WOOLD

Een buurtschap in de gemeente Winterswijk, in de Nederlandse provincie Gelderland. Het Woold kende op 1 januari 2009 870 inwoners, verdeeld over ruim 24 km². Het postadres wordt geschreven als Winterswijk-Woold. Pas laat in de 20ste eeuw kregen de wegen en straten van het Woold en de andere Winterswijkse buurtschappen namen. Daarvoor had ’t Woold de letter K met daarbij een huisnummer.

Het Woold ligt ten zuidoosten van Winterswijk, in een bosrijk gebied tegen de grens met Duitsland. Door de buurtschap loopt de weg die direct van Winterswijk naar de stad Bocholt in Duitsland leidt. In het Woold is er geen echte ruilverkaveling geweest, waardoor de boeren nog veel kleinere percelen hebben. Naast bos en landbouw kent het Woold ook een veengebied: het Wooldse Veen.

De buurtschap kent een sterk verenigingsleven, belangrijke voorzieningen zijn er ook te vinden zoals een basisschool, twee café-restaurants en een camping. Ook staat er de Berenschot, een watermolen uit 1749.

IN DE TWEEDE WERELDOORLOG
In het najaar van 1939 meldden bewoners van ’t Woold dat ze meerdere vliegtuigen gezien hadden in de lucht die zich nogal verdacht gedroegen. Het politieonderzoek dat volgde leverde niets op maar het waren meer dan waarschijnlijk verkenningstoestellen van de Luftwaffe, die na hun verkenning weer waren teruggekeerd naar hun basis. Ze hadden waarschijnlijk ook de tankvallen en het grenswachtbataljon in het naast gelegen buurtschap Kotten verkend.

 

Tankslag in het Woold

De Tankslag in het Woold vond plaats op de vooravond van de bevrijding ten tijde van de Tweede Wereldoorlog op 30 maart 1945 in buurtschap ’t Woold bij Winterswijk

Engelse tanks van de 53ste Welsh division en de infanterie hadden Bocholt ingenomen en waren klaar voor de grenspassage om Winterswijk te bevrijden. Eind maart 1945 kondigt de naderende frontlinie (én de bevrijding) zich aan als flarden krantenpapier aanwaaien in Miste. Duits krantenpapier, volgens Anna Wiggers, afkomstig uit het gebombardeerde Bocholt. Duitse soldaten waren de dag ervoor naar het Woold getrokken en hadden daar onderdak genomen. "De weg stond vol karretjes, wrakke auto’s en afgedankt spul dat hoort bij een terugtrekkend verslagen leger" aldus een getuige. Het waren jonge en fanatieke soldaten, en met de panzerfaust gaan ze in de tegenaanval op de Engelse tanks. Op dat moment openden de achter het spoor liggende Duitsers het vuur en links van de weg vloog een door de bezetter achtergelaten munitiewagen de lucht in. „Nog nooit zo’n vuurwerk gezien”, zegt ooggetuige Henk Krosenbrink, de buurjongen die de Engelse Jeeps uit het Woold zag naderen. Boerderij De Stegge vat vlam en de familie Wiggers vlucht de bunker in. Een uur later ligt de boerderij in de as, schrijft ooggetuige Anna Wiggers. De koeien en de schapen zijn verbrand. Alleen het paard dat - verstopt voor de Duitsers - in het kippenhok staat, heeft de vuurzee overleefd. Van de zestig ingezette Shermantanks worden er maar liefst tien vernield langs de Meerdinkweg. De gevechten duurden van ’s morgens vroeg tot laat in de middag. In totaal sneuvelden er op die dag zestien Duitse soldaten, waarvan er zeven jonger dan achttien jaar oud waren. De Engelse verloren die dag negen soldaten, waarvan van drie soldaten hun naam onbekend was. Zaterdagmorgen 31 maart trekken de Tommy’s een verlaten Winterswijk binnen. Nadat het bericht rond ging dat Winterswijk écht bevrijd was, stromen de Winterswijkers vanuit alle kanten het dorp binnen, de Tommy’s krijgen een hartelijk ontvangst.

