DR.W.P.C.Bos
Vader: Jacob Bos, geboren 1863 Formerum te Terschelling
In 1878 vertrokken naar Winterswijk. Werkzaam bij horlogemaker Nijenhuis.
1882: Meester Beekhof,Hoofd school Brinkheurne leidt Jacob op tot onderwijzer.
1885: Onderwijsakte behaald te Arnhem
1886: Onderwijzer school Huppel
1889: Hoofdakte, onderwijzer school C (dorp)
1892: Vertrokken, onderwijzer te Terschelling.
1893: Hoofd school te Rouveen. Gemeente Staphorst
1897: Geboorte W.P.C.Bos 30 Mei
1899: Hoofd school Hoorn (Terschelling)
1914: Hoofd school Miste
1929: "Pensioen", verhuist naar Misterweg Villa Formerum
1930: Overlijden van zijn vrouw Aaltje Berenschot (Winterswijkse).19 febr.
1943: Overlijden Jacob Bos. 4 Januari
WIM (P.C.) Bos:
1897: Geboren te Rouveen. 30 Mei
1914: Verhuizing naar Miste. Opleiding op de HBS te Winterswijk.
1916: Student Hogeschool te Utrecht (Veeartsenijkundige)
1923: Doctor in de Veeartsenijkunde.
Vestiging als veearts Stationstraat 19 te Winterswijk
1924: Getrouwd met Jo Heersink uit Miste. 13 November.
Vestiging Spoorstraat 62, ook praktijk.
1929: Geboorte dochter:Alida. 4 Maart
1931: Gemeenteraad Winterswijk: Vrijzinnige Democraten. Nr.4
1932: geboorte dochter:Jacoba. 19 Mei.
1933: Overgestapt van Vrijz.Democr. naar NSB.
1935: Gemeenteraad Winterswijk: Gemeente Belangen. Nr.1
1936: Lid Prov.Staten
1942: Burgemeester van Winterswijk. 28 Maart.
1945: Gevlucht uit Winterswijk eind maart, vlak voor bevrijding Winterswijk.
1945: Gearresteerd te Ruinen, Drenthe.18 April
1948: Veroordeeld tot 4,5 jaar interneering
1948: Eind 1948, gratie verleend
1949: Vertrokken na Bosch en Duin. Einde van het jaar.
1961: Overleden te Bosch en Duin. 19 Oktober
-------------------------------------------------------------------------
Willem Pieter Cornelis (Wim) Bos werd op 30 mei 1897 te Rouveen geboren als zoon van de hoofdonderwijzer Jacob Bos en Aaltje Berenschot.Wim Bos had één zuster, Nellie. Hij trouwde op 13 november 1924 in Winterswijk met Johanna Geertruida (Jo) Heersink (1902-1983) uit Miste, met wie hij twee dochters kreeg. Bos overleed op 19 oktober 1961 in Bosch en Duin.
Jacob Bos verhuisde in 1899 naar Hoorn op Terschelling, waar hij hoofdonderwijzer werd, en in 1914 naar de gemeente Winterswijk, waar hij al eerder onderwijzer was geweest. Hij werd hoofd der school in de buurtschap Miste. De jeugdige Wim Bos bezocht in Winterswijk de Rijks-HBS. In 1916 startte Bos in Utrecht met zijn studie aan de Veeartsenijkundige Hoogeschool. In 1922 sloot hij die studie met goed gevolg af. Hij verwierf bij de hoogleraar Wester een assistentplaats en promoveerde op 5 november 1923. Deze promotie verliep niet geheel vlekkeloos omdat hij als onderwerp een chemisch thema koos, terwijl zijn sterke kant de klinische geneeskunde was. Bos overwoog zelfs zijn doctorsbul terug te geven.
Eind 1923 hield het assistentschap op en Bos vestigde zich als zelfstandig veearts in Winterswijk. Op 13 november 1924 trouwde hij met Jo Heersink, de dochter van een kruidenier in Miste. Voordat Bos trouwde had hij gesolliciteerd naar de functie van gouvernementsveearts in Indië, maar hij werd hiervoor afgewezen.
