merkte. Later kreeg getuige Ortt van deze gemerkte briefkaarten als anonieme stukken toegezonden. Getuige deelt vervolgens mede, hoe in Hoogland steeds verdachte’s naam in verband met deze zaak werd gebracht.
Gehoord worden nog drie getuigen a decharge. Als eerste verschijnt ds. Roobol uit Winterswijk, die meedeelt , dat verdachte tijdens en kerkbeurt op den kansel een verklaring heeft afgelegd en voor God en de menschen heeft verzekerd, dat hij met de anonieme briefschrijverij niets te maken had. Ds. Kloots uit Winterswijk kan het bevestigen, de beurten, welke verdachte in Winterswijk vervulde. Getuige kon verdachte het schrijven der anonieme brieven niet toeschrijven. Had deze het gedaan, dan moest getuige hem voor krankzinnig houden. De huishoudster van verdachte komt nog verklaren hoe snel verdachte weer Amersfoort verliet, toen hij daar zijn lezing had gehouden. Mr. Voorink wil aantoonen, dat het verschijnen van verdachte in Amersfoort geheel onafhankelijk is van de data der anonieme stukken, die toch ook bezorgd werden, wanneer verdachte  in Winterswijk was. Dan neemt Jhr.Greven, de officier van Justitie, requisitor. Spr.gaat het voorloop van zaken nog eens na en wijst er op, dat de anonieme brieven en briefkaarten reeds jaren geleden jhr.Ortt onaangenaam kwamen stemmen. Ze waren geteekend:’Een verpleegde van "Zandbergen", doch al spoedig moest men aannemen, dat men met een literair ontwikkeld en goed onderlegd persoon te doen had. Spr. herinnert aan het Hooglandsche verblijf van verdachte, die in relatie met oud-verpleegden stond, die boodschappen voor hem deden. Spr. wees vervolgens op het deskundig onderzoek van het schrift, bracht de rapporten in herinnering. Spr. vond aanwijzingen in het feit, dat briefkaarten werden verzonden wanneer verdachte weer in Hoogland was geweest. De houding van verdachte vind spr.vreemd. Wanneer verdachte, die dominee is, misstanden had ontdekt, dan had hij deze kunnen signaleeren, doch verdachte had zich moeten onthouden van heimelijk gestook. Op de anonieme briefkaarten kwamen mededeelingen voor over feiten, die verdachte alleen kon weten. Verdachte ging te Hoogland om met iemand, die plotseling een anoniem schrijven ontving toen hij de verhouding met verdachte had verbroken. Spr. drong tenslotte aan op hernieuwd onderzoek der zaak, die volgens spr.onvoldoende onderzocht was. Mr. Voorink kon zich daarmede wel vereenigen, doch maakte het verlangen kenbaar,  dat de handschriften nog door andere deskundigen worden onderzocht. De rechtbank achtte het onderzoek der zaak onvoldoende en stelde de stukken opnieuw in handen van den Rechtercommissaris ,een nog uitgebreider schriftonderzoek gelastend. De zaak werd dus geschorst.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------WOENSDAG 11 MEI 1932
UTRECHTS NIEUWSBLAD (Letterlijk overgenomen)

DE BELEEDIGENDE BRIEVEN
Gelijk bekend is, wordt ds.E.R., predikant te Winterswijk, vervolgd op grond der verdenking van het schrijven van anonieme beleedigende brieven en briefkaarten o.a. aan jhr.W.A.Ortt, directeur van de stichting Zandbergen te Amersfoort. Schriftkundigen wezen ds.R zeer beslist als den schrijver aan en de Utrechtsche Rechtbank veroordeelde hem tot een maand hechtenis. Van dit vonnis nu is ds.R. in hooger beroep gegaan. Zal dit echter het gewenschte resultaat hebben, dan zal een sterk bewijs voor zijn onschuld noodig zijn. Wij vernemen nu,dat ds.R. in overleg met den burgemeester van Winterswijk 11 dagen zich heeft laten interneeren bij den tuinman H.Buiten te de Werkhorst bij Meppel, waar strenge isolatie (o.a. werden ’s nachts de deuren van zijn kamer verzegeld) werden toegepast. Niettemin bleven ook gedurende deze 11 dagen compromitteerende schrifturente Hoogland bij Amersfoort en elders arriveeren. De isolatie was stipt geheiem gehouden. Men meent nu te Winterswijk, dat een en ander een sterk bewijs van onschuld van den predikant oplevert. Binnenkort dient de zaak voor het Amsterdamse Gerechtshof.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------
DONDERDAG 19 MEI 1932
UTRECHTS NIEUWSBLAD (Letterlijk overgenomen)

ANONIEME BRIEVEN GESCHREVEN? PREDIKANT VOOR HET GERECHTSHOF
Voor het Gerechtshof te Amsterdam heeft heeden in hoger beroep terechtgestaande predikant ds.E.R. uit Winterswijk, die op 9 Februari door de rechtbank te Utrecht wegens het schrijven van anonieme brieven en briefkaarten met beleedigenden inhoud, o.m.aan jhr. W.A.Ortt, directeur van de stichting ’Zandbergen" te Amersfoort, is veroordeeld tot gevangenisstraf van 1 maand, conform den eisch van het O.M. Verdachte bleef voor de rechtbank ontkennen, op eenige wijze betrokken te zijn bij het schrijven van de anonieme brieven welke reeds gedurende eenige jaren aan verschillende personen direct of indirect bij genoemd gesticht betrokken, zijn gericht. Voor de rechtbank waren de vier schriftkundigen eenstemming van oordeel, dat verd. de schrijver van de brieven was, gezien de overeenstemming in het schrift. Na zijn veroordeling heeft de predikant niet stil gezeten om in hooger beroep zijn onschuld te kunnen bewijzen. Daarom heeft hij zich, in overleg met den burgemeester van Winterswijk, ongeveer een maand geleden gedurende elf dagen laten "ínterneeren" bij een tuinnier te Meppel. Verd.stond onder strenge bewaking en toch werden anonieme brieven en briefkaarten te Amersfoort en elders ontvangen. Voor het Hof, dat gepresideerd werd door Mr.Jolles, terwijl het O.M. werd waargenomen door den procureur-generaal mr.Bauduin, hield verd.met klem zijn onschuld vol.
Aanvankelijk had hij - zoo verklaart verd.op de vragen van den president - niet in hooger beroep willen gaan, omdat hij de cel zijn beste alibi vond. Dan toch, aldus verd., zou bewezen zijn, dat ik onschuldig was, daar de anonieme brievenregen dan toch  door zou gaan. Onder eede, voor den hoogsten  rechter heb ik vanaf  de preekstoel van mijn onschuld getuigd. Mijn gemeenteleden en vrienden hebben mij overgehaald, in hooger beroep te gaan. Wanneer verd.in opgewonden  bewoordingen het rechtbank-onderzoek te Utrecht  ter sprake brengt en het requisitor van den Officier van Justitie allerdwaast noemt, valt de procureur-generaal mr.Bauduin verd. in de rede: "U hebt eerbied te toonen voor het O.M., ik zeg ook nietvan U, dat U allerdwaast optreedt".
Verd.breekt dan zijn verklaring af met de woorden: "Ik ben onschuldig, daar is alles mee gezegd". Hierop wordt aangevangen met het hooren  van de getuigen. Jhr.Ortt, directeur van Zandbergen, doet uitvoerige mededeelingen over de vele door hem ontvangen brieven en briefkaarten, waarvan de inhoud hoogst beleedigend is. Hij kent ds.R. niet doch hij had, door uitingen van anderen achterdocht opgevat tegen ds.R. en hij acht het in ieder geval vaststaand, dat er tusschen den anoniemen schrijver en verd. een nauwe betrekking bestaat. Het oordeel van ds.R. over de stichting Zandbergen stemt merkwaardig overeen met dan van anonymus.
Pres.:Krijgt U nog steeds brieven?
Get.Ortt: Nog steeds! De inhoud wordt steeds grover en schunniger. Ook toen ds.R.geinterneerdwas kreeg ik brieven.
Pres.: Dat is een typisch verschijnsel bij strafzaken als deze.
Tot verd.: Hebt U iets tegen het gesticht Zandbergen?
Verd.:Neen, niets. Ik ken Zandbergen niet! Ik weet alleen, dat mijn vorige gemeente, Hoogland, een paar jongens van het gesticht waren ondergebracht, die de schrik van het dorp waren. Als ik inderdaad klachten tegen Zandbergen had, waren er voor mij  wel andere wegen.
Pres.:Ik heb hier een brief, door u  aan een journalist geschreven. U schrijft daarin, dat er op Zandbergen verkeerde dingen gebeuren, doch dat u geen verdere inlichtingen wilt geven, omdat u in een zure en vunzige taart niet wilt happen.
Pres.: U moet hier niet staan liegen!
Verd.: "Ik lieg niet".
Pres.:" U ging eenmaal in de veertien dagen naar Hoogland vanuit Winterswijk, om uwverloofde te bezoeken; het is wel merkwaardig, dat die brieven ook eens in de veertien dagen verschenen".
Verd.: "Dat wist ik niet".
In het kort behandelt de president nu de verschillende brieven.
Verd.ontkent iedere relatie met de ontvangers van de brieven.
Pres.:"U hebt schrijfproeven af moeten leggen en de overeenkomst tusschen uw schrift en dat van den anonymus".
Verdachte geeft  hiervan een ietwat zonderlinge verklaring. Hij beweert , dat hij het schrift van de beleedigende briefkaarten  na moest schrijven.
Pres.:"Dat kan onmogelijk waar zijn".
Verd.: "Ik sta niet te liegen. Ik ben misschien bitter, maar vergeet u niet, dat ik twee jaar lang ben vervolgd".
Pres.:"Ja, maar ook uw vingerafdruk is op een  der brieven gevonden".
Verd.:" Dat wordt gezegd ja!".
Pres.: "Ten derde worden in de schrifturen dingen aangeroerd, die u bekend kunnen zijn!".
Verd.: "En toch heb ik ze niet geschreven. Ik weet er niets van".
De procureur-generaal vraagt hierop aan verd. waarom hij zich niet met heer Ortt in verbinding heeft gesteld: U bent predikant en de heer Ortt is het slachtoffer in deze zaak, waarom hebt u zich niet eens tot hem gewend?".
Verd.:"Ik heb me in verbinding gesteld met z’n neef".
Als volgende getuige wordt gehoord de commissaris van Politie te Amersfoort, die mededeelt, hoe het ondezoek is gevoerd.
De aandacht was op verd.gevallen  door de overeenkomst tusschen het schrift van verd., en dat hij toevallig onder de oogen kreeg en dat van den anonymus. Voordien had get.geen oogenblik gedacht aan. ds.R.
De president deelt nu mede, dat Mevr.S. een  anonieme briefkaart had gekregen, zij had  ’t adres uitgeradeerd en de kaart naar ds.R. gestuurd. Eenige dagen later kreeg mevr.S. weer een briefkaart, doch nu is ’t adres met speldprikken gemaakt.
Verd.: "Hoe is dit mogelijk!"
Pres.: " ’t Is wel heel merkwaardig".
(De zitting duurt voort)
 ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

