oudwwijk
Digitaal erfgoed

Algemeen Middenstand

MICA staat voor Middenstands Campagne (1935 Landelijk)
Ter ondersteuning v.d. Middenstand

14 oktober 1935, Graafschapbode
Bij aankoop van elke 50 cent bij een Mica-deelnemer (herkenbaar aan het Mica-raambiljet) krijgt de kooper een Mica’tje, een prijspuzzle-stukje. 12 verschillende Mica’tjes moet U zien te krijgen. Dat zal U niet moeilijk vallen, want de 12 stukjes worden in gelijke hoeveelheden gedistribueerd. U zult dus gemakkelijk de 12 verschillende Mica’tjes kunnen krijgen. Anders ruilt U even.
Bij Uw leverancier kunt U gratis een rebusformulier ontvangen. Daar plakt U de 12 verschillende Mica’tjes in de juiste volgorde op.
Eén manier is maar mogelijk, dus ook dat zal geen moeilijkheden opleveren.
Bij het opplakken hebt U al gezien, dat ook nog even een rebus, moet. worden opgelost.
De oplossing van de rebus schrijft U ook even op het formulier.
U onderteekent dan het formulier en maakt nog even een slagzinnetje, of rijmpje of verhaaltje, op den Middenstand betrekking hebbende (op literaire waarde zal niet worden gelet).
Zet Uw adres en naam er vooral duidelijk op. Het Mica’tje.

6 december 1935, Graafschapbode

DRUKKE NERING

Het karakter van het ietwat doodse Achterhoek-stadje Winterswijk verandert door de Duitse massa klandizie geheel. 
Vooral op zaterdagen is het er druk, zo druk vaak dat de politie het nauwelijks aan kan. 
Cafe’s, garages en marktkramen doen goede zaken, de kruidenierswinkels zijn overvol. Een kruidenier heeft op zaterdagmiddag een omzet van zo’n f 50.000.
Een ander kon enige jaren terug het hoofd met moeite boven water houden en kreeg nu binnen ’n jaar twee zaken en een lunchroom met 25 man personeel.
Winterswijk telde voor de hausse een vijftig kruideniers, thans 86!
Vele panden werden uitgebreid en vernieuwd en een handig manneke maakte van een paar onbewoonbare krotten nette openbare toiletten, waarmee hij f 150 in de week verdiend.

Leeuwarder Courant, 27 Mei 1959

DUITS WINTERSWIJK

Zes dagen van de week is Winterswijk een rustiek provincie-stadje, maar op Zaterdag houden de Winterswijkers op te bestaan, aldus “De Linie” (r.k.).
Vroeg in de morgen dan komen bumper aan bumper de Volkswagens en Mercedessen uit de richtingen Vreden en Bocholt de grens over. In aaneengesloten files naderen ze de stad. Honderduizend Duitsers overstromen het provinciecentrum, er is geen plaats voor de honderden auto’s. 
De Duitse zaterdag is begonnen. Op de markt hebben de kooplieden de Nederlandse prijsborden vervangen door Duitse. Tussen de kramen scharrelen de Munsterlanders rond.

“De Duitse vrouwen leggen de pas gekochte pakken met boter, suiker en koffie in de wagen. Dan gaan ze in optocht naar de textielpaleizen. Met levensgrote karpetten, gekleed in fonkelnieuwe jurken en jassen komen ze naar buiten. Veel mannen en vrouwen verkleden zich van top tot teen op de huid in het nieuw; dat spaart invoerrechten uit.
Vanuit hun ramen kijken de Winterswijkers op de compacte Duitse massa’s neer. 
Ze hebben het er graag voor over, om 1 dag van de week van de straat verdrongen te worden.
De winkeliers rekenen even snel in guldens als in marken, en ze vertrekken geen spier, wanneer de in Duitsland geimporteerde Italianen, hun papieren lires per meter uittellen. Iedere winkelier kent de koersen en rekent spontaan van de ene valuta over in de andere.
’s Avonds zet de wagenstoet zich weer langzaam in beweging. Even buiten het stadje tellen de Duitsers hun waren en scharrelen ze met bonnen en rekeningen.
Over tien minuten zijn ze bij de grenspost, en moeten ze rekening en verantwoording afleggen bij de douanebeambten.
Maar ze weten, met wat handig rekenen en ondanks de invoerrechten is in Holland bijna alles billiger.

