HET VERZETSWERK

DOOR W.LELIEVELD OCTOBER 1945

Kort nadat de Duitsche overweldiger ons land was binnengevallen en zijn verpletterende meerderheid een klein volk militair weerloos had gemaakt, begon het vooropgeztte systeem, dat er op gericht was, ook de geestelijke weerstand te breken, om zoodoende ons volk langzaam aan vatbaar te maken voor de nazi-ideeen. De proloog bestond uit allerlei fraaie toezeggingen en beloften:geen inmenging in binnelandsche aangelegenheden, gelijkstelling met het volk van het Groot-Germaansche Rijk, en dergelijke fraaiigheden meer, te vergelijken met het zoet gefluit van den vogelaar.
Toen deze methode op ons volk weinig indruk bleek te maken, begon men allengs een anderen toon aan te slaan. Met gebruikmaking van een zeer klein volksdeel trachtte men ons te bewegen verraad te plegen aan eigen zaak. Dit kleine, verraderlijke volksdeel, dat zich zoo verdienstelijk heeft gemaakt voor onzen vijand, heeft zich voor altijd verzekerd van de diepste verachting van alle goede vaderlanders. Voor H.M.de Koningin was de houding van deze lieden zelfs aanleiding te verzekeren, dat er voor hen in een vrij Nederland geen plaats meer zou zijn.
Om deze vorm leidde niet tot het gewenschte doel. Toen ging men over tot het andere uiterste, de vorm van het geweld. Nu, na bijna 5 jaar bezetting, zien wij, waartoe deze sadistische vijand in staat is geweest. Geen maatregel was te scherp, geen methode te wreed, te misdadig en te geraffineerd. Deze strijd om onze geestelijke vrijheid heeft ons kleine, maar toch weer groote volk, duizenden kostbare levens gekost, meer dan de kortstondige militaire worsteling.
Ondanks allerlei maatregelen en manipulaties van den bezetter is ons volk zichzelf gebleven, en is er, naar onze meening, nooit ernstig gevaar geweest voor een nationaal-socialistische infectie. De geest van verzet bleef altijd, zij het dan ook vaak in latenten vorm, aanwezig. Teekenend voor dezen geest is b.v.geweest de houding van ons volk, toen maatregelen aangekondigd werden voor het wegvoeren in krijgsgevangenschap van onze gewezen soldaten. Een spontane staking brak overal uit, en op vele plaatsen werd het werk neergelegd, ook in Winterswijk. Helaas was de tijd toen nog niet rijp en werd deze spontane opstand meedoogenloos in de kiem gesmoord. Het openlijk verzet der kerken is van een groote en historische beteekenis geweest, en zal in de geschiedenis als een kloeke en moedige houding beschreven blijven.

De GEEST van het verzet werd vooral levendig gehouden door de verschillende illeggale of ondergrondsche verzetbewegingen, die zich geleidelijk aan, groote moeilijkheden en gevaren trotseerend, in het diepste geheim gingen vormen. Dit verzetswerk werd in bijna iedere plaats door moedige mannen en vrouwen aangevat. Hier vonden elkaar jongens en meisjes, mannen en vrouwen, van iedere gezindte en van iedereen stand. Hier werd niet gelet op afkomst of confessie. Het doel was immers voor allen gelijk; den vijand afbreuk te doen en zijn krachten te ondermijnen en te sloopen. Een soort guerillaoorlog.
Hier geschiede het werk in een of meer plaatselijke groepeeringen; daar werd meer individueel gewerkt, weer elders werd gearbeid in landelijk georganiseerd verband. Deze laatste methode was, wat de resultaten betreft, vanzelfsprekend het best en het meest efficient. Er waren verschillende landelijke organisatie ontstaan, die meestal ook verschillende doeleinden hadden. Zoo waren er b.v.de K.P.-ploegen, die het zwaartse werk deden, en het gewelddadig verzet pleegden, zooals overvallen op distributiekantoren, gevangenissen, politiebureaux, gemeentehuizen (voor bevolkingsregisters) enz. Dan was er de groote Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers, kortweg de. L.O. genaamd. Deze stond weer in nauw contact met de bovenstaande K.P.-ploegen. Voorts had men illegale pers-organisatie, organisatie voor het terugvoeren van piloten en krijgsgevangenen, spinnagegroepen, sabotageploegen, enz.