VRIJDAG 20 MEI 1932
UTRECHTS NIEUWSBLAD (Letterlijk overgenomen)

VERVOLG
EEN PREDIKANT VOOR HET GERECHTSHOF

De scheikundige dr.van Ledden Hulsebos, verklaart, dat hij de overtuiging heeft, dat de gevonden vingerafdruk volkomen identiek is met die van den linkermiddelvinger van ds.R.
Verdachte kan niet verklaren, hoe deze vingerafdruk op de briefkaart is terecht gekomen. Hij denkt dat een ander een papier, waarop hij begonnen was te schrijven en wegggegooid heeft, verder heeft gebruikt als briefpapier.
Dr.J.Schrijver, arts te Amsterdam, had in 1929 een karakterschets gegeven van den schrijver van de anonieme brieven en briefkaarten. Naar de meening van den schriftkundige, is de schrijver iemand, die zich goed kan vermommen en gemakkelijk verschillende rollen kan spelen. Hij is een fantast en zeer emotioneel, terwijl hij innerlijk verscheurd is.
De deskundige verklaart nog dat hij bij een kennismaking met den vermoedelijke dader ’n groot deel van zijn conclusies bevestigd vond. Veel later had de verdediger van Ds.R., mr.Vorink te Winterswijk, meer materiaal gestuurd aan deskundige, en had hem verzocht als deskundige a decharge op te treden. De deskundige had dit geweigerd, daar hij van meening was, dat ds.R. de schrijver van de anonieme brieven was. In het verdere onderzoek was deskundige Schrijver tot de stellige overtuiging gekomendat ds.R. de schrijver is.
De President:"Kan er een complot van twee menschen bestaan, waarbij de tweede het schrift van den eersten heeft nagebootst om de Justitie op een dwaalspoor te brengen?"
Deskundige Schrijver acht dit volkomen onmogelijk.
De President: In den loop van het onderzoek  is gewezen op verschillende eigenaardigheden in verdachte’s schrift. Dat zou iemand anders toch hebben kunnen aanleeren, en dergelijke brieven schrijven, toen ds.R. geinterneerd was."
Deskundige: "Enkele bijzonderheden zijn na te gaan, maar niet het geheele aspect."
De deskundige meent, dat verdachte de brieven, die ontvangen werden in het tijdperk dat R. geinterneerd was, vooruit zijn geschreven.
Verdachte tot dr. Schrijver: "U bent wel eens boos geweest, dat ik niet veel eerbied voor grafologen heb, want ik heb dien rommel niet geschreven; ik ben toch geen psychopaat, omdat ik mij onwelwillend over schriftkundigen uitlaat?"
Deskundige: "Mijn meening op dat punt grond ik dan ook op andere feiten."
Vervolgens wordt dr.Hesselink als deskundige voorgeroepen. Ook hij is tot dezelfde conclusie gekomen als dr.Schrijver. Vervolgens wordt uitvoerig stil gestaan bij het feit, dat ook tijdens het verblijf van verdachte in Duitschland, waarheen hij in 1931 zijn huwelijksreis maakte, anonieme beleedigende brieven werden ontvangen.
De president wijst nogmaals op de typische overeenkomst van deze zaak met die, welke eenigen tijd geleden voor dit hof werd behandeld en zich in Den Haag afspeelde, ook in dat geval liet iemand zich interneeren en de anonieme kaartenstroom ging door.
De vierde deskundige, de heer Frima, directeur van de politieschool te Hilversum, acht ’t uitgesloten, dat een ander dan verd.de bewuste brieven heeft geschreven.
Mr.Heijmans, advocaat te Arnhem, was door de verdediging verzocht een schriftkundig rapport uit te brengen, doch ook hij was tot de conclusie gekomen, dat ds.R. de brieven had geschreven.
De mogelijkheid van een kunstmatige nabootsing, zoodat twee menschen bij de briefschrijverij zouden zijn betrokken, acht deze deskundige echter niet uitgesloten.
De kantoorkouder der posterijen te Hoogland heeft in 1929 een tiental gemerkte briefkaarten verkocht aan een tuinman aldaar. Van deze kaarten zijn er zes of zeven anoniem verzonden.
Pres. (tot verd.): "Kent U deze tuinman?"
Verd.: "Ja, hij werkte soms bij mij in de tuin."
Pres.: "Kocht die tuinman die kaarten voor U?"
Verd.:"Neen"
Pres.: "Wat doet zoo’n eenvoudige tuinman met tien briefkaarten?"