In Winterswijk bouwde hij al snel een bloeiende praktijk op. Men erkende hem als zeer bekwaam veearts, die bovendien goed met de agrarische bevolking overweg kon, mede doordat hij de taal van de streek sprak. Zijn populariteit werd nog vergroot doordat hij als leider van de Winterswijksche Ruiterclub met die vereniging grote triomfen vierde. Niet alleen landelijk, maar ook internationaal. In 1928 behaalden twee leden van de club een eerste prijs op een sterk internationaal concours in Keulen. Bos deelde in de glorie.
In 1931 begaf Bos zich op het terrein van de gemeentepolitiek. Hij liet zich voor de verkiezingen van dat jaar kandidaat stellen voor de partij van de Vrijzinnig Democraten (VD). Bos stond nummer 4 op de lijst, maar werd op 11 juni, met bijna de helft van de uitgebrachte stemmen voor die partij, tot lid van de gemeenteraad gekozen. Zijn interesse ging vooral uit naar het functioneren van het plaatselijke slachthuis en van het destructiebedrijf, waarbij diverse problemen speelden die vooral de agrarische wereld beroerden.
Inmiddels was in Drenthe de organisatie Landbouw en Maatschappij opgericht, die ten doel had de crisismaatregelen, die vooral de kleine boeren troffen, het hoofd te bieden. Bos was al snel de grote voorman in Winterswijk en de Achterhoek, waar door zijn toedoen het ledental van deze boerenorganisatie snel steeg. Bos was een vurig propagandist.
Eind oktober 1933 maakte Bos een plotselinge ommezwaai van de VD naar de inmiddels opgerichte NSB. Hij werd leider van de kleine plaatselijke afdeling, terwijl ds. E. Reeser, de Nederlands-hervormde predikant, de propagandaleider werd. Beiden hadden grote invloed op de plaatselijke bevolking. Bos bleef echter, ondanks protesten van de andere partijen, lid van de gemeenteraad.
Ondanks zijn overstap naar de NSB bleef Bos bij de bevolking en de kiezers populair. Bij de Statenverkiezingen op 26 april 1935 kreeg de NSB in Winterswijk 20,3% van de stemmen. Bos haalde voor de Staten nét niet genoeg voorkeurstemmen om te worden gekozen. In de gemeenteraad werd hij bij de verkiezingen van 19 juni 1935 met grote meerderheid gekozen voor Gemeentebelangen, welke partij een paar maand van tevoren was opgericht. De plaatselijke NSB nam als zodanig niet deel aan de verkiezingen.
In 1936 werd Bos alsnog lid van de Provinciale Staten van Gelderland, omdat een partijgenoot opstapte. Over zijn functioneren in de Staten is weinig bekend. De plaatselijke politiek had voor hem een grotere aantrekkingskracht. In 1939 nam Bos afscheid als gemeenteraadslid. De NSB, die toen wel deelnam aan de plaatselijke verkiezingen, kreeg nog geen 10% van de uitgebrachte stemmen. Bos had zich niet kandidaat gesteld. Naar zijn mening bestond het raadswerk teveel uit politiek geharrewar en deed men te weinig voor het algemeen belang. Ondertussen mocht Bos zich verheugen in een nog steeds groeiende veeartsenpraktijk. Hij was de richting ingeslagen van de homeopathische geneeswijze. Hij had daarmee succes, maar zijn collega’s en de wetenschap oordeelden hierover sceptisch.
Nadat in 1940 de Duitsers ons land waren binnengevallen, begon de plaatselijke afdeling van de NSB in Winterswijk sterk te groeien, evenals elders in het land. Bos was en bleef de plaatselijke leider. In april 1941 werd burgemeester J.W. Kneppelhout door de Duitsers afgezet als burgemeester. Er werd eerst een plaatsvervanger, mr. J. Voorink, benoemd, maar op 28 maart 1942 werd Bos burgemeester van Winterswijk. Hij begon met een felle installatierede, waarbij echter het joodse volksdeel buiten schot bleef.
