oudwwijk
Digitaal erfgoed

Petrus Johannes Eikhout

Geb: 06-08-1904 Oeffelt
Ovl.: 28-01-1974 Tilburg

In dienst: 06-10-1944
Uit dienst: 30-03-1945

Bron: Delpher.nl
04 november 1946, Staatscourant
Bron: Delpher.nl

Afkomstig Gem.Politie Eindhoven

Lees verder

Sjouke Dam

Geboren: 16-11-1919 Leeuwarderadeel
Overleden:

In dienst: 01-12-1944
Uit dienst: 01-08-1948

13-12-1947
Bron: Delpher.nl
Lees verder

Bombergen, J.C.R.


Johan Christiaan Roelof
Geb:27-09-1889 Arnhem
Ovl.:04-08-1965 Winterswijk
Hoofdagent
In dienst: 01-07-1916
Uit dienst: 01-10-1949

02 juli 1941
Bron: Delpher.nl
Lees verder

Albert Hendrik Aleidus Odding

Geboren: 10-07-1913 Almelo
Overleden: 07-04-1991
In dienst: 01-05-1939
uit dienst: 01-11-1946
Agent van Politie
Vertrokken: Gemeente Politie De Bilt

Winterswijk, 02-06-1945
Bron: Delpher.nl
Lees verder

Cees van der Zwart

Geboren: 04-11-1909 Valkeburg (Z.H.)
In dienst: 20-04-1939
Uit dienst: 01-12-1969
Adjudant

Winterswijk, 15-04-1939
Bron: Delpher.nl

Uit: ‘Met de moed van de angst, Hartog Meijler. Zie verhalen:

‘En als een donderslag bij heldere hemel stond daar opeens Feberwée met een aantal agenten en marechaussées voor onze hut. 
En het bleek dat ze ook de andere hadden omsingeld, en de man ging ontzettend te keer: 
‘inpakken’ en ‘afmarcheren’. Het was een ontstellende consternatie natuurlijk, kinderen gilden, vrouwen huilden en vader greep een stoel om er op te slaan, maar die werd onmiddellijk vastgepakt. En mij flitste door het hoofd: ‘Ik moet hier uit! ik moet hier uit! 
Toen zei ik: ‘Als ik in moet pakken, dan moet ik m’n rugzak hebben’. ‘Waar heb je dat ding!’ ‘Die hangt buiten aan de hut’. 
Toen zei hij: ‘Bewaak die man!’ En ik ging dus naar buiten met Van der Zwart op m’n hielen, maar Van der Zwart heeft nauwelijks mijn rug gezien, want ten eerste heb ik helemaal geen rugzak dus had ik ook niks te zoeken buiten. het enige wat ik deed toen ik buiten was, onmiddellijk het veen instormen, waar ik dus enige maanden lang dagen rondgezworven had, waar ik ieder polletje gras kende. Van der Zwart is mij niet nagelopen, heeft ook niet geroepen. Ik was weg en ik ging direct door naar Vreeman.’



Aangeven Ds.Reeser van onderduiker-organist Geurkink kerk Aalten. van der Zwart waarschuwt deze. (Tribunaal Ds.E.Reeser-blz.343)

Lees verder

Harmen Boukema

Geboren: 12-11-1918 Ooststellingwerf
Overleden: 14-09-1999 Winterswijk
In dienst: 23-03-1942
Uit dienst: 20-10-1945
Echtgenote: Johanna Elisabeth te Voortwis (27-05-1920-
Wachtmeester
Naar Kon.Landmacht

1968: Boukema H.N. Chauffeur Narcisstraat 28

Lees verder

Hendrik Bos

Geboren: 17-06-1918 Waarder
In dienst: 17-02-1944
Uit dienst: 16-05-1944 (ontslag)

Wachtmeester

Lees verder

Arelis van Egmond

Geboren: 28-08-1909 Amsterdam
Overleden: 27-07-1990
Echtg: Lipken Anna Visser (1912-1966)

In dienst Winterswijk: 21-08-1944
Uit dienst Winterswijk: 31-01-1946
Opperluitenant.

Holbeinstraat 22HS Amsterdam Gestapo-Agent. Schuilnaam Elst

27-09-1944
Bron: Delpher.nl
21-12-1949, Tubantia
Bron: Delpher.nl

Voordien 8 jaar Enschede. (Wint.Politie, blz.121

Lees verder

Rijk Marinus van Drie

Geboren: 28-09-1895 Woudenberg
Getrouwd: 04-10-1919 Winterswijk Martha Medema (1884-1939)
Getrouwd: 15-05-1940 Winterswijk Johanna Gesiena Mulder (1910-1994)
Overleden: 14-03-1972 Winterswijk

In dienst Winterswijk: 01-01-1920
Uit dienst Winterswijk:01-02-1950 (pensioen)

Onderduikers

Door Ru Wewer

“Kiek is,” zei moeder Anna, de boerin, terwijl ze naar het keukenraam wees. 
“Daor kump joh ne politieagent an.
Wat zol den hier motten? “Waarschuw de onderduikers. dat ze zich opbargt.”
Snel keken de opgroeiende kinderen door het raam en zagen dat een agent per fiets het boerenerf van huize Harmelink in Meddo opreed. Meteen stoomden zij de daele op om de mannen, die hier ondergedoken waren, te waarschuwen.