Deze inleiding diende om U duidelijk te maken, wat wij onder het verzetswerk verstaan. Zeker niet datgene, wat sommigen als hun verzet of illegaal werk rondbazuinen, en wat dan practisch neerkomt op het goed doen of bevoordeelen van zichzelf onder het mom, dit of dat toch maar aan de moffen te hebben onttrokken. Ook verstaan wij daar niet onder het voldoen aan een vaderlandsche plicht, of het in zijn werkkring tegenwerken van maatregelen van den bezetter, indien tegenwerking voor een goed vaderlander geboden was. Een onderduiker onderdak verschaffen, een vluchteling met raad en daad helpen, zoveel mogelijk arbeidsplaatsen voor Duitschland in hun gezin houden, de Duitsche onderwijs-voorschriften niet opvolen, het niet aangesloten zijn bij de cultuurkamer, enz.,het waren allemaal goede daden, maar het behoorde niet tot hetgeen wij verstaan onder illgeaal werk. Dit alles behoorde voor een oed vaderlander, neen, voor een goed mensch, vanzelfsprekend te zijn. Wie echter daar bovenuit zich vrijwiliig en doelbewust heeft ingezet in den ondergrondschen strijd om onze vrijheid, hetzij in georganiseerd verband of individueel, is illegaal-werker.
In de practijk kwam dat b.v. neer op het regelmatig onderbrengen van onderduikers, Joden, piloten, en het verzorgen van hen met geld en levensmiddelenbronnen, het regelmatig in belangrijke mate verspreiden van illegale lectuur, het verrichten van koeriersdiensten, enz. Wij noemen dan nog niet het gevaarlijkste werk van de overvallen. Vanzelfsprekend zijn er vele andere vormen en manieren geweest, waarop belangrijk illgeaal werk is verricht.

Zooals in de inleiding tot dit herinneringsboekje reeds met een enkel woord werd gezegd, was het organiseeren van dit verzetswerk in onze gemeente bijzonder moeilijk door het, naar verhouding tot andere plaatsen, zeer groot aantal ontrouwe en gevaarlijke elementen, waarmed wij hier te maken haden. het ledental van de N.S.B, was hier zeer groot, zoodat Winterswijk terecht een van de ergste broeinesten van de N.S.B.werd genoemd.
men denke niet, dat deze opmerking de inleiding wil zijn voor de mededeeling, dat daarom het ondergronds verzetwerk in Winterswijk niet tot ontplooiing is kunnen komen. Integendeel, wij willen juist accentueeren, dat de illegale actie, die in onze plaats in ruime mate is gevoerd, onder bijzonder moeilijke en gevaarvolle omstandigenheden moest geschieden door een klein aantal menschen. Men hoort wel eens de opmerking maken dat er in Winterswijk eigenlijk niet veel ondergrondsche actie is geweest. Voor deze opmerking, die op onwetendheid berust, is geen enkele grond.
Het zal misschien weinigen bekend zijn, dat Winterswijk het centrum was voor den geheelen Achterhoek van de belangrijkste en grootste verzetorganisatie in den lande, namelijk de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers. Hier kwamen elke week de afgevaardigden uit ieder plaats van den geheelen Achterhoek, zoowel uit Dinxperlo en Doetinchem, als uit Borculo, Eibergen, enz., bijeen om instructies en richtlijnen in ontvangst te nemen, maar ook geld en bonkaarten. Winterswijk was het centrale punt, waar ten behoeve van den geheelen Achterhoek de buit werd verdeeld van de overvallen op distributiekantoren door de K.P.-ploegen, bestemd voor de onderduikers. Hier was ook het financieele centrum, van waaruit groote bedragen ter beschikking werden gesteld voor den illegalen strijd in den Achterhoek. In Winterswijk zelf heeft deze organisatie plm.400 onderduikers op deze wijze verzorgd, terwijl zeer velen door deze afdeeling werden doorgezonden naar andere plaatsen.

Wij mogen thans wel de naam noemen van haar, die de stuwkracht was, voor dit gevaarlijke, maar noodzakelijke werk, nl.

MEVROUW H.KUIPERS-RIETBERG, alias "TANTE RIEK".