Verdachte merkt voorts op, dat verschillende personen in Hoogland briefkaarten hadden gekocht. Er zijn er dus veel meer dan tien gemerkt uitgegeven.
Na een discussie hierover wijst de president er op, dat personen, die ruzie met verd.kregen, kort daarna anonieme brieven van beledigenden inhoud kregen en toen verd.naar Winterswijk verhuisde, werden de brieven van daaruit rondgezonden.
Opgewonden betuigt verd.zijn absolute onschuld. Hij acht het zeer begrijpelijk, dat de brievenstroom doorgaat, omdat de werkelijke schrijver wil bewijzen, dat ds.R. onschuldig is.
De tuinman uit Hoogland wordt nu voorgeroepen.
Hij verklaart, dat hij nooit briefkaarten voor ds.R. heeft gekocht. Wel heeft hij een grief tegen Zandbergen.
Pres.:"Hebt U wel eens brieven of briefkaarten  voor ds.R. gepost?"
Get.: "Neen,nooit!"
Procureur-generaal: "Hebt u wel eens slechte inlichtingen over zandbergen verstrekt?"
Getuige:"Onmogelijk is het niet"
De gemerkte briefkaarten komen weer ter sprake. Getuige verklaart, dat hij direct bij het koopen van de briefkaarten had gezien, dat ze gemerkt waren en voegt daaraan toe:
"Och, waarom zou ik geen gemerkte briefkaarten gebruiken?"
Een rechercheur uit Amersfoort vertelt vervolgens hoe sinds 1925 een onderzoek is ingesteld in deze geheimzinnige anonieme brievenaffaire.
Hierop deelt de procureur-generaal mede, dat mevrouw mr.Belinfante, advocate te Amsterdam, hem zoo juist heeft medegedeeld, dat ook  zij vroeger te maken heeft gehad met een anonieme briefschrijverij, waarin ds.R. een hoofdrol heeft gespeeld. Het O.M.verzoekt alsnog mevrouw mr.Belinfante als getuige te hooren, welk verzoek door het Hof wordt ingewilligd.
Get.mevr.mr.Belinfante, verklaart, dat een harer clienten anonieme brieven ontving, zij, get.,verdacht ds.R. van het schrijven hiervan, daar zij diens schrift ter vergelijking had. Op krasse wijze schreef zij verdachte en ........ de brieven, met een valschen naam geteekend, bleven verder uit.
Verdachte geeft toe, de brieven, waarvan in dit nieuwe geval sprake is, te hebben geschreven, hij ontkende echter de valsche namen eronder te hebben gezet.
Pres.:"Maar die drie brieven  hebt u toch geschreven?"
Verd.:"Het waren drie concepten"
Pres.:"Ja, maar ze zijn met verdraaide hand geschreven, zoodat ze door drie verschillende personen leken te zijn geschreven."
Een weduwe, woonachtig te Hoogland, verklaarde, dat naar haar meening ds.R. de schrijverij van de briefkaarten en brieven was. In een vloed van woorden en hevig gesticuleerend zet  de 68-jarige getuige haar meening uiteen, betoogend, dat ds.R. ontoerekenbaar is, zij noemt verd. een onvolwaardig mensch. Op den preekstoel zoo riept zij uit, gelooft hij  zelf, dat hij de waarheid spreekt, aan den voet van den kansel wacht de duivel hem op, om hem rond te leiden. Vervolgens treedt de burgemeester van Winterswijk, de heer J.A.R.Bosma voor het getuigenhekje om a decharge te getuigen. Get.verklaart dat hij op zeer goeden voet met verdachte staat. In Winterswijk is men algemeen van meening, dat ds.R.onschuldig is.
Ds.J.W.Roobol, predikant te Winterswijk, is de laatste getuige a decharge. Gedurende de interneering had ds.Roobol verschillende brieven ontvangen in het handschrift van den schrijver van de beleedigende briefkaarten, met de mededeeling van gebeurtenissen, die verd. niet kon weten. Getuige heeft er geen idee van, wie de werkelijke schrijver is, ds.R. acht hij er niet toe in staat.
Na dit omvangrijk getuigenverhoor gaat het Hof te zes uur in Raadkamer. Na heropening deelt de president mede, dat hedenochtend de zitting zou worden hervat.

EISCH TEGEN VERD.1 MAAND GEVANGENISSTRAF

Gisteren heeft het gerechtshof te Amsterdam zich den geheelen dag bezig gehouden met het  hooren van deskundigen en getuigen in de strafzaak tegen ds.E.R., predikant te Winterswijk, vroeger te Hoogland bij Amersfoort. In de zitting van heden werd de verd.R aan een uitvoerig verhoor onderworpen. De president mr.Jolles, begint met hem de verschillende bezwarende omstandigheden voor te leggen. Hij wijst er o.m.op, dat de schriftkundigen tot de conclusie zijn gekomen, dat verd.de brieven heeft geschreven. Voorts komt een vingerafdruk van verd. op een der briefkaarten voor en brieven met uitgeradeerd adres weet verd.thuis te brengen. De mededeelingen van mevr.mr.Belinfante doen de deur dicht, aldus mr.Jolles.
Verd. poogt van deze laatste  briefschrijverij een verklaring te geven. Voor zekeren meneer X (den naam wenscht ds.R.niet te noemen) heeft hij de brieven vertaald. In deze brieven werd geprotesteerd tegen de toelating van en wielrenner door een wielrenbond.
President: Vind u dat werk voor een predikant?
Verd.; Ik bedoelde er niets kwaads mee.
Terugkomende op de beleedigende brieven  o.a. aan Jhr.Ortt, verzekert verd. met den meesten klem, dat hij  met de geheele zaak niets te maken heeft.
Verd.:Ik heb niets tegen Zandbergen
Pres.: Dat hebt u wel. U hebt o.a.in een duur u onderteekenden brief geschreven, dat u geen lust hebt in een vunzige taart te bijten en dat doelt op de toestanden in Zandbergen.
Voorts wijst de president er op, dat de mysterieuze briefschrijver iemand uit de naaste omgeving van verd.moet zijn.
Verd.:Ik heb het niet gedaan. Trouwens dat bewijst de tijd, dat ik geinterneerd was en de brievenstroom toch door ging.
De proc.-gen.: Dat alibi hebt u  met uw vrienden geconstrueerd. Waarom hebt u mij er niet in gekend?
Verd.:Ik had in de gevangenis gewild. Mijn vrienden drongen op interneering aan. Er komen de meest onzinnige brieven aan mij gericht, maar veroordeelt u mij en u zult zien dat de briefschrijverij doorgaat.
Nadat dr.Schrijver nog zijn oordeel had gegeven over de drie brieven, die ter zitting ter sprake waren gebracht, als ook zijn oordeel over de psyche van verdachte, ging het Hof in raadkamer.
Na heropening was het woord aan den  procureur-generaal, mr.Bauduin, tot het uitspreken  van zijn requisitor.
Verdachte heeft in deze zaak hardnekkig  ontkend; de rechtbank te Utrecht  heeft zich op een oud graphologisch standpunt geplaatst en daarop haar vonnis gebaseerd. Daarom acht spr.het niet raadzaam, dit vonnis over te nemen en requireert hij vernietiging hiervan.
De vijf deskundigen verklaren een van zin, dat verdachte de schrijver  is van de  bewuste briefkaarten. Alle deskundigen hebben uit de manifestaties van het schrift de conclusie getrokken, dat alle  schriften door een  en denzelfden  persoon zijn geschreven.
De sterkste aanwijzing  acht spr.de mededeeling van mevr.mr.Belinfante, waaruit blijkt dat verdachte menschen in een onaangename positie bracht door ’t schrijven van brieven met een verdraaide hand. Het .z.g.alibi besprekend, merkt spr. op, dat dit hoogstens zou kunnen bewijzen, dat een  tweede persoon ook beleedigende brieven schrijft. Een nader onderzoek in deze zaak acht spr.volmaakt overbodig. Het feit, dat deze verdachte heeft gepleegd, is hoogst merkwaardig. Vanuit het duister bekladt hij meerdere menschen. Spr.acht  hier gevangenisstraf  op haar plaats. Hij dient in de maatschappij  gesignaleerd te worden als een gevaarlijk persoon mede met het oog op de generale preventie. Op formeele gronden vroeg spr. vernieitiging van het vonnis en opnieuw rechtdoende zijn veroordeling tot een gevangenisstraf  van een maand.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

ZATERDAG 21 MEI 1932
UTRECHTS NIEUWSBLAD (Letterlijk overgenomen)

VERVOLG
ANONIEME BRIEVEN GESCHREVEN?
PREDIKANT VOOR GERECHTSHOF

Nadat gisteren tegen ds.E.R. voor het gerechtshof te Amsterdam een gevangenisstraf van 1 maand was geeischt, hield de verdediger mr.J.Voorink uit Winterswijk zijn pleidooi.
Pl. bestrijdt de mogelijkheid, dat de moderne graphologie absolute zekerheid kan geven omtrent de identiteit van het schrift der briefkaarten met dat van ds.R. Verd. kan alleen aantoonen, dat er geschriften van denzelfden aard gezonden worden, terwijl het hem onmogelijk is deze te schrijven of te verzenden. Dit heeft  verdachte inderdaad bewezen. Pleiter noemt de verschillende gevallen, dat briefkaarten zijn gezonden, terwijl ds.R. in Konigswinter was, waar hij zich bij vrienden bevond. Om tenslotte aan te toonen, dat de anonymus de briefkaarten geschreven heeft, is verdachte in afzondering gedaan. Deze afzondering is zeer effectief geweest, al heeft de procureur-generaal zich schamper hierover uitgelaten. Er zijn toen briefkaarten ontvangen, door den anonymus geschreven, waarin berichten vermeld stonden, die onmogelijk van te voren gereed gemaakt kunnen zijn. De deskundigen achten het bewezen, dat ook deze  briefkaarten geschreven zijn in het handschrift van ds.R.De anonymus kan volkomen op de hoogte zijn van al wat met de zaak in betrekking stond, door de verslagen in de dagbladen. Dan komt pl. tot de verklaring van mr.Belinfante. Pl.meent, dat de brieven door verdachte geschreven, het gevolg zijn van een  spontane impuls, om zijn opdrachtgever, die bepaalde redenen  had den buitenlandschen wielrenner te weren te helpen. Drie dagen, nadat het vonnis door de Utrechtsche rechtbank was uitgesproken, heeft Jhr.Ortt, de directeur van Zandbergen, nog eenige  briefkaarten ontvangen. Het is toch al zeer onwaarschijnlijk, dat deze  door verdachte geschreven zijn. Verdachte heeft niet zoo’n haat tegen Zandbergen, als uit de briefkaarten naar voren komt. Het feit, dat de anonymus doorgaat  met ook nu de briefkaarten te schrijven, wijst, evenals  het alibi, op de onmogelijkheid, dat verd.de dader  zou zijn.Als het hof het alibi aanneemt,kan slechts een vrijspraak volgen, daar de brieven volgends de deskundigen door een persoon  zijn geschreven. Pl. concludeerde tot vrijspraak, subs. tot het instellen van een nader onderzoek van de brieven, tijdens de interneering verzonden. Na heropening der zitting  deelde de president, mr.Jolles, mede, dat het hof het wel wenschelijk acht een onderzoek te doen instellen naar de herkomst der bovengenoemde briefkaarten en naar de feiten hierin vermeld, alsmede naar het handschrift van twee getuigen in deze zaak. Voor dit onderzoek, door de deskundigen,
wordt de zaak terug gewezen  naar den rechter-commissaris.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------ZATERDAG 07 JANUARI 1933
UTRECHTS NIEUWSBLAD (Letterlijk overgenomen)