Het was vrij koud in het begin van het jaar 1945 en de politieman Van Drie kwam handewrijvend de woonkeuken van de boerderij binnen waar moeder Anna, wat zenuwachtig, een en ander rechtzette. Met een “Goedemorgen” werd Van Drie ontvangen en amicaal als hij was zei hij: “Ik kroep eerst maor wat bi-j de kachel.”
Gastvrij als moeder Anna steeds was, zei ze: “Agent, lust oew wal ‘n kop koffie?”
Natuurlijk lustte Van Drie dat wel na zo’n koude tocht per fiets. Terwijl hij zijn koude handen nogmaals wreef zei Van Drie: “Ik heb ja de tijd wel. Of ik nu vijf minuten eerder of later bij Elferink kom, zal wel niet erg zijn.”
“Elferink, zo ging hij verder, “is na de kerst niet meer verschenen bij zijn legerdonderdeel in Den Bosch, waar hij als Duits soldaat gelegerd was. Nu moet ik hem ophalen en op transport naar Den Bosch zetten.”

Moeder Anna liet niet merken, dat ze geschrokken was door de mededeling van Van Drie en hield zich van den domme. Ze wist heel zeker, dat Elferink, een buurman, die al tientallen jaren in de nabijheid woonde, een hekel had aan die Duitse bedoening en vooral aan dienstname in het leger. Om erger te voorkomen was hij enkele maanden geleden, na een oproep van de Duitse overheid, met grote tegenzin vertrokken naar DEn Bosch en had toen al tegen zijn vrouw Leida gezegd: “Als het even kan smeer ik hem en duik ik thuis onder.”

Moeder Anna liep de keuken in om koffie te zetten en trok de deur achter zich dicht. Haar eerste reactie was vervolgens een der kinderen weg te sturen naar buurman Elferink met de boodschap, dat de politie naar hem onderweg was. Bovendien wist Anna, dat de spoorwegconducteur Rauwers daar ook verbleef als onderduiker. De koffie smaakte Van Drie prima en toen moeder Anna vroeg, of hij nog een kopje lustte, werd dat niet afgeslagen. Zodoende kreeg men bij Elferink de tijd om weg te komen en vluchtten Elferink en Rauwers naar buurman Kersten, waar ze zich verstopten boven de koeiestal, in het daar aanwezige hooi.

Van Drie, die de nog ouderwetse kopjes koffie goed hadden gesmaakt, dankte de boerin hartelijk en vroeg tot verbazing van de boerin: “Waar woont eigenlijk die Elferink? Ik weet het niet precies en daarom dacht ik, laat ik het maar vragen bij Harmelink.”

Moeder Anna, die inmiddels zeker was, dat haar boodschap goed was overgekomen en dat zowel Elferink als Rauwers zich in veiligheid hadden gebracht, ging met Van Drie naar buiten en wees hem de boerderij Elferink. Vanuit een raam in de slaapkamer werd de tocht van Van Drie naar Elferink nauwlettend gevolgd, vooral toen hij, tien minuten later, op zijn eentje weer terugfietste naar het dorp, zonder Elferink.

Natuurlijk was men bij de fam.Harmelink nieuwsgierig hoe het bij Elferink gegaan was tijdens dit politiebezoek. Moeder Leida, nog was wit rond de neus, vertelde direct: “Toen agent Van Drie mij vroeg of Elferink in huis was, heb ik doodkalm gezegd, dat hij in dienst was in Den Bosch en Van Drie had er vlot vrede mee.”

Ru Wewer, 1993

Naam hond: Cesar

Lees verder

Klaas Gunnink

Geboren: 20-06-1904 Ruinerwold
Getrouwd: 03-10-1933 W’wijk-Louisine van der Els (31-12-1908 W’wijk-06-07-1996 Utrecht)
Overleden: 15-07-1986 Bilthoven

Eelinkstraat

In dienst Winterswijk: 01-09-1930
Uit dienst Winterswijk: 01-07-1946

Tijdens de oorlogsjaren manifesteerde hij zich als een goed vaderlander; hij was – vermoedelijk de enige- politieambtenaar die door actief handelen zijn leven op het spel zette ten gunste van enkele illegale werkers (“de ondergrondse”)
Ru Wewer, ‘De Winterswijkse Politie, blz.104

01-04-1945: Benoemd door wnd. Burgemeester Voorink tot chef van de Politie
04-04-1945: Bevestigd door Burg.Kneppelhout
22-04-1945: Wnd.groepscommandant Rijkspolitie Laag Keppel
(van Ingen wordt benoemd tot korpschef Winterswijk)
01-07-1946: Adjudant gemeentepolitie te Bilt

Bron: Delpher.nl
Bron: Delpher.nl

02-05-1944 gearresteerd (‘politiek onbetrouwbaar’) door SIPO op voordracht J.F.Velle
06-06-1944 vrijgelaten
Door J.F.Velle met verlof gestuurd wegens ‘politieke onbetrouwbaarheid’
16-08-1944: Vlak voor onvrijwillig vertrek J.F.Velle, laat deze Gunnink arresteren (geen reden opgegeven)
Naar SIPO Arnhem, maar door tussenkomst Dr.Bos snel in vrijheid.
02-09-1944: Gunnink ondergedoken bij Geurkink in Miste

Lees verder