 

 Tante Riek

Zij was mede-oprichtster der L.O.Dag en nacht wijdde zij al haar krachten en haar geheele persoon aan die groote, alles overheerschende gedachte: de herwinning van recht en vrijheid. Daarom bestreed zij den tyran op schier alle gebied, daarbij krachtig geholpen door haar medewerkers. Dag en nacht stond zij klaar voor hen, die onwille van de gerechtigheid vervolgd werden en tijdelijk verdwijnen moesten. Haar excellente gaven van hoofd en hart stelde zij volkomen in dienst van dit werk, terwijl zij daarnaast toch ook weer haar volle zorg aan het gezin wijdde. Geen wonder dan ook, dat men Aug.1944 met ontsteltenis vernam, vooral in kringen van ingewijden, dat de heer en mevr. Kuipers te Bennekom, waar zij ondergedoken waren, door de S.D.gearresteerd waren. Een ongelukkige samenloop van omstandigheden bleek hiervan de oorzaak te zijn geweest. Een koerier, die naar hun adres op weg was een een nieuwe stamkaart, werd gegrepen. Zoo kwam men aan hun verblijfplaats. Later is het den heer Kuipers gelukt uit de klauwen der S.D. te geraken, doch Mevr.Kuipers werd vastgehouden. Indien daarvoor tijd was geweest zou ongetwijfeld een bevrijdingspoging zijn gedaan door haar vele illegale relaties. Hoe bang men daarvoor was, blijkt wel het best uit een ons gedane mededeeling, dat zij een verklaing moest onderteeekenen, dat van een eventueele poging tot bevrijding geen gebruik zou worden gemaakt! Al heel spoedig werd zij echter naar een Duitsch concentratiekamp doorgezonden, het Frauenstraflager "Ravensbruck".
Hier is Mevr. Kuipers tusschen Kerstmis en Nieuwjaar 1944 door verzwakking overleden, zoo haar leven gevend in den strijd om recht en vrijheid en voor haar vaderland, dat zij zoo hartstochtelijk lief had. Wij wijden een diep gevoeld woord van dankbaarheid en hulde aan haar nagedachtenis. Moge het offer van haar leven niet tevergeefsch zijn gebracht.

Een tweede slachtoffer van het verzetswerk is de heer:

WIM KOENEN

       Wim Koenen                              

 

 Geboren: 13-09-1920 te Mierlo. Wonende Zonnebrink 27

 

Hij werkte samen met enkele andere jongemannen ter plaatse, (o.a.de heer Henk Baarschers) en voerde opdrachten uit voor de groep " Vrij Nederland". Een van deze opdrachten was de bouw van een geheime zender. In verband hiermede werden plaatselijk enkele  inbraken gedaan, teneinde belangrijke onderdeelen voor deze geheime zender te kunnen bemachtigen. Ontdekking volgde, en den volgenden dag werd Koenen gearresteerd. Na danig mishandeld te zijn werd hij overgebracht naar de gevangenis in Zutphen. Hij verraadde echter zijn kameraden niet. 11 Juni 1944 werd hij op sensationeele wijze uit zijn gevangenis bevrijd door de leden van de K.P.-ploegen, die, in politie-uniformen gekleed, opereerden en die zoogenaamde opdracht hadden, Koenen over te brengen.Na zijn bevrijding heeft hij zich enkele weken schuil gehouden, o.a. in het Korenburgerveen. Hier hebben eenige familieleden hem nog ontmoet, bij welke gelegenheid de bewijzen van de in Winterswijk ondergane mishandeling tijdens zijn eerste verhoor, onomstootelijk bleken. Intusschen was komen vast te staan, dat een z.g.medewerkster van de plaatselijke groep, waarvan Koenen deel uit maakte, een Gestapo-spionne was, die reeds vele slachtoffers had gemaakt en nog steeds maakte. (Deze "jongedame" is ook de oorzaak geweest van de arrestatie van den heeren Baarschers, Lelieveld, Mej.Nijland, de heer K.Gunnink en meerderen).
Enkele weken na zijn bevrijding uit de gevangenis begaf Koenen zich, geleid door zijn rustelooze natuur, weer op weg, in het bezit van een geladen revolver, waarschijnlijk met de bedoeling met deze spionne af te rekenen. Tijdens deze reis werd hij ten tweeden male gearresteerd en naar Vught overgebracht. Hier is hij op 5 September 1944, op 23-jarigen leeftijd gefusilleerd, volkomen in het bewustzijn van het doel, waarvoor hij zijn jeugdig leven moest geven. Hij stierf op ’t veld van eer; voor de vrijheid van ons land.