DE ANONIEME BRIEVEN AAN JHR.ORTT TE AMERSFOORT.
Het Gerechtshof zal de behandeling van de strafzaak tegen ds.R., thans predikant te Winterswijk, voorzetten op 6 Februari a.s.
De predikant werd op 9 Februari 1931 door de rechtbank alhier wegens het schrijven van anonieme brieven en briefkaarten met beleedigenden inhoud, o.m. aan jhr. W.A.Ortt, directeur van de stichting Zandbergen te Amersfoort, veroordeeld tot een maand gevangenisstraf conform den eisch van den officier.
Op 19  en 20 mei j.l. diende de zaak in hooger beroep voor het Hof te Amsterdam. De predikant hield vol onschuldig te zijn, de schriftkundigen waren unaniem van oordeel, dat verdachte
de bewuste brieven had geschreven, hiertegenover staat, dat de brievenstroom  ook doorging, toen de predikant zich vrijwillig in isolatie bevond.
De procureur-generaal mr.Bauduin eischte eveneens een maand gevangenisstraf.
Na het pleidooi van mr.Voorink uit Winterswijk, gelasste het Hof een nader onderzoek van de jongste schrifturen tijden de interneering binnengekomen. In de periode tusschen  20 Mei en heden is de stroom van anonieme brieven door blijven gaan.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
MAANDAG 13 MAART 1933
UTRECHTS NIEUWSBLAD (Letterlijk overgenomen)

PREDIKANT VOOR HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM.
VERDACHT VAN HET SCHRIJVEN VAN BELEEDIGENDE BRIEVEN.

Het gerechtshof te Amsterdam  onder presidium  van mr.J.Jolles zette vandaag de behandeling voort  van de strafzaak  tegen een predikant uit Winterswijk die wordt verdacht van het schrijven van anonieme brieven met beleedigenden inhoud o.a.aan jhr.Ortt, directeur van de stichting Zandbergen te Amersfoort. De Utrechtse Rechtbank veroordeelde verdachte in Januari 1932 conform den eisch tot een maand gevangenisstraf. De predikant ging in hooger beroep. Bij de behandeling voor het Hof in Mei 1932 verklaarden vijf schriftkundigen dat er twijfel bestond of de predikant was de schrijver van de anonieme brieven. De proc.-generaal  eischte eveneens 1 maand gevangenisstraf. Op 20 Mei werd een nieuw onderzoek gelast naar de later ingekomen brieven. Op 6 Februari j.l. werd de behandeling voor het Hof  voortgezet. De schriftkundigen waren het niet eens. Het Hof besloot de zaak uit te stellen tot heden om den schriftkundigen a charge gelegenheid te geven het rapport van den heer Dulfers te bestudeeren. In de zitting van heden werd als eerste getuige-desk. de heer Garnier gehoord. Deskundige  had een vingerafdruk onderzocht, die op een der briefkaarten voorkwam. Desk.had verschillende punten van overeenkomst  gevonden met een  van verd.’s vingers. De afdruk was er op gekomen toen de inkt nog nat was. De heer Waltman, inspecteur van politie te Den Haag, had een schriftkundig onderzoek ingesteld.  De president  mr. Jolles wees er op, dat de heer Waltman niet - zooals  in het rapport staat - opdracht van hem heeft gekregen om dit onderzoek in te stellen. Pres.: U bent bij de politie in den Haag, hoe komt u in dit onderzoek a decharge? Wordt de Haagsche politie a decharge te Amsterdam  gebruikt?  Desk.: Ik kreeg  twee briefkaarten  toegestuurd ter onderzoek. Tenslotte bleek , dat verd. vier schrifturen had ontvangen. Ook de procureur-generaal  mr. Bauduin geeft zijn ontstemming te kennen over het feit, dat de chef van den  dactyloscopischen dienst te Den Haag  zich leende tot dit dechargeonderzoek. Pres.(tot desk.): Bemoeide u zich wel eens meer met een zaak, die u niets aanging? Deskundige vond dit onderzoek belangrijk in verband met Haagsche zaken op dit gebied. Ik heb aan den verdediger mr. Voorink gevraagd mij door  den procureur-generaal te laten beeedigen voor deze zaak. Mr.Bauduin: U behoort niet in overleg te treden met particulieren over deze zaak. Deskundige was tot het resultaat gekomen, dat het schrift op een der briefkaarten niet van ds.B.was. Pres: Ja, die briefkaart  misschien niet, maar dat is er een van de honderden. Het gaat hier om andere schrifturen.  Ook bleek, dat desk.nog een onderzoek  naar den vingerafdruk had ingesteld. Pres.: Ik begrijp er hoe langer hoe minder van.  U stelt een uitvoerig onderzoek in in een zaak, waarmee u niets te maken hebt. Is het een zucht om uw deskundig licht te laten schijnen?  Deskundige van Ledden Hulsebosch: Toen de heer Waltman bij mij kwam  om over den vingerafdruk te spreken, was hij van alle stukken op de hoogte. Mr. Bauduin (tot Waltman): U hebt zich zelfs met de feiten bemoeid, u hebt  tegen den rijksrechercheur gezegd: " Ik kan je een spoor geven, dat je naar den dader zal voeren". (De zitting duurt voort.)
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
DINSDAG 14 MAART 1933
UTRECHTS NIEUWSBLAD (Letterlijk overgenomen)

VERVOLG.
ANONIEME BRIEFSCHRIJVERIJ. EISCH TEGEN VERD. 1 MAAND GEVANGENISSTRAF

Mr. Bauduin (tot Waltman): U hebt zich zelfs met de feiten bemoeid, u hebt tegen den rijksrechercheur gezegd: "Ik kan je een spoor geven, dat je na de dader zal voeren" U hebt niets van negatieve feiten aangewezen. Uit het rapport van den heer Waltman blijkt nog,dat hij een vingerafdruk van ds.R.heeft gemaakt. Pres.: U hebt U dus wel in verbinding gesteld met verd. en den verdediger; zegt U nu maar eerlijk, dat U warm voor de zaak is gemaakt ten voordeele van verd. U hebt kosten noch moeite gespaard om hier  a decharge op te treden.
De president gaat voort het rapport voor te lezen. Desk. is van meening dat er niet genoeg punten van overeenkomst zijn, om te kunnen zeggen, dat de vingerafdruk van verd.is. Naar de meening van desk.dienen verschillende punten van overeenkomst wegens onduidelijkheid te vervallen. Desk.had slechts 5 punten van overeenkomst kunnen vinden, doch geen afwijkingen. Vijf punten van overeenkomst is echter te weinig. Er ontspon zich een debat tusschen de deskundigen a charge aan de eene zijde en den heer Waltman aan de andere zijde over het uitschakelen van punten van overeenkomst in den vingerafdruk, omdat er vlekjes in den afdruk zitten. Nadat dr.Hesselink zijn meening over den vingerafdruk te kennen had gegeven, diende inspecteur Waltman van repliek, waarbij de procureur-generaal uitriep:" Och meneer, poogt U toch geen verwarring te stichten". De heer Waltman wees iets aan op de foto’s; de procureur-generaal riep daarop uit: "Mijnheer, blijft U er af". De ontstemming van den procureur-generaal steeg nog aanmerkelijk toen desk.Waltman een lijvig rapport overhandigde, waarin critiek op de andere deskundigen wordt uitgeoefend.