Tankslag in het Woold meerdinkweg

Vernielde tanks langs de Meerdinkweg

 

WOOLD 1940-1945
TWEE VERHALEN UIT HET WOOLD

KORT  MAAR  HEVIG

Radio Oranje, de stem van strijdend Nederland in Londen, wijdde in haar uitzending van 3 april 1945 één zinnetje aan onze buurtschap; Ín het Woold is kort, maar hevig gevochten.’Dat nieuwsbulletin heb ik als 9-jarige jongen niet gehoord, want op ’t Lammershuusken kregen we pas in de jaren ’50 een radiotoestel, maar als ik ’t gehoord had, zou ik dat ‘korte, maat hevige gevecht’ geplaatst hebben in mijn directe omgeving met als markerende punten: de grensovergang naar Bocholt bij de Rutgerschans (“de Pol”), de schuilkelder langs het weggetje tussen onze boerderij en die van Lammers, de houtzagerij van de Firma Wed. B.H. te Winkel (’holtplas’) en de Dikke Steen. Mijn wereldje was klein en veel verder in het Achter-Woold dan Hakeman (“met de koo naor de bolle”) kwam ik niet. Toch is de korte, hevige veldslag daar geleverd, bij de boerderij Meerdink (’Meart’) en Veldboom, dus dichter bij de Dikke Boom dan bij de Dikke Steen. Willem Wilterdink geeft er in het boek “Winterswijk in de Tweede Wereldoorlog” (1985) een zeer gedetailleerd verslag van en corrigeert daarmee mijn jeugdfantasie.Verliep dan de bevrijding van de Lammershof geruisloos en onopgemerkt? Nee, want als je na meer dan een halve eeuw nog de ervaringen van toen als ‘gisteren gebeurd’ beleeft, als je gedurende die halve eeuw mateloos geboeid blijft door alles wat met de oorlog te maken heeft, dan kan het niet anders of er moet in die oorlogs-jaren en met name de laatste dagen van maart 1945 iets ingrijpends gebeurd zijn. Misschien zijn het niet eens de ongewone en soms spectaculaire gebeurtenissen geweest die zo’n onuitwisbare indruk hebben achtergelaten, zo bedenk ik nu. Wezenlijker is waarschijnlijk nog geweest het besef dat het echt om dood en leven ging en de emoties daarbij zorgen er dan wel voor dat de gebeurtenissen je voor altijd bijblijven. Gevoelens van hevige angst: een “Jabo” die neerduikend zijn mitrailleurs leegschiet op een weg in de buurt. Of gevoelens van grote opluchting: nooit vergeet ik het moment dat ik op Goede Vrijdag uit een donkere schuilkelder mag. Knipperend met mijn ogen probeer ik de overvloed van licht te reguleren en nog steeds denk ik dat de zon sindsdien niet meer zo geschenen heeft.Als de zon op de voorafgaande dagen ook geschenen heeft, zal dat nauwelijks opgemerkt zijn door de zwartgrauwe roetwolken die uit het gebombardeerde en brandende Bocholt noordwaarts dreven. Ze voerden halfverkoolde papieren en geschroeide stukjes stof mee, waardoor het duidelijk was dat daar niet alleen militaire doelen waren getroffen. In de loop van donderdag (29 maart) reed een grote Duitse veldkeukenwagen het erf van ’t Lammershuusken op en tegen de avond vlijden zich op de deel uitgeputte, veel te jonge soldaten op het laatste stro.Toch zat de volgende morgen, Witte Donderdag, ons gezin ordelijk aan het ontbijt. De allerdaagse dingen in de moeilijkste omstandigheden doorgang laten vinden, dat bezweert  de onrust. Vader deed het morgengebed waarin de nood van het ogenblik weliswaar een plaats kreeg, maar ook niet meer dan dat. Moeder had havermoutse pap en daar gruwde ik ook die morgen van. Verried me dringend aan toch iets te nemen, want het zou wel eens lang kunnen duren voor ik weer te eten kreeg, maar het bleef bij eenkokhalzend weggeslikt hapje. Paniek op de deel maakte ons duidelijk dat de oorlog nu echt dichtbij kwam. “Der Tommy kommt”. Bevrijding vanuit het land van de vijand, dat kon hachelijk worden, zo beseften de volwassenen, want zouden de Engelsen wel weten waar precies Nederland begint?Dan gaan we voor 24 uur (de hele donderdag en de nacht op vrijdag erbij) naar de schuilkelder in het “dieksken” tussen ’t Lammershuusken en Lammers. Daar zitten en hangen we op de bankjes die erin aangebracht zijn. De gedeeltelijke ondergrondse schuilplaats is gezamenlijk project van de beide naobers Te Gronde en Te Winkel en we hebben er in de voorbije winter al vaker in gezeten, vooral ’s nachts. De knecht van de buurman zit het dichts bij de zigzaguitgang. Hij is meer buiten dan binnen, doet verslag van wat hij ziet en hoort: tankgeschut, mitrailleurvuur, kruisvuur van granaten. Na een nieuwe opname stormt hij naar binnen: “Hendrik, de boerderije steet in brand!” Of vader zonder Bernard gegaan was? Hij heeft het later zelf een keer hardop betwijfeld: “… maor ik konne den jonge toch neet allene laoten gaon?” In tijgersluipgang gaat het op de brandende boerderij aan. Ze hebben geluk: het vuur in een hoopoud vlas op de zolder krijgen ze nog vrij gemakkelijk uit. Door het kapotgeschoten dak ziet Bernard dat de boerderij van de Duitse buurman ook in brand staat. Zijn hulp