oudwwijk
Digitaal erfgoed

Joodse vluchtelingen in de krant

Comité voor hulp aan Joodsche vluchtelingen

1933: Comité:
A.de Leeuw Jzn, voorzitter
D.Schielaar, secretaris
M.S.Kan, Penningmeester
Jac.Menco
I. Hemelrijk
K.Nihom
A.van Gelder

Weldadigheidsavond ten bate der Joodsche vluchtelingen

Nieuw Israelietisch Weekblad, 16-11-1934

Zondagavond werd onder buitengewone belangstelling van de zijde van het opgekomen publiek in Excelsior een feestavond gehouden ten bate van bovenstaand doel. Binnen veertien dagen waren alle voorbereidselen getroffen om het werk van het Amsterdamsche steuncomité voor Joodsche vluchtelingen financieel te kunnen steunen. Zoowel het niet-Joodsche als het Joodsche publiek van Winterswijk en vele fabrikanten van elders hadden in elke mogelijke vorm consumptie-artikelen en kunstvoorwerpen vrijgevig geschonken, om het plaatselijk comité alhier gelegenheid te geven met de minste onkosten een maximum ontvangst te bereiken. In het bijzonder memoreeren wij dat het strijkje Schepel belangloos voor muziek zorgde. Met dankbaarheid gewaagden dan ook de voorz., de heer A. de Leeuw, en de eerw.heer Schielaar in hun toespraken van deze daden van mildheid ten bate van hen, die door een regime, dat nu juist niet bijzonder de instemming der wereld oogst, gedwongen waren, vaak met achterlating hunner bezittingen, een goed heenkomen te zoeken. De traditie getrouw, heeft onze regeering voor dezen, zooals dit geschiedde in de 16e en 17e eeuw voor réfugiés van een niet-gedulde godsdienst, haar poorten geopend om hier vrij te kunnen ademen.
Deze berooiden te helpen, was een vanzelfsprekende gedachte, en zoo dit feest, dat onder zang, dans en voordrachten tot laat in den nacht werd voortgezet, deze gedachte in de daad omgezet.
Vele dames en heeren droegen elk op haar of zijn wijze tot het succes ervan bij, zoodat een belangrijk bedrag aan het Steunfonds te Amsterdam kan worden afgedragen.

Aan het slot sprak de heer J. Menco een warm woord van dank tot de aanwezigen, in het bijzonder tot alle medewerkenden en bracht hulde aan ons Vorstenhuis en onze Regeering, die met alle kracht het hunne doen, om een der hoofdgedachten van waren godsdienstzin, verdraagzaamheid, op Neerlands bodem te handhaven. (Wintersw. Crt.).

Joodsche vluchtelingen aan de grens

Het Vaderland, 19-11-1938

Naar wij in Het Volk (s.d.) lezen, bevonden zich Donderdag veertien joodsche vluchtelingen op het station te Winterswijk. Douane en marechaussee hadden order gekregen dat niemand mocht passeeren, behalve in zeer dringende gevallen een paar kinderen.
Toen de vluchtelingen hoorden dat zij zouden worden teruggestuurd, smeekten zij de ambtenaren hen dood te schieten, opdat hun een nieuwe marteling zou worden bespaard.
De ambtenaren belden Den Haag op, maar zonder resultaat. De wanhoop onder de vluchtelingen steeg. Het oogenblik. waarop de trein, waarmee zij terug zouden moeten gaan, naderde. Tenslotte deden de ambtenaren nog een poging in Den Haag en ditmaal met succes.
Bij wjjze van uitzondering mochten de vluchtelingen voorloopig blijven.
Er bevinden zich thans dertig vluchtelingen te Winterswijk, die onder de hoede van de Israelietische gemeente zijn geplaatst

Comité voor hulp aan Joodsche vluchtelingen

november 1938:
Voorlopig Comité :
Pastoor J.B.J.Kaeter, Ds.A.G.Kloots, Ds.C.C.de Maar, Ds.J.W.Roobol, Pastoor A.M.J.Vink, Ds.A.Wartena, Ds.F.C.Zwaal

Een milde gift

Graafschapbode,23-11-1938

Door de ‘N.V. Kon. Tricot fabriek alhier is f 1000 geschonken voor de ondersteuning van Joodsche vluchtelingen.
Ook heeft genoemde Tricotfabrick gratis onderkleeding toegezegd aan de vluchtelingen, die in Winterswijk zijn ondergebracht.
Van genoemde f 1000 komt de helft ter beschikking van het plaatselijk comité, terwijl de andere helft wordt gestort in het Prof.Cohen-fonds.