 

Dhr. Piet Alberts uit Enschede, man uit het verzet en een v.d.bevrijders van Wim op 11 Juni 1944, wil na de oorlog een eigen bedrijf beginnen, maar heeft hiervoor niet de juiste papieren. Hij schrijft een brief naar Wim Koenen, met het verzoek een goed woordje voor hem te doen bij de kamer van koophandel. Wim’s vader stuurde Piet een brief terug met de mededeling dat Wim op 5 September 1944 alsnog gefusilleerd is (Brief 1). Hij zal namens Wim een brief naar de kamer van koophandel sturen. (Brief 2)

 

Brief Vader Koenen aan Piet

TEKST

Winterswijk, 1949

Geachte heer,

Uw geeerd schrijven van de 19e dezer ontvangen, doch ik moet u mededelen dat mijn zoon W.J. op 5 Sept ’44 te Vught  werd gefusilleerd.
Doch namens hem zal ik echter zo vrij  zijn aan uw verzoek te voldoen en de Kamer van Koophandel dringend verzoeken tot afgifte van een dergelijk bewijs.
Indien een afwijzend antwoord wordt ontvangen, raad ik U aan, een dergelijk verzoek te richten tot Prins Bernard.
Met beleefde groet: Uw Dw.

P.s. een afschrift van mijn schrijven aan de Kamer van Koophandel gaat hierbij.

 

Brief vader Coenen aan KVK

 

 

In de verwarde Septemberdagen van 1944 viel, tijdens den strijd om de bevrijding van ons land in het Zuiden, onze plaatsgenoot de heer:

KEES KAPPERS

Kees KappersGeboren 25 Juli 1916 te Winterswijk.
                                            Lid Belgische Vezetsbeweging "De Witte Brigade"

Hij was grenskommies in de plaats Budel, in het uiterste Zuiden van Brabant, bij de Belgische grens.
(N.W.Crt.) " Toen de oorlog uitbrak begonnen Kappers en zijn vrienden met ondergronds werk. De omgeving, het uitgestrekte, dun bevolkte Peelland aan de Belgische grens, leende zich uitstekend voor het doorzenden van vluchtelingen, voor het verbergen van neergekomen vliegtuigbemanningen en het samenwerken met parachutisten van de Engelsche spinnagedienst. Ook wist Kappers op alle mogelijke manieren contact met gevangenen in Vught te bewerkstellingen. Veel "clandestiene" briefjes werden het kamp binnengesmokkeld of bereikten omgekeerd de familie van de gevangenen. (Onze plaatsgenoot, de heer Wilterdink, die langen tijd in Vught zat, kan hier wel meer over vertellen). Toen de geallieerden steeds nader kwamen, werd aan de "jongens" opgedragen, de belangrijke dubbele spoorlijn, die aldaar vanuit Belgie ons land binnenkomt, onklaar te maken. De zware taak gelukte. Op 5 Sept. ’s morgens derailleerde een vele wagons lange trein vol S.S.-soldaten. De lijn was onbruikbaar. Het zestal trok zich terug in het riet van de Peel, overtuigd nooit gevonden te worden. Hun schuilplaats werd echter door een N.S.B.-er verraden aan de troepen, die door het deraillement van den trein werden opgehouden. Deze organiseerden een drijfjact, en de mannen waren omsingeld voor zij er op bedacht waren. De finesses van het vreselijk drame, dat zich nu afspeelde, zullen we den lezer besparen. In zijn laatste brief schreef Kees: We moeten bereid zijn een offer te brengen.Hij was bereid, en stierf den heldendood.

Een andere plaatsgenoot, die zijn verzetswerk met zijn leven heeft moeten betalen, is de heer