daar redt een paar koeien het leven. Van de boerderij blijven alleen de geblakerde muren overeind. De buurman heeft het, meen ik, nooit geweten, hij was toen al vermist aan het Oostfront. Vader komt ongeschonden in de schuilkelder terug, maar veel heeft het niet gescheeld. Pas veel later liet hij de plek op zijn klomp zien waar een kogel langsgeschampt was. Als we die zaterdagmorgen weer in huis komen, zie ik mijn papbord staan. Leeg. “Dee arme jongens hadd’n natuurlijk honger…,” zegt moeder, hoofdschuddend naar de chaos in haar keuken kijkend. Vader stommelt naar de zolder waar een doordringende brandlucht hangt en gooit hooi naar beneden. Voordat de onrustige koeien het krijgen, moet ik ze water voorpompen. Dan verdwijnt vader met een emmer en driepoot onder de eerste koe. “Gao i’j de hoondre maor voarn”.Op het erf lopen soldaten in vreemde uniformen. Overal kijken ze in en achter. Een grote neger buigt zich over de rand van de put en tuurt, met de vinger aan de trekker van zijn wapen, in de diepte. In mijn hoofd zit een herinnering van vijf jaar eerder: mijn ouders wijzen mij bij diezelfde put de over de “grinte” binnentrekkende voorhoede van de Duitsers. Onze Nederlandse soldaten hadden zich toen al teruggetrokken en de vijand zal door de achtergelaten versperringen (ik zie tussen de Dikke Steen en de Kobusschoppe een prikkeldraadversperring over, vreemd genoeg, de lengte van de weg, met een slalompad ertussendoor) niet lang opgehouden zijn. Nu, bijna 5 jaar later, trekt over diezelfde weg een eindeloze optocht van pantservoertuigen, vrachtauto’s en jeeps in de richting van “darp”. Een heel enkele keer hoor en ruik ik ze nog.Terug naar ’t Lammershuusken. De bevrijders komen ook in het voorhuis. Ze doorzoeken alle kamers, kijken onder de bedden en in de kasten. ’s Middags komt mijn zus snikkend vertellen dat haar ringetje weg is. Ik herinner me met schaamte dat ik er toen, zonder enig bewijs, van uitging dat er dat maar eentje gedaan kon hebben. Vooroordelen zijn van alle (leef)tijden.Tegen de middag verschijnen er allerlei mensen op het erf. Sommigen uit de buurt, maar de meesten ken ik nauwelijks. Ze hebben maar één doel: de achtergebleven H+Duitse keukenwagen. Hele stapels borden, koppen en schotels grijpen ze uit de rekken, ze graaien begerig in een kist met lepels, messen en vorken en haasten zich met hun buit naar huis. Verontwaardigd meld ik het mijn moeder, maar die neemt het luchthartig op. “Ach jonge, wi’j könnt toch neet alles zelf gebroek’n,” zegt ze, terwijl ze een stapel van die dikke, zware borden in de keukenkast bergt. In het begin wil vader er niet van eten.Als ik klaar ben met de dringendste karweitjes, loop ik langs de holtplas naar de Dikke Steen. In de flauwe bocht bij de Riete liggen op korte afstand van elkaar drie gedeeltelijk uitgebrande gevechtswagens op rupswielen van de Engelsen. Hier is gevochten. Oom Jan te Winkel van de Ruitenburg vermoedt (in eenpaginagroot artikel van de Nieuwe Winterswijkse Courant uit maart 1985) dat ze vanuit een Walletje door de Duitsers bestookt zijn met Panzerfausten. Dichtbij de grens is er waarschijnlijk een op een landmijn gereden en uit elkaar gereten. Stukken van het voertuig hangen in de bomen. Het kan haast niet anders of hier zijn gewonden en/of doden bij gevallen.Een telling van kort na de oorlog houdt het erop dat de bevrijding van Winterswijk in totaal aan 9 Engelse en 33 Duitse militairen het leven gekost, maar waar ze precies gevallen zijn, heb ik niet kunnen nagaan. De meesten waarschijnlijk bij dat “korte, hevige gevecht” in het Achter-Woold. Wel weet ik dat er bij de Dikke Steen nog een Duitse officier is gesneuveld, die heeft daar ook een tijdje begraven gelegen, De Engelse militairen liggen nog steeds op de Winterswijkse Algemene Begraafplaats, naast de 40 vliegers die in de loop van de oorlog met hun vliegtuig boven Winterswijk zijn neergestort. Onder hen ook de 6 bemannings -leden van het RAF-toestel dat op 1 mei 1943 op de Blekkinkhof door een Duitse nachtjager werd neergehaald. Ik zie me daar nog staan op die enorme krater in het bouwland bij de Pranger met her en der verspreidde stukken van het geëxplodeerde vliegtuig. De vliegers hebben nog geprobeerd het vliegtuig met hun parachute te verlaten, maar door te geringe hoogte sloegen ze te pletter.Kort was de strijd die voor het Woold een einde maakte aan de oorlog. Lang echter bleven de littekens zichtbaar. Toen ik in de naoorlogse tijd elke dag naar het dorp fietste, kwam ik langs het afgebrande Damkot.Maar die plek in het Hanenbos, bij de afslag naar Miste, boezemde me nog veel meer ontzag in. Daar waren op de dag na de bevrijding twee naobers op een landmijn gelopen. Boddewies was dood en Schreurskamp moest zwaar gehandicapt door t leven.