Uitgeput maken de rijk geworden winkeliers, dromend van Vrijheid en Democratie, de balans op.
Ze leggen het moede hoofd te rusten.
Als ’s zondags de kerkklokken luiden, ontwaken ze in hun eigen Winterswijk, een rustig provinciestadje ver in het oosten van Nederland, heel dicht bij de Duitse grens” 

Leeuwarder Courant, 6 Augustus, 1962

WINTERSWIJK WAS EENS DE SUPERMARKT VAN HET ROERGEBIED

Je kijkt er niet meer van op als je in het centrum van Winterswijk Duits hoort praten. Het is heel gewoon. Net zo gewoon als wanneer een marktkoopman zijn waren in het Duits aanprijst. De neringdoenden in de winkelstraten danken een groot deel van hun omzet aan de invasie van Duitse kopers.
In 1958 is die begonnen. Toen ging de grensovergang in Barlo open. Daarmee werd een gouden tijdperk voor demiddenstandszaken in Winterswijk ingeluid. Veel zakenmensen hebben daarvan geprofiteerd. Want het Duitse koperspubliek nam als het ware stormenderhand bezit van de Winterswijkse winkelstraten. De omzetten stegen ziender ogen. Een nieuw tijdperk had zijn intrede gedaan.

Ze kwamen met auto’s, met bussen; een enkeling kwam op de fiets. Ze hadden keiharde Marken bij zich en wilden daarmee de (voor hen) goedkope Hollandse artikelen kopen. Ruwe schattingen spreken van vier en een half miljoen grenspassanten in een jaar.
De middenstand speelde er alras op in. Hier en daar zag men al snel kleine uitbreidingen van de winkels. Wat later verrezen er grotere, daarna nog grotere. Want de Duitsers bleven komen. Het jaar 1963 was het drukste jaar. De omzetten bleven stijgen. Er kwamen nieuwe winkels. Er kwamen grotere winkels. De restaurants deden goede zaken. Want de Duitsers bleven vaak een hele dag. Ze gingen het straatbeeld beheersen. Tot vaak ver in de buitenwijken stonden hun geparkeerde auto’s, omdat het centrum van Winterswijk niet berekend was op zulk een grote toeloop van klanten.

De eerste stoepiers verschenen: mensen, die gewapend met foldermateriaal voorzien van Duitse tekst, trachtten de Duitse klanten een bepaalde winkel binnen te praten. Een van de bekendste was “Onkel Willy Scholten”, in dienst van de supermarkt van H.W.Wiggers. Ook aan de grens werden de Duitsers al voorzien van reclamemateriaal met Spezial Angebote.
Ook aan het buitengebied van Winterswijk was de Duitse invasie niet ongemerkt voorbijgegaan. Grenswinkeltjes, die al jaren geleden waren gesloten, werden heropend en eisten een deel van de omzet op. Winkeliers uit het buitengebied stroopten Winterswijk af en pobeerden de Duitsers naar hun winkel te lokken, hetgeen vaak ook lukte.

Het werd nog drukker toen het bekende consumentenvoorlichtingsblad ’ D-Mark ’ een gebruikerstest wijdde aan de Nederlandse prijzen. Een van de interessantste conclusies van de test was dat het lonend was zelfs uit de verste uithoeken van Duitsland naar Nederland te reizen om kleren te kopen. Een citaat: “Als de auto volledig bezet is, haalt zelfs een Zuid-Beier, zijn reis-en verblijfskosten royaal terug uit de besparing op de kledingsprijs.” 
En: “Wie alleen levensmiddelen koopt, komt 200 kilometer van de grens vandaan nog voor niets heen weer”. Het blad gaf ook vergelijkende prijzen. Zo werd uitgerekend dat conserven, leer- en bontwaren, bovenkleding en wasmiddelen wel de helft goedkoper waren in Nederland. Koffie en boter waren ook zeer gewild bij de Duitsers; eigenlijk gold dat voor alle levensmiddelen.

