Aan den 1en Lt. Dr.V.A.M.Beermann,
p.a.Militair Gezag te Arnhem     

                                                                                         Winterswijk, 31 October 1945.

v.d.B.
4.10’.45.
Geschiedschrijving M.G.

Ter voldoening aan Uw verzoek, vervat in Uw nevenstaand schrijven heb ik de eer, U onderstaand een overzicht te geven van de geschiedenis van het kamp "Vosseveld" te Winterswijk, van het tijdstip der bevrijding af tot aan 1 October 1945.

Begin Juni 1944 werd ik aangezocht door de Commandant van de O.D. te Winterswijk, de res.Kapt.J.W.Baretta, om na de bevrijding van Winterswijk te willen optreden als verplegingsofficier voor de manschappen der B.S. en de politieke gevangenen. Ik heb mij daartoe bereid verklaard.

Op zaterdag 31  Maart 1945 werd Winterswijk bevrijd; terwijl de Engelsen van de Zuidoostzijde het dorp binnenrukten (na een kort doch fel gevecht aan de grens van onze Gemeente) en de Duitschers het dorp overhaast hadden verlaten, werd reeds dienzelfden morgen door de arrestatieploegen der B.S. met het arresteren van NSB-ers begonnen, zoodat tegen den middag reeds een hondertal personen gearresteerd waren en ingesloten in het gebouw der Openbare Leeszaal te Winterswijk, een zijvleugel van het Postkantoor. Dit gebouw was reeds van tevoren daartoe bestemd en het bleek, athans in het begin, geschikt te zijn.

Dienzelfden dag heb ik mij bij de P.C.der B.S. gemeld en ben aan de door mij aanvaarde taak begonnen, welke tevens bestond in het verzorgen van de leden der B.S., welke op verschillende punten in het dorp waren gelegerd. Ik mag zeggen, dat het geheel een vlot verloop heeft gehad en de B.S. behoorlijk gelegerd was. Dit gold eveneens voor de steeds in aantal groeiende gepakte NSB-ers, warvan er in Winterswijk helaas vele werden gevonden.

Het was mijn bedoeling om in het burgerleven terug te keren, zoodra ik mijn functie als verplegingsofficier kon neerleggen, resp. aan anderen kon overdragen. Op 10 April 1945 meende ik dat dit ogenblik was gekomen en werden er eenige B.S.-ers gevonden om mijn werk over te nemen. Echter, op 14 April 1945 werd ik tot een bespreking geroepen op het Bureau van de P.C., die mij mededeelde, dat het kamp ’leeszaal’ te klein werd voor al de NSB-ers en dat was omgezien naar een grootere ruimte, welke gevonden was in het voormalige N.A.D.-kamp, Kloetenscheweg te Winterswijk.
Dit kamp was ongeveer een jaar in gebruik geweest door Duitsche militairen, daarna twee dagen door de Engelschen en werd tenslotte vrijgegeven voor het onderbrengen der NSB-ers. Mij werd gevraagd dit kamp, verwaarloosd en ergelijk vervuild, voor menschelijk gebruik geschikt te maken, en de leiding op mij te willen nemen, welk vriendelijk bevel ik heb aangenomen. Naarmate dan het kamp op orde kwam, zouden de N.S.B.-ers van het kamp ’Leeszaal" naar het nieuwe kamp worden overgebracht. Het beteekent dat het nieuwe kamp nog geen naam had. (NAD- of Arbeidskamp leek niet geschikt). Nu heeft het terrein waarop het kamp gebouwd is in den volksmond de naam ’Vosseveld’ en mij leek dit een geschikte naam voor het kamp.
Aldus: Interneeringskamp ’Vosseveld’ te Winterswijk.

Zooals gezegd was het kamp volkomen vervuild en er moest eerst groote schoonmaak worden gehouden. Waterleiding, electriciteit, een behoorlijke afvoer en draineering waren aanwezig, doch alles was min of meer vernield, de roerende goederen geroofd. Het was bijna hopeloos. In de 14 groote en kleine barakken lag het afval en puin een voet hoog, om van de WC-s niet te spreken. Geen wonder, dat de Engelschen in dat ’home’ der moffen niet langer dan 2 dagen wilden verblijven.