JAN JANSEN

Hij had zijn werkkring op het Arbeidsbureau, de instelling dit tot een modern slavenexport-bureau werd onder de Duitsche bezetting.
Onder die omstandigheden stelde hij zich tot taak, om op illegale wijze, o.a. door het verstrekken van valsche papieren, zooveel mogelijk mannen uit Duitschland te houden, waarmede hij veel succes had. Zijn vrije tijd offerde hij op voor dit werk. Door een ongelukkig toeval werd "een geval" ontdekt door den toemaligen Directeur van het Arbeidsbureau, de N.S.B.’er K. Deze liet Jansen arresteeren en voor de S.D. geleiden. Ofschoon de vrees bestond, dat meerderen door zijn verhoor gecompromitteerd zouden worden, is dit nooit het geval geweest, daar hij niet een naam heeft genoemd. Vanuit de gevangenis te Arnhem werd hij overgebracht naar het Concentratiekamp Amersfoort. Eind September 1944 werd hij doorgezonden naar het beruchte Duitsche Concentratiekamp Neuengamme, ten Noorden van Hamburg. Hier werd hij ingedeeld in een transport "voor zware arbeid", dat naar een kamp, kort bij de Deensche grens, werd gedirigeerd. Dit was het z.g.vernietigingslager "Husum". Binnen zeer korten tijd stierven heier vele menschen. Het overschot, waarvan de meesten ernstig ziek waren, werd na een verblijf van twee maanden in dit verschrikkelijk oord, naar Neuengamme teruggevoerd. Hierbij bevond zich ook Jan Jansen. Op 2 December 1944 overleed hij hier op 19-jarigen leeftijd. Hij viel in den strijd om recht en vrijheid.

Even voor het gereedkomen van het manuscript komt het overlijdensbericht binnen van den plaatsgenoot

HENNIE KORT

Hij had eveneens een functie bij de Politie als onder-wachtmeester. Laatselijk was hij gedetacheerd te Amsterdam. Evenals E.Kuipers is hij omstreeks Aug.-Sept.1944 op transport gesteld naar Amersfoort, en vandaar naar het Duitsche concentratiekamp Neuengamme. Wij beschikken niet over verdere inlichtingen omtrent de motieven voor zijn gevangenneming, maar het is zoo goed als zeker, dat dit verband heeft gehouden met zijn verzetshouding. Tweede Kerstdag 1944 is hij op 23-jarigen leeftijd in het kamp Neuengamme overleden, zijn jeugdig leven latend voor het vaderland.

PIET BRITTIJN

Piet Brittijn

Geb.       17-03-1902  te Utrecht
Overl.     12-03-1945  te Amsterdam
Ouders:  Pieter Brittijn en Antonia Jozepha Aghina
Partner:  Hendrika Johanna Kuijpers
Zijn ouders zijn voor juli 1908 naar Winterswijk gekomen en zijn daar beide overleden

De heer P.Brittijn, zoon van den oud-directeur van de Ambachtsschool, was ten tijd van den oorlog verbonden aan het krankzinningengesticht te Medemblik als administrateur. Hij bekleedde een vooraanstaande plaats in de verzetsbeweging aldaar. Het gesticht was een centrale van de illegale actie, en tevens een tehuis voor vele onderduikers, waarvoor een groote schuilplaats was ingericht. Op grond van vermoedens werd de heer Brittijn, die reserve-officier was, door de S.D. gearresteerd, doch korten tijd later werd hij weer vrijgelaten. 14 Febr. 1945 werd hij echter ten tweeden male in arrest gesteld. Sindsdien vernam zijn familie niets meer van hem, totdat de droeve werkelijkheid bekend werd.

Het bleek dat de heer Brittijn op 12 Maart 1945 op de Weteringschans te Amsterdam was gefusilleerd, tegelijk met 35 andere slachtoffers, als represaille-maatregel voor de z.g.aanslag op Rauter.
Zo stierf hij den heldendood in den strijd om onze bevrijding.

HENK BAARSCHERS

Henk Baarschers 

Geb.       05-08-1920 te Winterswijk
Overl.     05-09-1944 te Vugt
Zoon van Hendrik Bernard Baarschers en Harmina Kappers
Beroep, Winkelbediende/ Boekhandelaar

Omtrent het lot van den heer Henk Baarschers, een kloekmoedig en intensief illegaal werker, die op 23 Mei 1944 werd gearresteerd, is ondanks alle nasporingen nog steeds niets met zekerheid bekend. Hij werd, gelijk met den heer W.Lelieveld, naar het huis van Bewaring te Arnhem overgebracht, en vandaar naar het concentratiekamp te Amersfoort. Op 2 Sept.’44 werd hij doorgezonden naar Vught, en sindsdien is officieel niets meer van hem vernomen en tast men nog steeds in het duister. Wij vreezen met grooten vreeze.