De Duitsers zijn gewend om vroeg op te staan. Dat merkten ook de winkeliers in Winterswijk. Vaak hadden ze op zaterdag om 7 uur al klanten voor hun deur staan.
Zoals gezegd: het centrum van Winterswijk was niet berekend op een dergelijke toeloop. Het grote probleem was het parkeren van de vele auto’s.
De reinigingsdienst en de politie werden voor grote problemen gesteld, want waar veel mensen bij elkaar zijn, komt ook veel afval. Tot laat in de avond waren op zaterdagavond de mensen van de renigingsdienst bezig om alle troep op te ruimen en af te voeren. De politie had vaak grote moeite met het laten doorstromen van het verkeer. Het centrum was in die dagen nog niet autovrij, met alle kwalijke gevolgen van dien.

Wijlen burgemeester Vlam destijds: ’Op zichzelf is de enorme groei, welke de Winterswijkse middenstand de laatste jaren heeft te zien gegeven, natuurlijk verheugend. Maar die heeft voor het gemeentebestuur toch een flink aantal niet te onderschatten problemen opgeleverd’.
Daarom werd het rijk om steun gevraagd voor de extra kosten die deze dagelijkse drukte met zich mee bracht. Het rijk wees deze (herhaalde) verzoeken echter van de hand. Dat was een zaak van de gemeente en de plaatselijke middenstand, aldus de overheid. Ook burgemeester Vlam zag uiteraard de positieve kanten: ’Men mag niet vergeten dat het aanzien van Winterswijk als koopcentrum er de laatste jaren bepaald op is vooruitgegaan, ook uiterlijk’.

Niet alleen Winterswijk profiteerde van de Duitse koopinvasie. Ook Venlo en Vaals kregen een toeloop als nooit tevoren te verwerken. Ook andere plaatsen in de Achterhoek pikten een graantje mee. Maar het feit dat Winterswijk een grote plaats was, dicht bij de Duitse grens, zal voor de overburen aan de andere kant van de grens een pluspunt zijn geweest.

De drukte is de laatste jaren wat geluwd. De tijd dat er wel veertig Duitse autobussen overal in Winterswijk verspreid stonden, is voorbij. Maar nog steeds komen de Duitsers. Ze vinden Winterswijk een gezellige plaats, met een mooie omgeving. Want aan frisse lucht is in het Roergebied nog altijd gebrek. Een uitstapje naar het mooie Winterswijk wordt nog graag gemaakt.

Al zal de situatie uit 1963 zich niet herhalen.Toen stonden Burgemeester Vlam en zijn Duitse collega uit Bocholt op de Markt in Winterswijk te praten. Zij onderhielden zich in plat-Duuts, zo ongeveer het dialect dat ook aan deze zijde van de grens wordt gesproken. Het was druk op de Markt. Geregeld hoorde burgemeester Vlam: ’Morgen Burgemeister”. En voor Vlam dan kon reageren, had zijn Duitse collega al de groet beantwoord: ’Morgen Heinrich, Morgen Klaus, Morgen Egon’, Toen dat een tijdje zo gegaan was, moet volgens overlevering burgemeester Vlam hebben gezegd: ’ Wee is noo hier burgemeester, iej of ike?’
Jan Denkers, 1991

Een kantoor met een stoel, een bureau en een tafel met zeiltje

Herinneringen van oud-directeur Gerrit Heusinkveld van de A.B.H.
door Jansje van Dijk, Achterhoek Nieuws, 1996

Zeventien sollicitanten dienden zich eind 1946 aan voor de functie van directeur van de Algemene Vereniging voor AmBacht, Beroep en Handel (A.B.H.)
De vereniging zag het licht op 14 oktober 1946 en was op zoek naar een directeur, die de zaken met voortvarendheid ter hand zou nemen. Eén van de twee kandidaten die werden uitgenodigd voor de laatste ronde, was Gerrit Heusinkveld. Hij was als boekhouder werkzaam in Zutphen, maar had genoeg van het heen en weer reizen.

‘In december werd ik ontboden bij café Boer Balink en daar werd ik ontvangen door het bestuur, aangevuld met leden van de Centrale Raad, zijnde vertegenwoordigers van de verschillende vakorganisaties. Bij elkaar een man of dertig. Rond middernacht kwam de secretaris melden, dat ik m’n aanstelling had’, herinnert hij zich met genoegen.