De periode Bos kenmerkte zich door enkele markante gebeurtenissen. Op 27 november 1942 werd een twintigtal ondergedoken joden uit het Korenburgerveen gehaald, nadat hun verblijf was verraden. In april 1943 moesten de laatste Winterswijkse joden, 99 in getal, afreizen naar Vught, en eind april 1943 brak ook hier de April-Meistaking uit. Bos heeft voorkomen dat deze voor Winterswijk een rampzalig gevolg had. In mei 1944 werd een plaatselijke verzetsgroep opgerold en de laatste oorlogswinter werd Winterswijk overstroomd door NSB-vluchtelingen en Duitse militairen. Al deze gebeurtenissen in Winterswijk zullen Bos niet onberoerd hebben gelaten, omdat hij voor deze toestanden medeverantwoordelijk was. Een dag vóór de bevrijding van Winterswijk op 31 maart 1945 vluchtte Bos naar Drenthe, waar hij enkele weken later in Ruinen werd gearresteerd.
In juni 1948 werd hij berecht. Zijn straf was betrekkelijk licht, 41/2 jaar. De motivering voor het vonnis was dat Bos, naast de verkeerde dingen die hij had gedaan, ook veel mensen had geholpen. Bovendien werd rekening gehouden met zijn hartkwaal. Eind 1948 kwam hij weer vrij nadat hem gratie was verleend. Tijdens zijn kampperiode schreef hij een omvangrijk werk over de homeopathische geneeswijze bij dieren, dat echter tot op heden in manuscript is gebleven. Aanvankelijk vestigde Bos zich na zijn vrijlating weer in Winterswijk. Hij oefende daar op een boerderij zijn praktijk uit en verstrekte tevens homeopathische geneesmiddelen aan patiënten. Eind 1949 vertrok Bos met zijn gezin naar Bosch en Duin bij Bilthoven, waar hij zijn praktijk voortzette. Hij werd weer een bekend veearts, die regelmatig geraadpleegd werd door de Faculteit der Diergeneeskunde van de Rijksuniversiteit Utrecht, maar ook door de Koninklijke Stallen in Den Haag, wanneer daar problemen waren. Bovendien bleven Winterswijkse patiënten hem bezoeken vanwege de homeopathische middelen die hij verstrekte.
W.P.C. Bos stierf op 19 oktober 1961 in Bosch en Duin. Zijn vrouw overleefde hem ruim twintig jaar. Zij overleed op 28 februari 1983.
Uit: Biografisch Woordenboek Gelderland, deel 3, Bekende en onbekende mannen en vrouwen uit de Gelderse geschiedenis. Redactie: drs. C.A.M. Gietman (eindredactie), drs. R.M. Kemperink, dr. J.A.E. Kuys, E. Pelzers en drs. P van Wissing .W.. Verloren Hilversum, 2002, pagina’s 25-27.
---------------------------------------------------------------------
DE MISTHOORN
(ANTI-SEMITISCH SENSATIEBLAD 1937-1942)
ZATERDAG 18 APRIL 1942 (Letterlijk overgenomen)
"FATSOEN" VAN DEMOKRATEN
ZIJ KENNEN GEEN EERBIED VOOR EEN IN EERLIJKEN STRIJD GEVALLEN TEGENSTANDER.
Zaterdag 28 Maart was een zwarte dag voor de - overigens weinig strijdlustige - voorvechters der democratie in Winterswijk. De nieuwe burgemeester, kameraad Dr.W.P.C. Bos, werd op dien dag in zijn functie geinstalleerd. En hoewel de gemeente Winterswijk meer dan 2000 leden en sympathisanten der N.S.B. in haar midden telt, hadden deze blijkbaar niet den moed van hun ingenomenheid met de benoeming OPENLIJK getuigenis af te leggen; slechts een 150-tal belangstellenden had zich voor het gemeentehuis verzameld op het uur der plechtigheid. Wellicht speelde de VREES hier een rol: zooals men in een parochiedorp den dwang der geestelijkeheid vreest, zoo neemt men zich in een arbeidersdorp in acht voor de wrekende macht van de liberale plutokratie en het roddelend kleinburgerdom.
