oudwwijk
Digitaal erfgoed

Freule van Dorth

DE FREULE VAN DORTH

EEN DOODVONNIS IN 1799

 13 JANUARI 1924, Het Vaderland

EEN DOODVONNIS IN 1799

Den 24sten November 1799 werd te Winterswijk aan een vrouw een doodvonnis voltrokken, dat overal in den lande en ook ver daar buiten algemeen afgrijzen verwekte. Wij, die allen gehoord welk een afschuw de doodvonnissen aan Miss Cavell de Mata Hari voltrokken, voor feiten, waarvoor in ieder geval straf verdiend was, over de geheele wereld verwekt hebben, kunnen maar half begrijpen hoe het mogelijk is geweest, een vrouw van hooge afkomst te fusileeren, omdat zij op een loos gerucht de oranjevlag van haar kasteel had uitgestoken. Wat was er gebeurd? In Gelderland was een opstand van Oranjegezinden de kop ingedrukt. Een aantal van hen was uitgeweken en was op het gerucht, dat Pruisische hulp aanstaande was, er op uitgetrokken  om Vrijheidsboomen om te halen en Oranjevlaggen uit te steken. Veel te beteekenen hadden deze relletjes niet, maar wel hadden zij tot gevolg, dat het district Zutfen in staat van beleg werd verklaard. De Franse generaal Girot had hier de leiding. Op het kasteel Harreveld bij Lichtenvoorde woonde een freule Johanna Magdalena Catharina Judith van Dorth, een weinig beminde persoonlijkheid en die men blijde was nu eens flink de hak te zetten. Haar vader schijnt niet bijzonder geliefd te zijn geweest bij zijn onderhoorigenen. Men moet in hem een man gezien hebben als de beruchte Duitsche landgoedbezitter van Kahl, die op iedereen schiet, die op zijn landgoed wordt aangetroffen. Een oranje-klant schreef aan een vriend o.a. het volgende: 


” Il est certain neanmoins qu’on doit reconnaitre dans sa fin une direction juste de la Providence, qui a puni ses crimes, son pere etant  un scelerat profond et barbare, qui etoit soup conne  avec beaucoup  de raison  d’avoir  tire sur des enfans de paysans de ses vassaux, qui approchaient de son chateau”.


Op aandringen van zekeren Willem Paschen, herbergier  en hoofdschout van Bredevoort, stelde Girot een militaire  rechtbank in, bestaande  uit vijf personen , nl. H.Schaaps, kapitein van de Utrechtsche gewapende burgerwacht, van beroep koperslager, J.van Reysen, 1e Luitenant en leerlooier, P.H.Peypers, luitenant, hoedemaker, P.Verburg, sergeant-majoor, knecht bij een chirurgijn en F.van Bergen, sergeant van de Amsterdamse burgerwacht. G.Bom een persoonlijke vijand van freule van Dorth was de auditeur-militair, terwijl de genoemde Willem Paschen als rechter-commissaris optrad. Op last van den hoofdscout werd freule van Dorth op haar kasteel gearresteerd en naar de gevangenis te Arnhem gevoerd. De aanklacht tegen haar luidde, dat zij op 5 September des morgens vroeg van den toren op Huize Harreveld een Oranjevlag had uitgestoken, en zulks alleen op het bloote zeggen van een haar geheel onbekend persoon, die haar een niet onderteekend briefje had gebracht. Dit bekende zij. Het overige van de aanklacht nl. dat zij zich zeer smalend over een patriot, die gestorven was, zou hebben uitgelaten, werd niet door haar bekend. Den 21sten November werd het doodvonnis tegen haar uitgesproken. Den 24sten November werd zij s’morgens op een boerenwagen gezet en zoo gebracht naar het Jodenkerkhof even buiten Winterswijk. Daar lag voor haar oogen een doodkist en zag zij een gegraven kuil. Gebrekkig als de freule was, kwam zij met veel moeite van de kar. Een peleton soldaten onder commando van Kapitein van der Linden stond gereed. Zij verzocht een soldaat, dien zij haar snuifdoos gaf, toch vooral goed te mikken. Het zou blijken, dat zij niet teveel gevraagd had. Een sergeant bond haar op haar verzoek een zakdoek voor de oogen en het peleton gaf vuur, echter zonder haar doodelijk  te treffen. Toen zij reeds in de kist gelegd was, hief zij nog den arm op en gaf zij badende in het bloed teekenen van leven. In de kist gaf een soldaat haar toen het genadeschot, waardoor haar kleederen in brand geraakten, zoodat men water in de kist moest gooien. Het was meer dan afschuwelijk. Aan de familie werd toegestaan het lijk in het familiegraf te Harreveld te begraven. De Koning van Pruisen en de prinses van Oranje, benevens de erfprinses, betuigden aan de familie haar deelneming en overal in den lande verwekte hetgeen geschied was de grootste opwinding. Een droevig staaltje van een gerechtelijke moord uit die dagen.

                                                 Getekend: D.S.van Zuiden.Freule, Dorth, Doodvonnis, 1799,

Haar laatste verblijfplaats.
Weurden. Gesloopt 1961