oudwwijk
Digitaal erfgoed

‘Verantwoordelijkheid voor anderen……’

Door Eppo Kuipers, 1988

1921-1940 ‘Verantwoordelijkheid voor anderen…..’

Pieter Heyo Kuipers (1892-1978) en Helene Theodora Rietberg (1893-1944) trouwde op 21 april 1921. Het huwelijk heeft voor Piet Kuipers een bepaald gevolg, waar hij het wel wat moeilijk mee heeft. Het betekent namelijk, dat hij niet meer terug kan naar Nederlands-Indië, waar hij vanaf 1912 werkzaam is in het havenbedrijf van Belawan Deli, de haven van Medan.
Na de 3- jarige H.B.S. te Winterswijk en een opleiding tot onderwijzer met goed gevolg doorlopen te hebben, treedt hij in dienst van een Amsterdams bedrijf, dat hem uitzendt, naar Medan. In 1919 komt hij met verlof terug naar Winterswijk, waar zijn ouders wonen. De bedoeling is om enige tijd later, in 1920, weer terug te gaan naar Indië. Hij en Heleen Rietberg hebben dan al trouwplannen en hij wil het liefst met zijn vrouw zijn toekomst verder opbouwen in de Oost.
De bootreis terug is door zijn werkgever al geregeld, als zijn aanstaande schoonouders bepalen, dat hij wel met Heleen mag trouwen, maar niet met haar naar Nederlandsch-Indië mag vertrekken. Piet Kuipers staat dan voor een moeilijke beslissing: alleen naar Indië, of trouwen met Heleen Rietberg en in Winterswijk blijven. Hij koopt zich in de firma Rietberg (graanhandel in Winterswijk), maar toch blijft hij naar Indië verlangen. Het werk bij de firma Rietberg heeft, hoewel hij medefirmant wordt, nooit voor de volle 100% zijn belangstelling en liefde. Het heimwee blijft en zijn kinderen herinneren zich nog goed, dat hij ook in latere jaren met een zekere weemoed over zijn periode in Indië kon vertellen.
Heleen Rietberg volgt ook de (3-jarige) H.B.S. te Winterswijk en in die periode leert ze waarschijnlijk ook haar latere man kennen. Na haar schoolopleiding werkt ze bij haar vader op het kantoor van de graanhandel, de firma Rietberg, en af en toe helpt ze thuis of bij familie in de huishouding, als haar hulp nodig is bij ziekte of iets dergelijks. Dat ze inspringt daar waar het nodig is, is tekenend voor haar karakter en deze bereidheid tot helpen treedt ook in latere jaren duidelijk naar voren bij het redden van mensen die door de Duitse bezetter in moeilijkheden zijn gebracht.
Als ze getrouwd is met Piet Kuipers stopt ze met haar werk op kantoor en neemt de zorg op zich van het gezin. Piet en Heleen Kuipers krijgen vijf kinderen: Clara (1922), Eddie (1924), de tweeling Piet en Helmer (1926) en Heleen (1932).
Naast haar huiselijke bezigheden ontplooit Heleen Kuipers nogal wat activiteiten op maatschappelijk en kerkelijk terrein en is ze lid van verschillende organisatie.
Zo is ze in 1932 mede-oprichtster van de Gereformeerde Vrouwenvereniging te Winterswijk en later wordt ze hoofdbestuurslid van de Bond van Gereformeerde Vrouwenverenigingen in Nederland, een functie die van groot belang is gebleken voor haar latere verzetswerk, met name door de contacten die via deze bond tot stand komen met vrouwen die ook in het verzet actief zijn.