Doch ter zake: De nieuwe burgervader werd, zooals gebruikelijk, door den oudsten wethouder, een liberalen, rijken boer, ingehuldigd, hetgeen geschiedde met de volgende treffende toespraak (spatieering van ons(:
"Burgemeester Bos, U zult begrijpen dat ik met zeer gemengde gevoelens mij van mijn taak kwijt U als burgemeester van Winterswijk te installeeren. Ik zal daarom zeer kort zijn. Bovendien, U kent Winterswijk, U kent zijne nooden en behoeften, U weet wat er bij de bevolking leeft,. U weet, dat belangrijke vraagstukken op verschillend gebied U ter oplossing zullen worden voorgelegd. Welnu, ik hoop, dat zoolang U als hoofd dezer gemeente geroepen zult zijn hare belangen te behartigen, dit zal strekken tot het wel begrepen belang van haar geheele bevolking."
De nieuwe gezagsdrager hield daarop een groote rede, die in nationaal-socialistische kringen en zelfs in die der tegenstanders algemeen geprezen is om haar beslisten toon, haar kloeke taal en haar principieele zuiverheid. In het verloop van deze rede memoreerde Dr.Bos den dood van een plaatsgenoot, die zijn leven aan het Oostfront had gegeven voor zijn ideaal.
De "Winterswijksche Courant" vermeldt daarover het volgende:
Kameraden, leden der N.S.B.
Alvorens mij tot U te richten, verzoek ik U en de overige aanwezigen op te willen staan.
Het is bekend, dat dezer dagen het bericht binnengekomen is, dat onze jonge kameraad en plaatsgenoot L. aan het Oostfront gevallen is.
Hoe hooger het doel is, dat men najaagt, hoe meer men bereid moet zijn, daavoor in te zetten.
Voor het hoogste doel offerde onze kameraad L. alles wat hij geven kon, zijn leven.
In den strijd tegen het Bolsjewisme is hij gevallen voor Leider,Volk en Vaderland.
Wij willen zijn nagedachtenis eeren en ik verzoek U, met mij een oogenblik van stilzwijgen in achte te nemen.
Waarna het blad de volgende mededeeling doet:
Aan het verzoek van den burgemeester op ALLEN op te staan en door een oogenblik van stilte de nagedachtenis van den gesneuvelde te eeren, werd door allen voldaan, UITGEZONDERD DE HEEREN OUD-WAARNEMEND BURGEMEESTER VOORINK EN DE WETHOUDERS TENKINK, WEERKAMP EN BENT (resp.van huis uit liberaal, anti-revolutionair en vrijzinnig democraat- Red.)
Nu weten wij , dat de verdwazing van demokraten en andere voorvechters van de ware vrijheid en het ware geloof ver gaat. Wij weten , dat men in bepaalde kringen allengs den zin voor de werkelijkheid totaal verliest, als gevolg van den blinden haat, waardoor men zich laat leiden. Doch wat hier gepresteerd is, overtreft alles, wat totnutoe op dit gebied aan onbeschaamdheid en idioterie werd vertoond. Men realiseere zich immers:
Hoe ook in den oorlog de partijen tegenover elkaar mogen staan, hoe fel en bloedig zij elkaar ook mogen vernietigen, er is altijd een oogenblik, waarop de strijd wordt gestaakt, de wapens zinken en de vanen neigen; het oogenblik, waarop de dooden worden herdacht. Het behoort tot de eer van den soldaat, dat hij den gevallen vijand, die na den dood geen vijand meer is, zijn eeregroet brengt.
Juist wij Germanen hebben te allen tijde dit begrip der soldateneer hoog gehouden. Juist wij nationaal-socialisten eerbiedingen den eerlijken tegenstander - IN den strijd en nadat hij gevallen is.
HET IS ONS B.V.BEKEND, DAT OP DE GRAVEN DER ENGELSCHE VLIEGERS OP HET KERKHOF VAN WINTERSWIJK DESTIJDS DOOR NATIONAAL-SOCIALISTEN IN ALLE STILTE BLOEMEN ZIJN GELEGD.
Het is even bekend, dat ieder waarachtig Nederlander bij een bedevaart naar den Grebbeberg daarmee Mederlanders en Duitschers eert, omdat over den dood de politiek meeningsverschillen zwijgen en slechts de gedachte blijft aan hen, die, onverschillig hun nationaliteit, hun leven lieten in den strijd om een betere wereld.