Zwolle, juli 2002

Chris te Winkel 

 

De laatste dagen van de oorlog.

“Het begon eigenlijk met de luchtaanval op Bocholt, ik (Jan Nijenhuis – Harkels Jan) herinner me dat we hier werd geconfronteerd met een regen van papiersnippers, verkoold maar soms nog goed leesbaar. Enkele dagen later liep ik op de weg achter het huis, toen er enkele Duitse pantserwagens aan kwamen rijden. Uit een ervan sprong een Ober-Faldwebel die me vroeg: “Ist hier irgendwie eine Stellung für Arti erkündigt” Ik wist van niets. Misschien een uur later kwamen er enkele kanonnen. Eentje werd opgesteld bij “de Huusker”, een paar andere tegenover de “Holthuusmoat”. Dat hebben we gemerkt, want regelmatig klonken het “Achtung Feuer” en vlogen de granaten over ons huis richting Bocholt, en verder.Overal in de buurt waren er Duitse soldaten ingekwartierd, ook bij ons. Ze zaten in de grote kamer, ik sliep er vlak naast. Ze waren hele nachten bezig met hun telegraaf, stroom wekten ze op met een fiets. De Duitsers die bij de bakker waren ingekwartierd, haalden ’s middags hun warme maaltijd bij de school. Als vervoermiddelen gebruikten ze kinderwagens en bolderkarren. Dan liepen ze door de “bongerd” en probeerden ze met stokken de appels die aan de boom waren blijven zitten, eruit te gooien. Dan hadden ze onderweg ook nog wat te bikken.Ik denk dat het Witte Donderdag was, dat we wel voelden dat de Engelse naderden. We waren bezig om in de buurt van de graanschuur een schuilkelder te maken en we hadden al een aarden wal van zo’n halve meter hoog, toen een kapitein kwam kijken. Deze noemde het een zinloos project en om dat te illustreren pakte hij z’n revolver en schoot dwars door ons bouwsel. Daarop vroeg hij of we geen kelder hadden. Die hadden we wel, maar we hadden niet zoveel zin om hem die te laten zien. De week ervoor hadden we het vlees en de groente echter al verstopt onder de houtvoorraad, verpakt in grote luciferkisten. We lieten hem de kelder zien en toen hij deze zag – hij keek verder nergens naar – zei hij dat ons daar niets kon gebeuren.De laatste dagen voor de bevrijding sliepen er ook Duitsers op zolder. Vader had daar een zo goed als nieuw paardentuig onder het hooi verstopt en op een gegeven moment kwam er een soldaat de trap af met een zak in de hand. “Wat heb je daar?”, vroeg vader, waarop de soldaat antwoordde dat er hooi voor het paard in zat. Vader greep hem de zak uit handen en hield deze ondersteboven, waarna het paardentuig eruit rolde. Vader vroeg woest of hij dat ‘hooi’ noemde. De soldaat antwoordde: “Ach Bauer, Ich muss dat Pferdegeschier haben, sonst kann Ich ja gar nicht fahren.”