De nu 73-jarige Heusinkveld was toen 24 jaar. Op de ledenlijst van de ABH stonden 112 zelfstandige winkeliers, die per jaar rond de vijftien gulden contributie betaalden. ‘Ik kreeg een salaris van f 150,- per maand en dat kon natuurlijk helemaal niet. Maar ach, ik was nog jong, niet getrouwd en vond het wel een uitdaging.’

Een uitdaging, zo zou later blijken, die zowel voor de jonge avonturier als voor de ABN gunstig uitpakte. 
‘Ik kreeg de sleutel van een kantoortje in de peperbus met en stoel, een bureautje en een tafel met een zeiltje erop en vier stoelen. M’n eerste actie was het regelen van een potkacheltje, een zaak kolen en een telefoon.’

Heusinkveld werd meteen voor de leeuwen gegooid. ‘In augustus moest er een hele grote tentoonstelling worden georganiseerd, waarop bedrijven in de wijde regio konden laten zien hoe ze er na de oorlog weer bovenop krabbelden.
Het was een groot succes met zelfs standhouders uit Enschede. Er waren bokswedstrijden, windhondenrennen en een voetbalwedstrijd met grote publiekstrekkers als Faas Wilkes en Eddy Mohring (Hennie Moring?- red.OW) van Enschedese Boys’

Na de tentoonstelling werd Heusinkveld door de VVV gevraagd om ook bij hen de zaak op poten te zetten.
‘Ze hadden compleet niks meer, alleen een hele stapel kaarten van de omgeving, Helaas’, voegt hij er lakoniek aan toe, ‘kon ik die zo in de prullenmand gooien, omdat een muis er keurig in het midden een gat in had geknaagd.’

In 1949 verhuisden ABH en VVV naar de markt. Heusinkveld kreeg het ondertussen alsmaar drukker. Soms zat hij vijf avonden in de week te vergaderen, maar veel hartzeer heeft hij daarvan niet.
‘We hadden een Sinterklaasactie met prijzen van duizend gulden en 800 kaarten voor een grote feestavond in het toenmalige Feestgebouw. Via Joop van den Ende, die toen nog een heel klein bureautje had, contracteerde ik dan André van Duin en Willem Duys of Gert en Hermien, Willeke Alberti, Piet Bambergen, ted de Braak en weet ik wie allemaal.’Op de vraag aan welk evenement hij de leukste herinneringen bewaart, reageert Heusinkveld met een verbaasd optrekken van z’n wenkbrauwen.
‘Ik zou het niet weten’, zegt hij. ‘Je zult me wel een ijdele vent vinden, maar er is nooit iets mislukt.’
Intussen dienden zich ook andere ontwikkelingen aan. Zoals de heropening van de grensovergang in het Woold in 1958. ‘Die Duitse invasie, zoals ik het maar noem, bracht per week 1 miljoen Mark in de Winterswijkse kassa’s en memorabel is ook de aanleg van de promenades in 1978.’
Met de aanstaande fusie tussen ABH en City Vereniging heeft Heusinkveld geen moeite:
‘Het is goed dat de krachten worden gebundeld, maar zoals het vroeger was met die mooie, royale winkelpanden, wordt het niet meer.
1996

Winkeliers Ratumsestraat

Vijftig jaar ABH in vogelvlucht

1946-1996

Het aantal leden van de ABH steeg in 1950 tot 385. Enkele beroepsgroepen, zoals de kappers, de aannemers en de handelaren in rookartikelen, hadden zich al wel gevonden in een vakorganisatie, maar waren nog niet aangesloten bij de ABH.
Hieronder een gespecificeerd overzicht van het ledental:
Smeden 19, drogisten 3, electriciens 33, rijwielhandelaren 15, kruideniers 19, meubelmakers 12, brandstoffenhandelaren 29, schoenhandelaren 9, melkslijters 7, groentehandelaren 11, drukkerijen 5, molenaars 7, bakkers 31, horeca 21, schilders 24, kleermakers 13, veehandelaren 25 en individuele leden 96.

Op 11 juni 1951 is er een ledenvergadering, waarin voor L.N.H.van Zutphen ingaat op de slechte positie van veel middenstandszaken. Oorzaken zijn de devaluatie van de gulden, de loonstijging en het strakke prijsbeleid van de regering. Op deze vergadering komt ook ter sprake de nieuwe reclame-verordening, waarin wordt bepaald dat reclameborden niet groter mogen zijn dan 50 bij 70 cm. 