Niet aldus echter de hoogst democratische en allerchristelijkste heeren ex-gemeenteberstuurderen van Winterswijk. Toen hun gevraagd werd den gevallen strijder, die - hoe absurd in hun oogen ook de doeleinden mogen zijn, waarvoor hij streed - toch zijn leven, zijn waardevolste bezit, inzette en gaf voor zijn ideaal, te eeren, toen weigerden zij. Zij weigerden den dapperen plaatsgenoot een klein bewijsje van hun soldatisch eerbesef te geven, en zij trapten hem achterna in zijn graf! Dat is blijkbaar democratisch fatsoen!
Geef ons dan maar de "onfantsoenlijke" bende, die dit demokratische fatsoen voorgoed uit de wereld helpt! En moge dit stukje bewerken,dat hier geen precedent geschapen wordt voor soortgelijke gevallen bij andere plechtigheden, waar de demokratie vertegenwoordigd is, doch dat dit schandalig voorval zonder herhaling blijft.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
HET VADERLAND
DINSDAG 04 DECEMBER 1934
BINNENLAND.
DE BEGINSELEN DER N.S.B.EN HUN UITVOERING
Men schrijft aan de N.R.Ct.:
Naar aanleiding van ervaringen, door B. en W. van Winterswijk opgedaan bij den aankoop van gronden, voor het bouwrijp maken van den z.g. "Balinkesch", waar o.m. het nieuwe postkantoor zal verrijzen, heeft de burgermeester in de laatste raadsvergadering, namens het college, officeel de aandacht gevestigd op de handelingen van twee raadsleden, de heeren dr.Bos (N.S.B.)en A.Weerkamp (A.R.), waarbij de vraag is gerezen, of zij daarbij voldoende gedacht hebben aan den van raadsleden gevorderden eed, dat zij de belangen der gemeente met al hun vermogen zullen voorstaan en bevorderen. Bedoelde raadsleden hadden als particuliere personen gedeelten van dit grondcomplex gekocht, terwijl zij volgens B.en W.wisten, dat de gemeente deze gronden ambieerde, waardoor B.en W. later bij hen moest komen om, ter verkrijging van de noodige ruimte voor het postkantoor en den aanleg van wegen, gronden te ruilen of terug te koopen.
(LATER MEER)
------------------------------------------------------------------------------------------------
DR.W.P.C.BOS VOOR ZIJN RECHTERS
WOENSDAG 16 JUNI 1948
Nieuwe winterswijkse courant
HIJ MAAKTE EEN GUNSTIGE INDRUK, MAAR DEED NU EENMAAL HEEL VERKEERDE DINGEN
Woensdag j.l. heeft de ex-burgemeester van Winterswijk, Dr.W.P.C.Bos voor het Bijzonder Gerechtshof te Arnhem terecht gestaan. Na een zeer uitvoerige behandeling eiste de Procureur-Fiscaal 5 jaren en 6 maanden gevangenisstraf met aftrek. De raadsman vroeg op grond van de door hem aangevoerde feiten, onmiddellijke invrijheidsstelling, waaraan het Hof, na daarover in de raadkamer te hebben gedebatteerd, niet voldeed.
EEN GOED VEEARTS, MAAR SLECHT BURGEMEESTER
Klein, grauw en mager zat de man, die eens zo’ngoede veearts was, gezien bij de boeren, geacht bij zijn collega’s in het beklaagdenbankje. Mr.Roothaert schreef eens een boek "Dr.Vlimmen", dat de lotgevallen van een veearts beschrijft. Men zou Dr.Bos daarmede willen vergelijken. Ook hier een individualist, die voor zijn beroep leeft, die het waagt in de veeartenijkunde te gaan experimenteren en daarmede succes heeft, een natuurmens voor wie ieders dier een levend wezen is. Hoe kwam deze man er toe de zijde te kiezen van hen die ons volk een graf wilden graven?
Het Arnhemse Hof heeft zich alle moeite gegeven, de drijfveren te ontsluieren en de ten laste gelegde feiten in het huiste licht te zien.
HUISZOEKINGEN EN EEN ARRESTATIE. DR.BOS EN FEBERWEE LIETEN ONDERGEDOKEN STUDENTEN ONGEMOEID.