Overleden 05 September 1944 te Vugt
Erelijst van gevallenen 1940-1945.Groep Verzet

EPPO KUIPERS

 Eppo Kuipers

De heer Eppo kuipers was als jong politie-man in Den Haag gestationneerd.
De taak van goed politieman en goed vaderlander was in dezen kritieken tijd een van de moeilijkste combinaties. Sommigen meenen, dat deze combinatie niet mogelijk was. Hoe dan ook, onverwachts werd Kuipers op Duitsche wijze voor de keus gesteld. Op zekeren dag werd de kazerne, waar de politie-troepen hun verblijf hadden, door de "Grune Polizie" afgezet, en moesten alle manschappen van Kuipers onderdeel aantreden. Kort en goed moesten zij zich uitspreken, of in alle omstandigheden op hun trouw ten opzichte van den Duitschen bezetter kon worden gerekend. Het was in de kritieke dagen van September 1944. Ongeveer 25 man, waaronder ook Eppo Kuipers, weigerden het ja-woord te geven, daardoor een beschamend voorbeeld gevend. Hierop werden hun de wapens ontnomen en werd deze groep kort daarna naar "Amersfoort" op transport gesteld. Hier werd hun het politie-embleem van het uniform gerukt, en werden allerlei vernederingen voor hen bedacht. Het bleek, dat ten aanzien van onze politie dezelfde manoeuvre ook in verschillende andere groote plaatsen was uitgevoerd, waarbij procentueel een klein aantal manschappen weigerde trouw te beloven aan het Duitsche barbarendom. Omstreeks dezen tijd was het kamp Amersfoort voor een goed deel bevolkt door principieele en kranige politiemenschen. 13 Oct.1944 werden deze politiemannen met een groot transport gevangenen vanuit Amersfoort naar Duitschland, naar het beruchte concentratiekamp Neuengamme overgebracht, waaronder ook Eppo Kuipers. Van daaruit werden zij tewerk gesteld in het strafkamp Versen, kort bij de Nederelandsche grens, bij Drente, gelegen. Hier is Eppo op 28 November 1944 gestorven. Zijn trouw aan de Nederlandsche zaak moest hij met den dood bekoopen. Eere zij zijn nagedachtenis.

W.LELIEVELD, WINTERSWIJK IN OORLOGSTIJD,1945

 

------------------------------------------------------

NIEUWE WINTERSWIJKSE COURANT
APRIL 1964

 

HERINNERINGEN UIT DE BEZETTINGSTIJD

‘t gebeurde in Winterswijk, maart 1944, twintig jaar geleden dus. Wim Koenen en Henk Baarschers en Johan Jansen, alle drie uit Winterswijk, waren actieve verzetstrijders.
Zij werkten o.a. mede aan de Nationale Verzetsgroep “Vrij Nederland”.
Ze hadden een geheime radiozender nodig, voor het doorzenden van berichten. Die was natuurlijk niet zo maar ergens te koop. Bovendien: Kopen van zo’n apparatuur zou erg gevaarlijk zijn en de Gestapo van die dagne een spoor in handen kunnen brengen.
En toch moesten ze en wilden ze een radiozender hebben. Hoe ze er aan kwamen, en ……. In de val liepen, vertelde ons een drietal verzetsmannen uit die dagen, te weten de heren J.W.Baretta, destijds hoofd van School O, H.Th.J.C. Dekker, toemals ambtenaar der P.T.T. en P.H.Kuipers, de man en medewerker van “Tante Riek” , die zo’n grote rol in het Nationale verzet heeft gespeeld.
Wij publiceren hun verhaal hieronder, niet slechts als herinnering aan een spannende tijd, maar meer nog als voorbeeld van een moedige en standvastige houding, die meegeholpen heeft ons allen te bewaren voor een regime, dat steunde op onderdrukking, op moord en op nagatie van de Christelijke moraal en de menselijke waardigheid.