DEBAT TUSSCHEN DE SCHRIFTKUNDIGEN

Hierna was het debat tusschen schriftkundigen aan de orde. Een schoolbord met de verschillende schrifteigenaardigheden van verd. werd op het podium geplaatst. Alvorens de besprekingen begonnen, waarschuwde de President de schirftkundigen wetenschappelijk  te blijven en niet persoonlijk  te worden. Er bestaat tusschen de schriftkundigen een zekere animositeit - ook in andere rechtzaken - aldus mr.Jolles. Mocht iemand hier persoonlijk  worden, wat in de rapporten herhaaldelijk is gebeurd, dan zal ik hem het woord ontnemen.
De deskundige Dulfers kreeg hierna het woord om zin meening te verdedigen, dat verd.niet de schrijver is van de verschillende brieven en briefkaarten.Uitvoerig ging hij de graphologische eigenschappen van den verd.na.
Pres.:(tot desk.): U haalt er enkele verschilpunten uit en dan concludeert u, dat verd. de brieven niet heeft geschreven, dat is echt dechargewerk.
Desk.Dufers:" Ik ben objectief"
President:"Dat bent u niet , u staat hier a decharge"
Onverstoorbaar  zette de schriftkundige zijn explicaties van zijn rapport voort.
De deskundige v.d. Laan kreeg hierop gelegenheid  om het rapport van dr.Dulfers te bespreken. Hij beoogde dit te ontzenuwen en wees er op, dat  het wemelt van uitdrukkingen als "Soms","misschien","onwaarschijnlijk".

NOG STEEDS ANONIEME BRIEVEN

Deskundige v.d.Laan gaat het rapport van dr.Dulfer tot in details na, de aandacht in de zaal is aanmerkelijk verslapt. Daarna leeft de spanning weer wat op, toen de bode een expressebrief binnenbracht. Voor den president. Fijntjes glimlachend haalt mr.Jolles er een briefkaart uit en daar bekend is, dat hij den laatsten tijd herhaaldelijk briefkaarten van de anonymus in deze zaak krijgt, wacht de zaal met spanning. Zonder iets te zeggen werpt de president het schriftuur op tafel. De heer v.d.Laan zet zijn aanval op dr.Dulfer’s rapport voort. Dit rapport, zoo concludeert spr.ten slotte geeft blijk van een onvoldoende vergelijking en ontstellende onwetendheid inzake het materiaal. Het is spr. een raadsel hoe iemand tot conclusie kan komen als dr.Dulfer.
Dr.Schrijver, die eveneens uitvoerig het rapport van dr.Dulfer bespreekt, drukt er zijn verwondering over uit, dat het niet eveneens is onderteekend door den heer Waltman, daar deze er ook aan heeft medegewerkt. De president deelt noch mede, dat er een briefkaart is binnengekomen in het bekende handschrift, onderteekend "oud verpleegde van Zandbergen". Op de briefkaart is een gebeurtenis te Baarn vermeld op een moment, dat verd. reeds hier was.
Ook de verdediger had tijdens de zitting een brief ontvangen, waarin zich perronkaartjes van de stations Baarn en Amersfoort bevonden
. De deskundige Frima sluit zich aan bij de conclusies van de andere deskundigen, die zich tegenover dr.Dulfer stellen.

REQUISITOR

De procureur-generaal mr.Bauduin zeide zich eigenlijk  te kunnen refereeren aan zijn op 20 Mei 1932 gehouden requisitor. Het alibi, ontstaan door de opsluiting in de Werkhorst bij Meppel, heeft geen betrekking op de geincrimineerde briefkaarten, doch op volgende schrifturen. Daar komt nog bij, dat deze  opsluiting zich afspeelde onder vriendjes. De geheele alibi-geschiedenis is ineengezet zonder dat het Openbaar Ministerie er iets van afwist.
Verdachte is oorspronkelijk bij dr.Schrijver gekomen om hem als getuige a decharge rapport te doen uitbrengen. Dr Schrijver weigerde dit echter, daar hij direct tot de conclusie kwam, dat verd.de brieven wel geschreven had.
De vier deskundigen a decharge zijn het in dit geval volkomen eens, wat niet altijd het geval is. Verd. is verder gaan zoeken naar een desk.a decharge, hij vond  toen dr.Dulfer. Dr. Dulfer- aldus mr.Bauduin - is mijn  als schriftkundige volkomen  onbekend, hoewel ik twntig jaar een plaats  in het O.M.bekleed.
Meeningen van schriftkundigen zijn echter niet voldoende om iemand te doen veroordeelen. Er is hier echter meer. De vingerafdruk, die gevonden is, is van verd. afkomstig. Hoewel verd.dit aanvankelijk niet ontkende, al gaf hij er een wonderlijken uitleg van, heeft de heer Waltman verklaard, dat de afdruk niet van verd.is. Nogmaals geeft mr.Bauduin er zijn verwondering over te kennen, dat de heer Waltman de zijde van den verdachte heeft gekozen en niet  van het O.M., waar hij thuis hoort. Spr.brengt nog verschillende  bezwarende aanwijzingen naar voren, o.a. den stijl  van de briefkaarten en de juiste spelling van vreemde woorden. Spr.vorderde opnieuw tegen verd. een gevangenisstraf van 1 maand. Voor het pleidooi van mr.Voorink wil mr.Jolles de beide brieven behandelen, welke tijdens de zitting zijn ontvangen. Het blijkt, dat een der brieven getypt adres heeft en in Amsterdam is gepost.
Mr.Voorink, aldus de president, weet u niets  van dit couvert, het adres is getypt met eenzelfde machine, die u bezit. Ik heb meerdere  brieven van u gehad, getypt met een dergelijke machine. Bovendien zit op de briefkaart, gesloten in het couvert, een postzegel. Mr.Voorink: Ik weet er niets van, het adres is niet door mij getypt. Ik ken die enveloppe niet.

PLEIDOOI

De verdediger mr.Voorink  uit Winterswijk zegt in zijn pleidooi, dat. z.i.de schriftexpertise van dr.Dulfer wel degelijk waarde heeft. Om dit te bewijzen legt hij een schrijven over van een Zwitserschen grapholoog; in dit schrijven wordt tevens de deskundigheid van dr. Schrijver in twijfel getrokken. De heer Waltman, zoo vervolgt pleiter, is een zeer gezien ambtneaar bij de Haagsche politie, wat ook blijkt uit de uitlatingen van den  procureur-generaal mr. de Visser in de zaak  Eschauzier.  Pl.onderwerpt de rapporten van de deskundigen a charge aan een felle critiek. Naar de meening van mr.Voorink waren de deskundigen a charge niet onbevoordeeld. Wat de vingerafdrukken betreft betoogt pl., dat er niet genoeg punten van overeenstemming zijn gevonden om te kunnen zeggen, dat twee afdrukken overeenstemmen. Mr. Voorink concludeert  tenslotte  tot vrijspraak subs.ontslag van rechtsvervolging.

VERDACHTE BLIJFT ONTKENNEN

Nadat verdachte nog het wood heeft gevoerd, waarbij hij o.a.vertelt, dat hij met vrij groote zekerheid weet wie  "oud verpleegde II" is. Daar "oud verpleegde I" dezelfde is, als "oud verpleegde II" , althans  volgens dr.Schrijver, zijn we een stuk verder,aldus verd.
Nogmaals verklaart verd.met klem , dat hij onschuldig is. Hij hoopt, dat het Hof de alibi-briefkaart van vandaag nog zal onderzoeken.
ARREST 27 MAART
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------
MAANDAG 27 MAART 1933  
HET VADERLAND (Letterlijk overgenomen)


ANONIEME BRIEVEN EN BRIEFKAARTEN
DE PREDIKANT E.R. VEROORDEELD
Het gerechtshof te Amsterdam heeft vandaag arrest gewezen in de geruchtmakende strafzaak tegen den  Winterswijkschen predikant E.R., die in hooger beroep was gekomen van het vonnis der rechtbank te Utrecht, waarbij hij wegens het schrijven van anonieme brieven en briefkaarten  met beleedigenden inhoud o.m. aan jhr.A. W.Ortt, werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van een maand conform den eisch van den officier. Het Hof vernietigde het vonnis op formeele gronden en veroordeelde verdachte, opnieuw rechtdoende, tot een gevangenisstraf van 1 maand wegens beleediging tweemaal gepleegd, en beleediging van een ambtenaar in functie.