De eerste getuige die voorkwam was de 55-jarige veehandelaar W.L., uit Winterswijk, die thans gedetineerd is. Deze vertelde, dat in de zomer van 1943 een agent van Politie bij hem kwam met het bevel onmiddellijk op het bureau te komen. De toenmalige N.S.B.-luitenant der Politie Feberwee vroeg hem of hij wist waar Kaemink woonde. Men wilde de daders hebben van de brandstichting op de N.S.B.-boerderij en vermoedde dat die bij K. zaten; De getuige is toen als gids met een groep van 8 tot 10 personen meegetrokken die de boerderij van Kaemink, Smees en Pampiermolen bezochten. Tijdens de huiszoeking bij eerstgenoemde wilde een jongeman vluchten. Een agent van de A.K.D. (Arbeidscontroledienst) achtervolgde hem en na een pistoolschot gelost te hebben kon de jongen gearresteerd worden. Het bleek een onderduiker te zijn die aan de Duitsers uitgeleverd werd. Dit feit is o.a. aan Dr.Bos ten laste gelegd. De getuigen zeiden wel, dat Dr.Bos aanwezig was, doch dat de A.K.D.-man op eigen houtje gehandeld had. De 57-jarige A.Feberwee, ook als getuige gehoord, zeide dat hij de mededeling kreeg dat zich verdachte personen bevonden op de grens van Aalten en Winterswijk. In opdracht van Bos heeft getuige toen een groep samengesteld, die er op uitging. Toen de onderduiker, zekere Esselink gegrepen was, zou Bos opdracht gegeven hebben, deze en de zoon van Kaemink mee te nemen. Getuige voegde er echter aan toe, dat het mogelijk is, dat Dr.Bos niets van de eigenlijke arrestatie gezien heeft. Toen echter de A.K.D.-man met de jongens verscheen, moest Dr.Bos een beslissing nemen om zich zelf te dekken. Tijdens de huiszoeking zou overigens ook nog een grote groep studenten aangetroffen zijn, die zich allen met valse papieren en als godsdienstonderwijzer uitgaven. Dr. Bos en ook getuige zouden dit geweten hebben, maar er geen werk van gemaakt hebben.
Vervolgens werd een verklaring van kaemink voorgelzen, waarin deze zegt, dat toen de onderduiker vluchtte Feberwee zou geroepen hebben: Fietsen weggooien en schieten.
Esselink schreef ook en verklaring, waarin hij zijn lot gevallen beschrijft na zijn arrestatie. Hij heeft eerst twee nachten op ’t politiebureau gezeten; is vervolgens naar het concentratiekamp in Ommen gebracht en tenslotte gedwongen geweest om bij de S.S.dienst te nemen, die hem naar Rusland stuurde.
Dr.Bos kan zich met de afgelegde verklaringen verenigen, doch voegde er aan toe, dat hier Esselink gearresteerd was, deze A.K.D.-arrestant was en dus hij, Bos, er niets meer aan doen kon. Hij wilde alleen de daders van de brandstichting hebben, waartoe een opdracht van de S.D.aan hem was gegeven. Hij wilde eerst Esselink, nog een z.g.n.grenspas bezorgen, zodat hij bij een Duitse boer kon gaan werken.
EEN BRIEF CONTRA HET BESTUUR VAN DE LUCHTBESCHERMINGSDIENST TE WINTERSWIJK
Het tweede punt van de tenlastelegging was het schrijven van een brief aan de N.S.B Procureur- Generaal in Arnhem betreffende het bestuur van de luchtbeschermingsdienst in Winterswijk, die hij daarin beschuldigde anti te zijn en de samenstelling gevaarlijk. Hierop zei verdachte,dat eigenlijk Ds.Reeser hem hiertoe had geinspireerd. Hij wilde overigens alleen dat de vereniging ontbonden werd en niet dat de leden persoonlijk gevaar liepen. Wanneer er huiszoekingen werden verricht, dan gebeurde dat alleen maar, omdat er b.v.een evacuee bij een ander wat gestolen had.