. Maar m’n vader zei: “Mooi niet, we zijn al een paard, een wagen en een rijtuig kwijt, dat is meer dan genoeg.”We hadden nog een 3-jarig paard, maar dat was nog niet beleerd. Dat hadden we naar ’t bos gebracht, bij ’t Keunenhuis achter de “Moat”. Het heeft daar de oorlog overleefd. Tegen de avond op donderdag zagen we dat de soldaten zich ingroeven onder heg, tussen “Elfert” en ons huis. Toen zijn de meesten van ons in de kelder gaan zitten. De soldaat van het paardentuig kwam nog even afscheid nemen, hij was al stomdronken. Vlak voor men naar het front ging werd er nog flink ingenomen. Een Feldwebel vroeg of  ik ook wat wilde drinken. Ik heb toen een twee-liter weckfles gepakt. “Verdammt noch mal, was wollst du saufen”, was zijn reactie. De soldaat van het paardentuig was heel sentimenteel en in de gang smakte hij tegen de grond. Hij hoefde dat paardentuig helemaal niet meer te hebben, “Die Holländer sind immer gute leute gewesen. ”Hij had een das om die een Nederlandse vrouw voor hem had gebreid: “Ich komme aus Wuppertal, aber Ich sehe Wuppertal nie wieder!” Daarop klonk het vanaf de deel: “Herman machen Sie doch fort, der Tommy ist ja da!” “Och, verrecken Sie doch mit dem Tommy”, waarna hij bij kop en kont werd gepakt en op de wagen werd gezet. Het was de laatste Duitser die ik zou zien.De volgende morgen waren de Engelsen er. ’s Nachts hoorden we regelmatig mitrailleurvuur, maar verder is er rond ’t Harkel  niet zoveel gebeurd. Het verschil was opmerkelijk: de erbarmelijke staat waarin het Duitse materiaal verkeerde (voorzover nog aanwezig) en de enorme hoeveelheid jeeps, vrachtwagens en ander materiaal van de Engelsen, dat we toen te zien kregen.’s Morgens om acht uur heb ik m’n eerste “Player” gerookt en dronken we thee met enorm veel suiker, beide gekregen van de Engelsen. Deze installeerden een keuken bij ons op de deel waarvan de vlammen bijna tot aan het zolder sloegen. Herman van “de Huusker” kwam ook even langs. De eerste Tommy die Herman had gezien, was uit z’n kippenhok gekomen. Herman merkte hierover op: “Noa bunne wi’j van dat gevroagte: “Haben Sie noch eier?” af, dizze haalt ze zelf.”

 

Jan Nijenhuis, van t Harkel, Woold 

 

 

 

---------------------------------------------------------------------

NIEUWE ROTTERDAMSCHE COURANT
ZONDAG 7 MAART 1852

Naar men verneemt heeft het openbaar ministerie van justitie der arrond.regtbank te Zutphen, zich naar Woolde, onder Winterswijk, begeven, om onderzoek te doen naar een gepleegden moord van eene stiefdochter jegens hare moeder en verdacht deze in een put te hebben geworpen. Het onderzoek heeft geleid tot gevangenneming der dochter.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 ALGEMEEN HANDELSBLAD
15 MAART 1861

Z.M.heeft verleend het volgende pensioen:G.W.WELPSHOF, gewezen hoofdonderwijzer te Woold, gem.Winterswijk, van f 154,
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

WEEKBLAD VOOR WINTERSWIJK EN OMSTREKEN
13 MEI 1874

NOTARIS MR.W.A.ROELVINK zal op VRIJDAG 22 MEI aanstaande, ’s voormiddags 11 uur in ’t Locaal der Vereeniging binnen Winterswijk verkoopen:

DE PLEKENPOLSCHE WATERMOLEN

(KOREN- EN OLIEMOLEN), Molenaarshuis, bouw-gaarde- wei-bosch - en heide gronden; de Groote en Kleine Schoten met bijbehoorende grachten en aangrenzende heide, voorts de bij dit pand behoorende paden, wegen en beplantingen; alles gelegen ’t Woold onder Winterswijk. Kadaster Winterswijk Sectie E, zamen 8 Bunder, 42 Roeden, 39 El.
Te veilen in massa en in 10 perceelen breeder bij biljetten omschreven.
Den 15 Mei 1874 ingezet:
De Massa op f 10450,-
De perceelen op f 6720,-
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

NIEUWE TILBURGSCHE COURANT
22 OCTOBER 1906

Te Winterswijk was bruiloft geweest. Een boertje uit het Woold had zich zoo te goed gedaan, dat hij al tastende den weg moest houden. Bij den watermolen "Den Helder" moest hij over de Beek. Voorzichtig stak hij zijn parapluie vooruit, maar voelde geen grond. Nu aan  den anderen kant gestooten, maar waar hij ook stak, telkens een peilloze diepte. Meenende dat hij reeds in het water stond, begon hij luidkeels om hulp te roepen. De bewoners uit hun rust opgeschrikt, kwamen weldra met een brandende lantaarn en  zagen nu den man midden op den weg staan, alleen met den knop in de hand; de parapluie was er bij den eersten stoot afgevallen.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Woold winterswijk cafe de nieuwe molen

Berenschot woold winterswijk

Berenschot Woold

 

Berenschot Woold

 

Berenschot Woold

Berenschot woold winterswijk 1960

Berenschot Watermolen 1960

 

 Woold winterswijk watermolen

Watermolen woold

Woold Winterswijk Bekendelle 

Bekendelle Woold

Woold winterswijk slingebeek

Slingebeek Woold

 

 

 

Woold Winterswijk Ros

Huize Ros Woold

Woold Winterswijk Lintum

Huize Lintum Woold

Woold Winterswijk Roerdink

Huize Roerdink Woold

Woold Winterswijk Harmienehoeve

Harmienehoeve Woold

Kaasboerderij Woold

Kaasboerderij Woold

 

Woold Winterswijk Dikke boom

Dikke Boom Woold

Woold winterswijk grintweg

Woold Grintweg

Woold Juliana winterswijk

 

 Grote Steen Woold

DE DIKKE STEEN
Het zal omstreeks 1910 zijn geweest, dat veel landbouwers en grondeigenaren in Miste en het Woold behoefte kregen de wegen in hun omgeving te verbeteren. Namens hen schreef op 7 maart 1911 een commissie een brief aan de Raad der gemeente Winterswijk. Er werd om een subsidie gevraagd om de mogelijkheid te scheppen een aantal met name genoemde wegen te verharden. Ook vond men het belangrijk een goede verbinding met Duitsland te krijgen. Zelf wilden de belanghebbenden 14.500 gulden in de kosten bijdragen, terwijl de benodigde grond gratis aan de gemeente zou worden afgestaan.
Kennelijk zag de toenmalige burgemeester Jonkheer G.A. van Nispen ook het belang van deze verharding in. Het was mede door zijn bemoeienissen en van die van de heer P.van Vliet jr., afgevaardigde voor het district Doetinchen in de Tweede Kamer (en grootvader van de cabaretier Paul van Vliet), dat de verharding van de wegen tot stand kwam.
Een van de grote zwerfstenen die met het landijs vanuit Scandinavie naar onze omgeving is gekomen, heeft tienduizenden jaren op een plek gelegen, waar later het landgoed Lammers kwam. De commissie die zich bezig had gehouden met de verharding wilde ter herinnering aan het totstandkoming van die wegen een gedenksteen oprichten. Daarvoor werd gebruik gemaakt van de steen die de landbouwer D.W.te Gronde aan J.G. ten Houten (oud-wethouder en plannenmaker van het wegenstelsel had afgestaan. Ten Houten stelde de steen op zijn beurt ter beschikking aan de commissie.
Hoewel de steen nog niet was uitgegraven, waren er al schattingen gemaakt over de afmetingen. De lengte zou 2,5 meter bedragen, de breedte 2 meter en de dikte ruim 2 meter. Het gewicht werd geraamd op 27.000 kilo.
(Uit:75 Jaar Vereenigingsgebouw Juliana) (LATER MEER)

Grote Steen Woold

Grote Steen Woold

Grote Steen Woold

Grote steen woold winterswijk

Grote Steen Woold

 

Woold Winterswijk 1958

Grensovergang Woold 1958

Grensovergang Woold

Grensovergang Woold

^ Terug naar boven