In het arrest wordt o.m. het volgende overwogen:
Verdachte was niet vriendelijk gezind tegenover de Stichting Zandbergen, wat blijkt  uit zijn uitlating "er zijn op Zandbergen dingen gebeurd, die niet in orde zijn, maar het lust mij niet in een vunze taart te roeren."
De vier deskundigen Hesselink, Schrijver, Frima  en .v.d.Laan zijn unaniem van oordeel, dat de  geincrimineerde briefkaarten door verd. zijn geschreven. De op een briefkaart gevonden vingerafdruk is naar het oordeel van de deskundigen Hesselink en v.Ledden Hulsebosch identiek met de linker-middenvinger  van ds.R.
Volgens de deskundigen zijn de handteekeningen onder de brieven aan de Ned.Wielren Unie vervalscht en geplaatst door verd.
De wed.S. ontving een anonieme  briefkaart. Zij radeerde het adres weg en stuurde de kaart retour aan ds.R. Eenige dagen later kreeg zij weer een briefkaart, doch het adres was er met een speld ingeprikt. De heer K. kreeg anonieme briefkaarten, waarop  het huisnummer onjuist was. Hij zond ds.R. een briefkaart met zijn juiste huisnummer en eenige dagen later ontving hij een anoniem schrijven, waar zijn huisnummer juist was. De anonieme "oud verpleegde" reageerde dus op wat ds.R. ter kennis werd gebracht. Door bovenstaande bewijsmiddelen is bij het Hof de overtuiging gevestigd, dat ds.R. de anonieme  briefkaarten heeft gezonden. Het bewijs wordt  naar het oordeel  van het Hof niet ontzenuwd door de "isolatie", daar  deze onvoldoende was. Ook de rapporten van de deskundigen a decharge, dr.Dulfer en Waltman, ontzenuwen het bewijs niet. De heer Waltman vond, wat de vingerafdruk betreft, geen afwijkingen, doch slechts minder  punten van overeenkomst. Het Hof legde, wegens het ergelijk karakter van het misdrijf en gezien de persoon van verdachte, bovengenoemde straf op. Ook de procureur-generaal had 1 maand geeischt. verd. noch zijn raadsman mr.Voorink waren bij het uitspreken van het arrest aanwezig. Verdachte, tegen wien jhr..W.A.Ortt een klacht  had ingediend, is met klem blijven ontkennen , op eenigerlei wijze betrokken te zijn bij de tallooze anonieme schrifturen, welke nu reeds gedurende eenige jaren aan verschillende personen, direct of indirect bij genoemd gesticht betrokken, zijn gericht. Na zijn veroordeeling door de Utrechtse rechtbank heeft de predikant niet stil gezeten om in hooger beroep zijn onschuld te kunnen bewijzen. In overleg met den burgemeester van Winterswijk  heeft hij zich o.a. elf dagen laten "interneeren" bij den tuinnier H.Buiten, op de werkhorst bij meppel. Strenge isolatie werd toegepast, doch niettemin bleven verschillende personen beleedigende brieven en briefkaarten ontvangen. Voor de rechtbank en voor het Hof verklaarden vier schriftkundigen eenstemmig, dat de schrifturen waren geschreven door verdachte. Voor het Hof werd door den  deskundige a decharge dr.H.Dulfer uit Den Haag een rapport ingediend, waarin hij tot de conclusie kwam, dat verd. niet de schrijver van de brieven is.  Deze meening werd ondersteund door den inspecteur van politie Waltman uit Den Haag.
De vier deskundigen a charge zijn eenstemmig tot de conclusie gekomen, na onderzoek van het rapport van dr.Dulfer, dat aan dit rapport geen waarde mag worden gehecht.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
WOENSDAG 05 APRIL 1933
HET VADERLAND  (Letterlijk overgenomen)

DE SCHORSING VAN DS.E.REESER
Naar aanleiding van het arrest, dat het gerechtshof te Amsterdam  heeft gewezen tegen ds.E.Reeser, Ned.Hervormd predikant te Winterswijk, heeft het provinciaal kerkbestuur van Gelderland, gelijk gemeld, dezen  predikant provisioneel geschorst. Naar aanleiding hiervan heeft te Winterswijk op initiatief van de besturen der Jeugdvereeniging Advendo en der Christelijke Jeugdorgansatie, benevens cathechisanten van dezen predikant, een bijeenkomst plaats gehad, waarop men de vraag onder de oogen zag wat in het belang van ds.Reeser kon worden gedaan. Medegedeeld werd, dat eenige vrienden van ds.Reeser reeds bij  het Provinciaal Kerkbestuur telegrafisch hebben verzocht een zoodanig besluit te willen nemen, dat de schorsing den korst mogelijken tijd zal duren. Staande der vergadering, dienden beide organisaties telegrafisch een gelijkluidend verzoek in. Daarnaast werd besloten in het dorp  en de buurtschappen van Winterswijk lijsten ter teekening te leggen, waarop instemming kan worden betuigd met het ingediende verzoek.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
DINSDAG 11 APRIL 1933
UTRECHTS NIEUWSBLAD (Letterlijk overgenomen)

DE ANONIEME BRIEFSCHRIJVERIJ
PREDIKANT MELDT ZICH AAN OM DE STRAF TE ONDERGAAN

De Winterswijksche predikant ds.R., die onlangs door het Amsterdamsche Gerechtshof tot een maand gevangenisstraf is veroordeeld wegens het schrijven van anonieme beleedigende brieven heeft afgezien van cassatie en zich bij de Justitie te Amsterdam aangemeld om zijn straf te ondergaan. Hij is ingesloten in de Amsterdamsche strafgevangenis.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
WOENSDAG 12 APRIL 1933
UTRECHTS NIEUWSBLAD (Letterlijk overgenomen)

DE ANONIEME BRIEVEN
EEN VERKLARING VAN DEN PREDIKANT
Ds.E.R., de bekende Ned.Herv.predikant te Winterswijk, veroordeeld door het Amsterdamsche Gerechtshof wegens de anonieme brievenschrijverij, deelt in  "De Winterswijksche Kerkbode" mede, dat hij thans in de strafgevangenis te Amsterdam zijn straf ondergaat, doch dat hij onschuldig lijdt.

"Onschuldig ben ik hier. Heerlijk om dat te weten. Ware ik schuldig, het zou erger zijn. Tegenover alle beschuldigingen en vonnissen van rechtbank, gerechtshof en menschen houd ik mijn onschuld staande. De verklaring op den kansel indertijd afgelegd, in tegenwoordigheid van den heiligen, rechtvaardigen God, die eenmaal rechtvaardig, onpartijdig en onbevoordeeld vonnissen zal, blijft van kracht, zal  van kracht blijven, nu bij mijn leven, straks bij mijn sterven, straks in de groote eeuwigheid. God weet dat ik onschuldig ben".
Aan "De Nederlander" ontleenen wij het volgende omtrent het instituut der provisioneele  schorsing waardoor thans ds. E.R., naar aanleiding van het vonnis van het Amsterdamsche Gerechtshof bij uitspraak van het Herv.Class.bestuur van Zutphen getroffen is;  zijn zaak is verder ter onderzoek en beslissing doorgezonden naar het provinciaal kerkbestuur van Gelderland.
Een dergelijke provisioneele schorsing kan door het classicaal bestuur worden uitgesproken, indien het geldt een geval van ergelijken of geruchtmakenden aard;  deze schorsing is dadelijk  na het uitspreken van kracht; hooger beroep is daarvan niet mogelijk. Het tractement van een predikant, die provisioneel geschorst is, wordt via den Ring, waartoe de bewuste predikant behoort, uitbetaald, terwijl die Ring gemachtigd is de reiskosten, der in zijn plaats dienstdoende predikanten  te betalen en in mindering  te brengen op zijn tractement. De provisioneele schorsing blijft van kracht gedurende het kerkelijk proces; ook voor het geval er sprake mocht zijn van hooger beroep. Wanneer het kerkelijk proces mocht uitloopen op afzetting, vrijspraak  of de toepassing van eenig tuchtmiddel, dan vervalt met de einduitspraak automatisch de provisioneele schorsing. In geval geen enkel tuchtmiddel mocht worden toegepast (vrijspraak) zoo worden de voor reiskosten der plaatsvervangende predikanten afgetrokken gelden door de kerk aan den betrokken predikant vergoed. De bedoeling der provisioneele schoring is derhalve, in een geval van ergelijken of geruchtmakenden aard oogenblikkelijk te kunnen verhinderen, dat gedurende het kerkelijk proces een predikant zijn ambtsbezigheden zou kunnen blijven vervullen, hetgeen noch voor den predikant, noch voor de gemeente, noch voor de Kerk gewenscht wordt geacht.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ZATERDAG 27 MEI 1933
HET VADERLAND (Letterlijk overgenomen)