BURGEMEESTER MONNIK VAN AALTEN MOEST "OPGERUIMD" WORDEN
Het volgende punt betrof de brief die verdachte aan de kringleider der N.S.B. voor Oost-Gelderland geschreven had, betreffende de burgemeester van Aalten Monnik die "opgeruimd" moest worden, omdat de man erg anti Duits en anti N.S.B. was. Verdachte geeft het schrijven toe, doch zegt er bij, dat hij met opruimen alleen bedoeld heeft het afzetten en er geenszins de veel gruwelijke betekenis van liquideren mee gemeend heeft. de term "opruimen" is een uitdrukking die in de Achterhoek veel gebruikt wordt. de heer Monnik als getuige gehoord, legde nog een brief over, waarbij Bos bij hem aandrong om een der distributieambtenaren van Aalten te ontslaan, omdat deze gezegd zou hebben dat hij zijn sigaretten voor bijltjes dag wilde bewaren. De voormalige kringleider voor de Achterhoek de thans gedetineerde fabrikant C.M.N.heeft alleen inlichtingen over Burgemeester Monnik gevraagd. Volgens deze getuige is er in de hele achterhoek geen enkele burgemeester lastig gevallen. Ook over het woord "opruimen" gaf deze getuige zijn definitie:
President: "Wat zou U denken, wanneer de Procureur- Generaal zeide dat U opgeruimd moest worden?".
Daarop moet de getuige toegeven, dat hij dan wel aannam dat er liquidatie bedoeld wordt. Dr.Bos berlangd dan het woord en zegt dat hij nu hij het woord opruimen in deze betekenis heeft gehoord, voelt hoe ontzettend gevaarlijk deze interpretatie kan zijn. Hij biedt derhalve aan de heer Monnik zijn excuses aan. De President Mr.de Visser wijst er verdachte dan op, dat deze heel vaak gevraagd heeft om lijsten in te dienen van anti-zoontjes en smokkelaars, die voor uitzending naar Duitsland geschikt waren. Voorts op het feit, dat verdachte aanmerking maakte op het dragen van rood-wit-blauwe boordenknoopjes en op het zingen van het Wilhelmus op de scholen. Verder heeft Bos onfraaie methoden gebruikt door briefjes te schrijven, waarin hij anderen beschuldigde. Dr.Bos:"Dat gebeurde in een roes, ik geef toe dat ik in veel gevallen verkeerd gehandeld heb, maar er werd zoveel gechicaneerd en geprovoceerd en gescholden."
Raadsheer: "Waarom bent U niet bij de koeien gebleven, die zeggen niets"
DR.BOS WILDE ZO GRAAG BURGEMEESTER WORDEN .............
HIJ DEED NAAST SLECHTE DINGEN VEEL GOEDS IN DEZE FUNCTIE
Uit het verhoor voor het Bijzondere Gerechtshof blijkt ook nog dat Dr.Bos veel moeite gedaan heeft om Burgemeester te worden. In deze functie heeft hij - zelfs met inzet van gevaar voor zijn eigen veiligheid - heel veel inwoners geholpen. Daarvan getuigen een hele serie brieven en verklaringen in zijn dossier. Maar zijn beleid kende ook verschillende foutieve kanten, waarvoor hij thans boeten moet.
Dan komt ’t laatste punt der ten laste legging, ’t aan de Duitsers overleveren van een uit Duitsland gevluchte tewerkgestelde. Getuige .H.R., gepensioneerd politieambtenaar heeft toendertijd het veroor van de gevluchte B. gevoed. R. verklaart, dat in zijn oorspronkelijk rapport gestaan heeft, dat B.op last van Bos in verzekerde bearing is gesteld. Later is men in dit rapport aan het knoeien gegaan en heeft deze zin veranderd in op last van Bos naar de de Duitse grenspost gebracht. Dan vraagt de getuige nog aan de president of hij aan verdachte mag vragen de naam te zeggen van de politieagent, die hem, getuige in 1944 verraden heeft, dat hij gelden van onderduikers inzamelde. De president wil echter deze vraag als niet ter zake doende
onbeantwoord laten.
B.zelf nog gehoord, herinnert zich niet veel meer en geeft alleen toe, dat hij naar Duitsland is gegaan, omdat hij 400 gulden van een firma in Amsterdam gestolen had. Daarmee was het verhoor ten einde.