Op 15 April trok ik met een 30-tal NSB-ers, een tank met water,schoonmaakartikelen e.d. ’Vosseveld’-waarts en er werd aan de schoonmaak begonnen. Met welwillende hulp der omwonende boeren werd de nalatenschap der Duitschers met paard en wagen afgevoerd. De NSB-ers hebben hard gewerkt, hetwelk ook noodig was, aangezien bijna ieder uur een ordonnans van het Bureau P.C.kwam informeeren hoe het er mee stond en wanneer de eerste kamer gereed zou zijn (de NSB-ers puilden namelijk uit het kamp ’Leeszaal’). het kwam voor elkaar, geleidelijk ging het vuil eruit en de NSB erin, kamer voor kamer en barak voor barak. de B.S. betrok de wacht en met welk een animo! Hoewel het terrein in dien eersten tijd geen prikkeldraadversperring had en de barakken zelf moesten worden bewaakt, is er in die eerste zeer bewogen weken geen enkele gevangene ontvlucht.

Kamp Vosseveld

Kamp Vossveld

Na het inrichten der kamers was het eerste werk het weer in orde brengen van de waterleiding, de WC’s, de afvoer, etc, voor welk werk ik van de zijde van plaatsgenooten veel hulp heb ontvangen. De tankwagen kon dan ook spoedig weer inrukken. Tot in de eerste dagen van Mei moest het water iedere dag worden aangevoerd van het enkele kilometers verder gelegen dorp. Ook het aanvoeren van stroo was moeilijk, aangezien er in de gemeente weinig stroo aanwezig was (de Duitschers hadden natuurlijk bijna alles meegenomen, terwijl het meerendeel der boeren nog niet had gedorscht!)

Bijna dadelijk deed zich de behoefte gevoelen aan een ziekenzaaltje; de zgn.kaderbarak werd hiervoor ingericht, hetwelk in die dagen niet gemakkelijk was. Onder de gedetineerden bevond zich een dokter, die met de dagelijksche leiding werd belast. Als controleerend arts fungeerde de eerste maanden dokter Blitz uit Amsterdam, na zijn vertrek, begin Juni, werd dit werk overgenomen door dokter S.J.P.te Boekhorst te Winterswijk, op 1 Augustus 1945 in vasten dienst aangesteld.

In dit verband kan worden opgemerkt, dat het kamp maximaal 560 personen kan opnemen. Eind Mei was het aantal gedetineerden geleidelijk tot 525 gestegen, welk aantal in den loop der latere maanden nimmer lager is geweest. Rekening houdend met de regelmatige mutaties, varieerde het aantal gedeitneerden van 525 tot 550 en was steeds zeer constant. Het aantal zieken bedroeg doorgaans 5 a 6% van het totaal. Gevallen van ernstige ziekte werden steeds aan het M.G.voorgelegd en voorgedragen voor ontslag of verpleging in een ziekenhuis buiten het kamp. Tot op heden is in het kamp geen gedetineerde overleden.

De voeding geschiedde in de eerste maanden geheel door de Centrale Keuken te Winterswijk, later werden de broodmaaltijden op het kamp verzorgd, terwijl tot op heden de warme maaltijden nog steeds van de C.K. worden betrokken, tot genoegen van alle partijen.