MOORDZAAK ESCHAUZIER, DE GRAPHOLOGIE EN ..........DS.REESER

INGEZONDEN BRIEF

De recente uitlatingen van den procureur-generaal mr.Tak betreffende de schriftkundige verklaringen in de moordzaak Eschauzier (van de 8 binnen- en buitenlandse experts waren er 4 pro en 4 stellig contra!) komen mij te belangwekkend voor, om er niet even de aandacht op te vestigen in verband met het proces Reeser.
Mr.Tak zegt dan:
.........en onze graphologen .............doch laat mij hierover zwijgen. Zij mogen, zich spiegelend aan hun weinig verheffend krakeel, de hand steken in eigen boezem en zich angstig afvragen, of hier door eigen toedoen een wetenschap op straat is gebracht, waardoor het geloof en vertrouwen in haar deugdelijkheid ernstig is geschokt’.
De volgende opmerkingen moge ik daaraan verbinden:
1.In de zaak E.was valschheid in geschrifte een bijkomend iets; op den voorgrond stond de op zich zelf al belangrijke moordzaak.
2.Daarentegen ging het in de zaak Reeser uitsluitend om de vraag, of de verdachte al dan niet enkele beleedigende briefkaarten zou hebben geschreven.
Voor een deel waren het hier dezelfde schriftkundigen (die ook zonder hun verheffend gekrakeel in Den Haag al voldoenden twijfel hadden gewekt aan de stabiliteit van hun "wetenschap"), die Barbertje Reeser maar lieten hangen.
Toch hadden zij tenslotte het "leven" van een mensch in handen en wie vraagt zich niet angstig af, of hier niet iemand, al vechtende tegen een onrijp (of overrijp?) systeem, onschuldig met de gevangenismuren heeft kennis gemaakt. Beseft men voldoende , wat dit beteekent?
3.Hoe is het toch mogelijk, dat een zoo bij uitstek deskundige als inspecteur Waltman voor veler gevoel ter rechtzitting als enfant-terrible in een hoekje geduwd werd.?
4.Is het niet veelzeggend, dat blijkbaar toch ook de rechtbank even aarzelde om uitsluitend op schriftkundige verklaringen te  veroordeelen?
Des te meer mag het jammer heeten, dat tenslotte bewijsstukken werden aangevoerd als een twijfelachtige vingerafdruk (niet op de geincrimineerde briefkaarten, maar op een stuk kastpapier, althans daarop gelijkend) en voorts briefkaarten met speldeprikjes en geradeerd adres, waarvan de voornaamste schriftkundige a charge later moest verklaren, dat zij in een bloklettersschrift geschreven waren, dat na eenige oefening wel na te maken zou zijn.
5. Thans hebben we in diverse bladen kunnen lezen, dat reeds 5  bekende schriftkundigen hebben verklaard, dat de geincrimineerde briefkaarten met dezelfde hand geschreven moeten zijn als de anonieme kaarten, die tijdens de gevangenschap van den president werden ontvangen.
In Den Haag hebben beroemde graphologen uit het buitenland verklaard, dat hun oordeel nooit 100 pct. zekerheid kon geven. Wordt het dan geen tijd, dat enkele van hun Nederlandsche collega’s de waarheid erkennen van de spreuk: Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald?
Zie, geachte Redactie, dat vraagt men zich af in Winterswijk, in Nederland, anno 1933.

                                                                                      Winterswijker
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------
MAANDAG 06 NOVEMBER 1933
HET VADERLAND (Letterlijk overgenomen)

EMIEL REESER
De heer Emiel Reeser, voorheen Ned.Herv. Predt. te Winterswijk, die door de Synode der Ned.Herv.Kerk uit het ambt werd gezet, in verband met de zaak van de anonieme  briefschrijverij, is thans benoemd tot propagandaleider van de N.S.B.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------VRIJDAG 10 AUGUSTUS 1934
HET VADERLAND (Letterlijk overgenomen)

NOG EENS DE ANONIEME BRIEFSCHRIJVERIJ
Nauwelijks was Maandagochtend te Winterswijk bekend geworden, dat de algemene Synode van de Ned.Herv.Kerk bij haar beschikking van 4 Augustus in hooger beroep gehandhaafd had de uitspraak van de synodus contracta, waarbij ds.E.Reeser te Winterswijk wegens onchristelijken wandel uit zijn kerkelijk ambt was ontzet, of de gemoederen werden in opschudding gebracht door een gerucht, als zou in de strafzaak tegen ds.R. een verrassende wending zijn gekomen. Er zou zich bij den advocaat van Ds.R., die onlangs de niet toegestane revisie-aanvrage bij den Hoogen Raad heeft ingediend, een persoon vervoegd hebben, die uit gewetenswroeging zich zou hebben aangemeld als de schrijver van tallooze briefkaarten, die tijdens den lange duur van het proces aan honderden personen gezonden zijn. Ook de met spelden doorprikte kaarten zouden door hem zijn bewerkt. Er wordt een onderzoek naar de betrouwbaarheid van den vrijwillig, zich aangemeld hebbenden dader ingesteld. Wanneer dat geheel is afgeloopen, zullen er mogelijk termen gevonden worden om een hernieuwde revisie-aanvrage in te dienen.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
WOENSDAG 27  APRIL 1938
HET VADERLAND (Letterlijk overgenomen)

AANKLACHT TEGEN DS.REESER
Op een vergadering in het gebouw van den Protestantenbond te Workum sprak ds.E.Reeser van Winterswijk over de N.S.B. Spr.beweerde o.a het volgende; "In Amsterdam werd onder toestemming van Burgemeester De Vlugt op een tentoonstelling van de Vrijdenkersvereeniging De Dageraad gelegenheid gegeven voor een dubbeltje op een Christusbeeld te schieten". Naar aanleiding hiervan heeft de voorzitter van De Dageraad, de heer J.Hoving, een aanklacht ingediend bij den officier van justitie wegens laster en beleediging van een groep van de Mederlandsche bevolking.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
DONDERDAG 01  AUGUSTUS 1940
HET VADERLAND (Letterlijk overgenomen)

 VANAVOND OPENBARE VERGADERING N.S.B.
Vanavond om half negen houdt de N.S.B. in het Gebouw voor kunsten en Wetenschappen te dezer stede (Den Haag) een openbare vergadering, waarin door ds.E.Reeser zal worden gesproken over Neerlands toekomst en de N.S.B. Verder zal een geluidsfilm van den laatsten landdag in Lunteren  worden getoond.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------VRIJDAG 02 AUGUSTUS 1940
HET VADERLAND (Letterlijk overgenomen)

VERGADERING VAN DE N.S.B.
In een gisteravond hier ter stede door het district ’s Gravenhage van de N.S.B.georganiseerde propagandavergadering heeft ds.Reeser een rede gehouden over "Neerlands toekomst en de N.S.B". Spr.zeide o.a.dat de op dit oogenblik allesbeheerschende vraag is; Welke plaats zal Nederland in de nieuwe wereld innemen? Wat gaat er met dit land gebeuren? Er zijn Nederlanders die dat niets kan schelen. Dat zijn menschen met een "hofjesgeest"; anderen willen den toestand van voor 10 Mei terug. Dat zijn zij, die het toen zoo slecht nog niet hadden. Weer anderen willen nieuwen wijn in oude zakken; zij zijn vereenigd in de Nederlandsche Unie.
Spr. oefende scherpe critiek uit op deze organisatie en haar voormannen. Ook andere  eenheidspogingen van de laatste dagen werden onder de loupe genomen. Hij concludeerde, dat zij zonder uitzondering schipbreuk zullen lijden, omdat zij geen van allen een organisch geheel vormen. Bovendien - zoo ging ds.reeser verder - zijn ze alleen maar nationaal, niet socialistisch. Het staat in geen  der werkprogramma’s te lezen. Het zuivere socialistisch beginsel ontbreekt, alleen de N.S.B.brengt dat.
EEN STORM
Een nationaal-socialistische storm jaagt over Europa. wij buigen ons voor deze grootsche kracht, want regen en wind zuiveren de lucht van zwoele dampen. Wat oud en vergaan is, wordt weggevaagd. Deze storm draagt ook Nederland. Nederland wordt nationaal-socialistisch. Of het Duitsch dan wel Nederlandsch nationaal-socialistisch wordt, hangt af van het Nederlandsche volk zelf. Het is dom tegen den nieuwen geest in te gaan of te trachten hem tegen te houden. Deze geest is niet te blusschen. Men beseffe dat goed. Allen dienen den nieuwen tijd te verstaan: de politieke partijen, haar leiders en vooral ook het individu. Wij allen moeten de kracht en de heerlijkheid van het zwaard aanvaarden en de parapluie vaarwel zeggen. Dan zal Nederland herrijzen en een waardige plaats in het nieuwe Europa innemen.
Spr. gaf vervolgens een uiteenzetting van de verbondenheid van "bloed en bodem", in wezen immers volk en vaderland, en nam stelling tegen hen, die tot nu toe op de werkende massa hebben geparasiteerd. Desnoods zal met geweld tegen deze individuen worden opgetreden.
Spr.besloot zijn rede met te betoogen,dat de N.S.B. nog werkt aan het fundament van het gebouw, dat zij bezig is op te trekken. Hij huldigde ir.Mussert , die onverstoord en rustig voortwerkt, die geduld heeft en die zal overwinnen om dan als een fier en vrij man aan het hoofd te staan van een zelfstandig en nationaal-socialistisch Nederland, dat een waardige plaats in het herboren Europa zal innemen.
De heer Smit wekte zijn toehoorders hierna op  lid te worden van den nationalen omroep, van welks beteekenis hij een uiteenzetting gaf. Na de pauze draaide een film van de laatste Hagespraak in Lunteren. - A.N.P. -
----------------------------------------------------------------------------------------------------
ZATERDAG 26  OCTOBER 1940
UTRECHTS NIEUWSBLAD (Letterlijk overgenomen)