HET REQUISITOR VAN MR.SERRARENS: 5 JAAR INTERNERING EN ONTZETTING UIT DE BEIDE KIESRECHTEN GEEIST. UITSPRAAK 30 JUNI.
Na een korte pauze begint de Procureur Mr.Serrarens zijn requisitor. "U ziet hier voor u, Dr.Bos, een man, die een geslaagd veearts was en gezien bij alle medeburgers. Hij had een goede practijk en goede ambities. Helaas kwamen op een zeker moment hoogmoed en politieke ambities het rustige en vlijtige leven van deze mens storen. Doch de reuze zwaai bleek een mislukking te zijn en de man werd geheel uit het verband gerukt. Spreker meende dat het laatste punt van de tenlastelegging niet bewezen was en vroeg daarom vrijspraak. De andere punten echter geven een indruk van het beleid van Bos tijdens zijn burgemeesterschp. Het zijn alleen voorbeelden en betekenen een schildering, doch er zijn nog een massa andere soortgelijke gevallen.
De Procureur-Fiscaal gaat dan aan de hand van de afgelegde verklaring de feiten na en komt tot de conclusie, dat de drie eerste punten bewezen zijn. De brieven zijn wel heel minderwaardig, terwijl het woord opruimen misschien heel anders bedoeld is, doch wanneer men met alle geweld van veearts burgemeester wil worden, moet men zich ook anders uitdrukken. Een zeer zwaar wegend feit achtte spr. het lidmaatschap van de Germaanse SS, die de annexatie van Nederland wilde bereiken. Er zijn echter ook gunstige dingen van verdachte te zeggen, b.v.dat hij veel meer kwaad had kunnen doen en voorts, dat hij zo veel mensen heeft geholpen. Verdachte is echter aansprakelijk te stellen voor het vele kwaad dat in Winterswijk is gebeurd. Rekening houdend met de hartziekte van Bos en het feit dat hij een groot man is in de homeopathie, voorts dat ’t voor een natuurmens verschrikkelijk moet zijn zolang vast te zitten, kwam spr.tot een eis van 5 en een half jaar onder aftrek van voorarrest en ontzetting uit de beide kiesrechten voor de tijd van het leven.
DE VERDEDIGER AAN HET WOORD
De raadsman, mr.Hogerzeil uit Zutphen wees op het berouw van Dr.Bos, hij maakte gewag van een belangrijk boek uit de veeartsenijkunde, dat verdachte tijdens zijn internering geschreven heeft om zijn naam te rehabliteren en vocht vervolgens juridisch de dagvaarding aan. Hij wees er voorts op dat Dr.Bos een gebroken man is en niet van plan is als veearts naar Winterswijk terug te gaan. De verdediger legde voorts vele verklaringen ten gunste van Dr.Bos over. Aan het einde van zijn betoog las de verdediger enige passages voor uit een politiek schuldbekentenis van Dr.Bos en verzocht tenslotte uiterste clementie. Dr.Bos onderschreef deze laatste passge nog eens en vroeg toen invrijheidsstelling, waaraan het Hof echter niet voldeed. De uitspraak zal nu zijn op 30 Juni.
Hilda Bongertman (Zie Wikipedia)
Tijdens de oorlog was ze tevens redactrice van het blad van het Nederlands Arbeidsfront Arbeid en in de Winterswijksche Courant schreef ze zonderlinge artikelen waaruit een fel pro-Duitse gezindheid sprak. Ook trad ze in Winterswijk op als secretaresse in dienst van de NSB-Burgemeester van Winterswijk.
In september 1944 verhuisde Hilda naar Winterswijk, waar ze de secretaresse werd van de NSB-burgemeester Willem Bos. In die tijd schreef ze tussen november 1944 en januari 1945 ook een aantal hoofdartikelen met een nationaal-socialistische strekking in ’De Winterwijksche Courant’.
Hilda Bongertman werd op 28 april 1945 gearresteerd en geïnterneerd in ’De Leeszaal’ in Winterswijk. Daarna werd ze overgebracht naar het interneringskamp ’De Roskam’ in Weesp. Pas in september 1946 werd haar zaak door het Gooise Tribunaal in behandeling genomen. Bij haar verdediging legde Hilda een volledige schuldbekentenis af.