SPANNING EN LEED IN WINTERSWIJK
MOED EN STANDVASTIGHEID VAN ENKELEN
ZIJ DEDEN HET GEVAARLIJKE WERK  - VELEN VERLOREN HUN LEVEN

t Is maart 1944.
Wim Koenen, Henk Baarchers en Johan Jansen zijn Winterswijkse jongemannen.
Wim Koenen is 24 jaar, electromonteur van zijn vak, hij woont bij zijn ouders, Zonnebrink 27, en hij is actief lid van de ondergrondse. Henk Baarschers, 24 jaar, woont bij zijn ouders in de Meddosestraat; hij is opgeleid voor boekhandelaar en zou (als er geen oorlog geweest was) zijn vader in de zaak hebben opgevolgd. Johan Jansen woont in de Misterstraat, werkt op het arbeidsbureau, is daar druk met het produceren (onder de ogen van een “fout” directeur) van valse “ausweisen”, die de mensen uit Duitsland houden. Johan Jansen is de enige overlevende van het drietal. Hij studeerde later voor onderwijzer, daarna voor arts en is thans directeur van de geneeskundige dienst in de N.O.polder. Ze hebben een radiozender nodig en ze beramen, hoe ze aan de onderdelen zullen komen en hoe ze hem zullen maken. Ze besluiten via een paar “inbraken”, in de bioscoop ter plaatse en in het postkantoor de nodige onderdelen te verkrijgen. Alles werd overlegd met de verzetsmannen Baretta en Bekker. Wim Koenen zou de “inbraak” in de bioscoop voor zijn rekening nemen, Johan Jansen en Henk Baarschers de ‘inbraak” in het postkantoor, waar men een telefoon uit de publieke telefooncel wilde weghalen.
Zo toog Wim Koenen op een donkere nacht naar de bioscoop in de Meddosestraat; zijn fiets zette hij bij schoenhandel Gijsbers neer en hij slaagde er in enige waardevolle onderdelen uit de bioscoopapparatuur te demonteren en mee te nemen. Om de sporen van zijn bezoek aan de bioscoop weg te wissen, stichtte hij een – overigens  mislukte – brand en in ’t holst van de nacht verdween hij, waarbij hij zijn fiets (om niet opgehelderde redenen) in de Meddosestraat liet staan. Dit werd hem de volgende dag al noodlottig. Via de achtergelaten fiets vond men de dader.
De beruchte politiechef V. (o.a. verdacht van moord op zijn huishoudster) arresteerde Koenen en heeft hem bloedig mishandeld, om de nodige inlichtingen er uit te krijgen. Maar Wim Koenen zweeg. Geen van zijn helpers heeft hij verraden. Wel kreeg politiechef V. nog een nieuw spoor in handen dat leidde tot de arrestatie van de heer J.W.Baretta, die o.a. de “gestolen” apparatuur had verborgen.
Koenen werd overgebracht naar de gevangenis te Zutphen, waar kort daarna een aantal verzetstrijders gekleed als politiemensen hem kwamen halen, om hem over te brengen naar de “S.D.”. Zo werd Koenen bevrijd.
Enkele weken heeft hij zich schuil gehouden in het Korenburgerveen, waar zijn vader en broer hem nog gezocht en gevonden hebben, met nog de duidelijke tekenen van de ondergane mishandeling.