Het gezin Kuipers is voor de oorlog een ‘gewoon’ gezin, behorend tot de gegoede middenklasse van Winterswijk.
Voor Piet Kuipers is er de vaste regelmaat van zijn werk. Om zeven uur ‘s ochtends naar kantoor, om acht uur thuis ontbijten. Het woonhuis grenst praktisch aan de fabriek. ‘s Avonds om zes uur is hij dan weer thuis. het werk vraagt veel tijd, maar met name in de zomermaanden vindt hij toch ook de ruimte om ‘s morgens af en toe met de kinderen te gaan zwemmen. De avonden worden, als hij niet thuis is, gevuld met vergaderingen. Hij is actief binnen de mannenvereniging en als ouderling en diaken van de Gereformeerde Kerk en lid van de A.R.P.
Daarnaast worden bezoeken afgelegd bij de uitgebreide familie- en kennissenkring.
Heleen Kuipers is eigenlijk de bepalende figuur in huis. Ze regelt veel, zo niet alles. De opvoeding van de vijf kinderen ligt voor het grootste gedeelte bij haar, wat natuurlijk komt door de lange uren die Piet Kuipers op de grutterij maakt.Ze is de vrouw, ‘die zei, hoe het hoorde’, die de regels stelt en er ook op toeziet dat de kinderen die regels naleven. Ze is streng en rechtschapen en de kinderen hebben respect voor haar. Maar ze is toch ook de vrouw die er is als de kinderen haar nodig hebben, ‘di zorgde voor de gezellige sfeer in huis’.
Werk en huishouden slokken de meeste tijd op.
Maar ondanks dat hebben Piet en Heleen Kuipers een ruime belangstelling voor kerkelijke aanverwante zaken, een belangstelling, die ze door hun deelname aan verschillende organisaties en verenigingen ook laten blijken. Ook is er veel aandacht voor het wel en wee van de kinderen.
Heleen Kuipers is een dominerende figuur, niet alleen binnen het gezin. Ze is een vrouw met een duidelijk eigen mening; ze is belezen en kan gemakkelijk over een veelheid van onderwerpen meepraten.
Ze heeft een sterke persoonlijkheid, ze kan de mensen gemakkelijk meekrijgen met haar ideeën, maar ze is ook wel overtuigd van haar eigen gelijk. Daardoor is ze vaak niet gemakkelijk voor anderen. Maar ze is niet hard. Een van haar grote talenten is haar doorzettingsvermogen. Ook een zekere eerzucht is haar niet vreemd. Dat mag hier dan niet zo opgevat worden, dat ze zou streven naar erkenning door anderen, maar meer dat ze er een eer in stelt om het werk, dat ze begonnen is, af te maken. Deze eerzucht, zoals ds.Zwaal (buurman en vriend van de familie Kuipers) het verwoordt: ‘ondergeschikt (…) gemaakt aan het doel’. Ds.Zwaal heeft hier voor ogen, dat, waar eerzucht positief of negatief kan uitwerken, haar eerzucht, naast haar persoonlijkheid, haar overtuigingskracht, en haar doorzettingsvermogen, van Heleen Kuipers, de vrouw hebben gemaakt, die in de oorlogsjaren zo’n belangrijke rol kon spelen in de strijd tegen de Duitse bezetter.
Piet Kuipers is een veel ‘rustiger’ figuur, die minder op de voorgrond treedt. Hij is geen man van veel woorden en heeft ook een meer flegmatiek karakter dan zijn vrouw, Niet dat hij niet staat voor zijn mening, – ook hij heeft zijn vaste overtuigingen,- maar hij heeft veel minder de behoefte een ander van zijn gelijk te overtuigen. Het is dan ook niet zo, dat hij in de schaduw staat van Heleen Kuipers. Je kunt zeggen, dat ze elkaar aanvullen en hun verdiensten, met name in de oorlog, moeten als even groot worden beoordeeld.
‘Hoewel moeder’, aldus Piet Kuipers jr., ‘als tante Riek alle naam en eer kreeg en die zeker ook verdient, moeten we de activiteiten van vader niet vergeten.
Als hij er tegen was geweest en niet mee had willen doen, had moeder niet meegewerkt.

Piet en Heleen Kuipers hebben een diepgeworteld geloof en komen daar ook duidelijk voor uit; vooral Heleen Kuipers steekt haar mening over een veelheid van theologische onderwerpen niet onder stoelen of banken. ‘Maar ze deed dat op zo’n wijze, dat iedereen dat van haar kon hebben, aldus zoon Helmer, die zelf graag de discussies en gesprekken, vaak op de zaterdagavond of zondagmorgen, met de familie of kennissen mocht volgen. En uit dit geloof trekken ze ook de consequenties, die het heeft voor hun leven en handelen.
Vanzelfsprekend worden hun opvattingen over geloof en hoe men moet leven doorgegeven aan de kinderen. De jongens gaan naar de knapenvereniging. ‘s Zondags gaat men tweemaal naar de kerk. Ook het orgelspelen thuis behoort tot het normale patroon van het gezin Kuipers. Maar het zijn niet uitsluitend of in hoofdzaak de uiterlijke kanten van het geloof, die op de voorgrond treden. Met name naar buiten toe, in het omgaan met anderen is het geloof, met de regels, die men daaraan ontleent, richtlijn voor het handelen.
Vooral in de 30-er jaren, de crisistijd, worden mensen, die het (vooral financieel) moeilijk hebben, geholpen.