Vanaf het eerste begin is er voor gezorgd, dat de gedetineerden ook geestelijk werden verzorgd. De Winterswijksche geestelijkheid had toegang tot het kamp, zoodat iederen Zondag Godsdienstoefeningen werden gehouden met door de week spreekuren. Onder de geestelijken bevond zich o.m. Ds.H.de Wit, die zich wel bijzonder voor dit werk interesseerde. Toen dan ook een vaste kamppredikant moest worden aangesteld, was ds.de Wit daarvoor de aangewezen man. Het blijkt, dat met de aanstelling van deze predikant een uitstekende keuze is gedaan. Onder zijn leiding werd en wordt zeer veel voor de geestelijke ontspanning der gedetineerden gedaan. Ook de kamplectuur in den vorm van goede boeken is groeiende. Na het werk zijn de gedetineerden in de gelegenheid o.m. een boek te lezen, hetwelk van groot belang zal zijn in verband met de komende wintermaanden. De interesse der menschen werd opnieuw gewekt en gericht op andere dan NSB-affaires.

Teneinde de vakmensen zoveel mogelijk in hun eigen vak te laten werken, werden in het kamp werkplaatsen ingericht; rijwielherstelplaats, kleermakerij, schoenmakerij, timmerwerkplaats, enz. Deze werkplaatsen werken in de eerste plaats voor de gedetineerden, daarna in loon voor opdrachtgevers buiten het kamp.

Om nu tot de geschiedenis van het kamp terug te keeren, deel ik U nog het volgende mede.

Het kamp ’Leeszaal’ inmiddels had niet afgedaan, integendeel. De nieuwe gevallen werden daar ondergebracht en verhoord, hetgeen toendertijd gemakkelijker was dan op het kamp ’Vosseveld’. Na de mannelijke werden ook de vrouwelijke NSB-ers opgehaald en ondergebracht in het kamp ’Leeszaal’, waar deze laatste steeds zijn gebleven.

Had ik de eerste maanden de verantwoording voor de gedetineerden en voor de bewaking, dit bleek op den duur toch te veel van het goede te zijn en er werd mij een officier der B.S.toegevoegd, de dienstplichtig sergeant B.Harwich, speciaal voor de bewaking. Onder zijn leiding werd een prikkeldraadversperring aangebracht en werd voor de bewaking een dienstregeling ingevoerd, welke uitstekend functioneerde. Tevens werd hij belast met het indeelen der werkploegen en de daarbij behoorende bewaking. Ik kan hieraan toevoegen, dat in den afgeloopen zomer door de gedetineerden veel en nuttig werk werd verricht. De boeren en landarbeiders hebben bij een 60-tal grootere en kleiner boerderijen den geheelen oogst binnengehaald, terwijl de vakarbeiders werden ingezet o.m. bij de Med.Spoorwegen, de Gemeentebedrijven (het herstellen en wederinrichten van woningen), de Kaderschool te Eibergen en talrijke andere werkprojecten. De oogstwerkzaamheden werden grootendeels verricht in opdracht van het Bureau Oogstvoorziening, in nauwe samenwerking met het Gew.Arbeidsbureau te Winterswijk. Werd in het begin meestal naar de werkobjecten geloopen, later toen afstanden van 20 km. en meer moesten worden afgelegd, kreeg het kamp de beschikking over enkele vrachtwagens.

In het begin van Juni meldde de heer Harwich zich als oorlogsvrijwilliger en moest een ander zijn plaats innemen. Een officier der B.S., de heer P.J. de Wolf werd bereid gevonden mij te assisteeren. De heer de Wolf bleek voor dit bijzondere werk zeer geschikt te zijn en onze samenwerking is tot op dit oogenblik prima geweest.

In deze maand Juni vond een groote verandering plaats. Was tot en met de maand Juni het kamp onder het beheer geweest van de .B.S., met ingang van 1 Juli werd het kamp gesteld onder, militair gezag. De heer de Wolf en ik hebben ter zake een onderhoud gehad met de commissaris M.G.te Doetinchem (de majoor Mr.K.Kerssemakers), naar aanleiding waarvan wij op 27 Juni een aanstelling ontvingen als

                                   1e adj.Kampcdt:J.E.van den Berg              
                                   2e adj.Kampcdt:P.J.de Wolf,

terwijl de heer E.H.Lourens, Kampcdt. van het kamp ’ De Kruisberg’ te Doetinchem, mede werd aangesteld tot kampcdt. van het kamp ’Vosseveld’. In het bijzonder voor de samensteller van dit overzicht was deze regeling wel een telerustelling, doch werd geaccepteerd.