Wim Koenen had echter zijn moed en zijn volharding niet verloren, om de Nederlandse zaak te dienen. Hij verliet het Korenburgerveen en trok naar Nijmegen, naar hij aan intieme vrienden zeide, om een meisje te Nijmegen te “likwideren”.
Het was een nog jeugdig meisje dat deelname aan het ondergrondse verzetswerk, maar dat gebleken was een S.D.-spionne te zijn. Zij had de arrestatie en de dood van meerdere verzetstrijders (o.a. van Henk Baarschers) op haar geweten.
Tijdens zijn reis naar haar toe is Wim Koenen echter opnieuw gegrepen, naar Vught gebracht en daar op 5 september 1944 gefusilleerd.
 De “verraadster” is na de bevrijding opgepakt. Ze was eerst “goed” geweest, maar na een arrestatie door de Gestapo zwaar onder druk gezet, o.a. door de bedreiging dat men haar beide ouders zou dood schieten, wanneer ze de haar bekende verzetstrijders niet verraadde…….. Haar straf na de bevrijding is niet zo zwaar geweest. Men hield er rekening mede, hoe mensen (in dit geval haast een kind nog)  in oorlogstijden in afschuwelijke omstandigheden en druk kunnen komen te verkeren.
Intussen moest ook nog een telefoon bemachtigd worden. Daar zouden Henk Baarschers en Johan Jansen voor zorgen. Zij zouden de telefoon weghalen uit de publieke cel in het postkantoor. Het was de kunst, dit onopgemerkt te doen. Met de heer H.Th.J.C. Bekker, postambtenaar, werd de “ontvreemding” van het telefoontoestel voorbereid. Men zou s’avonds het postkantoor binnenlopen en naar de telefooncel gaan. Dit was niets bijzonders, er kwamen s’avonds wel meer mensen. De kunst was het die avond de aandacht af te leiden van twee vrouwelijke lokettisten die dienst hadden. Daarvoor zorgde de heer Bekker en wel op een originele manier. Hij ging precies op tijd een praatje maken met de beide dames in het postkantoor, vertelde, dat hij zo goed voor marktkoopman kon spelen. Ze vroegen: Laat het eens zien. En de heer Bekker ging acteren, zo goed als hij nog nooit in zijn leven had gedaan. De beide dames, met de rug naar de telefooncel gezeten, hingen geboeid aan de lippen van hun “voordrachtskunstenaar” en intussen haalden Baarschers en Jansen het telefoontoestel weg. Pas de volgende ochtend, ontdekte men de vermissing van het toestel. Politie-onderzoek volgde; de beide dames en de heer Bekker werden lang aan de tand gevoeld, maar geen van hen wist iets. De daders werden niet gevonden.
Henk Baarschers ondergrondse werk nam later een noodlottige wending. De ‘ verrraadster’ hiervoor genoemd, die Wim Koenen uit de weg had willen ruimen, kwam op een avond bij Henk Baarschers op bezoek en gaf hem voor zijn illegale groep een revolver. Even later arresteerde men Henk Baarschers en werd ook hij enige maanden daarna als verzetsman gefusilleerd. De revolver was het bewijs voor zijn illegale werk.

Intussen zat de heer Baretta nog vast. Een knock-ploeg was al in Winterswijk gearriveerd, om hem de volgende dag – met medewerking van “goede” politiemensen – uit de cel op het gemeentehuis te bevrijden. Het hoefde echter niet. De volgende dag kwam Baretta vrij. Men kon hem weinig bewijzen. Waarschijnlijk lijkt het dat men liever de heer Baretta nog een tijd zijn gang liet gaan, om hem te kunnen schaduwen en om zodoende op een beter ogenblik te kunnen toeslaan. Wij hebben bovenstaand gebeurtenissen wat uitvoerig opgetekend uit  de mond van hem, die er bij betrokken zijn geweest.
Maar er is ondergronds heel wat meer gebeurd in Winterswijk, er zou een boek vol over te schrijven zijn.
Het is af en toe een spannend verhaal, maar met een keiharde, gevaarlijke achtergrond, waarbij de charme van het avontuur, zo deze er al in ’t begin geweest mocht zijn, volledig verdween.
’t Begon meestal heel in ’t klein zoals de heer Kuipers ons nog vertelde, die met zijn vrouw, wijlen  mevrouw Kuipers-Rietberg, zowel uit menselijke als uit vaderlandse overwegingen de onderduikers ging helpen. Helpen aan een onderdeel ,aan voedsel, soms aan geld, aan kleding, aan bonkaarten, kortom aan alles, wat deze mensen nodig hadden.

“Op de fiets trokken we er op uit, mijn vrouw en ik, om mensen te helpen en om de geest van verzet aan te wakkeren. Dat werk groeide echter steeds verder uit, je kon er niet meer mee ophouden; teveel mensen zaten in nood en in moeilijkheden. Er groeide contacten door heel Nederland. Mijn vrouw werd medeoprichtster van de Landelijke Organisatie van hulp aan onderduikers. We gingen samenwerken met knock-ploegen, die distributiekantoren overvielen om levensmiddelenkaarten te bemachtigen …… en zo ging het steeds verder.”
In augustus 1944 lukte het de Sicherheitsdienst de heer en mevrouw Kuipers-Rietberg te arresteren. De heer Kuipers kwam uit de klauwen van de Gestapo vrij; zijn vrouw bracht men naar het concentratiekamp voor vrouwen te Ravensbruck; waar zij spoedig stierf tengevolge van de daar ondergane behandeling. Zij heeft dit alles moedig gedragen; was een voorbeeld van hoge menselijke plichts betrachting voor iedereen en wist zich geroepen tot haar taak zowel door haar geloof als haar vaderlandse beginselen.
Wij mogen blij zijn dat in de oorlogsjaren de geest van verzet zo sterk is geweest.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

 

 

^ Terug naar boven