Klanten die problemen hebben met betalen kunnen op rekening kopen, of andere vormen van betaling aanbieden. Zo wordt er een keer een piano aangeboden om de rekening te voldoen.
En Piet Kuipers, hij vooral, omdat het de zaak aangaat, accepteert deze ook. Er wordt bewust gekocht bij winkeliers in nood die een zekere relatie met het bedrijf van Rietberg onderhouden, waarbij nogal eens voorbij gegaan wordt aan het principe van ‘kopen in eigen, gereformeerde kring’. 

Waar in die dagen zelfs vanaf de preekstoel de gelovigen vermaand worden bij ‘huisgenoten van het geloof’ hun inkopen te doen, kunnen bij de familie Kuipers ook ‘andersdenkenden’ op steun rekenen.
Deze bereidheid hulp te geven wordt duidelijk ingegeven door het geloof, een daardoor bepaald gevoel van verantwoordelijkheid voor anderen, wat overigens wat gemakkelijk wordt gemaakt door het feit, dat ze het in die tijd zelf betrekkelijk goed hebben, De fabriek blijft ook in de crisisjaren goed draaien en angst voor een sterke teruggang hoeven ze niet te hebben.
In de jaren voor de oorlog gaat het gezin Kuipers vrij vaak vlak over de grens in Duitsland winkelen, omdat veel goederen daar goedkoper zijn dan in Nederland. Alhoewel de dreiging er dan la is, maakt men zich over een mogelijke oorlog eigenlijk nauwelijks zorgen. Als de Nationaal-Socialistische Beweging in 1932 in Winterswijk begint, bezoekt Piet Kuipers de oprichtingsvergadering. Hij vertelt later, dat hij, net als veel Nederlanders, in eerste instantie wel gecharmeerd was van de ideeën  van de N.S.B. Misschien dat vooral het vaderlandslievende en de roep om een sterke leiding hem wel aanspreekt/ Hij is er echter snel uitgekeken en bij deze ene vergadering blijft het dan ook. Dit eenmalige bezoek is hem tijdens de oorlog nog wel eens verweten en deze zeer tijdelijke sympathie voor de N.S.B. blijft hem in later jaren enigszins achtervolgen.
Maakt men zich geen zorgen over een mogelijke oorlog, toch weten Piet en Heleen Kuipers wel degelijk wat nazi-Duitsland is en wat er aan de gang is. Er is in de Achterhoek natuurlijk vrij veel contact met Duitsland en men merkt, zij het misschien niet in detail, wat er gaande is. Tekenend voor hun opvattingen is het volgende voorval, dat dochter Eddie zich herinnert. Op een keer zijn Piet en Heleen Kuipers op bezoek bij familie in Duitsland, waar een portret van Hitler is opgehangen. Daar wordt vooral door Heleen Kuipers verontwaardigd op gereageerd en ze wijst de familie op de verfoeilijke principes van het nationaal-socialisme. Het tegenargument, dat men wel mee moet doen om de kinderen een kans te geven, accepteert ze niet en ze neemt duidelijk stelling tegen dit schipperen met principes.
Tegenover de kinderen wordt weinig over Nazi-Duitsland gesproken, waarschijnlijk omdat die daar nog te jong voor zijn. De keren, dat het nationaal-socialisme ter sprake komt, wordt wel duidelijk gemaakt, dat het Nazi-systeem verfoeilijk, dat wil zeggen onchristelijk, is.
Als de Duitse troepen op 10 mei 1940 Nederland binnenvallen, is vooral de reactie van Heleen Kuipers fel en heftig. Ze haar de bezetter vanaf het begin. ‘Toen de eerste berichten melding maakten van het neerschieten van enkele Duitse vliegtuigen, zag moeder dit als een verhoring van het gebed en de hoop werd gewekt, dat het met Gods hulp toch zou kunnen lukken om de Duitsers terug te dringen. Er wordt veel gebeden voor de overwinning en voor Nederland. De kinderen worden van meet af aan anti-Duits opgevoed en het wordt hun nadrukkelijk verboden naar de Duitse tanks en de door Winterswijk trekkende troepen te gaan kijken, wat ze, dat os kinderen eigen, toch doen.
Het vertrek van de Koningin en de leden van het Koninklijk Huis is voor Piet en Heleen Kuipers in eerste instantie onbegrijpelijk. Zij vinden, dat Wilhelmina bij haar ‘volk’ had moeten blijven, ook als het land bezet is en zien het vertrek als een vlucht, iets wat ze  eigenlijk afwijzen.
Waar de kinderen nog de romantiek en de spanning zien van soldaten en tanks, zien Piet en Heleen Kuipers het gevaar van het nazi-systeem , dat haaks staat op hun christelijke waarden en levensovertuiging. Zij besluiten dit systeem te bestrijden en een ieder te helpen, die door dit systeem in moeilijkheden raakt.