Met ingang van j Juli 1945 werd kamp ’Vosseveld’ tot een centraal kamp vereenigd met kamp ’Kruisberg’ onder de benaming:
                Centraal Interneeringskamp ’De Kruisberg’ Doetinchem
                                              ’Vosseveld’ Winterswijk.

Tegelijkertijd werd voor de bewaking een nieuwe regeling getroffen. De Bewakings-resp. de Gezagstroepen zouden de bewaking buiten de omheining en op de werkprojecten buiten het kamp op zich nemen, terwijl voor den dienst in het kamp bewaarders moesten worden aangesteld. Dit geschiedde en door ons werden aangesteld: 1 chef van dienst, 1 hoofdbewaarder, 4 controleurs (werkmeesters), 1 administateur en 2 schrijvers.

Van de zijde van het M.G.ontvingen wij (via Doetinchem) diverse voorschriften voor het inrichten der administratie, boekhouding, etc., waaraan gevolg werd gegeven. Ook werd gevolg gegeven aan de aanwijzingen betreffende de sociale verzorging der gedetineerden, welke gelukkig bijna geheel in overeenstemming waren met de regelingen die door mij reeds vanaf het begin waren getroffen. Vooral in den eersten tijd waren er vele stroomingen en personen, welke het met de door mij ingevoerde algemeene richtlijnen t.o.v. de gevangenen niet eens waren. Het was voor mij wel de grootste voldoening te ervaren, dat mijn opvatting van de taak en de houding van een kampcommandant overeenstemde met die van M.G.

Ik heb in het begin een moeilijke tijd gehad. In Winterswijk waren zeer vele NSB-ers, waarvan de bevolking gedurende de bezetting veel narigheid heeft ondervonden, zoo ook de illegale werkers. De vijandige houding van velen t.o.v. de ’Vosseveld’-bewoners was derhalve begrijpelijk. Het is mij echter mogen gelukken excessen te voorkomen. Buiten het kamp werd wel eens een duw gegeven, doch dit behoort reeds weder lang tot het verleden.

Vooral den laatsten tijd heeft het kamp meermalen bezoek gehad van Heeren Officieren M.G., inspecteurs der kampen en andere  officiele personen en ik mag zeggen, dat de algemeene indruk dezer menschen van kamp ’Vosseveld’ goed was.

Mijn collega, de heer De Wolf, heeft in het werk een groot aandeel, terwijl ook het personeel geheel berekend is voor haar taak. De barakken zijn goed onderhouden, de legering en voeding is eveneens goed te noemen, terwijl de stemming der gedetineerden niets te wenschen overlaat. Ook onze verhouding tot kamp ’De Kruisberg’ is goed. Indien nodig wordt door de leiding der kampen ruggespraak gehouden.

Om volleidg te zijn moet ik nog vermelden, dat in het kamp ’Vosseveld’ diverse personen werden ingesloten door het Veiligheidsdetachement Winterswijk, hetwelk zelf niet over een kamp beschikte. In overleg met het hoofd van dit Detachement werd overeengekomen, dat de NSB-ers e.d., die vanuit Duitschland bij Winterswijk de Nederlandsche grens passeerden (en dat zijn er in den loop van den tijd meer dan 100 geweest) tijdelijk in het kamp ’Vosseveld’ zouden worden ingesloten. Het was de bedoeling, dat deze gedetineerden zoo spoedig mogelijk zouden worden afgevoerd naar een in te richten kamp in Hummelo, waaraan ook is voldaan.

Ik moge dit overzicht besluiten met de hoop uit te spreken, dat het in overeenstemming is met het door U bedoelde in Uw schrijven van 4 dezer.

                                                                  De 1e adj.,Kampcommandant
                                                                  w.g. J.E.van den Berg

                  
 

^ Terug naar boven