De evenementencommissie, bestaande uit de heren Beumers, te Kortschot en Heusinkveld, organiseert in de jaren zestig weer enkele beurzen en natuurlijk Sint Nicolaas-acties. De hoofdprijs van de Sint Nicolaasactie in 1961 is een auto, een Volkswagen de luxe. Deze wordt gewonnen door de heer Streek. In verband met de loterijbelasting, die geheven wordt over prijzen hoger dan duizend gulden, worden in 1962 vijf prijzen van 999,99 gulden en vele kleine prijzen beschikbaar gesteld.
De belangstelling van de consumenten voor deze acties stijgt ieder jaar. De omzet die in 1962 f 809.700,- bedroeg, is in 1965 al gestegen tot f 1.400.000,- en in 1966 tot f 1.740.000,-

Op 16 oktober 1971 wordt het 35-jarig jubileum gevierd met een receptie in de grote zaal van Fides en Concordia. ‘s Avonds is er een zeer geslaagde feestavond in het Cultureel Centrum, die georganiseerd werd door Frans Hamelers en Jan Kramer. Voor het eerst sinds 1965 is er dat jaar ook weer een grote beurs. Deze werd gehouden van 19 tot en met 23 oktober. De ruim 50 deelnemers kwamen met mooie stands voor de dag in het nieuwe Cultureel Centrum. Verder waren er modeshows, bloemschikdemonstraties en andere attracties. Als bekende artiesten traden op: Rita Corita, Ronny Tober, Gert en Hermien Mieke Bos, Ted de Braak en Willem Duys. Bijna 10.000 belangstellenden bezochten de beurs.

In 1974 neemt het bestuur van de ABH het initiatief om de belangrijkste winkelstraten autovrij te maken. Zij vraagt het Centraal Instituut Midden-en Kleinbedrijf om een rapport op te stellen en voorstellen te doen. In 1976 begint de aanleg van promenades gestalte te krijgen. De winkeliersvereniging Misterstraat gaat samen met de gemeente de plannnen verder uitwerken. Niet alle winkeliers zijn direct enthousiast. Behalve dat zij voor een belangrijk deel moeten bijdragen in de kosten, vrezen zij omzetverlies omdat de auto’s  van hun klanten niet meer voor de winkeldeur kunnen komen. Ook de aan- en afvoer van goederen lijkt een probleem. Toch wordt in 1978 het eerste gedeelte van de Misterstraat in gebruik genomen. Het gaat verder onder de naam Misterade. In 1982 volgt de Wooldstraat het voorbeeld van de Misterstraat.

In 1994 komt er weer een samenwerkingsvorm tussen bedrijfsleven (ABH,Owin, Kamer van Koophandel en City Vereniging) en de gemeente. Ook wordt er gesproken over een Federatie van City Vereniging en ABH. Deze fusie moet in 1997 gestalte krijgen.

1996, Achterhoek Nieuws

ABH ACTIE 1957

De te winnen prijzen logen er niet om. De Shetland-show
Men kon winnen een televisietoestel, een bromfiets en een wasmachine.
Verder 50 electrische koffiemolens en 100 levensmiddelen pakketten a 35,-
Winkeliers gaven tijdens de actieperiode per bestede gulden een Shetland Showplaatje cadeau.
Drie plaatjes waren goed voor een gratis ritje in een ponywagentje en met tien stuks plus een slagzin deed de bezitter ervan een gooi naar een koffiemolen.
Het ging om tien dezelfde plaatjes en om daaraan te komen, werd er zelfs een speciale ruilbeurs gehouden.

1996, Achterhoek Nieuws

F.C.Misterstraat United
V.L.N.R. Boven:
Hans Konings, Joop Wassink,Johan Booij, Erwin Hochrath, Eef Braakhekke, Bennie Leugemors,Frans Ikink en Bennie Ikink 
V.L.N.R.Onder
Jan Langenhorst, Harrie Aalders,Gé Oonk, Ton de Jong, Konings, Zeeg Jongkoen

‘MICA’ Middenstands-Campagne

Jaren ’30

Lees verder