DS.REESER GEREHABILITEERD
De synode van de Ned.Herv.Kerk heeft ds.E.Reeser te Winterswijk gerehabiliteerd en als predikant toegelaten in de Herv.Kerk.Zooals men zich zal herinneren, werd ds.Reeser eenigen tijd geleden beschuldigd van ’t schrijven van anonieme brieven. Hij heeft evenwel steeds verklaard onschuldig te zijn. Tengevolge hiervan was het innertijd niet mogelijk ds.Reeser te handhaven.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------
MAANDAG 28  OCTOBER 1940
HET VADERLAND (Letterlijk overgenomen)

DS.E.REESER
Het. A.N.P.meldt uit Winterswijk:
De synode van de Ned.Herv.Kerk heeft ds.E.Reeser te Winterswijk gerehabiliteerd en als predikant toegelaten in de Herv.Kerk.Zooals men zich zal herinneren, werd ds.Reeser eenigen tijd geleden beschuldigd van ’t schrijven van anonieme brieven. Hij heeft evenwel steeds verklaard onschuldig te zijn. Tengevolge hiervan was het innertijd niet mogelijk ds.Reeser te handhaven.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------
MAANDAG 24 NOVEMBER 1941
DORDRECHTSE COURANT (Letterlijk overgenomen)

VERGADERING N.S.B.
DS.REESER EN DE HEER VAN KAMPEN  SPRAKEN

In de feestelijke met bloemen en vlaggen versierde zaal van Kunstmin hield de N.S.B. zaterdagavond een openbare vergadering. Voor den aanvang hield de districts-propagandaleider de heer A.Vos uit Zwijndrecht de aanwezigen bezig met het laten zingen van verschillende liederen, begeleid door het goedklinkend N.S.B.muziekkorpsje. De districtsleider de heer H.Holtke opende de bijeenkomst met het uitspreken van het leidend begingsel. hij herdacht de gevallenen aan het Oostfront en gaf daarna het woord aan ds.E.Reeser uit Winterswijk, die in de plaats van den heer Vlekke, die verhinderd was, als eerste spreker het woord zou voeren. Deze begon zijn rede met te betuigen dat hij verheugd is te mogen spreken over het onderwerp: "Met Duitschland tegen het Kapitalisme". Hij herinnerde aan Colijn, die het Nat.Soc. zou bestrijden tot zijn laatste ademtocht. Hij de sterke man, schreef de brochure; "Op de grens van twee werelden". Ook wij, Nat.Soc., aldus spreker, bevinden ons op de grens van twee werelden. Wij zijn op de grens van de mrogenschemering. Duitschland ligt in het Oosten, dus vandaar komt de morgenschemering. Engeland, het land ten Westen van ons is in de avondschemering. Wij Nat.Soc.weten wat er gaat gebeuren. Vele menschen leven als op een hofje, laten het groote leven langs zich heen gaan, of leven als schildpadden die zich ’s winters ingraven. Velen hopen nog steeds op Engeland. Toch komt het oude nooit weer terug, noch in staatsvorm, noch ergens anders in. Er is een revolutie uitgebroken, een nieuwe geboorte, en dat gaat altijd gepaard met pijn, bloed en tranen. Van het Nat.Soc. gaat stuwkracht uit, het strijdt tegen het Bolsjewisme en tegen het Kapitalisme. Na de overwinning komt dan de positieve opbouw. Met goud is niets te bereiken, met arbeid alles. Het kapitaal moet dienen, nu echter is het heerscher. Het goud dat middel moet zijn, is doel geworden. Duitschland heeft het geld terug gebracht tot de plaats waar het behoort, dus tot knecht. Ook wij Ned.Nat.Soc. . strijden voor dat doel. Engeland laat zijn beginselen vallen wanneer het om het bezit gaat. Daarom zal Engeland den oorlog verliezen omdat het geen grootere idealen meer heeft. Daartegenover staat Duitschland, dat voor zijn levensrecht vecht. Spreker teekende Chamberlain met zijn parapluie als de belichaming der plutocratie. het zou eenvoudig belachelijk zijn, zich Hitler, Mussert of Mussolini voor te stellen met een parapluie. Vervolgens vergeleek spreker vele menschen met een vleermuis, die geen muis is maar ook geen vogel, dus niet vliegt, doch fladdert. Er zijn hier nog velen die op twee gedachten hinken. Tenslotte riep Ds.Reeser het volk op om in zijn geheel te strijden tegen het kapitalisme tot heil van ons volk en vaderland. Met de woorden: Een voor allen, allen voor een, besloot ds.Reeser zijn meermalen door applaus onderbroken rede.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------
 03 JULI 1942
UTRECHTS NIEUWSBLAD (Letterlijk overgenomen)

"EVANGELIE EN VOLK"
Zondag 5 JULI , 10 uur voorm.:DS.E.REESER,
in het Gymnastieklokaal der school Mgr.v.d.
Weteringstraat 13, Utrecht.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
DONDERDAG 22  APRIL 1943
HET VADERLAND (Letterlijk overgenomen)

LEEK
In het hotel Reijntjes werd onder leiding van den heer J.Bruijel een openbare vergadering van de N.S.B. gehouden. Allereerst werd de zoon van Burgemeester Woldringh van Oldekerk herdacht, die aan het Oostfront viel. Daarna trad als spreker op ds.Reeser van Winterswijk, die een rede hield over "Godsvertrouwen".
------------------------------------------------------------------------------------------------

ALGEMEEN DAGBLAD
12 DECEMBER 1949

NIEUW LICHT IN RECHTZAAK VAN ZESTIEN JAAR GELEDEN
MOGELIJKHEID BESTAAT, DAT EEN PREDIKANT ONSCHULDIG IS VEROORDEELD
Van onze corrsepondent

AMERSFOORT
Er bestaat een kans, dat er nieuw licht zal komen in een rechtszaak tegen een Ned. Herv.predikant, welke zestien jaar geleden veel stof in ons land deed opwaaien. Deze predikant werd verdacht van het schrijven van anonieme brieven en hoewel hij gedurende het proces steeds zijn onschuld bleef volhouden, werd hij  tot gevangenisstraf  veroordeeld. Nu heeft iemand anders zich als een der daders gemeld. Maar er moet nog een tweede dader zijn.

Tijdens de behandeling van deze zaak voor de Rechtbank, zestien jaar geleden, bleef de predikant steeds volhouden dat er naar zijn mening in elk geval twee mensen moesten zijn die de anonieme brieven in kwestie hadden geschreven. Een schreef in blokschrift, de andere in lopend schrift. En de predikant zei:Ik heb met deze zaak niets te maken.

Dezer dagen heeft zich inderdaad iemand bij de advocaat gemeld die indertijd de predikant verdedigde, en heeft gezegd dat hij de anonieme brieven in blokschrift heeft geschreven. Schrijfproeven die hij inmiddels heeft afgelegd, zo hebben deskundigen  gezegd, zijn inderdaad geschreven door dezelfde hand die zestien jaar geleden een vloed van anonieme schrifturen in blokschrift over Amersfoort deed gaan.

De predikant hoopt nu, dat ook de schrijver van de drie kaarten geschreven in lopend schrift met aniline potlodd, die indertijd als belastend  materiaal tegen hem  werden gebruikt , zich zal aanmelden. Dan wil hen revisie van zijn proces aanvragen
Bij de behandeling van het proces hebben indertijd bekende handschriftdeskundigen verklaard, dat de drie kaarten in lopend schrift en de vele brieven in blokschrift van eenzelfde man afkomstig waren, en wel van de predikant
Ook een van die deskundigen, die toen voor de Rechtbank zeer positief was in zijn verklaringen, zou nu graag zien dat de man of vrouw die de drie kaarten met aniline potlood heeft geschreven, zich zou wenden tot een geestelijke die onder ambtseed staat, om een bekentenis af te leggen. Voor strafvervolging behoeft men niet bevreesd te zijn want het misdrijf is verjaard. Maar de predikant heeft, indien hij inderdaad ten onrechte is veroordeeld, recht op herstel van zijn eer en goede naam. En daarvoor is het nooit te laat.
---------------------------------------------------------------------------------------------------

 

DONDERDAG 16 NOVEMBER 1950
UTRECHTS NIEUWSBLAD (Letterlijk overgenomen)

KERK EN SCHOOL
De benoeming tot hulppred. naar Haarlem-Noord, E.Reeser, em.pred. woonachtig te Den Haag, die zich beroepbaar blijft stellen.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

^ Terug naar boven