oudwwijk
Digitaal erfgoed

Doopsgezinde kerk

Torenstraat 4

Gebouwd: 1711 De Vermaning
Eerste steen 17 augustus 1711

——————————–
SIET HOE FYN
en liefelyk ’t allen stonden
DAT BROEDERS ZYN
in eendragtigheit bevonden
Psalm 133 Vers 1.

ANNO 1711
Als men den 17 augustus seit
is alhier den eersten steen geleit
door
H.en M.Walijen,
als directeurs
——————————-

Toen in het naburige Munstersche na 1535 de vervolging der Wederdopers begon, hadden ook zij – als met hun fanatieke broeders vereenzelvigd, – daaronder weldra bloedig te lijden en het gevolg was, dat tal van Doopsgezinde familiën het raadzaam oordeelden de wijk naar het Geldersche te nemen, waar onder het bewind van den meer humanen hertog Willem (van Kleef) het leven minder benauwend bleek.
Vooral uit Bocholt, Borken, Vreden e.a. Westfaalsche gemeenten zijn toen verscheidene Menniste broeders naar Winterswijk uitgeweken, volgens een Kroniek der Stad Bocholt van Bernard van Raesfeld in 1611 uit die stad o.m. de familiën Waliën, Willink en ongeveer 18 andere meer, die door den vorst-bisschop verbannen waren.

B.Stegeman, Het oude Kerspel, 1927, blz.257

Foto:
Rijksdienst voor Cultureel erfgoed CC BY-SA 4.0
Foto:
Rijksdienst voor Cultureel erfgoed CC BY-SA 4.0

De historie van de doopsgezinden te Winterswijk en ook die van hun kerkgebouw is zeer interessant.

We gaan terug naar 1555. Toen vertrokken er Mennonieten, zoals de doopsgezinden ook wel worden genoemd vanuit Winterswijk naar Danzig. Het duurt dan tot 1568 voor er weer meldingen over deze groep naar buiten komen, als de Drost van Bredevoort er over bericht.

De namen Mennisten of Mennonieten zijn afkomstig van Menno Simons, die leefde van 1496 tot 1561. De invloed van deze gewezen pastoor uit het Friese Witmarsum is beslissend geweest voor de hele doperse stroming. Door de opvattingen over de doop, die alleen aan mondige mensen kan worden bediend, kregen deze geloofsgenoten de naam doopsgezinden. Momenteel wordt algemeen aanvaard dat de huidige gemeente in 1611 werd gesticht. Dat gebeurde door de komst van een aantal families, die om veiligheidsredenen Bocholt hadden verlaten. Omdat er geen kerkgebouw voorhanden was, vonden de godsdienstoefeningen plaats in de achterkamer van een huis van een van de leden. Dat was zeer waarschijnlijk in het pand van de familie Waliën, dat stond op de plek van de huidige pastorie. 

Het duurde toen nog bijna een eeuw voordat er werd begonnen met de bouw van een eigen kerkgebouw, waarvan de voltooiing plaats vond in 1711. Het ging hier om een zogenaamde schuilkerk, niet goed zichtbaar vanaf de weg. Het pandje oogde ook niet uit als een kerk. Het leek meer op een pakhuisje met twee kelders, een met een tongewelf en een met een troggewelf. De reden voor deze ‘onzichtbaarheid’ was dat de overheid eigenlijk liever geen doopsgezinde kerken zag. Deze groep was veel te tegendraads en te lastig. Toch was een algeheel verbod op de bouw niet vol te houden, dus er werden restricties gegeven. Ook was er in de kerk een vluchtdeur, waardoor gelovigen konden ontsnappen naar de belendende tuinen als het hun te heet onder de voeten werd. De restanten hiervan zijn nog steeds te zien. 

Het dak van de Vermaning, zoals de doopsgezinden hun kerkgebouw ook wel noemen, is een zogenaamd tentdak. Op het punt waar de vier ribben elkaar ontmoeten bij de koningsstijl, straalt de zon uit Maleachi 4 vers 2 ( ‘Die Mynen Namen Vreest; Sal de Sonne der Gerechtigheid Opgaan’) over de gemeente.

In 1994 heeft het kerkgebouw een grondige restauratie ondergaan. Het dak werd hersteld er zijn toen weer originele leipannen geplaatst en er kwam een nieuwe haan op. Daarop is in 1998 het interieur fors aangepakt. De preekstoel is gezakt, het balkon werd vergroot en er kwam een toiletgroep met garderobe. Ook werd het binnenwerk in authentieke kleuren geschilderd. 

Bron: Doopsgezinde gemeente Winterswijk
https://www.dgwinterswijk.doopsgezind.nl/


Lees verder