Vergadering Joodsche vluchtelingen-comité

Graafschapbode,25-11-1938

De vergadering, welke Donderdagavond in de „De Eendracht” door het voorloopig comité was belegd, werd geleid door Ds. A.Wartena.
Als predikant van de grootste Gemeente was hem verzocht den avond te leiden en hij deed dit gaarne. Zijn beide collega’s, Ds.Roobol en Ds. Kloots, die er beide mee instemmen, konden ambtshalve niet aanwezigzijn.
Het doel van deze vergadering was niet om te spreken van de vreeselijke dingen, waarmede het hart vervuld is, maar uit menschenlievende overweging is ze belegd. Het is de vraag die gesteld werd, hoe kunnen wij deze menschen helpen die door deze catostrofe getroffen zijn. En daarom wil spr.direct overgaan tot de bespreking van de maatregelen die genomen zullen worden voor die menschen die komen, zullen komen en kunnen komen, De weg leidt nog eenigszins in het duister en daarom stelde spr. niet voor de vraag, wat er in het Vaderland gedaan wordt.
Van verschillende kanten is er reeds georganiseerd om gelden bijeen te brengen voor die menschen, die hier reeds zijn of voor die nog in grootere getale zullen komen. Zij zullen doortrekken om zich te vestigen in streken waar ze weer rust vinden.
Spr. kan zich heelemaal aansluiten bij de actie die georganiseerd is door de Jeugdvereenigingen om op 3 Dec. een groote collecte te houden in het geheele land. Nu wordt aan het plaatselijk comité voorgelegd de organisatie, hoe gedaan moet worden. Het Bestuur moet nu weer een comité vormen, die samen alles regelen. Spr.acht het zeer noodzakelijk, dat deze collecte gehouden wordt en doet daarvoor een beroep op de Jeugdorganisaties die aanwezig zijn. ‘

Ds. C.C. de Maar deelde, hierna mede, dat namens het Instituut van Jeugdleiders, die het initiatief hebben genomen met de Prot., Chr., R.K. en Joodsche commissie, met aanbeveling van de Regeering een beroep op allen wordt gedaan. De heer Wieringa stelde voor op deze vergadering een comité te vormen dat aan de Jeugdvereenigingen verzocht het werk ter hand te nemen en daarbij een hoofdcomité te vormen voor de controle dat boven de Jeugdcommissies staat.
Het comité van aanbeveling werd hierna samengesteld, waarvoor als eere-voorz. werd benoemd de heer Burg. J. Kneppelhout, verder Kapelaan Van Beek, Ds. A. G. Kloots, Ds. C. C. de Maar, Ds. J. W. Roobol, Pastoor A. M. J. Vink, Ds. Wartena en Ds. P. C. Zwaal.
De Commissie van Actie en Controle, dat zich verder met de Jeugdvereenigingen in verbinding stelt, werd samengesteld uit de heeren Stegeman, Ritsema, Nuys, Wiltey, Rietberg, Bekker en Kluppels. Deze commissie zal een vergadering op Maandag a.s. uitschrijven met de vertegenwoordigers uit de buurtvereenigingen. Hiervoor werden als vertegenwoordigers genoemd de heeren Nijveld voor Meddo, J. Tenkink voor Woold, Joh. Venink voor Kotten, W. A. Hofs voor Ratum, G.Kruiselbrink voor Corle, H. C. J. Rooscn voor Miste, H. J. ten Hagen voor Huppel, P. W. Schotz voor Henxel en Z. G. v. Eerden voor Brinkheurne.
Vervolgens werd uitvoerig besproken de huisvesting van de vluchtelingen om de stroom van menschen in verschilende localiteiten onderdak te verschaffen en waarvoor verzorging moet zijn. Op deze vergadering werd daarvoor, behoudens toestemming, voor aangewezen het oude Gasthuis en Postkantoor, hetwelk zoo noodig nog aangevuld kan worden met de Hermans Hoeve, waarvoor het comité zich dan ook in verbinding moet stellen met het Roode Kuis ter beoordeeling van de hygiëne, enz.

Dit comité huisvesting werd gevormd door de dames: Kneppelhout, Ter Haar, Phiel, Commandeur, Brittijn, Menco, Nortmeier en de heeren Brittijn, Ph. Grimmelt en de dir.van sociale zaken, die ambtshalve hieraan zal worden toegevoegd.
Het comité zal zich nu verder met het Nat.Com. in verbinding stellen.

JOODSCHE VLUCHTELINGEN AANGEHOUDEN.

Tubantia,06-12-1938

Heden zijn hier acht Joodsche vluchtelingen aangehouden, die over een z.g. smokkelpaadje over de grens waren gekomen. In den Haag is de vereischte vergunning aangevraagd voor een tijdelijk verblijf in ons land. De vluchtelingen zeiden uit een concentratiekamp in vrijheid te zijn gesteld.
De laatste dagen is er een 15-tal, dat niet toegelaten kon worden, naar Duitschland teruggewezen.

Joodsche vluchtelingen

De Tijd, 11-03-1939

Vrijdagmiddag arriveerde te Winterswijk met den Duitschen trein van 16.57 een 40-tal Joodsche vluchtelingen, meest jongemannen. Ze waren Donderdagavond uit een concentratiekamp bij Berlijn vrijgelaten en waren nu op doorreis naar Engeland.
Na visitatie begaven zij zich naar de wachtkamer, waar het Joodsche Vluchtelingencomité hun brood met koffie aanbood.
Met den trein van 17.59 vertrok het gezelschap naar Hoek van Holland.